Posts tonen met het label Devos | Carl. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Devos | Carl. Alle posts tonen

woensdag, april 03, 2013

Wanneer is de N-VA incontournable?

In zijn ondertussen al beruchte interview met De Standaard liet N-VA-kopstuk Geert Bourgeois zich verleden week ontvallen dat als de N-VA in 2014 veertig procent haalt, de partij de Franstaligen haar wil zal kunnen opleggen. Strategisch was het natuurlijk een blunder van formaat om de lat meer dan een jaar op voorhand al op zo'n hoog niveau te leggen. Maar los daarvan is het natuurlijk wel een interessante vraag hoe groot de N-VA moet zijn om incontournable te worden.

Is de N-VA met veertig procent van de stemmen incontournable? Carl Devos, naar het schijnt nochtans politicoloog, vond van niet, want volgens hem moet je daarvoor minstens vijftig procent van de stemmen halen. In zijn haast om Geert Bourgeois neer te sabelen vergat hij wellicht dat als het Vlaams Belang de andere tien procent levert, veertig procent voor de N-VA al ruimschoots volstaat om wel degelijk de Vlaamse lakens te kunnen uitdelen. Maar daar komt nog bij dat het enige wat eigenlijk echt telt om ergens je politieke wil te kunnen opleggen een meerderheid in het parlement is. En om vijftig procent van de zetels te halen heb je gewoonlijk nog geen vijftig procent van de stemmen nodig. Er kunnen dus gemakkelijk nog een paar procenten af, dankzij partijtjes zoals de PVDA en LDD die al snel enkele procenten onder de kiesdrempel weten vast te houden.

We kunnen het zelfs nog een beetje verder doordrijven. Neem nu de peiling van Het Laatste Nieuws van verleden week, waarin N-VA «slechts» 33,8% haalde, en Vlaams Belang 11,3%. Een simulatie geeft N-VA dan 45 zetels in het Vlaams Parlement, en Vlaams Belang 14 zetels. Dat maakt samen 59 zetels op de 124, weliswaar vier te kort voor een absolute meerderheid, maar CD&V, sp.a, Open Vld en Groen komen in die simulatie samen ook maar aan 64 zetels. En amper twee zetels overschot voor zo'n bonte regering is niet bepaald comfortabel. Zelfs als de traditionele partijen de Franstalige(n) van UF mee in de Vlaamse Regering zouden opnemen –Christian van Eyken als Vlaams Minister van Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur en Vlaamse Rand, iemand?– wens ik hen veel geluk toe om de legislatuur van vijf jaar vol te maken zonder al te veel brokken. Eén personeelsprobleem dat uitdraait op een onafhankelijk parlementslid in het Vlaams Parlement volstaat dan om de poppen aan het dansen te krijgen.

Incontournable en incontournable

Overigens is deze hele discussie over het aantal procenten dat de N-VA dient te halen om haar wil aan de Franstaligen te kunnen opdringen bijzonder surrealistisch. De PS haalde immers bij de federale verkiezingen van 2010 niet meer dan 36,8% van de stemmen in het kleinere landsdeel van België, en kan vandaag toch over heel België almachtig de plak zwaaien via de federale regering. Waarom zou dan een partij die in 2014 veertig procent van de stemmen haalt in het grotere landsdeel van België dan haar wil niet kunnen opleggen aan de Franstaligen? Of dat zelfs niet mogen proberen te doen?

Recept voor een overwinningsnederlaag

Maar over peilingen gesproken: Geert Bourgeois had al meteen het ongeluk dat zijn interview gepubliceerd werd op precies dezelfde dag als een peiling in Het Laatste Nieuws. En met 33,8% bleef de N-VA natuurlijk ver onder de veertig procent steken, ook al betekent het nog steeds een forse vooruitgang van een dikke vijf procent vergeleken met de laatste federale verkiezingen van 2010. En dit weekend was het alweer prijs, deze keer met een peiling van Le Soir waarin de partij «slechts» 33,6% haalde. Je kan je trouwens afvragen waar Geert Bourgeois het cijfer van veertig procent vandaan haalde, want tot nu toe bedraagt de absolute maximumscore van zijn partij in de peilingen zeggen en schrijven… 40,1% (La Libre Belgique in septeber 2012). Zelfs voor iemand die nog in opiniepeilingen gelooft –en wie doet dat nog?– en er dan nog een dikke schep optimisme bovenop doet klinkt veertig procent nog steeds bijzonder overmoedig.

Laat ons daarom hopen dat Geert Bourgeois verleden week door Bart de Wever eens goed de levieten gelezen werd, en dan niet omwille van zijn standpunt over Vlaamse onafhankelijkheid. Een overwinning verandert immers snel in een overwinningsnederlaag als de lat op voorhand te hoog gelegd wordt. En daarbij is het natuurlijk één ding als «de peilingen», de media en je tegenstanders je lat zo hoog duwen dat je er onmogelijk nog over kan. Maar als je eigen kopstukken in interviews hun hoofd verliezen en de lat op astronomische hoogte leggen, dan moet je op de verkiezingsavond geen calimeroschelp meer op je hoofd trachten te plaatsen.

Pijlen eindelijk op de juiste vijand gericht?

Maar het is niet allemaal kommer en kwel in het V-kamp. De laatste weken lijkt het er immers op dat de N-VA met haar aanval op het ACW (en dus ook de CD&V) eindelijk de juiste vijand gevonden heeft. Het is trouwens ook al weer een tijdje geleden dat Bart de Wever in een interview nog eens erkenning opeiste voor de manier waarop hij het Vlaams Belang heeft teruggedrongen. Zou het kunnen dat men bij de N-VA eindelijk begrepen heeft dat het voor haar veel belangrijker is kiezers weg te halen bij CD&V en Open Vld dan Vlaams Belang? Dat is immers de enige manier om in Vlaanderen echt incontournable te worden, want een uitwisseling van kiezers tussen N-VA en Vlaams Belang zet wat dat betreft echt geen zoden aan de dijk.

Meer zelfs, als de N-VA het Vlaams Belang zozeer uitzuigt dat voor die laatste partij de kiesdrempel in zicht begint te komen, dan kan ze een V-meerderheid in het Vlaams Parlement meteen vergeten. Een overdonderende veertig procent zal daar dan niet veel aan helpen. Zolang de traditionele partijen, al dan niet aangevuld met de nuttige idioten van Groen, in het Vlaams Parlement aan een voldoende comfortabele meerderheid geraken kan je er immers gif op innemen dat zowel Di Rupo II als Peeters III in een mum van tijd op de rails gezet zullen worden. Het is dan maar de vraag wat er in 2019 nog over zal schieten van die N-VA.

Dit artikel verscheen op 27 maart 2013 in 't Pallieterke.

zondag, maart 17, 2013

Een slechte peiling met een nog slechtere berichtgeving

Zaterdag publiceerde de krant Het Laatste Nieuws voor het eerst sedert lang nog eens de resultaten van een eigen peiling. Met een foutenmarge van meer dan drie procent kan je je afvragen waarom die resultaten nog met cijfers na de komma weergegeven worden, maar ook de teneur van de berichtgeving was opmerkelijk. Wie zou immers zelfs nog maar drie jaar geleden 15% voor de CD&V een goed resultaat genoemd hebben, en 33% voor de N-VA slecht?

«CD&V beperkt de schade,» aldus Het Laatste Nieuws, want met nog steeds 15% van de stemmen zou de partij relatief weinig stemmen verliezen ondanks alle perikelen rond het ACW. De krant gaat daarmee wel voorbij aan het feit dat met een foutenmarge van meer dan drie procent de partij net zo goed op nog maar 12% zou kunnen staan, of anderzijds tegenover 2010 zelfs vooruit zou kunnen gaan tot ruim 18%. Of nog: is de peiling op zich weinig betrouwbaar omwille van zowel de kleinschaligheid als de eenmaligheid ervan, dan is de berichtgeving erover zo mogelijk nog bedroevender.

Dat neemt natuurlijk niet weg dat we toch graag een vlieg zouden geweest zijn op de muur van een bepaald huis in Leopoldsburg. Wouter Beke verkondigt immers sedert de verkiezingen van verleden jaar dat het ultieme bewijs geleverd werd dat hij niet meer in peilingen hoeft te geloven, want zijn partij deed het toch zoveel beter bij de enige peiling die echt telt, namelijk de verkiezingen. We zouden ons in zijn plaats toch een pak meer zorgen maken, of toch alleszins binnenskamers, want de tijd dat de CD&V nog eens boven de twintig procent afklokte in een peiling ligt ondertussen alweer een paar jaren achter ons.

Een partij die het naar het schijnt nogal slecht deed in deze peiling is de N-VA. Ook hier willen we de zaken toch even in perspectief plaatsen. Om maar iets te zeggen: bij de vorige peiling van Het Laatste Nieuws –op 3 juni 2009 om precies te zijn– behaalde die partij slechts een schamele 8,3%. Met een score van 33,8% minder dan vier jaar later valt dus best te leven. Maar ook vergeleken met de laatste verkiezingen staat de partij op winst, zelfs als er van de score een foutenmarge af zou moeten. Er zijn niet veel Vlaamse partijen die hetzelfde kunnen zeggen.

Wat van deze peiling toch een slechte peiling voor de N-VA maakt is het interview van De Standaard en Het Nieuwsblad met N-VA-kopstuk Geert Bourgeois, toevallig op dezelfde dag gepubliceerd, en waarin hij zelf nogal weinig strategisch het getal 40% laat vallen. We kunnen deze blunder alleen maar aan overmoed toeschrijven, want tot nu toe overschreed de N-VA slechts éénmaal de kaap van de veertig procent in een peiling. Dat gebeurde in de peiling van La Libre Belgique van 5 september 2012, toen de N-VA zeggen en schrijven… 40,1% haalde. Het laat zich raden dat vanaf nu elk peilingsresultaat voor de N-VA met dit getal vergeleken zal worden, en dat de N-VA bijna zeker in 2014 een zogenaamde «overwinningsnederlaag» tegemoet gaat.

Nu ja, Geert Bourgeois was de enige niet die dit weekend een steek liet vallen. Ook Carl Devos flaterde in zijn reactie op de uitspraken van Geert Bourgeois. De N-VA hoeft immers geen vijftig procent te halen om volledig incontournable te worden: veertig procent kan volstaan, op voorwaarde dat het Vlaams Belang die andere tien procent haalt. En dat dan alleen nog maar in zetels, wat dus ruimte laat voor nog enkele procenten minder. Soms vraag je je toch af of het diploma van politicoloog gewoon uitgedeeld wordt aan iedereen die de moeite doet zich ooit eens bij de juiste faculteit in te schrijven…

Maar over het Vlaams Belang gesproken, die partij doet het in deze peiling wat beter dan in de andere peilingen de laatste tijd. Ook de Open Vld doet het wat beter, terwijl de uitslag voor de sp.a tegenvalt. Over erg grote verschillen gaat het echter niet, en dus valt daar verder eigenlijk niet veel meer over te zeggen. Groen doet het trouwens niet beter of slechter dan in de andere peilingen, en LDD en PVDA worden voor zover we konden zien zelfs niet eens vermeld.

Voor de volledigheid hebben we ook deze keer een simulatie voor de zetelverdeling in het Vlaams Parlement opgesteld. Opnieuw kleurt het halfrond opvallend veel geel-zwart, maar niet voldoende voor een zogenaamde V-meerderheid. Anderzijds blijft een B-meerderheid bijzonder krap, zeker als men dan ook nog eens rekening houdt met het feit dat UF naar alle waarschijnlijkheid ook in 2014 nog één zetel zal weten binnen te halen.

Bijlage: Overzicht van alle peilingen in Vlaanderen sedert 2004 (PDF).

donderdag, september 20, 2012

Nieuwe peilingen bevestigen gekende trends

Vorige week werden we –naar Belgische normen– overspoeld door een reeks peilingen. Na de peiling van La Libre Belgique van drie weken geleden volgde die van Le Soir een week later, en die van De Standaard–VRT verleden vrijdag. Vielen op: het slechte resultaat van de Open Vld, en de hoge scores van de N-VA. In beide gevallen gaat het echter over niets meer dan een bevestiging van de reeks gekende trends.

Carl Devos bekloeg zich verleden zaterdag in zijn wekelijkse opiniebijdrage bij DeRedactie.be onder de titel «“Overpeilingen”» over de peilingen die «gretig over ons heen spoelen», en prijst zich tegelijkertijd gelukkig dat we in Vlaanderen gespaard blijven van een «peilinginflatie» zoals in Nederland. De politicoloog is blijkbaar niet veel gewoon, want zeggen en schrijven drie peilingen in de loop van twee weken is niet bepaald veel om over naar huis te schrijven. In ieder normaal land wordt dat tempo al tijdens de komkommertijd gehaald, wanneer alles op een lager pitje draait. Misschien moet de professor maar eens een stage in het buitenland overwegen, of af en toe op internet eens buiten het .be-domein surfen?

Ander opmerkelijk fenomeen: zelfs na dit kleine golfje aan peilingen blijven de media doen alsof hun eigen peiling de enige echte is. Zo bestaan bijvoorbeeld De Standaard–VRT het de score van de Open Vld in hún peiling af te doen als een absoluut dieptepunt voor die partij, ook al plaatste de peiling van Le Soir een week eerder de partij nog een procentje lager. O ja, wie goed oplet zal zeker het obligate «in onze peiling» telkens terugvinden. Handwerkers hebben ook de gewoonte om je telkens weer op het verkeerde been te zetten met hun nettoprijzen, ook al zal het «plus BTW» natuurlijk nooit ontbreken.

Nu goed, laten we eens naar de resultaten van de peilingen kijken, en de drie peilingen met mekaar vergelijken. N-VA blijft duidelijk verder groeien, ook af te lezen uit de stijgende trend van het vlottend gemiddelde over alle peilingen. Voorlopige topnotering is 40,1% bij Le Soir. Het moet dan ook al heel gek lopen wil de N-VA niet opnieuw veruit als grootste partij van Vlaanderen uit de provincieraadsverkiezingen van 14 oktober komen, maar anderzijds moet toch ook opgemerkt worden dat er een gat van ongeveer vier procent tussen de hoogste en de laagste peiler.

Bij De Standaard klinkt het deze keer in ieder geval dat «N-VA blijft stijgen», ja zelfs «fors». Of neen, zelfs «opnieuw fors». O ja? Spoelen we even zes maanden terug –inderdaad, beste Carl Devos, we schrijven zes maanden sedert de vorige peiling!–, en citeren we voor één keer onszelf, toen we weliswaar gretig citeerden uit de vorige analyses en commentaren bij zowel De Standaard als de VRT:
Citeren we even Peter de Lobel in De Standaard:
Voor het eerst sinds lange tijd zakt de N-VA in een politieke peiling. Van de 35 procent die de partij in oktober scoorde bij de peiling van De Standaard en de VRT, schiet nu nog 33,5 procent over. Een daling van anderhalf procent.
Of Bart Brinckman in dezelfde krant:
Daarbij consolideert de N-VA haar positie op een hoog niveau, de regeringspartijen handhaven zich op een laag peil. Toch lijkt bij de N-VA de rek uit de (overigens spectaculaire) groei.
Over naar de commentator van de VRT:
De N-VA torent met 33,5 procent boven de andere partijen uit. De partij boekt daarmee een winst van 5,3 procent tegenover de verkiezingsuitslag van 2010. Tegenover de vorige peiling, in september 2011, is er wel een verlies van 1,5 procent. De grote opmars van de partij lijkt dus wel op een grens te zijn gestoten.
Het weze voor de lezer duidelijk: bij de N-VA zit de klad er dus fameus in. Of zou het?
Tja. Met de billen bloot zullen we maar zeggen? «Verwacht het onverwachte» is de nieuwe slagzin, pardon, baseline, van «kwaliteitskrant» De Standaard, maar dat de analyses van hun eigen peilingen voor geen millimeter kloppen is niet bepaald onverwacht. Op één punt hebben ze alvast groot gelijk: míj hebben ze nooit om zo'n nieuwe beeslaain gevraagd. Ik zou het waarschijnlijk dan ook eerder in de richting van «huilen met de pet op» gezocht hebben…

Mogen we overigens vermelden dat de reactie van partijvoorzitter Bart de Wever op de peiling van De Standaard–VRT waarschijnlijk één van de meest zinnige is die we de laatste jaren gehoord hebben? Voorzichtig sceptisch, uiteraard, maar de positieve tendens kan je inderdaad niet blijven ontkennen.

De onenigheid tussen de drie peilers kan echter nog groter dan de vier procent voor de N-VA, want voor CD&V bedraagt ze ruim vijf procent. Inderdaad, Le Soir plaatst de partij op 13,4%, een duidelijk verlies tegenover de laatste verkiezingen, terwijl De Standaard–VRT menen dat de partij op winst zit met 18,5%. Dat laatste is echter nog steeds geen goede uitslag voor een partij die ooit absolute meerderheden in Vlaanderen haalde. Maar partijvoorzitter Wouter Beke liet onlangs optekenen dat, in tegenstelling tot zijn collega's Alexander de Croo en Bruno Tobback, hij zich niet van de wijs wil laten brengen door slechte opiniepeilingen. Historisch weten we echter dat zijn partij zich zelfs van slechte verkiezingen weinig of niets aantrekt, en toch vrolijk aan de macht blijft. Vraag is hoeveel jaren dit nog vol te houden valt.

Over de sp.a bestaat veel meer eensgezindheid tussen de drie peilers. De partij blijft al maandenlang onder het resultaat van de laatste verkiezingen, maar het verlies blijft wel beperkt tot minder dan een foutenmarge. Vergeleken met wat andere partijen moeten ondergaan valt dit misschien nog mee, maar anderzijds is het toch merkwaardig dat een socialistische partij in volle financiële crisis niet beter weet te scoren dan een magere dertien–veertien procent. Voeg daar dan bovendien nog eens aan toe dat bijvoorbeeld Johan vande Lanotte de laatste maanden vaak genoeg in de media mocht verschijnen als een soort Redder des Vaderlands die in zijn dooie eentje de gas- en elektriciteitsprijzen tot een lachertje weet te reduceren. Of zou het kunnen dat de modale Vlaming snapt dat hij uiteindelijk niet meer is dan een charlatan en praatjesmaker die op termijn de belastingbetaler nog veel geld zal kosten?

Ook over de Open Vld zijn de drie peilers het redelijk eens. De partij staat op een historisch dieptepunt, en zakt bij Le Soir zelfs onder de psychologische grens van de tien procent. We moeten al terug naar 1946 voor een verkiezingsresultaat dat de liberale partij in Vlaanderen op een nog lager niveau plaatst. De ironie van het lot wil echter dat de verantwoordelijken voor deze puinhoop –het triumviraat Verhofstadt-Dewael-De Gucht– hiervoor vrijuit zal kunnen (blijven) gaan. Karel de Gucht drijft het zelfs zover voor deze slechte resultaten de skalp van partijvoorzitter Alexander de Croo te willen opeisen in bovenstebeste «houdt de dief!»-stijl.

Dat neemt natuurlijk niet weg dat de analyse van Alexander de Croo er ook mijlenver naast zit. Het probleem van de Open Vld is niet dat ze de wind tegen heeft, en harder trappen zal dus ook geen oplossing brengen. De Open Vld is immers vrijwillig in de gracht gaan rijden toen ze al haar principes opgaf om in een regering met de PS te stappen, en dat zelfs bij herhaling. Karel de Gucht weet als ex-voorzitter van de Open Vld trouwens heel precies wat dat allemaal kan betekenen. Wil de Open Vld terug vooruit komen, dan zal ze ook beter moeten doen dan zich afzetten tegenover de N-VA, zoals diezelfde Karel de Gucht nu voorstelt. Dat de N-VA op dit ogenblik bij de modale kiezer als liberaler dan de Open Vld geboekstaafd staat zou toch al een belletje moeten doen rinkelen. En dan zijn er die menen dat Karel de Gucht de intelligentste politicus is van het noordelijke halfrond!

Ook Vlaams Belang blijft slecht scoren, al zijn de huidige resultaten beter dan die van een jaar geleden. De partij wedijvert ondertussen met de Open Vld om de vierde plaats in het Vlaamse politieke landschap, een magere troost aangezien dat vooral aan de slechte resultaten van de Open Vld ligt. De partij blijft in ieder geval consequent onder het niveau van de verkiezingen van 2010 scoren.

Opvallend in de peiling van De Standaard–VRT is de terugval van Groen. Bij die peiler scoort de partij al een tijdje boven de negen procent, maar deze keer zakt de partij terug naar haar niveau van 2010. Op een ogenblik dat de media bol staan van de scheurtjes in de reactorvaten van enkele nucleaire centrales zou je van een ecologistische partij een betere score verwachten.

Over LDD kunnen we kort zijn met de gevatte opmerking die bij De Standaard te lezen viel: «Lijst Dedecker […] wordt stilaan te klein om nog met het blote oog waar te nemen». Pijnlijk.

Een simulatie voor de zetelverdeling levert zowel voor de peiling van Le Soir als De Standaard–VRT een Vlaams Parlement op waarbij de N-VA als dé dominante partij naar voren komt. Opmerkelijk is wel dat de peiling van De Standaard–VRT, in tegenstelling tot die van Le Soir, géén zogenaamde V-meerderheid oplevert. Zo'n meerderheid is dus helemaal nog geen uitgemaakte zaak. Maar zelfs bij De Standaard–VRT lijkt een anti-V-meerderheid van CD&V, sp.a, Open Vld en Groen niet erg werkbaar, zelfs niet met de steun van UF.

Kijken we tot slot nog eens over de taalgrens, dan lijkt het erop dat de MR opnieuw uit een dal lijkt te klimmen. De afsplitsing van het FDF, dat in Wallonië voorlopig nog niet van de grond lijkt te komen, valt dus blijkbaar nog redelijk mee. Combineer dit met een PS die nog steeds op verlies staat, en het is meteen duidelijk waarom de verkiezingsstrijd ten zuiden van de taalgrens iets scherper en ideologischer gevoerd wordt dan in Vlaanderen.

Deze peilingen waren (hoogstwaarschijnlijk) de laatste regionale peilingen vóór de provincieraadsverkiezingen van 14 oktober. De volgende afspraak is dus voor 15 oktober, met een vergelijking van de resultaten voor die provincieraadsverkiezingen met de laatste peilingen, en simulaties voor de zetelverdelingen voor de regionale parlementen.

Bijlage: Overzicht van alle peilingen in Vlaanderen sedert 2004 en Wallonië sedert 2006 (PDF).

zaterdag, september 17, 2011

Quid CD&V?

Er is dus een akkoord over de splitsing van de beruchte kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde. Teksten zijn er voorlopig nog niet, en het valt dus nog af te wachten of er toch niet plots een Franstalig duiveltje zou opduiken wanneer het akkoord op papier gezet moet worden. Het zou trouwens de eerste keer niet zijn dat Elio di Rupo zich aan zoiets zou wagen. Maar wat betekent dit akkoord voor de Vlaamse partijen?

Is het akkoord, of beter, wat we voorlopig te weten zijn gekomen over het akkoord, aanvaardbaar? Het is duidelijk dat het een pak slechter had gekund, maar dat betekent uiteraard nog niet dat dit een goed akkoord is. Dat de Vlaamse Regering een deel van haar bevoegdheden verliest in de Rand is absoluut geen goede zaak, net zoals de oprichting van een –voorlopig– symbolische Hoofdstedelijke Gemeenschap over de oude unitaire provincie Brabant. Die Hoofstedelijke Gemeenschap werd echter wel zo groot gemaakt (en bovendien symmetrisch) dat ze bij een Belgisch scheidingsverhaal niet meer gebruikt kan worden om de staatsgrenzen te verleggen. Ook de Vlaamse toegevingen in de Rand zijn niet van die aard dat ze buitenlanders er zomaar van zouden kunnen overtuigen om in voorkomend geval de Zes aan Wallo-Brux toe te wijzen.

De stelling van Vlaams Belang-voorzitter Bruno Valkeniers dat Vlaanderen een been is kwijtgeraakt bij het trekken van een wijsheidstand gaat daarom volgens mij niet helemaal op. Correcter is misschien dat Vlaanderen inderdaad een wijsheidstand moest laten trekken, en vreesde daarbij een heel been kwijt te raken, maar bij het ontwaken vaststelde dat het uiteindelijk maar een voet mist. Dat is nog altijd een zwaar verlies waarvoor de Vlaamse onderhandelaars vroeg of laat de historische rekening gepresenteerd zullen krijgen, maar waarschijnlijk zal hen dat vandaag weinig kunnen schelen. De reeds klaarstaande dampende borden linzensoep zullen op dit ogenblik trouwens hoe dan ook de meeste aandacht opeisen.

Want laten we het inderdaad maar eens zeggen zoals het is: voor iemand als een Wouter van Besien of een Caroline Gennez is een communautair akkoord altijd mooi meegenomen om mee uit te pakken binnen de partij of in de media, maar eigenlijk is dit een onderwerp dat hen nog kouder laat dan een dame blanche putje winter in Siberië. Meer zelfs, het enige communautaire belang dat hun respectievelijke partijen Groen! en sp.a hebben is een zo lang mogelijk uitstel van het einde van België, eventueel met een bemoeilijking ervan. In die zin had dit akkoord voor hen ongetwijfeld beter gekund met bijvoorbeeld enkele reële bevoegdheden voor die Grootstedelijke Gemeenschap, zodat zij later tegenover separatisten zouden kunnen zwaaien met het vooruitzicht van een zeker verlies van heel de provincie Vlaams-Brabant.

Belangrijkst voor sp.a en Groen! is echter dat er nu –eindelijk– een federale regering gevormd kan worden, en dat de verkiezingen van 2014 niet noodzakelijk communautair getint hoeven te verlopen. En ach, laat het dan zo zijn dat die federale regering amper iets meer dan twee jaar effectief zal kunnen regeren, dan nog zal er hopelijk tijd genoeg zijn om wat extra belastingen te kunnen heffen, en enkele milieuwetjes af te kondigen die het bloed onder de nagels van ieder weldenkend mens kunnen wegpesten. Of misschien kan een minister Eva Brems (door het wegvallen van de N-VA kan Groen! nu aanspraak maken op de zesde federale ministerportefeuille) al enkele voorbereidingen maken voor het volgende grote mensenrecht dat dringend in België ingevoerd moet worden: polygamie naar islamitisch recht. Als de hoofddoek wel moet kunnen als de vrouw daar zelf voor kiest, waarom dan niet de veelwijverij?

Politicologen als o.m. Carl Devos en Dave Sinardet schijnen ervan uit te gaan dat dit akkoord vooral een overwinning voor Wouter Beke en de CD&V is. (Over Open Vld heeft niemand het eigenlijk nog.) Hun stelling is dat CD&V nu heeft aangetoond dat het wél een communautair akkoord kan sluiten dat het land vooruithelpt, daar waar hoofdconcurrent N-VA zo'n akkoord alleen maar tegenhield of bemoeilijkte. Bovendien zou dit akkoord niet zo heel veel verschillen van wat Bart de Wever in zijn nota zélf voorstelde aan Vlaamse toegevingen, waardoor de kritiek van de N-VA op dit akkoord bij het publiek weinig geloofwaardig overkomt. Op termijn zou dit volgens hen zelfs moeten betekenen dat de CD&V een aanzienlijk aantal kiezers terug zou kunnen winnen van de N-VA, omdat zij de waren leverden waar de N-VA-kiezers zo om riepen.

Zij hebben ongetwijfeld gelijk wat betreft het punt dat de N-VA het lastig heeft om veel fundamentele kritiek te uiten op dit akkoord. Maar ik betwijfel het of de CD&V met dit akkoord opnieuw electoraal gelanceerd is. Meer zelfs, door het vertrek van Yves Leterme naar de OESO geeft de partij impliciet haar claim op de Wetstraat 16 op, en zal zij in de volgende federale regering alleen maar een ondergeschikte rol kunnen spelen. Dit kan het relatieve gewicht van Kris Peeters in de partij doen toenemen, maar tegelijk ook voor verwarring zorgen bij de eigen kiezers. Men kan immers moeilijk naar de verkiezingen gaan met een zelfverzekerd Vlaams profiel –wat trouwens meer reclame voor de N-VA dan voor de CD&V zou zijn– als men er net voor gekozen heeft federaal openlijk deurmat te spelen voor de Franstaligen, en dan in het bijzonder de PS. En dit akkoord is hoe dan ook niets om over twee jaar nog mee uit te pakken in een verkiezingscampagne.

De twee politicologen vergissen zich in elk geval zwaar wat betref de toekomst van de CD&V op langere termijn. Een partij die een halve eeuw geleden nog de helft van Vlaanderen achter zich kon verzamelen, en vandaag amper nog een zesde, is gedoemd om op termijn te verdwijnen. Wie de beelden van de viering tien jaar CD&V in Kortrijk zag, begrijpt trouwens waarom. Samen mag dan nog super zijn, het «enerzijds-anderzijds»-etiket dat de partij graag op zichzelf plakt klopt al lang niet meer. De CD&V is vandaag vooral een «noch-noch»-partij: noch links noch rechts, noch N-VA noch sp.a, maar ook noch Vlaams noch Belgisch, en zelfs noch christelijk (laat staan katholiek) noch vrijzinnig. Wat moet je daar dan als kiezer mee?

De tijd is trouwens definitief voorbij dat men de Vlamingen in het Belgisch gareel kan laten lopen aan de hand van een Stockholm-syndroom waar de Kortrijkse CD&V-besjes/militanten duidelijk nog veel last van hadden. Jarenlang kon men Vlaanderen behandelen als een kind dat 's morgens slaag kreeg, 's middags het zelfverdiende geld van de krantenronde moest afgeven aan het morsige broertje, 's avonds brutaal in het eigen bedje verkracht werd, en dan nog eens dacht daar allemaal zeer dankbaar voor te moeten zijn omdat dat allemaal zo nu eenmaal hoorde. Vandaag gaan de jongeren echter net iets te veel op ERASMUS of in het buitenland op vakantie om niet door te hebben dat dit niet de normale toestand is in een land. Want die geroemde meertaligheid van de Vlaming reikt uiteindelijk toch ook niet veel verder dan het door de strot geduwde Frans, voor velen al even positief ervaren als de uitgebreide seksuele ervaring die kinderen in een incestueuze relatie opdoen. Complete nonsens dus, en het staatsmanschap waar men bij de CD&V nog steeds zo gehecht aan is pakt dan ook minder en minder. Een communautair akkoord zal daar niets aan veranderen, en een ondergeschikte rol in een federale regering nog veel minder. Als de partij bij de volgende stembusslag nog steeds een zevende van de kiezers zal weten te bekoren, zal ze al zeer tevreden mogen zijn. De enige echte interessante vraag is daarom ook wie het vacuüm dat de partij nalaat zal weten op te vullen.

In tegenstelling tot wat Carl Devos en Dave Sinardet beweren, was het ook geen strategische fout van de CD&V om in 2004 een kartel met de N-VA aan te gaan. De strategische fout werd gemaakt in 2007, toen de overambitieuze Yves Leterme door zijn ontslag als Vlaams minister-president alle Vlaamse bruggen achter zich verbrandde lang vóór hij veilig en wel in de Wetstraat 16 was aanbeland. Gevolg was een kwakkele regeringsvorming, die uiteindelijk leidde tot de breuk met de N-VA, en daarmee ook een terugval van de aanhang naar het verschrompelende segment in de Vlaamse bevolking dat zijn Stockholm-syndroom nog niet van zich heeft kunnen afleggen. Het is begrijpelijk dat Carl Devos en Dave Sinardet, beiden uitgesproken belgicist en socialist, graag zouden hebben dat morgen tien procent van de N-VA-kiezers terug zou vloeien naar de CD&V, maar jammer genoeg voor hen is dat iets dat alleen in hun dromen zal gebeuren.

zaterdag, juni 11, 2011

Twee peilingen die mekaar relativeren

Gisteren werden de resultaten van twee nieuwe peilingen bekend gemaakt. In de namiddag publiceerden De Standaard en de VRT de resultaten van hun peiling, om enkele uren later gevolgd te worden door La Libre Belgique. Voor sommige partijen bevestigden de twee peilingen mekaar, zoals bijvoorbeeld voor de N-VA, terwijl ze voor andere partijen duidelijk in tegenspraak waren. Het gevolg liet zich dan ook raden: sommige commentatoren, en niet in het minst sp.a-voorzitster Caroline Gennez, werden grondig in hun blootje gezet.

Maandag is het precies een jaar geleden sedert voor het laatst naar de stembus trokken, en het liet zich dan ook raden dat de twee belangrijkste peilers van dit land die verjaardag wouden vieren met een nieuwe peiling. Het enige min of meer verrassende daaraan was misschien dat La Libre Belgique al op vrijdagavond de resultaten van haar peiling bekend maakte. Traditioneel maken De Standaard en de VRT de resultaten van hun peilingen 's vrijdag bekend, zodat zij een heel week-end lang het politieke nieuws kunnen overheersen. La Libre Belgique kiest er gewoonlijk voor de resultaten pas 's zondags bekend te maken, waardoor zij het begin van de werkweek kunnen domineren. Pinksteren doorkruiste ongetwijfeld de plannen van La Libre Belgique, waardoor de publicatie deze keer op vrijdag gebeurde.

Wat leren deze peilingen ons? Aan Vlaamse zijde werd vooral ingezoomd op het resultaat van de N-VA, dat sterk blijft scoren. De partij is ongeveer twee keer zo groot als haar eerste achtervolger, de CD&V, en krijgt de steun van meer dan een derde van de Vlamingen. Vergeleken met haar uitslag voor de Kamer is er een duidelijke vooruitgang, met een winst van maar liefst zeven procent volgens La Libre Belgique. Vergeleken met de resultaten voor de Senaat is de winst minder uitgesproken, maar nog steeds duidelijk een winst.

Deze winst staat eigenlijk in schril contrast met de wind die door de meeste media in Vlaanderen waait. Daar wijst men immers graag met de vinger naar de N-VA als de schuldige voor de huidige politieke impasse. De gretigheid waarmee men N-VA-lid Vic van Aelst aanvalt en blijft aanvallen valt op, en staat niet in verhouding tot de behandeling die bijvoorbeeld sp.a-brombeer Louis Tobback te beurt valt, zoals Peter de Roover eerder deze week ook terecht opmerkte in De Morgen. Het moet echter zijn dat de gemene Vlaming zich daar niet veel van aantrekt, en de partij van Bart de Wever blijft steunen in haar (relatieve) onverzettelijkheid.

Even opvallend is hoe de media zich vervolgens openbaar het hoofd breken om die sterkte van de N-VA te kunnen verklaren, als ging het over onkruid waarvan men dacht dat men het nu toch echt onder controle had gekregen. De troost die men even kon halen uit het «wetenschappelijke» onderzoek dat moest aantonen dat de N-VA-kiezer echt niet wakker lag van het communautaire was slechts van de korte duur. Voor wanneer een onderzoek dat nagaat of echt wel alle kiezers van Groen! tegen kernenergie zijn? En bij de sp.a zit men zelfs geplaagd met voormannen die het partijprogramma niet helemaal willen volgen!

De verklaring voor de goede score van N-VA is echter eenvoudig – misschien iets te eenvoudig voor onze hoogopgeleide journalisten die van alle markten thuis. Zolang de impasse blijft duren, met aan Vlaamse zijde alle aandacht op de N-VA gericht, tot zelfs op de hoogdag van een andere partij toe, zonder ook al te veel flaters van de zijde van de N-VA, hoeft het niet te verbazen dat nogal wat Vlamingen spontaan aan de N-VA denken als hen gevraagd wordt voor welke partij zij vandaag zouden stemmen. Voeg daar nog bij dat de N-VA voorlopig nog steeds van twee walletjes tegelijk kan eten, omdat ze met één been in de regering zit en compromissen zoekt en aanreikt, terwijl ze het andere stijf in de oppositie houdt. Net zoals de kat van Schrödinger, zowel springlevend als morsdood zolang de doos maar niet geopend wordt, zal pas blijken hoeveel aanhang die partij werkelijk nog heeft, wanneer ze de ultieme keuze moet maken, of de ultieme keuze in haar plaats genomen zal worden: een nieuwe regering met of zonder de N-VA, of eventueel verkiezingen. In het ene geval zouden een aantal kiezers terug kunnen vloeien naar het Vlaams Belang, in het andere naar CD&V en Open Vld.

Hoe zit het met de andere partijen? De CD&V blijft zweven rond het resultaat van verleden jaar. Voor de drie achtervolgers sp.a, Open Vld en Vlaams Belang is de tendens lichtjes negatief, maar voor geen één van de partijen is er een echt significant verschil. De enige die zich op negatieve wijze liet opmerken, was sp.a-voorzitster Caroline Gennez, die, zoals we reeds opmerkten, grondig in haar blootje werd gezet. Zoals Carl Devos het deze morgen ook opmerkte in zijn opiniestuk: de opdeling van partijen die zij in een reactie op de peiling van De Standaard en de VRT maakte, slaat werkelijk nergens op. Haar partij staat immers wiskundig gezien dichter bij de Open Vld dan bij CD&V, maar toch meende zij een gat van maar liefst vijf procent te kunnen zien tussen haar partij (rond de vijftien procent) en die van Alexander de Croo (rond de tien procent). Om het compleet te maken volgden enkele uren later dan de resultaten van de peiling van La Libre Belgique, die haar partij zelfs nipt áchter de Open Vld plaatste. Caroline Gennez is politiek nooit een groot licht geweest, maar wiskundig en statistisch doet zij vooral aan een groot zwart gat denken.

Het was trouwens niet de enige flater van Caroline Gennez. Zo zag zij een verdere versnippering van het Vlaamse partijlandschap, en dat op een ogenblik dat één partij een recordscore haalt, en een andere – de LDD – virtueel uit het terrein verdwijnt. In mijn woordenboek is dat eerder een consolidatie dan een versnippering, maar het valt natuurlijk niet uit te sluiten dat de blik van de sp.a-voorzitster enigszins vertroebeld wordt door de recente afscheuring van Rood!. En de positieve tendens van Groen!, al was dat laatste ook al maar in één van de twee peilingen. Wie echter de sp.a-voorzitster zoveel klinkklare nonsens hoort uitbraken op zo korte tijd, kan zich afvragen wat haar mening dan wel waard zou zijn over, ik zeg maar wat, de financieringswet, de indexatie, de pensioenleeftijd, of wat dan ook waar getalletjes met meer dan één cijfertje aan te pas komen.

De eerlijkheid gebiedt ons wel te vermelden dat Caroline Gennez de enige niet was die gisterenavond flaterde. De VRT pakte immers uit met de titel «N-VA geniet meer steun dan ooit in VRT-peiling», terwijl journalist Ivan de Vadder een gelijkaardige opmerking maakte op Twitter. Nochtans scoorde de partij zes maanden geleden even hoog, of voor wie er de details wil bijhalen, zelfs 0,1% hoger dan vandaag. Wie de grafiek van de VRT vergelijkt met het artikel van De Standaard zes maanden geleden, zal onmiddellijk dat ene, kleine verschilletje opmerken… Correctie: Het was De Standaard die er zes maanden geleden in slaagde de resultaten van haar eigen peiling fout weer te geven.

Het is echter goed even stil te staan bij de resultaten van de Open Vld. Wie de resultaten van deze twee peilingen vergelijkt met de resultaten van drie maanden geleden, ziet hoe de partij haasje-over speelt met zichzelf, zowel in de tijd als tussen de twee peilers door. Qua relativering van de waarde van beide peilingen kan dit wel tellen. Misschien kan Caroline Gennez er ook lering uit trekken dat het gevaarlijk is al te straffe uitspraken te doen over de resultaten van één enkele peiling.

Ook over de uitslag van Groen! kunnen enkele interessante opmerkingen gemaakt worden. In de ene peiling zet de partij een topscore neer, terwijl de andere haar opnieuw richting de kiesdrempel stuurt. De vraag is dan ook: waait er ook door Vlaanderen een groen briesje dankzij Fukushima, want van een superwinst is er voorlopig nog geen sprake? Of blijft de partij niet meer dan een drukkingsgroep aan de linkerzijde, met een harde maar stabiele kern van kiezers?

Ondergetekende voerde voor beide peilingen een simulatie voor de zetelverdeling in het Vlaams Parlement uit. (Waarom doen de peilers dat nooit zelf?) Echt veel verschillen de resultaten niet van mekaar, maar de peiling van La Libre Belgique levert misschien wel het interessantste resultaat op. Volgens die simulatie hebben nu niet alleen N-VA en CD&V en N-VA en sp.a virtueel een meerderheid in het Vlaams Parlement, maar ook N-VA en Open Vld. Bovendien komen N-VA en Vlaams Belang maar een zetel te kort om net de helft van de zeteltjes te kunnen bezetten. De dominantie van de N-VA in Vlaanderen wordt hiermee duidelijk geïllustreerd. Merk trouwens ook op dat LDD volledig uit het Vlaams Parlement zou verdwijnen, en dus ook in West-Vlaanderen geen zetel meer zou halen.

Over naar de Franstalige partijen, waar veel aandacht ging naar het resultaat van de PS. Die partij herstelt zich lichtjes vergeleken met de vorige peiling van La Libre Belgique, maar vergeleken met de vorige verkiezingen is er alleen maar sprake van een status quo. Het is daarmee duidelijk Elio di Rupo minder kan profiteren van de politieke stilstand dan zijn tegenhanger Bart de Wever. Benieuwd of dit ook gevolgen zal hebben voor de regeringsonderhandelingen.

Grote concurrent MR gaat in deze peiling lichtjes achteruit, zowel tegenover de vorige peiling als de vorige verkiezingen. Van enig Charles Michel-effect is er voorlopig dan ook geen sprake. De cdH herstelt zich tegenover de vorige peiling, maar blijft onder haar resultaat van verleden jaar, terwijl Ecolo nagenoeg status quo blijft.

Bij het resultaat van het Front National stonden we verleden keer al even stil, en de partij bevestigt haar uitslag van verleden keer. Het meest merkwaardige is misschien nog wel dat hierover in de media nog steeds geen woord te lezen viel – zelfs nog geen verontruste echo.

Bijlage: Overzicht van alle peilingen in Vlaanderen sedert 2004 en Wallonië sedert 2006 (PDF).

zondag, mei 15, 2011

N-VA liet broek andermaal zakken, maar voor PS moet ze helemaal uit

In het gekrakeel rond de brief van Elio di Rupo ging het een beetje verloren, maar de Vlaamse toegevingen waarvan gewag wordt gemaakt in de berichten over de nota–Beke zijn eigenlijk niets anders dan hallucinant te noemen. Het lijstje dat De Standaard publiceerde wijkt amper af van het lijstje dat Le Soir eerder al weergaf, en laat daarom het ergste vermoeden.

In zijn opiniestuk «A brief too far» haalde Carl Devos nog eens de precieze reden aan waarom Elio di Rupo eerder deze week Wouter Bekes voorstel tot hervorming van de financieringswet afschoot. Uit een tabel bleek dat het Waals en het Brussels Gewest volgens dat voorstel tegen 2025 zo'n 0,03% van het BBP zou verliezen, terwijl Vlaanderen ongeveer 0,18% zou winnen. Het lijkt een miniem verlies, maar aangezien Elio di Rupo erop staat dat «zijn» gewesten geen euro mogen verarmen, volgde er een onverbiddelijk njet. (En hij voegde er net niet aan toe dat dit alweer bewees dat de N-VA niet bereid is tot een compromis.)

Het is echter jammer dat Carl Devos, of enig ander commentator of medium dan ook, dat cijfer niet wat concreter heeft ingevuld. Om het even in euro's uit te drukken: ik vermoed dat 0,03% van het BBP betekent dat het Waals en het Brussels Gewest iets van een honderd miljoen euro zou verliezen. In 2025. Als we daar de jaarlijkse overdrachten van Vlaanderen naar Brussel en Wallonië tegenover plaatsen, en we nemen daar de meest recente cijfers van de studiegroep VIVES voor, dan zouden die – tegen 2025 dus – teruggeschroefd worden van 11 miljard euro naar… 10,9 miljard euro.

Voor een goed begrip: het zijn de Vlamingen die in de Belgische federatie de onverbeterlijke egoïsten zijn, en als bekrompen mensen de Franstaligen niet gunnen dat de zon ook bij hen eens in het water schijnt. Als we de overdrachten van Noord naar Zuid accumuleren van de laatste eeuwwisseling tot dat beruchte jaar 2025, dan zullen die egoïstische Vlamingen echter wel een KWART BILJOEN EURO uit hun portefeuille hebben zien verdwijnen, of om het in oude Belgische franken uit te drukken: TIEN BILJOEN FRANK. Niet moeilijk dat Elio di Rupo een vlammende brief schreef toen bleek dat met het voorstel dat Wouter Beke op tafel gelegd had dat bedrag gereduceerd zou worden tot misschien maar 249 miljard euro. Als het effect tenminste tien jaar zou gelden.

A propos, heeft iemand het adres van die superintellectuelen die beweren dat de Sociale Zekerheid toch maar best federaal blijft, in het belang van Vlaanderen? Zij beweren immers dat de vergrijzing er eerder vroeg dan laat er voor zal zorgen dat de geldstromen zullen omdraaien, en het zou daarom interessant zijn te weten wat zij van die brief van Elio di Rupo vinden. Doch dit terzijde.

De brief van Elio di Rupo mag dan wel ergerlijk zijn, en volgens sommigen een strategische blunder, mij verbaast het nog het meest dat Bart de Wever niet óók een brief geschreven heeft. Laten we immers een kat eens een kat noemen: een hervorming van de financieringswet die zo'n groot verschil oplevert dat ze over vijftien jaar nog steeds in de afronding na de komma verdwijnt, dat kan je toch bezwaarlijk een systemische staatshervorming noemen. Zoiets is zelfs geen kleine staatshervorming, maar niet meer of niet minder dan een status quo. Hoe was Bart de Wever van plan dit aan zijn achterban te verkopen? Want als de voorstellen in de nota–Beke maar een heel mager beestje – een dode mus? – blijken te zijn voor de financieringswet, dan is al het helemaal huilen met de pet op wat betreft de constitutionele hervormingen.

Ga het immers maar na: De Standaard noemt de voorgestelde splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde dan wel een «vrij ‘nette’ splitsing», maar zo «net» is die uiteindelijk niet. Met onder andere (dus meer dan alleen maar) inschrijvingsrechten voor de Franstaligen in de Zes is die splitsing niet meer dan een symbolische splitsing, en gaan er in de praktijk weinig Franstalige stemmen verloren. De rondzendbrief–Peeters wordt ingetrokken, en Franstaligen hoeven zich volgens De Standaard nog slechts om de zes jaar, daar waar Le Soir slechts durfde te hopen op vier, te registreren als Franstaligen in hun gemeente. Bovendien zou de benoeming van de burgemeesters in de Zes «versoepeld» worden, lees: de bevoegdheid van de Vlaamse regering wordt verder beknot. Op papier blijven de zes faciliteitengemeenten in de Vlaamse Rand dus nog steeds deel uitmaken van het Vlaamse Gewest, maar je moet stilaan al hard beginnen nadenken om nog een beleidsdomein te vinden waarin het Vlaamse Gewest (of de Vlaamse Gemeenschap) in die gemeenten haar bevoegdheid nog ten volle mag uitoefenen. Of zelfs nog maar voor de helft.

Want het houdt nog niet op. Brussel zou inspraak krijgen in het beleid rond de op- en de afritten van de Brusselse ring die op Vlaams grondgebied liggen. Het is eigenlijk maar een detail vergeleken met de «metropolitane gemeenschap» die opnieuw opduikt. Het feit alleen al dat het ding nog steeds alleen maar een Franstalige naam draagt, in plaats van het correcte Nederlandse «grootstedelijke gemeenschap» te gebruiken, bewijst dat het hier wel degelijk over een Brussels-Franstalig project gaat. Enige bedoeling van dat project: nog maar eens een pak extra Franstalige tentakels over Vlaams-Brabant spreiden om bij een eventuele splitsing van België zoveel mogelijk aanspraken te kunnen maken op delen van Vlaams-Brabant. Want ga het in het buitenland maar eens uitleggen dat Vlaams-Brabant integraal deel uitmaakt van Vlaanderen, als Brussel er overal zijn zegje mag hebben over trein- en busregelingen, inplanting van wegen en infrastructuur, en wat weet ik nog allemaal.

Als ik dit allemaal overloop, dan kan ik mij alleen maar afvragen welke zichzelf respecterende natie zoiets zou aanvaarden? Want vergeet het maar dat die grootstedelijke gemeenschap ook iets te zeggen zou krijgen in enkele Waals-Brabantse gemeenten. Of dat Vlaanderen via die grootstedelijke gemeenschap zelfs nog maar iets in Brussel te zeggen zou krijgen. Als er aan die staatshervorming uit de nota–Beke iets systemisch is, dan wel dat Vlaanderen in ruil voor een symbolische splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde en een symbolische hervorming van de financieringswet alweer een pak fundamentele toegevingen doet aan de Franstaligen. Bart de Wever mag me altijd komen vertellen dat het niet waar is, maar mijn indruk is dat de N-VA de broek deze keer ferm heeft laten zakken. Was het niet dat de PS vindt dat ze helemaal uit moet, en dat de N-VA ook voorover moet buigen, dan had ik graag gezien hoe N-VA-voorzitter deze voorstellen op een partijcongres en aan de rest van de Vlaamse Beweging verdedigd zou hebben, vooral dan in het licht van de gekende Baert-doctrine.

Tot slot nog dit: dat er in de Vlaamse media zo «sereen» bericht wordt over die nota–Beke, is geen toeval. Hoe meer heisa over die brief van Elio di Rupo, hoe meer de bevolking misschien de indruk zou kunnen krijgen dat die nota–Beke een stevig Vlaams eisenpakket zou inhouden, zo lijkt men wel te hopen. Over schuldig verzuim gaat het dus niet, maar opgezet spel. Bart Sturtewagen van De Standaard liet deze morgen wat dat betreft even in zijn zieltje kijken, en de volgende passage wil ik mijn lezers zeker niet onthouden:
Niet zoveel Vlamingen zijn in staat zelf te beoordelen wanneer een communautair vergelijk eerbaar is. Die afweging is complex en technisch. Daarom is het belang van symboliek zo groot. En daarom kan de symboliek van een knieval voor de PS niet met rationele argumenten worden gecounterd.
Het moet toch vreselijk zijn voor zo'n intelligent mens als hem om te leven in een land vol boerenkinkels die al bijna omver vallen als ze tot tien moeten tellen. Het is daarom goed dat een kwaliteitskrant als De Standaard niet te diep ingaat op het voorstel van Wouter Beke om de financieringswet te hervormen, en er bijvoorbeeld ook voor kiest om de pseudo-splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde snel en beknopt af te handelen als een «vrij ‘nette’ splitsing». Veel te complex en technische. Maar wel eerbaar. Bart de Wever zal dus alvast niet hoeven te vrezen voor al te veel flamingant weerwerk vanuit Groot-Bijgaarden als hij alsnog zou besluiten de broek helemaal te laten zakken.

zaterdag, december 12, 2009

Het ene belangenconflict is het andere niet...

Joëlle MilquetFederaal minister van Werk Joëlle Milquet is «verontwaardigd» en waarschuwt voor een «groot politiek probleem» omdat de Vlaamse Regering overweegt een belangenconflict in te dienen tegen één van haar activeringsmaatregelen. In het beste geval heeft die maatregel in Vlaanderen alleen maar het effect dat er veel geld uit het raam gesmeten wordt, en bovendien heeft de minister zelfs niet eens de moeite gedaan om te antwoorden op de tegenvoorstellen van de Vlaamse regering. Een belangenconflict is dan ook niet meer dan terecht is. Niettemin noemt zij, als één van de breinen achter het Franstalige seriebelangenconflict tegen de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde, een Vlaams belangenconflict «contraproductief en agressief».

Contraproductief en agressief dus. Het Franstalige seriebelangenconflict tegen de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde, waarvan één zelfs gestemd in het parlement van de Duitstalige gemeenschap dat er noch van ver noch van dichtbij een belang bij verloren heeft, moet dienen om een «onderhandelde» oplossing te vinden. En dient dus het algemene belang, aldus zowel Franstaligen als Duitstaligen. Wanneer de Vlaamse regering echter overweegt één enkel belangenconflict in te dienen tegen een maatregel van een federaal minister die niet eens naar de opmerkingen van diezelfde Vlaamse regering wil luisteren, is het kot te klein. Of vreest zij soms dat zowel het Vlaamse gewest als de Vlaamse gemeenschap, en vervolgens ook de Vlaamse gemeenschap in Brussel ieder om de beurt haar activeringsmaatregel zullen stilleggen, telkens voor 120 dagen plus alle mogelijke en onmogelijke vakanties en officiële feestdagen om de boel zo lang mogelijk te rekken? Zoals Carl Devos in zijn zaterdags commentaarstuk opmerkt: het ene belangenconflict is blijkbaar het andere niet. Ik zou er zelfs nog aan willen toevoegen: het ene belangenconflict is blijkbaar de vier, straks vijf, andere niet…

Of de Vlaamse regering daadwerkelijk een belangenconflict indient, valt natuurlijk nog af te wachten. De Vlaamse minister van Werk, Philippe Muyters, schijnt daar alvast van uit te gaan, en voor zijn partij zou een belangenconflict ongetwijfeld welkom zijn. Dat ligt natuurlijk anders voor minister-president Kris Peeters, die al probeerde de gemoederen te bedaren, zoals dat dan heet. Veel indruk maakte dat niet op Joëlle Milquet, die overigens perfect weet hoe ze haar spel van chantage dient te spelen. Zij liet zich in haar reactie immers ontvallen te hopen dat de CD&V, de partij van Kris Peeters dus, «de Vlaamse regering tot rede kan brengen». Meteen zit Kris Peeters geprangd tussen enerzijds zijn coalitiepartner in de Vlaamse regering, de N-VA, én zijn eigen Vlaams regeerakkoord, en anderzijds zijn eigen partij die de laatste maanden al duidelijk aangetoond heeft voor het federale belang te kiezen wanneer puntje bij paaltje komt.

Overigens is de activeringsmaatregel niet het enige punt waarover de Vlaamse regering in de knoop ligt met federaal minister van Werk Joëlle Milquet. Zij wil namelijk ook een vormingsfonds oprichten en onderbrengen bij de federale Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA), hoewel opleiding en vorming bij uitstek gewestelijke bevoegdheden zijn. En eigenlijk bevat zowat elke maatregel van haar hand wel op één of andere wijze een bevoegdheidsoverschrijding. Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Laurette Onkelinx is trouwens vaak in hetzelfde bedje ziek(!). Beide dames geven overigens sterk de indruk dat zij voor een bevoegdheidsoverschrijding meer of minder hun hand niet omdraaien, en, toeval of niet, vaker dan gemiddeld in het nadeel van Vlaanderen. Wie zei daar ook al weer dat er minder conflicten in de wereld zouden zijn met meer vrouwen aan de macht?

Theoretisch is het natuurlijk altijd mogelijk dat Joëlle Milquet tegen komende woensdag zou inbinden, of dat een eerbaar compromis gevonden zou kunnen worden dat tegemoet komt aan de Vlaamse verzuchtingen. Als dat echter niet gebeurt, wordt het interessant om te zien of de CD&V kiest voor het federale belang en de N-VA onder druk zet, dan wel in het Vlaams parlement een belangenconflict laat stemmen. Dat laatste zou meteen betekenen dat er al een ferm pak roet in het eten van Jean-Luc Dehaene komt, nog voor hij goed en wel aan zijn «onderhandelingen» is kunnen beginnen. Joëlle Milquet liet in haar reactie al duidelijk verstaan dat een Vlaams belangenconflict volgens haar even erg is als raken aan het une et indivisible Brussel-Halle-Vilvoorde. Dat is natuurlijk de wereld op z'n kop – hoewel, in beide gevallen gaat het natuurlijk wel degelijk over Franstaligen die zich weigeren neer te leggen bij de logica van het federale België.

Voor de N-VA zou een Vlaams belangenconflict echter bijzonder welgekomen zijn. Dat neemt niet weg dat het veel te laat komt, of beter gezegd: dat er veel eerder al een ander belangenconflict ingediend had moeten worden, namelijk één tegen de federale begroting. Toegegeven, haalbaar was zo'n belangenconflict nooit, maar toch stapte de partij bijzonder licht over dat punt van het Vlaamse regeerakkoord dat deze zomer nog als één van de lepels suiker moest dienen bij de eigen achterban. De beruchte Maddens-doctrine, voor wie het zich nog herinnert… Helemaal lekker ligt die zaak toch niet bij een deel van het electoraat waar de partij haar stemmen haalt. Aan de échte lakmoesproef voor het nut van de deelname van de N-VA in de Vlaamse regering zijn we echter nog niet toe. Die zal er pas komen wanneer de reeks belangenconflicten over Brussel-Halle-Vilvoorde finaal afgelopen zullen zijn, en pas dan zullen we weten wat de N-VA in de Vlaamse regering echt waard is.

zaterdag, augustus 01, 2009

Naar een tsjevenoplossing voor Brussel-Halle-Vilvoorde?

Recent is in federale en belgicistische kringen de hoop ontstaan dat er alsnog iets mogelijk zou zijn rond de staatshervorming en het beruchte dossier Brussel-Halle-Vilvoorde vóór de verkiezingen van 2011. Eerste Minister Herman van Rompuy liet zich in ieder geval in die zin uit in een interview met De Morgen, snel opgevolgd door Senaatsvoorzitter Armand De Decker in diezelfde krant. Waar is die hoop op gebaseerd, en is ze gewettigd?

In het interview legt Herman van Rompuy uit dat er voor de zomer van 2010 een oplossing moet komen voor het probleem Brussel-Halle-Vilvoorde, want anders zouden de communautaire problemen het Belgische voorzitterschap van de Europese Unie wel eens kunnen doorkruisen. Bovendien ziet hij ook mogelijkheden voor een staatshervorming, maar die zou dan wel in stappen uitgevoerd moeten worden. Dat een eerste stap reeds meer dan een jaar geleden uitgevoerd had moeten zijn –de zogenaamde «borrelnootjes» voor de N-VA– schijnt de Eerste Minister ondertussen wel al vergeten te zijn. Senaatsvoorzitter Armand De Decker, die blijkbaar graag ook nog eens in de pers kwam, volgde de Eerste Minister onmiddellijk op door te stellen dat hij verwacht dat reeds voor het einde van het jaar een akkoord over Brussel-Halle-Vilvoorde bereikt zou kunnen worden. Bovendien zouden de Franstaligen bereid zijn met de Vlamingen over een staatshervorming te praten, in het bijzonder justitie en kinderbijslag.

Kinderbijslag? Het is merkwaardig dat de Vlaamse pers dit bericht zomaar plaatste zonder enige kanttekening, want precies het dossier van de kinderbijslag is toch wel bijzonder. Een bijkomende Vlaamse kinderbijslag was immers een eis van de N-VA om in een Vlaamse regering te stappen, maar… hoewel die bijkomende kinderbijslag volledig binnen de bevoegdheden van de Vlaamse Regering lag, verzetten de Franstaligen er zich tegen, met Joëlle Milquet en Elio di Rupo op kop. Je zou je afvragen of men in Franstalig België soms niets beters te doen heeft dan zich te bemoeien met interne Vlaamse aangelegenheden, maar het ironische is dat die Vlaamse aanvullende kinderbijslag wel degelijk iets is waar de Franstaligen zich zorgen over dienen te maken. Maar het is dus jammer dat de Vlaamse pers die analyse niet maakte, en verder naliet te preciseren of de geciteerde opmerking van hierboven nu betekende dat de Franstaligen dan toch zullen toelaten dat de Vlaamse Regering haar bevoegdheden volledig uitoefent, zonder haar beleidsmaatregelen eerst te moeten voorleggen aan een of andere Franstalige jury. Als dit het soort van staatshervorming is waar Herman van Rompuy en Armand de Decker denken de Vlamingen mee te kunnen paaien, zegt dit vooral veel over de kwaliteit van onderhandelaars die ze aan Vlaamse kant verwachten aan te treffen.

En het is natuurlijk precies daar dat het probleem zit. Wie zal de Vlamingen nog willen vertegenwoordigen aan de communautaire onderhandelingstafel? Kris Peeters gelooft nog steeds in de gemeenschapsdialoog, ook al werd en wordt die nadrukkelijk afgewezen door de Franstaligen. Het valt af te wachten of hij zelfs nog maar binnen zijn eigen regering zoveel steun zal kunnen vinden voor die gemeenschapsdialoog, met een N-VA die onder leiding van Bart de Wever de zogenaamde Maddens-doctrine belijdt. Verder is er nog de sp.a, die er geen enkel belang bij heeft dat welke staatshervorming dan ook zou slagen, laat staan dat ze er überhaupt al enige interesse voor zou hebben. Integendeel zelfs, nu Frank Vandenbroucke ingeruild werd voor een Pascal Smet. Blijven nog de federale regeringspartners over, met name de CD&V en de Open Vld, en het is duidelijk dat onderhandelingen over Brussel-Halle-Vilvoorde en de staatshervorming voor Vlaanderen niet veel goeds zullen kunnen brengen. De opmerking van Steven Vanackere in Knack dat het dossier alleen maar opgelost zou raken door er zoveel mogelijk over te zwijgen was ook al niet van die aard om veel vertrouwen op te wekken.

Wat de Open Vld betreft kunnen we trouwens kort zijn. De recentelijke affaire rond asiel en migratie illustreerde goed wat de agenda is van de top van de partij: er op federaal niveau bij zijn, koste wat het kost. Wat voor vlees we in de kuip hebben met Annemie Turtelboom werd pijnlijk duidelijk, toen ze voor de keuze gesteld werd ofwel de Franstalige oekazes volledig te slikken, ofwel ontslag genomen te worden, ofwel een bord linzensoep te gaan verorberen op het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Verder is een Guy Vanhengel er de man niet naar om de Vlaamse zaak, of welke zaak dan ook te verdedigen, als hij maar ergens minister mag spelen. Wat dat betreft zit de partij dus volledig in de binnenzak van de Franstaligen, meer zelfs, de partij bestaat het zelf toegevingen van de Vlamingen te eisen voor een nieuwe staatshervorming.

Bij de CD&V daarentegen zal men alle truken van de foor gebruiken om het verraad van de partij tegenover haar kiezers en de Vlaamse bevolking te verpakken als een stap vooruit, een teken van moed , het opnemen van de verantwoordelijkheid, afijn, de lezer kent het tsjevenvocabularium ongetwijfeld zelf ook goed genoeg. Waarschijnlijk is men nu al bezig één of ander te bekokstoven, waarna men een ledencongres in het begin van 2010 voor het blok zal plaatsen, met de keuze enerzijds tussen de val van de federale regering (en al het gezichtsverlies dat dat meebrengt in verband met het EU-voorzitterschap) waardoor Brussel-Halle-Vilvoorde trouwens hoe dan ook niet meer gesplitst kan worden, het avontuur om naar nieuwe verkiezingen te gaan met de huidige kieskringen, of anderzijds een oplossing die met de dood in het hart goedgekeurd zal worden. Met de dood in het hart? Er zal op dat ledencongres geapplaudisseerd worden, tot de handen er pijn van doen, voor zoveel moed en doortastendheid van de partijleiding, want zo gaat dat nu eenmaal wanneer men verraad pleegt.

Hoe de oplossing er precies zal uitzien valt moeilijk in te schatten. Eén mogelijkheid is een terugkeer naar de oude arrondissementen, al lijkt de hinderpaal daar eerder een persoonlijk gezichtsverlies van Guy Verhofstadt te zijn dan tegenstand onder de bevolking of wat dan ook. Waarschijnlijker lijkt het me daarom dat er een splitsing-die-geen-splitsing-is doorgevoerd zal worden, met bijvoorbeeld een inschrijvingsrecht en een uitbreiding van de faciliteiten op zo'n manier dat de Franstaligen bij een eventuele Belgische boedelscheiding nog steeds aanspraak zullen kunnen maken op minstens een deel van Halle-Vilvoorde. Dat zo'n inschrijvingsrecht opnieuw niet bepaald zou stroken met de Grondwet hoeft trouwens geen probleem te zijn: een nieuwe uitspraak van het Grondwettelijk Hof kan ongetwijfeld lang genoeg uitgesteld worden tot het te laat is om er nog iets aan te doen vóór de volgende federale verkiezingen, en daarna kunnen de Franstaligen desnoods opnieuw vijf belangenconflicten inroepen –met niet alleen de medewerking van de CD&V en Herman van Rompuy, maar zelfs smeekbedes als het moet!– om alles minstens tot in 2014 uit te stellen. En dat dan enkel nog onder de voorwaarde dat de Vlamingen het in hun hoofd zouden halen in een of andere commissie opnieuw een wetsvoorstel eenzijdig goed te keuren, een scenario dat in 2007 alleen maar mogelijk was omdat er toen nog geen federale regering gevormd was.

Deze analyse mag dan al pessimistisch zijn, maar het gekuip dat de CD&V de komende maanden aan de dag zal leggen om de Franstaligen op alle mogelijk manier op hun wenken te bedienen zonder dat de Vlaamse kiezer te weten komt hoe hij in het ootje genomen wordt zou niet mogelijk zijn zonder de volledige afwezigheid van een Vlaamse pers die haar plicht doet. De in Noord-België verschijnende Nederlandstalige pers draagt inderdaad een verpletterende verantwoordelijkheid voor het feit dat het zover is kunnen komen, en dat het scenario van hierboven realistisch is. Hoe is het bijvoorbeeld mogelijk dat een Steven Vanackere kan opmerken dat Brussel-Halle-Vilvoorde opgelost zal worden voor er vooral veel over te zwijgen, zonder dat de pers daarover op haar achterste hielen gaat staan? Waar zijn trouwens de ramingen over hoeveel sans-papiers de komende maanden geregulariseerd zullen worden om Brussel nog meer de verfransen? Hoe is het ook mogelijk dat de reacties van de Franstalige partijen op de domme Guy Vanhengel die voor budgettaire matiging pleitte amper weerklank vonden in Vlaanderen? Voor een echte en correcte analyse moest men, zoals zo vaak, bij La Première van de RTBf zijn, die de kreten van PS en cdH kort en goed omschreef als «touche pas à ma sécu» (en voor wie een kort geheugen heeft: het waren dus ook de PS en cdH die tegen die Vlaamse aanvullende kinderbijslag waren). De groeinorm van 4,5% bovenop de index voor de Sociale Zekerheid is –bijna letterlijk– van levensbelang van de Franstaligen om België en Vlaanderen zo lang en zo efficiënt mogelijk te kunnen uitmelken, maar kwaliteitsmedia als De Standaard en De Morgen, om over de VRT nog maar te zwijgen, onderhouden liever hun publiek met Belgolese sprookjes. Prins Laurent die Jean-Marie Dedecker als Eerste Minister wel zou zien zitten bijvoorbeeld – je vraagt je af hoe ze het durven!

En wie het bovenstaande niet gelooft, kan altijd nog de VRT-column van Carl Devos van vandaag eens nalezen. Hij verwacht dat de regering-Van Rompuy I na de zomer uit de startblokken zal schieten, om de enige reden dat er geen excuses meer zouden zijn om dat niet te doen. Betekent de term «politicoloog» soms dat je nog minder dan gemiddeld afweet van politiek? Herman van Rompuy roept nu al het Belgische EU-voorzitterschap als excuus in om vrijwel heel 2010 niets te hoeven doen, maar Carl Devos heeft daar in het interview van de Eerste Minister waarschijnlijk overgelezen. Of wil het daar misschien niet over hebben, om de bevolking rustig te houden. Van een régimepop van de Paviagroep mag men misschien nu eenmaal niets anders verwachten dan dat hij de bevolking wat zand in de ogen strooit in plaats van de waarheid te zeggen over Brussel-Halle-Vilvoorde of de toestand van de Sociale Zekerheid.

zondag, juni 07, 2009

Hoe Carl Devos zichzelf ontmaskert als klein ventje

Carld DevosIn het diepst van zijn gedachten vindt Carl Devos zichzelf ongetwijfeld een god van kennis en wijsheid, en vooral objectiviteit ook. Wie anders kan immers de zware taak op zich nemen om de openbare omroep VRT te voorzien van interessante objectieve politieke commentaren, zonder het gevaar te lopen dat ze uitmonden in propaganda vóór de ene of tegen de andere partij? Op de vooravond van de verkiezingen slaagde hij er in ieder geval perfect in zichzelf te ontmaskeren als een klein ventje, in dienst van het regime.

Wie is die Carl Devos eigenlijk? Volgens de Nederlandstalige Wikipedia is hij een Belgisch politicoloog, en alvast het adjectief «Belgisch» past de man perfect. Hij is namelijk ook één van de leden van de Paviagroep, die te pas en vooral te onpas pleit voor een federale kieskring, niet beseffend dat ze zich daarmee telkens weer collectief een brevet van onkunde toekennen. Verder is Carl Devos hoofdredacteur van het maandblad Samenleving en Politiek, dat rustig in de rode wateren gesitueerd mag worden. Dat de man bovendien ooit nog op een sp.a-lijst gestaan heeft zal zeker geen hinder gevormd hebben om bij de VRT wekelijks zijn stukje te mogen komen afscheiden, wel integendeel. Dat hij desondanks regelmatig opgevoerd wordt als de politicoloog die boven al het partijpolitieke gewoel staat en objectieve analyses brengt waar geen speld tussen te krijgen is, past dus helemaal in het plaatje van volksbedrog dat men aan de Reyerslaan zo vaak en met zoveel plezier opvoert, op kosten van de belastingbetaler. Àlle belastingbetalers overigens, en niet alleen het marginale bevolkingssegment dat ondanks alles toch nog bereid gevonden wordt om een bolletje voor de lijst van de sp.a of Groen! rood te maken.

Wat presteerde nu dit heerschap op de vooravond van de verkiezingen? Hij bracht een analyse, een voorbeschouwing op de verkiezingszondag, waarin hij voordoet de voorbije verkiezingscampagne samen te vatten en al eens vooruit te blikken naar wat ons na 7 juni te wachten staat. Alle partijen passeren daarbij nog eens netjes de revue, behalve natuurlijk die ene, de onuitspreekbaren, de onuitnodigbaren, de onvermeldingswaardigen en onvermeldbaren. Geniet mee: «Een stem tegen het systeem kan gaan naar LDD of PVDA+.» Juist ja. Ik meen me nochtans te herinneren dat de partijvoorzitter van één van die twee anti-systeempartijen behoorlijk gekrenkt was toen hij in de nasleep van de vorige verkiezingen niet op de thee uitgenodigd werd bij de vertegenwoordiger bij uitstek van het Systeem, koning Albert II. En dat hij vervolgens blij als een klein kind was toen hij bij een latere gelegenheid wél uitgenodigd werd.

Voor het gemak van de lezer heb ik eens nageteld hoe vaak Carl Devos elke partij vermeldt in zijn stukje, behalve die ene partij dus die niet één enkele vermeld werd, of niet vermeld mocht worden:
  • 15 keer: N-VA
  • 12 keer: sp.a
  • 10 keer: CD&V
  • 9 keer: Groen!, LDD en Open Vld
  • 2 keer: PVDA+
  • 1 keer: SLP
Lezers die kunnen raden welke partij niet vermeld werd, hoeven niet op een premie te rekenen…

Nu klopt het wel dat die ene partij op deze campagne inderdaad niet veel heeft kunnen wegen, laat staan de agenda heeft kunnen zetten. Maar dat op zich is toch ook al een vermelding waard, zou men zo kunnen denken, zeker als men bedenkt dat die partij bij de vorige regionale verkiezingen nog een kwart van de Vlaamse stemmen kon verzamelen, en vandaag waarschijnlijk een fikse pandoering zal krijgen. Niet zo in dit propagandastukje, verspreid via de servers van de openbare omroep onder het mom van een objectieve commentaar. Misschien is de Belgische politicoloog wel niet helemaal zeker van zijn stuk, en vreest hij dat die ene partij vandaag dan toch niet zoveel klappen zal krijgen als hij hoopt? Dan toch nog maar een laatste keertje de vertrouwde strategie toepassen, en die partij doodzwijgen, in de hoop dat de lezer het niet merkt.

En o ja, op het einde heeft hij het over de verrassingen van elke verkiezing. Ik hoef de lezer waarschijnlijk niet uit te leggen dat het er vingerdik op ligt dat Carl Devos hoopt dat er deze keer geen verrassingen te noteren vallen, en de peilingen het voor een keertje bij het juiste eind hadden. Vermoedelijk vooral voor die ene partij dan.