Posts tonen met het label De Lobel | Peter. Alle posts tonen
Posts tonen met het label De Lobel | Peter. Alle posts tonen

donderdag, september 20, 2012

Nieuwe peilingen bevestigen gekende trends

Vorige week werden we –naar Belgische normen– overspoeld door een reeks peilingen. Na de peiling van La Libre Belgique van drie weken geleden volgde die van Le Soir een week later, en die van De Standaard–VRT verleden vrijdag. Vielen op: het slechte resultaat van de Open Vld, en de hoge scores van de N-VA. In beide gevallen gaat het echter over niets meer dan een bevestiging van de reeks gekende trends.

Carl Devos bekloeg zich verleden zaterdag in zijn wekelijkse opiniebijdrage bij DeRedactie.be onder de titel «“Overpeilingen”» over de peilingen die «gretig over ons heen spoelen», en prijst zich tegelijkertijd gelukkig dat we in Vlaanderen gespaard blijven van een «peilinginflatie» zoals in Nederland. De politicoloog is blijkbaar niet veel gewoon, want zeggen en schrijven drie peilingen in de loop van twee weken is niet bepaald veel om over naar huis te schrijven. In ieder normaal land wordt dat tempo al tijdens de komkommertijd gehaald, wanneer alles op een lager pitje draait. Misschien moet de professor maar eens een stage in het buitenland overwegen, of af en toe op internet eens buiten het .be-domein surfen?

Ander opmerkelijk fenomeen: zelfs na dit kleine golfje aan peilingen blijven de media doen alsof hun eigen peiling de enige echte is. Zo bestaan bijvoorbeeld De Standaard–VRT het de score van de Open Vld in hún peiling af te doen als een absoluut dieptepunt voor die partij, ook al plaatste de peiling van Le Soir een week eerder de partij nog een procentje lager. O ja, wie goed oplet zal zeker het obligate «in onze peiling» telkens terugvinden. Handwerkers hebben ook de gewoonte om je telkens weer op het verkeerde been te zetten met hun nettoprijzen, ook al zal het «plus BTW» natuurlijk nooit ontbreken.

Nu goed, laten we eens naar de resultaten van de peilingen kijken, en de drie peilingen met mekaar vergelijken. N-VA blijft duidelijk verder groeien, ook af te lezen uit de stijgende trend van het vlottend gemiddelde over alle peilingen. Voorlopige topnotering is 40,1% bij Le Soir. Het moet dan ook al heel gek lopen wil de N-VA niet opnieuw veruit als grootste partij van Vlaanderen uit de provincieraadsverkiezingen van 14 oktober komen, maar anderzijds moet toch ook opgemerkt worden dat er een gat van ongeveer vier procent tussen de hoogste en de laagste peiler.

Bij De Standaard klinkt het deze keer in ieder geval dat «N-VA blijft stijgen», ja zelfs «fors». Of neen, zelfs «opnieuw fors». O ja? Spoelen we even zes maanden terug –inderdaad, beste Carl Devos, we schrijven zes maanden sedert de vorige peiling!–, en citeren we voor één keer onszelf, toen we weliswaar gretig citeerden uit de vorige analyses en commentaren bij zowel De Standaard als de VRT:
Citeren we even Peter de Lobel in De Standaard:
Voor het eerst sinds lange tijd zakt de N-VA in een politieke peiling. Van de 35 procent die de partij in oktober scoorde bij de peiling van De Standaard en de VRT, schiet nu nog 33,5 procent over. Een daling van anderhalf procent.
Of Bart Brinckman in dezelfde krant:
Daarbij consolideert de N-VA haar positie op een hoog niveau, de regeringspartijen handhaven zich op een laag peil. Toch lijkt bij de N-VA de rek uit de (overigens spectaculaire) groei.
Over naar de commentator van de VRT:
De N-VA torent met 33,5 procent boven de andere partijen uit. De partij boekt daarmee een winst van 5,3 procent tegenover de verkiezingsuitslag van 2010. Tegenover de vorige peiling, in september 2011, is er wel een verlies van 1,5 procent. De grote opmars van de partij lijkt dus wel op een grens te zijn gestoten.
Het weze voor de lezer duidelijk: bij de N-VA zit de klad er dus fameus in. Of zou het?
Tja. Met de billen bloot zullen we maar zeggen? «Verwacht het onverwachte» is de nieuwe slagzin, pardon, baseline, van «kwaliteitskrant» De Standaard, maar dat de analyses van hun eigen peilingen voor geen millimeter kloppen is niet bepaald onverwacht. Op één punt hebben ze alvast groot gelijk: míj hebben ze nooit om zo'n nieuwe beeslaain gevraagd. Ik zou het waarschijnlijk dan ook eerder in de richting van «huilen met de pet op» gezocht hebben…

Mogen we overigens vermelden dat de reactie van partijvoorzitter Bart de Wever op de peiling van De Standaard–VRT waarschijnlijk één van de meest zinnige is die we de laatste jaren gehoord hebben? Voorzichtig sceptisch, uiteraard, maar de positieve tendens kan je inderdaad niet blijven ontkennen.

De onenigheid tussen de drie peilers kan echter nog groter dan de vier procent voor de N-VA, want voor CD&V bedraagt ze ruim vijf procent. Inderdaad, Le Soir plaatst de partij op 13,4%, een duidelijk verlies tegenover de laatste verkiezingen, terwijl De Standaard–VRT menen dat de partij op winst zit met 18,5%. Dat laatste is echter nog steeds geen goede uitslag voor een partij die ooit absolute meerderheden in Vlaanderen haalde. Maar partijvoorzitter Wouter Beke liet onlangs optekenen dat, in tegenstelling tot zijn collega's Alexander de Croo en Bruno Tobback, hij zich niet van de wijs wil laten brengen door slechte opiniepeilingen. Historisch weten we echter dat zijn partij zich zelfs van slechte verkiezingen weinig of niets aantrekt, en toch vrolijk aan de macht blijft. Vraag is hoeveel jaren dit nog vol te houden valt.

Over de sp.a bestaat veel meer eensgezindheid tussen de drie peilers. De partij blijft al maandenlang onder het resultaat van de laatste verkiezingen, maar het verlies blijft wel beperkt tot minder dan een foutenmarge. Vergeleken met wat andere partijen moeten ondergaan valt dit misschien nog mee, maar anderzijds is het toch merkwaardig dat een socialistische partij in volle financiële crisis niet beter weet te scoren dan een magere dertien–veertien procent. Voeg daar dan bovendien nog eens aan toe dat bijvoorbeeld Johan vande Lanotte de laatste maanden vaak genoeg in de media mocht verschijnen als een soort Redder des Vaderlands die in zijn dooie eentje de gas- en elektriciteitsprijzen tot een lachertje weet te reduceren. Of zou het kunnen dat de modale Vlaming snapt dat hij uiteindelijk niet meer is dan een charlatan en praatjesmaker die op termijn de belastingbetaler nog veel geld zal kosten?

Ook over de Open Vld zijn de drie peilers het redelijk eens. De partij staat op een historisch dieptepunt, en zakt bij Le Soir zelfs onder de psychologische grens van de tien procent. We moeten al terug naar 1946 voor een verkiezingsresultaat dat de liberale partij in Vlaanderen op een nog lager niveau plaatst. De ironie van het lot wil echter dat de verantwoordelijken voor deze puinhoop –het triumviraat Verhofstadt-Dewael-De Gucht– hiervoor vrijuit zal kunnen (blijven) gaan. Karel de Gucht drijft het zelfs zover voor deze slechte resultaten de skalp van partijvoorzitter Alexander de Croo te willen opeisen in bovenstebeste «houdt de dief!»-stijl.

Dat neemt natuurlijk niet weg dat de analyse van Alexander de Croo er ook mijlenver naast zit. Het probleem van de Open Vld is niet dat ze de wind tegen heeft, en harder trappen zal dus ook geen oplossing brengen. De Open Vld is immers vrijwillig in de gracht gaan rijden toen ze al haar principes opgaf om in een regering met de PS te stappen, en dat zelfs bij herhaling. Karel de Gucht weet als ex-voorzitter van de Open Vld trouwens heel precies wat dat allemaal kan betekenen. Wil de Open Vld terug vooruit komen, dan zal ze ook beter moeten doen dan zich afzetten tegenover de N-VA, zoals diezelfde Karel de Gucht nu voorstelt. Dat de N-VA op dit ogenblik bij de modale kiezer als liberaler dan de Open Vld geboekstaafd staat zou toch al een belletje moeten doen rinkelen. En dan zijn er die menen dat Karel de Gucht de intelligentste politicus is van het noordelijke halfrond!

Ook Vlaams Belang blijft slecht scoren, al zijn de huidige resultaten beter dan die van een jaar geleden. De partij wedijvert ondertussen met de Open Vld om de vierde plaats in het Vlaamse politieke landschap, een magere troost aangezien dat vooral aan de slechte resultaten van de Open Vld ligt. De partij blijft in ieder geval consequent onder het niveau van de verkiezingen van 2010 scoren.

Opvallend in de peiling van De Standaard–VRT is de terugval van Groen. Bij die peiler scoort de partij al een tijdje boven de negen procent, maar deze keer zakt de partij terug naar haar niveau van 2010. Op een ogenblik dat de media bol staan van de scheurtjes in de reactorvaten van enkele nucleaire centrales zou je van een ecologistische partij een betere score verwachten.

Over LDD kunnen we kort zijn met de gevatte opmerking die bij De Standaard te lezen viel: «Lijst Dedecker […] wordt stilaan te klein om nog met het blote oog waar te nemen». Pijnlijk.

Een simulatie voor de zetelverdeling levert zowel voor de peiling van Le Soir als De Standaard–VRT een Vlaams Parlement op waarbij de N-VA als dé dominante partij naar voren komt. Opmerkelijk is wel dat de peiling van De Standaard–VRT, in tegenstelling tot die van Le Soir, géén zogenaamde V-meerderheid oplevert. Zo'n meerderheid is dus helemaal nog geen uitgemaakte zaak. Maar zelfs bij De Standaard–VRT lijkt een anti-V-meerderheid van CD&V, sp.a, Open Vld en Groen niet erg werkbaar, zelfs niet met de steun van UF.

Kijken we tot slot nog eens over de taalgrens, dan lijkt het erop dat de MR opnieuw uit een dal lijkt te klimmen. De afsplitsing van het FDF, dat in Wallonië voorlopig nog niet van de grond lijkt te komen, valt dus blijkbaar nog redelijk mee. Combineer dit met een PS die nog steeds op verlies staat, en het is meteen duidelijk waarom de verkiezingsstrijd ten zuiden van de taalgrens iets scherper en ideologischer gevoerd wordt dan in Vlaanderen.

Deze peilingen waren (hoogstwaarschijnlijk) de laatste regionale peilingen vóór de provincieraadsverkiezingen van 14 oktober. De volgende afspraak is dus voor 15 oktober, met een vergelijking van de resultaten voor die provincieraadsverkiezingen met de laatste peilingen, en simulaties voor de zetelverdelingen voor de regionale parlementen.

Bijlage: Overzicht van alle peilingen in Vlaanderen sedert 2004 en Wallonië sedert 2006 (PDF).

maandag, maart 19, 2012

Eigen peiling eerst!

Vrijdagavond publiceerden De Standaard en de VRT de resultaten van een nieuwe peiling, minder dan een week na die van Le Soir. Ook deze keer was er vooral aandacht voor de score van de N-VA. De partij blijft op een hoog niveau scoren, maar de commentatoren onderstreepten gretig dat ze lichtjes achteruitgaat tegenover de peiling van december.

Citeren we even Peter de Lobel in De Standaard:
Voor het eerst sinds lange tijd zakt de N-VA in een politieke peiling. Van de 35 procent die de partij in oktober scoorde bij de peiling van De Standaard en de VRT, schiet nu nog 33,5 procent over. Een daling van anderhalf procent.
Of Bart Brinckman in dezelfde krant:
Daarbij consolideert de N-VA haar positie op een hoog niveau, de regeringspartijen handhaven zich op een laag peil. Toch lijkt bij de N-VA de rek uit de (overigens spectaculaire) groei.
Over naar de commentator van de VRT:
De N-VA torent met 33,5 procent boven de andere partijen uit. De partij boekt daarmee een winst van 5,3 procent tegenover de verkiezingsuitslag van 2010. Tegenover de vorige peiling, in september 2011, is er wel een verlies van 1,5 procent. De grote opmars van de partij lijkt dus wel op een grens te zijn gestoten.
Het weze voor de lezer duidelijk: bij de N-VA zit de klad er dus fameus in. Of zou het?

Nemen we er misschien eens de cijfers bij. Wanneer Peter de Lobel schrijft dat de N-VA «voor het eerst sinds lange tijd» zakt in een politieke peiling, hoe lang zou dat dan precies geleden zijn? We hoeven niet ver te zoeken: iets meer dan een maand, toen de partij in een peiling van La Libre Belgique achteruitging van 39,8% naar… 37,0%. Het was voor die partij meteen een schok waar ze naar het schijnt nog altijd niet goed van zijn. Maar als we het enkel bij peilingen van De Standaard en de VRT houden –andere peilingen kennen ze bij die twee media niet, tenzij met dat pejoratieve voorvoegseltje «internet-» als een concurrent om één of andere reden dan toch vermeld dient te worden–, dan hoeven we eigenlijk nog niet eens zo gek ver terug te gaan in de tijd. Drie peilingen geleden, in maart verleden jaar, ging de N-VA achteruit met, verhip, anderhalf procent, toen van 33,0% naar 31,5%. Iemand zou eens moeten opzoeken of Bart Brinckman ook toen vond dat de rek uit de groei leek, en of men bij de VRT ook toen een grens ontwaarde waarop de partij gestoten was.

Voor een volgend stukje kan Peter de Lobel trouwens misschien eens uitleggen hoe vaak en hoe recent je eigenlijk in een peiling kan dalen, in een land waar per jaar minder peilingen gehouden worden dan tegenwoordig in Frankrijk of de Verenigde Staten in de loop van één enkele week al. Voor de lezer die het alweer vergeten was: het is in België, en niet in de Frankrijk of de VS, dat men steevast klaagt over een teveel aan peilingen. Net zoals men ook in België graag klaagt over de snelle opeenvolging van de vele verkiezingen, ook al zal de Franse kiezer dit jaar nog voor de zomer precies even vaak naar het stemhokje mogen als de Belgische kiezer de komende tien jaar bij mekaar!

Om nog even terug te komen over die internetpeilingen: de analyses en commentaren bij deze peiling hadden duidelijk tot doel de peiling van Le Soir zoveel mogelijk te minimaliseren en in diskrediet te brengen. Het moet zijn dat die 38,4% voor de N-VA zowel in Groot-Bijgaarden als aan de Reyerslaan enorm staken. Maar zoals Frank Thevissen al onmiddellijk opmerkte op Twitter, uit het technisch rapport van de peiling van De Standaard en de VRT blijkt dat de resultaten niet herwogen werden volgens de leeftijd van de respondenten. Of eigenlijk wat dan ook, behalve misschien wel de minst betrouwbare parameter van al, namelijk het stemgedrag bij de vorige verkiezing.

Waarom zouden internetpeilingen trouwens zoveel slechter zijn? Jan Drijvers van TNS Media frist ons geheugen nog eens op:
Daarvoor moeten mensen zich opgeven. Die mensen zijn vaak bewuster bezig met politiek. Maar in België is er stemplicht, dus ook mensen die niet geïnteresseerd zijn, moeten gaan stemmen.
We citeren nog even uit het reeds vermelde technisch rapport van deze peiling:
Om een netto-steekproef van 1026 respondenten te behalen, werden 3409 mensen (→ responsverslag) gecontacteerd (= responsrate van 30,1%).
Verboden te lachen! (Huilen mag.)

Kijken we toch nog even naar de resultaten van deze peiling. Zoals reeds vermeld, N-VA gaat lichtjes achteruit vergeleken met de vorige peiling, maar staat daarmee toch nog steeds op een stevige winst. Het vlottend gemiddelde voor de partij leert ons dat de groei inderdaad voorlopig tot een stilstand lijkt gekomen te zijn. In dat opzicht is de term consolidatie van de groei al bij al nog zo slecht niet gekozen, maar er moet natuurlijk wel een correcte argumentatie achter zitten. Merk wel dat het vlottend gemiddelde net boven de 36% zweeft, een groei van meer dan acht procent!

Bij CD&V is er een lichte achteruitgang vergeleken met de vorige peiling, maar de partij blijft net boven de uitslag van de laatste verkiezingen. Wat wel opvalt aan de samengestelde resultaten is dat de partij bij De Standaard en VRT consequent boven de laatste verkiezingsuitslag scoort, en bij de twee andere peilers er consequent onder. Gemiddeld geeft dit een licht neerwaartse trend, ook al meenden nogal wat CD&V-kopstukken nog niet zo lang geleden vooral positieve berichten in de laatste peilingsresultaten te kunnen ontwaren.

Achtervolgers sp.a, Open Vld en Vlaams Belang hebben met mekaar gemeen dat ze in een negatieve trend zitten, en dat die trend door deze peiling niet gebroken wordt. Opmerkelijk is wel de berichtgeving rond de laatste partij. Enerzijds schrijft de VRT wel in een ondertitel «Vlaams Belang […] zak[t] verder weg,» maar anderzijds lees je dan in de tekst zelf dat «tegenover de vorige peiling de partij wel 1,2 procent [wint].» Soms kan het blijkbaar dooien en vriezen tegelijkertijd! Bart Brinckman van zijn kant meent dan weer te kunnen zien dat «voor extreem-rechts de bodemkoers bereikt lijkt», maar ook hier hoef je niet meer dan een jaar terug te spoelen om je af te vragen of men in Groot-Bijgaarden eigenlijk wel zijn eigen krant leest.

Bij Groen kan men ongetwijfeld leven met de uitslag van deze peiling, met alweer een resultaat boven de negen procent. Bij LDD blijft de ellende aanhouden, met resultaten die rond de twee procent blijven hangen. Voor die partij is het stilaan al te laat om nog in schoonheid te kunnen eindigen.

Een simulatie van de zetelverdeling voor het Vlaams Parlement levert deze keer geen zogenaamde V-meerderheid op, maar de N-VA wordt wel dubbel zo groot als CD&V. Volgens deze zetelverdeling zijn slechts twee coalities met twee mogelijk: N-VA samen met CD&V, zeg maar het oude Vlaams Kartel, en de iets minder waarschijnlijke coalitie N-VA samen met sp.a. Een klassieke tripartite met CD&V, sp.a en Open Vld haalt geen meerderheid, maar zou wel gedepanneerd kunnen worden door Groen.

Bijlage: Overzicht van alle peilingen in Vlaanderen sedert 2004 (PDF).

woensdag, december 31, 2008

Groot gelijk bij De Standaard

Resultaten van Vlaams Belang, sp.a-SLP en LDD in de Vlaamse opiniepeilingen van 2006 tot 2008«Kent u ook van die mensen die de krant vooral lijken te kopen om zich eens lekker te ergeren?» Zo opent vandaag het artikel «Groot gelijk bij de koffie» in de wetenschapskatern van De Standaard over een onderzoek in de VS dat peilde naar de partijdigheid van de kranten en hun lezers, en concludeerde dat de meeste lezers eigenlijk vooral hun eigen mening bevestigd willen zien in hun krant. Dat De Standaard zich zou wagen aan zulke laag-bij-de-grondse tactieken, en niet de naakte waarheid, en alleen maar die naakte waarheid zou brengen, dat kunnen we natuurlijk uitsluiten. Of zou het?

Onderzoek na onderzoek levert steevast op dat in Vlaanderen ongeveer drie kwart van de journalisten «links» genoemd kan worden, waarbij «links» voor de eenvoud gelijkgesteld wordt met stemmen voor sp.a, Groen! of aanverwanten. Een vluchtige blik op de laatste peilingen leert dan weer dat minder dan een kwart van de bevolking vandaag even «links» zou stemmen, en de ultieme opiniepeilingen, de verkiezingsuitslagen van de laatste jaren, kunnen dit alleen maar bevestigen. Dat er in Vlaanderen minstens een lichte discrepantie bestaat tussen de politieke overtuiging van de gemiddelde journalist en de gemiddelde kiezer, en dus vermoedelijk ook de gemiddelde lezer, hoeft daarom geen verder betoog. Er kan daarom ook aangenomen worden dat zelfs indien de meeste Vlamingen met plezier een krant zouden vastpakken om hun eigen mening bevestigd te zien, een groot deel van hen dag na dag moet vaststellen dat dat gewoonweg niet mogelijk is, en dus geen andere keuze heeft dan zich maar in alle kleuren van de regenboog te ergeren aan de «berichtgeving» zoals die voorgeschoteld wordt in de dagelijkse portie bedrukt papier bij de ochtendkoffie. Het is alvast één opmerking die bij het artikel gemaakt kan worden.

Een andere gaat echter over de eerlijkheid van de journalisten, en dus de kranten. Steven Stroeykens stelt het namelijk in de inleiding van zijn artikel voor alsof journalisten allemaal eerlijke mensen zijn, die hard hun best doen om de waarheid boven te spitten, en er niet van zouden dromen hun lezers onzin wijs te maken, ja zelfs opzettelijk fout te informeren om hun groot gelijk bij de lezer in te gieten, samen met die ochtendkoffie. Het idee alleen al! Het is alleen jammer dat uitgerekend De Standaard zich gisteren nog op een platte leugen van héél laag niveau liet betrappen.

Zo analyseerde Peter de Lobel gisteren er een beetje op los over hoe lang de kersverse regering-Van Rompuy I het zou uithouden, en haalde daarbij volgende «feit» aan:
In de peilingen komen er in Vlaanderen vier partijen uit tussen de 22 en de 15 procent: CD&V, Open Vld, LDD en sp.a.
Vier partijen? Ontbreekt daar niet één bepaalde partij? Of zijn er eigenlijk maar drie zo'n partijen? Als we er de resultaten van de laatste peiling van De Standaard even bij nemen, blijkt namelijk dat sp.a (overigens mét aanhangsel dat toen nog de naam Vl.Pro droeg) niet verder raakte dan 14,3%. Ach, misschien wou Peter de Lobel wel gewoon een beetje mild zijn voor die partij? Maar waarom dan niet ook voor het Vlaams Belang, dat in diezelfde peiling nog 14,0% haalde? Al even merkwaardig is dat Lijst Dedecker wél in het goede gezelschap van die vier «grote» partijen opgenomen wordt, terwijl het toch lang nog niet zeker is dat het huidige niveau van de partij in de peilingen substantieel is. Een half jaar geleden was die partij trouwens al heel erg blij (en sceptisch) als ze eindelijk eens boven de tien procent kon scoren.

Neen, het is duidelijk dat Peter de Lobel zijn lezers een platte leugen verkocht. Ik kan me echt niet van de indruk ontdoen dat hier van kwaad opzet sprake is: eerst de lat op 15% leggen om het Vlaams Belang niet te hoeven vermelden, maar vervolgens wel de favoriete partij meetellen hoewel ook die de grens niet haalt, en tot slot de hardste concurrent van het Vlaams Belang zonder kanttekening meetellen. Peter de Lobel had zich ook een eerlijk journalist kunnen tonen, en kunnen schrijven dat in de peilingen vijf partijen tussen de 22 en de 14 procent uitkomen. Blijkbaar is de man daar te klein voor, en moet zelfs in een artikel dat over een heel andere zaak gaat de strijd tegen het Vlaams Belang nog maar eens gestreden worden. Pijnlijk dan dat sommige lezers zich de laatste peiling uit de eigen krant van amper twee maanden geleden nog weten te herinneren…

maandag, augustus 04, 2008

Letermes kantelmoment

Yves LetermeHet schijnontslag van 14 juli, hoogtepunt van de crisis van vorige maand, was volgens Yves Leterme ook een «kantelmoment» in de Belgische geschiedenis. Dat er die dag iets kantelde kan best waar zijn, de vraag is alleen maar wát er die dag dan wel precies kantelde, en wat voor gevolgen dat zal hebben.

Welke betekenis geeft de Eerste Minister zelf aan dat kantelmoment, dat hij in een interview met De Standaard zelfs historisch durft te noemen? Ik citeer: «Het federale overlegmodel heeft op dat moment zijn grenzen getoond. We zitten in een dynamiek waarbij een uitsluitend federale oplossing voorgoed onmogelijk is geworden. We moeten nu verder werken vanuit de gemeenschappen en gewesten». Tussen de lijnen kan men begrijpen dat hij aanneemt dat ook de Franstaligen dat toen zo begrepen hebben, en dat ze er nu van overtuigd zijn dat er wel degelijk een staatshervorming moet komen.

Zouden de Franstaligen het nu dan werkelijk begrepen hebben? Ze hebben met Raymond Langendries, François-Xavier de Donnea en Karl-Heinz Lambertz nu wel drie bemiddelaars het veld ingestuurd, maar meer dan drie randfiguren –van de onderrand wel te verstaan– kan men hen niet noemen. Veel hebben zij de eerste veertien dagen overigens niet bereikt, of zoals Peter de Lobel in De Standaard raak schreef: «Nieuwe naam, geen inhoud». En vooral dat laatste past natuurlijk perfect in de Franse agenda: wel praten, maar liefst niet te veel vooruitgang boeken, laat staan ooit tot een akkoord te komen, lijkt op dit moment de zekerste strategie om een staatshervorming af te houden en het status quo te behouden. Het werkt ondertussen al veertien maanden, en zal nog minstens anderhalve maand werken.

En er zijn nog andere tekenen dat de Franstaligen hun houding nog niet veranderd hebben. Zo stellen de drie bemiddelaars een «interinstitutionele dialoog» voor. En hoewel de drie bemiddelaars nog maar weinig inhoud hebben kunnen of willen leveren, verraadt die naam genoeg om te weten dat het voornaamste doel van die interinstitutionele dialoog is zolang mogelijk te kunnen praten zonder tot een akkoord te komen, onder andere door zoveel mogelijk gesprekspartners te betrekken in de dialoog. En dat is overigens uitdrukkelijk geen interregionale dialoog, zoals men aan Vlaamse zijde eist.

Een ander teken dat de Franstaligen hun houding nog niet veranderd hebben, was de reactie van Elio di Rupo op de verlenging van het mandaat van de drie bemiddelaars. Hij wil immers een «constructieve» staatshervorming die de «levenskwaliteit van alle Belgen, maar met name die van de Walen en Brusselaars, verbetert». In het beste geval vindt Elio di Rupo dus dat de levenskwaliteit van de Vlamingen al zo hoog is dat zij gewoonweg niet meer verbeterd kan worden door een staatshervorming, maar ik laat het aan de lezer over om te oordelen of het werkelijk dát was dat hij met die uitspraak probeerde te zeggen.

Is er dus aan Franstalige zijde nog niets veranderd, laat staan gekanteld, aan Vlaamse zijde zou dat wel eens anders kunnen zijn. Met name bij de N-VA lijkt er iets gebroken te zijn door de schijnvertoning die Yves Leterme opvoerde in juli. De partij werd door het schijnontslag immers met een kluitje in het riet gestuurd, en dit op een bijzonder publieke en dus pijnlijke manier. Partijvoorzitter Bart de Wever liet zich al ontvallen dat «het einde nu toch in zicht is» en «voor ons de kous af is» in een reactie op het eerste rapport van de drie bemiddelaars. Dat werd vandaag dan weer wat getemperd, maar de frustratie lijkt deze keer toch wel erg diep te zitten. Het lijkt er in ieder geval niet op dat Bart de Wever van plan is een verderzetting van het vertrouwen in de regering-Leterme I te verdedigen als er tegen het partijcongres van 21 september niets substantieels –een dikke vis?– op tafel ligt.

Let deze keer trouwens op de volgorde van de partijcongressen van N-VA en CD&V: de N-VA komt deze keer eerst samen, op 21 september, terwijl het partijcongres van de CD&V gepland staat voor 27 september – nu ja, voorlopig toch. En dat levert een heel andere dynamiek op dan wat tot nu toe het geval is. Als de N-VA het vertrouwen in de federale regering opzegt, is het het partijcongres van de CD&V dat het kartel opblaast als het het vertrouwen wil handhaven. Dat maakt het zowel voor de N-VA- als de CD&V-leden veel gemakkelijker om de regering-Leterme I eind september te begraven. Als de volgorde van de partijcongressen gehandhaafd wordt, zijn de dagen van Yves Leterme als federaal Eerste Minister hoogstwaarschijnlijk geteld, maar heeft het kartel nog een kans om te overleven. Wordt het partijcongres van de CD&V echter vervroegd om het vertrouwen in Yves Leterme te herbevestigen vóór het partijcongres van de N-VA, dan is het duidelijk dat de krachten binnen de CD&V die de Belgische belangen dienen en daarvoor desnoods, en waarschijnlijk met veel plezier ook, het kartel willen breken, de bovenhand gehaald hebben, en dan staan de N-VA-leden op 21 september plots voor een veel moeilijkere keuze.

14 Juli was dan misschien wel een kantelmoment in de ogen van Yves Leterme, het ziet er niet naar uit dat het het laatste voor dit jaar was.