Posts tonen met het label Dehaene | Jean-Luc. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Dehaene | Jean-Luc. Alle posts tonen

dinsdag, januari 18, 2011

Belgisch-industriële woorden en daden

Vorige week dook er plots een brief op van een aantal topindustriëlen (of captains of industry zoals dat tegenwoordig heet) die de federale regering aanmaanden een begroting voor 2011 op te stellen. Tussen de lijnen kon men bovendien lezen dat zij dat gedoe rond een staatshervorming maar niets vinden, of meer concreet: vooral dat Vlaamse gedoe daarrond. Ik zou echter wel eens willen weten hoeveel Belgische staatsobligaties deze «captains of industry» met hun recentste vette bonussen hebben aangekocht, om de Belgische staat te ondersteunen.

Wanneer ik het rijtje ondertekenaars van de brief overloop, vallen er mij toch enkele namen op. Zo bijvoorbeeld die van Jean-Luc Dehaene. Sinds wanneer is deze ACW-vertegenwoordiger bij uitstek, ondertussen omgeschoold tot poenpakker waar hij maar kan, maar verder wel nog steeds EU-parlementslid, een «captain of industry»? Dat zijn lef geen grenzen kent, wisten we natuurlijk al een tijdje. Als er immers iemand politiek verantwoordelijk is voor de chaos waarin België vandaag verkeert, dan is het Jean-Luc Dehaene wel, en hij is dan ook bijzonder slecht geplaatst om de huidige generatie politici de levieten te willen lezen. Dat hij zich daarbij dan nog eens wil vermommen als een soort industrieel kan de ergernis alleen maar vergroten.

Een andere naam die opvalt, is die van Étienne Davignon. Samen met zijn kompaan Maurice Lippens is deze man niet moreel noch politiek, maar wel persoonlijk en rechtstreeks verantwoordelijk voor het verlies van het spaargeld van duizenden kleine, weliswaar goedgelovige beleggers. Het is de reden waarom we die twee ooit nog kans zagen maken om in uiterste nood in een Belgisch zakenkabinet op te treden, maar vandaag niet meer. Maar je moet het dan toch maar durven om een brief te ondertekenen met daarin zinnen zoals «Deze maatregel is, naar ons oordeel, het enige middel om het noodzakelijke vertrouwen van onze beleggers te herstellen en aldus een verdere negatieve spiraalbeweging te voorkomen.» Ja, over het vertrouwen van beleggers heeft die man veel kennis, en over negatieve spiraalbewegingen nog veel meer, zeker als het over andermans geld gaat.

Maar ten gronde, waar zit het echte gehuichel van dit zootje Belgicanen? Er is de laatste tijd veel te doen geweest over de zogenaamde spread, het verschil tussen de Belgische en de Duitse langetermijnrente. Eenvoudig uitgelegd wordt de Duitse langetermijnrente in de Eurozone beschouwd als de basisrente die staten op hun leningen moeten betalen, en is de extra rente die daar bovenop komt een maat voor het risico verbonden aan de leningen van een bepaalde, concrete staat. Indien de markt meent dat dat risico groot is, zal de spread oplopen. Meent de markt dat het risico klein is, dan zal de langetermijnrente voor een bepaald land quasi gelijk aan de Duitse zijn. Het probleem is echter dat die spread een zelfversterkend effect kent: naarmate de markt meent dat het risico oploopt, neemt de spread toe, waardoor het voor een staat moeilijker wordt om vers kapitaal op te halen, met als gevolg dat de kans dat die staat effectief in de problemen komt groter wordt. En dus de spread weer wat groter wordt. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat de regering–Leterme II (of misschien correcter: de regering–Leterme II½?) er alles aan doet om de spread binnen de perken te houden, en dat niet alleen omwille van de perceptie.

De stelling van eerste minister Yves Leterme en zijn regering is nu dat er niet meer risico verbonden is aan de Belgische leningen dan aan de van Duitse. Op de persconferentie van verleden week werd daarom ook met cijfers gegoocheld om aan te tonen dat België de beste leerling van de EU-klas zou zijn, in de hoop dat de markten iets van hun verhaal zouden willen geloven. Dat zij daarbij hun cijfertjes zorgvuldig uitkozen om aan te tonen hoe goed het wel niet ging met België – cherry picking heet zoiets – is normaal, al moet gezegd dat men in het Belgische geval stilaan van platte leugens gewag kan maken. Zwaaien met «de kleinste toename van de openbare schuld in de EU» als hét argument om aan te tonen hoe flink België wel niet is, als men al van tevoren met een torenhoge schuld opgezadeld zit, zal de markten niet echt onder de indruk gebracht hebben.

Mogen we echter het verhaal van de spread eens koppelen aan de brief van onze captains of industry? Om eens alles op een rijtje te zetten: aan de ene kant meent Yves Leterme dat de markten het fundamenteel fout voorhebben wanneer zij België in het rijtje van de risicolanden plaatsen. Zijn probleem is echter wat John Keynes zo mooi verwoordde, en wat Ierland niet zo lang geleden de das omdeed: markets can remain irrational a lot longer than you and I can remain solvent. Maar dit probleem geldt niet voor de koper van Belgische staatsobligaties: áls Yves Leterme gelijk heeft, dan strijkt elke koper van Belgische staatsobligaties vandaag een risicoloze winstpremie op van maar liefst één procent, of meer. En verder: wie massaal Belgische staatsobligaties koopt, reduceert de spread, aangezien hij de vraag opdrijft. Vandaar ook mijn vraag: als die captains of industry met hun woorden het plebs willen doen geloven dat zij toch zo bezorgd zijn om de financiële toestand van het land, hoe zou het dan zitten met hun daden? Zeker als die daden zo voor de hand liggen, bijzonder vaderlandslievend zijn en bovendien nog winstgevend ook.

Hadden ze het dus allemaal echt gemeend, stonden onderaan de brief tussen haakjes niet hun vette bestuursmandaten, maar wel hoeveel Belgische staatsobligaties zij recent – of bijvoorbeeld vandaag nog – aan hun portefeuille toegevoegd hebben. Ik vrees echter dat het uitdrukkelijk niet hun bedoeling is hun eigen hachje te moeten riskeren, maar dat het alweer de modale belastingbetaler is, en dan in het bijzonder de Vlaamse belastingbetaler, die voor hun rekening zal moeten opdraaien. Zoals sire voor zijn verjaardag een bank geschonken kreeg, en sire de schande bespaard moest worden met vliegtuigen zonder de eigen nationale kleuren te moeten vliegen, zo moet nu de baan zelf van sire veilig gesteld worden. En in één moeite door, de eigen, industriële belangen. Of wat dacht u?

Toevallig was liepen verleden week ook de vakbonden schuimbekkend storm tegen het ideetje van de N-VA om de RVA te splitsen. (En wie betaalt in België ook al weer die unitaire werkloosheidsvergoedingen uit?) Toch wel een merkwaardige alliantie die zich aftekent als le dernier carré om la Belgique une et indivisible te verdedigen: captains of industry, de vakbonden, linkse en Franstalige politieke partijen, hippe reclamebureaus, PvdA-onderzeeërs verkleed als kunstenaars, en verder het voltallige ons-kent-ons-milieutje in de media. Je zou al voor minder bij een volgende gelegenheid voor een V-partij stemmen.

vrijdag, oktober 15, 2010

Republika Blgska

Zowel Elio di Rupo als Philippe Moureaux schetsten de afgelopen dagen een scenario waarin een romp-België zich zou kunnen afscheiden van Vlaanderen. Dat romp-België zou in de eerste plaats moeten bestaan uit Wallonië en Brussel, maar via referenda zou de PS de bevolking in de zes faciliteitengemeenten de mogelijkheid willen geven om aan te sluiten. Hoewel het nergens in de Vlaamse media te lezen viel, is het plan totaal gespeend van elke vorm van realisme. En dat het doorgepraat zou zijn met Parijs kan in ieder geval uitgesloten worden.

Het scenario waarmee Elio di Rupo uitpakte en dat Philippe Moureaux nader probeerde te verklaren werd in de Vlaamse media op verbazing onthaald. De hevigheid waarmee de PS dit plan naar voren bracht kan misschien verwonderen, maar voor wie de Franstalige media in België al langer dan de laatste weken volgt, kan de inhoud zeker niet verrassen. De wens tot aanhechting van de zes faciliteitengemeenten is immers volledig consistent met het verzet tegen de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde – anders zou het verzet tegen de splitsing van die kieskring behoorlijk absurd geweest zijn – en de in het verleden reeds uitdrukkelijk geformuleerde wens voor een corridor tussen Wallonië en Brussel. Voor de laatste der Belgicanen en de paar fellow travellers die zij nog hebben, moet het een onprettig ontwaken geweest zijn, al kan dit media-offensief van de PS voor hen ook nuttig zijn om te waarschuwen tegen het verderfelijk nationalisme van… de N-VA.

Het is echter duidelijk dat het plan van Elio di Rupo en Philippe Moureaux nog met haken en ogen aan mekaar hangt. Als het klopt dat de PS het einde van België reeds jarenlang voorbereidt, kan het resultaat niet anders dan bedroevend genoemd worden. In zijn ijver om als een ware generaal romp-België op de kaart af te bakenen, vergat Philippe Moureaux bijvoorbeeld ook Moeskroen mee te nemen. Het is dan ook niet helemaal zeker dat hij het ook echt zo bedoelde toen hij Voeren dan weer wel bij romp-België indeelde. Maar hoe dan ook, je zou toch een iets grotere zin voor detail mogen verwachten wanneer de PS-top de kaart van België wil hertekenen, in plaats van het dan maar met de Franse slag te doen. En dat zou men a fortiori mogen verwachten na hun wekenlange gejammer en geklaag over die «Toshiba boys» van Jean-Luc Dehaene die hen zo gerold zouden hebben bij de opstelling van de financieringswet in de jaren negentig.

Over de Franse slag gesproken, van een aanhechting bij Frankrijk schijnt voorlopig nog geen sprake te zijn. Het is voorlopig zowat het enige punt van realisme dat in het plan B van de PS terug te vinden is, ook al kan ik me niet van de indruk ontdoen dat een aanhechting bij Frankrijk uiteindelijk wel het ultieme doel is van de PS. Want wil Elio di Rupo enerzijds wel het merk België opeisen voor zijn rompstaat, over de federale schuld die daaraan vast zou zitten had hij het niet. Nochtans zou hij zichzelf in een wel heel zwakke onderhandelingspositie plaatsen om het leeuwendeel van die schuld in Vlaamse schoenen te steken, als hij werkelijk de naam België zou opeisen. Een ander detail waarover hij het niet had, was de staatsvorm van romp-België. Als hij het meent met het behoud van België, behoudt hij natuurlijk ook de monarchie waaraan hij zo gehecht schijnt te zijn. Maar het zou ook kunnen dat zulke zaken slechts details zijn die er eigenlijk niet toe doen. Wat maakt bijvoorbeeld de concrete verdeling van de federale schuld uit als de rekening uiteindelijk toch naar Frankrijk doorgeschoven zal worden?

Trouwens, op vijf minuten tijd kan men natuurlijk moeilijk alle details van die nieuwe – of oude – staat uit de doeken doen, maar hopelijk maakt men zich in de PS-bastions toch maar niet te veel illusies over een aansluiting bij Frankrijk. Natuurlijk voelt men zich in Parijs bijzonder geflatteerd door het aanbod, en gebiedsuitbreiding is iets wat geen enkele staat zomaar zal versmaden. Anderzijds zit men daar ook niet te wachten op enkele nieuwe armlastige departementen in het Noorden. Maar belangrijker: kan een regionale grootmacht die in het diepst van haar gedachten nog steeds een wereldmacht is, het zich veroorloven een precedent te schapen dat internationaal alleen maar voor problemen kan zorgen? Het is misschien een punt waar men bij de PS nog niet stil bij gestaan heeft, maar wel één met grote gevolgen.

Omwille van haar eigen minderheden heeft Frankrijk immers altijd huiverachtig gestaan tegen elke vorm van separatisme waar dan ook ter wereld. Zelfs in Québec of Wallonië wil Frankrijk gewoonlijk liefst niet betrapt worden op al te openlijke sympathieën voor de lokale Franstalige zaak. Als gevolg daarvan heeft Frankrijk ook altijd weigerachtig gereageerd op het hertekenen van staatsgrenzen, zoals onder meer bleek bij de onafhankelijkheid van de Baltische staten of het uiteenvallen van Joegoslavië. Nog sceptischer staat men tegenover Kosovaarse scenario's, waar een gebied zich afscheurt van de ene staat in de hoop zich ooit te kunnen aansluiten bij een andere. Het aantal demonen dat zulke scenario's telkens weer oproepen alleen in Europa al, valt amper te overzien, en het verklaart waarom de Kosovaarse onafhankelijkheid international zoveel voeten in de aarde had, en nog steeds omstreden is. Moldavië, met een vlag quasi identiek aan de Roemeense, is een ander geval dat illustreert hoeveel moeilijker het is voor een gebied om aan te sluiten bij een buurland dan af te scheiden van het oorspronkelijke moederland. Over de hete aardappel Transnistrië willen we het dan nog niet eens hebben.

Het plan B van Elio di Rupo en Philippe Moureaux verliest echter alle contact met de werkelijkheid waar het gaat over de zes faciliteitengemeenten in de Vlaamse Rand rond Brussel. Als er immers één ding is waar men internationaal als de dood voor is, dan wel referenda van gemeente tot gemeente om de lokale bevolking te vragen aan welke zijde van de grens zij zouden willen wonen. Als Frankrijk zoiets niet alleen zou toelaten, maar zelfs zou ondersteunen in de Zes, hoe zal het dan de organisatie van gelijkaardige referenda kunnen weigeren aan, bijvoorbeeld, de Republika Srpska of de Krajina, om over de Servische enclaves in Kosovo nog maar te zwijgen? Was het trouwens Nicolas Sarkozy zelf niet die in de zomer van 2008 nog ging bemiddelen tussen Rusland en Georgië over Zuid-Ossetië en Abchazië? Na de aanhechting van de zes faciliteitengemeenten bij Frankrijk via gemeentelijke referenda zullen ze hem in het Kremlin graag nog een tweede keer zien langskomen om één en ander door te praten. Of hij in de Georgische hoofdstad Tbilisi nog even welkom zou zijn, is een andere vraag.

En zelfs als men in Parijs in eerste instantie de principes, die men anders met zoveel vuur verdedigd heeft, even overboord zou willen gooien omdat het hemd nu eenmaal nader is dan de rok, dan zijn er nog altijd Berlijn, Londen en Washington DC om de Franse politici bij de les te houden. En, laten we dat niet vergeten, Brussel zelf ook, als hoofdstad van de EU. Inderdaad, men kan van de Europese Unie zeggen wat men wil, maar ik kan me moeilijk voorstellen dat men er daar erg geïnteresseerd zou zijn om in de eigen achtertuin precedenten te scheppen die in een mum van tijd een heleboel internationale en diplomatieke problemen zouden kunnen creëren. Zelfs binnen de eigen grenzen van de Unie, met onder meer Hongaarse minderheden in zowat elk buurland van Hongarije, of de Noord-Ierse kwestie. Gaat men daar bijvoorbeeld ook per graafschap een referendum organiseren over aansluiting bij de Ierse republiek? Als ik Elio di Rupo en Philippe Moureaux één ding zou willen aanraden voor een geslaagde afscheuring van de Republika Blgska van Vlaanderen, dan wel dat ze alvast de plannetjes voor gemeentelijke referenda in de Zes onmiddellijk zouden opbergen. Nog maar een poging zo'n referendum te organiseren zou er immers onmiddellijk en definitief voor zorgen dat de internationale gemeenschap voor de opdeling van België niets anders meer zou aanvaarden dan de interne grenzen.

Welke conclusie levert dit alles op? Ten eerste dat het met de concrete invulling van plan B aan Franstalige zijde nog niet helemaal snor zit. En ten tweede, dat men binnen de PS de trappers even goed kwijt is. En misschien nog altijd is. Dit media-offensief is geen nauwkeurig uitgekiende mediastunt om Vlaanderen de stuipen op het lijf te jagen (zoals bijvoorbeeld Alexander de Croo schijnt te denken). In dat geval zou Elio di Rupo immers niet met het scenario uitgepakt hebben bij L'indiscret, een programma op de RTBf waar in Vlaanderen alleen de hardere nationalisten naar kijken. Charles Bricman schijnt dan weer de mening toegedaan te zijn dat het niet gaat om een electorale positionering van de PS, maar een bewuste strategie om de onvrede in de Franstalige publieke opinie te kanaliseren. Ik vrees echter dat het plan B daarvoor te veel met haken en ogen aan mekaar hangt, en dat de presentatie ervan te slecht uitgewerkt was om de PS van zoveel bewuste handeling te verdenken. Waarschijnlijker lijkt het mij dat de PS op dit ogenblik gewoon deel uitmaakt van die ontevreden Franstalige publieke opinie, en dat de hele vertoning een ongecontroleerde communautaire steekvlam was.

Dit betekent echter niet dat men in Vlaanderen zomaar op z'n twee oren kan slapen wat referenda in de zes faciliteitengemeenten betreft. Die gemeenten kennen immers anti-Vlaamse gemeenteraden, wat onder meer tot uiting komt in de resoluties tot aansluiting bij het Brusselse Gewest, zoals die daar met de regelmaat van de klok aangenomen worden. Het is dus best mogelijk dat enkele of zelfs alle burgemeesters tenminste pogingen zullen ondernemen tot het organiseren van referenda, of in de gemeenteraden resoluties zullen willen aannemen om zich aan te sluiten bij romp-België. De Vlaamse politici moeten er dan ook voor zorgen dat ze hun argumenten klaar zullen hebben wanneer het zover is, en het kan daarbij geen kwaad als men ook binnen de Vlaamse Beweging eens goed nadenkt over die zaken. Liefst van al zonder al te veel taboes, en als het even kan ook met een beetje zelfvertrouwen.

maandag, juli 05, 2010

Be Careful What You Wish For

Op het ogenblik dat ik dit artikel schrijf, probeert informateur Bart de Wever een akkoord te smeden met Elio di Rupo van de PS over een nieuwe federale regering. Het wordt echter hoe langer hoe meer duidelijk dat Bart de Wever met zijn succes van 13 juni in een behoorlijk lastig parket verzeild is geraakt. Dat hij als anti-royalist informateur voor de koning moet spelen, is daarbij waarschijnlijk nog de minste van zijn zorgen.

Wat voor akkoord Bart de Wever precies nastreeft is voorlopig voor de buitenwereld niet helemaal duidelijk. Eén of andere oplossing voor Brussel-Halle-Vilvoorde – van een splitsing is eigenlijk al lang geen sprake meer – is voor alle Vlaamse partijen op dit moment een conditio sine qua non om in een nieuwe federale regering te stappen. Dat het echter wel eens fout durft te lopen met de beginselvastheid in het Vlaamse kamp eens de contouren van een nieuwe federale regering zichtbaar worden, mochten we al eens ontdekken in 2007. Het zal dus afwachten worden hoe het deze keer zal aflopen, en vooral, als er een oplossing zou gevonden worden, hoe die oplossing er precies uit zal zien. In Sint-Genesius-Rode schijnt men er alvast niet bepaald gerust in te zijn…

Is het al koffiedik kijken wat Brussel-Halle-Vilvoorde betreft, dan is het een volledig mysterie voor de rest van België hoe Bart de Wever erin zal slagen de rest van het communautaire programma van de N-VA te verzoenen met dat van de PS, of eender welke andere Franstalige partij. Op dat punt heeft hij zichzelf in ieder geval behoorlijk vastgereden. Opgeven en zich aan de kant zetten is geen optie, want dan geeft hij Vlaams Belang impliciet gelijk, precies die partij die hij al jaren met grote gretigheid beschuldigt van eeuwige maagdelijkheid. Anderzijds was de enorme verkiezingsoverwinning van 13 juni voor hem geen cadeau. Op dat punt ben ik het alvast eens met wat Ivan de Vadder gisteren in zijn analyse ook al schreef. Want uiteraard had Bart de Wever wel degelijk zin om deel te nemen aan de federale paringsdans na 13 juni, maar was het nooit de bedoeling dat hij die zelf zou moeten leiden. Straks zal misschien wel blijken dat ook N-VA aan de kant van de verliezers van 13 juni zit!

Want als opgeven voor Bart de Wever geen optie is, is hij genoodzaakt om in iets te slagen. En aangezien de N-VA op dit ogenblik niet goed genoeg uitgerust is om aan de eigenlijke onderhandelingen voor een staatshervorming zelf te beginnen, zal men waarschijnlijk niet veel verder raken dan een akkoord over een staatshervorming tegen een termijn, ver genoeg in de toekomst om de N-VA de kans te geven voorbereid aan de onderhandelingstafel te verschijnen. Misschien is het voor de N-VA al voldoende als er in dat verband tegen volgende zomer iets op tafel gelegd kan worden?

Want inderdaad, men kan toch niet verwachten dat de voltallige federale regering al zijn energie zou gebruiken om te onderhandelen over een communautair akkoord op een ogenblik dat België verondersteld wordt de Europese Unie voor te zitten? Als de N-VA bovendien een ministerpost toegeworpen krijgt waarmee het zich tijdens dat voorzitterschap ook wat kan profileren, zowel nationaal als internationaal, dan zal men dat argument in de partijraad ongetwijfeld wel kunnen aanvaarden, zelfs zonder de dood in het hart. Na het Europese voorzitterschap moet men natuurlijk even de tijd nemen om terug op adem te komen – en uitgebreid Nieuwjaar te vieren! Daarna is het al snel weer Pasen, en sinds Jean-Luc Dehaene er een begrip maakte dat nog rekbaarder is dan Congolees rubber, kan men niet meer verwachten serieus genomen te worden wanneer men die datum voorstelt als deadline voor nieuwe communautaire onderhandelingen. Het zal dus de zomer van 2011 moeten worden.

De vraag die zich dan stelt, is of de Franstaligen ondertussen hun les geleerd hebben. En zo ja, welke les dat precies zou zijn. Enerzijds blijkt immers uit de enorme verkiezingsoverwinning van de N-VA dat men aan de overzijde van de taalgrens gevaarlijk met vuur speelt als men zijn (haar?) Non blijft volhouden. Anderzijds leert de geschiedenis van 2007 tot 2010 de Franstaligen dat de strategie van het aangehouden Non wel degelijk zijn vruchten heeft afgeworpen: geen staatshervorming, en geen splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde. Lezen de Franstaligen een principeakkoord om tegen de zomer van 2011 tot een staatshervorming te komen in de eerste plaats als een belofte dat er vóór de zomer van 2011 voor geen staatshervorming gevreesd hoeft te worden, dan kan men in 2011 net zo goed met het argument afkomen dat men van hen toch geen toegevingen in de faciliteitengemeenten kan verwachten, zo vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 2012. En dat de Vlamingen dus maar wat meer geduld zullen moeten oefenen als ze een staatshervorming willen.

Bovendien: zal de N-VA zelf zich op dat ogenblik dan wél communautaire toegevingen kunnen veroorloven? Want daar zit je dan met een heleboel lokale mandatarissen en hoopvollen – ze zullen de komende maanden ongetwijfeld in trosjes tegelijk toegestroomd komen – die dachten in 2012 de slag van hun leven te kunnen slaan in hun eigenste gemeente, zo een beetje naar het voorbeeld van 13 juni. En dan nog wel met mandaten die zes jaar lang kunnen meegaan als men er zelf de brui niet aan geeft!

Wat is dan het andere alternatief voor de zomer van 2011? De federale regering laten vallen als andermaal blijkt dat een Franstalig gegeven woord om in de toekomst tot een communautair akkoord te komen minder waard is dan Griekse overheidsstatistieken? Dankzij het systeem van de overheidsdotaties zal er voor de N-VA zoveel op het spel staan dat Bart de Wever al zeer zeker van zijn stuk zal moeten zijn om het recente voorbeeld van Alexander de Croo te mogen volgen. En we hebben het dan nog niet gehad over alle mandatarissen die ervoor zullen moeten vrezen niet herverkozen te raken. Helemaal uitsluiten kunnen we natuurlijk niet, maar het zou ons sterk verbazen als de N-VA van na 13 juni 2010 uit eigen beweging vervroegd uit een federale regering zou stappen.

Daarmee ligt de conclusie dan ook voor de hand: stapt de N-VA vandaag (of morgen) in een federale regering met een Franstalige belofte over een staatshervorming in een niet al te nabije toekomst, dan zal ze naar alle waarschijnlijkheid in die regering gevangen zitten tot 2014. Bovendien loopt ze het risico dat een op wraak beluste CD&V in die regering dezelfde rol op zich zal nemen als die van de Open Vld in de opeenvolgende regeringen-Leterme I, -Van Rompuy I en -Leterme II. Weigert de N-VA echter toe te treden tot een regering, riskeert ze nog voor het jaar om is een aanzienlijk deel van haar mandaten en overheidsgeld kwijt te spelen, en dat dan nog bovenop het feit dat het daarmee haar aartsvijand Vlaams Belang impliciet gelijk heeft moeten geven. Je zou al voor minder beginnen wensen dat de verkiezingsoverwinning een beetje minder groot was geweest.

maandag, april 05, 2010

Peiling De Standaard/VRT geeft radicaal ander beeld

Alle Vlaamse peilingen sedert 2004De inkt voor de artikelen over de laatste peiling van La Libre Belgique was nog niet goed droog, of daar verschenen al de resultaten van een nieuwe peiling van De Standaard/VRT met radicaal andere resultaten. Wie begin deze week nog afgeschreven werd met historisch verlies, mocht zich dit week-end reeds verheugen over een «remonte». Wat moeten we daar allemaal van denken?

CD&V is één van de weinige Vlaamse partijen die in de twee peilingen een gelijkaardig resultaat neerzetten. Historisch gezien blijft de partij het slecht doen, al is het een ietsje minder slecht bij De Standaard/VRT dan bij La Libre Belgique. De partij heeft echter het geluk dat de rest van het partijpolitieke landschap in Vlaanderen zo verdeeld is dat ze met amper iets meer dan twintig procent van de stemmen het marktleiderschap kan blijven opeisen.

Open Vld scoort dan weer opvallend goed bij De Standaard/VRT, in tegenstelling tot de ronduit miserabele score die de partij toebedeeld kreeg bij La Libre Belgique. Nu ja, wat heet «goed», want met 17,6% van de stemmen komt de partij precies in het midden uit tussen haar verkiezingsuitslag van 2007 en die van 2009. Niet bepaald een score dus om alvast de champagnekurken te laten knallen.

Zoals Open Vld veel beter bij De Standaard/VRT scoort dan bij La Libre Belgique, zo scoort N-VA er veel slechter. Maar ook hier relativeert een vergelijking met de verkiezingsuitslagen van 2007 en 2009 die «slechte» score: in 2007 zat die partij nog in een kartel met CD&V en zou niemand er zijn hand voor in het vuur gestoken hebben dat de partij op eigen houtje de kiesdrempel van vijf procent zou kunnen halen. Verleden jaar kwam ze echter verrassend op 13,1% voor het Vlaams Parlement (en 9,9% voor het Europees Parlement) uit. Maar de eerste peiling die de partij op een verlies zet tegenover 7 juni 2009 moet nog verschijnen, en de enige andere partij die dat ook kan zeggen is… Groen!

Het hoogte- en relatieve dieptepunt dat N-VA deze week heeft moeten ondergaan is echter wel een mooie illustratie van hoe zeer een goede peiling een vergiftigd geschenk kan zijn. Op die manier kan deze peiling op haar beurt een zegen voor N-VA zijn, doordat de verwachting nu iets getemperd zijn, en N-VA de komende weken misschien toch niet de hond zal zijn die aangevallen en geslagen moet worden. Het kan een voordeel zijn wanneer Jean-Luc Dehaene eindelijk zijn voorstel tot oplossing (?) van het vraagstuk-Brussel-Halle-Vilvoorde op tafel zal leggen.

Die andere Vlaams-nationalistische partij, Vlaams Belang, doet het bij De Standaard/VRT ook opvallend slechter dan bij La Libre Belgique. Hier moet echter de nuance aan toegevoegd worden dat de partij het deze keer dan toch beter doet dan de historisch lage score die ze in oktober verleden jaar bij dezelfde peiler toebedeeld kreeg. Als de waarheid ergens in het midden tussen de ene en de andere peiler ligt, betekent dit dat de partij op dit ogenblik haar score van de laatste verkiezing min of meer vasthoudt. Dit is nog geen score om verheugd over naar huis te schrijven, maar toch beter dan wat de partij kon vrezen na de negatieve persaandacht die de partij de laatste weken en maanden heeft moeten ondergaan.

Een partij waarover beide peilers het wel opvallend eens over zijn, is de sp.a. De partij staat eigenlijk status quo, met een lichte neiging tot winst, al is die statistisch niet significant. Of de sp.a daar zo tevreden over kan zijn is natuurlijk een andere vraag, want vergeleken met een paar jaar geleden staat de partij duidelijk op een verlies. De resultaten van de laatste peilingen lijken echter wel te suggereren dat de achteruitgang voorlopig gestopt is, en dat er misschien zelfs een begin van een herstel is gemaakt.

Die andere linkse partij, Groen!, doet het traditioneel beter bij De Standaard/VRT dan bij de andere peilers, maar komt deze keer op exact hetzelfde resultaat uit als bij La Libre Belgique. (Dat de partij het in de peilingen vaak beter zou doen dan bij de verkiezingen, zoals Bart Sturtewagen zaterdag in De Standaard beweert, is klinkklare onzin, en het volstaat te verwijzen naar 2004 en 2006 om dat aan te tonen).

Tot slot dan nog Lijst Dedecker, dat het in deze peiling iets beter doet dan in die van La Libre Belgique. De kiesdrempel lijkt daarom alweer een beetje verder weg, maar men zal zich bij die partij toch zorgen moeten blijven maken over die kiesdrempel. In België is het immers voor een partij niet voldoende dat ze regionaal iets boven de kiesdrempel zweeft om in alle kieskringen zetels binnen te halen, en het verschil tussen een 5,5% eerder vorige week en 7,4% dit week-end laat zich voelen in de prognose voor de zetelverdeling voor het Vlaams Parlement.

Die prognose, die alweer erg gelijklopend is met een simulatie die Bart Maddens uitvoerde voor de federale Kamer, toont aan dat met de resultaten van de laatste peiling, de verhoudingen tussen de Vlaamse partijen in het Vlaams Parlement niet zo erg veel zouden verschillen van vandaag. CD&V blijft afgetekend de grootste partij, gevolgd door vier min of meer even grote partijen Open Vld, sp.a, N-VA en Vlaams Belang. Een ander verschil is, zoals reeds vermeld, dat Lijst Dedecker een heel pak zetels extra zou halen dankzij een comfortabelere afstand tegenover de kiesdrempel. Qua mogelijke coalities verandert er eigenlijk niet zo heel veel: met deze zetelverdeling zijn alleen CD&V–Open Vld–sp.a, CD&V–Open Vld–N-VA en CD&V–sp.a–N-VA mogelijk als we ons willen beperken tot slechts drie partij en aannemen dat het cordon sanitaire intact zou blijven. Een paars-gele coalitie van Open Vld, sp.a en N-VA zou deze keer drie zetels tekort hebben voor een meerderheid in het Vlaams Parlement. CD&V hoeft zich voorlopig dus nog geen zorgen te maken dat ze eventueel uit de Vlaamse regeringsboot zou vallen.

De bijna gelijktijdige verschijning van deze peiling en die van La Libre Belgique, met bovendien enkele opvallende verschillen tussen de twee, heeft ervoor gezorgd dat alvast De Standaard en de VRT zelf niet rond de vraag heen konden wat de oorzaak zou kunnen zijn van die verschillen. Beide media doen daarbij uiteraard hun best om vooral hun eigen peiling naar voren te schuiven als de meest betrouwbare – en wie kan hen dat eigenlijk verwijten? Het grote verschil tussen de twee peilingen is de wijze waarop ze uitgevoerd werden: TNS-Media/Dimarso doet dat via een toevallige steekproef op basis van telefoonnummers (inclusief mensen die alleen maar een GSM-nummer hebben), terwijl IPSOS voor La Libre Belgique een (zelfselecterend) internetpanel gebruikt.

Nu hoeft dat laatste niet te betekenen dat de resultaten van IPSOS slechter zouden zijn dan die van TNS-Media/Dimarso, op voorwaarde natuurlijk dat IPSOS over een voldoende groot panel zou beschikken en zorgt voor een correcte weging van de resultaten. Wat de grootte van het panel betreft, vrees ik echter dat IPSOS schromelijk tekort schiet, zeker als je de bedenking maakt dat het veel goedkoper is een internetpanel uit te breiden dan een telefonische enquête. In ieder geval konden de peilingen van La Libre Belgique bij de laatste verkiezingen de vergelijking met die van De Standaard/VRT niet zo goed doorstaan, en het is eigenlijk merkwaardig dat IPSOS zelf nog geen maatregelen in dat verband heeft ondernomen. Ik ben dan ook geneigd meer geloof te hechten aan de resultaten van De Standaard/VRT, ook al hoop ik persoonlijk dat La Libre Belgique dichter bij de waarheid zit, in ieder geval wat betreft de uitslagen van de Vlaamsgezinde partijen.

Bijlage: Overzicht alle peilingen in Vlaanderen sedert 2004 (PDF).

woensdag, maart 03, 2010

Opflakkering zaak-Daerden: cui interest?

Michel DaerdenJe maakt het niet iedere dag mee: Yves Leterme die voor de camera's verklaart dat hij vertrouwen heeft in het gerecht, en het onderzoek dus zijn gang wil laten gaan. Dat een deontologische commissie van de PS de zaak zou bekijken is al helemaal een giller. Maar misschien is het aan Vlaamse zijde wel vooral de CD&V die er belang bij heeft dat Michel Daerden voorlopig op post blijft?

Eerste Minister Yves Leterme heeft dus op wonderbaarlijke wijze zijn vertrouwen in het gerecht herwonnen. De tijd dat hij helemaal geen vertrouwen in het gerecht had ligt immers nog niet zo ver achter ons. En van onderzoeken die gewoon hun gang moesten gaan en niet verstoord mochten worden was al helemaal geen sprake. De tijden veranderen dus snel, zeker in de Belgische politiek, en van Yves Leterme beginnen we het stilaan gewoon te worden dat de man de ene maand wit zegt, om de volgende maand voor de camera's doodleuk zwart te beweren.

De beste mop van de afgelopen dagen is echter ongetwijfeld die deontologische commissie van de PS die de zaak zou onderzoeken. Een deontologische commissie bij de PS? Men kan net zo goed Michel Daerden voorzitter maken van de bond van geheelonthouders. Het stemmenkanon uit Luik draait al zo lang mee in de partij dat hij waarschijnlijk van elke mandataris, tot de gemeenteraadsleden in de meest verafgelegen dorpen toe, precies weet wat ze op hun kerfstok hebben. Over de vraag hoeveel leden van die deontologische commissie hem zullen willen veroordelen hoeft dus niet bepaald lang nagedacht te worden.

Maar terug naar Yves Leterme en de CD&V. De zaak-Daerden stelt de federale regering niet bepaald in een positief licht, maar toch moet misschien ook de vraag gesteld worden of de laatste opflakkering de CD&V op dit ogenblik niet bijzonder goed uitkomt. Van goed bestuur is er geen sprake, maar ze gaf Yves Leterme toch nog maar eens de gelegenheid om de CD&V-show van «rustige vastheid» op te voeren voor de camera's. En na de ramp van Buizingen was het bijzonder nuttig even de aandacht te kunnen afleiden van zowel Inge Vervotte als Etienne Schouppe en Jean-Luc Dehaene. Je zou je warempel gaan afvragen of het misschien niet de partijraad van de CD&V was die de map met alle details naar de voltallige pers gestuurd zou hebben.

Is dat laatste misschien wat ver gezocht, kan alleen maar vastgesteld worden dat geen enkele van de andere Vlaamse partijen uit dit dossier zo goed weg weet te komen als de CD&V. Bij de Open Vld heerst in ieder geval een oorverdovende stilte omdat de partij goed weet dat er als federale regeringspartner toch geen punten mee te scoren vallen. Verder dan de hele zaak een «medianummertje» te noemen raakte de partij in ieder geval niet. Elke kritiek van de sp.a is dan weer totaal ongeloofwaardig omdat geen mens zou willen geloven dat die partij van Michel Daerden wel een probleem zou maken als ze federaal mee in de regering zou zitten. En Groen! maakt hoe dan ook geen schijn van kans om in de federale regering te raken als ze er geen PS-creaturen zou dulden. Blijft nog over van de Vlaamse partijen die niet in een cordon sanitaire opgesloten zitten of op imploderen staan: de N-VA, die ooit nog campagne voerde tegen de «verstrikking» van Vlaanderen, maar participationistisch als ze is zich wel liet misbruiken als nuttige idioten om de huidige federale regering tot stand te brengen. Benieuwd of die partij in 2011 campagne zal willen voeren voor de «ontdaerding» van België…

Al bij al doen slechts drie partijen hun relatieve voordeel met deze opflakkering van de zaak-Daerden. Ten eerste is er Ecolo, dat Michel Daerden uit de Waalse regering wist te weren. Ten tweede de PS zelf, die aan haar achterban weer eens laat zien dat haar wil wet is in België. En ten derde de CD&V dus, die zich kan profileren met haar rustige vastheid en de aandacht afgeleid ziet van drie van haar politici die recent in nauwe schoentjes terecht waren gekomen. Trouwens, de kiezer die vandaag nog steeds bereid is op de CD&V te stemmen maakt overduidelijk al geen problemen rond de flagrante woordbreuk van die partij rond Brussel-Halle-Vilvoorde en de staatshervorming. Die kiezer is doodsbang voor elke vorm van verandering, zowel in de ene als de andere richting, en wat dat met zich mee zou kunnen brengen, en gelóóft dus ook in de boodschap van rustige vastheid. Pappen en nathouden, een minder eerbiedig synoniem van die rustige vastheid, is immers ook een beleid. De kans dat die kiezer zich dan plots wél zou opwinden over de aanwezigheid van een schertsfiguur als een Michel Daerden in de federale regering kan dan ook minimaal genoemd worden.

maandag, februari 08, 2010

Het zelfvertrouwen van de CD&V

«Het gaat goed met de CD&V.» Aan het woord is partijvoorzitster Marianne Thyssen in een interview met Knack verleden week. En inderdaad, de partij zit stevig in zowel de Vlaamse als de federale regering, mocht onlangs zelfs de Europese «president» leveren, en staat afgetekend voorop in de peilingen. Maar is dat zelfvertrouwen, dat op momenten zelfs grenst aan een zeker triomfalisme, wel helemaal terecht?

Wie niet beter weet, zou inderdaad denken dat het de CD&V tegenwoordig voor de wind gaat. De partij zit als enige Vlaamse partij zowel federaal als regionaal in de regering. Bovendien levert ze zowel de federale eerste minister als de Vlaamse minister-president – ja zelfs de Europese «president» komt uit de CD&V-stal. Volgens de laatste opiniepeilingen behoudt de partij trouwens afgetekend het marktleiderschap in partijpolitiek Vlaanderen, waardoor ze in de praktijk als incontournable beschouwd mag worden wanneer er nog eens een regering gevormd moet worden. Men heeft zelfs het lef de woordbreuk van 2004, 2007 en 2009 over de staatshervorming en Brussel-Halle-Vilvoorde vandaag te verkopen als staatsmanschap van de bovenste plank, en het immobilisme in de federale regering aan te prijzen als «rustige vastheid» of «samenwerkingsfederalisme».

Maar gaat het dan echt wel zo goed met de CD&V? Het blakende zelfvertrouwen van Marianne Thyssen steekt schril af tegenover het beeld dat de andere CD&V-figuren de laatste tijd hebben neergezet in de media. Neem nu een Vlaams minister-president Kris Peeters, die niet meer kan doen dan machteloos vaststellen dat Opel Antwerpen onherroepelijk dicht zal gaan. Of Hilde Crevits, die dag na dag in het journaal mag komen uitleggen waarom die E313 nog steeds niet hersteld is. Naar het schijnt zijn ook Jo Vandeurzen en Joke Schauvliege Vlaamse ministers, maar veel hebben we van hen nog niet mogen vernemen, tenzij dan dat de laatste graag al eens wat amateurtoneel meepikt. Ook federaal minister Inge Vervotte heeft nog niet veel van zich laten horen sedert haar heraanstelling, en Pieter de Crem lijkt zich vooral te specialiseren in het omtoveren van vliegtuigen tot stukken schroot. De enige die zich de laatste tijd positief heeft laten opmerken is Steven Vanackere, maar dan vooral omdat hij zich in Congo liet opmerken met een fris pintje in de hand – of was het maar een glas fruitsap? – bij Joseph Kabila, en Karel de Gucht het zo absoluut nodig vond daarover in een zondags TV-programma zijn gramschap te moeten halen.

Blijft nog over: Yves Leterme, federaal eerste minister en politiek met afstand dé tragische figuur van de laatste jaren. Zijn one-liner «wie gelooft die mens nog» was een voltreffer in 2007, maar sloeg op hem als een boemerang terug en is hem sindsdien blijven achtervolgen. Vandaag is die uitspraak echter amper nog van toepassing op hem, omdat hij eigenlijk niets meer zegt wanneer hij nog eens voor een camera verschijnt. Dat hij in verband met het sociaal overleg zowel de werkgeverskool als de werknemersgeit wil sparen is niets nieuws – dat is nu eenmaal een onderdeel van de grondvesten van de christen-democratie in Vlaanderen. Maar heeft iemand ergens iets opgevangen wat voor een mening van Yves Leterme kan doorgaan over de zaak-Daerden (in de Senaat), de zaak-Daerden (het revisiekantoor) of de maaltijdchequezwendel in enkele Waalse gemeenten? Zelfs de meest stuitende corruptie en PS-arrogantie kan bij hem niets meer losweken dan een nietszeggende commentaar ingewikkeld in een wollige taal waaruit men maar één ding kan concluderen: de man zit in de 16, en wil daar koste wat het kost zo lang mogelijk blijven zitten. En reken maar dat de PS een carte blanche herkent wanneer zij er een ziet.

Daar komt nog bij dat Jean-Luc Dehaene zich de laatste tijd een aantal keren heeft laten opmerken op een voor de partij nogal ongunstige wijze. Met de beide handen in de koekjestrommel van AB InBev gesnapt worden op het ogenblik dat er daar ontslagen vallen is voor de ACW-top misschien niet meer dan een beetje gênant, maar bij de basis van de partij moet zoiets toch hard aankomen. Dat hij ook bij Dexia niet bepaald naast de poen pakt schijnt men ondertussen al vergeten te zijn. Ook de schets voor een oplossing van het dossier-Brussel-Halle-Vilvoorde zoals die onlangs in de pers uitlekte zal bij menig CD&V-militant niet bepaald op applaus onthaald zijn. Het kartel met de N-VA was voor de CD&V-top waarschijnlijk nooit meer dan een middel om aan de macht te komen, maar bij de basis lag dat iets anders. Of die uitgelekte schets al dan niet authentiek is doet er daarom eigenlijk weinig toe: dat Jean-Luc Dehaene zo'n schabouwelijke «oplossing» zou durven voorstellen is hoogst geloofwaardig, en dat weet iedereen. Jean-Luc Dehaene is immers samen met Herman van Rompuy één van de moreel meest abjecte politici die Vlaanderen ooit heeft voortgebracht: de inhoud van een akkoord kan hem geen moer schelen, als hij er maar weg mee kan komen (en zijn postje kan behouden). Voor de gewone CD&V-kiezer en -militant moet het alweer een pijnlijke gewaarwording zijn dat N-VA-voorzitter Bart de Wever via de Vlaamse regering hun hoop in bange dagen is…

Dit leidt meteen tot de vraag: waarom stemt iemand voor de CD&V, en blijft dat zelfs herhaaldelijk doen? Gaat het om kiezers met een geheugen van een goudvis, die telkens weer denken dat het de CD&V deze keer echtig en techtig menens is met haar Vlaamse beloften? Of onderschatten wij de CD&V-kiezers, die immers voor de CD&V kiezen ondánks de Vlaamse beloften, omdat zij weten dat zij uiteindelijk toch weer de Belgische kaart zal trekken? In dat geval speelt de CD&V-leiding bij iedere verkiezing met vuur, want elke trouwe kiezer die zij weet te overtuigen van haar Vlaams verkiezingsprogramma, stuurt zij op termijn onvermijdelijk richting N-VA.

In dat opzicht staat de figuur van hierboven, met een overzicht van de verkiezingsuitslagen van de christen-democratie in Vlaanderen sedert WO II, in sterk contrast met de vaststelling van partijvoorzitster Marianne Thyssen in het interview met Knack. Een eenvoudige lineaire regressie leert immers dat de christen-democratie in Vlaanderen historisch een halveringstijd kent van ongeveer 40 jaar, en dat aan die historische trend voorlopig nog geen einde lijkt gekomen te zijn. Noch de verkiezingsuitslag van verleden jaar, noch de resultaten in de recentste opiniepeilingen geven immers een trendbreuk aan. Zet die historische trend zich voort, dan zakt de partij tussen 2011 en 2014 door de grens van de twintig procent, en gaat er vóór 2030 nog eens vijf procent van af. Een trend van meer dan zestig jaar buig je niet om met een geslaagde nieuwjaarsreceptie.

Gaat het dus goed met de CD&V? Eigenlijk niet, of beter: helemaal niet. En dat geldt zowel op korte als op lange termijn. Haar uitspraak heeft daarom ook meer weg van fluiten in het donker dan het weergeven van een reële stand van zaken.

zaterdag, december 12, 2009

Het ene belangenconflict is het andere niet...

Joëlle MilquetFederaal minister van Werk Joëlle Milquet is «verontwaardigd» en waarschuwt voor een «groot politiek probleem» omdat de Vlaamse Regering overweegt een belangenconflict in te dienen tegen één van haar activeringsmaatregelen. In het beste geval heeft die maatregel in Vlaanderen alleen maar het effect dat er veel geld uit het raam gesmeten wordt, en bovendien heeft de minister zelfs niet eens de moeite gedaan om te antwoorden op de tegenvoorstellen van de Vlaamse regering. Een belangenconflict is dan ook niet meer dan terecht is. Niettemin noemt zij, als één van de breinen achter het Franstalige seriebelangenconflict tegen de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde, een Vlaams belangenconflict «contraproductief en agressief».

Contraproductief en agressief dus. Het Franstalige seriebelangenconflict tegen de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde, waarvan één zelfs gestemd in het parlement van de Duitstalige gemeenschap dat er noch van ver noch van dichtbij een belang bij verloren heeft, moet dienen om een «onderhandelde» oplossing te vinden. En dient dus het algemene belang, aldus zowel Franstaligen als Duitstaligen. Wanneer de Vlaamse regering echter overweegt één enkel belangenconflict in te dienen tegen een maatregel van een federaal minister die niet eens naar de opmerkingen van diezelfde Vlaamse regering wil luisteren, is het kot te klein. Of vreest zij soms dat zowel het Vlaamse gewest als de Vlaamse gemeenschap, en vervolgens ook de Vlaamse gemeenschap in Brussel ieder om de beurt haar activeringsmaatregel zullen stilleggen, telkens voor 120 dagen plus alle mogelijke en onmogelijke vakanties en officiële feestdagen om de boel zo lang mogelijk te rekken? Zoals Carl Devos in zijn zaterdags commentaarstuk opmerkt: het ene belangenconflict is blijkbaar het andere niet. Ik zou er zelfs nog aan willen toevoegen: het ene belangenconflict is blijkbaar de vier, straks vijf, andere niet…

Of de Vlaamse regering daadwerkelijk een belangenconflict indient, valt natuurlijk nog af te wachten. De Vlaamse minister van Werk, Philippe Muyters, schijnt daar alvast van uit te gaan, en voor zijn partij zou een belangenconflict ongetwijfeld welkom zijn. Dat ligt natuurlijk anders voor minister-president Kris Peeters, die al probeerde de gemoederen te bedaren, zoals dat dan heet. Veel indruk maakte dat niet op Joëlle Milquet, die overigens perfect weet hoe ze haar spel van chantage dient te spelen. Zij liet zich in haar reactie immers ontvallen te hopen dat de CD&V, de partij van Kris Peeters dus, «de Vlaamse regering tot rede kan brengen». Meteen zit Kris Peeters geprangd tussen enerzijds zijn coalitiepartner in de Vlaamse regering, de N-VA, én zijn eigen Vlaams regeerakkoord, en anderzijds zijn eigen partij die de laatste maanden al duidelijk aangetoond heeft voor het federale belang te kiezen wanneer puntje bij paaltje komt.

Overigens is de activeringsmaatregel niet het enige punt waarover de Vlaamse regering in de knoop ligt met federaal minister van Werk Joëlle Milquet. Zij wil namelijk ook een vormingsfonds oprichten en onderbrengen bij de federale Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA), hoewel opleiding en vorming bij uitstek gewestelijke bevoegdheden zijn. En eigenlijk bevat zowat elke maatregel van haar hand wel op één of andere wijze een bevoegdheidsoverschrijding. Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Laurette Onkelinx is trouwens vaak in hetzelfde bedje ziek(!). Beide dames geven overigens sterk de indruk dat zij voor een bevoegdheidsoverschrijding meer of minder hun hand niet omdraaien, en, toeval of niet, vaker dan gemiddeld in het nadeel van Vlaanderen. Wie zei daar ook al weer dat er minder conflicten in de wereld zouden zijn met meer vrouwen aan de macht?

Theoretisch is het natuurlijk altijd mogelijk dat Joëlle Milquet tegen komende woensdag zou inbinden, of dat een eerbaar compromis gevonden zou kunnen worden dat tegemoet komt aan de Vlaamse verzuchtingen. Als dat echter niet gebeurt, wordt het interessant om te zien of de CD&V kiest voor het federale belang en de N-VA onder druk zet, dan wel in het Vlaams parlement een belangenconflict laat stemmen. Dat laatste zou meteen betekenen dat er al een ferm pak roet in het eten van Jean-Luc Dehaene komt, nog voor hij goed en wel aan zijn «onderhandelingen» is kunnen beginnen. Joëlle Milquet liet in haar reactie al duidelijk verstaan dat een Vlaams belangenconflict volgens haar even erg is als raken aan het une et indivisible Brussel-Halle-Vilvoorde. Dat is natuurlijk de wereld op z'n kop – hoewel, in beide gevallen gaat het natuurlijk wel degelijk over Franstaligen die zich weigeren neer te leggen bij de logica van het federale België.

Voor de N-VA zou een Vlaams belangenconflict echter bijzonder welgekomen zijn. Dat neemt niet weg dat het veel te laat komt, of beter gezegd: dat er veel eerder al een ander belangenconflict ingediend had moeten worden, namelijk één tegen de federale begroting. Toegegeven, haalbaar was zo'n belangenconflict nooit, maar toch stapte de partij bijzonder licht over dat punt van het Vlaamse regeerakkoord dat deze zomer nog als één van de lepels suiker moest dienen bij de eigen achterban. De beruchte Maddens-doctrine, voor wie het zich nog herinnert… Helemaal lekker ligt die zaak toch niet bij een deel van het electoraat waar de partij haar stemmen haalt. Aan de échte lakmoesproef voor het nut van de deelname van de N-VA in de Vlaamse regering zijn we echter nog niet toe. Die zal er pas komen wanneer de reeks belangenconflicten over Brussel-Halle-Vilvoorde finaal afgelopen zullen zijn, en pas dan zullen we weten wat de N-VA in de Vlaamse regering echt waard is.

zondag, november 29, 2009

Nieuw wereldrecord verkiezingsbeloftes breken

Yves LetermeIk weet niet of er in het Guinness Book of Records een hoofdstuk bevat voor politici, maar als het bestaat komt onze kersverse Eerste Minister Yves Leterme zonder twijfel in aanmerking voor minstens twee records. Eerste record is de frequentie waarmee hij in de periode 2007/2008 zijn ontslag ging indienen bij Koning Albert II – zelfs Italiaanse Eerste Ministers konden er een puntje aan zuigen. Het tweede record werd eerder deze week neergezet. Wie anders dan Yves Leterme zou er ooit al in geslaagd zijn de kiezer maar liefst viermaal te bedriegen met dezelfde leugen in de loop van slechts twee legislaturen?

Ga het maar na: zowel in 2004 als in 2007 bezwoer Yves Leterme dat hij niet in een regering zou stappen zonder een voorafgaande splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde. Deze week werd hij echter al voor de derde keer ingezworen als het hoofd van een regering zonder dat van een begin van een splitsing van het kiesarrondissement nog maar sprake is. Voeg daar nog zijn deelname aan de regering-Verhofstadt II aan toe, en we komen aan vier woordbreuken in de loop van slechts twee legislaturen. Probeer het hem maar eens na te doen.

Om de vernedering compleet te maken, vond men het in Laken trouwens zelfs nodig het kiezersbedrog te verpersoonlijken in de vorm van een «koninklijke opdrachthouder», Jean-Luc Dehaene, die belast werd met de voorbereiding van communautaire onderhandelingen. Het zal echter Jean-Luc Dehaene niet zijn die ten laatste in 2011 aan de Vlaamse kiezer verantwoording zal moeten afleggen voor alle Vlaamse toegevingen die hij voorbereidt, want, let op, wanneer het uiteindelijk zover zal zijn, zal Yves Leterme zélf de onderhandelingen moeten leiden. Om het met een beeld te zeggen: Jean-Luc Dehaene hoeft eigenlijk niet meer te doen dan te schetsen waar hij denkt dat er kastanjes in het vuur liggen, maar Yves Leterme zal ze er wel zelf uit mogen halen.

Nu is het algemeen geweten dat de machtsdrang, en zeker de postjesdrang, bij politici bovenmatig ontwikkeld is, maar wanneer je overloopt hoe Yves Leterme zichzelf deze keer in de Belgische val heeft laten zetten, kan je toch niet anders dan jezelf afvragen wat hem in 's hemelsnaam toch bezielde. Immers, hoe je het ook draait of keert, Yves Leterme kan alleen maar met verlies uit dit avontuur raken. Het is zelfs zeer de vraag of hij zoveel plezier zal kunnen –of mogen?– beleven aan zijn verblijf in de Wetstraat 16 tot aan de volgende federale verkiezingen. Veel meer dan uitvoeren wat Elio di Rupo en Joëlle Milquet elders voor hem beslissen zal er vermoedelijk niet bij zijn als hij nog maar Pasen 2010 wil halen.

Laten we immers eens de scenario's overlopen voor wat de komende maanden mogelijk is. Eerste scenario: koninklijk opdrachthouder Jean-Luc Dehaene slaagt erin tegen Pasen een communautair pre-akkoord voor te bereiden, inclusief de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde op een voor de Franstalige aanvaardbare wijze – zeg maar een ogenschijnlijke splitsing die er geen is. Yves Leterme zal dat pre-akkoord dan verder mogen onderhandelen tot er een finaal akkoord bereikt wordt, dat dan gestemd kan worden in de Kamer vóór de zomer en dus het Belgische EU-voorzitterschap. In dat geval zal het natuurlijk in de eerste plaats Jean-Luc Dehaene zijn die alle eer toegespeeld zal krijgen voor dat akkoord, terwijl Yves Leterme aan de achterban zal mogen gaan uitleggen waarom Brussel-Halle-Vilvoorde nu eigenlijk feitelijk toch niet gesplitst werd. Wordt uiteindelijk geen finaal akkoord bereikt, zal Yves Leterme daar volledig de schuld voor krijgen, niet Jean-Luc Dehaene. Die laatste zal immers wel zo slim zijn de details niet uit te werken, en zoals men het in de taal van Shakespeare zegt: the devil is in the details… Ik sluit niet uit dat in dat geval Jean-Luc Dehaene nog eens zal willen bijspringen, vooral dan om in dienst van vorst en vaderland de CD&V-achterban te doen plooien om ofwel het akkoord alsnog te aanvaarden, of om verder te regeren zonder staatshervorming of splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde.

Ander mogelijk scenario: Jean-Luc Dehaene slaagt er niet in een pre-akkoord rond te krijgen voor Pasen 2010. Wat er dan gebeurt, zal vooral afhangen van wat Jean-Luc Dehaene zélf denkt over zijn verdere slaagkansen. Valt er voor hem toch nog iets eervols te rapen, zal hij waarschijnlijk het Brussels Parlement inschakelen voor een nieuw belangenconflict. In het andere geval zie ik hem er gewoonweg de brui aan geven, en de schuld in de schoenen van Yves Leterme schuiven. Het excuus is snel gevonden: Yves Leterme zorgde niet voor een voldoende sereen klimaat tussen de regeringspartners, of de N-VA deed lastig in de Vlaamse regering. Wat er ook van zij, Yves Leterme zal ook in dit scenario de pineut van het verhaal zijn.

Laatste scenario: voor zover Jean-Luc Dehaene zich al de moeite zou getroosten veel initiatief te nemen vóór pakweg midden februari, valt natuurlijk niet uit te sluiten dat hij relatief snel zou inzien dat Brussel-Halle-Vilvoorde een volkomen onoplosbaar probleem is waar hij alleen maar zijn nek op kan breken. Enerzijds weigeren de Franstaligen een splitsing die een splitsing is – op dat vlak is er de laatste jaren eigenlijk weinig of niets veranderd, ook al hebben enkele Franstalige politici de laatste tijd verklaard dat een splitsing «onvermijdelijk» zou zijn. Wat belangrijker is, is de buigzaamheid van de CD&V-achterban, en of die een schijnsplitsing wel zal willen slikken. Vooral de aanwezigheid van de N-VA als Vlaams geweten van de CD&V in de Vlaamse Regering is daarbij een probleem. Komt Jean-Luc Dehaene vroegtijdig tot de conclusie dat hij van de koning een onmogelijke opdracht heeft gekregen, zou hij wel eens hetzelfde kunnen doen als wat hij in 2007 deed, en zijn koninklijke opdracht vervroegd afbreken. Hij is er per slot van rekening de man niet naar om enkele weken extra een schijnvertoning op te voeren enkel en alleen maar om met zijn titel te pronken. En wie zit ook deze keer uiteindelijk met de gebakken peren? Inderdaad, Yves Leterme, die zal mogen uitleggen waarom er geen splitsing noch een staatshervorming zal komen voor de verkiezingen van 2011.

Op dit punt vraagt de lezer zich waarschijnlijk af wat iemand als een Yves Leterme eigenlijk bezielt om Eerste Minister te wíllen zijn. En bij uitbreiding: waarom CD&V telkens weer de Eerste Minister wil blijven leveren. Als men de ellende en miserie rond de federale regering vergelijkt met wat mogelijk is in de Vlaamse regering, kan men alleen maar besluiten dat men aan de top van CD&V blijkbaar last heeft van een Belgische dwangneurose of suïcidale neigingen. In de Vlaamse regering slaagt men er tenminste nog in een beleid te voeren, terwijl men op federaal niveau met smoesjes zoals de «rustige vastheid» moet schermen om de complete passiviteit –of beter: volledige overgave aan de Franstalige wensen en grillen– te verbergen. Misschien komt het besef er ooit nog wel, dat er op federaal niveau voor de CD&V eigenlijk geen eer of macht meer te behalen valt. Met een voorzitster als een Marianne Thyssen, eerder deze week nog enthousiast bejubeld door Béatrice Delvaux in Le Soir, vrees ik echter dat het nog even zal kunnen duren voor dat besef er ook daadwerkelijk zal (mogen) komen. Tot dan is het bang afwachten hoeveel de federale machtsdrang van de CD&V Vlaanderen nog zal kosten. Tot dan rest ons alleen maar medelijden met –of, menselijker: Schadenfreude over– tragische figuren als Yves Leterme.

vrijdag, januari 02, 2009

Overlevingskansen van Van Rompuy I

Herman van RompuyNogal wat mensen –o.a. Pieter Cleppe in zijn laatste artikel en tweederde van de deelnemers van een recente poll van De Standaard– verwachten dat de kersverse regering-Van Rompuy I 2011 niet zal halen. Er zijn nochtans weinig redenen waarom de huidige federale coalitie er voortijdig de brui aan zou geven, en veel waarom ze tot de laatste dag zal willen voortregeren. Een korte opsomming.

Ik geef toe dat er binnen de federale regering veel meer achterdocht en wantrouwen heerst dan vertrouwen –het feit dat Herman van Rompuy het woord zo vaak gebruikte in zijn regeringsverklaring zegt eigenlijk al genoeg– en dat Eerste Minister tijdens de kabinetsraden regelmatig zijn gitaar zal moeten bovenhalen om een spontaan opwellend Vrolijke, vrolijke vrienden te begeleiden lijkt me dan ook weinig waarschijnlijk. Maar om een regering te doen vallen moeten er partijen zijn die daar belang bij hebben, en de laatste partij die belang zou kunnen gehad hebben bij een vroegtijdige val van de federale regering, de Open Vld, heeft nu sedert kort meer belang bij een voortbestaan van die regering tot 2011.

Tot voor kort had de partij immers twee redenen om vervroegde verkiezingen na te streven: de aanwezigheid van de PS in de regering zit de partij nog steeds niet lekker, en verder het uitzicht zich te kunnen verstevigen dankzij een electorale bonus waarvoor Guy Verhofstadt zou kunnen zorgen vanop de Europese kieslijst. Die sterkere positie zou zich dan praktisch moeten vertalen in meer POSTJES –of wat dacht u?– maar het probleem is dat zoals de kaarten nu liggen, het wel eens moeilijk zou worden om federaal aan Vlaamse zijde een nieuwe regering op poten te kunnen zetten na nieuwe verkiezingen zonder er een derde partner bij te nemen. Of het daarbij om sp.a of LDD zou gaan maakt eigenlijk weinig uit, feit is dat de Open Vld weinig kans maakt na zulke verkiezingen nog evenveel federale POSTJES te kunnen bezetten als nu het geval is. Zelfs àls opnieuw van start zou gegaan worden met een minderheid aan Vlaamse zijde, is het weinig waarschijnlijk dat Open Vld recht zou hebben op meer dan wat het vandaag al heeft dankzij de recente promotie van Patrick Dewael naar de post van kamervoorzitter. Bovendien zou opnieuw onderhandeld moeten worden over de benoeming van Karel de Gucht tot Europees Commissaris, en ik kan me niet inbeelden dat iemand binnen de huidige Open Vld-top daar zin in zou hebben, al was het maar om er zeker van te zijn dat Karel de Gucht later dit jaar wel degelijk naar Europa zou verdwijnen.

Zit de Open Vld dus nog steeds verveeld met de aanwezigheid van de PS in de federale regering, is het lang niet zo zeker meer dat de partij er zich federaal op kan verbeteren door nieuwe verkiezingen, en eigenlijk vooral veel kan verliezen. Ik verwacht daarom dat de partij, die tot nu toe een perfide spelletje heeft gespeeld om de regering-Leterme I constant te ondermijnen door nu weer de Vlaamse en vervolgens de Belgische kaart te trekken in de media, voor een eerder stabiliserende rol zal kiezen het komende half jaar, en daarna de rit gewoonweg verder zal willen uitzitten. Door de huidige promotie van Patrick Dewael en de toekomstige van Karel de Gucht begint de partij trouwens stilaan een personeelsprobleem te krijgen aan de top, en heeft ze wat tijd nodig om nieuwe figuren wat te laten groeien.

Er kan bovendien opgemerkt worden dat door het smadelijke vertrek van Yves Leterme voor de Open Vld een persoonlijke rekening vereffend werd. De man van 800.000 stemmen, die Guy Verhofstadt zo verpletterend versloeg bij de laatste verkiezingen, is nu van de baan, en noch Herman van Rompuy noch Kris Peeters zullen Guy Verhofstadt veel concurrentie kunnen aandoen in de komende verkiezingscampagne. Bovendien is niet alleen het kartel van CD&V en N-VA gebroken, maar zit de CD&V ook met een intern probleem, waardoor de Open Vld het veel rustiger aan zal kunnen doen, en zich nu nog meer kan profileren als een stabiele en verantwoordelijk regeringspartij. Federale verkiezingen uitlokken past dan slecht in dat plaatje.

Over de CD&V kunnen we kort zijn: die partij heeft er allerminst belang bij dat er nu welke verkiezing dan ook uitgeschreven wordt. De partij is het kartel kwijt, haar boegbeeld, veel van haar geloofwaardigheid, en bovendien intern verdeeld. De laatste hoeft echter niet lang te duren – de partij heeft wat betreft het defenestreren van boegbeelden een traditie hoog te houden. Bovendien zit de partij met Brussel-Halle-Vilvoorde verveeld: de Open Vld heeft de luxe dat ze zich van eventuele ongrondwettelijke verkiezingen niets hoeft aan te trekken en pleit zelfs voor de oprichting van een kieskring «België-Halle-Vilvoorde», maar met de vele CD&V-burgemeesters in Halle-Vilvoorde die zich voor de splitsing geëngageerd hebben heeft de CD&V een levensgroot probleem. En dat er ook voor de Europese verkiezingen een BHV-probleem bestaat helpt de partij zeker niet vooruit. Als er dus één zaak is waarmee de partij de komende maanden liever niet geconfronteerd zou willen werden, zijn het wel kiezers en verkiezingen.

De Franstalige partijen dan. Om één of andere mysterieuze reden gaven de media verleden week de indruk dat het de CD&V was die alleen stond met haar pleidooi om pas in 2011 opnieuw federaal naar de kiezer te gaan. Wisten de redacties echt niet beter? Wie deze blog al een tijdje volgt weet natuurlijk wel beter, want er is geen enkele Franstalige regeringspartij die staat te springen om in 2009 al nieuwe federale verkiezingen te organiseren. Eén reden is dat vanuit communautair standpunt gezien zowel de huidige als de vorige regering de Franstaligen bijzonder goed bedient. Maar verder heeft geen enkele van de drie regeringspartijen er duidelijk voordeel bij dat er snel nieuwe federale verkiezingen komen.

Om met de PS en de MR te beginnen: deze twee partijen zijn in een bikkelharde strijd verwikkeld om de grootste te worden in Wallonië, en geen van de twee is op dit ogenblik verzekerd van de overwinning, ook al heeft de PS voorlopig de leiding in de peilingen. Een nieuw corruptieschandaal –en wie durft een nieuw PS-corruptieschandaal in 2009 uit te sluiten?– en die voorsprong is echter zo weer verdwenen. Trouwens, wie van de twee ook werkelijk de leiding zou hebben – indien de kiezer al dan niet terecht de indruk krijgt dat een partij nieuwe verkiezingen heeft uitgelokt omwille van electorale redenen mogen de verwachtingen onmiddellijk met enkele procentpunten teruggeschroefd worden. In de huidige omstandigheden heeft geen van de twee partijen dus veel zin om de inzet van juni 2009 te verdubbelen.

Dat neemt niet weg dat de twee partijen niet bepaald in de regering van hun dromen zouden zitten. Voor de MR moet het echter de ambitie zijn de PS bij één of andere gelegenheid uit de federale regering te wippen zonder nieuwe verkiezingen, terwijl bij de PS het besef wel zal leven dat zoals de kaarten op dit ogenblik in Vlaanderen liggen, met een zieltogende sp.a, een zuivere rooms-rode regering of olijfboomcoalitie in het beste geval iets voor na de verkiezingen van 2015 of zo is. Waarschijnlijk is men bij de PS al blij dat men er al in geslaagd is binnen te breken in de federale regering via partner cdH. Die laatste partij is dan weer blij dat de PS mee in de regering zit, en heeft, hoewel de partij in de peilingen op een duidelijke winst staat, eigenlijk weinig te winnen bij nieuwe verkiezingen. Als partij die zo hard op de nagel van de koopkracht en de socio-economische problemen heeft geslagen kan zij het trouwens niet maken om nu vervroegde verkiezingen uit te lokken.

Conclusie is daarom dat ik de kansen voor Herman van Rompuy om tot in 2011 aan het federale roer te blijven hoger inschat dan de kansen van Yves Leterme ooit geweest zijn. Uiteindelijk is de regering-Leterme I eigenlijk over niets anders gevallen dan enkele onhandigheden van en tussen CD&V'ers, en kan men amper van een «nieuwe» federale regering spreken. Of deze conclusie volgende week nog steek houdt, is natuurlijk een ander paar mouwen. Zo dacht ik dat Jean-Luc Dehaene de nieuwe Eerste Minister zou worden, maar heeft «de koning» daar anders over beslist. Aan de suggestie dat hij niet toegehapt zou hebben omwille van principiële redenen –lees: wel of niet samenvallende verkiezingen– hecht ik weinig geloof: de echte redenen moet waarschijnlijk eerder in de buurt van zijn linkervestzak gezocht worden.

maandag, december 29, 2008

Monarchie en democratie?

Koning Albert II van België«Koning verleidt Van Rompuy,» kopte de krant De Standaard deze morgen op de voorpagina nadat koning Albert II er zondagnamiddag dan toch in geslaagd was Herman van Rompuy over te halen de formateursopdracht te aanvaarden. Zusterkrant Het Nieuwsblad schrijft «Koning wringt ‘ja’ uit Van Rompuy». Maar past het wel in een democratie dat een niet-verkozen staatshoofd politici «verleidt» of «‘ja’ uit hen wringt» om formateur of Eerste Minister te worden?

We hold these truths to be self-evident – that all monarchs are usurpers and descendants of usurpers; for the reason that no throne was ever set up in this world by the will, freely exercised, of the only body possessing the legitimate right to set it up – the numerical mass of the nation.
Mark Twain in een brief aan Sylvester Baxter van de Boston Herald, 1889


Het kan toch niet anders dan bijzonder merkwaardig genoemd worden dat amper een week nadat een Eerste Minister en een Minister van Justitie zich genoodzaakt zagen af te treden omdat zij ervan verdacht werden de scheiding der machten geschonden te hebben, een niet-verkozen staatshoofd druk kan zetten op een politicus om toch maar een politieke opdracht te aanvaarden, zonder dat ook maar één enkele krantencommentator daarover een opmerking maakt. Meer zelfs, de meeste commentatoren schijnen eerder opgelucht te reageren op het welslagen van deze zo fundamentele schending van alle mogelijk democratische principes, omdat het belang van het land op het spel stond.

Laten we de gebeurtenissen van gisteren in Laken even rustig op een rijtje zetten. Rond 15.00 kwam verkenner Wilfried Martens, het witte konijn dat koning Albert II voor Kerstmis uit zijn hoge hoed getoverd had, zijn eindverslag voorleggen, maar zelfs bij het naar buiten gaan van de verkenner mocht de bevolking niet weten wat er precies in dat eindrapport stond, en zeker niet welke aanbeveling Wilfried Martens gemaakt had wat betreft de persoon van de volgende formateur, en dus hoogstwaarschijnlijk ook Eerste Minister. Hij wou zelfs niet kwijt óf hij daarover een aanbeveling gemaakt had of niet – de pers en de bevolking had er volledig het raden naar. Een tijdje later duikt Kamervoorzitter Herman van Rompuy in Laken op, om enkele uren later weer naar buiten te komen als… formateur. Nog goed dat de bevolking dat dan ten minste nog mocht vernemen, maar wat er zich ondertussen afspeelde op het koninklijk paleis valt natuurlijk onder het beruchte colloque singulier, ook al kunnen daar toch wel enkele prangende vragen bij gesteld worden.

Een eerste vraag is immers of Wilfried Martens Herman van Rompuy aanduidde als nieuwe formateur, dan wel of de koning die beslissing op eigen houtje nam. Is het laatste het geval, dan is de koning duidelijk zijn boekje te buiten gegaan. De tweede vraag is vervolgens of Herman van Rompuy door de koning onder druk gezet werd, en of hij uiteindelijk gezwicht is omwille van persoonlijk belangen, die van zijn partij of de bevolking, dan wel omwille van ontzag voor de koning en het respect dat een Minister van Staat meent te moeten opbrengen voor de wil van die koning. In dat laatste geval is het duidelijk dat Herman van Rompuy onder valse premissen aan zijn opdracht begonnen is, en dus nooit had mogen aanvaarden.

Denken we immers even na hoe zoiets in een échte democratie zou verlopen zijn. Met een al dan niet rechtstreeks verkozen president zou er immers geen enkel probleem geweest zijn: hij mag immers zoveel konkelen met of druk zetten op andere politici als hij wil, vroeg of laat zal hij toch verantwoording moeten afleggen aan de bevolking, eventueel via een omweg, en indien de bevolking zijn gekonkel of theater niet op prijs weet te stellen, riskeert hij de laan uitgestuurd te worden. Kijk naar Frankrijk, waar een Nicolas Sarkozy dit jaar zijn koers fel heeft moeten bijsturen omdat hij in het begin het al te bont maakte. Is er geen president voorhanden, zou de normale democratische weg geweest zijn dat bijvoorbeeld CD&V-partijvoorzitster Marianne Thyssen of een boegbeeld uit die partij eens een diep gesprek zou gehad hebben met Herman van Rompuy om hem over de streep te trekken, of desnoods de hele partijraad samen, maar een opvoering waarbij een koning het vuile werk moet opknappen van een partijvoorzitster die blijkbaar haar taak niet aan kan strookt alvast niet met mijn beeld van hoe een democratie in mekaar zou moeten zitten en werken.

Let wel, dat Wilfried niet aan de pers kwijt wou of hij nu Herman van Rompuy dan wel Jean-Luc Dehaene voorstelde als de nieuwe formateur is op zich geen probleem. Enige discretie kan nooit kwaad om een moeilijk politiek probleem op te lossen, maar het probleem blijft wel dat in de ketting om Herman van Rompuy te overtuigen de formateursopdracht op zich te nemen één dikke ondemocratische schakel zat. En dat de pers, die zich anders graag opwerpt als de beschermer van de democratie, zeker wanneer het erom gaat te waarschuwen tegen een bepaalde oppositiepartij die zelfs nog niet over één enkele schepen in de minste gemeenteraad beschikt, laat staan een ministersportefeuille, dit zomaar laat voorbij gaan, zonder ook maar één enkele kik te geven, en dat dan amper een week nadat de kolommen nog bol stonden van de ronkende verklaringen over hoe erg het wel was dat twee ministers de principes van de rechtsstaat geschonden hadden. Alsof dat iets nieuws zou geweest zijn in België. En het ergste van al: de pers hoefde waarschijnlijk, in tegenstelling tot Herman van Rompuy dan, niet eens onder druk gezet te worden om medeplichtig te zwijgen.

zondag, december 21, 2008

De Belgische olifant in de kamer

The Belgian Elephant in the RoomMerkwaardig hoe druk alle commentatoren en politici het hebben over de financiële crisis en de problemen van Fortis, maar niemand –met uitzondering van het Vlaams Belang– durft het aan te praten over de Belgische «olifant in de kamer». Yves Leterme en zijn regering wankelden, en zijn uiteindelijk gevallen, maar ook België wankelt.

De Engelse uitdrukking «the elephant in the room» verwijst gewoonlijk naar een probleem of een zaak die zo groot is dat niemand ze kan negeren, maar waar iedereen toch zedig over zwijgt. Vaak gaat het daarbij over een sociaal taboe, en doen de betrokkenen hard hun best om over allerlei andere zaken te praten, zodat ze het heikele onderwerp niet hoeven aan te raken. De ijver waarmee vandaag gepraat wordt over de nood aan een federale regering die zo snel mogelijk moet «doorstarten» (zou ik de enige zijn die ondertussen al een grondige hekel aan dat woord heeft opgebouwd?) omwille van de financiële crisis heeft daar veel van weg, want het feit dat ook België zelf wankelt door deze crisis kan niet ontkend worden.

Zo deed Johan vande Lanotte er deze morgen zijn beklag over dat de oppositie nog niet gehoord was door koning Albert II, maar tegelijkertijd verkondigt de sp.a aan iedereen die het horen wil dat ze niet in een regering wil stappen zonder voorafgaande verkiezingen. Tenzij het de bedoeling is van Johan vande Lanotte om zich op een audiëntie bij de koning te laten overtuigen om toch maar in de federale regering te stappen –in 's lands belang, of wat dacht u?– heeft zo'n gesprek tussen koning Albert II en iemand van de sp.a weinig zin, anders dan dat het misschien van enige beleefdheid en traditie zou getuigen. In tijden van nood, wanneer het land en de troon wankelt, zijn beleefdheid en traditie echter luxegoederen, en kan koning Albert II zijn tijd ongetwijfeld veel beter gebruiken dan een uur of twee te verdoen met een Oostendse hoogleraar of een Truiense Mechelse om hun ijdelheid wat te strelen. Het is in ieder geval een duidelijk teken dat men er in Laken absoluut niet gerust in is.

En men zit in Laken duidelijk met een ei. Open Vld wil in juni 2009 samenvallende verkiezingen, en dus niet weten van een nieuwe federale regering die tot in 2011 aan de macht blijft. Dit heeft natuurlijk veel te maken met het feit dat men hoopt bij de komende verkiezingen te kunnen profiteren van een Verhofstadt-effect niet alleen op Vlaams maar ook op federaal niveau, waardoor de partij misschien wel een procent of twee boven haar stand zou kunnen leven. Dat zulke samenvallende verkiezingen tegelijkertijd catastrofaal zouden zijn voor de CD&V omwille van een negatief Leterme-effect, ziet men niet bepaald als een nadeel bij de Open Vld.

Bij de CD&V wil men een scenario met samenvallende verkiezingen in juni absoluut vermijden. Er is natuurlijk het reeds vermelde Leterme-effect, waardoor de partij ook op Vlaams niveau stemmen zou verliezen omwille van een federaal probleem. Verder heeft de partij niemand om federaal mee uit te pakken: Yves Leterme is van het toneel verdwenen, voor Kris Peeters is elke andere campagne dan een Vlaamse totaal ongeloofwaardig, en verder zijn er op dit ogenblik gewoonweg geen topfiguren meer voorhanden bij de CD&V. Herman van Rompuy heeft het profiel niet om een federale campagne te trekken, Marianne Thyssen is er nog niet klaar voor, als ze überhaupt al geschikt zou zijn, over Inge Vervotte zullen we beleefd zwijgen, en verder rest alleen nog een Jean-Luc Dehaene tenzij men Wilfried Martens of Mark Eyskens uit de mottenballen zou willen halen. De partij geeft daarom de voorkeur aan ofwel snelle federale verkiezingen, zodat tenminste de Vlaamse en Europese verkiezingen gered kunnen worden, of pas nieuwe federale verkiezingen zo ver in de toekomst dat Kris Peeters «Letermegewijs» kan overstappen naar het federale niveau, en/of ondertussen een nieuwe topkandidaat naar voren geschoven kan worden.

Daar komt voor de CD&V nog bij dat als Kris Peeters volgend jaar op een geloofwaardige manier naar de kiezer wil stappen, het communautaire luik uit het federale regeringsprogramma niet zomaar weggestopt kan worden. Dat verklaart meteen ook waarom Kris Peeters die communautaire agenda naar boven haalde, en Karel de Gucht van de weeromstuit dat idee meteen van de hand wees. Als het al één ding duidelijk illustreerde, dan toch dat beide partijen (en politici) veel meer hun eigen belangen nastreven dan die van de bevolking of het land. En dat laatste zal men misschien ook in Laken ondertussen al wel beseft hebben.

En dan zijn er nog de Franstalige partijen, die eigenlijk het liefst van al gewoon verder hadden willen regeren. Eén van de Franstalige politici liet zich ontvallen dat de Vlamingen minder schrik hadden van een val van de regering omdat ze niet weten wat een echte sociaal-economische crisis precies inhoudt. Men zou daar kunnen tegenover stellen dat Franstaligen dan weer minder gevoelig zijn aan politici die over de schreef gaan, en daarom minder zwaar tillen aan de beschuldigingen die geuit werden aan het adres van Yves Leterme en Jo Vandeurzen. Anderzijds kan niet ontkend worden dat zij zich bijzonder goed voelden in deze regering, die het communautaire de facto al in de koelkast gestopt had –alleen Kris Peeters weigert dat in te zien– en verder de Franstaligen op haar wenken bedient wanneer zij met de vingers knippen. Een Eerste Minister met een schandaal aan zijn broek kan de Franstalige zelfbediening alleen maar vergemakkelijken, en voor hen hoefde er dus absoluut niets te veranderen. Als een «doorstart» kan gebruikt worden om de communautaire onderhandelingen definitief af te voeren tot minstens na juni 2009, is deze crisis natuurlijk niet helemaal onnuttig geweest, maar noodzakelijk was ze voor hen alvast niet.

Daarmee kan men de situatie als volgt samenvatten:
  • Geen enkele regeringspartij wil onmiddellijk nieuwe verkiezingen,
  • de Franstaligen kijken met plezier toe hoe Open Vld en CD&V vechtend over straat rollen, maar missen tegelijkertijd toch ook de kans niet om zelf nog eens ruzie te kunnen maken,
  • de Open Vld wil niet weten van een federale regering die 2011 als expliciet doel heeft, en wil ten alle koste sp.a buiten de regering houden,
  • de CD&V wil de electorale schade zoveel mogelijk beperken door samenvallende verkiezingen in 2009 te vermijden,
  • en de sp.a voelt zich verongelijkt omdat ze nog niet uitgenodigd werd in Laken, en weigert mee te werken aan een noodregering «van nationale unie».
Wil koning Albert II federale verkiezingen in februari 2009 vermijden, zal hij ervoor moeten zorgen dat minstens één van de partijen haar woorden van de voorbije dagen inslikt. Traditioneel is de CD&V altijd de gemakkelijkste partij geweest om te voldoen aan de roep van het Belgische staatsbelang, maar de vraag is zeer of de koning vandaag nog voldoende autoriteit heeft bij de topfiguren van die partij. Herman van Rompuy is een figuur die altijd met graagte België gediend heeft en de partij in september van verleden jaar al eens een fameuze pad in de korf gezet heeft, maar hij is te veel een man van de achterkamertjes en heeft daarom een stroman nodig om de rest van de partij naar zijn pijpen te doen dansen. En laat nu net één van de beste stromannen voor dat werkje van het toneel verdwenen zijn, op een smadelijke manier dan nog. De enige andere die ik in staat zie om zich de rol van een Belgische cincinnatus aan te meten, is Jean-Luc Dehaene, die bovendien ook de capaciteiten heeft om met zijn geblaf de partijraad van de CD&V harakiri te doen plegen, als dat nodig moest zijn. Het is waarschijnlijk één van de weinige kansen van koning Albert II.

De Open Vld ervan overtuigen om in een nieuwe federale regering te stappen tot 2011 lijkt een moeilijkere opgave. De partij denkt daarvoor veel te electoraal, in het bijzonder anti-CD&V, en tenzij de partijtop ervan overtuigd zou kunnen worden dat een bocht van 180° de CD&V nog meer zou kunnen beschadigen dan vasthouden aan het ingenomen standpunt, hoeft koning Albert II er eigenlijk zelfs niet aan te denken de Open Vld in het gareel te doen lopen.

Daarmee zou uiteindelijk wel eens kunnen gebeuren wat geen enkele van de federale regeringspartijen wenst, namelijk vervroegde federale verkiezingen in februari 2009. Hoe langer de crisis aansleept, hoe groter de kans dat het daar uiteindelijk zal op uit draaien. Merk trouwens op dat een zekerheidsnet dat de koning nog tot voor kort had, volledig weggevallen is: een zakenkabinet met daarin figuren als een Étienne Davignon en Maurice Lippens dat met een sociaal-economisch noodprogramma tot aan de verkiezingen van juni 2009 zou kunnen regeren, en gedoogd zou worden door de acht kleurpartijen, in het belang van het land. Zes maanden geleden zou men ongetwijfeld nog met die gedachte gespeeld hebben – vandaag zou het gelijkstaan met het ondertekenen van de troonsafstand van koning Albert II.

Wankelt België dan echt? Ik blijf erbij dat België niet gesplitst is zolang het bestaat. Zeker, verkiezingen in februari met een kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde die nog steeds niet gesplitst is zou aanleiding kunnen geven tot een zeer communautaire getinte campagne, en de kans is reëel dat de crisis zou blijven aanslepen tot een stuk in de zomer, maar ik zie België nog niet onmiddellijk uit mekaar vallen. Eén van de redenen daarvoor is dat de CD&V, met al haar burgemeesters over het hele land een ongrondwettelijke verkiezingen grondig in de war zou kunnen sturen, of in het Vlaams Parlement eenzijdig allerlei bevoegdheden naar de Vlaamse Regering zou kunnen trekken, maar daarvoor heeft die partij ook het Vlaamse lef nodig, maar zelfs nog maar het begin van een indicatie daarvan heb ik voorlopig nog niet opgemerkt. Was dat lef er wel, was het waarschijnlijk ook nooit tot de rampzalige regering-Leterme I gekomen.

De toestand van België is daarom zonder meer ernstig te noemen, en in Laken heeft men ongetwijfeld gelijk wanneer men zijn tijd niet verdoet met allerlei beleefdheidsinvitaties aan oppositiepartijen die toch niets nieuws of constructiefs te vertellen hebben, maar het zou ongepast zijn om aan Vlaamse zijde het jaar 2009 in te stappen met al te grote separatistische verwachtingen. Dat neemt niet weg dat er hoop is: vroeg of laat zal het regnum van koning Albert II aflopen, en ik heb het er moeilijk mee me voor te stellen dat een koning Filip zich heelhuids uit een crisis als de deze zou kunnen manœuvreren. Dat het bijvoorbeeld het voorrecht van de koning zou zijn de Eerste Minister te benoemen, en de politici zich daarom niet aan een spelletje namen noemen durven te wagen –uit respect, weet u wel– is een stelling die onder koning Albert II misschien nog vol te houden is, maar niet meer onder een koning Filip. Toch niet als men nog serieus genomen wil worden.