Posts tonen met het label Libre Belgique | La. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Libre Belgique | La. Alle posts tonen

zondag, mei 26, 2013

«Peilingen hebben nooit voorspellende waarde»

«Peilingen hebben nooit voorspellende waarde», zo verkondigde VRT-journalist Ivan de Vadder nog eens voor alle zekerheid verleden week op Twitter. Het is waarschijnlijk daarom dat niet alleen De StandaardVRT maar ook La Libre Belgique 24 mei uitkozen om nog eens de resultaten van een peiling te publiceren, precies één jaar en één dag voor de volgende Europese verkiezingen.

Het begint stilaan een gewoonte te worden dat aan Vlaamse zijde vooral ingezoomd wordt op het resultaat van de N-VA. Dat heeft natuurlijk zijn verklaring: de partij domineert op dit ogenblik het politieke landschap. Naargelang de eigen politieke voorkeur hoopt/vreest men dan ook in 2014 een verderzetting van de gele vloedgolf van 2010 in Vlaanderen.

Wat die vloedgolf betreft lijkt het erop dat de N-VA-motor op dit ogenblik een beetje sputtert, of toch in de peilingen. De partij blijft afgetekend de grootste –ongeveer tweemaal zo groot als eerste achtervolger CD&V– maar de neergang tegenover eerdere peilingen valt niet meer te ontkennen. Partijvoorzitter Bart de Wever heeft dan ook gelijk dat de resultaten van deze peilingen de partij eindelijk terug met de voeten op de grond zet, want we herinneren ons nog de beruchte veertig procent van Geert Bourgeois. Maar we kunnen anderzijds een vergelijking met LDD moeilijk van ons afslaan. Die partij piekte ook in de peilingen tussen twee verkiezingen door, om vervolgens in mekaar te zakken en vandaag op sterven na dood verklaard te zijn. De komende maanden is het voor de partij dan ook van cruciaal belang te stabiliseren op een voldoende hoog niveau. Anders dreigt het gevaar de stempel van verliezer opgedrukt te krijgen, en dat is zelden een goed uitgangspunt om de verkiezingen tegemoet te gaan.

Doen de concurrenten het dan zoveel beter? Bij CD&V vindt men van zichzelf dat men goed bezig is dankzij Operatie Innesto. Het is echter twijfelachtig of die operatie ook echt aanslaat bij het bredere publiek. Neem nu het beruchte voorstel over de inkorting van de zomervakantie: die ging eerst gereduceerd worden van negen naar zes weken, maar anderzijds gecompenseerd door meer vakantiedagen tijdens het schooljaar, om uiteindelijk misschien alleen maar te gelden voor de lagere school. We willen niet zeggen dat men hier vliegen probeert te vangen met azijn, maar met wat flauw suikerwater dat dan nog eens homeopathisch verdund werd zal men er niet geraken. De partij blijft dan ook hangen op haar resultaat van 2010, rond de 16%. Dat is een pak onder het resultaat van de provincieraadsverkiezingen van verleden jaar, een resultaat waar ze zelf zo graag naar verwijst om haar «heropstanding» te bewijzen.

Ook bij de sp.a loopt het niet lekker. De partij blijft op een historisch laag resultaat, wat dus een verdere verzwakking ten opzichte van 2010 inhoudt. De nieuwe beginselverklaring, nochtans in de media druk besproken (en bewierookt), helpt daar ook al niet veel. Of is het misschien net dat: druk besproken in de media, maar voor de modale Vlaming eigenlijk niet eens half relevant? En het is maar de vraag of bijvoorbeeld de hardnekkige verdediging van de garantie van spaarboekjes boven de 100.000 euro door partijvoorzitter Bruno Tobback al veel relevanter is voor diezelfde modale Vlaming…

Nog een partij op de sukkel: de Open Vld, al veert de partij deze keer gemiddeld gezien een beetje op tegenover de desastreuze resultaten van pakweg een jaar geleden. Maar de partij blijft flirten met de psychologische drempel van de tien procent, en vooral: de partij eindigde ex æquo met Vlaams Belang bij La Libre Belgique en virtueel ex æquo bij De StandaardVRT. Je vraagt je af hoe partijvoorzitster Gwendolyn Rutten vervolgens zo zelfzeker kan komen verklaren dat de Vlaming duidelijk nog niet met de verkiezingen bezig is, terwijl haar resultaat aantoont dat zij eigenlijk geen flauw vermoeden heeft van wat er zich werkelijk in het hoofd van diezelfde Vlaming afspeelt. Ik voorzie hoe dan ook niet veel verbetering voor de Open Vld zolang Gwendolyn Rutten daar de dienst blijft uitmaken.

Ook Vlaams Belang blijft zwalpen rond of nu net boven de tien procent. Net zoals Open Vld is de partij bezig aan een voorzichtige remonte. De partij kan zich vooral optrekken aan de 12,9% bij La Libre Belgique, het beste resultaat in meer dan twee jaar en zelfs een lichte verbetering tegenover 2010. Maar ook bij het Vlaams Belang maakt één goede peiling de heropstanding nog niet, net zoals één zwaluw de lente niet maakt.

Bij Groen werd enthousiast gereageerd op het resultaat in de peiling van De StandaardVRT: 9,5% en dus virtueel op dezelfde hoogte als Open Vld en Vlaams Belang. Dat was echter vóór La Libre Belgique haar resultaten publiceerde en de partij met 6,5% opnieuw richting kiesdrempel duwde. Of zou men eigenlijk wel Franstalige kranten lezen bij het belgicistische Groen? Op zondag had men het op de ledendag in Kessel-Lo immers nog steeds over «schitterende peilingen». Ik vraag me trouwens af hoeveel mensen het verhaaltje van partijvoorzitter Wouter van Besien geloven dat de gure lente een gevolg zou zijn van de globale opwarming. Amper vijf jaar geleden klonk het nog dat diezelfde globale opwarming de oorzaak was van terrasjesweer in februari.

LDD zou op sterven na dood zijn. Of misschien toch niet. De ene peiling geeft de partij nog slechts een halve procent, de andere 3,3%. PVDA zou dan weer springlevend zijn, hoewel ze toch ook niet meer dan 2,5% haalt. Het is me dan ook niet helemaal duidelijk wat precies de journalistieke criteria zijn om een partij steendood of springlevend te verklaren. Vlaams Belang wordt trouwens ook al jarenlang zo goed als dood verklaard, ook al haalt de partij nog steeds een hogere score dan het «frisse» Groen. Ik zou onze kwaliteitsjournalisten er echter niet van willen verdenken dat ze hun persoonlijk partijpolitieke voorkeuren en afkeren hierbij een rol laten spelen.

Kijken we eens naar de zetelverdelingen op basis van deze twee peilingen, en dan misschien in het bijzonder naar de vraag of er in 2014 een regering zónder de N-VA gevormd zal kunnen worden. Uit beide peilingen blijkt dan dat er van een V-meerderheid voorlopig geen sprake meer is, maar een Vlaamse regering zonder de N-VA blijft toch erg krap. Het is dan ook helemaal niet zeker of de discussie of men eerst een federale dan wel een regionale regering dient te vormen eigenlijk wel zo relevant is. Relevanter is de vraag hoe ver de anti-V-partijen het willen drijven met hun collaboratie aan een Franstalige regering, en of ze daarbij desnoods zelfs bereid zijn op cruciale ogenblikken te rekenen op gedoogsteun van de UF in het Vlaamse Parlement. Eén ding is wel zeker: noch de federale noch de regionale regeringsvorming kondigt zich op dit ogenblik aan als een lachertje. Was ik koning Albert II, ik gaf er voor alle zekerheid nog liever vandaag dan morgen de brui aan, met als motto après nous, le déluge.

Aan Franstalige kant was er nogal wat te doen rond het slechte resultaat van de PS. Met «amper» 28,6% van de kiesintenties –zou de sp.a niet tekenen voor zo'n resultaat?– zakt de partij onder de psychologische drempel van de dertig procent. We moeten al terug naar 2009 voor zo'n slecht resultaat in de peilingen, en de partij zit daarmee terug aan het niveau van de verkiezingen van 2007. Grote concurrent MR doet het ondertussen met 24,0% niet zo heel goed, maar komt door de achteruitgang van de PS natuurlijk wel stilaan in de buurt.

Zoals reeds hier en daar opgemerkt kan de achteruitgang van de PS slecht nieuws betekenen voor de Vlaamse partijen in de federale regering. Terwijl de pijlen voor de PS in negatieve richting gaan, staan ze voor Ecolo, en verderop ook een aantal klein-linkse partijen, in positieve richting. PTB blijft globaal dan wel onder de kiesdrempel zitten, dat ze in één of andere kieskring toch boven die kiesdrempel zou raken en daardoor in het parlement zou geraken is geen onwaarschijnlijk scenario. Ik wens in dat geval Open Vld en CD&V veel goede moed toe in een rood-oranje-blauw-groene regering–Di Rupo II met amper een paar zetels op overschot in het Vlaams Parlement. Maar zoals Ivan de Vadder terecht opmerkte, «peilingen hebben nooit voorspellende waarde»…

Bijlage: Overzicht van alle peilingen in Vlaanderen sedert 2004 en Wallonië sedert 2006 (PDF).

maandag, februari 25, 2013

Nieuwe topnotering voor N-VA, bodemnotering voor Vlaams Belang

Vrijdag publiceerde de krant La Libre Belgique, in samenwerking met de RTBf, de resultaten van haar driemaandelijkse politieke barometer. Aan Vlaamse zijde kreeg vooral de nieuwe topnotering van de N-VA veel aandacht. De aanhang van die partij zou (in procenten) even groot zijn als die van de drie Vlaamse federale regeringspartijen samen. In het kamp van de verliezers vinden we CD&V, en vooral Vlaams Belang met een nieuwe bodemnotering.

Wie herinnert zich nog de vorige peiling van La Libre Belgique? «Premier avertissement pour la N-VA» kopte de krant toen, want de partij ging markant achteruit tegenover de vorige peiling. (De oplettende lezer zal in het figuurtje hiernaast ongetwijfeld opmerken dat het wel al de tweede keer was dat de N-VA een relatieve duik nam in de peilingen van La Libre Belgique, maar soit…) De krant had echter meteen ook een verklaring voor de achteruitgang van de N-VA klaar, al hield ze natuurlijk wel nog een slag om de arm («La tendance se doit d'être confirmée […]»):
Faut-il y voir un élément de déception de certains électeurs de Bart De Wever? La tendance se doit d'être confirmée mais l'homme fort de la N-VA n'a toujours pas bouclé sa majorité communale à Anvers et sa marche “triomphante” vers l'hôtel de ville a marqué les esprits. Peut-être négativement dans le chef de certains de ses supporters…
Te vroeg victorie gekraaid? Zoals de krant zelf opmerkt, deze peiling werd afgenomen vlak voor de laatste rel in Antwerpen, dat wil zeggen, die met Liesbeth Homans in de hoofdrol omdat ze besloten had dat seropositieve «sans-papiers» voortaan niet meer zomaar automatisch elke maand 800 euro uitgekeerd krijgen om AIDS-remmers te kopen. Waarbij opgemerkt moet worden dat het in het huidige politiek-mediatieke klimaat noodzakelijk is precies te vermelden over welke N-VA-rel het gaat, want de stormlopen van verontwaardiging door de vele zelfverklaarde gewetens van Vlaanderen, niet zelden woonachtig te Gent, volgen mekaar in sneltempo op.

Hiermee hebben meteen ook al de verklaring gegeven voor waarom de N-VA opnieuw zo'n hoge toppen scheert: de partij blijft nadrukkelijk in het midden van de aandacht staan. Het migratiedebat, waar bovenstaande rel een deel van uitmaakte, speelt zich vooral af op de as N-VAsp.a. Het communautaire op de as N-VACD&V. En het socio-economische op de as N-VAPS. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat wanneer de kiezer gevraagd wordt op welke partij hij vandaag zou stemmen moesten er verkiezingen zijn, de naam van de N-VA hem als eerste te binnen schiet, zeker als hij niet bepaald een hoge pet op heeft van wat tegenwoordig nog moet doorgaan voor een «federale regering». En dat in die mate zelfs dat ook een niet onbelangrijk aandeel Walen en Franstaligen gevraagd naar hun partijvoorkeur het bestaan op automatische piloot «N-VA» te antwoorden.

Zo bekeken lijkt de peiling van La Libre Belgique dan ook te suggereren dat de N-VA voorlopig de veldslagen blijft winnen, vermoedelijk zelfs op alle drie de assen samen. Wat migratie betreft valt bijvoorbeeld op dat sp.a en Groen hun kiezers weliswaar behouden, maar dat Vlaams Belang verder leeggezogen wordt ten voordele van de N-VA. Die laatste partij werpt zich de laatste tijd op Antwerps-gemeentelijk niveau immers op als dé migratiesceptische partij. Zolang het Vlaams Belang door de media consequent uit beeld gehouden wordt zal aan die situatie weinig veranderen. En daarom ook dat we hierboven schreven dat het migratiedebat zich op de as N-VA–sp.a afspeelt, en dus niet Vlaams Belang–sp.a. Op de communautaire as kondigde partijvoorzitter Wouter Beke van de CD&V op zijn nieuwjaarsreceptie aan dat wat hem betreft er in 2014 geen nieuwe staatshervorming zal komen, terwijl de N-VA net zwaar inzet op confederalisme. Op deze as kan de partij van twee walletjes eten, en vermoedelijk zowel kiezers vanuit de CD&V als het Vlaams Belang aantrekken. Wat het socio-economische tot slot betreft houden sp.a en Groen hun kiezers vast, maar maakt de CD&V de laatste weken een slechte beurt omwille van wat we kort als «ACW-gate» zouden willen omschrijven.

Hiermee hebben we de zaken natuurlijk sterk vereenvoudigd, maar zolang peilers zelf niet onderzoeken waarom respondenten hun partijvoorkeur wijzigen – zoals bijvoorbeeld De Stemmenkampioen wél deed – blijft het gissen naar wat er werkelijk onder de oppervlakte beweegt bij het Vlaamse electoraat. En met als gevolg dat een krant als La Libre Belgique in haar analyse al eens pijnlijke flaters slaat, zoals bijvoorbeeld laatst in november.

Maar kijken we even verder naar de individuele resultaten van de andere Vlaamse partijen. Zo bijvoorbeeld de CD&V, die dus een duik naar beneden maakt. In De Zevende Dag liet partijvoorzitter Wouter Beke wel optekenen dat hij niet gelooft in peilingen, maar de vraag is toch maar of hij buiten het zicht van de camera's even zeker is van zijn stuk. Een partij die een beetje in hetzelfde schuitje zit is de Open Vld, met dit verschil dat de partij nog steeds in een neerwaartse trend zit, ondanks de wissel aan de top. Dan staat de sp.a er beter voor, want die partij lijkt aan een voorzichtig herstel begonnen.

Een partij die het absoluut niet goed doet in deze peiling is het Vlaams Belang. Met amper nog 6,8% zakt de partij dieper weg dan ooit, en komt in de gevarenzone van de kiesdrempel. Drie maanden geleden scoorde de partij bij dezelfde peiler nog boven de tien procent. Groen zet niet bepaald een spetterend resultaat neer in deze peiling, maar springt wel voorbij Vlaams Belang. Dat is bij die partij misschien al reden genoeg om tevreden te zijn, maar feit is dat het de partij maar niet schijnt te lukken kiezers van buiten haar eigen, stabiele kerngroep aan te spreken. LDD en PVDA tot slot raken ook in deze peilingen niet verder dan ergens halverwege de kiesdrempel.

Over naar een simulatie voor de zetelverdeling in het Vlaams Parlement. Dit levert opnieuw het gekende beeld op van een door de N-VA sterk gedomineerd parlement, met deze keer 53 van de 124 zetels. (Merk overigens op dat de simulatie die prof. Herman Matthijs ondertussen uitvoerde in opdracht van Actua-TV ongeveer dezelfde cijfers oplevert.) Het meest interessante beeld dat deze simulatie oplevert is misschien nog wel dat van een Vlaams Parlement waar de zogenaamde V- en B-partijen mekaar in evenwicht houden (61 zetels tegenover 62 om precies te zijn), met de UF op de wip. Zonder de N-VA een meerderheidsregering op de been brengen wordt dus een onmogelijke opgave, of het zou één moeten zijn die noch stabiel noch Vlaams zal kunnen zijn.

Werpen we tot slot nog een blik op de resultaten van de Franstalige partijen. De PS blijft verder achteruitgaan, deze keer slechts op een haar verwijderd van de psychologische grens van de dertig procent. De MR zit dan weer in een duidelijk stijgende trend, en evenaart opnieuw de resultaten van de laatste federale verkiezingen. CdH en Ecolo spelen voor het eerst in meer dan een jaar nog eens haasje-over, zodat Ecolo in deze peiling net vóór cdH eindigde. Statistisch gezien zijn de partijen echter even groot. Bij de kleinere Franstalige partijen merken we op dat de PTB opnieuw net onder de kiesdrempel duikt.

Bijlage: Overzicht van alle peilingen in Vlaanderen sedert 2004 en Wallonië sedert 2006 (PDF).

donderdag, september 06, 2012

Naar een N-VA-éénpartijstaat?

Gisteren werden de resultaten van een nieuwe peiling van La Libre Belgique en RTBf gepubliceerd. Opmerkelijkste resultaat was ongetwijfeld dat de N-VA deze keer voor het eerst meer dan veertig procent haalt. Voor een goed begrip: de laatste keer dat een politieke partij in Vlaanderen nog een score van boven de veertig procent haalde ligt ondertussen al meer dan dertig jaar achter ons.

Willen we toch maar beginnen met een kleine relativering. Voor deze peiling werden 2.707 kiezers ondervraagd, en de peiler geeft daarom een foutenmarge van 3,3% op. Concreet betekent dit dat Groen met een score van 7,5% zowel onder de kiesdrempel als boven de tien procent zou kunnen zitten. Het is goed dit in het achterhoofd te houden, ook bij de monsterscore van 40,1% die de N-VA deze keer haalt. Zo bekeken levert deze peiling niet zo heel veel nieuws op, maar bevestigt de reeds gekende trends.

Concreet: de N-VA scoort al een hele tijd goed, en blijft dus goed scoren. In mei scoorde de partij al 38,6%, en verleden jaar in december klokte de partij bij deze peiler al eens af op 39,8%. Statistisch gezien is dat zo goed als hetzelfde resultaat als nu, maar psychologisch is het verschil tussen 39,8% en 40,1% natuurlijk wel veel groter dan drie luttele tienden van een procent. Vraag is of de partij niet té goed scoort om op de avond van 14 oktober niet met een psychologische kater te blijven zitten, ook al wordt er winst geboekt ten opzichte van de federale verkiezingen van 2010.

Op die manier zitten de drie traditionele partijen CD&V, sp.a en Open Vld met deze peiling iets veiliger, al is het natuurlijk geen pretje om grofweg genomen slechts een derde van de score van de grootste concurrent te halen. Zelfs wanneer alle drie de federale regeringspartijen hun stemmen bij mekaar leggen komen ze nog een lengte te kort om de N-VA te evenaren. En ook al weigeren ze nú mee te gaan in de strategie van de N-VA om van de lokale verkiezingen een nationale test te maken, dan zal slechts een kleine achteruitgang tegenover 2010 volgende maand toch snel uitgelegd worden als een grote overwinning voor de partijen «die niet aan de kant zijn blijven staan». De verbetenheid om door te gaan tot 2014 (en daarna) zal er zeker niet door verminderen.

De enige troost waaraan de drie federale regeringspartijen zich misschien wat kunnen optrekken is dat ook de oppositiepartijen Vlaams Belang en Groen niet bepaald in goede doen zijn. Vlaams Belang blijft rond de tien procent slabakken, en Groen halverwege diezelfde tien procent en de kiesdrempel. Veel beterschap lijkt er ook voor hen voorlopig niet in te zitten.

Het is misschien opmerkelijk dat er nog steeds geen rem staat op de groei van de N-VA in de peilingen. Nu partijvoorzitter Bart de Wever samen met de kilo's ook een deel van zijn charmes verloren zou zijn, is het toch merkwaardig dat geen van de andere partijen van dit «charmevacuum» kan profiteren om zich wat te herstellen of zelfs winst te maken tegenover 2010. Het is misschien een noot waar de andere partijvoorzitters zich eens over zouden kunnen buigen wanneer ze 's avonds laat in de wagen terugkeren van één of andere landelijke verkiezingsmeeting.

Een simulatie voor de zetelverdeling in het Vlaams Parlement leert dat de N-VA alom dominant zou worden, en maar liefst 56 van de 124 zetels zou behalen. Dit zijn er slechts 7 te weinig om op eigen houtje een regering te kunnen vormen! Samen met het Vlaams Belang levert dit trouwens een stevige zogenaamde V-meerderheid op. Volgens deze peiling zijn de voorwaarden voor de «Maddens-hypothese» waar ik het enige tijd over had virtueel vervuld, en zou het enkel nog een kwestie van politieke wil zijn om in 2014 een republikeinse Vlaamse regering te vormen. Afwachten toch maar of het ooit zover zal komen, en dan denken we niet alleen aan de foutenmarge van deze peiling.

Kijken we tot slot nog eens over de taalgrens. Daar is het duidelijk dat de PS op verlies staat terwijl grootste concurrent MR een beetje uit een dal lijkt te klimmen. CdH en Ecolo staan status quo tegenover de laatste federale verkiezingen, maar beide partijen hebben betere tijden gekend. Een partij die het opvallend goed doet in deze peiling is Démocratie Nationale (het vroegere Front National) met een score van 6,7%. Het is echter niet de eerste keer dat extreem-rechts in Wallonië een opflakkering kent om vervolgens weer van de radar te verdwijnen, onder meer omdat extreem-rechts er nog steeds haar ergste vijand is.

Het is nu uitkijken naar de volgende peilingen –De StandaardVRT en Le Soir–, en verder uiteraard de verkiezingen van 14 oktober. Wat dat betreft zijn het mijns inziens niet de gemeenteraadsverkiezingen die een graadmeter zullen zijn voor de federale regering, maar wel de provincieraadsverkiezingen die veel minder onderhevig zijn aan de effecten van lokale populaire burgemeesters en allerhande lijsten en ad hoc-kartels. In dat opzicht is de N-VA-strategie om van de lokale verkiezingen een nationale test te maken een blunder. Ik zou ze immers de kost niet willen geven, de voorzitters van gemeentelijke N-VA-afdelingen die zelf een CD&V-burgemeester in hun gemeente best wel zien zitten, of, zoals in Ieper, zelfs samen met CD&V naar de kiezer trekken.

Bijlage: Overzicht van alle peilingen in Vlaanderen sedert 2004 en Wallonië sedert 2006 (PDF).

donderdag, mei 17, 2012

Een peiling waar niemand tevreden mee kan zijn

Vrijdagavond werden de resultaten bekendgemaakt van een nieuwe peiling van La Libre Belgique. Met de resultaten ervan kan vrijwel niemand tevreden zijn. In Vlaanderen verliezen alle partijen, behalve de N-VA. Die partij zweeft dan weer op zo'n grote hoogte dat ze in oktober vrijwel zeker op een psychologische nederlaag afstevent. Ook in Wallonië verliezen alle partijen, met uitzondering van extreem-links en extreem-rechts. Front National is waarschijnlijk de enige partij die deze keer echt tevreden kan zijn, tenzij ze het daar nog steeds te druk hebben met zich van mekaar af te scheuren.

Vergeleken met de verkiezingen van 2010 staan in Vlaanderen alle partijen op verlies, behalve de N-VA. Die partij blijft torenhoog boven de andere partijen zweven, met een score die groter is dan die van de drie traditionele partijen samen. De score van 38,6% is overigens de op één na beste ooit: alleen in de peiling van La Libre Belgique van december verleden jaar scoorde de partij ooit beter. De vraag is echter of men bij N-VA wel zo tevreden kan zijn met zulke scores. «Ieder nadeel heb zijn voordeel» zei ooit Johan Cruijff, maar het omgekeerde gaat natuurlijk ook op. De partij blijft in de peilingen op zo'n hoog niveau scoren dat het straks in de media al als een zware nederlaag uitgelegd zal worden als de partij niet tot in de kleinste gemeente van Vlaanderen een volstrekte meerderheid achter zich krijgt.

Natuurlijk, vergeleken met de andere partijen zit de N-VA alleen maar met een luxeprobleem. Neem bijvoorbeeld de CD&V, dat het met een score van 13,6% slecht blijft doen bij deze peiler. De partij zakt daarmee meteen ook naar de derde plaats, na de sp.a. Voor die laatste is het meteen de kleine strohalm waaraan de partij zich deze keer kan vastklampen, maar verder is het resultaat van de socialisten in Vlaanderen ook niet bepaald denderend te noemen. Significant kunnen we het verschil trouwens niet noemen, en CD&V en sp.a spelen al langer haasje-over met mekaar. Erger voor de CD&V is misschien dat in deze peiling ook Vlaams Belang komt opzetten, en dat dus stilaan zelfs de vierde plaats begint te lonken.

Een partij waarvoor in deze peiling zelfs de vierde plaats niet meer weggelegd was, is de Open Vld. En het is natuurlijk maar de vraag of de zogenaamde visiedag van zaterdag veel aan deze situatie zal veranderen. De partij klokt af op 10,0%, een evenaring van het absolute diepterecord van precies twee maanden geleden bij Le Soir. De verdediging van Alexander de Croo dat hij geen partij wil leiden die van peiling tot peiling leeft en daarop haar politiek afstemt klinkt nogal krampachtig. Ook zijn stelling dat deze regering nog maar vijf maanden bezig is, en het daarom nog wachten is op resultaten klinkt hol, omdat de Open Vld per slot van rekening al sedert 1999 onafgebroken in de federale regering zit. Ik vrees dan ook niet veel verbetering voor de Open Vld zolang de partij de indruk blijft geven niet te weten van welk hout pijlen te maken.

Vlaams Belang staat tegenover de verkiezingen nog steeds op verlies, maar kan zich misschien optrekken aan het feit dat het stilaan terug uit het dal lijkt te klimmen. Een half jaar geleden zat de partij nog een stuk onder de tien procent, maar deze keer steekt ze zelfs de Open Vld voorbij. Gecombineerd met de hoge score van de N-VA geeft dit trouwens uitzicht op een stevige V-meerderheid in 2014, nog een punt waarover men zich kon verheugen. Blijft echter dat de partij nog niet helemaal uit de rode zone wegraakt, en dat het afwachten wordt wat de andere peilers volgende maand zullen rapporten. Over de gemeenteraadsverkiezingen van oktober hebben we het dan nog niet gehad.

Groen blijft stabiel op koers tegenover de laatste verkiezingen, maar vermoedelijk lagen de verwachtingen ondertussen toch al wat hoger dankzij de betere scores in de andere peilingen. Het blijft merkwaardig dat deze partij, net zoals de sp.a overigens, niet beter weet te profiteren van de financiële crisis.

Over LDD kunnen we eigenlijk kort zijn: als we deze peiling mogen geloven, is dit geen aflopend verhaal meer, maar een afgelopen verhaal. Zelfs de PVDA haalt nu een score die een veelvoud is van de 0,8% die LDD nog achter zich kan krijgen. Het wordt dan ook uiterst twijfelachtig of de partij in 2014 zelfs in West-Vlaanderen nog een zetel in de wacht zal weten te slepen, als de partij tegen die tijd nog bestaan.

Deze peiling is de eerste waarin N-VA en Vlaams Belang samen meer dan vijftig procent van de kiezers achter zich krijgen. De trouwe lezer zal het dan wel niet verbazen dat een simulatie voor de zetelverdeling in het Vlaams Parlement deze keer een ruime V-meerderheid oplevert. Maar die simulatie toont vooral ook aan hoe dominant de N-VA is geworden in het Vlaamse partijlandschap. Enkele getallen ter vergelijking: de regering–Peeters II beschikt vandaag in het Vlaams Parlement over 66 zetels, maar zou uitgroeien naar 90 zetels. N-VA en Vlaams Belang samen zouden 70 zetels halen. Een afspiegeling van de federale regering–Di Rupo I raakt niet verder dan 46 zetels, en zelfs met Groen erbij raakt men niet verder dan 53 zetels, nog steeds twee zetels minder dan N-VA alleen.

Ook aan Franstalige zijde was er naar aanleiding van deze peiling weinig reden om de champagnekurken te laten knallen. De PS gaat achteruit, en zit daarmee al vijf procent onder haar resultaat van de laatste verkiezingen. Grootste concurrent MR herstelt lichtjes, maar zit ook nog altijd onder haar laatste verkiezingsresultaat. CdH gaat lichtjes achteruit tegenover de vorige peiling, maar blijft stabiel tegenover de verkiezingen. Ook Ecolo blijft stabiel tegenover de verkiezingen, zij het misschien met een lichtjes negatieve trend.

Welke partij of partijen gaan dan met de winst lopen? In Wallonië blijken volgens deze peiling zowel extreem-links als extreem-rechts te profiteren van de achteruitgang van de traditionele partijen. In het bijzonder Front National kan tevreden zijn met opnieuw een resultaat dat boven de kiesdrempel uitstijgt. Als de partij er niet in slaagt enkele mandaten binnen te rijven bij de komende verkiezingen, dan zal dat in de eerste plaats aan interne twisten liggen, en niet aan een onbestaand kiespubliek in Franstalig België.

Bijlage: Overzicht van alle peilingen in Vlaanderen sedert 2004 en Wallonië sedert 2006 (PDF).

zondag, februari 12, 2012

Naar een overwinningsnederlaag voor N-VA?

Vrijdagavond raakten de resultaten bekend van een nieuwe peiling van La Libre Belgique en RTBf. In de berichtgeving ging de meeste aandacht naar het resultaat van de PS en de N-VA. «Le PS et la N-VA perdent quelques plumes,» schreef La Libre Belgique. «N-VA sanctionnée» aldus RTBf. «N-VA verliest terrein in peiling RTBf/La Libre,» meende De Standaard. Maar welke Vlaamse partijvoorzitter zou niet willen tekenen hebben voor het resultaat van N-VA: een vooruitgang van nog steeds negen procent vergeleken met de laatste verkiezingen?

Laten we het even op de spits drijven: als Groen in een peiling negen procent haalt – en negen procent als resultaat, geen negen procent winst vergeleken met de vorige verkiezingen zoals de N-VA vandaag – dan zouden de jubelkreten vanuit het hoofdkwartier van de ecologische partij tot ver in de omtrek te horen zijn. Na enkele peilingen waarin de N-VA flirtte met de veertig procent zijn de «kwaliteitskranten» er echter als de kippen bij om het «terreinverlies» van de N-VA dik in de verf te zetten. Dat er ondanks dat terreinverlies nog steeds sprake is van een dikke winst tegenover de laatste verkiezingsresultaten is een detail waar men dan vlug overheen wil stappen. Wie echter een beetje intellectueel eerlijk wil blijven kan niet anders dan vaststellen dat het uiteindelijk over niet meer gaat dan een consolidatie van de enorme vooruitgang die de partij de laatste maanden en jaren meegemaakt heeft.

Bij de N-VA maakt men zich echter best niet te veel illusies: als de partij dit najaar minder dan tien procent winst boekt zullen de staatsbehoudende media haar met plezier een psychologische nederlaag aanpraten. Ook al wordt ze in Vlaanderen een kopje groter dan de in Wallonië alom dominante en in België incontournable PS. Het volstaat trouwens even de gastenlijst van het politieke discussieprogramma De Zevende Dag te lezen om vast te stellen hoe vuil men het spel wil spelen. Van de zeven aangekondigde politici vertegenwoordigt niet één Vlaanderens grootste partij. (Of die andere Vlaams-nationale partij, waarmee ze samen ongeveer de helft van de stemmen haalt.) De openbare omroep wordt misschien dan wel gefinancierd met het belastinggeld van alle Vlamingen, dat hoeft blijkbaar niet te betekenen dat ze zich ook politiek een beetje neutraal opstelt. Zo bruin zou men het in het zo verguisde Hongarije niet eens durven bakken.

Maar zou de N-VA dan toch pluimen laten, zoals La Libre Belgique het formuleerde, dan valt moeilijk te achterhalen welke Vlaamse partijen eigenlijk met die pluimen gaan lopen. Alleen CD&V en Vlaams Belang maken winst vergeleken met de vorige peiling, maar zitten alle twee toch nog steeds op verlies tegenover de laatste verkiezingen. Van die twee is trouwens alleen de winst van het Vlaams Belang statistisch significant, maar daar hoort dan wel weer de nuance bij dat in de vorige peiling de partij een stuk onder de tien procent gezakt was.

Ook bij sp.a of Open Vld is er weinig reden tot juichen. Beide partijen zitten op een bodemkoers met historisch lage resultaten. Gecombineerd met de reeds vermelde vooruitgang voor het Vlaams Belang betekent dit dat het verschil tussen de derde en de vijfde partij in Vlaanderen volgens deze peiling vandaag slechts een dikke anderhalve procent bedraagt. Voor geen van de drie is dit erg comfortabel.

Maar het kan nog erger. Ondanks de economische crisis en de sociale onrust slaagt de enige oppositiepartij op links er nog steeds niet in enige winst van betekenis te boeken. Inderdaad, Groen blijft hangen rond haar resultaat van de laatste verkiezingen, een goede zeven procent. En dan zeggen dat de SP – in principe eerder de tegenhanger van de PVDA, maar die partij zit in Vlaanderen dan weer ver onder de kiesdrempel – op dit ogenblik op één staat in de Nederlandse peilingen.

Mogen we de dominantie van de N-VA nog eens onderstrepen met een simulatie voor de zetelverdeling in het Vlaams Parlement? Die levert voor de Vlaams-nationale partij 50 zetels op, amper eentje minder dan CD&V, sp.a en Open Vld samen. Merk op dat die drie laatsten op federaal niveau voorwenden de «meerderheid» te vertegenwoordigen. Voor wie droomt van een zogenaamde V-meerderheid (N-VA, Vlaams Belang en LDD) brengt deze simulatie trouwens bijzonder goed nieuws, want met 65 zetels zou die zelfs ruim tegen een stootje kunnen – lees: een verschuiving van een zetel in een kieskring hier of daar als gevolg van alle fouten en veronderstellingen die nu eenmaal bij zulke simulatie horen. Over V-partijen gesproken: LDD zakt in deze peiling zo ver weg dat ze zelfs haar zetel in West-Vlaanderen niet meer zou kunnen vasthouden.

In Wallonië werd vooral ingezoomd op de achteruitgang voor de PS, de winst van de cdH en de eerste resultaten van het FDF als partij in het Waalse Gewest. De PS maakt inderdaad een diepe duik in deze peiling, maar wat de winst van de cdH betreft is het misschien toch veiliger te spreken van een optie op een herstel. De partij op basis van één enkele peiling op winst tegenover de vorige verkiezingen zetten is mijn inziens toch iets te kort door de bocht.

Het FDF breekt an sich geen potten, en blijft in Wallonië voorlopig nog ver van de kiesdrempel verwijderd. Toch is haar intrede in de Waalse politiek als onafhankelijke partij niet zonder gevolgen, want voor de MR gaan er in deze peiling enkele procenten af.

Bijlage: Overzicht van alle peilingen in Vlaanderen sedert 2004 en in Wallonië sedert 2006 (PDF).

zondag, oktober 09, 2011

Een peiling is nooit «maar een peiling»

Vrijdagavond publiceerden De Standaard en de VRT de resultaten van hun laatste peiling. Opvallend: de resultaten van die nieuwe peiling spraken die van de peiling van La Libre Belgique op sommige punten flagrant tegen, maar dat vernam de lezer of de kijker natuurlijk niet. Meer zelfs, de Vlaamse media zoomden deze keer gretig in op enkele aspecten die bij de vorige peiling amper de aandacht konden trekken.

Hét grote nieuws van deze peiling was niet alleen dat de N-VA winst blijft maken, maar ook dat de CD&V opnieuw lichtjes vooruit zou gaan. De analyses dat de CD&V zich dus opnieuw gepositioneerd heeft en helemaal niet te lijden heeft onder de breuk met haar voormalige kartelpartner deze zomer waren dan ook niet van de lucht. Wie wel zou betalen voor de winst van de N-VA is het Vlaams Belang, dat deze keer resoluut onder de psychologische drempel van de tien procent uitkomt. Grosso modo zouden de vier federaal onderhandelende partijen daarmee stand houden, en lijkt er dus geen vuiltje aan de driekleurige federale regeringslucht.

Mogen we toch even teruggrijpen naar de resultaten van amper twee weken geleden, en eens één en ander vergelijken? Zo plaatste die peiling de CD&V op een duidelijk verlies tegenover de laatste verkiezingen, dus helemaal geen lichte winst. Ook sp.a en Open Vld tuimelden toen nog naar beneden vergeleken met 13 juni 2010, terwijl Groen! status quo bleef. Gevolg van dit alles was dat N-VA en Vlaams Belang samen in het Vlaams Parlement virtueel net de helft van de zetels wisten te halen – eentje te weinig om over een volle meerderheid te kunnen spreken. De legitimiteit van een federale regering–Di Rupo I, ook al zouden alle vier de federaal onderhandelende partijen tot die regering toetreden, kwam daarmee ernstig onder druk, ook al omdat het de laatste maanden al meerdere malen is voorgevallen dat zich in het Vlaams Parlement een virtuele «V-meerderheid» aftekende. Wie deze blog niet leest moest twee weken geleden al van goeden huize zijn om dit feit ergens weggemoffeld in een bijzin op te kunnen pikken aan het einde van een droog artikel.

Deze keer was het voor de lezer een ietsje gemakkelijker om te weten te komen of de vier onderhandelende partijen nog steeds voldoende steun genieten bij de Vlaamse kiezer. Zou dat echt zomaar toeval zijn, in deze media die het zogenaamde «Vlinderakkoord» al enkele dagen nadrukkelijk toejuichen? Als we even mogen: de naam «Vlinderakkoord» alleen al duidt veel meer op een hopeloos onnozele en infantiele idolatrie dan een pers die haar werk ernstig neemt of uitvoert. In een normaal land zouden het trouwens ook de onderhandelende partijen zijn die in debatten en interviews consequent het vuur aan de schenen gelegd krijgen, en niet de oppositiepartijen in spe zoals nu regelmatig het geval is. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat de resultaten van deze peiling zeer gunstig onthaald werden in de media.

Deze peiling bracht geen goed nieuws voor het Vlaams Belang, nog een aspect dat duidelijk op veel bijval kon rekenen. De Standaard haalde er trouwens graag nog eens het woord Untergang (heb je'm?) voor uit de kast. Het is niet de eerste keer dat deze partij in een peiling onder de tien procent zakt, maar deze keer zakt ze wel erg oncomfortabel diep, en eindigt ze bovendien achter Groen!. Filip Dewinter was er weliswaar snel bij om deze uitslag sterk te relativeren, maar hij zou er toch beter aan doen ze ernstig te nemen. Zoals hier en daar reeds terecht opgemerkt beginnen de provinciale kiesdrempels al snel in te spelen, ook al blijf je globaal nog een eindje van de vijf procent verwijderd. Dit geldt a fortiori voor een partij als het Vlaams Belang, waarvan de aanhang niet homogeen verspreid is over heel Vlaanderen. Tegenpool Groen! worstelt al enkele jaren met hetzelfde probleem om precies dezelfde reden.

Bij de N-VA was men natuurlijk verheugd over het feit dat de partij een aantal kiezers van het Vlaams Belang zou aantrekken. Uiteindelijk is iedere partij blij met de komst van nieuwe kiezers, uit welke hoek die ook komen. Maar bijzonder voor de situatie in Vlaanderen is toch wel dat een verdere opslorping van het Vlaams Belang door de N-VA de partij waarschijnlijk weinig dichter bij de macht kan brengen, toch als we aan de volgende regionale en federale verkiezingen denken. De huidige onderhandelingen tonen immers aan dat de vier traditionele kleurenpartijen er weinig problemen mee hebben de N-VA aan de kant te schuiven als puntje bij paaltje komt, hoe groot die partij ook geworden is. Het staat dan ook in de sterren geschreven dat als deze vier partijen ook in de volgende Kamer over een meerderheid beschikken in de Nederlandstalige taalgroep, die samenvallende verkiezingen er wel degelijk zullen komen. En uit de verklaringen van Wouter Beke valt nu al duidelijk af te leiden dat de CD&V mee voor die samenvallende verkiezingen zal stemmen, ook al is ze zelf tegen, omdat er nu eenmaal een meerderheid binnen de meerderheid is.

Het is daarom voor de N-VA waarschijnlijk van veel groter belang de komende jaren kiezers weg te snoepen bij CD&V en Open Vld dan Vlaams Belang. Erg moeilijk zou die oefening eigenlijk niet mogen zijn wanneer straks een slecht Nederlands hakkelende eerste minister Elio di Rupo het kiezerspubliek van die twee partijen zal teisteren met nieuwe belastingen om zijn eigen kiezerspubliek te kunnen blijven financieren. Ook zijn algemene «stijl» lijkt me weinig compatibel met wat de Vlaming over het algemeen weet te appreciëren bij politici, en gecombineerd met de arrogantie van de macht, die vroeg of laat zal doorbreken in een regering waar de PS de andere partners met een lengte overschaduwt, is het duidelijk dat als de N-VA in 2014 geen enorme winst boekt, zij dat alleen maar aan eventuele eigen flaters te danken zal hebben.

De eerste echte test voor de N-VA zullen dan ook de gemeenteraadsverkiezingen van 2012 zijn. Die zullen aantonen of het programma van de partij ook op gemeentelijk niveau aanslaat. Doet ze het in die verkiezingen goed, dan is meteen ook duidelijk dat haar populariteit verder reikt dan de persoon van Bart de Wever alleen. In het andere geval is het gevaar op een LDD-scenario reëel, waarbij de partij weer als een pudding in mekaar zal zakken zodra de kiezer uitgekeken raakt op de N-VA-partijvoorzitter. Het memento mori dat Filip Dewinter in zijn reactie richting N-VA stuurde is weliswaar absoluut geen garantie voor de heropleving van het Vlaams Belang, maar toch nuttig voor de N-VA om in het achterhoofd te houden.

Is deze peiling dan «maar een peiling», zoals iedereen in koor herhaalde? Deze peiling werd in de media duidelijk gebruikt om de vier onderhandelende partijen een hart onder de riem te steken. Dat ze twee weken later verscheen dan de peiling van La Libre Belgique die duidelijk een heel ander beeld gaf, is daarbij voor de régimepers een gelukkig toeval. Deze peiling is dus helemaal niet «maar een peiling», maar zal ongetwijfeld de komende maanden gebruikt worden om de regering–Di Rupo I zoveel mogelijk te ondersteunen. Aangenomen mag worden dat de volgende peiling pas midden december zal volgen, wanneer La Libre Belgique de resultaten van haar volgende driemaandelijkse barometer zal publiceren. Die twee peilingloze maanden zullen dan ook met dank gebruikt worden om de nieuwe federale regering voldoende te betonneren.

Merken we tot slot nog op dat De Standaard en de VRT, ondanks hun gehechtheid aan de Belgische Unie en wat daar bijhoort aan samenvallende verkiezingen en federale kieskringen, nog steeds weigeren om, zoals La Libre Belgique, over heel België te peilen. Het toont nog maar eens aan dat men in bepaalde kringen graag zijn geloof in België belijdt, maar dat het natuurlijk wel niets mag kosten. Misschien past dit ook als opmerking bij die andere peiling, die deze week bekend werd gemaakt, en waaruit moest blijken dat ongeveer driekwart van de Vlamingen nog fier is Belg te zijn. Doorgestoken kaart natuurlijk, omdat bijvoorbeeld niet gepeild werd hoeveel Vlamingen fier zijn Vlaming te zijn, en voor het gros van de Vlamingen de term «Belg» nog steeds zo goed als een synoniem is voor «Vlaming». Of hoe men ook daar de lezer nog maar eens ferm heeft willen bedotten.

Bijlage: Overzicht van alle peilingen in Vlaanderen sedert 2004 (PDF).

donderdag, september 29, 2011

Legitimiteit regering–Di Rupo I in Vlaanderen ook met vier al onder nul

Zondagavond publiceerde La Libre Belgique de resultaten van haar driemaandelijkse politieke barometer. De krant zoomde vooral in op het feit dat de twee grootste partijen in beide landsdelen, de N-VA en de PS, een lichte winst maakten sedert de vorige peiling. Maar aan Vlaamse zijde was toch minstens even politiek relevant dat de komende regering van «Nationale Eenheid» ook met alle vier de partijen CD&V, sp.a, Open Vld én Groen! aan boord in Vlaanderen virtueel geen meerderheid meer heeft.

Deze peiling is de eerste die uitgevoerd werd sedert de N-VA deze zomer de federale onderhandelingstafel verliet. Er werd dan ook met spanning uitgekeken naar het resultaat van die partij, en uit deze peiling blijkt dat ze voorlopig geen kiezers verliest. Het verschil met de vorige peiling kan niet significant genoemd worden, maar de afstand die de N-VA opbouwt tegenover het verkiezingsresultaat van 13 juni 2010 wordt stilaan aanzienlijk.

De N-VA blijft daarmee ruim dubbel zo groot als de eerste achtervolger, de CD&V, die deze keer lichtjes terrein verliest. Maar zou het echt zomaar toeval zijn dat de N-VA wint wat CD&V verliest? Enkele politicologen beweren al enkele maanden dat de CD&V nu opnieuw gelanceerd zou zijn, nu ze eindelijk «verlost» is van de houdgreep van de N-VA. Voorlopig lijkt dat echter vooral wishful thinking van hun zijde, want in deze peiling is er van die herlancering nog niet veel te merken. De Vlaamse kiezer heeft blijkbaar zo zijn eigen ideeën over wie er deze zomer verantwoordelijk gehandeld heeft, en wie zijn belangen het best verdedigd heeft.

Het valt bovendien op dat de kleine winst van de N-VA niet ten koste van het Vlaams Belang gaat, ook al blijft die partij rondzwalpen op een bodemkoers waar die partij helemaal niet tevreden mee zou mogen zijn. Ook sp.a en Open Vld blijven in slechte papieren zitten, en netto staan deze drie partijen op een licht verlies sedert de verkiezingen van verleden jaar. Groen! blijft min of meer status quo.

Voor LDD moet deze peiling uitermate pijnlijk zijn. De partij scoort zo laag –minder dan een procent, heet het– dat ze niet eens meer opgenomen werd in grafieken. Het is de ultieme vernedering voor een politieke partij die nog niet zo lang geleden vijftien procent scoorde in de peilingen om vandaag in de zak van de «anderen» gestoken te worden, samen met marginale partijen zoals de PVDA. Het is maar de vraag of het recente nummertje van Lode Vereeck in het Vlaams Parlement veel aan de situatie zal kunnen veranderen.

Een simulatie voor de zetelverdeling in dat Vlaams Parlement leert overigens dat CD&V, sp.a, Open Vld en Groen! er samen niet meer over een meerderheid zouden beschikken. Zij halen precies de helft van de stemmen, terwijl N-VA en Vlaams Belang samen een zetel te kort zouden komen. In het licht van de huidige federale regeringsonderhandelingen levert de simulatie dan ook een toch wel bijzonder interessante zetelverdeling op, waarbij UF op de wip zou komen te zitten tussen de traditionele Belgische partijen en de Vlaams-nationale oppositiepartijen.

Maar ook in procenten zakken de vier partijen onder de vijftig procent. Dit betekent dat de legitimiteit van een eventuele regering–Di Rupo I in Vlaanderen nu reeds onder nul gezakt is, ook al zouden alle vier de Vlaamse onderhandelende partijen tot die regering toetreden. De term «Regering van Nationale Eenheid», zoals Elio di Rupo zijn regering graag zou noemen, houdt dan ook geen steek. Had Vlaanderen enige kritische media die naam waardig, dan zou deze vaststelling niet weggemoffeld worden in een bijzinnetje diep verscholen in een lange tekst. En het gebekvecht tussen Alexander de Croo en Wouter van Besien over partijen die wiskundig niet nodig zouden zijn in de federale regering krijgt daarmee toch wel een heel wrange bijsmaak. Hoe diep mag een federale meerderheid in Vlaanderen in een minderheid blijven steken voor de situatie onwelvoeglijk wordt?

Aan Franstalige zijde bracht deze peiling vooral voor de PS en cdH goed nieuws. De eerste klom weer lichtjes, en evenaart daarmee opnieuw haar score van 13 juni 2011. CdH evenaart haar verkiezingsuitslag van verleden jaar nog niet helemaal, maar neemt weer een klein beetje meer afstand tegenover haar grootste concurrent Ecolo. De MR gaat er dan weer bijna twee procent op achteruit tegenover de vorige peiling, en dat terwijl de peiling afgenomen werd vlak voor de breuk met het FDF. Het Front National duikt opnieuw onder de kiesdrempel, en daarmee lijkt de lichte opflakkering waarvan de partij even heeft kunnen genieten alweer voorbij.

Naar verluidt zouden De Standaard en de VRT volgende week reeds de resultaten van hun nieuwste peiling publiceren. Het wordt uitkijken of die resultaten de trends van deze peiling zullen bevestigen of niet.

Bijlage: Overzicht van alle peilingen in Vlaanderen sedert 2004 en Wallonië sedert 2006 (PDF).

zaterdag, juni 11, 2011

Twee peilingen die mekaar relativeren

Gisteren werden de resultaten van twee nieuwe peilingen bekend gemaakt. In de namiddag publiceerden De Standaard en de VRT de resultaten van hun peiling, om enkele uren later gevolgd te worden door La Libre Belgique. Voor sommige partijen bevestigden de twee peilingen mekaar, zoals bijvoorbeeld voor de N-VA, terwijl ze voor andere partijen duidelijk in tegenspraak waren. Het gevolg liet zich dan ook raden: sommige commentatoren, en niet in het minst sp.a-voorzitster Caroline Gennez, werden grondig in hun blootje gezet.

Maandag is het precies een jaar geleden sedert voor het laatst naar de stembus trokken, en het liet zich dan ook raden dat de twee belangrijkste peilers van dit land die verjaardag wouden vieren met een nieuwe peiling. Het enige min of meer verrassende daaraan was misschien dat La Libre Belgique al op vrijdagavond de resultaten van haar peiling bekend maakte. Traditioneel maken De Standaard en de VRT de resultaten van hun peilingen 's vrijdag bekend, zodat zij een heel week-end lang het politieke nieuws kunnen overheersen. La Libre Belgique kiest er gewoonlijk voor de resultaten pas 's zondags bekend te maken, waardoor zij het begin van de werkweek kunnen domineren. Pinksteren doorkruiste ongetwijfeld de plannen van La Libre Belgique, waardoor de publicatie deze keer op vrijdag gebeurde.

Wat leren deze peilingen ons? Aan Vlaamse zijde werd vooral ingezoomd op het resultaat van de N-VA, dat sterk blijft scoren. De partij is ongeveer twee keer zo groot als haar eerste achtervolger, de CD&V, en krijgt de steun van meer dan een derde van de Vlamingen. Vergeleken met haar uitslag voor de Kamer is er een duidelijke vooruitgang, met een winst van maar liefst zeven procent volgens La Libre Belgique. Vergeleken met de resultaten voor de Senaat is de winst minder uitgesproken, maar nog steeds duidelijk een winst.

Deze winst staat eigenlijk in schril contrast met de wind die door de meeste media in Vlaanderen waait. Daar wijst men immers graag met de vinger naar de N-VA als de schuldige voor de huidige politieke impasse. De gretigheid waarmee men N-VA-lid Vic van Aelst aanvalt en blijft aanvallen valt op, en staat niet in verhouding tot de behandeling die bijvoorbeeld sp.a-brombeer Louis Tobback te beurt valt, zoals Peter de Roover eerder deze week ook terecht opmerkte in De Morgen. Het moet echter zijn dat de gemene Vlaming zich daar niet veel van aantrekt, en de partij van Bart de Wever blijft steunen in haar (relatieve) onverzettelijkheid.

Even opvallend is hoe de media zich vervolgens openbaar het hoofd breken om die sterkte van de N-VA te kunnen verklaren, als ging het over onkruid waarvan men dacht dat men het nu toch echt onder controle had gekregen. De troost die men even kon halen uit het «wetenschappelijke» onderzoek dat moest aantonen dat de N-VA-kiezer echt niet wakker lag van het communautaire was slechts van de korte duur. Voor wanneer een onderzoek dat nagaat of echt wel alle kiezers van Groen! tegen kernenergie zijn? En bij de sp.a zit men zelfs geplaagd met voormannen die het partijprogramma niet helemaal willen volgen!

De verklaring voor de goede score van N-VA is echter eenvoudig – misschien iets te eenvoudig voor onze hoogopgeleide journalisten die van alle markten thuis. Zolang de impasse blijft duren, met aan Vlaamse zijde alle aandacht op de N-VA gericht, tot zelfs op de hoogdag van een andere partij toe, zonder ook al te veel flaters van de zijde van de N-VA, hoeft het niet te verbazen dat nogal wat Vlamingen spontaan aan de N-VA denken als hen gevraagd wordt voor welke partij zij vandaag zouden stemmen. Voeg daar nog bij dat de N-VA voorlopig nog steeds van twee walletjes tegelijk kan eten, omdat ze met één been in de regering zit en compromissen zoekt en aanreikt, terwijl ze het andere stijf in de oppositie houdt. Net zoals de kat van Schrödinger, zowel springlevend als morsdood zolang de doos maar niet geopend wordt, zal pas blijken hoeveel aanhang die partij werkelijk nog heeft, wanneer ze de ultieme keuze moet maken, of de ultieme keuze in haar plaats genomen zal worden: een nieuwe regering met of zonder de N-VA, of eventueel verkiezingen. In het ene geval zouden een aantal kiezers terug kunnen vloeien naar het Vlaams Belang, in het andere naar CD&V en Open Vld.

Hoe zit het met de andere partijen? De CD&V blijft zweven rond het resultaat van verleden jaar. Voor de drie achtervolgers sp.a, Open Vld en Vlaams Belang is de tendens lichtjes negatief, maar voor geen één van de partijen is er een echt significant verschil. De enige die zich op negatieve wijze liet opmerken, was sp.a-voorzitster Caroline Gennez, die, zoals we reeds opmerkten, grondig in haar blootje werd gezet. Zoals Carl Devos het deze morgen ook opmerkte in zijn opiniestuk: de opdeling van partijen die zij in een reactie op de peiling van De Standaard en de VRT maakte, slaat werkelijk nergens op. Haar partij staat immers wiskundig gezien dichter bij de Open Vld dan bij CD&V, maar toch meende zij een gat van maar liefst vijf procent te kunnen zien tussen haar partij (rond de vijftien procent) en die van Alexander de Croo (rond de tien procent). Om het compleet te maken volgden enkele uren later dan de resultaten van de peiling van La Libre Belgique, die haar partij zelfs nipt áchter de Open Vld plaatste. Caroline Gennez is politiek nooit een groot licht geweest, maar wiskundig en statistisch doet zij vooral aan een groot zwart gat denken.

Het was trouwens niet de enige flater van Caroline Gennez. Zo zag zij een verdere versnippering van het Vlaamse partijlandschap, en dat op een ogenblik dat één partij een recordscore haalt, en een andere – de LDD – virtueel uit het terrein verdwijnt. In mijn woordenboek is dat eerder een consolidatie dan een versnippering, maar het valt natuurlijk niet uit te sluiten dat de blik van de sp.a-voorzitster enigszins vertroebeld wordt door de recente afscheuring van Rood!. En de positieve tendens van Groen!, al was dat laatste ook al maar in één van de twee peilingen. Wie echter de sp.a-voorzitster zoveel klinkklare nonsens hoort uitbraken op zo korte tijd, kan zich afvragen wat haar mening dan wel waard zou zijn over, ik zeg maar wat, de financieringswet, de indexatie, de pensioenleeftijd, of wat dan ook waar getalletjes met meer dan één cijfertje aan te pas komen.

De eerlijkheid gebiedt ons wel te vermelden dat Caroline Gennez de enige niet was die gisterenavond flaterde. De VRT pakte immers uit met de titel «N-VA geniet meer steun dan ooit in VRT-peiling», terwijl journalist Ivan de Vadder een gelijkaardige opmerking maakte op Twitter. Nochtans scoorde de partij zes maanden geleden even hoog, of voor wie er de details wil bijhalen, zelfs 0,1% hoger dan vandaag. Wie de grafiek van de VRT vergelijkt met het artikel van De Standaard zes maanden geleden, zal onmiddellijk dat ene, kleine verschilletje opmerken… Correctie: Het was De Standaard die er zes maanden geleden in slaagde de resultaten van haar eigen peiling fout weer te geven.

Het is echter goed even stil te staan bij de resultaten van de Open Vld. Wie de resultaten van deze twee peilingen vergelijkt met de resultaten van drie maanden geleden, ziet hoe de partij haasje-over speelt met zichzelf, zowel in de tijd als tussen de twee peilers door. Qua relativering van de waarde van beide peilingen kan dit wel tellen. Misschien kan Caroline Gennez er ook lering uit trekken dat het gevaarlijk is al te straffe uitspraken te doen over de resultaten van één enkele peiling.

Ook over de uitslag van Groen! kunnen enkele interessante opmerkingen gemaakt worden. In de ene peiling zet de partij een topscore neer, terwijl de andere haar opnieuw richting de kiesdrempel stuurt. De vraag is dan ook: waait er ook door Vlaanderen een groen briesje dankzij Fukushima, want van een superwinst is er voorlopig nog geen sprake? Of blijft de partij niet meer dan een drukkingsgroep aan de linkerzijde, met een harde maar stabiele kern van kiezers?

Ondergetekende voerde voor beide peilingen een simulatie voor de zetelverdeling in het Vlaams Parlement uit. (Waarom doen de peilers dat nooit zelf?) Echt veel verschillen de resultaten niet van mekaar, maar de peiling van La Libre Belgique levert misschien wel het interessantste resultaat op. Volgens die simulatie hebben nu niet alleen N-VA en CD&V en N-VA en sp.a virtueel een meerderheid in het Vlaams Parlement, maar ook N-VA en Open Vld. Bovendien komen N-VA en Vlaams Belang maar een zetel te kort om net de helft van de zeteltjes te kunnen bezetten. De dominantie van de N-VA in Vlaanderen wordt hiermee duidelijk geïllustreerd. Merk trouwens ook op dat LDD volledig uit het Vlaams Parlement zou verdwijnen, en dus ook in West-Vlaanderen geen zetel meer zou halen.

Over naar de Franstalige partijen, waar veel aandacht ging naar het resultaat van de PS. Die partij herstelt zich lichtjes vergeleken met de vorige peiling van La Libre Belgique, maar vergeleken met de vorige verkiezingen is er alleen maar sprake van een status quo. Het is daarmee duidelijk Elio di Rupo minder kan profiteren van de politieke stilstand dan zijn tegenhanger Bart de Wever. Benieuwd of dit ook gevolgen zal hebben voor de regeringsonderhandelingen.

Grote concurrent MR gaat in deze peiling lichtjes achteruit, zowel tegenover de vorige peiling als de vorige verkiezingen. Van enig Charles Michel-effect is er voorlopig dan ook geen sprake. De cdH herstelt zich tegenover de vorige peiling, maar blijft onder haar resultaat van verleden jaar, terwijl Ecolo nagenoeg status quo blijft.

Bij het resultaat van het Front National stonden we verleden keer al even stil, en de partij bevestigt haar uitslag van verleden keer. Het meest merkwaardige is misschien nog wel dat hierover in de media nog steeds geen woord te lezen viel – zelfs nog geen verontruste echo.

Bijlage: Overzicht van alle peilingen in Vlaanderen sedert 2004 en Wallonië sedert 2006 (PDF).

donderdag, maart 31, 2011

Peiling La Libre Belgique: Zwaar verlies voor PS

Zondagavond raakten de eerste resultaten bekend van een nieuwe peiling van La Libre Belgique. Het meest opvallende en meteen ook meest besproken resultaat was dat voor de PS: een achteruitgang van bijna vijf procent vergeleken met de laatste verkiezingsuitslag. Ook cdH deelt in de klappen, en scoorde het laagste resultaat sedert 2006. Aan Vlaamse zijde bevestigde de N-VA opnieuw haar score van 13 juni 2010, met nog een lichte vooruitgang erbovenop. Dé winnaar van de peiling is echter het Front National, maar daar hadden de «serieuze» media het blijkbaar liever niet over.

In deze peiling valt er aan Vlaamse zijde eigenlijk niet zo heel veel beweging te noteren. Vergeleken met de laatste federale verkiezingen gaat alleen de N-VA er significant op vooruit, terwijl de andere partijen binnen de foutenmarge lichtjes op of neer gaan. Vergeleken met de vorige peiling van La Libre Belgique is er zelfs nergens sprake van enige significante beweging. Als Eric van Rompuy stelt dat de nationale politiek zich een coma bevindt, dan lijkt dit op basis van deze peiling een stelling die ook van de Wetstraat naar de Vlaamse kiezers overgeplant kan worden.

Bij die stelling hoort echter wel een kleine nuance. Een vergelijking met de peiling van De Standaard en de VRT van amper een week eerder toont immers aan dat niet alles even stabiel is. Zo scoort het Vlaams Belang bijna drie procent hoger bij La Libre Belgique dan bij De Standaard en de VRT, terwijl CD&V en Open Vld iets meer dan twee procent lager scoren. Voor het Vlaams Belang is dit trouwens de eerste peiling die een resultaat boven dat van 13 juni 2010 geeft. Omdat het over amper een halve procent gaat is de winst statistisch gezien helemaal niet significant, maar psychologisch gezien natuurlijk wel.

Een simulatie voor de zetelverdeling in het Vlaams Parlement leert dat de zogenaamde V-partijen nog steeds over geen meerderheid beschikken. Die V-partijen zijn samen wel groter dan een klassieke tripartite met CD&V, sp.a en Open Vld. Een federale regering-Leterme III die aan Vlaamse zijde alleen maar uit die drie partijen zou bestaan beschikt dus al van voor de start over weinig of geen legitimiteit in Vlaanderen.

In verband met de existentiële problemen van LDD, die alleen in West-Vlaanderen nog uitzicht op een zetel heeft, is het interessant eens na te gaan wat het effect zou zijn als die partij zou aansluiten bij N-VA of Vlaams Belang. In de veronderstelling dat de kiezers van LDD de partij blindelings zouden volgen in een kartel met de N-VA, of zelfs een opslorping, kan LDD in deze simulatie bovenop die ene West-Vlaamse zetel nog een extra zetel in Antwerpen (Jurgen Verstrepen?) aanleveren. Het effect van zo'n aansluiting is dus al bij al beperkt. Een aansluiting bij het Vlaams Belang zou een groter effect hebben, en maar liefst drie extra zetels opleveren. Dit kan toeval zijn omwille van de grillen van zetelverdelingen, maar anderzijds moet toch ook gezegd worden dat voor een relatief kleine partij – en dat is het Vlaams Belang op dit moment – enkele procentpunten extra meteen een grote winst in zetels kunnen opleveren. Overigens zouden die drie extra zetels voor een politiek zeer onwaarschijnlijk kartel Vlaams Belang–LDD resulteren in een nipte V-meerderheid.

Niet alleen in Wallonië maar ook in Vlaanderen ontstond er naar aanleiding van deze peiling nogal wat opschudding omwille van het zware verlies van de PS. Eigenlijk is dit de eerste peiling sedert de verkiezingen van 13 juni 2010 die de PS op verlies zetten. Het verlies wordt bovendien nog dramatischer wanneer vergeleken wordt met de peilingen van ongeveer een half jaar geleden, toen de partij vlot boven de veertig procent uitkwam. Van die virtuele aanhang van een half jaar geleden is dus ongeveer een vijfde alweer naar andere partijen verdwenen. De vraag is dan natuurlijk: waar zijn die kiezers naartoe, en waarom?

Wat we met redelijk veel zekerheid kunnen stellen, is dat die PS-kiezers niet naar de cdH vertrokken zijn, want ook die partij deelt in de klappen. De strategie van Joëlle Milquet om het cdH-wagentje consequent aan dat van de PS te hangen lijkt voorlopig niet de juiste te zijn om bij de volgende verkiezingen een monsterscore te behalen. Het resultaat van de cdH in deze peiling is trouwens historisch slecht. En ter vergelijking: toen het Vlaams Belang enkele maanden geleden de psychologische drempel van de tien procent naderde, werd de partij al virtueel dood en opgedoekt verklaard.

Twee partijen die het relatief goed doen, zijn Ecolo en MR, omdat zij stilaan uit een «peilingdal» kruipen. Vergelijken we hun resultaten in deze peiling met die van de laatste verkiezingen, dan is er immers van winst helemaal nog geen sprake. Blijkbaar is Wallonië Baden-Württemberg niet, waar Die Grünen vermoedelijk dankzij Fukushima bij de laatste deelstaatverkiezingen vleugels kregen.

Daarmee blijft natuurlijk de vraag: als de PS op zwaar verlies staat, cdH op licht verlies, en Ecolo en MR geen noemenswaardige winst maken, waar zijn die PS-kiezers dan naartoe?

Inderdaad, waar er enorm veel te doen was over het verlies van de PS, is het toch merkwaardig dat een andere verschuiving, die zelfs die van de PS overtreft, veel minder weerklank kreeg in de media. Vergeleken met de verkiezingen van 13 juni 2010 gaat het Front National er immers een goede vijf procent op vooruit, en komt daarmee voor het eerst sinds lang weer boven de kiesdrempel uit. Daar hoort natuurlijk de kleine nuance bij dat het Front National bij de laatste verkiezingen niet in alle kieskringen lijsten indiende, en het percentage voor 13 juni 2010 dus een vertekend beeld geeft. Anderzijds moet toch ook opgemerkt worden dat de partij bij de vorige peiling van La Libre Belgique reeds net onder de kiesdrempel uitkwam, en er dus niet noodzakelijk sprake is van een opflakkering in één enkele peiling. En bij dat laatste hoort dan weer de nuancering dat de peiling van Vers l'Avenir géén winst voor het Front National aangaf.

Betekent dit dat het Front Nationaal aan een heropleving toe is? Daarvoor zijn waarschijnlijk eerst nog enkele peilingen nodig die de trend kunnen bevestigen, en ook op organisatorisch vlak is er voor de partij nog veel werk aan de winkel. Spreken van een Marine Le Pen-effect is waarschijnlijk iets te gemakkelijk, al valt het natuurlijk niet helemaal uit te sluiten. Maar het is toch wel merkwaardig hoeveel aandacht er aan het verlies van de PS geschonken werd, terwijl de winst van het Front National amper een zin waard was. Daar komt nog bij dat men zich dagenlang het hoofd brak over de oorzaak van het verlies van de PS – niet bepaald een gemakkelijke opgave als men tegelijkertijd de extreem-rechtse olifant in de kamer wil negeren.

Het is dus lang niet zeker dat het verlies van de PS te wijten is aan haar positie in de federale regeringsonderhandelingen, of dat het iets met Fukushima te maken zou hebben. En zolang men peilingen organiseert die alleen maar vragen naar de partijvoorkeur, maar bij een gewijzigd stemgedrag niet doorvragen naar de reden ervan, blijft het gissen wat er werkelijk omgaat in het hoofd van de kiezers. Zo zou het theoretisch bijvoorbeeld ook kunnen dat de PS wel degelijk kiezers verliest omwille van haar communautair standpunt, maar dat de helft van het verlies naar het radicalere MR gaat, en de andere helft naar het minder radicale Ecolo. Geen kwaliteitsjournalist echter die op dat idee zelf kon komen, laat staan bereid was het ook aan zijn lezers mee te geven.

Bijlage: Overzicht van alle peilingen in Vlaanderen sedert 2004 en Wallonië sedert 2006 (PDF).