Posts tonen met het label De Wever | Bart. Alle posts tonen
Posts tonen met het label De Wever | Bart. Alle posts tonen

maandag, oktober 13, 2014

Hoe gevaarlijk is IS?

Stel je voor, je zit 's avonds rustig in je luie zetel naar TV te kijken –of beter nog, je favoriete weekblad 't Pallieterke te lezen– en er wordt plots aangebeld. Je verwacht geen bezoek meer, maar je slentert toch maar naar de voordeur om open te doen. Vijf minuten later zit je terug in de living, waar je samen met de rest van je gezin door enkele brutale kerels als een varken afgeslacht wordt terwijl ze Allahoe akbar roepen. Alles wordt netjes op video opgenomen, en een halfuurtje later staat de hele slachtpartij op YouTube. Slecht begin van nog maar eens een Die Hard-film? Mogelijk, maar ook één van de scenario's waar de Noorse veiligheidsdiensten deze zomer rekening mee hielden tijdens het terreuralarm.

Verleden week werden door de Australische politie vijftien mensen gearresteerd tijdens een anti-terreuroperatie. Het zou gaan om sympathisanten van de Islamitische Staat (IS) die concrete plannen hadden om op straat een executie –een onthoofding– uit te voeren. Opvallend is de gelijkenis met het hierboven geschetste scenario dat verleden week uitlekte in de Noorse pers: een willekeurige en zo brutaal mogelijke executie die de bevolking zoveel mogelijk schrik zou moeten aanjagen, en die op video opgenomen diende te worden om vervolgens op internet te kunnen zetten.

Rachid al-Colzadi

Ook toevallig: de politierazzia in Australië en het uitlekken van de terreurscenario's in de Noorse pers gebeurden enkele dagen nadat prof. Rik Coolsaet in DeWereldMorgen.be nog eens sussend verklaarde dat er van de IS amper gevaar zou uitgaan. In het interview met als titel «‘Westen overdrijft dreiging IS» legt de professor nog maar eens uit dat terugkerende strijders misschien wel een probleem zouden kunnen vormen, maar slechts in zeer uitzonderlijke gevallen. Een heel andere klok dus dan die Antwerps burgemeester Bart de Wever nog enkele dagen later liet horen nadat er in Den Haag twee teruggekeerde Syrië-strijders opgepakt werden met concrete plannen voor een aanslag op de Europese Commissie in Brussel.

Waarom jongeren volgens Rik Coolsaet dan naar Syrië en Irak trekken? Omdat ze «het gevoel hebben geen perspectieven meer te hebben. Anderen hebben het gevoel dat ze gediscrimineerd worden, zijn op zoek naar avontuur, voelen zich slecht in hun vel, of willen hun criminele verleden achter zich laten.» Lees: het is toch weer vooral onze schuld, en met islam heeft het allemaal weinig of niets te maken, al wil hij wel erkennen dat dat voor een minderheid toch een rol zou spelen. Waarbij hij hardnekkig blijft vasthouden aan zijn stelling van nog niet zolang geleden dat het politieke jihadisme zo goed als dood is.

Meer straathoekwerkers!

Met die stelling ligt Rik Coolsaets oplossing voor het probleem van de Syrië-strijders meteen ook voor de hand: nog maar eens een batterij straathoekwerkers en soortgenoten laten aanrukken, en vooral niet repressief optreden, want dat werkt toch maar averechts. We noteren dat de Australische eerste minister Tony Abbott, die verklaarde dat de terroristen ons haten «niet omwille van wat we doen, maar omwille van wat we zijn», er dus mijlenver naast zal zat.

Volgens Rik Coolsaet zal het dus puur toeval zijn dat in twee landen, die geografisch gezien amper verder van mekaar zouden kunnen afliggen, terroristen opduiken met opvallend gelijklopende plannen. Plannen die trouwens nog een tikkeltje brutaler en barbaarser zijn dan wat oud-IS-strijder Mehdi Nemmouche al eens in het Joods Museum in Brussel voordeed, en wat die twee Haagse jihadi's dus van plan waren. Want laten we het maar zeggen zoals het is: de Europese Commissie mag dan wel in Brussel gevestigd zijn, voor de modale Vlaming ligt dat mentaal even ver van zijn bed als een enkele dolgedraaide terroristen in Australië.

Hou de bevolking dom

Volgens de krant De Tijd werden de laatste maanden trouwens meerdere aanslagen op Belgische bodem verhinderd, maar werd die informatie achtergehouden «om de bevolking niet bang te maken». Opvallend: ook in Noorwegen werden de concrete scenario's achtergehouden om precies dezelfde reden. Ziedaar de tweespan die de bevolking dom en dus rustig probeert te houden: enerzijds interviews met sussende professoren als een Rik Coolsaet in de «serieuze» media die de droom van de multikul en de vreedzame islam levende willen houden, en anderzijds politie- en veiligheidsdiensten die de staalharde bewijzen van het tegendeel stilhouden «om de bevolking niet bang te maken». Over doctorerende senatoren die «islamofobie» bij wet strafbaar zouden willen maken hebben we het dan nog niet eens gehad.

Islamitische Staat ≠ Al Qaida

Laten we misschien beter eens ons oor te luisteren leggen bij Stratfor, dat anderhalve maand geleden een interessante bespreking van de verschillen en de gelijkenissen tussen IS en Al Qaida publiceerde. Zij stellen dat de bedreiging van IS voor de Westerse wereld in de media inderdaad overdreven wordt, maar wel om een heel andere reden dan de propaganda van Rik Coolsaet. Naar Syrië reizen, en er dan in groep de grote jan uithangen met een wapen dat je daar in de handen gestopt werd om er weerloze dorpelingen te terroriseren vergt inderdaad niet veel intelligentie. We zouden durven stellen: integendeel zelfs. De beelden met de beruchte «Aboe Dinges» die maar wat in het wilde weg rondschoot tonen dat trouwens aan. Vandaar is het een grote stap om op je eentje of in een kleine groep een aanslag te plannen in het Westen, inclusief het verwerven van de juiste wapens en springstoffen en de nodige discrete verkenningen van het doel, en dan tegelijk onder de radar van politie en justitie te blijven.

Uit internationaal onderzoek zou blijken dat ongeveer één op negen ex-jihadisten eens terug in het Westen op termijn een aanslag plant, en dus gevaarlijk is. Dat zijn er meer dan genoeg om alle ex-IS-strijders bijzonder goed in het oog te houden. Voor zover we ze überhaupt nog op ons grondgebied willen toelaten. Maar de vraag is ook: hoeveel van hen waren al gevaarlijk vóór ze naar Syrië of Afghanistan vertrokken? Het gevaar van IS gaat immers niet uit van het domme kanonnenvlees dat het massaal rekruteert, wel de kans tot netwerking die het biedt aan elementen die reeds vóór hun vertrek gevaarlijk waren. Het is twijfelachtig of een dozijn extra straathoekwerkers in de straten van Antwerpen en Vilvoorde ons tegen hen zal kunnen beschermen.

Dit artikel verscheen op 24 september 2014 in 't Pallieterke.

zaterdag, juni 07, 2014

De impact van de PS–cdH-bom

Nadat de PS samen met de cdH voor de Waalse en de Brusselse regeringen het zekere voor het onzekere nam, gaat het plots heel snel in de verscheidene regeringsonderhandelingen. Door deze zet van de PS moest de CD&V haar eis om samenvallende regeringsonderhandelingen noodgedwongen laten vallen, maar anderzijds kan de partij hierdoor haar onderhandelingspositie tegenover de N-VA versterken. Een overzicht.

Nogal wat commentatoren lijken er op dit ogenblik vanuit te gaan dat de kansen op een centrum-rechtse federale regering de jongste dagen sterk gestegen zijn. Zij denken dat de PS een Pyrrusoverwinning heeft geboekt door zowel in Wallonië als Brussel onderhandelingen met de cdH (en het FDF) op te starten. Zeker, dat heeft veel kwaad bloed gezet bij de MR, die zich opnieuw uitgesloten ziet van regeringsdeelname op regionaal vlak. Bovendien beweren zowel PS als cdH dat de cdH nog steeds de handen vrij heeft om zonder de PS in een federale regering te stappen. Tot slot wordt erop gewezen dat de PS de hete adem van de PTB in de nek voelt, en dus wel eens liever niet in een federale regering zou willen stappen die moeilijke en pijnlijke besparingsmaatregelen zal moeten opleggen. Uitlatingen in PS-kringen dat het voor hen niet echt hoeft zouden dat bevestigen. Los nog van het feit dat het hier toch nog altijd over een brutale machtspartij gaat die er niet voor terugdeinst desnoods de land aan de afgrond te brengen als haar belangen in het gedrang komen, wil ik daar toch nog enkele andere kanttekeningen bij plaatsen.

Wil MR electorale harakiri plegen?

Zo kan het best zijn dat men op dit ogenblik bij de MR buiten zijn zinnen is omwille van het «verraad» van de PS en de cdH, en daarom desnoods zelfs bereid zou zijn om als enige Franstalige partij in een federale regering te stappen. Alleen, de onderhandelingen voor zo'n regering zijn niet op één-twee-drie afgerond. Dat betekent dat wanneer de woede binnen enkele dagen weer wat gekoeld is, niet uitgesloten is dat bij de MR het besef zal intreden dat zoiets electoraal toch wel een enorm grote gok is. Er moet voor de MR immers ook na 2019 nog leven zijn, en toetreden tot un gouvernement belgo-flamand die aan Franstalige zijde zelfs niet bij benadering een meerderheid kan voorleggen lijkt meer op harakiri dan iets anders.

Hete herfst

Zal de cdH in een federale regering willen stappen zonder de PS? Dankzij de regering–Di Rupo I is een meerderheid in elke taalgroep geen strikte voorwaarde meer, en MR en cdH hebben samen voldoende zetels in de federale Kamer om de ergste kritiek op dit gebied te kunnen smoren. Maar een groter probleem is natuurlijk de aanwezigheid van de N-VA in zo'n regering. Wat waarschijnlijk volkomen onverteerbaar voor de cdH zou zijn, is een N-VA-premier. Gelukkig bestaat daar een eenvoudige oplossing voor: een CD&V-premier (wat overigens als voordeel heeft dat hier een gemakkelijke uitweg voor Kris Peeters geschapen kan worden).

Maar het grootste obstakel is en blijft dat er voor de cdH in een centrum-rechtse regering weinig eer te rapen zal vallen. Als er op federaal vlak nog cadeaus en snoepjes uit te delen vielen voor Brussel en Wallonië zouden de zaken er helemaal anders voorgestaan hebben. Voor het –tot het tegendeel bewezen is– centrum-linkse cdH is het echter weinig aanlokkelijk enkele minder belangrijke ministerposten te leveren in een centrum-rechtse regering waartegen de PS misschien deze herfst al al haar syndicale duivels zal willen ontbinden om het PTB-gevaar enigszins te kunnen bezweren. Dan kan men net zo goed nu al de CSC, de Waalse vleugel van het ACV, opdoeken, en hoeft de cdH in 2018 en 2019 buiten Luxemburg zelfs geen kieslijsten meer in te dienen.

Praatjes

Bovendien, zou om diezelfde reden het Paleis eigenlijk wel zin hebben in een federale regering zonder de PS? Koning Filip zal het spel ongetwijfeld wat subtieler willen spelen dan zijn vader in 2010, al was het maar om dat contrast na de recente strubbelingen binnen het koningshuis in de verf te kunnen zetten. Het is bekend dat het Paleis traditioneel goede relaties met de cdH heeft, al waren die in de tijd toen die partij nog PSC heette stukken intenser. Het is dus best mogelijk dat informateur Bart de Wever komende dinsdag een formatieopdracht krijgt, maar die hoeft daarom nog niet te lukken.

Het is trouwens merkwaardig dat er vandaag in de kranten allerlei verhaaltjes opduiken waaruit zou moeten blijken dat reeds begin deze week een regering met N-VA, CD&V, Open Vld, MR en cdH zo goed als in de steigers stond, en dat de PS daarom op donderdag een forcing doorvoerde. Nochtans beweerden die kranten woensdag nog met evenveel stelligheid dat informateur Bart de Wever geen schijn van kans maakte om een centrum-rechtse regering te vormen, en dat het komende dinsdag dus finaal over and out zou zijn voor zijn informatieopdracht. Of moeten we soms geloven dat die Wetstraatjournalisten een centrum-rechtse regering zozeer genegen zijn, dat zij drie dagen lang collectief de kiezen stevig op elkaar hielden om Bart de Wever toch maar alle kansen te geven?

Naar een N-VAACW-regering?

Wat betekent dit voor de Vlaamse partijen? In eerste instantie leek de N-VA de grote verliezer te zijn van het brute manœuvre van de PS van donderdag, maar in tweede instantie zat er voor de N-VA toch ook winst in. De Vlaamse regeringsonderhandelingen konden nu immers toch van start gaan, zonder nog verder te hoeven wachten op de federale regeringsonderhandelingen. Het probleem van de N-VA is echter dat een federale centrum-rechtse regering zeer onwaarschijnlijk blijft, terwijl een tripartite op Vlaams niveau nog altijd als alternatief blijft bestaan. Het volstaat te tellen hoeveel ACW'ers er aanwezig zijn in de CD&V-delegatie die gaat onderhandelen met de N-VA om te weten hoe laat het is. Een garantie op succes is er dus zeker nog niet. En zelfs als het tot een Vlaamse N-VAACW-, pardon, N-VACD&V-regering komt, bestaat nog altijd het gevaar op een constructieve motie van wantrouwen in het Vlaams Parlement als de federale regeringsonderhandelingen eindelijk in hun plooi zijn gevallen. Je weet maar nooit of de CD&V nog maar eens van mening verandert over de noodzaak van afspiegelingsregeringen tussen de verschillende niveaus.

CD&V in het midden van het bed

De CD&V blijft comfortabel in het midden van het bed liggen, ook al was er dat kortstondige gezichtsverlies van donderdag. De partij heeft echter snel gekozen voor de enig mogelijk optie die nog overbleef: alsnog de Vlaamse regeringsonderhandelingen in gang zetten, zonder te wachten op de federale. Op die manier kan ze niet meer verweten worden de Vlaamse regeringsvorming te blokkeren in afwachting van de federale. Anderzijds staat de partij in een zeer sterke onderhandelingspositie tegenover de N-VA. Zoals reeds gezegd blijft de tripartite bestaan als alternatief, en daardoor kan de CD&V hoge eisen stellen. De post van minister-president voor Kris Peeters bijvoorbeeld, als die federaal niet aan de bak zou kunnen komen met een nog betere portefeuille.

Het is trouwens op het Vlaamse vlak dat de N-VA volstrekt ongevaarlijk is. Dat heeft die partij tijdens de vorige regeerperiode ook afdoende bewezen: federaal liep ze dan wel storm tegen de zesde staatshervorming, op Vlaams niveau voerde ze die loyaal uit. Bovendien, en zoals de Waalse werkgevers deze ochtend ook terecht opmerkten, worden de echt belangrijke beslissingen in België nog steeds op het federale niveau genomen. Het is dan ook daar dat de CD&V de pottenkijkers van de N-VA liever niet mee aan tafel ziet zitten (sleutelwoord: ARCO). Eerder deze week nog was partijvoorzitter Wouter Beke er trouwens niet te beroerd voor om nog gelijkheidstekens te plaatsen tussen de aanslag op het Joods museum in Brussel en de N-VA-plannen om de werkloosheid aan te pakken.

Rutten praat haar mond voorbij

Voor de Open Vld was dit een slechte week. De partij verliest (voorlopig) een Vlaamse regeringsdeelname, maar federaal zal ze ongetwijfeld nog wel bijdraaien. Partijvoorzitter Gwendolyn Rutten heeft immers de geloofwaardigheid van een vos in een hoenderhok die uitroept dat hij ofwel àlle kippen, ofwel helemaal geen wil. Meer dan een wanhopige poging om die andere helft kippen opnieuw in het hoenderhok te jagen is dat uiteindelijk niet. De Open Vld zal immers de postjes pakken die ze kan krijgen. De partij kan het bovendien niet maken federaal een centrum-linkse regering in het zadel te helpen enkel en alleen omdat ze regionaal niet mee aan de bak kon komen.

A propos, zou die alles-of-niets-tactiek van Gwendolyn Rutten wel op voorhand doorgepraat geweest zijn met Europees Commissaris Karel de Gucht?

Overigens, wat Gwendolyn Rutten beweert is een hoogst interessante stelling, namelijk dat het niet meer mogelijk is om een goed economisch beleid uit te zetten zonder zowel in de Vlaamse als de federale regering aanwezig te zijn. En vooral dan dat dat een gevolg zou zijn van de zesde staatshervorming. Kan dat eigenlijk iets anders betekenen dan dat de critici van die zesde staatshervorming over de volle lijn gelijk hadden, namelijk dat ze een miskleun van formaat is, en dat ze Vlaanderen helemaal geen grotere economische autonomie schonk? Jammer dat tot nog toe geen enkele journalist daar eens over doorgevraagd heeft.

Een linkser Vlaanderen is daarom nog niet links

Links is voorlopig niet aan zet in Vlaanderen. Conform de verkiezingsuitslagen overigens. Partijvoorzitter Wouter van Besien van Groen heeft gelijk wanneer hij stelt dat Vlaanderen op 25 mei linkser gestemd heeft, want er is inderdaad een verschuiving van ongeveer twee–drie procent naar links tegenover 13 juni 2010. Maar dat betekent nog lang niet dat Vlaanderen vandaag links zou stemmen.

De ontkoppeling van de Vlaamse en de federale regeringsonderhandelingen betekent concreet dat de sp.a voorlopig weinig kans meer maakt om in de Vlaamse regering te raken. De lezer mag drie keer raden wat dat betekent voor Oosterweel of de onderwijshervorming van Pascal Smet. De signalen uit het kamp van de sp.a tonen trouwens duidelijk aan dat zure druiven daar nog steeds het hoofdbestanddeel van het dagelijkse menu uitmaken. Federaal blijven de kansen van sp.a echter fundamenteel ongewijzigd zolang een tripartite de meeste kans maakt.

Groen heeft nooit veel kans gemaakt om in de Vlaamse of federale regering binnen te breken. Aan Franstalige zijde heeft Ecolo een veel te grote pandoering gekregen om nog veel zin te hebben in welke regeringsdeelname dan ook, en in Vlaanderen staat Groen veel te zwak om zichzelf op eigen kracht in een Vlaamse regering te hijsen. Daar raakt ze immers alleen maar in als aanhangwagen van ofwel de sp.a ofwel via een federaal ommetje Ecolo.

Rampscenario voor Vlaams Belang

Voor het Vlaams Belang lijkt zich het slechts mogelijke scenario te zullen voltrekken. Als de N-VA in de Vlaamse regering raakt maar tegelijkertijd federaal in de oppositie blijft, zit het Vlaams Belang opnieuw met hetzelfde probleem als tijdens de afgelopen regeerperiode. Op het niveau dat er werkelijk toe doet zal de N-VA het oppositielaken naar zich toe kunnen trekken, en daardoor opnieuw het Vlaams Belang in de schaduw stellen. Ondertussen kan de N-VA via de Vlaamse regering wel haar stempel drukken op het beleid en zich verder consolideren. Het Vlaams Belang zal dan de komende vijf jaar veel creatiever uit de hoek moeten komen om het verschil te kunnen maken tegenover de oppositie/regeringspartij N-VA wil het er weer opnieuw staan na de verkiezingen van 2019.

maandag, februari 17, 2014

N-VA op «tram 3», de anderen op het perron?

Donderdag, op honderd dagen van de verkiezingen, publiceerden Le Soir, RTL, De Morgen en VTM de resultaten van de eerste peiling van 2014. De peiling plaatste de N-VA weer stevig op «tram 3», zoals partijvoorzitter Bart de Wever het onlangs nog verwoordde. Voor de andere Vlaamse partijen waren de resultaten minder opbeurend. Waarschijnlijk zullen ze op 25 mei al tevreden mogen zijn als ze de resultaten van de vorige federale verkiezingen zullen kunnen evenaren.

Beginnen we met de grootste partij van Vlaanderen. Met 32,3% staat de partij weer stevig boven de dertig procent (de «tram 3»). Als we naar de betrouwbaarheidsintervallen kijken, is het volgens deze peiling inderdaad vrijwel zeker dat de partij boven die psychologische drempel zal blijven. Bovendien tempert deze nieuwe uitslag de val in het vlottende gemiddelde, maar het blijft duidelijk dat de partij in de peilingen over een piek heen is. In combinatie met een geslaagd congres plaatst deze peiling de partij echter opnieuw in een winning mood, dat wil zeggen: minstens tot een eventuele andere peiling een tegenvallend resultaat zou tonen.

Zou men bij de CD&V tevreden zijn met deze peiling? Enerzijds bevestigt deze peiling de stijgende trend waarin de partij het laatste jaar zit. Het ziet er dan ook naar uit dat de partij het resultaat van 2010 wel degelijk zal kunnen evenaren. Anderzijds heeft de partij bij monde van partijvoorzitter Wouter Beke voor zichzelf de lat op twintig procent gelegd, en dat lijkt voorlopig toch nog een trapje te hoog. Helemaal onmogelijk zou zo'n score niet zijn volgens deze peiling, maar wel onwaarschijnlijk. Het blijft een raadsel waarom de partijvoorzitter de lat op een onrealistisch hoog niveau heeft gelegd, want zo creëert men natuurlijk zelf zijn eigen verkiezingsnederlaag.

Bij achtervolger Open Vld zal men ongetwijfeld tevreden geweest zijn over de populariteit van Maggie de Block, die bovenaan de pop-poll die bij deze peiling hoort prijkt. Maar kijken we naar de uitslag van de partij zelf, dan is het resultaat toch eerder een afknapper na de stijgende trend van het laatste jaar. Net zoals de CD&V zit de partij vast op het niveau van de federale verkiezingen van 2010. Populaire figuren in eigen rangen hebben is blijkbaar geen voldoende voorwaarde om het ook goed te doen in de peilingen–en straks misschien ook in de verkiezingen?

Die andere federale regeringspartij, de sp.a, zal volgens deze peiling al heel tevreden mogen zijn als ze nog maar in de buurt van het resultaat van 2010 kan uitkomen. De partij blijft het in de peilingen slecht doen, deze keer trouwens exact ex æquo met de Open Vld. Het resultaat kan nochtans niet verklaard worden door goede resultaten voor extreem-links, want PVDA doet het in deze peiling ook niet bijster goed met slechts 2,7%. Mogen we trouwens even kwijt dat commentaren als zou de partij het beste programma in jaren hebben, veel meer zegt over de politieke sympathieën van de commentator in kwestie dan de échte kwaliteit van dat partijprogramma? We hebben immers zo'n vermoeden dat N-VA-sympathisanten het N-VA-programma het beste in jaren vinden, CD&V-sympathisanten dat van de CD&V, enz…

Voor het Vlaams Belang kan deze peiling niets anders dan barslecht genoemd worden. Blijkbaar had de partij in de peilingen dan toch nog geen bodemkoers bereikt, hoewel ze de laatste tijd haar zelfvertrouwen weer wat hervonden had. Met een score van 7,6% kan de partij absoluut niet tevreden zijn, niet alleen omdat ze daarmee diep onder de psychologisch grens van de tien procent zit, maar ook omdat ze daarmee achter Groen belandt. Zakt de partij nog verder komt zelfs de kiesdrempel stilaan in zicht.

Groen blijft zwalpen tussen de 6 à 9%, maar kan zich deze keer dus verheugen over het feit dat het groter wordt dan Vlaams Belang. Of misschien correcter: dat Vlaams Belang kleiner dan Groen wordt. Zoals reeds vermeld doet de PVDA het deze keer niet zo goed, en ook voor LDD is deze peiling met een resultaat van slechts 1,7% geen reden om de champagnekurken te laten knallen.

Een projectie van de resultaten van deze peiling op de Vlaamse kieskringen levert voor het Vlaams Parlement een zetelverdeling op die een comfortabele meerderheid voor een N-VACD&V-regering toont. Ook N-VA–Open Vld en N-VA–sp.a zijn in principe mogelijk, maar met slechts één zetel op overschot toch wel heel krap. Een V-meerderheid is nog slechts een verre droom. Merken we trouwens op dat de PVDA in deze simulatie geen zetel haalt: in de Antwerpse kieskring zou ze in principe genoeg stemmen halen voor één zetel, was er niet de kiesdrempel van vijf procent.

CD&V, Open Vld en sp.a komen samen niet aan een meerderheid, en dat is toch wel een belangrijke nuance bij het artikel in Knack waarin gesteld wordt dat «[k]iezers CD&V, Open Vld en sp.a […] coalitie met N-VA niet [zien] zitten». Alvast in het Vlaams Parlement zal men immers hoe dan ook een meerderheid aan Vlaamse zijde moeten vinden om een Vlaamse regering te kunnen vormen. Dat betekent dat er dan met de N-VA gesproken zal moeten worden, tenzij men zijn toevlucht wil nemen tot een monstercoalitie van CD&V, Open Vld, sp.a en Groen.

Voor het Europees Parlement kan de N-VA volgens deze peiling op vier zetels rekenen. CD&V, Open Vld en spa. halen ieder twee zetels, terwijl Vlaams Belang en Groen tevreden moeten zijn met slechts één zetel. Merk op dat Steven Vanackere, derde op de CD&V-lijst, daarmee niet verkozen raakt. Meer zelfs, volgens deze peiling haalt de N-VA eerst nog een vijfde zetel binnen vóór de CD&V een derde Europees zitje krijgt. De CD&V zal het dus beduidend beter moeten doen, en de N-VA beduidend slechter, wil Steven Vanackere verkozen raken. Een echte strijdplaats kan men de derde plaats op de CD&V-lijst dan ook niet bepaald noemen. Over de persoonlijke score van Steven Vanackere hebben we het dan nog niet gehad.

Aan de andere zijde van de taalgrens is het duidelijk dat de PS tegenwoordig in slechte doen is in de peilingen. De partij behaalt haar slechtste resultaat in jaren, en zakt verder onder de grens van de dertig procent. Wie naar de betrouwbaarheidsintervallen voor deze peiling kijkt merkt trouwens op dat de MR stilaan in het vaarwater van de PS begint te komen, ook al gaat de MR zelf er niet bepaald op vooruit. Achtervolgers cdH en Ecolo doen het goed noch slecht, en blijven rond hun resultaten van de laatste drie jaren schommelen.

Bij de kleinere partijtjes vielen er twee opvallende resultaten te noteren. Het extreem-linkse PTB noteerde met een stevige score van 6,7% opnieuw boven de kiesdrempel. De partij is daarmee quasi zeker van een zetel of misschien zelfs meer in de Kamer. Maar ook de PP kwam met 5,6% voor het eerst sedert we de peilingsresultaten van die partij bijhouden boven de kiesdrempel uit. Ligt het aan het Europees lijsttrekkerschap van Luc Trullemans? Het is duidelijk dat er zich niet alleen aan de uiterst linkse kant van het Waalse politieke spectrum interessante bewegingen voordoen…

Bijlage: Overzicht van alle peilingen in Vlaanderen sedert 2004 en Wallonië sedert 2006

zondag, oktober 06, 2013

Wouter Beke legt de lat op 20 procent

Naar aanleiding van zijn herverkiezing als partijvoorzitter was Wouter Beke zo boud om de lat voor de CD&V in 2014 op 20 procent te leggen. Als je kijkt naar de historische trend van de laatste zestig jaar, de peilingen van de laatste jaren, of de uitslag van de laatste federale verkiezingen, dan is het duidelijk dat dit een bijzonder ambitieus doel is voor de CD&V. Wouter Beke zelf trekt zich echter op aan het resultaat van de provincieraadsverkiezingen in 2012. Of legt hij gewoon de lat zo hoog dat het ongevaarlijk wordt eronderdoor te gaan?

Beginnen we met de historische trend. In 1946 startte de partij met een score van 56,2% in Vlaanderen, en steeg in 1960 met 60,4% zelfs even boven de kaap van de zestig procent uit. Sindsdien gaat het gestaag bergaf met de christen-democratie in Vlaanderen, met als voorlopig dieptepunt de verkiezingen van 2010. De partij haalde toen voor de Kamer 17,6% van de stemmen, en zakte voor de Senaat zelfs verder door tot 16,1%. Al naargelang je op de verkiezingsresultaten van de CVP/CD&V een lineaire of een logaritmische regressie toepast kom je uit op een achteruitgang van gemiddeld 0,63% per jaar of een halvering eens om de veertig jaar.

Wat betekent dit, in mensentaal, voor de verkiezingen van 2014? Dat, tenzij er zich een trendbreuk zou voordoen, de CD&V op 25 mei 2014 ergens tussen de 10 en de 22 procent zal scoren, met als meest waarschijnlijke uitslag 15–16 procent. Een score van 20 procent of meer is dus zeker niet uitgesloten, maar niet erg waarschijnlijk. En een trend die al meer dan zestig jaar stand houdt ombuigen is geen sinecure, zeker niet als men ze in positieve zin wil ombuigen. De laatste jaren hebben slechts twee politici een historische trend weten om te buigen: Guy Verhofstadt in negatieve zin voor het liberalisme, en Bart de Wever in positieve zin voor het Vlaams-nationalisme.

Over naar de peilingen. Daar moeten we al terug naar de peiling van De Standaard en VRT van 2 april 2010 voor een score van 20 procent of meer. Sindsdien kwam de partij zelfs niet meer boven de 19 procent uit, behalve dan in die ene peiling van 7 oktober 2011 bij diezelfde peiler. De laatste maanden zien we echter een lichtjes positieve trend voor de CD&V in de peilingen. In de twee peilingen van verleden maand scoorde de CD&V bij Le Soir 17,2%, en bij La Libre Belgique 17,3%. Zonder rekening te houden met eventuele systematische scheeftrekkingen of andere methodologische problemen levert dat een kans op van ongeveer 0,2% om boven de 20 procent uit te komen. Of nog, op basis van deze twee peilingen is het een veiligere gok om op 25 mei 2014 met drie dobbelstenen in één keer drie zessen te smijten dan erop te wedden dat de CD&V boven de lat van Wouter Beke springt.

Wat dan met die provincieraadsverkiezingen? De CD&V haalde op 14 oktober 2012 inderdaad 21,4% van de stemmen voor de provincieraden. Sommigen menen dat dit in verband staat met de gemeenteraadsverkiezingen: lokaal populaire CD&V-burgemeesters zouden voor CD&V-stemmen in de provincieraden zorgen. Ik betwijfel echter of kiezers die in 2010 nog voor de N-VA stemden in 2012 «per ongeluk» opnieuw voor de CD&V zouden stemmen. Mijn vermoeden is dat enkele N-VA-kiezers uit 2010 teruggevloeid zijn naar de CD&V, omdat zij niet helemaal tevreden waren met de gang van zaken rond de regeringsvorming. Maar meer nog, dat voor een aantal kiezers de provincieraden zo onbekend en zo onbelangrijk zijn, dat zij vinden dat daar geen «kracht van verandering» nodig was. Het is dan maar de vraag of Wouter Beke volgend jaar opnieuw op die groep kiezers zal kunnen rekenen, wanneer het over de federale en de regionale verkiezingen gaat – met bijhorende verkiezingscampagne.

Op dit punt moeten we toch zeggen dat 20 procent al bij al een beetje een merkwaardig doel is. Als Wouter Beke echt de provincieraadsverkiezingen als referentiepunt wil gebruiken, waarom legt hij de lat dan niet op die uitslag – 21,4%? Zo zeker is hij blijkbaar dan toch niet van zijn stuk, want hij stelt zich in 2014 al tevreden als de achteruitgang voor zijn partij niet meer dan 1,4% bedraagt. Ter vergelijking: zoals het er nu naar uitziet zal de N-VA de verkiezingen van 2014 in de media verliezen als ze er niet minstens een procent of drie–vier bij doet.

Zoals altijd, en dan zeker bij de CD&V, geldt ook hier dat er een «voor» en een «na» de verkiezingen is. De 20 procent zijn immers niet meer dan een pose vóór de verkiezingen, die moeten dienen om de partij te onderscheiden van de sp.a en de Open Vld. Van zodra echter op 25 mei 2014 de eerste resultaten zullen binnenkomen, zullen de provincieraadsverkiezingen van 2012 geruisloos uit de CD&V-communicatie verdwijnen. Haalt de partij bijvoorbeeld 19,8% van de stemmen, dan zal er alle nadruk op gelegd worden dat de partij erop vooruitgaat tegenover 2010, niet dat ze erop achteruitgaat tegenover 2012. Of hoe «christen»-democraat Wouter Beke vandaag al de leugen van 25 mei 2014 voorbereidt…

donderdag, oktober 03, 2013

Aan wie de 16?

Rik van Cauwelaert noemde het in De Tijd «politieke gezelschapsspelletjes»: met nog meer dan negen maanden te gaan tot de verkiezingen schrijven de journalisten zich krom over wie kandidaat is om Elio di Rupo op te volgen. Waarna hij zelf het gerucht lanceert dat zowel Elio di Rupo als Paul Magnette zouden azen op… een Europees commissariaat!

Regering–De Wever-Reynders

Het scenario duikt af en toe op, en het klinkt goed, zo'n herstelregering–De Wever-Reynders als tegenbeeld van een regering–Di Rupo II. Maar welke partijen zouden aan zo'n regering kunnen deelnemen? N-VA en MR om te beginnen natuurlijk, en in het zog van de MR ook de Open Vld. Maar wie regeert er dan nog mee? De CD&V en cdH? Dat wordt aan Vlaamse zijde dan een zogenaamde Antwerpse coalitie, maar aan Franstalige zijde vooral een minderheidscoalitie. Benieuwd of de Franstaligen volgend jaar al even principeloos zullen willen zijn als de Vlamingen in 2011. Met een centrum-rechtse overwegend Vlaamse federale regering, en als reactie daarop misschien wel een links-linkse Waalse regering van PS en Ecolo staan we dan misschien wel voor zeer interessante tijden in het zuiden van het land.

Persoonlijk houden we het dus op een voortzetting van de huidige regering. Grootste argument voor zo'n scenario is dat alle ervaring leert dat Vlaamse politici veel gemakkelijker buigen dan Franstalige. Enige mogelijke spelbreker voor dit scenario: de Vlaamse kiezer, als die de N-VA en het Vlaams Belang in het Vlaams Parlement zo groot maakt dat een Vlaamse afspiegelingsregering zonder N-VA niet meer mogelijk is.

V-meerderheid

Maar wat dan nog? Ons vermoeden: dan verandert er op federaal vlak niets, en krijgen we op Vlaams niveau een Antwerpse coalitie. Als je ziet hoe de federale begroting vandaag mismeesterd wordt, zou je gaan vermoeden dat men zelfs doelbewust aanstuurt op een economisch rampenscenario, waarbij er na 26 mei 2014 in alle haast een federale regering gevormd zal móeten worden omwille van de «financiële markten». Met andere woorden, een voortzetting van de huidige regering–Di Rupo, omdat er geen tijd zal zijn om te neuten over confederalisme. En al zeker niet als de Rode Duivels op hetzelfde ogenblik wereldkampioen spelen in Brazilië.

Wouter Beke zal de N-VA dan met plezier voor de keuze plaatsen: Vlaanderen maandenlang in een bestuurlijke chaos storten terwijl de CD&V in de federale regering haar «verantwoordelijkheid opneemt», of braafjes met hen (eventueel aangevuld met de Open Vld) een Vlaamse regering vormen en de kracht van verandering uitstellen tot 2019. Zolang de N-VA bij voorbaat revolutionaire toestanden afzweert heeft Wouter Beke geen reden om met de N-VA veel rekening te houden bij de vorming van een federale regering.

IJdeltuit Di Rupo

In ons lijstje staat Elio di Rupo dan ook nog steeds met stip op nummer één om zichzelf op te volgen na 25 mei 2014. En zoals de zaken er op dit ogenblik voorstaan –rebus sic stantibus, zou Bart de Wever zeggen– zal dat zelfs nadrukkelijk zonder de N-VA moeten zijn. Sedert 13 mei 2010 is er, buiten de provincieraadsverkiezingen, nog geen enkele peiling verschenen die de N-VA onder de dertig procent plaatst. Zelfs die dertig procent zou nog een winst van 1,8% zijn tegenover de laatste federale verkiezingen, en dus mogen we er gerust van uitgaan dat de N-VA na de volgende verkiezingen in de federale Kamer nog groter zal zijn dan ze nu al is. Bij de PS is het dan weer van eind 2011 geleden dat de partij nog gepeild werd op een niveau dat vergelijkbaar is met de laatste federale verkiezingsuitslag, want sindsdien staat de partij op verlies. Conclusie: in de volgende federale Kamer zal de N-VA niet alleen groter dan de PS zijn, ze zal afgetekend groter dan de PS zijn.

Je ziet dan ook van hier dat Elio di Rupo premier zal willen spelen in een regering waarin de N-VA een kop groter is dan zijn eigen PS. Wie denkt dat dit betekent dat de N-VA dan de premier zal moeten leveren is echter van een goed jaar. Koning Philippe die de eed afneemt van eerste minister Bart de Wever? Neen, de enige mogelijke oplossing is dat de N-VA opnieuw uit de federale regering gehouden wordt. Onze kakelverse koning-met-een-missie zal over zo'n hyperdemocratisch manœuvre zeker geen problemen maken.

Drama queen zkt camara's

Dat Elio di Rupo zou azen op een Europees commissariaat lijkt ons dan ook een lachertje. Hoe vaak komt zo'n Europees Commissaris in de pers? Alleen als hij blundert, of als hij als zwarte piet kan dienen in één of ander nationaal debat. Zelfs de «hoge vertegenwoordiger» voor buitenlandse zaken en veiligheid Catherine Ashton –wie kent haar?– komt amper in het nieuws. Karel de Gucht zou zich trouwens met geen Menense pictogrammen bezighouden als hij daar in de Europese Commissie niet totaal zat te verwelken (of de vloer aangeveegd werd door Chinezen).

Nog eentje: als de uitslag van de PS tegenvalt, en Waals klein-links enkele zetels haalt, zou Elio di Rupo liever naar de oppositie trekken om zijn partij te laten herbronnen. Alsof dat enige garantie zou geven dat hij er in 2019 dan wel bij zal zijn. Detail: in 2019 wordt hij trouwens 68 jaar.

Neen, ze gaan een heel straf postje moeten uitvinden om Elio di Rupo vrijwillig uit «de 16» weg te krijgen. En na de passage van Herman van Rompuy als Europees «president» is het eerder twijfelachtig of er in 2014 veel vette postjes voor Belgen beschikbaar zullen zijn.

Bart de Wever

Hij mag zeggen wat hij wil, maar Bart de Wever is op dit ogenblik de enige natuurlijke kandidaat-premier van de N-VA. Elke andere N-VA-kopman of -vrouw is slechts tweede keus. En we zijn het niet persoonlijk gaan rondvragen onder de N-VA-leden, maar we hebben een sterk vermoeden dat ze er zo ongeveer allemaal hetzelfde over denken, op twee na. De ene zit in Antwerpen, en zegt dat hij niet beschikbaar is. De andere zit in Gent, en dacht dat hij eind augustus zijn federaal regeringsakkoord al uit de doeken mocht doen in een interview met De Standaard. Dat laatste was, zoals ondertussen bekend, «voor zijn beurt gesproken».

Bart de Wever zit natuurlijk wel met hetzelfde probleem waar Jannie Haek mee geplaagd zat: zoals die laatste zijn opzegpremie thuis niet uitgelegd kreeg, zo krijgt Bart de Wever een federaal premierschap thuis niet uitgelegd. Net zoals het ook niet snor zit met het confederalisme van de N-VA. Ironisch, dat op dit ogenblik net het communautaire het zwakke punt is van wat ooit als een communautaire one-issue-partij vertrokken is…

Didier Reynders

Didier Reynders zou natuurlijk maar wat graag eerste minister van België worden. Maar iets zegt ons dat de man intelligent genoeg is om te weten dat dat weinig waarschijnlijk is, tenzij zich één of andere bijzonder opportuniteit zou voordoen. Enerzijds maakt hij geen kans mét de PS in de federale regering, en anderzijds maakt een federale regering zonder PS geen of weinig kans. Maar je weet natuurlijk nooit. In 2010 zag het er immers lang naar uit dat de MR en de Open Vld zelfs de regeringsbanken niet zouden halen.

Kris Peeters of Wouter Beke

Kris Peeters die liever niet premier zou willen worden, het klinkt een beetje als een Yves Leterme die de huwelijkstrouw predikt. Weinig geloofwaardig dus. Al was het maar omwille van de dure eden die ook die laatste zwoer toen híj Vlaamse minister-president was. Het scenario, waarbij Kris Peeters Wouter Beke federaal zou laten voorgaan, is zo mogelijk nog gekker. Welke paddenstoelen moet je al gegeten hebben om in alle ernst te kunnen beweren dat een CD&V'er geen Belgisch postje zou ambiëren, of woord zal houden?

Er zijn echter twee dingen die ervoor zorgen dat CD&V vandaag geen openlijke kandidaat naar voren schuift. Ten eerste: het is een gemakkelijke manier om het zwakke punt van de N-VA in de schijnwerpers te plaatsen. En ten tweede: het pijnlijke besef dat Kris Peeters niet alleen geen kandidaat van rang 1 is, maar ook niet van rang 2 (Didier Reynders of Bart de Wever), doch slechts rang 3. Zeg maar de categorie waar ook Johan vande Lanotte en Alexander de Croo spelen dus. Pijnlijk, voor een partij die ooit volstrekte meerderheden haalde in Vlaanderen.

Dit artikel verscheen op 18 september 2013 in 't Pallieterke.

zondag, juni 30, 2013

Wanneer wordt prins Filip koning?

Het is een beetje een klassieker in het voorjaar: de speculaties over een mogelijk troonsafstand van koning Albert II. Maar bij al die speculaties zou men bijna vergeten dat een abdicatie niet de enige manier is waarop een kroonprins eindelijk zijn echte job kan aanvatten…

Hoe normaal is een troonsafstand in België? Het antwoord is snel gevonden: niet. De enige Belgische koning die tot nu toe troonsafstand deed, deed dat niet eens vrijwillig. Al de anderen zijn op hun troon blijven zitten, tot ze erbij neervielen. Eén van hen ging dat zelfs heel letterlijk doen in Marche-les-Dames. Er is dus geen precedent voor een troonsafstand, en mocht koning Albert II toch besluiten vrijwillig af te treden, dan hebben we meteen ook te maken met een primeur in de Belgische geschiedenis.

Lakenologen

Het is misschien ook dit gebrek aan een precedent dat ertoe heeft bijgedragen dat er de laatste jaren een halve industrie is ontstaan aan royalty watchers en zelfverklaarde intimi van de koning. Die komen dan met de regelmaat van de klok op de proppen met nog maar eens een nieuw scenario voor hoe koning Albert II zal aftreden. Liefst van al doen ze dat dan voor de camera's, met pretlichtjes in de ogen die verraden hoe ze daar zitten te genieten van zoveel aandacht. Maar ook fijngeknepen oogjes, om te benadrukken dat het hier over een zeer delicate materie gaat waar niet zomaar Jan en alleman zijn platte mening over dient te ventileren. Neen, zoiets past alleen voor gedistingeerde personen, zoals bijvoorbeeld een Kathy Pauwels, die graag voordoet dat ze zo diep in de ziel van koning Albert II kan kijken dat ze bijna zelf op de troon had kunnen zitten. Of wetstraatclown Herman de Croo, die zelfs zo vrank is zichzelf voor te stellen als intimus van de koning, ook al kan niemand dat controleren. Of misschien ook juist daarom.

Als er iets is waar al die lakenologen in uitblinken, dan wel in het verzinnen van een datum voor die troonsafstand die bol staat van de symboliek. Er is altijd wel een verjaardag of een andere feestdag te verzinnen die nóg symbolischer is dan de andere. Waarmee de lakenoloog meteen ook probeert te bewijzen dat hij de zielenroerselen van de koning nog een beetje beter –en dieper– weet in te schatten dan zijn collega. Twee data zijn bij mijn weten nog niet de revue gepasseerd: de verjaardag van de verwekking van Delphine Boël, en mijn persoonlijke favoriet: 28 december, het feest van de Onnozele Kinderen. Of zou die laatste datum beter passen voor de eedaflegging van koning Filip?

Sterfelijkheid

Laten we het allemaal eens wat nuchterder bekijken, en er eens wat wiskunde tegenaansmijten. Gevoelige lezers, en in het bijzonder 79-jarigen, willen we alvast waarschuwen voor wat volgt, want erg prettig is het natuurlijk niet iemands levensverwachting na te rekenen. En we willen vooral ook onderstrepen dat we koning Albert II als mens gerust nog enkele tientallen jaren met een goede gezondheid gunnen. Maar er bestaat ook zoiets als de harde realiteit, en wie jaarlijks door de belastingbetaler een ferme duit in het zakje toegestopt krijgt, enkel en alleen omdat hij uit de juiste moeder geboren werd¹ en zijn broer overleefd heeft, die moet kunnen verdragen dat zijn sterfelijkheid al eens openlijk besproken wordt. Zeker als hij zich dan nog vastklampt aan zijn troon, en zijn macht gebruikt om de democratische wil van een belangrijk deel van zijn (nou ja) volk te dwarsbomen.

Wiskunde

We halen er daarom de sterftetabellen van 2011 bij, en rekenen eens uit wat de kansen van koning Albert II zijn om de volgende verkiezingen te halen. Wat levert dan een beetje statistiek op niveau van de middelbare school op? Dat koning Albert II dik 94 procent kans heeft er op 25 mei 2014 nog steeds bij te zijn, de datum van de volgende verkiezingen.

Voor 2019 ziet het er echter al een pak slechter uit: tegen 1 juni 2019 loopt de kans op een «natuurlijke troonswisseling» al op tot ongeveer 38%. Tegen 1 juni 2024 is dat al 71%. Als koning Albert II ervoor kiest te doen zoals zijn voorgangers, dan mogen we statistisch gezien verwachten dat prins Filip ergens in januari 2021 de eed zal afleggen, en vervolgens een dikke twintig jaar op de troon blijft zitten.

Praktisch betekent dit dat men er vanuit kan gaan dat koning Albert II ook de regeringsvorming van 2014 nog in «goede» –lees: Franstalige– banen zal kunnen leiden. Maar voor 2019 heeft men toch maar beter een plan B klaar, ook al omdat koning Albert II tegen dan 84 jaar zal zijn. De kans dat men tegen dan op «natuurlijke wijze» van het probleem–Filip verlost geraakt bedraagt trouwens slechts 4%. En dat laatste is dan waarschijnlijk nog een grove overschatting, omdat prins Filip vermoedelijk minder dan gemiddeld last heeft van bijvoorbeeld criminaliteit en andere factoren die op zijn leeftijd de hoofdrol spelen bij overlijdens.

Hartpatiënt

Er is echter een «maar» die bovenstaande statische gegevens moet bijsturen. Omdat koning Albert II vandaag (ogenschijnlijk) in redelijk goede gezondheid verkeert, staat hij er zeker op korte termijn waarschijnlijk veel beter voor dan de gemiddelde 78-jarige die deze donderdag 79 kaarsjes mag uitblazen. Bovendien zal hij wel van een betere medische verzorging kunnen genieten dan de gemiddelde senior die het zonder dotatie moet doen. Maar anderzijds weten we toch ook dat koning Albert II net als zijn broer een hartpatiënt is. Het is dus best mogelijk dat nog voor de lezer dit artikel onder ogen krijgt –eigenlijk niet meer dan grofweg anderhalve dag– er zich reeds een feit zal voorgedaan hebben waardoor dit stukje hopeloos verouderd nieuws is. Wie had durven vermoeden, toen hij op zaterdag 31 juli 1993 's avonds in zijn bed kroop, dat we de volgende ochtend getuigen zouden zijn van een tricolor mediacircus buiten categorie?

Geen ontkomen

Er is voor de Belgen en de Franstaligen dus eigenlijk geen ontkomen aan: prins Filip zal de regeringsonderhandelingen van 2019 leiden, als hij dat in 2014 al niet zal doen. Een troonsafstand door koning Albert II kan de zaken vervroegen, maar verandert fundamenteel niet veel meer aan zaken. En zelfs als men op één of andere manier prins Filip van de troon zou kunnen houden, dan nog ziet het er eigenlijk niet zo goed uit. Enkele weken geleden overtuigde prinses Astrid con brio heel TV-kijkend Vlaanderen er immers van dat zij wel degelijk een volle zus is van haar broer. Haar imago van (relatieve) intelligentie bleek daarmee dus meer op haar afwezigheid uit de media gebaseerd dan iets anders.

¹ In tegenstelling tot wat velen denken is verwekt worden door de koning noch een voldoende, noch een noodzakelijke voorwaarde om het tot prins(es) te schoppen. Het enige wat echt telt is op het juiste ogenblik geboren te worden uit de juiste moeder. Vergelijk maar eens het lot van Delphine Boël en prins Laurent: Bart de Wever en Laurette Onkelinx hebben vrijwel zeker nauwere familiebanden met mekaar dan die twee, en toch is het diegene die geen familie van koning Albert II is die elk jaar een dikke dotatie opstrijkt.

Dit artikel verscheen op 5 juni 2013 in 't Pallieterke.

zondag, juni 23, 2013

Propagandasteunpunt Media

Opmerkelijk bericht in de pers verleden week: in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van verleden jaar kwamen Bart de Wever en Filip Dewinter het meest aan het woord bij de VRT. In totaal zou de N-VA zelfs sterk oververtegenwoordigd geweest zijn vergeleken met de vorige verkiezingsuitslag. Ik kan me voorstellen dat menig lezer nu de wenkbrauwen zal fronsen, maar toch is dit de conclusie van een lang rapport, afgescheiden door de geleerde bollen van Steunpunt Media.

Plukken we even enkele zinnen van de webstek van dat Steunpunt Media: «Het Steunpunt Media is het aanspreekpunt en expertisecentrum voor alles wat met nieuws en media te maken heeft. In opdracht van de Vlaamse Overheid doet het steunpunt wetenschappelijk onderzoek naar nieuwsberichtgeving en mediawijsheid in Vlaanderen. De focus van het onderzoek ligt op de volledige nieuwscyclus: van de nieuwsselectie door de journalist tot de mediakeuze van de mediagebruiker.» Je vraagt je af, wat kan daar nu verkeerd aan zijn? Zo ongeveer alles, zoals blijkt uit Nieuwsmonitor 13.

Schetsen we even de context voor het onderzoek besproken in die Nieuwsmonitor 13. Zo was het de Vlaamse Mediaminister Ingrid Lieten die het onderzoek aanvroeg. Rinkelt er al een belletje? Werkten aan het onderzoek mee: onder andere Stefaan Walgrave en Marc Hooghe. Wie nu nog denkt dat het hele onderzoek geen doorgestoken kaart is om vervolgens alleen enkele «juiste» halve waarheden rond te toeteren, die moet echt al van een heel goed jaar zijn.

Conclusie ≠ inhoud

Wie het rapport opvraagt en vlug doorleest, merkt al snel op dat één en ander niet helemaal in verhouding staat tot wat het korte persbericht de lezer probeert wijs te maken. N-VA oververtegenwoordigd? De partij kreeg slechts 17,2% van de spreektijd op de openbare buis, beduidend minder dan CD&V (20,5%), sp.a (19,8%) en Open Vld (19,6%). Toch concluderen de onderzoekers een beetje zuurtjes dat «de aanwezigheid van N-VA in de media ver boven het electorale gewicht van de partij bij de vorige lokale verkiezingen» lag. Let op: niet een beetje erboven, maar zelfs ver! Hun verklaring hiervoor, en hier komt de aap uit de mouw: «Het is duidelijk dat de verdeling van de aandacht ook was gebaseerd op de peilingen en op de uitslagen van tussenliggende verkiezingen». Ja, stel je voor zeg.

Op hun eigen manier hebben de onderzoekers dus wel gelijk: in 2006 lag het electorale gewicht van de N-VA volgens peilingen ergens rond de 8%, een pak minder dan die 17,2% spreektijd. Maar is het werkelijk ernstig om in 2012 nog terug te grijpen naar de verkiezingen 2006 om de spreektijd «eerlijk» te verdelen, als diezelfde partij in 2010 al rond de 30% zat?

Twee maten

Bovendien, waar is hun klacht over de schromelijke ondervertegenwoordiging van het Vlaams Belang? Die partij kreeg slechts 8,5% van de spreektijd toebedeeld, maar zat in 2006 nog aan 21,5%. In het rapport blijft het daarover oorverdovend stil. Zou het kunnen dat de auteurs –en vooral ook: de opdrachtgeefster– die ondervertegenwoordiging prima vinden? In de plaats daarvan zoomt men in op de spreektijd die Filip Dewinter kreeg. Met zijn 45,1 minuten eindigde hij weliswaar op de tweede plaats na Bart de Wever, maar naar een andere Vlaams Belanger in de top 30 is het vergeefs zoeken. Ter vergelijking: in die top 30 figureren wel twee PVDA'ers: Dirk Tuypens en Peter Mertens, samen trouwens goed voor 36,2 minuten spreektijd en dus wel ruim oververtegenwoordigd.

Mijn conclusie na het doornemen van het rapport is daarom dat de conclusie die de onderzoekers de wereld instuurden op zijn minst tendentieus is, om niet te zeggen totaal misleidend. N-VA was helemaal niet oververtegenwoordigd in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen. En als ze al oververtegenwoordigd was, dan was Vlaams Belang zo mogelijk nog sterker ondervertegenwoordigd. Die laatste partij is trouwens ondervertegenwoordigd hoe men de zaken ook keert of draait. De focus op de spreektijd van Filip Dewinter, zowat de enige Vlaams Belanger die aan bod mocht komen, getuigt daarbij niet bepaald van veel goede trouw. Steunpunt Media gedraagt zich dan ook als een ordinair propagandainstrument in handen van Mediaminister Ingrid Lieten. Of kunnen we gewoon stellen dat Steunpunt Media en de Mediaminister twee rode handen op een socialistische buik zijn?

Rood troef

Over socialisme gesproken: het rapport vermeldt wel zijdelings dat PVDA oververtegenwoordigd was, maar gaat er niet verder op in. Vergeleken met Vlaams Belang en N-VA was de partij vijf tot zes keer oververtegenwoordigd. Maar zelfs vergeleken met sp.a en Groen was PVDA twee en een half tot drie keer oververtegenwoordigd. Misschien is dit ook de verklaring waarom Groen voor één keer niet sterk oververtegenwoordigd was?

Mijn lezing van de getallen die Steunpunt Media verzamelde ziet er dan ook een beetje anders uit. Met de verkiezingen van 2010 als ijkpunt was PVDA zeer sterk oververtegenwoordigd op de openbare omroep. Daarna volgen Open Vld, sp.a, CD&V en Groen, die onderling min of meer in verhouding op de buis mochten komen. Tegenover die groep van vier was Vlaams Belang duidelijk ondervertegenwoordigd, N-VA nog meer, en LDD nóg meer. Vergelijken we met de uiteindelijke uitslag voor de provincieraadsverkiezingen verandert het beeld nauwelijks, maar mildert het wel voor Vlaams Belang en PVDA. Sp.a en Open Vld blijven duidelijk in de bovenste schuif liggen bij de VRT.

De Zevende Dag

Het valt trouwens op dat Steunpunt Media inzoomt op de zes weken voor de gemeenteraadsverkiezingen. Had Ingrid Lieten nog een eitje te pellen met de N-VA? Waarom onderzoekt dat Steunpunt Media nooit eens hoe het zit met de spreektijd van de politici buiten de verkiezingsperiode? Het antwoord geven ze (ongewild) zelf: «in de verkiezingsperiode wordt er […] meer gebalanceerd bericht dan in normale tijden». En meer bepaald: «buiten de campagneperiode komen regeringspartijen veel en oppositiepartijen weinig aan bod», aldus eerder onderzoek van henzelf en anderen. Zou het kloppen?

Zelf hou ik al enkele seizoenen bij welke partijen hoe vaak bij De Zevende Dag uitgenodigd worden. Voor het huidige seizoen, van 6 januari tot 5 mei, kwamen 118 politici aan bod. Sp.a staat aan kop, en mocht al 24 keer op zondag naar de studio komen. Ook CD&V (23), Open Vld (21), N-VA (20) en Groen (17) zijn goed vertegenwoordigd. Maar opnieuw zal de lezer opmerken dat er iets niet klopt. Waarom staat de grootste partij van Vlaanderen slechts op de vierde plaats, terwijl het vier keer kleinere Groen bijna op gelijke hoogte op vijf staat? Vlaams Belang werd slechts 8 keer uitgenodigd, LDD mocht 3 keer komen, PVDA 2 keer.

Zondag is bij de VRT daarmee niet alleen de zevende dag, maar vooral toch ook een groene dag. De traditionele partijen komen min of meer naar verhouding aan bod, maar LDD, N-VA en Vlaams Belang worden duidelijk stiefmoederlijk behandeld. Vergeleken met Groen is N-VA ruim drie keer ondervertegenwoordigd, Vlaams Belang zelfs bijna vier keer. We houden dan nog geen rekening met de spreektijd, om over de manier waarop de politici behandeld worden nog maar te zwijgen.

Belgisch volk vaakst

De stelling van Steunpunt Media dat «buiten de campagneperiode regeringspartijen veel en oppositiepartijen weinig aan bod» komen klopt dus niet. N-VA zit alleen maar in de Vlaamse regering, en Open Vld alleen maar in de federale. Toch wordt Open Vld relatief gezien veel vaker uitgenodigd naar De Zevende Dag dan N-VA. Het verschil in behandeling is nog groter wanneer we Groen en Vlaams Belang vergelijken, toch allebei oppositiepartijen. Wie alleen maar naar De Zevende Dag kijkt zou al snel kunnen denken dat Groen dubbel zo groot is als Vlaams Belang. Met de actualiteit heeft dit trouwens niets vandoen, want de scheeftrekking is een constante van seizoen tot seizoen.

Het is dan ook vooral links en Belgisch dat ruim aan bod mag komen op de openbare omroep, campagneperiode of niet. Rechts en Vlaams wordt hoogstens af en toe een beetje getolereerd, als het niet anders kan. Bijvoorbeeld tijdens een campagneperiode, maar alleen maar omdat grote scheeftrekkingen dan net ietsje meer zouden opvallen.

Dit artikel verscheen op 8 mei 2013 in 't Pallieterke.

zondag, mei 26, 2013

«Peilingen hebben nooit voorspellende waarde»

«Peilingen hebben nooit voorspellende waarde», zo verkondigde VRT-journalist Ivan de Vadder nog eens voor alle zekerheid verleden week op Twitter. Het is waarschijnlijk daarom dat niet alleen De StandaardVRT maar ook La Libre Belgique 24 mei uitkozen om nog eens de resultaten van een peiling te publiceren, precies één jaar en één dag voor de volgende Europese verkiezingen.

Het begint stilaan een gewoonte te worden dat aan Vlaamse zijde vooral ingezoomd wordt op het resultaat van de N-VA. Dat heeft natuurlijk zijn verklaring: de partij domineert op dit ogenblik het politieke landschap. Naargelang de eigen politieke voorkeur hoopt/vreest men dan ook in 2014 een verderzetting van de gele vloedgolf van 2010 in Vlaanderen.

Wat die vloedgolf betreft lijkt het erop dat de N-VA-motor op dit ogenblik een beetje sputtert, of toch in de peilingen. De partij blijft afgetekend de grootste –ongeveer tweemaal zo groot als eerste achtervolger CD&V– maar de neergang tegenover eerdere peilingen valt niet meer te ontkennen. Partijvoorzitter Bart de Wever heeft dan ook gelijk dat de resultaten van deze peilingen de partij eindelijk terug met de voeten op de grond zet, want we herinneren ons nog de beruchte veertig procent van Geert Bourgeois. Maar we kunnen anderzijds een vergelijking met LDD moeilijk van ons afslaan. Die partij piekte ook in de peilingen tussen twee verkiezingen door, om vervolgens in mekaar te zakken en vandaag op sterven na dood verklaard te zijn. De komende maanden is het voor de partij dan ook van cruciaal belang te stabiliseren op een voldoende hoog niveau. Anders dreigt het gevaar de stempel van verliezer opgedrukt te krijgen, en dat is zelden een goed uitgangspunt om de verkiezingen tegemoet te gaan.

Doen de concurrenten het dan zoveel beter? Bij CD&V vindt men van zichzelf dat men goed bezig is dankzij Operatie Innesto. Het is echter twijfelachtig of die operatie ook echt aanslaat bij het bredere publiek. Neem nu het beruchte voorstel over de inkorting van de zomervakantie: die ging eerst gereduceerd worden van negen naar zes weken, maar anderzijds gecompenseerd door meer vakantiedagen tijdens het schooljaar, om uiteindelijk misschien alleen maar te gelden voor de lagere school. We willen niet zeggen dat men hier vliegen probeert te vangen met azijn, maar met wat flauw suikerwater dat dan nog eens homeopathisch verdund werd zal men er niet geraken. De partij blijft dan ook hangen op haar resultaat van 2010, rond de 16%. Dat is een pak onder het resultaat van de provincieraadsverkiezingen van verleden jaar, een resultaat waar ze zelf zo graag naar verwijst om haar «heropstanding» te bewijzen.

Ook bij de sp.a loopt het niet lekker. De partij blijft op een historisch laag resultaat, wat dus een verdere verzwakking ten opzichte van 2010 inhoudt. De nieuwe beginselverklaring, nochtans in de media druk besproken (en bewierookt), helpt daar ook al niet veel. Of is het misschien net dat: druk besproken in de media, maar voor de modale Vlaming eigenlijk niet eens half relevant? En het is maar de vraag of bijvoorbeeld de hardnekkige verdediging van de garantie van spaarboekjes boven de 100.000 euro door partijvoorzitter Bruno Tobback al veel relevanter is voor diezelfde modale Vlaming…

Nog een partij op de sukkel: de Open Vld, al veert de partij deze keer gemiddeld gezien een beetje op tegenover de desastreuze resultaten van pakweg een jaar geleden. Maar de partij blijft flirten met de psychologische drempel van de tien procent, en vooral: de partij eindigde ex æquo met Vlaams Belang bij La Libre Belgique en virtueel ex æquo bij De StandaardVRT. Je vraagt je af hoe partijvoorzitster Gwendolyn Rutten vervolgens zo zelfzeker kan komen verklaren dat de Vlaming duidelijk nog niet met de verkiezingen bezig is, terwijl haar resultaat aantoont dat zij eigenlijk geen flauw vermoeden heeft van wat er zich werkelijk in het hoofd van diezelfde Vlaming afspeelt. Ik voorzie hoe dan ook niet veel verbetering voor de Open Vld zolang Gwendolyn Rutten daar de dienst blijft uitmaken.

Ook Vlaams Belang blijft zwalpen rond of nu net boven de tien procent. Net zoals Open Vld is de partij bezig aan een voorzichtige remonte. De partij kan zich vooral optrekken aan de 12,9% bij La Libre Belgique, het beste resultaat in meer dan twee jaar en zelfs een lichte verbetering tegenover 2010. Maar ook bij het Vlaams Belang maakt één goede peiling de heropstanding nog niet, net zoals één zwaluw de lente niet maakt.

Bij Groen werd enthousiast gereageerd op het resultaat in de peiling van De StandaardVRT: 9,5% en dus virtueel op dezelfde hoogte als Open Vld en Vlaams Belang. Dat was echter vóór La Libre Belgique haar resultaten publiceerde en de partij met 6,5% opnieuw richting kiesdrempel duwde. Of zou men eigenlijk wel Franstalige kranten lezen bij het belgicistische Groen? Op zondag had men het op de ledendag in Kessel-Lo immers nog steeds over «schitterende peilingen». Ik vraag me trouwens af hoeveel mensen het verhaaltje van partijvoorzitter Wouter van Besien geloven dat de gure lente een gevolg zou zijn van de globale opwarming. Amper vijf jaar geleden klonk het nog dat diezelfde globale opwarming de oorzaak was van terrasjesweer in februari.

LDD zou op sterven na dood zijn. Of misschien toch niet. De ene peiling geeft de partij nog slechts een halve procent, de andere 3,3%. PVDA zou dan weer springlevend zijn, hoewel ze toch ook niet meer dan 2,5% haalt. Het is me dan ook niet helemaal duidelijk wat precies de journalistieke criteria zijn om een partij steendood of springlevend te verklaren. Vlaams Belang wordt trouwens ook al jarenlang zo goed als dood verklaard, ook al haalt de partij nog steeds een hogere score dan het «frisse» Groen. Ik zou onze kwaliteitsjournalisten er echter niet van willen verdenken dat ze hun persoonlijk partijpolitieke voorkeuren en afkeren hierbij een rol laten spelen.

Kijken we eens naar de zetelverdelingen op basis van deze twee peilingen, en dan misschien in het bijzonder naar de vraag of er in 2014 een regering zónder de N-VA gevormd zal kunnen worden. Uit beide peilingen blijkt dan dat er van een V-meerderheid voorlopig geen sprake meer is, maar een Vlaamse regering zonder de N-VA blijft toch erg krap. Het is dan ook helemaal niet zeker of de discussie of men eerst een federale dan wel een regionale regering dient te vormen eigenlijk wel zo relevant is. Relevanter is de vraag hoe ver de anti-V-partijen het willen drijven met hun collaboratie aan een Franstalige regering, en of ze daarbij desnoods zelfs bereid zijn op cruciale ogenblikken te rekenen op gedoogsteun van de UF in het Vlaamse Parlement. Eén ding is wel zeker: noch de federale noch de regionale regeringsvorming kondigt zich op dit ogenblik aan als een lachertje. Was ik koning Albert II, ik gaf er voor alle zekerheid nog liever vandaag dan morgen de brui aan, met als motto après nous, le déluge.

Aan Franstalige kant was er nogal wat te doen rond het slechte resultaat van de PS. Met «amper» 28,6% van de kiesintenties –zou de sp.a niet tekenen voor zo'n resultaat?– zakt de partij onder de psychologische drempel van de dertig procent. We moeten al terug naar 2009 voor zo'n slecht resultaat in de peilingen, en de partij zit daarmee terug aan het niveau van de verkiezingen van 2007. Grote concurrent MR doet het ondertussen met 24,0% niet zo heel goed, maar komt door de achteruitgang van de PS natuurlijk wel stilaan in de buurt.

Zoals reeds hier en daar opgemerkt kan de achteruitgang van de PS slecht nieuws betekenen voor de Vlaamse partijen in de federale regering. Terwijl de pijlen voor de PS in negatieve richting gaan, staan ze voor Ecolo, en verderop ook een aantal klein-linkse partijen, in positieve richting. PTB blijft globaal dan wel onder de kiesdrempel zitten, dat ze in één of andere kieskring toch boven die kiesdrempel zou raken en daardoor in het parlement zou geraken is geen onwaarschijnlijk scenario. Ik wens in dat geval Open Vld en CD&V veel goede moed toe in een rood-oranje-blauw-groene regering–Di Rupo II met amper een paar zetels op overschot in het Vlaams Parlement. Maar zoals Ivan de Vadder terecht opmerkte, «peilingen hebben nooit voorspellende waarde»…

Bijlage: Overzicht van alle peilingen in Vlaanderen sedert 2004 en Wallonië sedert 2006 (PDF).

woensdag, april 03, 2013

Wanneer is de N-VA incontournable?

In zijn ondertussen al beruchte interview met De Standaard liet N-VA-kopstuk Geert Bourgeois zich verleden week ontvallen dat als de N-VA in 2014 veertig procent haalt, de partij de Franstaligen haar wil zal kunnen opleggen. Strategisch was het natuurlijk een blunder van formaat om de lat meer dan een jaar op voorhand al op zo'n hoog niveau te leggen. Maar los daarvan is het natuurlijk wel een interessante vraag hoe groot de N-VA moet zijn om incontournable te worden.

Is de N-VA met veertig procent van de stemmen incontournable? Carl Devos, naar het schijnt nochtans politicoloog, vond van niet, want volgens hem moet je daarvoor minstens vijftig procent van de stemmen halen. In zijn haast om Geert Bourgeois neer te sabelen vergat hij wellicht dat als het Vlaams Belang de andere tien procent levert, veertig procent voor de N-VA al ruimschoots volstaat om wel degelijk de Vlaamse lakens te kunnen uitdelen. Maar daar komt nog bij dat het enige wat eigenlijk echt telt om ergens je politieke wil te kunnen opleggen een meerderheid in het parlement is. En om vijftig procent van de zetels te halen heb je gewoonlijk nog geen vijftig procent van de stemmen nodig. Er kunnen dus gemakkelijk nog een paar procenten af, dankzij partijtjes zoals de PVDA en LDD die al snel enkele procenten onder de kiesdrempel weten vast te houden.

We kunnen het zelfs nog een beetje verder doordrijven. Neem nu de peiling van Het Laatste Nieuws van verleden week, waarin N-VA «slechts» 33,8% haalde, en Vlaams Belang 11,3%. Een simulatie geeft N-VA dan 45 zetels in het Vlaams Parlement, en Vlaams Belang 14 zetels. Dat maakt samen 59 zetels op de 124, weliswaar vier te kort voor een absolute meerderheid, maar CD&V, sp.a, Open Vld en Groen komen in die simulatie samen ook maar aan 64 zetels. En amper twee zetels overschot voor zo'n bonte regering is niet bepaald comfortabel. Zelfs als de traditionele partijen de Franstalige(n) van UF mee in de Vlaamse Regering zouden opnemen –Christian van Eyken als Vlaams Minister van Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur en Vlaamse Rand, iemand?– wens ik hen veel geluk toe om de legislatuur van vijf jaar vol te maken zonder al te veel brokken. Eén personeelsprobleem dat uitdraait op een onafhankelijk parlementslid in het Vlaams Parlement volstaat dan om de poppen aan het dansen te krijgen.

Incontournable en incontournable

Overigens is deze hele discussie over het aantal procenten dat de N-VA dient te halen om haar wil aan de Franstaligen te kunnen opdringen bijzonder surrealistisch. De PS haalde immers bij de federale verkiezingen van 2010 niet meer dan 36,8% van de stemmen in het kleinere landsdeel van België, en kan vandaag toch over heel België almachtig de plak zwaaien via de federale regering. Waarom zou dan een partij die in 2014 veertig procent van de stemmen haalt in het grotere landsdeel van België dan haar wil niet kunnen opleggen aan de Franstaligen? Of dat zelfs niet mogen proberen te doen?

Recept voor een overwinningsnederlaag

Maar over peilingen gesproken: Geert Bourgeois had al meteen het ongeluk dat zijn interview gepubliceerd werd op precies dezelfde dag als een peiling in Het Laatste Nieuws. En met 33,8% bleef de N-VA natuurlijk ver onder de veertig procent steken, ook al betekent het nog steeds een forse vooruitgang van een dikke vijf procent vergeleken met de laatste federale verkiezingen van 2010. En dit weekend was het alweer prijs, deze keer met een peiling van Le Soir waarin de partij «slechts» 33,6% haalde. Je kan je trouwens afvragen waar Geert Bourgeois het cijfer van veertig procent vandaan haalde, want tot nu toe bedraagt de absolute maximumscore van zijn partij in de peilingen zeggen en schrijven… 40,1% (La Libre Belgique in septeber 2012). Zelfs voor iemand die nog in opiniepeilingen gelooft –en wie doet dat nog?– en er dan nog een dikke schep optimisme bovenop doet klinkt veertig procent nog steeds bijzonder overmoedig.

Laat ons daarom hopen dat Geert Bourgeois verleden week door Bart de Wever eens goed de levieten gelezen werd, en dan niet omwille van zijn standpunt over Vlaamse onafhankelijkheid. Een overwinning verandert immers snel in een overwinningsnederlaag als de lat op voorhand te hoog gelegd wordt. En daarbij is het natuurlijk één ding als «de peilingen», de media en je tegenstanders je lat zo hoog duwen dat je er onmogelijk nog over kan. Maar als je eigen kopstukken in interviews hun hoofd verliezen en de lat op astronomische hoogte leggen, dan moet je op de verkiezingsavond geen calimeroschelp meer op je hoofd trachten te plaatsen.

Pijlen eindelijk op de juiste vijand gericht?

Maar het is niet allemaal kommer en kwel in het V-kamp. De laatste weken lijkt het er immers op dat de N-VA met haar aanval op het ACW (en dus ook de CD&V) eindelijk de juiste vijand gevonden heeft. Het is trouwens ook al weer een tijdje geleden dat Bart de Wever in een interview nog eens erkenning opeiste voor de manier waarop hij het Vlaams Belang heeft teruggedrongen. Zou het kunnen dat men bij de N-VA eindelijk begrepen heeft dat het voor haar veel belangrijker is kiezers weg te halen bij CD&V en Open Vld dan Vlaams Belang? Dat is immers de enige manier om in Vlaanderen echt incontournable te worden, want een uitwisseling van kiezers tussen N-VA en Vlaams Belang zet wat dat betreft echt geen zoden aan de dijk.

Meer zelfs, als de N-VA het Vlaams Belang zozeer uitzuigt dat voor die laatste partij de kiesdrempel in zicht begint te komen, dan kan ze een V-meerderheid in het Vlaams Parlement meteen vergeten. Een overdonderende veertig procent zal daar dan niet veel aan helpen. Zolang de traditionele partijen, al dan niet aangevuld met de nuttige idioten van Groen, in het Vlaams Parlement aan een voldoende comfortabele meerderheid geraken kan je er immers gif op innemen dat zowel Di Rupo II als Peeters III in een mum van tijd op de rails gezet zullen worden. Het is dan maar de vraag wat er in 2019 nog over zal schieten van die N-VA.

Dit artikel verscheen op 27 maart 2013 in 't Pallieterke.