Posts tonen met het label De Croo | Alexander. Alle posts tonen
Posts tonen met het label De Croo | Alexander. Alle posts tonen

zondag, augustus 17, 2014

Euforie bij Open Vld nog steeds misplaatst

Op 16 juli schreven we dat de huidige euforie bij de Open Vld misplaatst was. De verkiezingsuitslag was immers slechter dan de Open Vld-top doet voorkomen, en bovendien wenkte het zwarte gat als de één-en-ondeelbaar-strategie van partijvoorzitster Gwendolyn Rutten zou mislukken. Sindsdien is er echter veel veranderd: de Open Vld is in de Vlaamse regering binnengebroken, en federaal werden Kris Peeters en Charles Michel aangesteld om een Zweedse coalitie te vormen. Mét Open Vld. De euforie bij de Open Vld werd er niet minder om. Terecht of onterecht?

Dezelfde dag nog dat bekend raakte dat de Open Vld in de Vlaamse regering was binnengebroken, noemde Vincent van Quickenborne Gwendolyn Rutten een «mirakelvoorzitter». Het nieuws van de inbraak in de Vlaamse regering kwam voor de meesten dan ook als een donderslag bij heldere hemel, en ook wij hadden het niet zien aankomen. Voornaamste reden hiervoor was dat we de plooibaarheid van de CD&V nog maar eens onderschat hadden. Te onzer verdediging: die plooibaarheid valt nu eenmaal niet te overschatten. Blijkbaar staat het ARCO-water al zo hoog aan de ACW-, pardon, beweging.net-lippen, dat eender wat kan als de CD&V maar zo snel mogelijk opnieuw de federale minister van Financiën mag leveren. Hou dat in het achterhoofd voor later, want we komen er nog op terug.

Laag soortelijk gewicht

De vaststelling dat de Open Vld slecht scoorde bij de verkiezingen van 25 mei blijft natuurlijk onveranderd staan. De twee peilingsresultaten die sindsdien gepubliceerd werden veranderen daar trouwens niets aan. We hebben voorlopig nog wel zo onze bedenkingen bij de betrouwbaarheid van de peilingen die Het Laatste Nieuws laat uitvoeren door AQ Rate. Zo sprong de N-VA van 25 mei naar 28 juni zes procentpunten omhoog, om vervolgens op 26 juli opnieuw zes procentpunten te zakken, en dus weer uit te komen op de oorspronkelijke verkiezingsuitslag. De Open Vld deed echter de omgekeerde beweging, zij het minder uitgesproken. Op 28 juni zakte de Open Vld met twee procentpunten naar 13,8% van de Vlaamse stemmen, om op 26 juli terug te stijgen naar 15,4%. Met een foutenmarge van maar liefst 3,3% betekent dit eigenlijk weinig of niets, maar van een miraculeuze sprong vooruit qua aanhang is voorlopig dus nog geen sprake.

Bovendien toont de vaudeville rond de twee postjes in de Vlaamse regering aan dat het niet alleen kwantitatief maar ook kwalitatief niet helemaal snor zit met het soortelijk gewicht van de Open Vld. Voor Annemie Turtelboom werd een mooie exit uit de federale regering gevonden, maar wat een klucht was dat om ook een Brusselse minister te vinden? Dat uiteindelijk iemand uit de politieke dood opgewekt diende te worden is pijnlijk, maar bovendien ook duur voor een partij die eigenlijk te klein is geworden om nog veel postjes te kunnen claimen.

Poppetjes

In een Zweedse coalitie raakt Open Vld naast N-VA en CD&V bij een normale verdeling van de postjes niet verder meer dan een vicepremier en een minister, plus heel eventueel een staatssecretaris of Senaatsvoorzitter. Met drie ministeriabelen (Annemie Turtelboom, Alexander de Croo en Maggie de Block) zat de Open Vld dus met één poppetje te veel voor slechts twee postjes. Door haar populariteit is Maggie de Block vandaag immers te groot geworden om in de volgende regering «maar» staatssecretaris te spelen, en dat werd nu handig opgelost door de overplaatsing van Annemie Turtelboom naar de Vlaamse regering.

Maar aangezien er aan deze federale formatie niets meer normaal is, kan niet uitgesloten worden dat er voor de Open Vld toch wat extra inzit. Zo is er bijvoorbeeld nog die Europese Commissaris die eigenlijk zo snel mogelijk benoemd dient worden. Aan welke partij komt dat postje toe? Iedereen heeft zijn kandidaat klaar: bij CD&V Marianne Thyssen, bij Open Vld Karel de Gucht, bij MR Didier Reynders, en bij N-VA vermoedelijk Johan van Overtveldt. Aangezien de andere postjes nog niet verdeeld zijn, dient hierover een onderhandelde en berekende gok genomen te worden.

Met Kris Peeters in pole position om premier te worden zijn de kansen klein dat de CD&V ook nog een Europees Commissaris zal kunnen binnenhalen. Die partij wordt dan wel heel rijkelijk bedeeld in de federale regering, zeker vergeleken met de bijna twee keer zo grote N-VA die dan met minder tevreden zou moeten zijn, maar ook vergeleken met de bijna even grote Open Vld die dan met de helft tevreden zou moeten zijn. Voeg daarbij de zwakke onderhandelingspositie van de CD&V (Kris Peeters is al uit de Vlaamse regering vertrokken, en het hierboven reeds vermelde ARCO-probleem), en het is duidelijk dat Marianne Thyssen zich best niet teveel illusies meer maakt over haar kansen om in de volgende Europese Commissie te mogen zetelen.

Karel de Gucht dan toch opnieuw Europees Commissaris?

En dus komt Karel de Gucht toch weer in beeld om zichzelf op te volgen als Europees Commissaris. Zeker, de post aan de MR geven is ook een optie en lost het personeelsprobleem rond Didier Reynders op. Maar naast zeven ministers ook nog eens de Europese Commissaris mogen leveren is toch wat veel voor een partij die in de Kamer uiteindelijk toch ook maar amper iets groter is dan de CD&V.

En Johan van Overtveldt als Europees Commissaris? Dat zou zeker een voordeel zijn in het licht van de komende Schotse en Catalaanse referenda, en bovendien de meest logische verdeling qua postjes. Maar wat dan als de Zweedse coalitie dan toch niet doorgaat? Stel je voor, een regering–Di Rupo II (of wat het ook wordt als de tripartite weer in beeld komt) met Johan van Overtveldt als Europees Commissaris, dat risico zullen noch CD&V noch Open Vld noch MR willen lopen.

Gehakketak

Het ziet er op dit moment dus een pak beter uit voor de Open Vld dan enkele weken geleden. Maar is euforie daarover dan gepast? Partijvoorzitter Gwendolyn Rutten kan haar vel vooral dankzij de zwakke positie van de CD&V redden, maar dan nog vergt dat natuurlijk enig tactisch inzicht en goed getimed gemanœuvreer. (Zelf zou zij dat bij haar tegenstanders met afschuw op het gezicht «gehakketak» noemen.) Mirakels hebben we voorlopig echter nog niet gezien. Zelfs de politieke heropstanding van Sven Gatz kan immers bezwaarlijk een wonder genoemd worden als je weet hoeveel een ministerpostje in de Vlaamse regering trekt.

Dit artikel verscheen op 6 augustus 2014 in 't Pallieterke.

zaterdag, augustus 02, 2014

Misplaatste euforie bij Open Vld

Sedert de verkiezingen van 25 mei heerst er een zekere vorm van euforie bij de Open Vld. Aan de top schijnt men immers te denken de verkiezingen gewonnen te hebben, zelfs in die mate dat men zich incontournable waant voor de vorming van een federale regering. Bovendien wist de partij door een handigheidje het postje van Kamervoorzitter binnen te halen voor ouwe rot Patrick Dewael. Onder de oppervlakte dreigt echter een zwart gat van vijf jaar als de blufpoker van voorzitster Gwendolyn Rutten op niets uitdraait.

Halen we er even de jongste verkiezingsresultaten bij. Voor de Kamer haalde de Open Vld een dikke maand geleden 15,6% van de stemmen, een vooruitgang van 1,6% vergeleken met 13 juni 2010. Voor het Vlaams Parlement strandde de partij echter op een score van 14,1%, een achteruitgang van 0,9% tegenover 7 juni 2009. Voor het Europees Parlement haalde de partij 20,4%, maar ook dat was een achteruitgang vergeleken met 2009. Toen haalde de partij voor het Europees Parlement immers nog 20,7%. Het ego van Guy Verhofstadt is er de laatste vijf jaren ontegensprekelijk een pak groter op geworden, zijn aanhang daarentegen niet.

Deze resultaten dienen meteen al in negatieve zin genuanceerd te worden. In 2010 haalde concurrent LDD nog 3,7% van de stemmen voor de Kamer, en in 2009 zat die zelfs nog aan 7,6%. Op 25 mei diende LDD alleen in West-Vlaanderen nog een lijst in, en dan nog alleen voor de Kamerverkiezingen. De partij schrompelde in mekaar tot amper nog 0,7% van de kiezers, een achteruitgang van 3,0%. Plaatst men dat tegenover de winst van 1,6% van de Open Vld, dan kan de conclusie toch niets anders zijn dan dat de Open Vld op 25 mei een barslecht verkiezingsresultaat behaalde? Tegenover 2009 gaat de partij er zelfs nominaal op achteruit, en dat terwijl LDD er sedertdien ook met een kleine zeven –7!– procent op achteruit ging.

Terug naar de jaren '60

Ook bekeken over een langer perspectief gaat het duidelijk niet goed met de Open Vld. De verkiezingen van 2010 voor de Senaat waren met een score van 13,3% het absolute dieptepunt van de laatste veertig jaar. Maar ook voor een score lager dan 14,1% moeten we terug naar de jaren '60 van de vorige eeuw, met uitzondering van de tegenvallende verkiezingen van 17 april 1977, toen de partij een dip had van 14,5%. En zelfs dat is nog beter dan 14,1%. Bij alle andere verkiezingen sedert 23 mei 1965 haalde de partij steeds 16% of meer, met als absoluut toppunt de 24,4% van 18 mei 2003.

Men kan dus gerust stellen dat de Open Vld de liberale aanhang van de PVV, die over een periode van ongeveer dertig jaar stelselmatig opgebouwd werd, op amper één decennium volledig verkwanselde. Tekenen daarvoor verantwoordelijk: een Europees fractieleider, een Europees commissaris, en een Belgisch Kamervoorzitter die nog steeds de dienst uitmaken op het partijhoofdkwartier. Geef ze nog een decennium de tijd, en misschien verdwijnt dan ook de rest van de Open Vld.

Eén en ondeelbaar

Het triomfalisme dat vandaag heerst bij de Open Vld is dus hoogst ongepast, en staat in schril contrast met de (terechte) crisissfeer bij de socialistische tegenpool sp.a. Meer zelfs, bij de Open Vld waant men zich incontournable voor de vorming van een federale regering. Een andere rationele verklaring voor de eis dat men niet in een federale regering zal stappen als men ook niet in de Vlaamse regering opgenomen wordt valt er niet te verzinnen.

Want wat moeten we nu denken van dat één en ondeelbare partijprogramma van de Open Vld? Zo één en ondeelbaar was dat programma in Brussel blijkbaar niet, want daar stapt de Open Vld gezwind in een regionale regering. Nu ja, de partij bevindt zich daar in goed gezelschap, met naast CD&V ook sp.a, cdH, PS en zelfs FDF, maar dus geen N-VA of MR. Een betere garantie op een liberaal beleid kan men zich amper inbeelden, of het zou moeten zijn met Groen en Ecolo er nog bij. Maar ook: als dat programma van de Open Vld zo één en ondeelbaar is, is er dan wel ruimte voor compromissen? De vermeende onwil van de N-VA om compromissen te sluiten was zowat hét kroonargument van de Open Vld om in 2011 in een tripartite met de PS te stappen. Of kunnen compromissen er voor de Open Vld alleen maar komen als de partij zowel op federaal als regionaal vlak toegevingen kan doen?

Dewael eerste minister?

Intellectueel valt er dus geen touw vast te knopen aan de argumentatie van de Open Vld, maar ook strategisch zit het goed fout. Of zou het er werkelijk alleen maar om te doen zijn de prijs zo hoog mogelijk op te drijven? Op het ogenblik dat we dit schrijven doet bijvoorbeeld het gerucht de ronde dat de N-VA de 16 aan Patrick Dewael aangeboden zou hebben om de Open Vld toch maar over de streep te trekken. Bij Open Vld zou men er echter goed aan doen het oude Vlaamse spreekwoord «de kruik gaat zolang te water tot ze barst» in gedachte te houden. Als Charles Michel één keer teveel met lege handen naar Laken moet trekken is het immers gedaan met de centrum-rechtse coalitie, en is de PS aan zet.

Want inderdaad, als de Open Vld blijft volharden in haar één en ondeelbare boosheid, fungeert ze in de praktijk, samen met de cdH, als een kruiwagen voor de PS. En het is maar de vraag hoeveel Open Vld-kiezers daarop zaten te wachten. Bovendien: als de Open Vld de jarenoude droom van de MR om eindelijk eens zonder de PS te kunnen regeren finaal dwarsboomt, vragen we ons af of Gwendolyn Rutten volgend jaar op 1 mei nog wel welkom zal zijn in Geldenaken. Vroeg of laat zal de Open Vld de rekening gepresenteerd krijgen voor haar onbetrouwbaar gedrag.

Zwart gat wenkt

Postjes zijn voorlopig nog geen probleem voor de Open Vld. Naast de aftredende ministers in de federale regering beschikt de partij met Karel de Gucht nog een tijdje over een Europees commissaris, en wist ze zoals reeds vermeld het postje van Kamervoorzitter uit de brand te slepen. Tijdens de laatste aflevering van De Zevende Dag bleek dat Philippe de Backer zelfs de illusie koestert dat Karel de Gucht enige kans maakt om opnieuw voorgedragen te worden als Europees commissaris. Probleem is echter dat men niet, zoals Patrick Dewael Kamervoorzitter werd, een soort van «voorlopig» Europees commissaris kan worden in afwachting van een definitieve verdeling van al de Belgische federale postjes.

Het lijkt dan ook weinig waarschijnlijk dat zoals de zaken er nu voorstaan, er uitgerekend een Open Vld'er zal voordragen worden terwijl precies de Open Vld halsstarrig dwars blijft liggen om in een federale regering te stappen. En Patrick Dewael zal in de Kamer snel zijn biezen moeten pakken eens een federale regering gevormd is zonder de Open Vld. De stemming binnen de partij zou dan wel eens heel snel kunnen omslaan zodra ook Alexander de Croo, Annemie Turtelboom en Maggie de Block hun respectievelijke portefeuilles hebben ingeleverd. Met als prangende vraag: zou het echt allemaal de schuld van die dekselse N-VA en CD&V zijn, of zou het ook een beetje aan de kaduke strategie van de partijtop kunnen gelegen hebben?

Tripartite zonder Open Vld

Want inderdaad, wat als de cdH de komende weken toch door de knieën gaat, onder druk van de ARCO-zaak? Bij CD&V is men nu al bereid om tot eender welke federale regering toe te treden, als ze maar de minister van Financiën kunnen leveren en zaakjes kunnen regelen voor het ACW, pardon, beweging.net. De blufpoker van Gwendolyn Rutten werkt immers maar zolang ook cdH niet in een federale regering wil.

En wat dan met een tripartite? Vergeet niet dat PS, sp.a, CD&V, cdH en MR samen ook al aan een federale meerderheid komen, zonder de Open Vld. Als de Open Vld vandaag een centrum-rechtse coalitie waarin ze noodzakelijk is dwarsboomt, hoe gaat ze dan uitleggen dat haar programma dan toch niet één en ondeelbaar is als sp.a en PS mee in de federale regering zitten? Of denkt ze op die manier wel in de Vlaamse regering te kunnen binnenbreken? En hoe gaat ze oppositie voeren tegen een te links federaal beleid, maar mét MR in de coalitie, en dat nadat ze zelf een centrum-rechts beleid onmogelijk maakte? De Open Vld is de laatste tien jaar veel kiezers kwijtgespeeld, en lijkt vandaag goed op weg om eindelijk ook haar postjes kwijt te spelen.

Dit artikel verscheen op 16 juli 2014 in 't Pallieterke.

donderdag, oktober 03, 2013

Aan wie de 16?

Rik van Cauwelaert noemde het in De Tijd «politieke gezelschapsspelletjes»: met nog meer dan negen maanden te gaan tot de verkiezingen schrijven de journalisten zich krom over wie kandidaat is om Elio di Rupo op te volgen. Waarna hij zelf het gerucht lanceert dat zowel Elio di Rupo als Paul Magnette zouden azen op… een Europees commissariaat!

Regering–De Wever-Reynders

Het scenario duikt af en toe op, en het klinkt goed, zo'n herstelregering–De Wever-Reynders als tegenbeeld van een regering–Di Rupo II. Maar welke partijen zouden aan zo'n regering kunnen deelnemen? N-VA en MR om te beginnen natuurlijk, en in het zog van de MR ook de Open Vld. Maar wie regeert er dan nog mee? De CD&V en cdH? Dat wordt aan Vlaamse zijde dan een zogenaamde Antwerpse coalitie, maar aan Franstalige zijde vooral een minderheidscoalitie. Benieuwd of de Franstaligen volgend jaar al even principeloos zullen willen zijn als de Vlamingen in 2011. Met een centrum-rechtse overwegend Vlaamse federale regering, en als reactie daarop misschien wel een links-linkse Waalse regering van PS en Ecolo staan we dan misschien wel voor zeer interessante tijden in het zuiden van het land.

Persoonlijk houden we het dus op een voortzetting van de huidige regering. Grootste argument voor zo'n scenario is dat alle ervaring leert dat Vlaamse politici veel gemakkelijker buigen dan Franstalige. Enige mogelijke spelbreker voor dit scenario: de Vlaamse kiezer, als die de N-VA en het Vlaams Belang in het Vlaams Parlement zo groot maakt dat een Vlaamse afspiegelingsregering zonder N-VA niet meer mogelijk is.

V-meerderheid

Maar wat dan nog? Ons vermoeden: dan verandert er op federaal vlak niets, en krijgen we op Vlaams niveau een Antwerpse coalitie. Als je ziet hoe de federale begroting vandaag mismeesterd wordt, zou je gaan vermoeden dat men zelfs doelbewust aanstuurt op een economisch rampenscenario, waarbij er na 26 mei 2014 in alle haast een federale regering gevormd zal móeten worden omwille van de «financiële markten». Met andere woorden, een voortzetting van de huidige regering–Di Rupo, omdat er geen tijd zal zijn om te neuten over confederalisme. En al zeker niet als de Rode Duivels op hetzelfde ogenblik wereldkampioen spelen in Brazilië.

Wouter Beke zal de N-VA dan met plezier voor de keuze plaatsen: Vlaanderen maandenlang in een bestuurlijke chaos storten terwijl de CD&V in de federale regering haar «verantwoordelijkheid opneemt», of braafjes met hen (eventueel aangevuld met de Open Vld) een Vlaamse regering vormen en de kracht van verandering uitstellen tot 2019. Zolang de N-VA bij voorbaat revolutionaire toestanden afzweert heeft Wouter Beke geen reden om met de N-VA veel rekening te houden bij de vorming van een federale regering.

IJdeltuit Di Rupo

In ons lijstje staat Elio di Rupo dan ook nog steeds met stip op nummer één om zichzelf op te volgen na 25 mei 2014. En zoals de zaken er op dit ogenblik voorstaan –rebus sic stantibus, zou Bart de Wever zeggen– zal dat zelfs nadrukkelijk zonder de N-VA moeten zijn. Sedert 13 mei 2010 is er, buiten de provincieraadsverkiezingen, nog geen enkele peiling verschenen die de N-VA onder de dertig procent plaatst. Zelfs die dertig procent zou nog een winst van 1,8% zijn tegenover de laatste federale verkiezingen, en dus mogen we er gerust van uitgaan dat de N-VA na de volgende verkiezingen in de federale Kamer nog groter zal zijn dan ze nu al is. Bij de PS is het dan weer van eind 2011 geleden dat de partij nog gepeild werd op een niveau dat vergelijkbaar is met de laatste federale verkiezingsuitslag, want sindsdien staat de partij op verlies. Conclusie: in de volgende federale Kamer zal de N-VA niet alleen groter dan de PS zijn, ze zal afgetekend groter dan de PS zijn.

Je ziet dan ook van hier dat Elio di Rupo premier zal willen spelen in een regering waarin de N-VA een kop groter is dan zijn eigen PS. Wie denkt dat dit betekent dat de N-VA dan de premier zal moeten leveren is echter van een goed jaar. Koning Philippe die de eed afneemt van eerste minister Bart de Wever? Neen, de enige mogelijke oplossing is dat de N-VA opnieuw uit de federale regering gehouden wordt. Onze kakelverse koning-met-een-missie zal over zo'n hyperdemocratisch manœuvre zeker geen problemen maken.

Drama queen zkt camara's

Dat Elio di Rupo zou azen op een Europees commissariaat lijkt ons dan ook een lachertje. Hoe vaak komt zo'n Europees Commissaris in de pers? Alleen als hij blundert, of als hij als zwarte piet kan dienen in één of ander nationaal debat. Zelfs de «hoge vertegenwoordiger» voor buitenlandse zaken en veiligheid Catherine Ashton –wie kent haar?– komt amper in het nieuws. Karel de Gucht zou zich trouwens met geen Menense pictogrammen bezighouden als hij daar in de Europese Commissie niet totaal zat te verwelken (of de vloer aangeveegd werd door Chinezen).

Nog eentje: als de uitslag van de PS tegenvalt, en Waals klein-links enkele zetels haalt, zou Elio di Rupo liever naar de oppositie trekken om zijn partij te laten herbronnen. Alsof dat enige garantie zou geven dat hij er in 2019 dan wel bij zal zijn. Detail: in 2019 wordt hij trouwens 68 jaar.

Neen, ze gaan een heel straf postje moeten uitvinden om Elio di Rupo vrijwillig uit «de 16» weg te krijgen. En na de passage van Herman van Rompuy als Europees «president» is het eerder twijfelachtig of er in 2014 veel vette postjes voor Belgen beschikbaar zullen zijn.

Bart de Wever

Hij mag zeggen wat hij wil, maar Bart de Wever is op dit ogenblik de enige natuurlijke kandidaat-premier van de N-VA. Elke andere N-VA-kopman of -vrouw is slechts tweede keus. En we zijn het niet persoonlijk gaan rondvragen onder de N-VA-leden, maar we hebben een sterk vermoeden dat ze er zo ongeveer allemaal hetzelfde over denken, op twee na. De ene zit in Antwerpen, en zegt dat hij niet beschikbaar is. De andere zit in Gent, en dacht dat hij eind augustus zijn federaal regeringsakkoord al uit de doeken mocht doen in een interview met De Standaard. Dat laatste was, zoals ondertussen bekend, «voor zijn beurt gesproken».

Bart de Wever zit natuurlijk wel met hetzelfde probleem waar Jannie Haek mee geplaagd zat: zoals die laatste zijn opzegpremie thuis niet uitgelegd kreeg, zo krijgt Bart de Wever een federaal premierschap thuis niet uitgelegd. Net zoals het ook niet snor zit met het confederalisme van de N-VA. Ironisch, dat op dit ogenblik net het communautaire het zwakke punt is van wat ooit als een communautaire one-issue-partij vertrokken is…

Didier Reynders

Didier Reynders zou natuurlijk maar wat graag eerste minister van België worden. Maar iets zegt ons dat de man intelligent genoeg is om te weten dat dat weinig waarschijnlijk is, tenzij zich één of andere bijzonder opportuniteit zou voordoen. Enerzijds maakt hij geen kans mét de PS in de federale regering, en anderzijds maakt een federale regering zonder PS geen of weinig kans. Maar je weet natuurlijk nooit. In 2010 zag het er immers lang naar uit dat de MR en de Open Vld zelfs de regeringsbanken niet zouden halen.

Kris Peeters of Wouter Beke

Kris Peeters die liever niet premier zou willen worden, het klinkt een beetje als een Yves Leterme die de huwelijkstrouw predikt. Weinig geloofwaardig dus. Al was het maar omwille van de dure eden die ook die laatste zwoer toen híj Vlaamse minister-president was. Het scenario, waarbij Kris Peeters Wouter Beke federaal zou laten voorgaan, is zo mogelijk nog gekker. Welke paddenstoelen moet je al gegeten hebben om in alle ernst te kunnen beweren dat een CD&V'er geen Belgisch postje zou ambiëren, of woord zal houden?

Er zijn echter twee dingen die ervoor zorgen dat CD&V vandaag geen openlijke kandidaat naar voren schuift. Ten eerste: het is een gemakkelijke manier om het zwakke punt van de N-VA in de schijnwerpers te plaatsen. En ten tweede: het pijnlijke besef dat Kris Peeters niet alleen geen kandidaat van rang 1 is, maar ook niet van rang 2 (Didier Reynders of Bart de Wever), doch slechts rang 3. Zeg maar de categorie waar ook Johan vande Lanotte en Alexander de Croo spelen dus. Pijnlijk, voor een partij die ooit volstrekte meerderheden haalde in Vlaanderen.

Dit artikel verscheen op 18 september 2013 in 't Pallieterke.

dinsdag, juni 18, 2013

PVDA en PTB in het parlement?

Zondagavond werden de resultaten vrijgegeven van de driemaandelijkse barometer van Le Soir. De media schonken daarbij vooral aandacht aan de achteruitgang van de PS in Wallonië, en het blijvende hoge peil van de N-VA in Vlaanderen. Bovendien ziet het er meer en meer naar uit dat men volgend jaar voor het eerst iemand van de PVDA in het Vlaams Parlement zal mogen verwelkomen.

We wezen er in mei, bij de bespreking van de peilingen van De StandaardVRT en La Libre Belgique, reeds op dat de N-VA duidelijk over een piek in de peilingen heen is. De partij staat nog steeds ruim op winst vergeleken met de laatste verkiezingen, maar scores van rond de veertig procent liggen toch alweer een tijdje achter ons. Voorlopig stabiliseert de partij rond de 33 à 34%, en ze is daarmee nog altijd zo'n twee keer groter dan eerste achtervolger CD&V.

De Vlaamse christen-democraten blijven inderdaad voortkabbelen rond de 16%. Vergeleken met de provincieraadsverkiezingen van verleden jaar –het ijkpunt waar ze zelf zo graag naar verwijzen– is dat een stevige achteruitgang van meer dan vijf procent. Daarmee blijft het dus wel zoeken naar de eerste positieve effecten van Operatie Innesto op de scores van de partij in de peilingen. De stelling van Eric van Rompuy dat de CD&V volgend jaar «duidelijk boven de 20% in Vlaanderen» zal scoren kan bovendien op z'n minst gewaagd genoemd worden. Als statement om te verduidelijken dat hij niet in peilingen gelooft kan het in ieder geval tellen.

Ook bij de sp.a valt er weinig beweging te noteren: de partij blijft stabiel rond de 14% scoren. Ook daar slaat de vernieuwingsoperatie met een nieuwe beginselverklaring voorlopig dus nog niet aan. De Open Vld lijkt dan weer uit een dal te klimmen, en behaalt deze keer een uitslag dicht in de buurt van de provincieraadsverkiezingen. Begint het partijvoorzitterschap van Gwendolyn Rutten dan toch de eerste vruchten af te werpen?

Vlaams Belang stabiliseert rond de psychologische grens van de 10%, met deze keer een score er net onder. Groen blijft nog steeds hangen rond de 8%, terwijl LDD ver onder de kiesdrempel peilt. Als die laatste partij volgend jaar toch nog lijsten wil indienen, dan moet het zijn dat ze over peilingen dezelfde mening toegedaan is als Eric van Rompuy.

Voor de PVDA is deze peiling ongetwijfeld een morele opsteker. Met een score van 3,3% begint de partij in de buurt van de kiesdrempel te komen, en is een verkozene in één of andere kieskring helemaal geen dagdromerij meer. Dat blijkt trouwens ook uit een simulatie voor de zetelverdeling in het Vlaams Parlement, want die geeft de partij van Peter Mertens in de kieskring Antwerpen één zetel, ook al is het nog steeds boordje kantje. Het resultaat is echter wel consistent met de zetelverdeling die Le Soir zelf opstelde voor de federale Kamer.

De zetelverdeling voor het Vlaams Parlement toont overigens ook aan dat de N-VA na de verkiezingen in theorie maar hoeft te kiezen tussen de verschillende partners waarmee ze in zee wil gaan in de Vlaamse regering. In principe kan ze immers zowel met CD&V, Open Vld als sp.a een meerderheid vormen, zonder dat er een derde partner bij hoeft. In de praktijk is enkel een meerderheid met de CD&V groot genoeg om comfortabel te zijn. Waarschijnlijk is het politiek ook de enige haalbare coalitie met twee, want zowel sp.a als Open Vld distantiëren zich met de regelmaat van de klok van de N-VA.

Een coalitie van de drie traditionele kleurpartijen CD&V, sp.a en Open Vld maakt voorlopig geen schijn van kans om in het Vlaams Parlement een meerderheid te halen, en zelfs met Groen erbij is die meerderheid eerder aan de krappe kant. Ook een zogenaamde olijfboomcoalitie van CD&V, sp.a en Groen is dus geen realistische optie, en het is me dan ook een raadsel waarom ze voorgelegd werd als mogelijke coalitie aan de respondenten van deze peiling. Maar ook een V-meerderheid van N-VA en Vlaams Belang lijkt weer bijzonder veraf.

Aan Waalse zijde zakte de PS nu ook bij deze peiler onder de 30%. Het valt daarbij op dat de MR niet kan profiteren van het verlies van de PS, en dat ook cdH in een negatieve trend zit. Ecolo zit in een positieve trend, en wordt nu ook bij deze peiler –zeer nipt– groter dan cdH.

Het FDF blijft ver onder de kiesdrempel in Wallonië, net zoals de PP. Die laatste kent wel een kleine opstoot, door Le Soir toegewezen aan de polemiek rond weerman Luc Trullemans. Maar ook in het zuiden van het land valt de relatief goede score van de PTB op. Net zoals in Vlaanderen moet er ernstig rekening gehouden worden met één (of misschien zelfs meerdere?) zetels voor de extreem-linkse partij, een beetje afhankelijk van hoe haar aanhang verspreid woont over de kieskringen.

Het is duidelijk dat deze peiling opnieuw druk zal zetten op de regering–Di Rupo. Niet onmiddellijk aan Vlaamse zijde echter, want daar zitten zowel CD&V, sp.a als Open Vld in een merkwaardige ontkenningsfase. Alledrie doen alsof het hen tegenwoordig voor de wind gaat, terwijl ze alledrie op een historisch laag niveau zitten. Of fluiten ze alleen maar in het donker, goed beseffend dat het na de volgende verkiezingen krabben zal worden om zelfs met Groen erbij nog een meerderheid in Vlaanderen te halen?

Er valt echter deze herfst meer vuurwerk te verwachten uit Waalse socialistische hoek. Daar voelt men de hete adem van extreem-links, dat ondertussen al een flinke hap uit het eigen electoraat weggehaald heeft. Maar bovendien, zelfs al is extreem-links in Wallonië hopeloos versnipperd, dan nog lijkt het erop dat ze één of twee zetels zal kunnen binnenrijven, en dus haar intrede in de parlementen zal kunnen doen.

Een vroegtijdige val van de regering–Di Rupo lijkt me overigens weinig waarschijnlijk, maar dat de Vlaamse partijen onder druk zullen komen, staat nu al vast. De tijd dat de PS haar Vlaamse handlangers wou helpen in de strijd tegen de N-VA is daarmee voltooid verleden tijd. Op minder dan een jaar van de verkiezingen is het Waalse rode hemd nauwer dan de Vlaamse oranje-blauwe rok, en CD&V en Open Vld maken zich best nu al klaar om in het najaar enkele bittere pillen door te slikken. Of zouden Wouter Beke of Gwendolyn Rutten het toch aandurven een Alexander de Croo te doen?

Bijlage: Overzicht van alle peilingen in Vlaanderen sedert 2004 en Wallonië sedert 2006 (SlideShare).

donderdag, september 20, 2012

Nieuwe peilingen bevestigen gekende trends

Vorige week werden we –naar Belgische normen– overspoeld door een reeks peilingen. Na de peiling van La Libre Belgique van drie weken geleden volgde die van Le Soir een week later, en die van De StandaardVRT verleden vrijdag. Vielen op: het slechte resultaat van de Open Vld, en de hoge scores van de N-VA. In beide gevallen gaat het echter over niets meer dan een bevestiging van de reeks gekende trends.

Carl Devos bekloeg zich verleden zaterdag in zijn wekelijkse opiniebijdrage bij DeRedactie.be onder de titel «“Overpeilingen”» over de peilingen die «gretig over ons heen spoelen», en prijst zich tegelijkertijd gelukkig dat we in Vlaanderen gespaard blijven van een «peilinginflatie» zoals in Nederland. De politicoloog is blijkbaar niet veel gewoon, want zeggen en schrijven drie peilingen in de loop van twee weken is niet bepaald veel om over naar huis te schrijven. In ieder normaal land wordt dat tempo al tijdens de komkommertijd gehaald, wanneer alles op een lager pitje draait. Misschien moet de professor maar eens een stage in het buitenland overwegen, of af en toe op internet eens buiten het .be-domein surfen?

Ander opmerkelijk fenomeen: zelfs na dit kleine golfje aan peilingen blijven de media doen alsof hun eigen peiling de enige echte is. Zo bestaan bijvoorbeeld De StandaardVRT het de score van de Open Vld in hún peiling af te doen als een absoluut dieptepunt voor die partij, ook al plaatste de peiling van Le Soir een week eerder de partij nog een procentje lager. O ja, wie goed oplet zal zeker het obligate «in onze peiling» telkens terugvinden. Handwerkers hebben ook de gewoonte om je telkens weer op het verkeerde been te zetten met hun nettoprijzen, ook al zal het «plus BTW» natuurlijk nooit ontbreken.

Nu goed, laten we eens naar de resultaten van de peilingen kijken, en de drie peilingen met mekaar vergelijken. N-VA blijft duidelijk verder groeien, ook af te lezen uit de stijgende trend van het vlottend gemiddelde over alle peilingen. Voorlopige topnotering is 40,1% bij Le Soir. Het moet dan ook al heel gek lopen wil de N-VA niet opnieuw veruit als grootste partij van Vlaanderen uit de provincieraadsverkiezingen van 14 oktober komen, maar anderzijds moet toch ook opgemerkt worden dat er een gat van ongeveer vier procent tussen de hoogste en de laagste peiler.

Bij De Standaard klinkt het deze keer in ieder geval dat «N-VA blijft stijgen», ja zelfs «fors». Of neen, zelfs «opnieuw fors». O ja? Spoelen we even zes maanden terug –inderdaad, beste Carl Devos, we schrijven zes maanden sedert de vorige peiling!–, en citeren we voor één keer onszelf, toen we weliswaar gretig citeerden uit de vorige analyses en commentaren bij zowel De Standaard als de VRT:
Citeren we even Peter de Lobel in De Standaard:
Voor het eerst sinds lange tijd zakt de N-VA in een politieke peiling. Van de 35 procent die de partij in oktober scoorde bij de peiling van De Standaard en de VRT, schiet nu nog 33,5 procent over. Een daling van anderhalf procent.
Of Bart Brinckman in dezelfde krant:
Daarbij consolideert de N-VA haar positie op een hoog niveau, de regeringspartijen handhaven zich op een laag peil. Toch lijkt bij de N-VA de rek uit de (overigens spectaculaire) groei.
Over naar de commentator van de VRT:
De N-VA torent met 33,5 procent boven de andere partijen uit. De partij boekt daarmee een winst van 5,3 procent tegenover de verkiezingsuitslag van 2010. Tegenover de vorige peiling, in september 2011, is er wel een verlies van 1,5 procent. De grote opmars van de partij lijkt dus wel op een grens te zijn gestoten.
Het weze voor de lezer duidelijk: bij de N-VA zit de klad er dus fameus in. Of zou het?
Tja. Met de billen bloot zullen we maar zeggen? «Verwacht het onverwachte» is de nieuwe slagzin, pardon, baseline, van «kwaliteitskrant» De Standaard, maar dat de analyses van hun eigen peilingen voor geen millimeter kloppen is niet bepaald onverwacht. Op één punt hebben ze alvast groot gelijk: míj hebben ze nooit om zo'n nieuwe beeslaain gevraagd. Ik zou het waarschijnlijk dan ook eerder in de richting van «huilen met de pet op» gezocht hebben…

Mogen we overigens vermelden dat de reactie van partijvoorzitter Bart de Wever op de peiling van De StandaardVRT waarschijnlijk één van de meest zinnige is die we de laatste jaren gehoord hebben? Voorzichtig sceptisch, uiteraard, maar de positieve tendens kan je inderdaad niet blijven ontkennen.

De onenigheid tussen de drie peilers kan echter nog groter dan de vier procent voor de N-VA, want voor CD&V bedraagt ze ruim vijf procent. Inderdaad, Le Soir plaatst de partij op 13,4%, een duidelijk verlies tegenover de laatste verkiezingen, terwijl De StandaardVRT menen dat de partij op winst zit met 18,5%. Dat laatste is echter nog steeds geen goede uitslag voor een partij die ooit absolute meerderheden in Vlaanderen haalde. Maar partijvoorzitter Wouter Beke liet onlangs optekenen dat, in tegenstelling tot zijn collega's Alexander de Croo en Bruno Tobback, hij zich niet van de wijs wil laten brengen door slechte opiniepeilingen. Historisch weten we echter dat zijn partij zich zelfs van slechte verkiezingen weinig of niets aantrekt, en toch vrolijk aan de macht blijft. Vraag is hoeveel jaren dit nog vol te houden valt.

Over de sp.a bestaat veel meer eensgezindheid tussen de drie peilers. De partij blijft al maandenlang onder het resultaat van de laatste verkiezingen, maar het verlies blijft wel beperkt tot minder dan een foutenmarge. Vergeleken met wat andere partijen moeten ondergaan valt dit misschien nog mee, maar anderzijds is het toch merkwaardig dat een socialistische partij in volle financiële crisis niet beter weet te scoren dan een magere dertien–veertien procent. Voeg daar dan bovendien nog eens aan toe dat bijvoorbeeld Johan vande Lanotte de laatste maanden vaak genoeg in de media mocht verschijnen als een soort Redder des Vaderlands die in zijn dooie eentje de gas- en elektriciteitsprijzen tot een lachertje weet te reduceren. Of zou het kunnen dat de modale Vlaming snapt dat hij uiteindelijk niet meer is dan een charlatan en praatjesmaker die op termijn de belastingbetaler nog veel geld zal kosten?

Ook over de Open Vld zijn de drie peilers het redelijk eens. De partij staat op een historisch dieptepunt, en zakt bij Le Soir zelfs onder de psychologische grens van de tien procent. We moeten al terug naar 1946 voor een verkiezingsresultaat dat de liberale partij in Vlaanderen op een nog lager niveau plaatst. De ironie van het lot wil echter dat de verantwoordelijken voor deze puinhoop –het triumviraat Verhofstadt-Dewael-De Gucht– hiervoor vrijuit zal kunnen (blijven) gaan. Karel de Gucht drijft het zelfs zover voor deze slechte resultaten de skalp van partijvoorzitter Alexander de Croo te willen opeisen in bovenstebeste «houdt de dief!»-stijl.

Dat neemt natuurlijk niet weg dat de analyse van Alexander de Croo er ook mijlenver naast zit. Het probleem van de Open Vld is niet dat ze de wind tegen heeft, en harder trappen zal dus ook geen oplossing brengen. De Open Vld is immers vrijwillig in de gracht gaan rijden toen ze al haar principes opgaf om in een regering met de PS te stappen, en dat zelfs bij herhaling. Karel de Gucht weet als ex-voorzitter van de Open Vld trouwens heel precies wat dat allemaal kan betekenen. Wil de Open Vld terug vooruit komen, dan zal ze ook beter moeten doen dan zich afzetten tegenover de N-VA, zoals diezelfde Karel de Gucht nu voorstelt. Dat de N-VA op dit ogenblik bij de modale kiezer als liberaler dan de Open Vld geboekstaafd staat zou toch al een belletje moeten doen rinkelen. En dan zijn er die menen dat Karel de Gucht de intelligentste politicus is van het noordelijke halfrond!

Ook Vlaams Belang blijft slecht scoren, al zijn de huidige resultaten beter dan die van een jaar geleden. De partij wedijvert ondertussen met de Open Vld om de vierde plaats in het Vlaamse politieke landschap, een magere troost aangezien dat vooral aan de slechte resultaten van de Open Vld ligt. De partij blijft in ieder geval consequent onder het niveau van de verkiezingen van 2010 scoren.

Opvallend in de peiling van De StandaardVRT is de terugval van Groen. Bij die peiler scoort de partij al een tijdje boven de negen procent, maar deze keer zakt de partij terug naar haar niveau van 2010. Op een ogenblik dat de media bol staan van de scheurtjes in de reactorvaten van enkele nucleaire centrales zou je van een ecologistische partij een betere score verwachten.

Over LDD kunnen we kort zijn met de gevatte opmerking die bij De Standaard te lezen viel: «Lijst Dedecker […] wordt stilaan te klein om nog met het blote oog waar te nemen». Pijnlijk.

Een simulatie voor de zetelverdeling levert zowel voor de peiling van Le Soir als De StandaardVRT een Vlaams Parlement op waarbij de N-VA als dé dominante partij naar voren komt. Opmerkelijk is wel dat de peiling van De StandaardVRT, in tegenstelling tot die van Le Soir, géén zogenaamde V-meerderheid oplevert. Zo'n meerderheid is dus helemaal nog geen uitgemaakte zaak. Maar zelfs bij De StandaardVRT lijkt een anti-V-meerderheid van CD&V, sp.a, Open Vld en Groen niet erg werkbaar, zelfs niet met de steun van UF.

Kijken we tot slot nog eens over de taalgrens, dan lijkt het erop dat de MR opnieuw uit een dal lijkt te klimmen. De afsplitsing van het FDF, dat in Wallonië voorlopig nog niet van de grond lijkt te komen, valt dus blijkbaar nog redelijk mee. Combineer dit met een PS die nog steeds op verlies staat, en het is meteen duidelijk waarom de verkiezingsstrijd ten zuiden van de taalgrens iets scherper en ideologischer gevoerd wordt dan in Vlaanderen.

Deze peilingen waren (hoogstwaarschijnlijk) de laatste regionale peilingen vóór de provincieraadsverkiezingen van 14 oktober. De volgende afspraak is dus voor 15 oktober, met een vergelijking van de resultaten voor die provincieraadsverkiezingen met de laatste peilingen, en simulaties voor de zetelverdelingen voor de regionale parlementen.

Bijlage: Overzicht van alle peilingen in Vlaanderen sedert 2004 en Wallonië sedert 2006 (PDF).

dinsdag, augustus 28, 2012

De halvemijlsaftocht

Het gemeentebestuur van Sint-Genesius-Rode besloot verleden week dat er dit jaar in haar gemeente geen start- en aankomstplaats georganiseerd zal kunnen worden voor wat voorlopig de laatste Gordel zal zijn. Een paar dagen later volgde het gemeentebestuur van Linkebeek door een wandelroute over haar grondgebied te verbieden, zogezegd omdat de veiligheid niet verzekerd kon worden. Deze twee Franstalige pesterijen stuurden niet alleen de organisatie van De Gordel in de war, maar brachten ook twee Vlaamse partijen in een lastig parket: de N-VA, omdat die partij zelfs als lid van de Vlaamse regering haar belofte niet kan waarmaken het verschil te kunnen maken, en de CD&V die de pseudo-splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde nog steeds krampachtig tracht te verkopen als een grote Vlaamse overwinning.

Laat ons eerst eens kijken naar de reacties bij de andere Vlaamse partijen. Of zoals in het geval van Open Vld, sp.a en Groen: de afwezigheid daarvan. Bij Groen ligt het ongetwijfeld aan de complete desinteresse gekoppeld aan een stuitende onkunde wanneer het over communautaire kwesties gaat. Respect voor de taal en politieke autonomie zijn misschien goed voor Tsjetsjenen, Palestijnen, Oeigoeren en misschien enkele stammen diep in het Amazonewoud, maar in Noord-België wil Groen vooral niet moeilijk doen.

Ook bij de sp.a, waar partijvoorzitter Bruno Tobback anders van zijn hart niet bepaald een moordkuil maakt, was het oorverdovend stil. Dat betekent echter niet dat we het socialistische standpunt ter zake niet zouden kennen. Als het aan Bloso-voorzitter Carla Galle had gelegen zou zelfs de vorige editie van De Gordel niet plaatsgevonden hebben, was er maar op tijd een «globaal communautair akkoord» gekomen. Ook voor de sp.a is al dat Vlaams gedoe immers maar een vervelende zaak die al te vaak de macht en vooral de postjes in de weg staat. Hoe sneller men zich daar zou kunnen omvormen tot een reguliere regionale afdeling van de PS, hoe liever.

En ook het standpunt van de Open Vld is genoegzaam bekend. Partijvoorzitter Alexander de Croo wou de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde nog wel aangrijpen als een gelegenheid om de stekker uit de regering–Leterme II te trekken. Maar verder valt men daar nog liever dood dan betrapt te worden op het zwaaien met een Vlaamse vlag, of zelfs nog maar verdacht te kunnen worden van het innemen van of een beetje sympathie voor een Vlaams standpunt. Ook wat hen betreft mocht die vervelende Gordel al enkele jaren geleden afgeschaft worden.

Dan zit Vlaams Belang in een veel gemakkelijkere positie. Het valt immers moeilijk te ontkennen dat de partij vandaag over de volle lijn gelijk krijgt: de Franstaligen houden in de Vlaamse Rand meer dan ooit huis alsof ze al een volwaardig deel van het Brussels Gewest zijn geworden, en de participationistische N-VA slaagt er vanuit de Vlaamse Regering niet in die trend ook maar een halve graad in een Vlaamsere richting om te buigen. Het probleem van het Vlaams Belang is dat zij slechts kan toekijken vanaf de zijlijn, zonder dat de partij voor haar correcte analyse ook maar één ons krediet krijgt van de media.

Over de media gesproken, het valt op dat zij zich de laatste dagen uitdrukkelijk beperkt hebben tot het registreren en weergeven van de feiten, maar zeker geen standpunt innamen. Sereniteit, en vooral niets op de spits drijven lijkt wel het devies in deze tijden van lokale verkiezingscampagnes. Is men soms bang dat al te veel kiezers hun conclusies zouden trekken, en in oktober wel eens op de «verkeerde» partijen zouden durven stemmen? Dat een Elio di Rupo het zelfs bestond om Vlaanderen nog eens goed te schofferen door zijn «spijt» over het incident uit te drukken, maar verder alles rustig blauwblauw liet en bovendien waarschijnlijk nog eens goed in zijn vuistje lachte, dat was voor hen alvast geen reden om eens een Vlaams puntje op de Belgische i te zetten. Als de media in hun berichtgeving al eens iets laten doorschemeren dat van ver op een standpunt of een mening zou kunnen lijken, dan in de eerste plaats nog leedvermaak om de moeilijke positie van de N-VA. Vindt men geen stok om de hond te slaan, dan volstaat vaak al het plezier een twijgje in de hand te hebben.

En zo kon er in de media dus ook geen kritisch geluid opgevangen worden over de ongelooflijk hypocriete houding die de CD&V in deze zaak aanneemt. In Vlaams-Brabant zou alles nu peis en vree zijn sedert de onnoemlijk grote Vlaamse overwinning die geboekt werd met de «vrij zuivere» splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde. Twee Franstalige gemeentebesturen toonden echter op afdoende wijze aan dat de nederlaag compleet is, want de Vlaamse regering heeft in de Rand duidelijk niets meer te zeggen. Zelfs een eenvoudige familiale sportmanifestatie kan er niet meer georganiseerd worden zonder dat er eerst een fiat afgekocht dient te worden van de Franstaligen.

Meer zelfs, in CD&V-kringen wil men de spot met de Vlaamse kiezer zelfs zover drijven dat partijvoorzitter Wouter Beke en politieke has been Eric van Rompuy al aankondigden komende zondag burgerlijk ongehoorzaam te zullen zijn in Sint-Genesius-Rode. Ze gaan er –hou je vast– stoppen om «Europees president» Herman van Rompuy op te pikken. Mooie zaak is dat: wel een «Europees president» leveren met ondertussen al de pretentie van de vadsigste keizer-god die de wereld ooit gekend heeft, en een loon groter dan dat van de Amerikaanse president, maar een start- en aankomstplaats voor een Vlaamse sportmanifestatie op Vlaams grondgebied afdwingen zit er wel niet in bij deze staatsmannen die de hele wereld ons zou benijden. Het is dan ook onduidelijk of de burgerlijke ongehoorzaamheid van het trio een volle vijf minuten van politieke moed uitgehouden zal worden, of dat het beperkt zal blijven tot slechts een twee seconden voetje aan de grond vooraleer men schichtig weg zal fietsen richting Alsemberg…

Laten we het maar zeggen zoals het is: als men bij de CD&V ook maar een greintje schaamte zou bezitten, dan bleef men dit jaar weg van die Gordel. Of nam men deel in een boetekleed–een T-shirtje van ARCO bijvoorbeeld, met als opschrift «De Zes voor een handvol euro's verkocht».

Maar wat moeten we ondertussen denken van de N-VA? Veel kracht of verandering valt er daar blijkbaar niet te bespeuren wanneer de Franstaligen nog eens de oorlogstrom roeren op tot nader order nog Vlaams grondgebied. En ik schrijf «tot nader order», want minister van Sport Philippe Muyters blies opvallend snel de aftocht. Ach ja, van Sint-Genesius-Rode naar Alsemberg is het maar 850 meter, een dikke halve mijl, maar qua symboliek kan deze aftocht wel tellen. Men wil bij de N-VA nog wel Vlaams zijn, maar het mag ook niet te veel kosten. De obsessie om toch maar binnen de lijntjes te kleuren is zo groot dat men voor alle zekerheid zelfs vijf centimeter van de rand afblijft. Of 850 meter als het moet. In ieder geval ging het zelden zo snel van de kracht van verandering naar de zwakte van de aftocht.

Van enige toepassing van de Maddens-doctrine was in ieder geval geen sprake. De smeekbede om een federale regeringscommissaris, nota bene bij minister van Binnenlandse Zaken Joëlle Milquet, partijgenote van de Rodense burgemeester Myriam Delacroix-Rolin, maakte alvast niet veel indruk. We kunnen het toevoegen aan het rijtje van verbrackingssymptomen van de N-VA, zoals bijvoorbeeld ook de weigering om te filibusteren tegen de stemming van het eerste luik van de staatshervorming omdat anders de zomervakantie van meerderheid en oppositie in het gedrang kwam, en de –op enkele symbolische stemmen na– afkeuring van een Vlaamse belangenconflict tegen dat eerste luik in het Vlaams Parlement.

Over verbracking gesproken: verleden week liet Jan Jambon in een interview met Le Vif/L'Express optekenen het niet meer luidop over Vlaamse onafhankelijkheid te willen hebben. In Vlaanderen zou er volgens hem toch maar dertig procent separatisten te vinden zijn, en de partij wil «democratisch» blijven. Dit is opmerkelijk, en wel om twee redenen. Waar haalt Jan Jambon het cijfer dertig procent vandaan? Uit zowat alle rechtstreekse peilingen –en dus niet de als wetenschappelijke studies verpakte rookgordijnen die soms opgevoerd worden in de media– blijkt immers ongeveer de helft van de Vlamingen liever vandaag nog dan morgen in een Vlaamse republiek te willen wonen. Maar bovendien, sinds wanneer is het ondemocratisch dat een partij opkomt voor haar eigen eerste programmapunt, wars van wat de publieke opinie daar over zou denken? Het is alsof Groen zich zou neerleggen bij nucleaire energie omdat slechts dertig procent van de Vlamingen het zou zien zitten deze winter de papieren krant bij kaarslicht te lezen. Als er dus iets ondemocratisch is, dan wel dat een partij haar standpunt verwatert onder druk van een gepercipieerde meerderheid tegen. Dan kan men immers net zo goed overschakelen naar een éénpartijsysteem, en hoeven we straks zelfs geen lastige verkiezingen meer te houden. De schrik om in 2014 opnieuw uit de Belgische salons geweerd te worden zit er blijkbaar dieper in dan de schrik voor de Vlaamse kiezer. En, ach ja, waar is de tijd dat Jan Jambon een vooraanstaand lid was van de VVB?

De enige die zich dankzij zijn lange staat van dienst binnen de N-VA toch nog een beetje een Vlaamse reflex en wat voeling met de Vlaamse Beweging kan veroorloven was blijkbaar minister van Binnenlandse Zaken Geert Bourgeois. Vrijdag liet hij dan ook de beslissing van het Rodense gemeentebestuur nietig verklaren, en maandag die van Linkebeek. Zal het echter veel uitmaken? Dat de start- en aankomstplaats naar Alsemberg verhuist lijkt intussen al definitief. Zondag weten we in hoeverre de wandeling door Linkebeek zal kunnen doorgaan.

donderdag, mei 17, 2012

Een peiling waar niemand tevreden mee kan zijn

Vrijdagavond werden de resultaten bekendgemaakt van een nieuwe peiling van La Libre Belgique. Met de resultaten ervan kan vrijwel niemand tevreden zijn. In Vlaanderen verliezen alle partijen, behalve de N-VA. Die partij zweeft dan weer op zo'n grote hoogte dat ze in oktober vrijwel zeker op een psychologische nederlaag afstevent. Ook in Wallonië verliezen alle partijen, met uitzondering van extreem-links en extreem-rechts. Front National is waarschijnlijk de enige partij die deze keer echt tevreden kan zijn, tenzij ze het daar nog steeds te druk hebben met zich van mekaar af te scheuren.

Vergeleken met de verkiezingen van 2010 staan in Vlaanderen alle partijen op verlies, behalve de N-VA. Die partij blijft torenhoog boven de andere partijen zweven, met een score die groter is dan die van de drie traditionele partijen samen. De score van 38,6% is overigens de op één na beste ooit: alleen in de peiling van La Libre Belgique van december verleden jaar scoorde de partij ooit beter. De vraag is echter of men bij N-VA wel zo tevreden kan zijn met zulke scores. «Ieder nadeel heb zijn voordeel» zei ooit Johan Cruijff, maar het omgekeerde gaat natuurlijk ook op. De partij blijft in de peilingen op zo'n hoog niveau scoren dat het straks in de media al als een zware nederlaag uitgelegd zal worden als de partij niet tot in de kleinste gemeente van Vlaanderen een volstrekte meerderheid achter zich krijgt.

Natuurlijk, vergeleken met de andere partijen zit de N-VA alleen maar met een luxeprobleem. Neem bijvoorbeeld de CD&V, dat het met een score van 13,6% slecht blijft doen bij deze peiler. De partij zakt daarmee meteen ook naar de derde plaats, na de sp.a. Voor die laatste is het meteen de kleine strohalm waaraan de partij zich deze keer kan vastklampen, maar verder is het resultaat van de socialisten in Vlaanderen ook niet bepaald denderend te noemen. Significant kunnen we het verschil trouwens niet noemen, en CD&V en sp.a spelen al langer haasje-over met mekaar. Erger voor de CD&V is misschien dat in deze peiling ook Vlaams Belang komt opzetten, en dat dus stilaan zelfs de vierde plaats begint te lonken.

Een partij waarvoor in deze peiling zelfs de vierde plaats niet meer weggelegd was, is de Open Vld. En het is natuurlijk maar de vraag of de zogenaamde visiedag van zaterdag veel aan deze situatie zal veranderen. De partij klokt af op 10,0%, een evenaring van het absolute diepterecord van precies twee maanden geleden bij Le Soir. De verdediging van Alexander de Croo dat hij geen partij wil leiden die van peiling tot peiling leeft en daarop haar politiek afstemt klinkt nogal krampachtig. Ook zijn stelling dat deze regering nog maar vijf maanden bezig is, en het daarom nog wachten is op resultaten klinkt hol, omdat de Open Vld per slot van rekening al sedert 1999 onafgebroken in de federale regering zit. Ik vrees dan ook niet veel verbetering voor de Open Vld zolang de partij de indruk blijft geven niet te weten van welk hout pijlen te maken.

Vlaams Belang staat tegenover de verkiezingen nog steeds op verlies, maar kan zich misschien optrekken aan het feit dat het stilaan terug uit het dal lijkt te klimmen. Een half jaar geleden zat de partij nog een stuk onder de tien procent, maar deze keer steekt ze zelfs de Open Vld voorbij. Gecombineerd met de hoge score van de N-VA geeft dit trouwens uitzicht op een stevige V-meerderheid in 2014, nog een punt waarover men zich kon verheugen. Blijft echter dat de partij nog niet helemaal uit de rode zone wegraakt, en dat het afwachten wordt wat de andere peilers volgende maand zullen rapporten. Over de gemeenteraadsverkiezingen van oktober hebben we het dan nog niet gehad.

Groen blijft stabiel op koers tegenover de laatste verkiezingen, maar vermoedelijk lagen de verwachtingen ondertussen toch al wat hoger dankzij de betere scores in de andere peilingen. Het blijft merkwaardig dat deze partij, net zoals de sp.a overigens, niet beter weet te profiteren van de financiële crisis.

Over LDD kunnen we eigenlijk kort zijn: als we deze peiling mogen geloven, is dit geen aflopend verhaal meer, maar een afgelopen verhaal. Zelfs de PVDA haalt nu een score die een veelvoud is van de 0,8% die LDD nog achter zich kan krijgen. Het wordt dan ook uiterst twijfelachtig of de partij in 2014 zelfs in West-Vlaanderen nog een zetel in de wacht zal weten te slepen, als de partij tegen die tijd nog bestaan.

Deze peiling is de eerste waarin N-VA en Vlaams Belang samen meer dan vijftig procent van de kiezers achter zich krijgen. De trouwe lezer zal het dan wel niet verbazen dat een simulatie voor de zetelverdeling in het Vlaams Parlement deze keer een ruime V-meerderheid oplevert. Maar die simulatie toont vooral ook aan hoe dominant de N-VA is geworden in het Vlaamse partijlandschap. Enkele getallen ter vergelijking: de regering–Peeters II beschikt vandaag in het Vlaams Parlement over 66 zetels, maar zou uitgroeien naar 90 zetels. N-VA en Vlaams Belang samen zouden 70 zetels halen. Een afspiegeling van de federale regering–Di Rupo I raakt niet verder dan 46 zetels, en zelfs met Groen erbij raakt men niet verder dan 53 zetels, nog steeds twee zetels minder dan N-VA alleen.

Ook aan Franstalige zijde was er naar aanleiding van deze peiling weinig reden om de champagnekurken te laten knallen. De PS gaat achteruit, en zit daarmee al vijf procent onder haar resultaat van de laatste verkiezingen. Grootste concurrent MR herstelt lichtjes, maar zit ook nog altijd onder haar laatste verkiezingsresultaat. CdH gaat lichtjes achteruit tegenover de vorige peiling, maar blijft stabiel tegenover de verkiezingen. Ook Ecolo blijft stabiel tegenover de verkiezingen, zij het misschien met een lichtjes negatieve trend.

Welke partij of partijen gaan dan met de winst lopen? In Wallonië blijken volgens deze peiling zowel extreem-links als extreem-rechts te profiteren van de achteruitgang van de traditionele partijen. In het bijzonder Front National kan tevreden zijn met opnieuw een resultaat dat boven de kiesdrempel uitstijgt. Als de partij er niet in slaagt enkele mandaten binnen te rijven bij de komende verkiezingen, dan zal dat in de eerste plaats aan interne twisten liggen, en niet aan een onbestaand kiespubliek in Franstalig België.

Bijlage: Overzicht van alle peilingen in Vlaanderen sedert 2004 en Wallonië sedert 2006 (PDF).

maandag, maart 12, 2012

Open Vld op een historisch dieptepunt

Gisteren werden de resultaten van een nieuwe peiling van Le Soir vrijgegeven. De media schonken in hun berichtgeving vooral aandacht aan de vooruitgang van de N-VA in Vlaanderen in combinatie met de achteruitgang van de federale regeringspartijen, en de achteruitgang van de PS in Wallonië. Dé sensatie van deze peiling is echter het historisch dieptepunt voor de Open Vld.

Keren we even terug in de tijd, en wel naar 17 februari 1946, de eerste verkiezingen na WO II. Die dag haalt de liberale partij in Vlaanderen 8,4% van de stemmen binnen, de enige keer dat ze onder de psychologische grens van de tien procent bleef. In 1950 zou ze weliswaar slechts 10,1% halen, en in 1958 10,6%, maar dat zijn dan ook meteen de drie slechtste resultaten die de liberalen ooit in Vlaanderen gehaald hebben. Mogen we echter de peiling van Le Soir geloven, dan staat de Open Vld als liberale partij vandaag weer op af, met precies 10,0% van de kiesintenties (plusminus foutenmarges uiteraard). Zelfs als we het aandeel van LDD erbij optellen, dan nog blijft het een erbarmelijke score. En zeggen dat minder dan tien jaar geleden de toenmalige VLD in haar eentje nog bijna een kwart van de stemmen haalde.

Het moet echter gezegd dat de kopstukken van de Open Vld in hun reactie op de resultaten van deze peiling een pak meer realisme aan de dag wisten te leggen dan Wouter Beke. Zijn partij CD&V blijft het slecht doen, maar aangezien de vorige peiling nóg slechter was ziet de partijvoorzitter de toekomst alweer rooskleurig tegemoet. Wat hij dan wel weer gemeen heeft met zowel Vincent van Quickenborne als Alexander de Croo, is dat hij denkt dat uitgerekend de regering–Di Rupo I voor een heropleving van zijn partij zal zorgen. Dat het wel eens precies hun deelname aan die regering zou kunnen zijn die hun kiezers naar de N-VA wegjaagt schijnt bij geen van hen op te komen.

Over de twee winnaars in deze peiling, N-VA en Groen, kunnen we kort zijn. De N-VA blijft op eenzame hoogte zweven, en partijvoorzitter Bart de Wever heeft overschot van gelijk als hij deze uitslag relativeert. De winst van Groen is bijlange na zo groot niet als die van de N-VA –de hele partij past in de vooruitgang van N-VA alleen al– maar dit resultaat is natuurlijk wel al pakken beter dan het dieptepunt dat de partij vorige keer liet optekenen. Alle andere Vlaamse partijen zitten in de hoeken waar de klappen vallen: zowel sp.a, Vlaams Belang als LDD doen het slecht in deze peiling.

Een simulatie voor de zetelverdeling in het Vlaams Parlement (zoals steeds met een grote korrel zout te nemen) levert opnieuw een zogenaamde V-meerderheid op: N-VA en Vlaams Belang zouden samen 64 van de 124 zetels halen. Met 52 zetels zou N-VA het trouwens maar voor te kiezen hebben met wie ze een meerderheid zou willen vormen – zelfs N-VA–Groen behoort tot de mogelijkheden! Hoe dan ook, als deze trend voor de N-VA blijft aanhouden tot in 2014, dan wordt de partij in het Vlaams Parlement volledig incontournable.

Aan Franstalige zijde ging de meeste aandacht naar de achteruitgang van de PS. Het resultaat van deze peiling verschilt echter nauwelijks van dat van de laatste peiling van La Libre Belgique, en komt dus ook helemaal niet uit de lucht gevallen. De partij zit daarmee terug op het niveau van twee jaar geleden.

Belangrijker is misschien de psychologische angel die hieraan vastzit, in het bijzonder in combinatie met de resultaten in Vlaanderen. Wordt de PS in Wallonië als incontournable beschouwd, en dus ook in België, wat dan te denken van de N-VA? Als de resultaten van deze en eigenlijk alle laatste peilingen zich doorzetten, dan wordt de N-VA in 2014 in Vlaanderen, toch nog steeds het grootste gewest in het federale België, zelfs nog een kopje groter dan de PS in het kleinere Wallonië. In dat geval wordt het zelfs voor de Franstaligen stilaan onwelvoeglijk om nog een federale regering te vormen zonder de N-VA, en zal ook Laken haar aversie tegenover de Vlaams-nationalisten moeten laten varen. Ongeacht wie dan koning zal zijn. Maar het zwaard snijdt ook hier aan beide kanten. Met zo'n uitslag zal Bart de Wever het zich immers niet meer kunnen veroorloven de 16 aan Elio di Rupo aan te bieden, zelfs niet als een vergiftigd geschenk.

Wat doen de andere partijen in Wallonië? De MR veert in deze peiling lichtjes op, maar kijkt nog altijd tegen een verlies aan tegenover de laatste verkiezingen. Ecolo en cdH leveren slag om de derde en de vierde plaats in het Waalse partijlandschap, met voorlopig nog een licht voordeel voor cdH. Daarna is het aan het Front National, dat opnieuw boven de kiesdrempel uitkomt, maar lang nog niet uit de gevarenzone is. PP en FDF zitten alvast in Wallonië zo ver onder de kiesdrempel dat de kans gering is dat zij er zetels zouden halen. Beide partijen kunnen echter wel procenten van de MR afsnoepen, en dat kan die partij nog lange tijd pijn blijven doen.

Bijlage: Overzicht van alle peilingen in Vlaanderen sedert 2004 en in Wallonië sedert 2006 (PDF).

zaterdag, januari 14, 2012

Eén tegen allen, maar wie tegen wie?

Zolang Groen (toen nog Groen!) deelnam aan de federale onderhandelingen, zag de VRT zich genoodzaakt het beruchte cordon médiatique even in de kast te stoppen. Alleen de N-VA als Vlaamse oppositiepartij uitnodigen tegenover maar liefst vier regeringspartijen was zelfs voor de openbare zender een brug te ver. Maar het veto van Alexander de Croo tegen de groenen zorgde ervoor dat het cordon opnieuw uit de kast gehaald kon worden, en sindsdien is van het Vlaams Belang bijna geen spoor meer te merken in politieke programma's.

Mogen we de cijfers over de politieke genodigden van De Zevende Dag als graadmeter gebruiken voor de vertegenwoordiging van de politieke partijen in de media? Hoewel de basis, slechts 122 politici, ettelijke grootteordes kleiner is dan dat van het bredere onderzoek dat onlangs gepubliceerd werd, zijn de conclusies toch opvallend gelijklopend. Het meest in het oog springend: de sterke ondervertegenwoordiging van de zogenaamde V-partijen, namelijk N-VA en Vlaams Belang. Hoewel de twee partijen samen meer dan veertig procent van de stemmen haalden bij de laatste federale verkiezingen, mochten ze amper een vijfde van de gasten leveren. Wie echter wat meer in detail gaat, en de cijfers per partij vergelijkt, kom al snel tot contrasten waaruit men niet anders kan dan concluderen dat de Vlaamse openbare omroep allesbehalve partijpolitiek neutraal is.

Vergelijk bijvoorbeeld N-VA en Open Vld: hoewel N-VA in 2010 dubbel zoveel stemmen haalde als Open Vld (28,2% tegenover 14,0%), mocht de Open Vld de helft meer genodigden voor De Zevende Dag leveren dan de N-VA (30 tegenover 19). Het argument dat de ene partij in de regering zou zitten, en daarom vaker aan bod zou mogen komen dan de andere, houdt voor deze partijen natuurlijk geen steek. N-VA zit immers federaal in de oppositie, terwijl Open Vld in het Vlaams Parlement op het oppositiebankje moet zitten. Zelfs het argument dat men toch geen twee N-VA'ers tegelijk kan uitnodigen voor eenzelfde debat gaat niet op, want het verklaart nog niet waarom een partij die maar half zo groot is de helft meer keren naar De Zevende Dag mocht komen. Ook CD&V en sp.a, twee andere partijen die een pak minder stemmen haalden dan de N-VA, waren vaker te gast dan de N-VA (respectievelijk 27 en 22 keer). Als we bovendien wat strenger zouden zijn, en het triple-interview vanop de betoging in Linkebeek van 18 september met drie N-VA-kopstukken niet als drie gasten, maar slechts één zouden rekenen, dan komt zelfs Groen, met amper een kwart van de stemmen, in de buurt van de N-VA (14 tegen 17).

Grosso modo kan men zeggen dat de N-VA het afgelopen seizoen slechts de helft van de gasten mocht leveren waar het eigenlijk recht op had, als we tenminste de verkiezingsuitslag van 13 juni 2010 als uitgangspunt zouden nemen. Dit is een sterke ondervertegenwoordiging, maar er was een partij die het met nog minder moest doen. Vlaams Belang werd slechts zes keer uitgenodigd, terwijl het met 12,6% van de stemmen recht had gehad op ongeveer 15 uitnodigingen. Groen, een derde kleiner dan het Vlaams Belang, mocht bijna drie keer meer (14) naar de studio's van De Zevende Dag komen, terwijl LDD, met minder dan een derde van de stemmen van het Vlaams Belang toch nog vier keer uitgenodigd werd.

Het valt bovendien op dat het Vlaams Belang in het begin van het seizoen nog regelmatig te gast was, maar eens Groen de federale onderhandelingstafel verlaten had, was de partij amper nog welkom in de studio's. Misschien ligt het aan mijn slecht karakter, maar zou het kunnen dat men het vóór het veto van Alexander de Croo zelfs bij de VRT toch iets te bar vond om de N-VA als enige federale oppositiepartij tegenover de vier onderhandelende partijen te plaatsen? Eens Groen de federale onderhandelingstafel verlaten had was de situatie natuurlijk radicaal anders: plots kon men twee oppositiepartijen tegenover drie regeringspartijen plaatsen, en dus hoefde men het Vlaams Belang niet meer zo vaak uit te nodigen. Dat één van die twee oppositiepartijen door haar steun aan de staatshervorming toch niet helemaal in de oppositie zat was daarbij natuurlijk een detail waar men de kijker liever niet lastig mee wou vallen.

Het is daarmee duidelijk dat de V-partijen sterk ondervertegenwoordigd zijn, maar bovendien dat die ondervertegenwoordiging het Vlaams Belang veel harder treft dan de N-VA. (Het valt bovendien op dat de Open Vld wel heel erg gunstig behandeld wordt. De lezer die zag hoe Ivan de Vadder bijna letterlijk aan de lippen van Guy Verhofstadt hing zal waarschijnlijk wel begrijpen dat ondergetekende zo zijn vermoedens heeft over waarom dat zo zou zijn.) Maar de recente «klacht» van de N-VA dat de gemeenteraadsverkiezingen een strijd van één-tegen-allen wordt, daaronder te verstaan de traditionele partijen én het Vlaams Belang tegenover de N-VA, strookt dan ook niet helemaal met de waarheid. Als er in de media al een één-tegen-allen-strijd gevoerd wordt, dan nog steeds diezelfde, oude één-tegen-allen-strijd tegen het Vlaams Belang. En twee voorvallen bewijzen dat de N-VA daarbij niet helemaal vrijuit gaat.

Het eerste voorval vond tijdens de reeds vermelde uitzending van de De Zevende Dag van 18 september plaats. De VRT maakte er toen met de N-VA de afspraak dat drie kopstukken van de partij rechtstreeks vanop de betoging in Linkebeek geïnterviewd zouden worden, op voorwaarde dat het Vlaams Belang niet aan het woord zou komen. Dit is een hoogst merkwaardige afspraak, een beetje alsof ik met mijn linkerbuur zou afspreken dat mijn rechterbuur met zijn auto de straat niet meer in zou mogen. Of misschien correcter: alsof de VRT tijdens een milieubetoging drie mindere goden van de sp.a zou interviewen omdat de sp.a-voorzitter zijn kat stuurde, terwijl Groen mét partijvoorzitter en met een grotere delegatie parlementairen in de achtergrond dan maar braaf zou moeten staan koekeloeren. Misschien had de N-VA niet zo heel veel keuzevrijheid omdat het inderdaad ontegensprekelijk in een mini-cordon médiatique zit, maar anderzijds hoefde ze zich achteraf ook niet bij het huilkoor te voegen dat vond dat het Vlaams Belang een afspraak gebroken had waarvan het uiteindelijk toch alleen maar het lijdend voorwerp was. Galant kon men de houding van de N-VA al helemaal niet noemen.

Maar misschien nog meer voor de borst stuitend is de oneerlijkheid rond de recente mediarel over het optrekken van de koninklijke dotatie. Zoals Marc Hooghe opmerkte in De Morgen, maar dan vooral om ervoor te pleiten dat ook de N-VA doodgezwegen had moeten worden, was het wel degelijk het Vlaams Belang dat reeds vóór Kerstmis aan het licht bracht dat die dotatie omhoog ging, en helemaal niet omlaag. De mediarel ontstond echter pas toen Theo Francken van de N-VA deze budgettaire «rekenfout» van de regering–Di Rupo I enkele weken later recycleerde. En opnieuw kan men niet verwachten dat de N-VA een politieke concurrent zou verdedigen of zelfs in de bloemetjes zou zetten, maar, ook opnieuw, erg galant was dit toch weer niet. Je zal maar Barbara Pas heten, en Theo Francken een heel week-end lang in alle mogelijk media zien blinken terwijl je zelf twee weken eerder volkomen doodgezwegen werd. Van de stelling dat in de media een één-tegen-allen-strijd tegen de N-VA gevoerd zou worden blijft, voor wie nog een beetje intellectueel eerlijk wil blijven, niets meer over.

Maar de cijfers vertellen ook dat in Vlaanderen geen mediawetten nodig zijn om te bereiken waar Viktor Orbán in Hongarije waarschijnlijk zelfs nog niet van durft te dromen. Of precies van gruwelt. Het ziet er trouwens niet naar uit dat er in het nieuwe seizoen van De Zevende Dag veel verbetering op komst is. Zo mocht in de eerste aflevering PVDA-voorzitter Peter Mertens opdraven om er zijn boek «Hoe durven ze?» voor te stellen, samen met Dimitri Verhulst die het voorwoord schreef. Het werd een gezellig onder-onsje van een dik kwartier, samen met Indra Dewitte, dochter van een andere PVDA'er en die in een ver verleden trouwens zelf nog op een PVDA-lijst gestaan heeft. En dat allemaal voor een boek waarvan er tegenwoordig uiteindelijk toch dertien in een dozijn verschijnen. Er kan gerust gesteld worden dat de PVDA, nog te klein om haar aanhang in een peiling te kunnen meten, hiermee voor minstens tien jaar oververtegenwoordigd is bij De Zevende Dag. We kunnen ons bovendien niet herinneren dat bijvoorbeeld Gerolf Annemans van hetzelfde voorrecht mocht genieten met zijn boek «De Ordelijke Opdeling van België», maar misschien vond de redactie van De Zevende Dag het onderwerp van dat boek niet actueel genoeg op een ogenblik dat federaal België totaal geblokkeerd zat. Of zou het aan iets anders gelegen hebben?