zaterdag, februari 25, 2012

Implosiegevaar?

«We moeten alles doen om de Vlaamse partijen in deze regering te steunen, om hen de volgende verkiezingen te laten winnen.» Aldus Elio di Rupo tijdens de eerste ministerraad als eerste minister van de regering–Di Rupo I. Maar is implosie van twee van de drie Vlaamse partijen al reeds een tijdje aan de gang?

Zelden zat een oppositiepartij zo nadrukkelijk mee aan tafel tijdens een ministerraad als de N-VA op 6 december van verleden jaar. Na 540 dagen federaal onderhandelen was er eindelijk weer een regering, maar helemaal lekker zat (en zit) die regering toch niet. Voor het eerst sinds lang is de eerste minister weer een Franstalige. Een echt probleem zou dat niet vormen, ware het niet dat hij tegelijkertijd ook zo overduidelijk Nederlandsonkundig was. Bovendien onderstreept zijn gebrek aan kennis van het Nederlands de dominantie van de Franstaligen in de regering, die binnen de Nederlandse taalgroep van de Kamer niet eens over een meerderheid beschikt. Eigenlijk not done, en ooit verklaarde Yves Leterme dat hij (en zijn partij) zo'n regering van Opgrimbie tot De Panne zou bestrijden. Maar dat waren andere tijden.

Ondertussen zit de schrik er dik in dat de N-VA bij de volgende federale verkiezingen een nieuwe, kletterende overwinning zou halen. Niet helemaal ten onrechte natuurlijk, als we er de resultaten van de laatste opiniepeilingen even bijhalen. Die resultaten vertellen dat alvast onder de gepeilden weinigen geloof hechten aan het verhaal van CD&V-voorzitter Wouter Beke dat zijn partij wel degelijk woord gehouden heeft, en met de staatshervorming een ongeziene Vlaamse overwinning geboekt heeft. En Alexander de Croo zag tijdens de onderhandelingen misschien wel de vruchten in de bomen hangen, voorlopig zijn dat voor zijn partij nog niet veel meer geweest dan enkele zure druiven of zelfs rotte peren.

Er wordt daarom gevreesd voor de nakende implosie van één van de Vlaamse regeringspartijen, waardoor de vorming van de volgende federale regering een nog hachelijkere opgave zou worden dan de vorming van de huidige. Zoals de electorale kaarten op dit ogenblik liggen, is het beste scenario waarop men kan hopen een regering–Di Rupo II, met aan Vlaamse zijde dezelfde quisling-partijen in de federale regering als vandaag. Een implosie van één van die drie partijen –of moeten we schrijven: een verdere implosie– zou echter wel eens ferm roet in het eten kunnen gooien, en N-VA incontournable maken. Het volstaat immers dat de zogenaamde V-partijen N-VA en Vlaams Belang in het Vlaams Parlement samen een meerderheid van de zitjes halen, en dat de N-VA op Vlaams niveau dwars zou gaan liggen als ze opnieuw op federaal niveau uitgesloten wordt, om van de zomer van 2014 politiek een heel interessante periode te maken.

De vraag is ook: een implosie, wat is dat? Of heel concreet: hoeveel meer dan in 2010 moeten CD&V en Open Vld de volgende keer nog achteruit gaan eer men ook zal willen toegeven dat er wel degelijk een implosie plaatsgevonden heeft, en het zo werkelijk niet meer verder kan? Wanneer wordt de minderheid aan Vlaamse zijde te klein om toch maar weer in een Franstalige federale regering te stappen? Het praatje dat als een meerderheid in de Nederlandse taalgroep dan werkelijk toch zo belangrijk is, de N-VA dan maar moet toetreden tot de federale regering (maar wel zonder ook maar één enkele eis te stellen) kan ook niet eeuwig als schaamlapje blijven dienen voor de flamands de service.

Vooral voor de CD&V voor de situatie alsmaar nijpender. Concreet: als die partij het tempo van de laatste 65 jaar aanhoudt, dan komt ze in 2014 rond de vijftien procent uit, en zal ze nooit meer een resultaat boven de twintig procent halen. Een verdere lineaire extrapolatie leert zelfs dat in 2025 de kiesdrempel stilaan in zicht begint te komen. De voorspellende waarde van zo'n lineaire extrapolatie is uiteraard nul, maar het plaatst wel de optimistische geluiden van Mark Eyskens, Pieter Marechal en Eric van Rompuy eerder deze week in hun juiste perspectief. Zij begrepen immers de uitval van Rik Torfs niet, omdat het «volgens de laatste peiling net weer een beetje beter ging met de CD&V». En inderdaad, in de laatste peiling is de partij met anderhalve procent gestegen tegenover de vorige peiling, maar dat was dan ook een absoluut dieptepunt 12,6%. Na die voor die heren uiterst hoopgevende stijging kijkt de partij trouwens nog steeds tegen een verlies van meer dan drie procent aan vergeleken met de laatste verkiezingen, en haalt ze zelfs de vijftien procent nog niet.

Even recapituleren: CD&V zit al 65 jaar in een dalende trend, haalde bij de laatste verkiezingen een historisch lage score, en staat in de peilingen op een verlies dat zelfs nog eens onder de reeds dalende trend onderduikt. Maar aangezien er drie maanden geleden een peiling is geweest die een nóg slechter resultaat weergaf, zien Mark Eyskens, Pieter Marechal en Eric van Rompuy de toekomst van de partij weer uiterst optimistisch tegemoet.

Meer zelfs, Eric van Rompuy verklaarde in Terzake zich nog «1981» te herinneren, de vorige keer dat de partij last had van een «dipje». Voor wie niet zo'n goed geheugen heeft als Eric van Rompuy: de toenmalige CVP verloor dat jaar in de verkiezingen meer dan tien procent, en tuimelde van 43,5% (in 1978) naar amper nog 32,0%. In 1985 kwam echter het herstel, met opnieuw een score van 34,6%. Wat Eric van Rompuy zich echter iets minder goed schijnt te herinneren, is dat de winst van 1985 er in 1987 alweer af moest met de dan weer historisch lage score 31,4%. En daarna is de partij eigenlijk nooit meer in de buurt van de dertig procent gekomen, tenzij in kartel met de N-VA. Vandaag is diezelfde Eric van Rompuy al best tevreden als de partij in de peilingen bijna –bijna!– de helft van «1981» haalt.

De CD&V is echter niet de enige partij waar de implosie niet gevreesd dient te worden, maar gewoonweg vastgesteld kan worden. Niettegenstaande het liberalisme in Vlaanderen de afgelopen 65 in een duidelijk stijgende lijn zat, zit de Open Vld vandaag aan een dieptepunt. Bij de laatste verkiezingen haalde de partij een uitslag waarvoor we al terug moeten naar de jaren zeventig van de vorige eeuw, en in de peilingen gaat het zelfs nog dieper. Zou het kunnen dat die partij zich in de opeenvolgende federale regeringen van de laatste jaren letterlijk kapot aan het regeren is geweest? Ze is er ondertussen al aan haar dertiende jaar toe, en meer en meer kiezers beginnen door te hebben dat de partij er uiteindelijk alleen maar bij zit voor de postjes. Wanneer het er werkelijk toe doet, volstaat het immers dat de PS Laurette Onkelinx even laat blaffen, en de Open Vld gaat alweer braaf in haar mand liggen. En minister van Pensioenen Vincent van Quickenborne mag nog zo zijn best doen de pensioenen te hervormen, wat waarschijnlijk niet meer is dan een seksuele fantasie van Joëlle Milquet over stoere bonken met rode helmen is al ruimschoots voldoende om al zijn plannen grondig om zeep te helpen.

«We moeten alles doen om de Vlaamse partijen in deze regering te steunen, om hen de volgende verkiezingen te laten winnen.» Het was een merkwaardige uitspraak, waaruit duidelijk blijkt dat het Belgisch establishment nog steeds in de negatiefase zit. Drie maanden later blijkt ook dat van die goede intenties nog niet veel in huis is gekomen, want echt veel prijzen hebben die Vlaamse partijen voorlopig nog niet in de wacht kunnen slepen. Het ziet er daarom eerder beroerd uit voor de Belgische constructie in 2014, maar daarvoor zullen we onze slaap uiteraard niet laten. De grootste hoop voor België is misschien nog wel de bijtende vijandschap tussen N-VA en Vlaams Belang, zoals ook deze week weer bleek. Misschien zouden sommigen er goed aan doen in het licht van de komende verkiezingen het Gebed voor het Vaderland nog eens te herlezen.

zondag, februari 12, 2012

Naar een overwinningsnederlaag voor N-VA?

Vrijdagavond raakten de resultaten bekend van een nieuwe peiling van La Libre Belgique en RTBf. In de berichtgeving ging de meeste aandacht naar het resultaat van de PS en de N-VA. «Le PS et la N-VA perdent quelques plumes,» schreef La Libre Belgique. «N-VA sanctionnée» aldus RTBf. «N-VA verliest terrein in peiling RTBf/La Libre,» meende De Standaard. Maar welke Vlaamse partijvoorzitter zou niet willen tekenen hebben voor het resultaat van N-VA: een vooruitgang van nog steeds negen procent vergeleken met de laatste verkiezingen?

Laten we het even op de spits drijven: als Groen in een peiling negen procent haalt – en negen procent als resultaat, geen negen procent winst vergeleken met de vorige verkiezingen zoals de N-VA vandaag – dan zouden de jubelkreten vanuit het hoofdkwartier van de ecologische partij tot ver in de omtrek te horen zijn. Na enkele peilingen waarin de N-VA flirtte met de veertig procent zijn de «kwaliteitskranten» er echter als de kippen bij om het «terreinverlies» van de N-VA dik in de verf te zetten. Dat er ondanks dat terreinverlies nog steeds sprake is van een dikke winst tegenover de laatste verkiezingsresultaten is een detail waar men dan vlug overheen wil stappen. Wie echter een beetje intellectueel eerlijk wil blijven kan niet anders dan vaststellen dat het uiteindelijk over niet meer gaat dan een consolidatie van de enorme vooruitgang die de partij de laatste maanden en jaren meegemaakt heeft.

Bij de N-VA maakt men zich echter best niet te veel illusies: als de partij dit najaar minder dan tien procent winst boekt zullen de staatsbehoudende media haar met plezier een psychologische nederlaag aanpraten. Ook al wordt ze in Vlaanderen een kopje groter dan de in Wallonië alom dominante en in België incontournable PS. Het volstaat trouwens even de gastenlijst van het politieke discussieprogramma De Zevende Dag te lezen om vast te stellen hoe vuil men het spel wil spelen. Van de zeven aangekondigde politici vertegenwoordigt niet één Vlaanderens grootste partij. (Of die andere Vlaams-nationale partij, waarmee ze samen ongeveer de helft van de stemmen haalt.) De openbare omroep wordt misschien dan wel gefinancierd met het belastinggeld van alle Vlamingen, dat hoeft blijkbaar niet te betekenen dat ze zich ook politiek een beetje neutraal opstelt. Zo bruin zou men het in het zo verguisde Hongarije niet eens durven bakken.

Maar zou de N-VA dan toch pluimen laten, zoals La Libre Belgique het formuleerde, dan valt moeilijk te achterhalen welke Vlaamse partijen eigenlijk met die pluimen gaan lopen. Alleen CD&V en Vlaams Belang maken winst vergeleken met de vorige peiling, maar zitten alle twee toch nog steeds op verlies tegenover de laatste verkiezingen. Van die twee is trouwens alleen de winst van het Vlaams Belang statistisch significant, maar daar hoort dan wel weer de nuance bij dat in de vorige peiling de partij een stuk onder de tien procent gezakt was.

Ook bij sp.a of Open Vld is er weinig reden tot juichen. Beide partijen zitten op een bodemkoers met historisch lage resultaten. Gecombineerd met de reeds vermelde vooruitgang voor het Vlaams Belang betekent dit dat het verschil tussen de derde en de vijfde partij in Vlaanderen volgens deze peiling vandaag slechts een dikke anderhalve procent bedraagt. Voor geen van de drie is dit erg comfortabel.

Maar het kan nog erger. Ondanks de economische crisis en de sociale onrust slaagt de enige oppositiepartij op links er nog steeds niet in enige winst van betekenis te boeken. Inderdaad, Groen blijft hangen rond haar resultaat van de laatste verkiezingen, een goede zeven procent. En dan zeggen dat de SP – in principe eerder de tegenhanger van de PVDA, maar die partij zit in Vlaanderen dan weer ver onder de kiesdrempel – op dit ogenblik op één staat in de Nederlandse peilingen.

Mogen we de dominantie van de N-VA nog eens onderstrepen met een simulatie voor de zetelverdeling in het Vlaams Parlement? Die levert voor de Vlaams-nationale partij 50 zetels op, amper eentje minder dan CD&V, sp.a en Open Vld samen. Merk op dat die drie laatsten op federaal niveau voorwenden de «meerderheid» te vertegenwoordigen. Voor wie droomt van een zogenaamde V-meerderheid (N-VA, Vlaams Belang en LDD) brengt deze simulatie trouwens bijzonder goed nieuws, want met 65 zetels zou die zelfs ruim tegen een stootje kunnen – lees: een verschuiving van een zetel in een kieskring hier of daar als gevolg van alle fouten en veronderstellingen die nu eenmaal bij zulke simulatie horen. Over V-partijen gesproken: LDD zakt in deze peiling zo ver weg dat ze zelfs haar zetel in West-Vlaanderen niet meer zou kunnen vasthouden.

In Wallonië werd vooral ingezoomd op de achteruitgang voor de PS, de winst van de cdH en de eerste resultaten van het FDF als partij in het Waalse Gewest. De PS maakt inderdaad een diepe duik in deze peiling, maar wat de winst van de cdH betreft is het misschien toch veiliger te spreken van een optie op een herstel. De partij op basis van één enkele peiling op winst tegenover de vorige verkiezingen zetten is mijn inziens toch iets te kort door de bocht.

Het FDF breekt an sich geen potten, en blijft in Wallonië voorlopig nog ver van de kiesdrempel verwijderd. Toch is haar intrede in de Waalse politiek als onafhankelijke partij niet zonder gevolgen, want voor de MR gaan er in deze peiling enkele procenten af.

Bijlage: Overzicht van alle peilingen in Vlaanderen sedert 2004 en in Wallonië sedert 2006 (PDF).

zaterdag, januari 14, 2012

Eén tegen allen, maar wie tegen wie?

Zolang Groen (toen nog Groen!) deelnam aan de federale onderhandelingen, zag de VRT zich genoodzaakt het beruchte cordon médiatique even in de kast te stoppen. Alleen de N-VA als Vlaamse oppositiepartij uitnodigen tegenover maar liefst vier regeringspartijen was zelfs voor de openbare zender een brug te ver. Maar het veto van Alexander de Croo tegen de groenen zorgde ervoor dat het cordon opnieuw uit de kast gehaald kon worden, en sindsdien is van het Vlaams Belang bijna geen spoor meer te merken in politieke programma's.

Mogen we de cijfers over de politieke genodigden van De Zevende Dag als graadmeter gebruiken voor de vertegenwoordiging van de politieke partijen in de media? Hoewel de basis, slechts 122 politici, ettelijke grootteordes kleiner is dan dat van het bredere onderzoek dat onlangs gepubliceerd werd, zijn de conclusies toch opvallend gelijklopend. Het meest in het oog springend: de sterke ondervertegenwoordiging van de zogenaamde V-partijen, namelijk N-VA en Vlaams Belang. Hoewel de twee partijen samen meer dan veertig procent van de stemmen haalden bij de laatste federale verkiezingen, mochten ze amper een vijfde van de gasten leveren. Wie echter wat meer in detail gaat, en de cijfers per partij vergelijkt, kom al snel tot contrasten waaruit men niet anders kan dan concluderen dat de Vlaamse openbare omroep allesbehalve partijpolitiek neutraal is.

Vergelijk bijvoorbeeld N-VA en Open Vld: hoewel N-VA in 2010 dubbel zoveel stemmen haalde als Open Vld (28,2% tegenover 14,0%), mocht de Open Vld de helft meer genodigden voor De Zevende Dag leveren dan de N-VA (30 tegenover 19). Het argument dat de ene partij in de regering zou zitten, en daarom vaker aan bod zou mogen komen dan de andere, houdt voor deze partijen natuurlijk geen steek. N-VA zit immers federaal in de oppositie, terwijl Open Vld in het Vlaams Parlement op het oppositiebankje moet zitten. Zelfs het argument dat men toch geen twee N-VA'ers tegelijk kan uitnodigen voor eenzelfde debat gaat niet op, want het verklaart nog niet waarom een partij die maar half zo groot is de helft meer keren naar De Zevende Dag mocht komen. Ook CD&V en sp.a, twee andere partijen die een pak minder stemmen haalden dan de N-VA, waren vaker te gast dan de N-VA (respectievelijk 27 en 22 keer). Als we bovendien wat strenger zouden zijn, en het triple-interview vanop de betoging in Linkebeek van 18 september met drie N-VA-kopstukken niet als drie gasten, maar slechts één zouden rekenen, dan komt zelfs Groen, met amper een kwart van de stemmen, in de buurt van de N-VA (14 tegen 17).

Grosso modo kan men zeggen dat de N-VA het afgelopen seizoen slechts de helft van de gasten mocht leveren waar het eigenlijk recht op had, als we tenminste de verkiezingsuitslag van 13 juni 2010 als uitgangspunt zouden nemen. Dit is een sterke ondervertegenwoordiging, maar er was een partij die het met nog minder moest doen. Vlaams Belang werd slechts zes keer uitgenodigd, terwijl het met 12,6% van de stemmen recht had gehad op ongeveer 15 uitnodigingen. Groen, een derde kleiner dan het Vlaams Belang, mocht bijna drie keer meer (14) naar de studio's van De Zevende Dag komen, terwijl LDD, met minder dan een derde van de stemmen van het Vlaams Belang toch nog vier keer uitgenodigd werd.

Het valt bovendien op dat het Vlaams Belang in het begin van het seizoen nog regelmatig te gast was, maar eens Groen de federale onderhandelingstafel verlaten had, was de partij amper nog welkom in de studio's. Misschien ligt het aan mijn slecht karakter, maar zou het kunnen dat men het vóór het veto van Alexander de Croo zelfs bij de VRT toch iets te bar vond om de N-VA als enige federale oppositiepartij tegenover de vier onderhandelende partijen te plaatsen? Eens Groen de federale onderhandelingstafel verlaten had was de situatie natuurlijk radicaal anders: plots kon men twee oppositiepartijen tegenover drie regeringspartijen plaatsen, en dus hoefde men het Vlaams Belang niet meer zo vaak uit te nodigen. Dat één van die twee oppositiepartijen door haar steun aan de staatshervorming toch niet helemaal in de oppositie zat was daarbij natuurlijk een detail waar men de kijker liever niet lastig mee wou vallen.

Het is daarmee duidelijk dat de V-partijen sterk ondervertegenwoordigd zijn, maar bovendien dat die ondervertegenwoordiging het Vlaams Belang veel harder treft dan de N-VA. (Het valt bovendien op dat de Open Vld wel heel erg gunstig behandeld wordt. De lezer die zag hoe Ivan de Vadder bijna letterlijk aan de lippen van Guy Verhofstadt hing zal waarschijnlijk wel begrijpen dat ondergetekende zo zijn vermoedens heeft over waarom dat zo zou zijn.) Maar de recente «klacht» van de N-VA dat de gemeenteraadsverkiezingen een strijd van één-tegen-allen wordt, daaronder te verstaan de traditionele partijen én het Vlaams Belang tegenover de N-VA, strookt dan ook niet helemaal met de waarheid. Als er in de media al een één-tegen-allen-strijd gevoerd wordt, dan nog steeds diezelfde, oude één-tegen-allen-strijd tegen het Vlaams Belang. En twee voorvallen bewijzen dat de N-VA daarbij niet helemaal vrijuit gaat.

Het eerste voorval vond tijdens de reeds vermelde uitzending van de De Zevende Dag van 18 september plaats. De VRT maakte er toen met de N-VA de afspraak dat drie kopstukken van de partij rechtstreeks vanop de betoging in Linkebeek geïnterviewd zouden worden, op voorwaarde dat het Vlaams Belang niet aan het woord zou komen. Dit is een hoogst merkwaardige afspraak, een beetje alsof ik met mijn linkerbuur zou afspreken dat mijn rechterbuur met zijn auto de straat niet meer in zou mogen. Of misschien correcter: alsof de VRT tijdens een milieubetoging drie mindere goden van de sp.a zou interviewen omdat de sp.a-voorzitter zijn kat stuurde, terwijl Groen mét partijvoorzitter en met een grotere delegatie parlementairen in de achtergrond dan maar braaf zou moeten staan koekeloeren. Misschien had de N-VA niet zo heel veel keuzevrijheid omdat het inderdaad ontegensprekelijk in een mini-cordon médiatique zit, maar anderzijds hoefde ze zich achteraf ook niet bij het huilkoor te voegen dat vond dat het Vlaams Belang een afspraak gebroken had waarvan het uiteindelijk toch alleen maar het lijdend voorwerp was. Galant kon men de houding van de N-VA al helemaal niet noemen.

Maar misschien nog meer voor de borst stuitend is de oneerlijkheid rond de recente mediarel over het optrekken van de koninklijke dotatie. Zoals Marc Hooghe opmerkte in De Morgen, maar dan vooral om ervoor te pleiten dat ook de N-VA doodgezwegen had moeten worden, was het wel degelijk het Vlaams Belang dat reeds vóór Kerstmis aan het licht bracht dat die dotatie omhoog ging, en helemaal niet omlaag. De mediarel ontstond echter pas toen Theo Francken van de N-VA deze budgettaire «rekenfout» van de regering–Di Rupo I enkele weken later recycleerde. En opnieuw kan men niet verwachten dat de N-VA een politieke concurrent zou verdedigen of zelfs in de bloemetjes zou zetten, maar, ook opnieuw, erg galant was dit toch weer niet. Je zal maar Barbara Pas heten, en Theo Francken een heel week-end lang in alle mogelijk media zien blinken terwijl je zelf twee weken eerder volkomen doodgezwegen werd. Van de stelling dat in de media een één-tegen-allen-strijd tegen de N-VA gevoerd zou worden blijft, voor wie nog een beetje intellectueel eerlijk wil blijven, niets meer over.

Maar de cijfers vertellen ook dat in Vlaanderen geen mediawetten nodig zijn om te bereiken waar Viktor Orbán in Hongarije waarschijnlijk zelfs nog niet van durft te dromen. Of precies van gruwelt. Het ziet er trouwens niet naar uit dat er in het nieuwe seizoen van De Zevende Dag veel verbetering op komst is. Zo mocht in de eerste aflevering PVDA-voorzitter Peter Mertens opdraven om er zijn boek «Hoe durven ze?» voor te stellen, samen met Dimitri Verhulst die het voorwoord schreef. Het werd een gezellig onder-onsje van een dik kwartier, samen met Indra Dewitte, dochter van een andere PVDA'er en die in een ver verleden trouwens zelf nog op een PVDA-lijst gestaan heeft. En dat allemaal voor een boek waarvan er tegenwoordig uiteindelijk toch dertien in een dozijn verschijnen. Er kan gerust gesteld worden dat de PVDA, nog te klein om haar aanhang in een peiling te kunnen meten, hiermee voor minstens tien jaar oververtegenwoordigd is bij De Zevende Dag. We kunnen ons bovendien niet herinneren dat bijvoorbeeld Gerolf Annemans van hetzelfde voorrecht mocht genieten met zijn boek «De Ordelijke Opdeling van België», maar misschien vond de redactie van De Zevende Dag het onderwerp van dat boek niet actueel genoeg op een ogenblik dat federaal België totaal geblokkeerd zat. Of zou het aan iets anders gelegen hebben?

zaterdag, januari 07, 2012

Zijn niet alle Republikeinen achterlijk en achterbaks?

Met de voorverkiezingen in Iowa is het vierjaarlijkse circus van de Amerikaanse voorverkiezingen opnieuw losgebarsten, en dus is het tijd voor onze Vlaamse kwaliteitsjournalisten om zich nog eens voluit te laten gaan in hun anti-amerikanisme. En dat ze daarbij opnieuw op overtuigende wijze illustreren dat zij noch van Amerikaanse politiek, voorverkiezingen of statistiek veel kaas gegeten hebben zal hen zeker niet tegenhouden om die voorverkiezingen met veel stelligheid te duiden zoals alleen zij dat kunnen.

Voor wie zich mocht afvragen wat Caroline Gennez vandaag in De Standaard bezielde om zich plots op te werpen als dé specialiste van de Republikeinse voorverkiezingen: om meer was het haar eigenlijk niet te doen dan eerst de baarlijke duivel –en zijn de Republikeinen dat niet?– te mogen afschilderen, om aan het einde van haar stukje to the point te komen en een flinke sneer richting N-VA neer te pennen. Alsof de sp.a zich nooit bezondigd zou hebben aan «emo». Of «off the record-gespin». N-VA was er trouwens eerder deze week zelf nog het slachtoffer van, of hoe Caroline Gennez hiermee eigenlijk vooral heel hard «houd de dief!» roept. Als er bovendien in Vlaanderen één partij aan bloedarmoede lijdt, dan toch de sp.a. Inhoudelijk stelt de partij al jarenlang niets meer voor, en in Limburg is men er zelfs niet vies van het afval van andere partijen (ook N-VA-afval) op te scheppen om toch maar de lijsten vol te krijgen. Over in zijn eigen staart bijten gesproken!

Maar wie de nationale media volgt, vraagt zich soms toch af of de journalisten die er de dienst uitmaken misschien wel denken dat Vlaanderen niet alleen een Amerikaanse swing state is, maar zonder meer dé allerbelangrijkste swing state waar alles van afhangt. En dat het dus zaak is de kijkers en lezers goed in te prenten wat voor achterlijk en achterbaks ongedierte die Republikeinen wel niet zijn, en hoe sympathiek, intelligent en vooral ook totaal onbaatzuchtig die Democraten zijn. Van enige nuance hierrond kan in onze kwaliteitsmedia geen sprake zijn, laat staan dat al eens een Republikeinse kiezer opgevoerd zou worden waar de gemiddelde Vlamingen zich misschien toch van ver een heel klein beetje mee zou kunnen identificeren. Republikeinen, en dan bij uitstek de aanhangers van de Tea Party-beweging, moeten immers afgeschilderd worden als lokale dorpsgekken en randdebielen.

Laten we het echter maar zeggen zoals het is: als de Republikeinse partij deze herfst een hond met een hoed op zou voordragen voor de presidentsverkiezingen, dan zal een derde van de Amerikaanse kiezers daar zonder meer ook op stemmen. Caroline Gennez en Bruno Tuybens, die andere specialist in Amerikaanse verkiezingen, zullen dat met veel gretigheid willen bevestigen, en zelfs aangrijpen als bewijs voor hoe dom die Republikeinse kiezers toch wel niet zijn. Maar dat er net zo goed een ander derde Amerikaanse kiezers bestaat dat hoe dan ook voor de Democratische kandidaat stemt, ook al is die dan een hond met een muts op, daar hebben onze nationale duiders en specialisten het al iets moeilijker meer. Intellectueel eerlijk kan men dat echter niet noemen.

Maar het kan natuurlijk nog straffer, zoals voormalig sp.a-specialist in bankbonussen Bruno Tuybens deze week aantoonde. Wie beweert dat de verkiezingen in Congo beter en eerlijker verlopen dan de verkiezingen in de VS, heeft ze ofwel niet allemaal op een rij, of lijdt aan een ernstige vorm van anti-amerikanisme. Of moeten we nu echt denken dat er in Congo niet meer dan een stuk of twintig stemmen verkeerd geteld werden, of dat we in Iowa over verkiezingsfraude in de grootteorde van tientallen procenten moeten spreken? Dit gaat dus al lang niet meer over intellectuele eerlijkheid, maar over eerlijkheid tout court.

Dat Bruno Tuybens het bovendien nodig vindt die ponskaarten er nog eens bij te betrekken, is ronduit pathetisch. Na meer dan elf jaar zou je toch mogen verwachten dat Europees links stilaan over het verlies van Al Gore heen zou geraakt zijn, maar blijkbaar is niets minder waar. Bovendien zijn de feiten wat ze zijn: meerdere malen werden de stemmen in Florida geteld, en telkens was er een meerderheid voor George W. Bush. Het kamp van Al Gore had graag nog een extra telling gezien, maar niet een volledige voor hele Florida, enkel één in die districten waar hij sterk stond. Het Federaal Hooggerechtshof stak daar uiteindelijk een stokje voor, omdat men nu eenmaal niet tot in het oneindige kan blijven tellen, of tot er «eindelijk» een meerderheid voor Al Gore geteld zou worden. Terecht, want alleen hertellen in districten waar Al Gore sterk stond zou fundamenteel oneerlijk geweest zijn. Zo'n gerichte hertelling zou immers vooral meer stemmen voor Al Gore opleveren, om de eenvoudige reden dat eerder verworpen stemmen in zo'n district vooral in het voordeel van Al Gore gerecupereerd zouden kunnen worden. Maar dit zijn natuurlijk nuances waar een sp.a-politicus zich niet mee kan bezighouden. Onze nationale kwaliteitsjournalisten doen trouwens niet veel beter.

Overigens, nu we toch in de statistische afdeling beland zijn: de foutenmarge voor een menselijke stemmentelling zit ergens tussen een halve en een hele procent. Je moet dus al van heel goeden huize zijn om duizend stemmen helemaal correct te tellen, zeker als het zoals in Iowa ook toegelaten is gewoon de naam van de kandidaat op het stembiljet te kriebelen. Dit betekent dan ook dat Mitt Romney niet 30.015 stemmen haalde, of Rick Santorum 30.007, maar dat ze allebei pakweg 30.000 ± 200 stemmen haalden. Een discussie, ja zelfs een kleine mediastorm over een twintigtal stemmen die ergens verkeerdelijk in het voordeel van Mitt Romney geteld werden toont dus geen boze samenzwering van het establishment in de Republikeinse partij aan, wel de totale onkunde van journalisten over stemmentellingen en statistiek. Echt nieuws is dat natuurlijk niet, zoals we al langer weten aan de hand van de ondermaatse berichtgeving over politieke peilingen, maar de statistische puntjes mogen toch nog eens op de wiskundige i gezet worden. Voeg daar bovendien nog eens aan toe dat de resultaten van de voorverkiezingen in Iowa niet bindend zijn, en dat de stemmen dan nog eens proportioneel verdeeld worden, en je vraagt je af waar men het eigenlijk nog over heeft. Of moeten we het gewoon niet verder zoeken dan dat zo'n artikeltje over hoe erg het wel niet gesteld is met die domme Amerikanen toch zo lekker zit?

dinsdag, januari 03, 2012

Terugblik op 2011

Wat zal mij bijblijven uit 2011? Het jaar is nog maar pas om, maar enkele gebeurtenissen zullen alvast niet snel uit mijn geheugen verdwijnen. Een kort en uiterst persoonlijk overzicht.

Man van het jaar: Roger van Houtte

Eerst word je op achterbakse wijze aan de deur gezet omdat je dacht dat de eerste opdracht van een journalist eruit bestond je lezers correct te informeren, en dan pas te duiden. En als je dan jaren later plots overlijdt, vindt de krant waar je het grootste deel van je leven voor gewerkt hebt het nog eens nodig na te trappen («verliet» in plaats van in het beste geval alleen maar «buitengewerkt»). En zeggen dat als je geen socialist bent, je geen hart hebt.

O ja, als toetje vond minus habens Tom Cochez het nodig zijn steentje bij te dragen bij de veroordeling van Gazet van Antwerpen. Mag hij natuurlijk altijd, maar dan liefst wel correct, zonder de desinformatie. Want wat schrijft Tom Cochez? «Het Vlaams Belang als een partij zoals alle andere te beschouwen – dat deden in die periode alle Vlaamse kranten, met uitzondering van De Morgen»! Dat was nu net niet het geval, en dat was meteen ook de essentie van het hele verhaal rond het ontslag van Roger van Houtte. Of hoe iemand schijnbaar iemands verdediging kan opnemen om uiteindelijk toch weer vooral zichzelf in de bloemetjes te zetten. Wansmakelijk!

Plaats van het jaar: Ciergnon

Een goed jaar geleden zou 99,99% van de Belgen om de lieve dood nog niet geweten hebben wie of wat Ciergnon was. Maar zijne doorluchtigheid koning Albert II vond het begin september nodig precies daar –in zijn bescheiden chaletje in de bossen, zullen we maar zeggen– te gaan herstellen van een operatie van een uit de hand gelopen puist op zijn neus. Ik wil niet denigrerend doen over de operatie zelf, maar de vaudeville die de koning daarrond zelf in het leven riep tart toch elke verbeelding. Kan die man nu werkelijk niet eens drie dagen na mekaar in Brussel verblijven? Moeten we nu werkelijk geloven dat je in Ciergnon beter tot rust kan komen en herstellen van een operatie dan in een immens paleis in Brussel waar iedereen toch precies doet wat je wil als je maar eens met je vingers knipt? Inclusief stil zijn? Ik hoop dan ook vanuit de grond van mijn hart dat iedere Vlaming goed heeft gezien in wat voor minimaal stulpje koning Albert II daar in de verre wouden zat te herstellen – zo minimaal zelfs dat de cameraploegen hun sterkste telelenzen moesten bovenhalen om er vanop straat nog een beeld van te kunnen schieten. Om maar te zeggen dat ook de koning duidelijk last heeft van de financiële crisis.

Ogenblik van het jaar: 22 juli 2011, 15h26

Ik woon letterlijk ongeveer halverwege tussen het regeringskwartaal in Oslo en het eiland Utøya, en heb op meer dan twintig kilometer afstand de explosie kunnen horen. Later in de avond vlogen de helikopters voorbij, op weg naar Utøya, en de volgende dagen werd ik, net als de meeste Noren, meegezogen in de nieuwsstroom rond de aanslagen. Ik ken geen van de slachtoffers of overlevenden persoonlijk, maar zit net als de meeste Noren niet verder van hen verwijderd dan één enkele schakel. Of van de dader, want bijvoorbeeld een collega van mij zat in dezelfde klas als Anders Behring Breivik. Als er me dus, buiten de geboorte van mijn tweede zoontje, iets zal bijblijven van 2011, dan wel 22 juli en de dagen die erop volgenden.

En o ja, dan was er nog die paljas die het nodig vond de gelegenheid te gebruiken om een poging te wagen me persoonlijk te broodroven of de mond te snoeren. Uiteraard volledig anoniem, of wat dacht je. Hoe laag kan een mens eigenlijk vallen?

Tijdsperiode van het jaar: twintig uur onderhandelen

Over wat voor supermensen beschikken wij toch die 20 –twintig– uren lang kunnen onderhandelen, het nachtje door en dan nog eens de hele voormiddag, om vervolgens dan nog eens de pers te woord te staan zonder omver te vallen van de slaap? Persoonlijk zou ik het al lastig beginnen krijgen na een uur of acht onderhandelen op het scherp van de snee, maar ik ben dan ook geen politicus. Strafst van al: de marathonzitting ging over… de postjes, nochtans zowat het minst belangrijke aspect aan een regeringsvorming. Of dat is het toch wat ze ons bij herhaling proberen te doen geloven.

Haalde het overigens net niet: de meer dan 18 uur een week eerder, om te onderhandelen over de begrotingen voor 2012, 2013 en 2014. Twee uur minder dus, maar zonder verdere commentaar, want we willen niet populistisch overkomen, laat staan cynisch of verzuurd.

Video van het jaar: Bunga bunga aan het Noordstation

Of toch ergens in de omgeving van Brussel. Vermoeden we. Want hoewel er veel over te doen was, lijkt het wel of niemand ooit die beruchte video met in de hoofdrol Steve Stevaert echt gezien te hebben. Er bestaat nochtans geen twijfel over dat de video ook echt bestaat, want de voormalige «GOD» heeft ze zeer doeltreffend bevestigd door algeheel ontslag te nemen. Of het zou moeten zijn dat hij als socialist vond dat hij al voldoende binnen was. Niet iedereen is ACW'er.

Haalde het overigens net niet: die andere video, van een burgemeester die hoopt later dit jaar een torenhoog resultaat neer te zetten, en daarvoor alvast eens duchtig oefende in een Zuiders land.

Uitspraak van het jaar: «Je bent de schaam van België»

Kon nog doeltreffender bewezen worden dat «les wallons c’est du caca»? En vooral, dat het onderwijs van het Nederlands in Wallonië, voor zover het natuurlijk al onderwezen wordt, ondermaats is? Zelfs in groep slagen ze er blijkbaar nog niet in een correcte Nederlandse zin van zes woorden op een spandoek te kliederen! «We drinken de staatsuitgaven terug» hoort trouwens in dezelfde categorie thuis.

Haalde het net niet, wat we de tweet van het jaar zouden kunnen noemen: «Gebruik vh woord ‘denktank’ moet gereglementeerd. Spontane gedachte na lezen domme onzin van VdCl». En dan zou Ghislain Londers niet mogen zeggen dat het vleesgeworden stuk chagrijn en rancune Yves Leterme geen groot staatsman is?

Wie we niet zullen missen in 2012, of waarvan we tenminste hopen niet veel meer van te moeten horen:
  • De regeringsonderhandelingen. Zonder twijfel.
  • Caroline Gennez. Omdat in de politiek de poppetjes en de postjes helemaal niet belangrijk zijn.
  • Yves Leterme. Ik heb echter zo'n vermoeden dat die topjob bij de OESO niet echt veel tijd van hem vergt (omdat hij zo'n buitengewone intellectuele capaciteiten bezit natuurlijk, en niet omdat het niet meer om het lijf zou hebben dan een bureautje en een appartement in Parijs, plus een secretaresse naar keuze die op tijd en stond eens gedekt dient te worden). Hij zal dan ook met de regelmaat van een irriterende klok in de Belgische media blijven opduiken met interviews en uitspraken waar de misplaatste zelfgenoegzaamheid van zal afdruipen.
  • Inge Vervotte. Kan me eigenlijk nu al amper herinneren wie of wat zij eigenlijk was.
  • Frank Vanhecke. Je kan ook een keer of vier–vijf te veel natrappen naar je voormalige partij. De N-VA verdient trouwens betere medestanders dan hem.
  • Guy Verhofstadt. Wordt het Europees Parlement niet stilaan wat te klein voor hem? Aan zijn ego te meten zou één of andere intergalactische raad, waar hij kan pleiten voor kosmo-obligaties en waar hij galactionalisme als bekrompen en crimineel kan bestempelen, al een heel stuk beter passen bij hem. Of anders de Gentse gemeenteraad natuurlijk.
  • Meyrem Almaci. Van fractieleider in de Kamer naar kandidaat-burgemeester in Antwerpen, maar waar ze met wat hulp van de media volgend jaar misschien wel de vierde viool in de gemeenteraad zal mogen spelen, ook al is dat nog steeds iets boven haar niveau, het is een promotie waartegen alleen Yves Leterme nog u zou zeggen. Maar hopelijk hoeven we haar plat links-populisme met nog minder inhoud dan de verzamelde toespraken van Caroline Gennez de eerste maanden niet meer te aanhoren.

zondag, december 25, 2011

PS en FGTB – wie is de hond, en wie de staart?

De regering–Di Rupo I was nog niet goed uit de startblokken, of ze had al een eerste ernstig sociaal conflict aan het been. Er bestaat echter weinig twijfel over dat deze regering wel degelijk zal overleven tot 2014, dankzij de anti-N-VA-cement die de zes plus twee partijen sterk aan mekaar bindt. Van een leien dakje zal het echter niet lopen.

Als we de eerste «onthulling» uit de nieuwste kerstserie van De Standaard en Le Soir mogen geloven, dan fungeerde ook deze keer Guy Verhofstadt als vroedvrouw bij de geboorte van de federale regering. Een straffe onthulling, maar helemaal niet ongeloofwaardig. We merkten eerder zelf ook al op dat Elio di Rupo perfect werkt als komediant-intrigant, maar niet als een leider (noch als formateur of als eerste minister) die knopen moet kunnen doorhakken. Terloops, ook Guy Verhofstadt bewijst hiermee dat wat hem betreft het voortbestaan van België primeert op alles, want uit de schilderingen die gegeven worden komt duidelijk naar voren dat wat hem betreft elk compromis een goed compromis was, als er uiteindelijk maar een federale regering gevormd werd. Het interesseerde hem zelfs geen zier wat precies de breekpunten van de Open Vld waren, als hij ze maar naar zijn kameraad Elio di Rupo kon doorcommuniceren om «het spel» opgelost te krijgen. Wanneer zou deze man, in een ver verleden nog de auteur van een pak burgermanifesten, zich eindelijk baron of burggraaf mogen noemen?

Maar deze onthulling leert ook dat te verwachten valt dat deze regering–Di Rupo I sterk zal lijden onder een chronisch gebrek aan leiderschap, met alle chaotische toestanden tot gevolg. Een voorsmaakje van die chaos kregen we deze week al eens geserveerd, met de verwarring rond de hervorming van de pensioenen. De bevoegde minister Vincent van Quickenborne kan men inderdaad geen klein beetje gebrekkige communicatie verwijten –het leek wel de 2.0-versie van de beruchte «snel en efficiënt» van zijn leermeester Guy Verhofstadt–, maar dat neemt anderzijds toch ook niet weg dat eerste minister Elio di Rupo dagenlang in geen velden te bespeuren was. Had hij het te druk om het gepaste strikje of de juiste kleur van lippenstift te vinden voor zijn toespraak in de Kamer? Of liet hij zijn minister van Pensioenen bewust een paar dagen stoven in eigen nat, kwestie van hem meteen op zijn plaats te zetten en te leren wie echt de baas is in deze regering, en vooral, in dit land?

Wat dat laatste betreft zit er in het behang van deze regering een vraag verscholen waarover het tot nu toe in de media akelig stil is gebleven. Het is nochtans dé vraag die zal bepalen wat er de komende maanden te gebeuren staat in België: zakt het land verder weg in het sociaal-economisch moeras, of komen er alsnog echte hervormingen die het weer op het juiste spoor kan zetten? Maar blijkbaar is het in de «kwaliteitsmedia» nog steeds taboe om vragen te stellen over de échte fundamenten van dit land, en heeft men het liever over ongevaarlijke zaken als een koning Albert II die «zeer verheugd» is dat hij dit jaar niet gedwongen met pensioen gestuurd werd.

Waar het immers de volgende maanden echt om zal draaien, is of de PS niet meer is dan de kwispelende staart van de FGTB-hond, dan wel of de FGTB-staart in bedwang zal gehouden kunnen worden door de regeringshond PS. Sommigen zijn van mening dat de huidige sociale onrust niet meer is dan een opbod tussen de drie grote vakbonden met het oog op de sociale verkiezingen van volgend jaar. Ik zou zeggen, laten we hopen dat ze daarin nog gelijk hebben ook. Maar ik word soms toch nog met verbazing geslagen wanneer zelfs de Vlaamse vakbondslui niet schijnen begrepen te hebben dat ook in België de gebraden kippen niet in de lucht rondvliegen. Het valt nog te begrijpen dat de Waalse takken van de vakbonden het fundamenteel onrechtvaardig vinden dat sommigen van hun leden af en toe eens tegen hun zin vroeg moeten opstaan om te gaan werken als er toch genoeg Vlamingen zijn om alle uitkeringen te betalen, maar aan Vlaamse kant zou je toch iets meer realiteitszin verwachten.

Een paar maanden geleden zou ik echter nog geschreven hebben dat een eerste minister Elio di Rupo de Waalse vakbondstroepen met een knip van de vinger wel in het gareel zou kunnen houden als dat nodig zou zijn. De afgelopen week heeft aangetoond dat dit misschien toch niet helemaal het geval is. Dat men aan Waalse zijde gretiger aan een staking deelneemt dan aan Vlaamse zijde zal hoegenaamd geen nieuws zijn voor mijn lezers, maar dat men op dinsdagavond al spontaan het werk neer begint te leggen als «voorbereiding» op een algemene staking op donderdag is toch wel straffe kost. Het contrasteerde trouwens des te meer aangezien de staking op donderdag in Vlaanderen niets anders genoemd kan worden dan net geen mislukking, want de gemiddelde Vlaamse ambtenaar had netjes zijn voorzorgen genomen en zat lekker thuis te werken. Geen stakingspiketten die je moet trotseren, en zonder vergaderingen ben je al snel een pak productiever dan anders!

Maar als de FGTB haar stoottroepen niet helemaal onder controle heeft, en Elio di Rupo heeft via de PS de FGTB niet onder controle, dan zou het prille herwonnen geluk van de koning wel eens van heel korte duur kunnen zijn. Want inderdaad, als er één ding is waarvan men in Laken 's nachts onder het bed ligt te bibberen, dan wel Waals, socialistisch straatgeweld. Daar zijn gebalde vuistjes en een gespeeld boze toon in een televisietoespraak immers niet tegen opgewassen, zoals de familiegeschiedenis van de Saxen-Coburgers ons ook leert. Zoiets werkt misschien perfect op de quislingetjes van CD&V, sp.a en Open Vld om toch maar eindelijk braaf en zoals van oudsher hun bord linzensoep op te beginnen lepelen, maar Waalse metallo's raken van zoiets niet bepaald onder de indruk. Om niet te zeggen dat het louter zou provoceren.

2012 zou dus best wel eens een interessant jaar kunnen worden, maar een vroegtijdige val van de pasgevormde federale regering hoeven we nog niet onmiddellijk te verwachten. Zowel de korte- als de lange-termijnvoordelen van België voor het Waalse politiek-syndicaal complex zijn daarvoor nog steeds te groot. De pensioenhervorming waartegen vooral Wallonië storm lijkt te lopen is bovendien, en ironisch genoeg, precies op maat van Wallonië gesneden –met ArcelorMittal als dankbaar excuse du jour–, zodat het vooral de Vlamingen zullen zijn die binnenkort twee jaar langer zullen moeten gaan werken. Vergis je immers niet, beste lezer, met de heropleving van de Waalse economie is het net zoals met Elio di Rupos verbeterde kennis van het Nederlands: reeds vele malen aangekondigd, maar nog nooit werkelijk waargenomen. En meer is blijkbaar ook niet nodig om de Vlaamse onderdanen koest aan de Belgische ketting te houden.

zaterdag, november 19, 2011

De neo-eurosceptici

Sp.a-voorzitter Bruno Tobback zou in besloten kringen regelmatig laten horen dat hij zich «geen moer aantrekt van wat Europa komt vertellen». PS-kopstuk Paul Magnette dan weer verkondigde onlangs dat de Europese sociaal-economische aanbevelingen voor België slechts een «inspiratiebron» waren. En ook de populistische manier waarop Kathleen van Brempt twee weken geleden in De Zevende Dag uithaalde naar alles wat van «Europa» komt, doet de wenkbrauwen fronsen. Het is immers ooit anders geweest.

Inderdaad, de tijd dat de socialisten bij de grootste aanhangers van het Europese «project» (zoals dat dan heet) konden gerekend worden, ligt nog niet zó ver achter ons. Meer dan een jaar of vijf–zes hoeven we eigenlijk niet terug te gaan in de tijd om nog resten te vinden van het enthousiasme van de linkerzijde voor de EU. Het was de tijd dat de Europese Unie nog gebruikt kon worden om het migrantenstemrecht in België door te duwen. Het was de tijd dat men hoopte achtergestelde landen te kunnen «ontwikkelen», door via het achterpoortje van één of ander Europees verdrag de mensenrechten abortus en het homo-huwelijk algemeen ingang te doen vinden, en dan liefst van al nog zonder inspraak van de lokale bevolking. De Ierse vrees hiervoor naar aanleiding van het referendum over het Verdrag van Lissabon, door «Europa» weliswaar nadrukkelijk afgewimpeld als paranoia, was wel degelijk gewettigd, want de plannen lagen klaar in de linkse lade. En men was absoluut niet van plan een Iers-katholieke versie van Bruno Tobback de optie te laten zich «geen moer aan te trekken» van wat Europees links hem ging komen vertellen.

Het is dan ook traditioneel rechts, dat vaak nog belang wil hechten aan in een Europese context compleet achterhaalde begrippen als democratie, inspraak en soevereiniteit, dat tot nu toe het verwijt van euroscepticisme naar het hoofd geslingerd kreeg. Zeker, ook aan de linkerzijde liepen er hier en daar wat eurosceptici rond, maar dat beperkte zich voornamelijk tot figuren die het maar niets vonden dat het Europees Parlement nog altijd een verkozen parlement was, en niet één of andere door de nomenklatoera samengestelde raad, waarbij het woord «raad» uiteraard in de eerste plaats als een vertaling van het Russische woord sovjet (совет) gezien diende te worden. Wie tot nog toe het woord eurosceptisch uitsprak, zei dus vooral ook rechts, bekrompen, anti-sociaal, eng-nationalitisch en proto-fascistisch, en bijvoorbeeld nadrukkelijk niet links, progressief of sociaal-democratisch.

Aan de Europese natte droom van links kwam echter geleidelijk aan een einde naarmate in de lidstaten de ene socialistische regering na de andere vervangen werd door een conservatieve regering. Gedaan met de hoop op een Europese sociale zekerheid die zou kunnen zorgen voor uitkeringen op Scandinavisch niveau gekoppeld aan regels toegepast op Mediterrane leest. Bovendien zorgt de recente financiële crisis ervoor dat er nog maar weinig tijd overblijft voor fetisjen als euthanasie en homo-adoptie, toch ook twee fundamentele mensenrechten in de linkse bijbel. Nu de conservatieven meer en meer de plak zwaaien in Europa, en de economische realiteit het gulle uitkerings- en overheidstewerkstellingsbeleid van een aantal landen heeft ingehaald, is de ster van de Europese Unie bij links sterk gedaald, om niet te zeggen dat het woord «Europa» er bijna synoniem is geworden voor het scheldwoord «neo-liberaal». En dat wil al wat zeggen.

De links-populistische onzin die sommige socialistische kopstukken echter uitslaan, is soms echt niet te harden. Zo was er bijvoorbeeld Kathleen van Brempt, die in De Zevende Dag beweerde dat de Grieken toch zelf niet schuldig zouden zijn aan de huidige Griekse schuldencrisis, en er daarom ook niet het slachtoffer van mogen worden. Toch een gedurfde stelling, want het zou betekenen dat alleen maar immigranten geprofiteerd zouden hebben van de pensioenen van overleden Grieken. Of overleden immigranten. Alsof de Griekse bevolking ook de opeenvolgende sjoemelende regeringen opgelegd gekregen heeft door Europa. Alsof het geen Grieken waren die loon uitbetaald kregen voor overheidsbaantjes waar ze zich nooit lieten zien, of zich zelfs niet hoefden te laten zien. En alsof het geen Grieken waren die zich prompt organiseerden om al hun vernuft aan te wenden om te kunnen ontkomen aan elke vorm van extra belasting dan ook, ja zich zelfs met grote woede verzetten tegen een poging van de Griekse overheid om al jarenoude belastingen nu ook effectief te gaan innen.

Wat bovendien opviel: als Kathleen van Brempt op één ding erg gebrand was, dan toch wel op het vreselijke feit dat de Duitsers – die uiteindelijk toch de Griekse, Italiaanse en Spaanse putten zullen moeten dempen – niet zomaar bereid zijn hun portemonnee volledig open te trekken. Ja, stel je dat voor, in volkomen tegenstelling dus tot de Vlamingen, die jaarlijks zonder veel morren meer dan tien miljard euro lammeren aan de Franstaligen, vooral dan nog omdat ze het vaak niet eens weten. De Duitse regering bedankt daar echter voor, en is niet bereid zomaar en stoemelings een gigantische Europese geldstroom van Noord naar Zuid op te zetten. Van een vertegenwoordigster van de sp.a, zowat dé behoeder in Vlaanderen van de belangen van de PS en dus hevig voorstander van het instandhouden van die continue aderlating, mag die verwondering misschien niet verwonderen, maar je blijft toch je oren uitwrijven van het virulente anti-Duitse discours waar de politica maar op bleef terugkomen.

Over Duitsland gesproken: een fiscale unie zal de Duitse belastingbetaler niet kunnen redden. Integendeel zelfs, het zou dé ultieme, geïnstitutionaliseerde en daarmee ook permanente aderlating voor de Duitse middenklasse betekenen. Het zou dan ook goed zijn als de Duitse bondskanselier Angela Merkel, en met haar de CDU, CSU en FDP, de financiële mechanismen binnen dat kleine landje, dat ze af en toe genoodzaakt is ambtshalve te bezoeken, eens wat nauwkeuriger onder de loep zou nemen. Want als België Europa iets kan leren, dan wel dat eengemaakte fiscale regeltjes absoluut niets te betekenen hebben zolang iedereen de vrijheid behoudt die regeltjes zelf naar eigen goeddunken toe te passen.

Laat ze dus maar een Europese fiscale unie opzetten: zolang de Grieken zélf hun belastingen zullen mogen innen (of werklozen schorsen, om maar iets te zeggen) laat het zich gemakkelijk raden waar de regeltjes wél strikt toegepast zullen worden, en waar niet. Je kan er trouwens nu al gif op innemen dat in zo'n fiscale unie de belastingopbrengsten in Griekenland het eerste jaar meteen een pak naar beneden zouden gaan, om nooit meer te stijgen. Ik neem aan dat de lezer daar zelfs geen tekeningetje bij nodig heeft. Als het er echter toch ooit van komt, verdient alvast Europees keizer Herman van Rompuy zonder twijfel dat in elke Griekse, Italiaanse en Spaanse stad het grootste plein of de grootste boulevard naar hem vernoemd wordt, met uiteraard een meer dan levensgroot standbeeld. De rekening zal toch elders betaald worden.

Hoe dan ook: de liefde voor Europa staat voorlopig op een laag pitje, nu links zijn grootse plannen voor het Europese «project» noodgedwongen in de koelkast heeft moeten zetten. Europa afwimpelen als niet meer dan een «inspiratiebron», zoals Paul Magnette deed, is daarbij zelfs nog één van de mildste uitspraken over de Europese Unie die we de laatste tijd in linkse hoek te horen hebben gekregen. Bruno Tobback zingt natuurlijk zoals zijn vader gebekt is, maar dat iemand als een Europees Parlementslid Kathleen van Brempt zich verlaagt tot de meeste onzinnige plat links-populistische praat is toch een teken aan de wand. Drie jaar duurt de financiële crisis ondertussen toch al, en nog steeds hebben de socialistische partijen, vastgeroest als ze zitten in de twintigste eeuw, er geen zinnig antwoord op gevonden. En dat ondanks die morele en intellectuele superioriteit waar ze anders toch zo prat op gaan. Vandaar het links-populistische taaltje, nu ook overgoten met een neo-eurosceptisch sausje, want de socialistische keizers van weleer staan allemaal lelijk in hun blootje.

donderdag, november 03, 2011

Is de Open Vld het Noorden kwijt?

Wie de Open Vld de laatste jaren heeft gadegeslagen, kan zich moeilijk van de indruk ontdoen dat de partij helemaal op de dool is. Vlaams was de partij alleen maar toen ze even in de oppositie zat, maar ook van het liberalisme of de democratie schiet tegenwoordig maar weinig meer over. Resultaat: een partij zonder ziel, en straks ook zonder kiezers.

Een trendanalyse van de verkiezingsuitslagen voor de liberale partijen in Vlaanderen is ronduit vernietigend voor wie de laatste jaren aan het roer van de Open Vld heeft gestaan. Vertrekken we vanaf de eerste verkiezing na de Tweede Wereldoorlog, dan zaten de opeenvolgende liberale partijen tot voor enkele jaren in een duidelijk stijgende lijn. Een eerste knik kwam er in 2007, toen Lijst Dedecker, nu LDD, zich van de partij afscheurde en voor het eerst als een alternatieve liberale partij opkwam in Vlaanderen. Het monopolie op het liberale gedachtegoed waarover de Open Vld tot dan toe beschikte in Vlaanderen kwam daarmee tot een einde. Wat daarna volgde is een helse rit recht in de afgrond, en voorlopig lijkt daar nog geen einde aan gekomen te zijn.

Wie naar de grafiek van hierboven kijkt, moet immers vaststellen dat de verkiezingen van 2007 een absoluut hoogtepunt vormden voor de liberalen in Vlaanderen. Open Vld en Lijst Dedecker haalden samen maar liefst 25,7% van de stemmen. Twee jaar later, in 2009, zakt dit naar 22,6%, maar in een historisch perspectief gezien kan dat nog steeds een respectabele score genoemd worden. De Open Vld zakte echter onder de vijftien procent, een psychologische grens waar de liberale partijen in Vlaanderen sedert 1961 niet meer onder zijn geweest (met uitzondering van de verkiezingen van 17 april 1977). Een duidelijker signaal dat het niet meer helemaal snor zat kan men zich niet voorstellen.

Maar het kon nog erger. Een jaar later werd Lijst Dedecker in de federale verkiezingen van 2010 zo goed als van de kaart geveegd, zonder dat de Open Vld zich echter herstelde. De verklaring hiervoor is duidelijk: er was een nieuwe kaper op de kust, namelijk de N-VA van Bart de Wever. Lijst Dedecker lijkt daarmee voor zo'n tien procent Vlamingen niet meer dan een tussenstation geweest te zijn van de liberalen naar de Vlaams-nationalisten. En is Jean-Marie Dedecker trouwens zelf niet op een blauwe maandag nog lid van de N-VA geweest? De getallen spreken in ieder geval voor zich: tot 2009 groeide de aanhang van de liberale partijen in Vlaanderen gemiddelde met zo'n 0,22% per jaar, maar de trendbreuk van 2009 naar 2010 kan alleen maar spectaculair genoemd worden. De laatste opiniepeilingen voorspellen trouwens weinig verbetering, om niet te zeggen dat ze aangeven dat aan de implosie voorlopig nog geen eind lijkt te komen.

Het basisprobleem van de Open Vld is nu eenmaal dat de partij haar ideologie en haar ziel opgeofferd heeft om federaal aan de macht te blijven. Misschien was het partijcongres over het migrantenstemrecht, waar de enkele dagen geleden overleden Willy de Clercq nog een sleutelrol speelde, wel het kantelmoment. Als iemand van de Open Vld-mandatarissen vandaag nog eens ideologisch naar buiten wil komen, zoals bijvoorbeeld kleinzoon en serial name dropper Mathias de Clercq, dan is het vooral om zich af te zetten tegen het in hun ogen absoluut verachtelijke Vlaams-nationalisme, en niet bijvoorbeeld het Waals socialisme dat nog steeds vastgeroest lijkt te zitten in de 19de eeuw. Het is nochtans in de eerste plaats dat starre Waalse socialisme dat de welvaart zowel in Vlaanderen als in België bedreigt, maar omdat de partij zich nu eenmaal vastgeklonken heeft aan België, en dus ook aan de PS, mag daarover blijkbaar geen onvertogen woord gezegd worden. Dat de PS echter met veel plezier de MR en dus ook de Open Vld na 13 juni 2010 maandenlang in de kou liet staan doet echter geen enkel belletje rinkelen.

Gevolg is natuurlijk dat het liberale discours waar de Vlaming wel pap van lust (in tegenstelling tot het Europees-kosmopolitische links-liberale geraaskal van Guy Verhofstadt en zijn adepten), alleen nog bij de N-VA en het Vlaams Belang gehoord kan worden. En partijvoorzitter Alexander de Croo is duidelijk niet bepaald de man die van plan is daar veel verandering in te brengen. Zijn recente tactische spelletjes samen met de MR van Charles Michel zijn van zulk laag niveau dat zelfs een partij als de CD&V stilaan rechtlijnig begint over te komen, toch niet bepaald een gemakkelijke prestatie. Men kan immers niet eerst weigeren een federale begroting op te maken omdat men enkele lasten wil afschuiven op de schouders van de gewesten, om dan enkele dagen later zijn beklag te maken over «vechtfederalisme» en anderen ervan te beschuldigen «de hete brij van de ene overheid naar de andere door te duwen».

Als we daar trouwens even op mogen doorbomen, hoe liberaal (in de economische zin) is dat eigenlijk om ervoor te pleiten dat één overheid extra zou besparen opdat andere overheden niet zouden hoeven te saneren? Of nog straffer, dat die ene overheid zelfs overschotten zou moeten boeken? Als het dan nog was om schulden versneld af te betalen, of eventueel buffers aan te leggen, dan zou daar misschien nog enig begrip voor opgebracht kunnen worden. Maar als ook dat niet nodig is, zoals in het geval van het Vlaams Gewest, dan zou het in de oren van een liberaal toch als een vloek moeten klinken dat de Vlaamse regering een begroting met een overschot zou moeten opstellen in plaats van, ik zeg maar wat, het ondernemingsklimaat wat aan te zwengelen of, ik durf het bijna niet te schrijven, misschien zelfs de belastingen wat te reduceren? Dát is het discours dat ik van een liberale oppositiepartij in Vlaanderen verwacht –Vlaams én liberaal, weet u wel –, maar blijkbaar zit dat er niet in met deze Open Vld.

Met dit soort doorzichtige spelletjes die dus zelfs nog geen schijn van een ideologische basis hebben zal de Open Vld het tij in Vlaanderen niet kunnen doen keren. Daarvoor zullen in de eerste plaats daden nodig zijn, en het is maar de vraag of brokkenpiloot Alexander de Croo daarvoor zal kunnen zorgen. Verleden jaar liet hij immers de regering–Leterme II vallen omdat hij onvoldoende liberale accenten kon leggen in de regering. Morgen zal hij echter gezwind in een regering stappen die uit precies dezelfde partijen zal bestaan, maar dan aangevuld de sp.a. Voor de lezer hoeft er waarschijnlijk dan ook geen tekeningetje bij voor hoeveel meer liberale accenten de Open Vld zal kunnen zorgen in die regering–Di Rupo I. Nog eventjes, en de Open Vld flirt met de kiesdrempel die ze nog niet zo lang geleden zelf heeft doorgedrukt.

vrijdag, oktober 28, 2011

Komediant-intrigant Elio di Rupo

Als de huidige formatiepoging al iets aangetoond heeft, dan wel dat formateur Elio di Rupo er een ietwat speciale leidersstijl op nahoudt. Hoewel hij geen deel uitmaakt van de regering–Leterme II, bestond er weinig twijfel over dat hij de man was die achter de schermen de touwtjes stevig in handen hield. Maar nu hij zelf de leiding moet nemen slaagt hij er niet in zijn reflexen als intrigant achter zich te laten.

Aan de vaststelling dat Elio di Rupo een komediant is, hoeven we niet veel woorden vuil te maken. Wie de persconferentie gezien heeft waar hij de ondertussen beruchte «Comment est-ce qu'il ose?» uitsprak over de nota–De Wever weet immers genoeg. In dat opzicht is Elio di Rupo niet meteen de meest geschikte man om alle clichés over Italianen of homo's als ijdeltuiten en drama queens naar de vuilnisbelt te verwijzen. Dat hij die gewoonte niet meteen van zich zou afwerpen werd niet verwacht, omdat deze trek te fundamenteel is voor Elio di Rupos persoonlijkheid. Uiteindelijk is dit ook niet van zo groot belang voor het komende regeerakkoord of het beleid van de toekomstige regering–Di Rupo I. Ik betwijfel echter wel of dit een stijl is die in Vlaanderen lang in goede aarde zal blijven vallen, als ze dat al ooit gedaan heeft. De dag dat de modale Vlaming er finaal zijn buik van vol krijgt zal Bart de Wever massaal kunnen oogsten.

Opmerkelijker is echter dat hij, nu hij formateur is, gebruik blijft maken van intriges allerhande om in de «Wetstraat 16» te raken. In de plaats daarvan zou hij immers ook kunnen kiezen voor de directe onderhandelingen, voorstellen doen en af en toe zijn wil proberen doordrukken om tot een resultaat te komen. De klacht die al lang meegaat is echter dat Elio di Rupo zich niet wil «smijten», waardoor de onderhandelingen tot in het oneindige blijven aanslepen. Veel tastbaar bewijs hebben we daar als kiezer natuurlijk niet voor, behalve dan dat deze formatie nu al een eeuwigheid duurt. Verder is er nog de manier waarop enkele sleutelmomenten voor deze onderhandelingen tot stand zijn gekomen.

Zo zijn er bijvoorbeeld de liberalen van Open Vld en MR. Eerst mochten ze er niet bij, om uiteindelijk toch te mogen deelnemen aan de gesprekken over de staatshervorming. Het was echter formateur Elio di Rupo niet die hen ten lange leste uitnodigde, maar wel N-VA-partijvoorzitter Bart de Wever. (Achteraf gezien bijzonder ironisch natuurlijk, want precies daardoor kon de N-VA uiteindelijk uit de onderhandelingen geloosd worden, en was het bovendien de Open Vld die als eerste de N-VA als een baksteen liet vallen.) Bovendien moest er eerst nog een rondje komedie met de koning opgevoerd worden vóór de liberalen ook echt mee aan de onderhandelingstafel mochten aanzitten. Officieel «onderging» Elio di Rupo die beslissing, en had hij hen eigenlijk liever niet aan tafel gezien.

Op een gelijkaardige manier verdween de N-VA van de onderhandelingstafel. Officieel had hij hen er liefst bij gehouden, maar wat kon hij eraan doen dat zij zijn uiterst evenwichtige en alleen maar te goeder trouw geschreven nota zomaar pardoes verwierpen? Het zal je als formateur inderdaad maar overkomen! Van een herkansing voor de N-VA kon echter geen sprake zijn – daarvoor was de regeringsvorming natuurlijk te dringend.

Vervolgens was er dan de beruchte donderpreek van koning Albert II de Boze, waarin de vorst een regering hic et nunc eiste, om de volgende dag reeds de onderhandelaars tot maar liefst drie weken vakantie te verplichten. Opnieuw zat er de formateur niets anders op dan de beslissing van een ander te ondergaan, waarna hij gezwind zijn koffers pakte om in Italië weer een beetje bij te kunnen bruinen.

Ei zo na werd aan die drie weken vorstelijk verplichte vakantie nog een vierde week toegevoegd, omdat CD&V-voorzitter Wouter Beke zo dom was geweest een jaar eerder al zijn vakantie een beetje ongelukkig te plannen. Opnieuw een geval van overmacht voor de formateur, zo leek het, tot Wouter Beke de bal terugkaatste en liet weten dat hij dichtbij een TGV-station logeerde, en dus altijd beschikbaar was om snel over en weer te reizen naar Brussel voor een vergadering. Exit vierde week vakantie dus, en Elio di Rupo was bijna betrapt op een beslissing.

Volgend wapenfeit waar Elio di Rupo voor niets tussen zat: het vertrek van de groenen van de onderhandelingstafel eens het luik van de staatshervorming afgerond was. Opnieuwe had de formateur zowel Groen! als Ecolo er liever wel bij gehad in de komende regering, maar Open Vld en in mindere mate ook CD&V hadden nu eenmaal een veto gesteld tegen Groen!, en Ecolo was niet bereid in een regering te stappen zonder hun fractiegenoten uit het Noorden.

Als we het dus allemaal moeten geloven zullen maar liefst drie van de negen partijen die in aanmerking kwamen om deel te nemen aan de volgende federale regering in de oppositie zitten (N-VA, Ecolo en Groen!). Twee anderen waren niet gewenst (MR en Open Vld), maar nemen nu toch deel aan de gesprekken, zij het met de nuance dat één van hen ondertussen met een afscheiding te maken kreeg (FDF). Slechts vier van de negen partijen waren echt gewenst (PS, CD&V, sp.a en cdH), en konden ook aan boord blijven. In aantal kamerleden uitgedrukt betekent dit dat 40 afwezige gewenste kamerleden uitgewisseld werden met 28 ongewenste aanwezigen, terwijl een kern van 65 gewenste aanwezigen behouden werd. Je vraagt je af waar die man feitelijk mee bezig is, want wie de optelsom maakt zal merken dat het aantal afwezigen en ongewensten groter is dan het aantal gewenste aanwezigen. En dat allemaal dus zogezegd buiten zijn wil om!

Een nieuw staaltje van hoe Elio di Rupo liefst elke verantwoordelijkheid van zich afschuift zonder echter de controle te willen verliezen, kregen we deze week te zien. Toen MR-voorzitter Charles Michel op de proppen kwam met zijn eis dat de gewesten en de gemeenschappen een grotere begrotingsinspanning moesten leveren, produceerde Elio di Rupo prompt… twee sets met handpoppen. Het ene setje is beter bekend onder de naam Hoge Raad van Financiën (HRF), en werd eigenlijk gevraagd een nieuwe kopie van een rapport van enkele maanden geleden te maken. Zuiver tijdverdrijf dus, want Elio di Rupo had net zo goed aan Charles Michel kunnen zeggen dat hij gewoon vast zou houden aan het vorige rapport, tenzij Charles Michel goede redenen op tafel zou kunnen leggen om dat niet te doen.

Het tweede setje handpoppen van Elio di Rupo bestond uit het drietal gewestelijke minister-presidenten dat ons landje telt. Twee daarvan, met name de Brusselse minister-president Charles Picqué en zijn Waalse collega Rudy Demotte, zijn van PS-signatuur, en staan bovendien aan het hoofd van twee gewesten die eerder bekend staan om hun chronisch geldgebrek dan hun besparingsijver. De derde minister-president, Kris Peeters, zou wel een inspanning kunnen leveren, was het niet dat hij zich onsterfelijk belachelijk zou maken als hij op het eenvoudige signaal van Charles Michel de Vlaamse buiksriem nog eens zou aanhalen. Zoiets zou geheid voor gerommel binnen de Vlaamse regering zorgen, nog afgezien van het feit dat het ook in zijn voordeel is als de milde sinterklaaspolitiek van volgend jaar ongestoord door zal kunnen gaan zoals reeds jaren geleden gepland. Of toch als hij graag in 2014 herkozen zou willen raken.

Het liet zich dan ook raden dat tweemaal tot dezelfde conclusie werd gekomen: de federale overheid zal zelf de bijdrage moeten leveren die ze moet leveren. Dat stond natuurlijk al van in het begin vast, alleen werd er nog maar eens een week tijd verloren om die dringend noodzakelijke –zegt men toch– federale regering te vormen. Charles Michel kan men echter niet verwijten dat hij voor zijn partijbelangen opkwam, hoe doorzichtig het spelletje dat hij speelde ook was. Dit tijdverlies kan slechts op één iemands conto geschreven worden, en wel dat van Elio di Rupo. In plaats van een stukje dubbel poppenkast op te zetten, had hij Charles Michel onmiddellijk kunnen vertellen waar het op stond. Zich even profileren mag, maar men moet ernstig blijven. En als Charles Michel met dat antwoord geen vrede had kunnen nemen, had hij het bericht moeten krijgen dat hij zich altijd nog naar hartenlust mocht gaan profileren in de oppositie. Met de groenen op de reservebank is de MR nu ook weer niet zo onmisbaar.

Wat betekent dit voor de toekomst? Allereerst dat men zich bij de N-VA nog gelukkig zal mogen prijzen dat men ontsnapt is aan een deelname aan de komende regering–Di Rupo I. Het is best mogelijk dat Open Vld-voorzitter Alexander de Croo deze zomer de vruchten in de bomen zag hangen, maar ondertussen zal misschien toch al het besef gegroeid zijn dat die druiven toch maar zuur smaken. Ga het maar eens aan je achterban uitleggen dat er alweer geen ruimte was voor één van je partijstandpunten na een nieuw stukje theater van Elio di Rupo. De ene keer wordt er één of andere raad van experten opgevist om het liberaal varkentje te wassen, de andere keer een groepje politici van een ander bestuursniveau om zich met een kluitje in het riet te laten sturen. En als wat verteld wordt Elio di Rupo niet zint, zoals recent nog met de Europese aanbevelingen voor de sanering van de overheidsuitgaven, speelt hij gewoon Oost-Indisch doof of voert hij een nieuw nummertje drama op. Het zal dus al goed zijn als de Open Vld in 2014 de kiesdrempel nog haalt.

Ironisch is het trouwens dat Alexander de Croo de regering–Leterme II liet vallen omdat hij onvoldoende liberale accenten kon leggen. Uiteindelijk zal hij terecht komen in precies dezelfde regering, maar dan wel één aangevuld met de sp.a en aan het hoofd ervan een Waalse socialist. Van een centrum-rechts-linkse regering naar een centrum-links-rechtse regering dus. Het is nu al uitkijken naar welke «strategische» zet Alexander de Croo in 2012 zal doen. We wensen hem in ieder geval nu al veel plezier toe in de regering van komediant-intrigant Elio di Rupo. Of zoals ze in het Engels zeggen: May you live in interesting times…

zondag, oktober 09, 2011

Net-niet-samenvallende verkiezingen plat CD&V-kiezersbedrog

De CD&V klopte zich de laatste dagen op de borst dat áls de federale en regionale legislaturen na 2014 gelijkgeschakeld zullen worden, het Vlaams Parlement de mogelijkheid zal krijgen om zelf de precieze datum van de Vlaamse verkiezingen te bepalen. Klinkklare onzin natuurlijk, want organisatorisch wordt dit een nachtmerrie, en de CD&V is er de partij niet naar om zelfs nog maar in het licht van enkele triviale praktische bezwaren toch te blijven vasthouden aan haar principes.

Meyrem Almaci legde vandaag in De Zevende Dag CD&V, N-VA en Vlaams Belang een goede vraag voor: waarom zijn samenvallende Europese en Vlaamse verkiezingen voor hen nooit een probleem geweest, en zijn Vlaamse en federale verkiezingen dat plots wel? Die vraag gaat naar de essentie van de kwestie, en vermoedelijk heeft zij er zelf geen flauw idee van wat die essentie precies is. Anders zou zij die vraag immers niet gesteld hebben, met het risico dat Jan Jambon of Gerolf Annemans haar van antwoord zouden gediend hebben, want dan had ze meteen ook kunnen inpakken. Gelukkig voor haar en jammer voor de kijker waren beide heren blijkbaar niet helemaal bij de pinken –het was zondagochtend voor iedereen–, en kwam er dus ook geen antwoord op haar vraag. Dat antwoord is nochtans eenvoudig: de Europese verkiezingen leiden niet tot een regeringsvorming die de Vlaamse regeringsvorming overschaduwt of zelfs overneemt, de federale verkiezingen wel. En daar is het hem dus voor de ene precies om te doen, terwijl de anderen zulk scenario trachten te vermijden.

Ondertussen is pijnlijk duidelijk geworden dat CD&V-voorzitter Wouter Beke meer dan een maatje te klein is voor zijn collega's partijvoorzitters. En dat zegt veel wanneer zich onder die collega's onder meer politieke dwergen als een Wouter van Besien en een Caroline Gennez bevinden. Zo bestaat er geen twijfel over dat Wouter Beke zich al een eerste keer fameus liet rollen toen hij zijn zegen gaf aan de hervorming van de Senaat. Op dat ogenblik werd immers al bezegeld dat de regionale en federale verkiezingen voortaan moeten samenvallen, maar de CD&V-voorzitter had dat hoogstwaarschijnlijk helemaal niet door. (Of hij is extreem achterbaks.) Want inderdaad, als de nieuwe Senaat samengesteld wordt op basis van de uitslag van zowel de federale als de regionale verkiezingen, dan wordt dat toch bijzonder onpraktisch als die federale en regionale verkiezingen niet samenvallen. Het betekent immers dat men ofwel de Senaat middenin een federale legislatuur opnieuw zal moeten samenstellen, ofwel een gewijzigde situatie in de regionale parlementen met vertraging in de Senaat zal doorvoeren. Het eerste geval kan ernstige gevolgen hebben voor de federale coalitie, waardoor de regionale verkiezingen plots een belangrijk federaal aspect krijgen. In het andere geval is het in het uiterste geval mogelijk dat gewijzigde politieke krachtsverhoudingen met een vertraging van drie–vier jaar doorsijpelen naar die hervormde Senaat, misschien wel op een ogenblik dat de die verhoudingen in het veld alweer gewijzigd zijn.

Verder verklaart de CD&V natuurlijk keer op keer wel principieel tegen samenvallende verkiezingen zijn, maar wanneer puntje bij paaltje komt volstaat het voor de partij om tegen haar eigen principes te stemmen als er al een meerderheid binnen de federale meerderheid gevonden wordt. Zoals zo vaak zegt de CD&V wel dat ze Vlaams wil zijn, maar even zo zaak zijn de praktische bezwaren snel gevonden om toch maar weer toe te geven aan het Belgische staatsbelang, zoals het dossier–Brussel-Halle-Vilvoorde de afgelopen jaren zo uitvoerig heeft bewezen. Dat er dus een ruime Vlaamse meerderheid tegen is, is voor die partij absoluut geen bezwaar, laat staan een argument om samenvallende verkiezingen nogmaals krachtig af te wijzen. Er moet immers federaal geregeerd worden, en postjes bezet.

Het schamele vijgenblad waar de partij zich vandaag echter tracht achter te verschuilen, is dat het Vlaams Parlement vanaf 2014 de bevoegdheid zou krijgen zelf haar eigen verkiezingsdatum vast te leggen. De regionale verkiezingen zouden dan vanaf 2019 een paar weken voor of na de federale en de Europese verkiezingen kunnen plaats vinden, zo wil de theorie het. Het probleem is enkel dat er in dat vijgenblad enkele grote gaten zitten, zo groot dat ik dit principe van de net-niet-samenvallende verkiezingen zelfs plat kiezersbedrog zou willen noemen. Bij sp.a en Open Vld zal men zich trouwens werkelijk een kriek gelachen hebben toen Servais Verherstraeten hierover vandaag in De Zevende Dag een plechtige oproep richting N-VA deed, om dit principe na 2014 toch maar te willen goedkeuren.

Het staat immers nu al vast dat de CD&V op die oproep zal terugkomen. Er zijn immers twee ernstige bezwaren tegen net-niet-samenvallende verkiezingen die er zullen voor zorgen dat de CD&V zelfs bereid zal zijn als het moet tegen die net-niet-samenvallende verkiezingen te stemmen na 2014. Het eerste bezwaar is louter praktisch: wie gaat immers al die stembureaus bemannen? Als het vandaag vaak al een onmogelijke zaak is om voldoende volk op te trommelen, wat wordt dat dan met twee verkiezingen die kort op mekaar volgen? Maar een nog groter probleem is natuurlijk… Brussel. De CD&V slaagt er nog niet eens in de kinderbijslag in Brussel volgens de gemeenschappen te splitsen, hoe zal ze daar dan wel gescheiden regionale verkiezingen afdwingen? Gaat men werkelijk de Vlaamse Brusselaars de ene week oproepen, de Franstaligen een week later, en vervolgens alle Brusselaars nog eens een derde en een vierde keer voor de Brusselse en de federale en Europese verkiezingen? Daar gaat veel volk naar komen kijken. Dat het Vlaams Parlement na 2014 zélf zal kunnen beslissen op welke zondag de Vlaamse verkiezingen gehouden kunnen worden, vergeet dat dus maar.

En dan stelt zich dus opnieuw de vraag: is Wouter Beke zo dom dat hij gewoon niet snapt dat net-niet-samenvallende verkiezingen praktisch en organisatorisch onmogelijk zijn, en dus flink in de maling genomen werd door de andere federale onderhandelaars? Of weet hij het wel, maar is hij, en met hem de rest van de CD&V-top, zo achterbaks dat hij deze lege doos wil gebruiken als glijmiddel om de samenvallende verkiezingen verkocht te krijgen aan het CD&V-partijcongres? Ik laat het aan de lezer over te overwegen welke van de twee gevallen eigenlijk het ergst is.