Posts tonen met het label Demotte | Rudy. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Demotte | Rudy. Alle posts tonen

vrijdag, oktober 28, 2011

Komediant-intrigant Elio di Rupo

Als de huidige formatiepoging al iets aangetoond heeft, dan wel dat formateur Elio di Rupo er een ietwat speciale leidersstijl op nahoudt. Hoewel hij geen deel uitmaakt van de regering–Leterme II, bestond er weinig twijfel over dat hij de man was die achter de schermen de touwtjes stevig in handen hield. Maar nu hij zelf de leiding moet nemen slaagt hij er niet in zijn reflexen als intrigant achter zich te laten.

Aan de vaststelling dat Elio di Rupo een komediant is, hoeven we niet veel woorden vuil te maken. Wie de persconferentie gezien heeft waar hij de ondertussen beruchte «Comment est-ce qu'il ose?» uitsprak over de nota–De Wever weet immers genoeg. In dat opzicht is Elio di Rupo niet meteen de meest geschikte man om alle clichés over Italianen of homo's als ijdeltuiten en drama queens naar de vuilnisbelt te verwijzen. Dat hij die gewoonte niet meteen van zich zou afwerpen werd niet verwacht, omdat deze trek te fundamenteel is voor Elio di Rupos persoonlijkheid. Uiteindelijk is dit ook niet van zo groot belang voor het komende regeerakkoord of het beleid van de toekomstige regering–Di Rupo I. Ik betwijfel echter wel of dit een stijl is die in Vlaanderen lang in goede aarde zal blijven vallen, als ze dat al ooit gedaan heeft. De dag dat de modale Vlaming er finaal zijn buik van vol krijgt zal Bart de Wever massaal kunnen oogsten.

Opmerkelijker is echter dat hij, nu hij formateur is, gebruik blijft maken van intriges allerhande om in de «Wetstraat 16» te raken. In de plaats daarvan zou hij immers ook kunnen kiezen voor de directe onderhandelingen, voorstellen doen en af en toe zijn wil proberen doordrukken om tot een resultaat te komen. De klacht die al lang meegaat is echter dat Elio di Rupo zich niet wil «smijten», waardoor de onderhandelingen tot in het oneindige blijven aanslepen. Veel tastbaar bewijs hebben we daar als kiezer natuurlijk niet voor, behalve dan dat deze formatie nu al een eeuwigheid duurt. Verder is er nog de manier waarop enkele sleutelmomenten voor deze onderhandelingen tot stand zijn gekomen.

Zo zijn er bijvoorbeeld de liberalen van Open Vld en MR. Eerst mochten ze er niet bij, om uiteindelijk toch te mogen deelnemen aan de gesprekken over de staatshervorming. Het was echter formateur Elio di Rupo niet die hen ten lange leste uitnodigde, maar wel N-VA-partijvoorzitter Bart de Wever. (Achteraf gezien bijzonder ironisch natuurlijk, want precies daardoor kon de N-VA uiteindelijk uit de onderhandelingen geloosd worden, en was het bovendien de Open Vld die als eerste de N-VA als een baksteen liet vallen.) Bovendien moest er eerst nog een rondje komedie met de koning opgevoerd worden vóór de liberalen ook echt mee aan de onderhandelingstafel mochten aanzitten. Officieel «onderging» Elio di Rupo die beslissing, en had hij hen eigenlijk liever niet aan tafel gezien.

Op een gelijkaardige manier verdween de N-VA van de onderhandelingstafel. Officieel had hij hen er liefst bij gehouden, maar wat kon hij eraan doen dat zij zijn uiterst evenwichtige en alleen maar te goeder trouw geschreven nota zomaar pardoes verwierpen? Het zal je als formateur inderdaad maar overkomen! Van een herkansing voor de N-VA kon echter geen sprake zijn – daarvoor was de regeringsvorming natuurlijk te dringend.

Vervolgens was er dan de beruchte donderpreek van koning Albert II de Boze, waarin de vorst een regering hic et nunc eiste, om de volgende dag reeds de onderhandelaars tot maar liefst drie weken vakantie te verplichten. Opnieuw zat er de formateur niets anders op dan de beslissing van een ander te ondergaan, waarna hij gezwind zijn koffers pakte om in Italië weer een beetje bij te kunnen bruinen.

Ei zo na werd aan die drie weken vorstelijk verplichte vakantie nog een vierde week toegevoegd, omdat CD&V-voorzitter Wouter Beke zo dom was geweest een jaar eerder al zijn vakantie een beetje ongelukkig te plannen. Opnieuw een geval van overmacht voor de formateur, zo leek het, tot Wouter Beke de bal terugkaatste en liet weten dat hij dichtbij een TGV-station logeerde, en dus altijd beschikbaar was om snel over en weer te reizen naar Brussel voor een vergadering. Exit vierde week vakantie dus, en Elio di Rupo was bijna betrapt op een beslissing.

Volgend wapenfeit waar Elio di Rupo voor niets tussen zat: het vertrek van de groenen van de onderhandelingstafel eens het luik van de staatshervorming afgerond was. Opnieuwe had de formateur zowel Groen! als Ecolo er liever wel bij gehad in de komende regering, maar Open Vld en in mindere mate ook CD&V hadden nu eenmaal een veto gesteld tegen Groen!, en Ecolo was niet bereid in een regering te stappen zonder hun fractiegenoten uit het Noorden.

Als we het dus allemaal moeten geloven zullen maar liefst drie van de negen partijen die in aanmerking kwamen om deel te nemen aan de volgende federale regering in de oppositie zitten (N-VA, Ecolo en Groen!). Twee anderen waren niet gewenst (MR en Open Vld), maar nemen nu toch deel aan de gesprekken, zij het met de nuance dat één van hen ondertussen met een afscheiding te maken kreeg (FDF). Slechts vier van de negen partijen waren echt gewenst (PS, CD&V, sp.a en cdH), en konden ook aan boord blijven. In aantal kamerleden uitgedrukt betekent dit dat 40 afwezige gewenste kamerleden uitgewisseld werden met 28 ongewenste aanwezigen, terwijl een kern van 65 gewenste aanwezigen behouden werd. Je vraagt je af waar die man feitelijk mee bezig is, want wie de optelsom maakt zal merken dat het aantal afwezigen en ongewensten groter is dan het aantal gewenste aanwezigen. En dat allemaal dus zogezegd buiten zijn wil om!

Een nieuw staaltje van hoe Elio di Rupo liefst elke verantwoordelijkheid van zich afschuift zonder echter de controle te willen verliezen, kregen we deze week te zien. Toen MR-voorzitter Charles Michel op de proppen kwam met zijn eis dat de gewesten en de gemeenschappen een grotere begrotingsinspanning moesten leveren, produceerde Elio di Rupo prompt… twee sets met handpoppen. Het ene setje is beter bekend onder de naam Hoge Raad van Financiën (HRF), en werd eigenlijk gevraagd een nieuwe kopie van een rapport van enkele maanden geleden te maken. Zuiver tijdverdrijf dus, want Elio di Rupo had net zo goed aan Charles Michel kunnen zeggen dat hij gewoon vast zou houden aan het vorige rapport, tenzij Charles Michel goede redenen op tafel zou kunnen leggen om dat niet te doen.

Het tweede setje handpoppen van Elio di Rupo bestond uit het drietal gewestelijke minister-presidenten dat ons landje telt. Twee daarvan, met name de Brusselse minister-president Charles Picqué en zijn Waalse collega Rudy Demotte, zijn van PS-signatuur, en staan bovendien aan het hoofd van twee gewesten die eerder bekend staan om hun chronisch geldgebrek dan hun besparingsijver. De derde minister-president, Kris Peeters, zou wel een inspanning kunnen leveren, was het niet dat hij zich onsterfelijk belachelijk zou maken als hij op het eenvoudige signaal van Charles Michel de Vlaamse buiksriem nog eens zou aanhalen. Zoiets zou geheid voor gerommel binnen de Vlaamse regering zorgen, nog afgezien van het feit dat het ook in zijn voordeel is als de milde sinterklaaspolitiek van volgend jaar ongestoord door zal kunnen gaan zoals reeds jaren geleden gepland. Of toch als hij graag in 2014 herkozen zou willen raken.

Het liet zich dan ook raden dat tweemaal tot dezelfde conclusie werd gekomen: de federale overheid zal zelf de bijdrage moeten leveren die ze moet leveren. Dat stond natuurlijk al van in het begin vast, alleen werd er nog maar eens een week tijd verloren om die dringend noodzakelijke –zegt men toch– federale regering te vormen. Charles Michel kan men echter niet verwijten dat hij voor zijn partijbelangen opkwam, hoe doorzichtig het spelletje dat hij speelde ook was. Dit tijdverlies kan slechts op één iemands conto geschreven worden, en wel dat van Elio di Rupo. In plaats van een stukje dubbel poppenkast op te zetten, had hij Charles Michel onmiddellijk kunnen vertellen waar het op stond. Zich even profileren mag, maar men moet ernstig blijven. En als Charles Michel met dat antwoord geen vrede had kunnen nemen, had hij het bericht moeten krijgen dat hij zich altijd nog naar hartenlust mocht gaan profileren in de oppositie. Met de groenen op de reservebank is de MR nu ook weer niet zo onmisbaar.

Wat betekent dit voor de toekomst? Allereerst dat men zich bij de N-VA nog gelukkig zal mogen prijzen dat men ontsnapt is aan een deelname aan de komende regering–Di Rupo I. Het is best mogelijk dat Open Vld-voorzitter Alexander de Croo deze zomer de vruchten in de bomen zag hangen, maar ondertussen zal misschien toch al het besef gegroeid zijn dat die druiven toch maar zuur smaken. Ga het maar eens aan je achterban uitleggen dat er alweer geen ruimte was voor één van je partijstandpunten na een nieuw stukje theater van Elio di Rupo. De ene keer wordt er één of andere raad van experten opgevist om het liberaal varkentje te wassen, de andere keer een groepje politici van een ander bestuursniveau om zich met een kluitje in het riet te laten sturen. En als wat verteld wordt Elio di Rupo niet zint, zoals recent nog met de Europese aanbevelingen voor de sanering van de overheidsuitgaven, speelt hij gewoon Oost-Indisch doof of voert hij een nieuw nummertje drama op. Het zal dus al goed zijn als de Open Vld in 2014 de kiesdrempel nog haalt.

Ironisch is het trouwens dat Alexander de Croo de regering–Leterme II liet vallen omdat hij onvoldoende liberale accenten kon leggen. Uiteindelijk zal hij terecht komen in precies dezelfde regering, maar dan wel één aangevuld met de sp.a en aan het hoofd ervan een Waalse socialist. Van een centrum-rechts-linkse regering naar een centrum-links-rechtse regering dus. Het is nu al uitkijken naar welke «strategische» zet Alexander de Croo in 2012 zal doen. We wensen hem in ieder geval nu al veel plezier toe in de regering van komediant-intrigant Elio di Rupo. Of zoals ze in het Engels zeggen: May you live in interesting times

zondag, februari 27, 2011

Tricolore blinde vlek: wapenexportvergunningen

De afgelopen week was er nogal wat te doen rond FN-wapens in Libië. Er kwam zelfs een Waalse minister-president aan te pas, die met de tranen in de ogen kwam vertellen hoe geschokt hij toch was dat een Arabisch dictator zomaar zijn voeten geveegd had aan een waterdicht contract. Meest verbazingwekkend is ondertussen dat nog niemand de herfederalisering van de wapenexportvergunningen op de communautaire onderhandelingstafel heeft gelegd: noch de sp.a, noch Groen!, noch één van de Franstalige partijen.

Of de Waalse minister-president Rudy Demotte in Vlaanderen veel punten gescoord heeft met eerst een naïvistische en vervolgens een gespeeld geschokte uitleg, durf ik toch sterk te betwijfelen. Denkt die man soms echt dat wij zulke aartsdomme uilskuikens zijn, dat wij inderdaad verwachten dat Arabische (of andere) dictators hun beste wapens netjes in de kazerne zouden laten staan wanneer ze het vege lijf moeten redden? En dat we vervolgens zouden willen geloven dat de Waalse minister-president ook echt geschokt is wanneer hij met ontegensprekelijke bewijzen geconfronteerd wordt, en ontkennen niet meer kan?

Voor Marc Reynebeau was het dan ook een koud kunstje om een stukje te schrijven dat ferm de draak stak met de hypocrisie van de verenigde Waalse politici. Hij is zelfs zo flink tussendoor te vermelden dat FN Herstal eigendom is van het Waalse gewest – voor een goed begrip: geen meerderheidsparticipatie, maar de volle honderd procent – al was het wel om in één moeite door ook een sneer te geven naar de Vlaamse wapenproductie. Die Vlaamse wapenproductie is overigens niet voor de volle honderd procent in handen van het Vlaamse gewest, verre van, maar een ietwat onoplettende lezer zou al snel met een andere indruk kunnen achterblijven. Ik neem aan dat het een klein schoonheidsfoutje van Marc Reynebeau was – het beste paard kan al eens struikelen –, want hem ervan verdenken opzettelijk een addertje onder zijn gras te steken durf ik niet.

Op één punt heb ik het echter behoorlijk lastig met het stukje van Marc Reynebeau. Waar hij er anders altijd als de kippen bij is om elk Vlaams splitsingsdiscours neer te sabelen als achterhaald, achterlijk of stompzinnig, lees ik nergens een pleidooi of zelfs nog maar een suggestie om de geregionaliseerde bevoegdheid voor wapenexportvergunningen terug naar het federale niveau te brengen. Of dat eventueel toch maar eens te overwegen. En wat historicus Marc Reynebeau ook al verzuimt te doen, is nog eens oprakelen hoe en door wie die bevoegdheid ook al weer geregionaliseerd werd.

Voor de lezers die het zich misschien niet meer zo goed herinneren: de bevoegdheid om wapenexportvergunningen af te leveren werd in 1991 in zeven haasten naar de gewesten overgeheveld, nadat vice-premier Philippe Moureaux van de PS met de institutionele atoombom had gedreigd. Daar waren, zoals voor de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde, dus geen zeven jaren voor nodig, ook geen zeven maanden of zeven weken. Enkele dagen, eigenlijk zelfs maar een paar uurtjes, volstonden ruimschoots om de hele zaak te regionaliseren. Een splitsing «pur et dur» trouwens, met als enige compensatie voor de Vlamingen… dat de Volksunie de eer aan zichzelf mocht houden, met het einde van de regering-Martens VIII tot gevolg. Dat was nog eens andere koek dan de «vijf minuten politieke moed» of het «onverwijld» waarmee de Vlamingen al zo lang aan het lijntje worden gehouden. Over werkgroepen, synoptische tabellen, of kettingbelangenconflicten willen we het nog niet eens hebben.

Laat er echter geen twijfel over bestaan: als er één bevoegdheid in aanmerking komt om opnieuw naar het federale niveau gehaald te worden, dan wel die voor het afleveren van wapenexportvergunningen. Ook al ondervindt ze sterke concurrentie van de wet op de geluidsnormen, die in Brussel door de Franstaligen gebruikt worden om de luchthaven van Zaventem te nekken, en tegelijkertijd door het Waalse gewest soepel toegepast worden in Bierset. Maar dat die wapenexportvergunningen ooit al geregionaliseerd werden is te gek voor woorden, helemaal krankzinnig wordt het als men dan nog eens beseft dat de Waalse regering wat FN Herstal betreft zowel rechter als partij is. Voor de volle honderd procent. Het moet al een order uit Noord-Korea zijn, met daarin de expliciete vraag of de FN-wapens ook efficiënt ingezet kunnen worden om zoveel mogelijk uitgemergelde betogers neer te kunnen schieten in een betoging op het platteland, wil ze door de Waalse PS-regering niet goedgekeurd worden. En zelfs dan nog durf ik er mijn hand niet voor in het vuur steken dat de Waalse jobs en de Waalse belangen uiteindelijk toch niet zwaarder zouden doorwegen. «Anders zal iemand anders toch de wapens leveren,» weet je wel.

De vraag is dan ook: waar zijn nu die principieel pacifistische en communautair zo moedige partijen sp.a en Groen! om de herfederalisering van deze bevoegdheid op de federale onderhandelingstafel te leggen? Misschien kan Groen! er wel een punt van maken om die eis samen met Ecolo op tafel te leggen? Wat houdt de door Marc Reynebeau geviseerde cdH-voorzitster Joëlle Milquet tegen om dit communautaire taboe te doorbreken, en het zelf op tafel leggen? Kan ze meteen aantonen wat een onmens N-VA-voorzitter Bart de Wever wel is, die desnoods over lijken wil gaan om toch maar alles in België gesplitst te houden. Makkelijk zat dus, en het verschaft de CD&V meteen hét excuus om vast te stellen dat de N-VA echt niet in een federale regering wil stappen, waardoor de partij de handen vrij krijgt om een regering-Leterme III op de been te brengen.

Het zijn echter de politici alleen niet die hier massaal in de fout gaan. Waar zijn bijvoorbeeld de revolutionaire volkshelden – in het diepst van hun gedachten toch – van de KVS om nog eens een avond «Niet in mijn naam» te organiseren? Deze keer misschien wel samen met nog meer Franstalige collega's! Of moet het initiatief ook deze keer eerst van de Facebook-generatie komen? Naar een naam voor een nieuwe betoging zullen ze alvast niet langen hoeven zoeken. Kan die immers een betere naam meekrijgen dan SHAME, of het zou HONTE moeten zijn?

donderdag, september 16, 2010

Jan Peumans oogstte wat Béatrice Delvaux iedere dag zaait

Voorzitter van het Vlaams Parlement Jan Peumans werd zondagavond het slachtoffer van fysiek geweld bij het verlaten van een ijssalon in Wezet (Visé). In de Vlaamse media wil men daar opvallend SEREEN over doen, maar het voorval roept toch enkele vragen op. Hoe zit het bijvoorbeeld met de morele schuld van Béatrice Delvaux, die in het verleden in haar krant Le Soir oproepen tot fysiek geweld tegen de N-VA liet publiceren? En waar is het CGKR om zich «voor alle zekerheid» al burgerlijke partij te stellen in dit overduidelijke geval van racistisch geweld?

Jan Peumans werd samen met zijn vrouw achtervolgd door een «opgehitste Waal» – het zou gaan om Robert Liebens, overigens een militant van de beruchte Action Fouronnaise (AF) – toen hij zondagavond een ijssalon verliet in het Waalse Wezet. De belager schold de voorzitter van het Vlaams Parlement uit voor het vuil van de straat, en deelde uiteindelijk ook een paar rake klappen uit. Resultaat was een scheve kaak en een interne bloeding aan het hoofd, maar het had ook veel erger kunnen zijn als er niet toevallig een politiecombi voorbij reed. Opmerkelijk aan de zaak is echter dat de agenten niet bepaald vriendelijk waren voor Jan Peumans, en de zaak liever blauwblauw hadden gelaten wegens «geen tijd». Uiteindelijk werd er toch een proces verbaal opgesteld, maar daar moest Jan Peumans eerst wel lang op aandringen.

In de Vlaamse media wil men duidelijk niet al te veel woorden vuil maken aan deze zaak. Er wordt wel degelijk over bericht, maar meer dan dat is het ook niet. Stel je echter voor dat Jan Peumans' Waalse collega Emily Hoyos ergens in Vlaanderen een paar rake klappen zou krijgen, de toon zou al helemaal anders zijn. Als dan bovendien zou blijken dat toevallig voorbijrijdende agenten de zaak eigenlijk de moeite niet waard vinden om er een proces verbaal van op te stellen, zou het hek helemaal van de dam zijn. En dan hebben we het nog niet gehad over de taal waarin dat proces verbaal opgesteld zou moeten worden – faciliteitengemeente of niet.

Spijkers op laag water? We hoeven maar een jaar terug te spoelen, meer bepaald naar februari 2009, om de proef even op de som te nemen. Supporters van Genk zongen tijdens een wedstrijd tegen Tubeke «Les Wallons, c'est du caca», en meteen stond het land in rep en roer. Aan Franstalige zijde vond men dat de KBVB niet streng genoeg kon optreden tegen de Vlaamse clubs, terwijl de commentatoren aan Vlaamse zijde niet diep genoeg in het stof konden kruipen om een mea culpa uit te schreeuw. Let wel, in die voetbalstadions ging het om niet meer dan verbaal geweld, en dus niet om fysiek geweld. En er is nog altijd een wezenlijk verschil tussen iets kwetsend vinden, en letterlijk gekwetst worden.

Mogen we verder ook even herinneren aan wat nog niet zo heel lang geleden zwart op wit gedrukt stond in Le Soir, en wat die krant de bijnaam Gazette Mille Collines opleverde? Op zaterdag 22 maart 2008 bijvoorbeeld mocht Pierre Bouillon uit de doeken doen hoe hij de «regering-Leterme ¾» wou redden:
Petit a : convoquer la N-VA au port d’Ostende. Et quand on dit N-VA, c’est toute la N-VA : président, vice-présidents, secrétaire général, trésorier, sénateurs, députés, élus régionaux, élus communaux, élus provinciaux, présidents des sections locales, militants, sympathisants, électeurs. Petit b : embarquer tout ça dans un cargo et l’emmener au milieu de l’Atlantique. Petit c : couler le rafiot.
De N-VA diende klacht in wegens racisme, maar het CGKR verklaarde zich onbevoegd. Begin dit jaar was het echter weer prijs, toen de krant een foto van een massagraf afdrukte naast een vrije tribune van Jean-Paul Marthoz over de Vlaamse wooncode. Opnieuw diende de N-VA klacht in, alweer zonder resultaat. Of toch: politiek-correct Vlaanderen vond het nodig Bart de Wever door de mangel te halen.

Hoofdredactrice Béatrice Delvaux was zich hardnekkig van geen kwaad bewust, noch bij het eerste noch bij het tweede artikel. Meer zelfs, volgens haar was het tweede artikel een oproep tot meer democratie en samenhorigheid. Ze mocht daarbij haar standpunt uitgebreid verdedigen in de Nederlandstalige en in Noord-België verschijnende krant De Standaard, en krijgt daar tot op de dag van vandaag trouwens nog regelmatig ruimte om haar mening te ventileren. Het is een voorrecht waar niet iedereen van kan genieten. Mandatarissen van een bepaalde partij bijvoorbeeld moeten al minstens een aura van dissidentie binnen de partij rond zich hangen hebben om nog maar in aanmerking te kunnen komen voor één enkel opiniestuk. Die partij werd dan ook in tweede herkansing veroordeeld wegens racisme, in tegenstelling tot de in de ogen van de redactie van De Standaard eerbiedwaardige krant Le Soir.

Maar zoals de kogels in Nederland niet van rechts kwamen, of de messteken uit islamofobe hoek, zo werden ook de rake klappen zondagavond niet uitgedeeld door een extreem-rechtse Vlaming. Toen Hans van Themsche het vier jaar geleden in zijn zieke hoofd kreeg twee mensen op klaarlichte dag neer te schieten, werd onmiddellijk het concept «morele schuld» gecreëerd om te bewijzen dat het Vlaams Belang achter de moord zat. Noch het Vlaams Belang, noch het Vlaams Blok hebben ooit opgeroepen tot het gebruik van fysiek geweld tegenover buitenlanders, maar toch had de partij met haar discours een atmosfeer gecreëerd waarin de moorden mogelijk geworden waren. Of zo ging toch de redenering. Hoeveel zwaarder moet dan niet de «morele schuld» van Béatrice Delvaux en Le Soir vandaag wegen, wanneer men de gebeurtenissen van zondagavond naast de twee hierbovenvermelde artikels plaatst? Moest een idioot het ooit eens in zijn hoofd halen de hoofdredactrice van Le Soir te «komen vinden» in Dilbeek, moet men er niet aan twijfelen dat de morele schuld binnen de kortste keren in de schoenen van Bart de Wever en de N-VA zou geschoven zijn. Ook door Vlaamse commentatoren overigens.

De Waalse minister-president Rudy Demotte raakte vandaag trouwens niet veel verder dan Jan Peumans obligaat beterschap te wensen, en iets te wauwelen over «Waalse waarden», namelijk openheid en goede ontvangst. Maar wat zou hij met die «Waalse waarden» eigenlijk bedoeld hebben? Ik neem aan dat hij het eigenlijk over «Belgische» waarden had, ja toch? Of nam hij de gelegenheid te baat om de Vlamingen nog eens impliciet diets te maken dat zij die waarden van openheid en goede ontvangst niet zouden kennen? En wat te denken van de voorzitster van het Waals Parlement Emily Hoyos, die het had over de «natuurlijke gastvrijheid en vreedzaamheid van de mannen en vrouwen in Wallonië», en dat de Walen «des gens de dialogue» zouden zijn. Ik hoop maar dat ook dat niet impliciet «in tegenstelling tot» stond. Bij geen van de twee kon er trouwens een opmerking over het gedrag van die politieagenten af. Misschien waren het wel toevallig allochtone politieagenten, die ondanks alles nog niet zo goed geïntegreerd waren in de Waalse maatschappij?

Heeft iemand trouwens al een reactie van het CGKR opgevangen? Het centrum is er anders als de kippen bij om elk voorval waar van ver of dichtbij racisme bijgesleurd kan worden te veroordelen in de media, maar vandaag heb ik hen nog niet gehoord. Bij Gazet van Antwerpen luidt het nochtans dat de Waal onder meer «sale Flamand» zou geroepen hebben, wat weinig twijfels overlaat wat betreft het motief van de dader. Stel je voor dat de dader geen Waal, maar een Vlaming was geweest, het slachtoffer een Marokkaan, het voorval niet in Wezet maar in Antwerpen had plaatsgevonden, en de dader onder meer «vuile Marokkaan» of «vuile moslim» had geroepen. De vraag zou dan niet geweest zijn óf het CGKR daarover een persmededeling met veel grote letters de wereld zou insturen, maar wel hoeveel minuten, geen uren het centrum daarvoor nodig zou gehad hebben. Maar ja, het slachtoffer was maar een flamin, en Franstaligen kunnen hoe dan ook en principieel niet van racisme verdacht worden. Zelfs al zouden er ooit doden vallen, dan nog zal het CGKR nadrukkelijk de handen in onschuld blijven wassen.

Reeds 180 jaar spreken de Franstaligen Frans wanneer ze met Vlamingen aan tafel zitten, en vinden dat niet meer dan normaal. Wanneer een Bart de Wever het na meer dan zestig dagen Franstalig onderhandelen in zijn hoofd haalt eventjes Nederlands te spreken, wordt dat al opgevat als een provocatie. Aan Franstalige zijde heeft men de mond vol over het principe dat geen enkel gewest of gemeenschap mag verarmen door een herziening van de financieringswet, om vervolgens een blanco cheque van 500 miljoen euro voor Brussel te vragen, neen, te eisen. Alsof dat geen verarming voor Vlaanderen zou inhouden. Wanneer Genkse voetbalsupporters idiote slogans scanderen, staat het land in rep en roer, maar wanneer de voorzitter van het Vlaams Parlement een pak slaag krijg, probeert men aan Franstalige zijde, bewust of onbewust, de Vlamingen nog eens in te peperen dat zíj, en zij alleen, de echte racisten en agressoren in België zijn. Een mens kan zich dan alleen maar afvragen wat Bart de Wever eigenlijk bezielt om met dit soort volk nog steeds aan de onderhandelingstafel te willen blijven zitten.

vrijdag, september 12, 2008

Sven Gatz wil in een leeg zwembad duiken

Sven GatzOp zijn blog beklaagt Sven Gatz er zich over dat de N-VA geen gat in de lucht sprong van vreugde na de reactie van de Franstaligen op de nota-Peeters. «Men moet in het water springen om te leren zwemmen en niet pruilend aan de kant blijven staan met het excuus dat men zijn zwembroek is vergeten,» leest hij Geert Bourgeois en Bart de Wever de les, maar stapt hij wel een beetje licht over dat kleine detailletje dat het probleem niet echt is dat de N-VA haar zwembroek vergeten is, maar dat de Franstaligen het zwembad hebben laten leeglopen.

Beginnen we toch maar even bij het begin met de zwembad-metafoor van Sven Gatz. In juli stelde Yves Leterme vast dat er met de Franstaligen echt geen zwempartijtje in zat, en dus huurde het Paleis drie redders in die eigenlijk als voornaamste opdracht hadden ervoor te zorgen dat vooral Koning Albert II droge voeten kon blijven houden – of dat nu betekende dat de Franstaligen alsnog mee in het onderhandelingsbad kropen, of de Vlamingen aan de kant zouden blijven staan zonder dat de Kroon in het water zou belanden. Zoals te verwachten viel, hebben de drie redders deze zomer vooral in de graskant in de zon gelegen.

Eind augustus kon Vlaams Minister-President Kris Peeters de toestand niet langer aanzien, en liet hij op eigen initiatief het zwembad met fris water vollopen om daarna de Franstaligen, en dan in het bijzonder zijn Franstalige tegenhanger Rudy Demotte, uit te nodigen voor een frisse duik. Aanvankelijk reageerde de Franstaligen verdeeld en raakten zelfs met mekaar slaags aan de rand van het zwembad. Uiteindelijk vonden ze echter hun eensgezindheid weer terug, en lieten op een professionele wijze het zwembad in een mum van tijd weer leeglopen. Meer zelfs, één van hen, Olivier Maingain, plaste nog eens nadrukkelijk in de droge put door de uitbreiding van Brussel en de benoeming van de drie Franstalige burgemeesters in de Vlaamse Rand te eisen. Hoeft het te verwonderen dat de N-VA niet bepaald happig is om haar nek te breken door een flukse duik vanaf de zeven-meter-springplank?

Ergerlijker is echter dat zowel Open Vld als sp.a ondertussen aan de kant de grootste komedie staan op te voeren door te doen alsof het zwembad nog steeds tot aan de rand met fris water gevuld is, en veinzen dat ze staan te popelen om een duik te maken. Alleen… N-VA en Kris Peeters moeten van hen wel met hen meespringen, ja, ze moeten zelfs éérst springen en liefst ook nog hun ogen sluiten en de neus dichtknijpen ook. En ze verwijten die twee bovendien onredelijkheid als ze dat niet meteen én met veel enthousiasme willen doen. De vraag is alleen: wat houdt hen eigenlijk tegen om samen met Groen! in de federale Kamer een alternatieve meerderheid samen te stellen –was het niet de sp.a die Groen! de toegang tot het zwembad ontzegde?– om alsnog samen met de Franstaligen een frisse duik in dat toch zo uitnodigende zwembad te nemen? De Vlaamse kiezer zal in dat geval ongetwijfeld de heldhaftigheid en de moed van de Open Vld en de sp.a op prijs weten te stellen, en de twee partijen met een enorme verkiezingsoverwinning belonen op 7 juni 2009, ook al gaat het op die dag om regionale verkiezingen die in principe niets, maar dan ook niets met de federale staatshervorming te maken hebben. Onbegrijpelijk dat die twee partijen zo'n kans zomaar laten liggen.

zondag, september 07, 2008

Nota-Peeters vergeefse moeite

Kris PeetersNog geen vierentwintig uren oud was ze, en het werd al duidelijk dat ook de nota-Peeters vergeefse moeite was om een serieus gesprek aan te kunnen vatten met de Franstaligen. In een eerste reactie wilden ze zich immers niet door de Vlamingen laten dicteren wie er wel en wie er niet in hun delegatie mocht zitten, maar na een (voorlopig eerste) aanpassing van de nota dicteerde Didier Reynders plots wel dat Yves Leterme ook aan tafel moest zitten, of hij zou zijn kat sturen. Diezelfde Didier Reynders overigens die er in juli nog met een lang gezicht bijliep omdat hij toen door de Vlamingen geweerd werd.

Het bovenstaande stukje totentrekkerij dat Didier Reynders opvoerde naar aanleiding van de nota-Peeters spreekt boekdelen, en toont duidelijk aan dat de Franstaligen nog steeds het gevoel hebben dat ze het zich perfect kunnen veroorloven grandioos met de voeten van de Vlamingen te spelen. Immers, in juli dachten de Vlamingen nog dat de Franstaligen het eindelijk begrepen hadden en we afstevenden op een dialoog van gemeenschap tot gemeenschap, dat wil zeggen: één tussen Kris Peeters en zijn Franstalige collega Rudy Demotte. De nota-Peeters maakte echter een opening voor een dialoog waarbij ook Brussel vertegenwoordigd is aan beide zijden van de tafel, zij het met een klein omweggetje, én zorgt ervoor dat ook Didier Reynders kan deelnemen aan de gesprekken in zijn hoedanigheid van federaal Minister van Institutionele Hervormingen. En dat laatste dus enkel en alleen maar omdat de MR in de verscheidene deelregeringen in de oppositie zit maar toch graag mee zou willen praten over de staatshervorming.

De vraag die men zich ondertussen aan Vlaamse zijde moet stellen, en die met het partijcongres van de N-VA op 21 september prangend op de voorgrond komt, is in hoeverre er met de Franstaligen de komende weken en maanden echt een ernstig gesprek gevoerd zal kunnen worden over een staatshervorming. Het schouwspel beneden de taalgrens kan daar eigenlijk weinig twijfel over laten bestaan, en N-VA-partijleden die op 21 september wensen verder te gaan met de regering-Leterme I –al dan niet «met de dood in het hart»– riskeren bij hun kiezers twijfel te zaaien over hun politieke, strategische en niet in het minst ook intellectuele capaciteiten in hun bovenkamer. De Franstaligen geven immers sterk de indruk dat zij voorlopig nog niet van plan zijn de komende gesprekken op iets zinvols te laten uitdraaien, en dan zeker de eerste jaren niet.

Jaren? Wanneer men vandaag aan Franstalige zijde «belooft» dat de Vlamingen vóór de komende regionale verkiezingen niets hoeven te verwachten, kunnen alleen kerstekinderen aan Vlaamse zijde verwachten dat er binnen twee jaar wél een grote staatshervorming uit de hemel zou komen gevallen. Hoewel: Herman van Rompuy schijnt tot die groep kerstekinderen te behoren, want, zeer ambitieus als hij is, hoopt hij dat er vóór de verkiezingen misschien toch al wel voorakkoorden zouden kunnen gesloten worden. Voorakkoorden! Gaan we op dat élan verder, kunnen de eerste wetsvoorstellen misschien al tegen de zomer van 2011 geformuleerd worden, tegen de lente van 2017 ingediend, en ergens in de loop van de herfst van 2042 misschien zelfs gestemd. Als ze bij de N-VA dus toch maar een beetje geduld zouden willen hebben…

Want als er aan één ding zeker niet getwijfeld mag worden, dan toch wel aan de federale loyauteit van de Franstaligen. Wat Rudy Demotte eerder deze week trouwens ook nadrukkelijk in de media kwam verkondigen. Voor wie geen goed verstaander zou zijn: in tegenstelling tot die doortrapte Vlamingen dus, die hun belofte om 400 miljoen euro opzij te zetten om de federale begroting te redden «zomaar» introkken. Waar Rudy Demotte wel aan voorbijging, was dat die 400 miljoen euro beloofd waren onder voorwaarde dat er ondertussen een staatshervorming zou komen. En dat geen enkele Franstalige politicus op dat ogenblik aan de federale regering vertelde dat die 400 miljoen euro dan maar best buiten de begroting gehouden zou worden, om het op die manier te zeggen. Tot zover die Franstalige loyauteit dus. (En hoe «loyaal» was die 80/20-verdeelsleutel eigenlijk om te beginnen?)

Wat mogen we de komende dagen en weken dan verwachten?
Allereerst een voortzetting van het Franstalig gebakkelei over wie er wel en wie er niet rond de tafel zal mogen zitten bij de «interinstitutionele dialoog», en of de Vlamingen überhaupt wel meningen mogen hebben over wie er in de Franstalige delegatie zal zitten, en tegelijkertijd Franstalige veto's en eisen over wie er in de Vlaamse (en de federale) delegatie zal zitten. Volstaat dat niet om de kaap van 21 september te halen, kan er altijd nog een rondje bij over de vraag wat er wel en wat er niet op het «menu» van de dialoog zal mogen staan, iets over de koopkracht of asielzoekers, maar ik verwacht dat als de N-VA haar vertrouwen in de federale regering finaal zou opzeggen, de Franstaligen dit zullen aangrijpen als een nieuwe kans om nog maar eens een vertragingmanœvre in te lassen. Eén mogelijkheid is de plaatsing van Brussel-Halle-Vilvoorde op de agenda, waardoor de CD&V in een bijzonder lastig parket geplaatst kan worden als die partij de regering-Leterme I toch zou blijven steunen. Dat betekent niet dat er veel betere of snellere resultaten verwacht hoeven te worden als de N-VA toch haar vertrouwen aan de federale regering zou geven: in dat geval zal de fameuze dialoog vroeg of laat –laat ons zeggen eerder laat– van start gaan, waarna zij tergend langzaam zal voortschrijden om uiteindelijk in niets te verzanden.

De cruciale zaak is immers de volgende: de Franstaligen zijn ervan overtuigd dat Yves Leterme bereid is niet alleen zijn kartel maar desnoods ook zijn partij op te offeren om toch maar aan de macht te kunnen blijven tot 2011. Dit kan niet beter geïllustreerd worden dan door zijn afwezigheid op de Gordel omwille van «familiale» redenen, terwijl hij wel –en reken maar: gretig en met veel plezier– naar de XIIe Sommet de la Francophonie in Québec zal trekken. En niet te vergeten: nu het erop lijkt dat het Verdrag van Lissabon dan toch ten dode opgeschreven is, behoudt het roterende voorzitterschap van de EU haar huidige belang, en aan wie zal het de beurt zijn in de tweede helft van 2010? Precies: België, en wees er maar zeker van dat Yves Leterme hardnekkig zijn best zal doen om dát stukje kaas niet van zijn boterham te laten halen. Geef de Franstaligen maar eens ongelijk wanneer zij denken dat er met de Vlamingen nog steeds niet echt onderhandeld hoeft te worden over een staatshervorming.

zaterdag, juli 05, 2008

Nood aan een Plan VL, geen Plan B

Plan B of Plan VL?Nogal wat Wetstraatanalysten zijn de laatste dagen geobsedeerd door een Plan B: zou er eentje of meerdere bestaan, wie heeft ze uitgewerkt, en hoe zouden ze eruit zien? Waarop politici keer op keer nadrukkelijk onderstrepen dat ze zich niet bezighouden met het uitwerken van een Plan B, of dat het eenvoudigweg geen optie zou zijn. Voor één keer geef ik hen volmondig gelijk: de tijd voor een Plan B is al lang voorbij, het is tijd voor een Plan VL.

De kern van het probleem is de impasse rond de onderhandelingen over de staatshervorming. De lezers van deze blog weten natuurlijk al langer dan vandaag dat de tegenstellingen over Brussel-Halle-Vilvoorde zo fundamenteel zijn dat een eerbaar compromis niet meer mogelijk is, en blijkbaar begint zelfs Yves Leterme dat nu ook te beseffen – dat wil zeggen, wanneer hij eens een helder moment heeft. Opvallend is wel dat voorlopig nog niemand erin slaagt, durft of wenst te denken aan een oplossing die zich buiten het Belgische referentiekader beweegt, met uitzondering van het Vlaams Belang natuurlijk. Voor alle duidelijkheid: zelfs Jean-Marie Dedecker denkt nog altijd dat het met België zou kunnen, en een Karel de Gucht herhaalde vandaag nog eens in De Standaard dat er geen enkel uitvoerbaar scenario zou bestaan voor de splitsing van België. Het zegt meer over de beperkte intellectuele capaciteiten van de man dan over het bestaan van zulke scenario's.

Laten we immers eens enkele scenario's doorlopen, en onszelf daarbij in tegenstelling tot de journalisten Wouter Verschelden, Steven Samyn en Isabel Albers geen Belgische beperkingen laten opleggen. Het uitgangspunt is daarbij een exitstrategie voor de CD&V, want, en daar heeft het trio impliciet gelijk in, noch de Franstalige partijen, noch de Open Vld hebben er op dit ogenblik behoefte aan de regering-Leterme I te laten vallen. Zelfs bij oppositiepartij sp.a zou men het best kunnen verdragen als de federale regering nog een paar maanden verder zou kwakkelen van de ene crisis naar de andere.

Het is echter helemaal niet zeker dat de CD&V bereid zal zijn de stekker uit deze federale regering te trekken. Het chronische probleem van de CD&V/CVP is immers dat zij op het cruciale moment telkens weer door de knieën gaat voor la raison d'état, en dat ook reeds meermaals heeft gedaan het afgelopen jaar. Zowel de installatie van de regering-Verhofstadt III als Leterme I zijn daar voorbeelden van.

Maar als de CD&V tegen 15 juli dan toch niet plooit, is één mogelijkheid dat Yves Leterme bij de koning zijn ontslag aanbiedt, en dat de koning vervolgens een informateur, verkenner of ontmijner aanstelt die probeert onderhandelingen aan te knopen voor een nieuwe federale regering. De CD&V kan dan proberen deze keer haar kaarten juist te spelen door zich niet, zoals verleden jaar, te laten verleiden om zélf die rol op te nemen. Laat Didier Reynders, Joëlle Milquet of Elio di Rupo zelf maar eens proberen de problemen op te lossen, in plaats van de boel voortdurend te saboteren. Dat vergt echter ten eerste dat Yves Leterme zijn ijdelheid laat varen en zijn «nederlaag» erkent, en ten tweede dat ook Herman van Rompuy of Jean-Luc Dehaene niet opnieuw in het belang van België en tegen de belangen van de CD&V in opdraven als slaafjes in dienst van Albert II. Dat laatste punt is misschien nog het meest heikele.

De Franstaligen hebben immers tot nu toe al een jaar in een bijzonder gemakkelijke zetel mogen zitten, en hoeven niet eens de rekening te betalen wanneer zij nog maar eens een onderhandelingsronde kelderen door allerlei onzinnige eisen te stellen, en tegelijkertijd voor de camera's uit te schreeuwen dat Yves Leterme geen concrete voorstellen zou maken. Laat hen zélf eens een paar concrete voorstellen samenstellen over bijvoorbeeld Brussel-Halle-Vilvoorde, die dan naar believen door de CD&V afgeschoten zullen mogen worden. Het zou wel eens een zeer verhelderend schouwspel kunnen worden.

Een andere mogelijkheid is dat het Vlaams Parlement, en niet de Vlaamse Regering, eindelijk op de baan zou komem. Dat Minister-President Kris Peeters rechtstreekse met zijn Waalse tegenhanger Rudy Demotte zou beginnen onderhandelen is absoluut niet nodig en heeft trouwens weinig zin –de ongrondwettelijkheid ervan is daarentegen zeer betwistbaar en doet niet eens terzake– maar het Vlaams Parlement zou gewoonweg precies hetzelfde kunnen vaststellen als wat Yves Leterme vaststelde op de fractievergadering van zijn partij, en een commissie samenstellen met, inderdaad, bijvoorbeeld Yves Leterme aan het hoofd. Die commissie kan dan rechtstreekse onderhandelingen opstarten met de Franstaligen, en die moeten dan zelf maar uitvissen wie zij willen afvaardigen: Rudy Demotte of bijvoorbeeld Elio di Rupo of Didier Reynders. Van een dolk in de rug van Yves Leterme is er dan geen sprake,en bovendien kan Kris Peeters dan gewoon zijn taken als Minister-President verder zetten. Dat laatste kan trouwens moeilijk beschouwd worden als een overbodige luxe in deze economisch nogal onzekere tijden. Waar die commissie dan precies over zal onderhandelen moet het Vlaams Parlement uitmaken, maar in principe kan dat ook de verdeling van de federale schuld en een regeling voor Brussel omvatten. Alvast één voordeel van dit scenario is dat de CD&V op die manier het initiatief kan behouden.

Een radicaler scenario waar CD&V waarschijnlijk nog helemaal niet klaar voor is, is het volgende: het Vlaams Parlement roept de onafhankelijkheid uit, benoemt Yves Leterme voorlopig tot President en geeft hem grosso modo dezelfde onderhandelingsopdracht als in het vorige scenario. Ondertussen kan het Vlaams Parlement de discussie voeren over een Vlaamse Grondwet en hoe de presidentiële rol precies ingevuld kan worden, en op 7 juni 2009 kunnen dan de eerste rechtstreekse Vlaamse presidentsverkiezingen gehouden, tenminste als voor die optie gekozen wordt. Dit scenario heeft in ieder geval als voordeel dat het ook duidelijkheid schept tegenover de buitenwereld, en dan in het bijzonder de buurlanden en onze Europese partners, maar het vergt anderzijds wel dat CD&V definitief breekt met België.

Is een splitsing van België dan uitvoerbaar? Het is tekenend dat iemand als een Karel de Gucht, die zichzelf als een zo groot intellectueel beschouwt dat hij denkt dat hij 's nachts in zijn eentje heel Berlaar en omgeving kan verlichten, er niet in slaagt te erkennen dat waar er een wil is, er ook een weg zal zijn. Nu, als Minister van Buitenlandse Zaken voelt hij misschien dat hij het zich niet zou kunnen veroorloven iets anders te zeggen, maar een Franstalig Minister van Buitenlands Zaken zou er waarschijnlijk geen enkel probleem van maken om de idee van Wallobrux of een aanhechting aan Frankrijk te verdedigen, zonder zelfs te moeten vrezen in Laken op het matje geroepen te worden. Het zegt veel over de nog altijd onderdanige houding van de Vlamingen, en Karel de Gucht in het bijzonder.

Wat zou er immers niet uitvoerbaar zijn aan de splitsing van België? De grenzen liggen al vast, want internationaal en volkenrechtelijk hebben de Franstaligen geen poot om op te staan om in Vlaams-Brabant lappen grond op te eisen. Vandaar ook hun vraag om een corridor: die eis op zich houdt al de erkenning in dat ze verduiveld goed weten de Zes wel degelijk bij Vlaanderen horen. In Brussel zelf heeft Vlaanderen betere kaarten dan het Belgische establishment ons wil voorhouden: zullen bijvoorbeeld Groot-Brittannië, Duitsland en de Verenigde Staten toelaten dat de EU- en NAVO-gebouwen zomaar terecht zouden komen in ofwel een Franse vazalstaat, ofwel Frankrijk zelf? Vlaanderen heeft wat Brussel betreft internationaal enkele sterke partners om tot een goede regeling te komen die ook aan de belangen van de Vlamingen tegemoet komt, als het tenminste wil. De federale schuld ten slotte is geen echt probleem, doch slechts een kwestie van onderhandelen.

Overigens zijn de uitspraken van Karel de Gucht nog behoorlijk gewaagd. Het staat immers zo goed als vast dat België in de loop van de komende twintig jaar wel degelijk gesplitst zal worden. In 2028 zal koning Albert II immers 96 jaar worden, als hij die leeftijd al haalt (ik wens het hem als mens van harte toe), en het lijkt dus volkomen onwaarschijnlijk dat hij dan nog op de troon zal zitten. Zelfs met de best mogelijke gezondheid op die leeftijd valt het amper voor te stellen hoe hij dan zijn kersttoespraken zou houden of de eed zou afnemen van regeringsleden, om nog maar te zwijgen over het leiden van regeringsonderhandelingen. Of zijn zoon prins Filip, die dat jaar 68 zal worden, België bij mekaar zal kunnen houden is bijzonder twijfelachtig. Tot nu toe heeft hij eerder de indruk gegeven het Belgische probleem eerder groter te zullen maken dan kleiner. En dat hij zijn beurt voorbij zou laten gaan ten voordele van zijn dochter prinses Elisabeth, dan 26 jaar oud, is niet realistisch. Het is dus vrijwel zeker dat Karel de Gucht op relatief korte termijn reeds door de geschiedenis terecht zal gewezen worden, maar dat zal hem waarschijnlijk niet beletten te blijven volharden in zijn Belgische boosheid.