Posts tonen met het label Bush | George W.. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Bush | George W.. Alle posts tonen

donderdag, september 19, 2013

Diplomatiek brokkenparcours van Obama

«Now let me be clear: I suffer no illusions about Saddam Hussein. He is a brutal man. A ruthless man. A man who butchers his own people to secure his own power… The world, and the Iraqi people, would be better off without him.» Deze woorden werden in oktober 2002 uitgesproken in een hevige anti-oorlogstoespraak op het Federal Plaza in Chicago. Redenaar van dienst: een jonge, beloftevolle Democratische senator uit Illinois, die luisterde naar de naam… Barack Obama. Vandaag, elf jaar later, zou hij dezelfde woorden kunnen gebruiken om deze keer wél ten oorlog te trekken, tegen Bashar al-Assad.

Laat er geen twijfel over bestaan: we gaan geen traan laten voor Bashar al-Assad moest hij morgen omkomen door een goedgemikte raket op één van zijn paleizen. Maar we hebben toch ook enkele vragen over wat het post-Assad-tijdperk voor Syrië en het Midden-Oosten zal brengen. In tegenstelling tot de psychiatrische patiënt Guy V. en konsoorten geloven we namelijk niet dat de Syrische oppositie vrijwel uitsluitend uit goedmenende democraten bestaat, en daarom onze onvoorwaardelijke steun verdient.

Twee van de redenen waarom Barack Obama in 2002 de interventie in Irak verwierp, was precies dat er geen strategie voor het post-Hoessein-tijdperk voorhanden was, en dat er geen sterke internationale steun voor de interventie bestond. Op die twee punten doet Barack Obama het vandaag zeker niet beter dan George W. Bush toen. Rusland en China zijn tegen een interventie in Syrië, en zelfs het Britse Lagerhuis houdt de boot liever af. Vandaag zijn het de Fransen die nog het meest zin in een oorlog in Syrië lijken te hebben. De tijd van de zogenaamde Freedom Fries ligt dan ook al een paar jaar achter ons.

Coalition of the Willing

Maar met Rusland en China zo duidelijk gekant tegen een interventie in Syrië, en Groot-Brittannië aan de kant, zal het nog afwachten worden of Obama's Coalition of the Willing zoveel groter zal zijn dan die van George W. Bush. In april 2003 stond voor die laatste de teller op 48 landen, weliswaar met enkele militaire «grootmachten» als de Marshalleilanden, Micronesië, Palau en de Solomoneilanden, maar toch. Ondanks de steun van die 48 landen lieten de westerse media niet na herhaaldelijk te benadrukken hoe geïsoleerd George W. Bush wel niet stond. Benieuwd of ze dat met Barack Obama ook zullen doen.

En het is zelfs niet zeker of Barack Obama wel over voldoende nationale steun beschikt om tussen te komen in Syrië. Aan Republikeinse zijde is men er bepaald niet happig op om na Libië nu al voor de tweede keer op korte tijd door de Fransen in een oorlog betrokken te worden. Als stank voor dank voor de hulp om Moammar al-Qadhafi omver te werpen werd trouwens een paar maanden later de Amerikaanse ambassadeur J. Christoffer Stevens in Benghazi vermoord. Het voorstel van Sarah Palin om heel het zaakje aan Allah over te laten komt dan ook niet bepaald uit de lucht gevallen. Trouwens, iemand vrijwilliger om over enkele maanden Amerikaans ambassadeur in Aleppo te worden?

Binnenlands politiek spelletje

Het is dus lang niet zeker dat Barack Obama in het Huis van Afgevaardigden, waar de Republikeinen over een meerderheid beschikken, wel voldoende steun zal krijgen voor een interventie in Syrië. Daarom ook dat Barack Obama een achterpoortje openliet in zijn toespraak van afgelopen zaterdag. Hij vroeg immers niet de toestemming van het Congres, maar vond alleen maar dat met de steun van het Congres de Verenigde Staten sterker zouden staan.

In het geval van een herhaling van het Britse scenario in Washington D.C. meent Barack Obama toch over de bevoegdheid te beschikken om op eigen houtje een interventie te bevelen. Bij de top van de administratie klinkt het dan ook dat er wel degelijk een aanval in Syrië zal komen, ongeacht de uitslag van de stemming in het Congres. Barack Obama's vraag om steun van het Congres is dan ook niet meer dan een politiek spelletje om de Republikeinse oppositie mee in het bad te trekken.

Aangekondigde verrassingsaanval?

Nogal wat waarnemers stellen dan ook vragen bij het tactische inzicht van president Barack Obama wat betreft militaire vraagstukken. Een jaar geleden trok hij immers al een rode lijn, waardoor hij nu gevangen zit in zijn eigen logica om tussen te komen na de aanval met gifgas in Ghouta. Een blunder van formaat, want als er toch geen tussenkomst in Syrië volgt, ligt zijn geloofwaardigheid volledig aan diggelen.

Vervolgens gaf Barack Obama enkele oorlogsschepen het bevel op te rukken naar het oostelijk gedeelte van de Middellandse Zee. Daardoor ontstond de indruk dat een raketaanval elk ogenblik kon beginnen. Veel meer dan een voorbereiding bleek dat ondertussen niet te zijn, want in zijn toespraak stelde hij een tussenkomst immers uit tot minstens na 9 september, de datum voor het debat in het Congres. Daardoor geeft hij Bashar al-Assad en zijn kliek uitgebreid de kans om zich goed voor te bereiden op een nakende aanval. Inclusief het in veiligheid brengen van familie, geld en alles van waarde dat versleept kan worden naar buurland Libanon. Van een verrassingsaanval is dus al lang geen sprake meer. Vooral de arme drommels die niet over de juiste connecties en de middelen beschikken om op tijd naar het buitenland te vluchten riskeren dus onder Amerikaanse raketten terecht te komen.

Wie heeft het gedaan?

Blijft nog de vraag wie achter de aanval met gifgas zat, want die is nog steeds niet afdoende beantwoord. Volgens de Amerikanen bestaat er vrijwel –vrijwel– geen twijfel over dat het de troepen van Bashar al-Assad waren. De Russen beweren ondertussen stellig het tegendeel, terwijl de Chinezen lijken voor te doen van niets te weten en de resultaten van een onafhankelijk onderzoek willen afwachten.

Nu willen we intuïtief wel meer geloof hechten aan wat een Amerikaanse inlichtingendienst ons komt te vertellen dan een Russische, en al zeker een Chinese, maar het blijft woord tegen woord. En een inlichtingendienst dient toch in de eerste plaats de belangen van haar land, en dus niet noodzakelijk de waarheid. Onze stelling van vorige week dat vooral de Syrische oppositie belang had bij een aanval met gifgas blijft overeind, maar Bashar al-Assad zou de eerste dictator niet zijn die zijn ondergang bezegelde met net die ene arrogante provocatie te veel.

Dit artikel verscheen op 4 september 2013 in 't Pallieterke.

vrijdag, september 13, 2013

Gifgas in Damascus: in wiens belang?

Op 21 augustus werden er ten oosten van Damascus enkele aanvallen met gifgas uitgevoerd. Er zouden honderden tot misschien wel tweeduizend doden gevallen zijn, en wel negenduizend gewonden. De aanval zorgde voor een golf van verontwaardiging over de hele wereld. Wie de aanval precies uitvoerde is op het ogenblik dat dit stukje geschreven wordt verre van duidelijk, maar hoofdverdachte is Bashar al-Assad en het officiële Syrische leger. Maar welk belang had hij bij zo'n aanval, op een steenworp van het hotel van enkele net neergestreken VN-inspecteurs?

De aanvallen met gifgas zouden rond drie uur in de ochtend plaatsgevonden hebben in Ghouta, een agrarische streek ten oosten van Damascus. Een achttal plaatsen werden getroffen, plus een voorstad van Damascus zelf, allemaal onder controle van de Syrische rebellen en traditioneel soennitisch van strekking. De schattingen van het aantal doden gaan van 322 volgens lokale ziekenhuizen, oplopend tot 1.729 volgens het Vrije Syrische Leger (FSA). Op het internet en elders in de media zijn er genoeg foto's en video's van de slachtoffers te vinden, maar hun authenticiteit valt zoals gewoonlijk moeilijk te controleren.

Uit het beeldmateriaal valt trouwens moeilijk op te maken wat er precies gebeurd is. Zo zijn er wel beelden van tijdens de aanvallen zelf, maar daaruit valt niet af te leiden welk gas er precies gebruikt werd. Sommige analisten menen zelfs dat er misschien geen sprake was van een aanval met gifgas, maar dat conventionele wapens een voorraad gifgas –van de regering of de rebellen– geraakt zou hebben. De meeste analisten houden het echter op een aanval met sarin, zich baserend op de symptomen van de slachtoffers op het beeldmateriaal. De samenstelling van de slachtoffers klopt alvast met een typische aanval met zenuwgas: een doorsnede van hoe de bevolking er in de getroffen gebieden uitziet, en dus niet alleen mannen maar ook vrouwen en kinderen in alle leeftijden.

Hoofdverdachte #1: Bashar al-Assad

Na de aanval werd meteen met de vinger richting Bashar al-Assad gewezen. Daar zijn ook goede redenen voor. Ten eerste bestaat er weinig twijfel over dat het Syrische leger beschikt over chemische wapens. Ten tweede twijfelt niemand eraan dat Bashar al-Assad er niet voor zou terugschrikken zijn chemische wapens ook daadwerkelijk te gebruiken, ook tegen zijn eigen bevolking. Maar verder dan dat hij het zou kunnen doen, dat hij het zou durven doen en dat rebellen de slachtoffers waren reikt de bewijsvoering op dit ogenblik niet. In een gemiddelde detectiveroman zou hij als hoofdverdachte nummer 1 door de lokale politie opgesloten worden, waarna de detectiveheld stapje voor stapje de échte boef begint te ontmaskeren.

Argumenten à décharge

Want inderdaad, er pleiten ook argumenten tegen hem als dader van deze gifgasaanval. Het Syrische leger was de laatste tijd eerder aan de winnende hand, onder meer dankzij de steun van de Hezbollah uit Libanon. Er waren geruchten over een nakende aanval van de rebellen op Damascus, maar het lijkt er niet op dat Bashar al-Assad op dit ogenblik behoefte aan gifgas had om vooruitgang te boeken op het terrein. Gifgas is iets wat je gebruikt als je in het nauw zit, niet wanneer je aan de winnende hand bent.

Maar ook de tijd en de plaats kloppen niet. President Bashar al-Assad zou wel gek zijn als hij uitgerekend een paar dagen nadat enkele VN-inspecteurs in Damascus neerstreken een grootschalige gifgasaanval in gang zou zetten, bovendien op amper een paar kilometer van hun hotel. De nacht van de aanval stond er trouwens redelijk veel wind in de streek rond Damascus. Het risico was daarom reëel dat het gifgas niet alleen de hoofdstad in zou vliegen, maar zelfs de VN-inspecteurs had kunnen treffen.

VN-inspecteurs

Anderzijds is het dan weer merkwaardig dat Bashar al-Assad de VN-inspecteurs niet onmiddellijk toeliet tot het getroffen gebied. Is hij niet helemaal zeker van de controle over zijn eigen leger, en vreest hij dat één van zijn generaals op eigen houtje gifgas gebruikt heeft? Of, vertrouwt hij de VN-inspecteurs niet, en verdenkt hij hen er zelfs van enkel maar bewijsmateriaal tégen hem te zullen verzamelen, zelfs al werd de aanval door rebellen uitgevoerd en zouden daarvoor op het terrein voldoende bewijsstukken te vinden zijn?

Hoofdverdachte #2: de rebellen

En daarmee zijn we beland bij de tweede hoofdverdachte: de rebellen. Zij hebben groot belang bij een gifgasaanval die in de schoenen van Bashar al-Assad geschoven kan worden. Ondanks enkele lokale succesjes in de buurt van Damascus delven zij op dit ogenblik het onderspit. In de westerse media kunnen zij op veel sympathie rekenen, maar ondanks de pleidooien van bijvoorbeeld een Guy Verhofstadt schrikt men er in het Westen voorlopig nog van terug om hen rechtstreeks van wapens te voorzien.

We weten ook dat zij er niet bepaald voor terugschrikken de eigen bevolking en eigen soldaten op te offeren, zoals al bleek bij eerdere gifgasincidenten. Bepaalde delen van het Syrische verzet lijken er zelfs een beetje tuk op om ook aan de eigen zijde een paar martelaren extra bij te maken, kinderen en vrouwen inbegrepen.

Toevallige toevalligheden

Bovendien zijn er een pak toevalligheden die wel heel gunstig uitspelen voor de rebellen. De aanval gebeurde enkele dagen nadat enkele VN-inspecteurs in Damascus aangekomen waren, en dan nog wel recht onder hun neus. Bovendien valt de aanval bijna dag op dag een jaar na de befaamde «red line»-toespraak van Barack Obama. In die toespraak zei hij dat het gebruik van gifgas voor hem een rode lijn is. Begrijp: een daad die een Amerikaans militair ingrijpen om de Syrische burgerbevolking te beschermen zou rechtvaardigen. Of die rode lijn ook voor de rebellen geldt, en wat een eventueel overschrijden voor hen zou betekenen, blijft onduidelijk. Ook Guy Verhofstadt is nogal vaag op dat vlak.

Speak loudly and carry no stick

Die toespraak van Barack Obama was trouwens een tactische blunder van formaat. Sindsdien zitten bepaalde westerse media immers op vinkenslag voor elk berichtje over een mogelijk gebruik van gifgas in Syrië. Barack Obama blinkt voorlopig echter vooral uit in immobilisme, en zijn buitenlands beleid kan op dit ogenblik nog het best samengevat worden als «speak loudly and carry no stick».

Overigens al opgevallen dat dezelfde media die tien jaar geleden nog alle registers opentrokken tegen George W. Bush en de ingreep in Irak, nu bijna dagelijks aan de mouw van Barack Obama trekken om in Syrië toch maar in gang te schieten? Het kan verkeren…

Wie heeft het gedaan?

Hebben de rebellen het gedaan? Ook daarvoor zijn er op dit ogenblik weinig directe bewijzen. Net zoals de VS beweren dat ze bewijzen van activiteit rond de depots met chemische wapens van het Syrische leger hebben vlak voor de aanval, beweert Rusland beelden te hebben van twee raketten afgeschoten vanuit gebied onder controle van de rebellen.

Volgens sommigen is de schaal van de aanval te groot om uitgevoerd te kunnen zijn door de rebellen. Anderen werpen op dat de aanval lang op voorhand gepland kan geweest zijn, en dat ze gewoon hun kruit opgespaard hebben tot het «juiste» ogenblik. Nog anderen verdenken de rebellen dan weer van opgezet spel, en The Voice of Russia meent zelfs dat sommige foto's van de slachtoffers al een dag op voorhand klaar waren en verspreid werden.

Een filmpje op YouTube van een stervend kind draagt de datum 20 augustus 2013, maar de verkeerde datum kan ook verklaard worden door het tijdsverschil tussen Syrië en de servers van YouTube in de VS. Sommigen vinden de overvloed aan beeldmateriaal op zich al verdacht, en ook de professionaliteit ervan. Anderzijds blijven de beelden te wazig om vast te kunnen stellen wat er nu precies gebeurd is. En zo heeft iedereen wel zijn waarheid over deze gasaanval.

Oplossing voor Syrië

Waar niemand het ondertussen over heeft: wat zou nu eigenlijk de beste oplossing voor Syrië zijn? Persoonlijk vertrouwen we noch Bashar al-Assad, noch de rebellen, en al zeker de islamisten van Al-Nusra niet.

Je zal het niet lezen in de kwaliteitspers, maar de waarheid is dat Syrië geen land is, en nooit geweest is. Syrië is een staat, met grenzen die nooit meer waren dan lijnen op een kaart. Dat laatste overigens met dank aan de ex-koloniale machten Frankrijk en Groot-Brittannië, die een verpletterende verantwoordelijkheid dragen.

Wat we vandaag meemaken is de desintegratie van de kunstmatige staat Syrië. De frontlijnen waar de vechtende partijen zich vastgereden hebben vallen niet zomaar toevallig min of meer samen met de grenzen van de historische componenten van Syrië. In het noorden zijn dat, naast enkele Koerdische gebieden, de historische Ottomaanse provincies Zor en Aleppo, met een overwegend soennitische bevolking. In het zuiden is dat de provincie van Damascus, die trouwens meer samenhangt met de oude provincies Berg Libanon en Beiroet.

Er zit dus meer dan alleen maar religie achter dat precies de Hezbollah uit Libanon het Syrische leger ter hulp snelde, net zoals het geen toeval is dat Aleppo tegenwoordig zo een beetje als hoofdstad voor de rebellen fungeert. Een vergelijking met de probleemstaat Libië (Tripoli/Benghazi zoals Damascus/Aleppo) valt trouwens moeilijk te onderdrukken.

De situatie zou al een pak gemakkelijker worden als Bashar al-Assad zich tevreden zou kunnen stellen met een staat Damascus, de rebellen met een staat Aleppo-Zor, en de internationale gemeenschap met een tweedeling van Syrië. Dat laatste zal echter een taboe te ver zijn, zeker voor Frankrijk dat zich nochtans graag op de borst klopt dat het zich zorgen maakt over de Syrische burgerbevolking. We laten het aan de fantasie van de lezer over wat Guy Verhofstadt of Elio di Rupo van zo'n oplossing zouden denken.

Dit artikel verscheen op 28 augustus 2013 in 't Pallieterke.

zaterdag, januari 07, 2012

Zijn niet alle Republikeinen achterlijk en achterbaks?

Met de voorverkiezingen in Iowa is het vierjaarlijkse circus van de Amerikaanse voorverkiezingen opnieuw losgebarsten, en dus is het tijd voor onze Vlaamse kwaliteitsjournalisten om zich nog eens voluit te laten gaan in hun anti-amerikanisme. En dat ze daarbij opnieuw op overtuigende wijze illustreren dat zij noch van Amerikaanse politiek, voorverkiezingen of statistiek veel kaas gegeten hebben zal hen zeker niet tegenhouden om die voorverkiezingen met veel stelligheid te duiden zoals alleen zij dat kunnen.

Voor wie zich mocht afvragen wat Caroline Gennez vandaag in De Standaard bezielde om zich plots op te werpen als dé specialiste van de Republikeinse voorverkiezingen: om meer was het haar eigenlijk niet te doen dan eerst de baarlijke duivel –en zijn de Republikeinen dat niet?– te mogen afschilderen, om aan het einde van haar stukje to the point te komen en een flinke sneer richting N-VA neer te pennen. Alsof de sp.a zich nooit bezondigd zou hebben aan «emo». Of «off the record-gespin». N-VA was er trouwens eerder deze week zelf nog het slachtoffer van, of hoe Caroline Gennez hiermee eigenlijk vooral heel hard «houd de dief!» roept. Als er bovendien in Vlaanderen één partij aan bloedarmoede lijdt, dan toch de sp.a. Inhoudelijk stelt de partij al jarenlang niets meer voor, en in Limburg is men er zelfs niet vies van het afval van andere partijen (ook N-VA-afval) op te scheppen om toch maar de lijsten vol te krijgen. Over in zijn eigen staart bijten gesproken!

Maar wie de nationale media volgt, vraagt zich soms toch af of de journalisten die er de dienst uitmaken misschien wel denken dat Vlaanderen niet alleen een Amerikaanse swing state is, maar zonder meer dé allerbelangrijkste swing state waar alles van afhangt. En dat het dus zaak is de kijkers en lezers goed in te prenten wat voor achterlijk en achterbaks ongedierte die Republikeinen wel niet zijn, en hoe sympathiek, intelligent en vooral ook totaal onbaatzuchtig die Democraten zijn. Van enige nuance hierrond kan in onze kwaliteitsmedia geen sprake zijn, laat staan dat al eens een Republikeinse kiezer opgevoerd zou worden waar de gemiddelde Vlamingen zich misschien toch van ver een heel klein beetje mee zou kunnen identificeren. Republikeinen, en dan bij uitstek de aanhangers van de Tea Party-beweging, moeten immers afgeschilderd worden als lokale dorpsgekken en randdebielen.

Laten we het echter maar zeggen zoals het is: als de Republikeinse partij deze herfst een hond met een hoed op zou voordragen voor de presidentsverkiezingen, dan zal een derde van de Amerikaanse kiezers daar zonder meer ook op stemmen. Caroline Gennez en Bruno Tuybens, die andere specialist in Amerikaanse verkiezingen, zullen dat met veel gretigheid willen bevestigen, en zelfs aangrijpen als bewijs voor hoe dom die Republikeinse kiezers toch wel niet zijn. Maar dat er net zo goed een ander derde Amerikaanse kiezers bestaat dat hoe dan ook voor de Democratische kandidaat stemt, ook al is die dan een hond met een muts op, daar hebben onze nationale duiders en specialisten het al iets moeilijker meer. Intellectueel eerlijk kan men dat echter niet noemen.

Maar het kan natuurlijk nog straffer, zoals voormalig sp.a-specialist in bankbonussen Bruno Tuybens deze week aantoonde. Wie beweert dat de verkiezingen in Congo beter en eerlijker verlopen dan de verkiezingen in de VS, heeft ze ofwel niet allemaal op een rij, of lijdt aan een ernstige vorm van anti-amerikanisme. Of moeten we nu echt denken dat er in Congo niet meer dan een stuk of twintig stemmen verkeerd geteld werden, of dat we in Iowa over verkiezingsfraude in de grootteorde van tientallen procenten moeten spreken? Dit gaat dus al lang niet meer over intellectuele eerlijkheid, maar over eerlijkheid tout court.

Dat Bruno Tuybens het bovendien nodig vindt die ponskaarten er nog eens bij te betrekken, is ronduit pathetisch. Na meer dan elf jaar zou je toch mogen verwachten dat Europees links stilaan over het verlies van Al Gore heen zou geraakt zijn, maar blijkbaar is niets minder waar. Bovendien zijn de feiten wat ze zijn: meerdere malen werden de stemmen in Florida geteld, en telkens was er een meerderheid voor George W. Bush. Het kamp van Al Gore had graag nog een extra telling gezien, maar niet een volledige voor hele Florida, enkel één in die districten waar hij sterk stond. Het Federaal Hooggerechtshof stak daar uiteindelijk een stokje voor, omdat men nu eenmaal niet tot in het oneindige kan blijven tellen, of tot er «eindelijk» een meerderheid voor Al Gore geteld zou worden. Terecht, want alleen hertellen in districten waar Al Gore sterk stond zou fundamenteel oneerlijk geweest zijn. Zo'n gerichte hertelling zou immers vooral meer stemmen voor Al Gore opleveren, om de eenvoudige reden dat eerder verworpen stemmen in zo'n district vooral in het voordeel van Al Gore gerecupereerd zouden kunnen worden. Maar dit zijn natuurlijk nuances waar een sp.a-politicus zich niet mee kan bezighouden. Onze nationale kwaliteitsjournalisten doen trouwens niet veel beter.

Overigens, nu we toch in de statistische afdeling beland zijn: de foutenmarge voor een menselijke stemmentelling zit ergens tussen een halve en een hele procent. Je moet dus al van heel goeden huize zijn om duizend stemmen helemaal correct te tellen, zeker als het zoals in Iowa ook toegelaten is gewoon de naam van de kandidaat op het stembiljet te kriebelen. Dit betekent dan ook dat Mitt Romney niet 30.015 stemmen haalde, of Rick Santorum 30.007, maar dat ze allebei pakweg 30.000 ± 200 stemmen haalden. Een discussie, ja zelfs een kleine mediastorm over een twintigtal stemmen die ergens verkeerdelijk in het voordeel van Mitt Romney geteld werden toont dus geen boze samenzwering van het establishment in de Republikeinse partij aan, wel de totale onkunde van journalisten over stemmentellingen en statistiek. Echt nieuws is dat natuurlijk niet, zoals we al langer weten aan de hand van de ondermaatse berichtgeving over politieke peilingen, maar de statistische puntjes mogen toch nog eens op de wiskundige i gezet worden. Voeg daar bovendien nog eens aan toe dat de resultaten van de voorverkiezingen in Iowa niet bindend zijn, en dat de stemmen dan nog eens proportioneel verdeeld worden, en je vraagt je af waar men het eigenlijk nog over heeft. Of moeten we het gewoon niet verder zoeken dan dat zo'n artikeltje over hoe erg het wel niet gesteld is met die domme Amerikanen toch zo lekker zit?

zondag, juni 22, 2008

Censuur, inderdaad een veelkoppig monster

Humanistisch-Vrijzinnige VerenigingAf en toe valt het nog eens voor dat ik bijna letterlijk uit de sofa rol van de stomme verbazing bij het lezen van een opiniestuk omdat het bol staat van de leugens en de interne tegenstellingen. Rik Pinxten en Björn Siffer zijn daar vandaag echter met glans in geslaagd met hun stukje «Censuur, een veelkoppig monster» in De Standaard, waarin ze alle mogelijke vormen van censuur en zelfcensuur hebben opgesomd zonder met ook maar één woord te reppen over hét censuurproject van de afgelopen decennia: het cordon sanitaire en alles wat daar bijhoort. Il faut le faire…

De twee heren, respectievelijk voorzitter en woordvoerder van de Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging, schreven hun stukje naar aanleiding van de Nacht van de Censuur op 21 juni. Voor een goed begrip: Rik Pinxten houdt niet van multiculturalisme omdat het volgens hem niet ver genoeg gaat, en Björn Siffer is politiek secretaris voor de sp.a in Mechelen. Zou het er iets mee te maken hebben dat één van de grootste censuurschandalen in de Lage Landen in hun stukje volledig doodgezwegen werd?

De theoretische uitleg over censuur en zelfcensuur die de twee afleveren is op zich nochtans zo slecht nog niet, maar van zodra ze er voorbeelden bijhalen, steekt het lelijke censuurmonster alvast twee van zijn koppen op: het linkse en het Belgische. En van een leugentje hier en daar in de vorm van een verzwegen detail dat een heel ander licht op de zaken werpt zijn de auteurs ook niet vies. De grootste leugen van al is natuurlijk het ontbreken van een vermelding van het cordon sanitaire, maar het is lang de enige niet.

Zo is het toch merkwaardig dat Rik Pinxten en Björn Siffer in naam van de strijd tegen de censuur problemen schijnen te hebben met Theo van Gogh en Geert Wilders. Niet omdat de twee laatsten de censuur zouden willen invoeren, maar omdat zij de vrijheid van meningsuiting in de ogen van de eerste twee «misbruiken» om «ordinaire scheldtirades» af te leveren en «hun bekrompen wereldbeeld op te dringen aan de samenleving». Hun grootste zonde lijkt daarbij nog wel te zijn dat ze hiermee het progressieve wereldbeeld dat de samenleving opgedrongen werd door de mei '68-ers volledig aan diggelen slaan, wat dan als bewijs aangevoerd wordt om aan te tonen dat de Nederlandse samenleving vandaag de pedalen aan het verliezen is. Sommigen zouden eerder opperen dat de Nederlandse samenleving vandaag eindelijk de pedalen weer aan het terugvinden is na de progressieve ravage die aangericht werd, maar nu ben ik natuurlijk bekrompen. Maar je moet het toch maar kunnen en durven: iemand die met zijn leven heeft moeten boeten voor zijn mening nog eens door de mangel halen precies omwille van zijn mening naar aanleiding van een Nacht van de Censuur.

Spoelen we verder in het opiniestuk naar de volgende paragraaf, waar de twee het hebben over de Washington Consensus, uiteraard in de tweede betekenis. Dat iedereen die van ver of dichtbij kritiek levert op die Washington Consensus in de Europese media op handen gedragen wordt ontgaat hen blijkbaar volledig – alleen de splinter in de Amerikaanse media hebben zij opgemerkt. Alleen is er dat kleine detail: critici van de Washington Consensus komen in de Amerikaanse media natuurlijk wél aan de bak, maar wanneer was ook al weer de laatste keer dat een voorstander van de Washington Consensus in de Europese media op een serieuze en eerlijke wijze zijn zeg mocht komen doen?

En dan is er natuurlijk de onvermijdelijke Noam Chomsky, zonder wiens vermelding geen enkel artikel over censuur bij de linkse kerk volledig kan zijn. De man heeft natuurlijk knap werk afgeleverd in de taalkunde, maar politiek wordt de man helemaal niet gemarginaliseerd, zoals Rik Pinxten en Björn Siffer beweren: als libertarische socialist en anarchist ís hij gewoonweg uiterst marginaal. En puur objectief bekeken zou de man er trouwens alleen maar zijn voordeel bij doen mocht hij eens een paar weken in een psychiatrische instelling mogen verblijven om misschien een beetje van zijn paranoia genezen te raken. Dat betekent niet dat ik ervoor pleit dat de man de mond gesnoerd zou worden, integendeel zelfs, maar men moet ook niet proberen marginale figuren voor te stellen als de onderdrukten van een nationale, god betere het, kapitalistische samenzwering. Het is trouwens de ultieme frustratie van links dat Noam Chomsky voorlopig nog niet tot zwijgen gedwongen werd, en meer zelfs, door de baarlijke duivel George W. Bush en zijn neo-conservatieve akolieten nog geen strobreed in de weg is gelegd om zijn ding te doen. Stel je voor wat voor een collectief intellectueel orgasme het bij links zou uitlokken moest de man morgen één enkele dag ondergaan wat een Geert Wilders of Ayaan Hirsi Ali élke dag moeten uitstaan!

Helemaal kolderiek wordt het in de laatste paragraaf, waar het gaat over de euthanasie van Hugo Claus. Ik citeer: «De kardinaal mag spreken, Hugo Claus mag euthanasie plegen, maar mag het niet zeggen. Tegen dergelijke “new born kneuterigheid” verzetten wij ons.» Voor zover mij bekend wil de Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging niet weten van een leven na de dood, maar op één of andere manier zouden Rik Pinxten en Björn Siffer blijkbaar wel willen dat Hugo Claus zelfs nà zijn euthanasie nog zou kunnen spreken? Alle gekheid op een stokje: mocht de kardinaal dan werkelijk spreken? Voor één keer zei hij eens iets in zijn preek dat niet de indruk wekte dat hij in zijn eigen kerk op zijn eigen preekstoel het katholieke standpunt niet zou durven verdedigen, want zijn gewone stijl is die van katholiek-ma non troppo om in de media toch maar niet in een slecht daglicht gesteld te worden. Met als voorspelbaar gevolg dat hij de dag erop al bakken kritiek over zich heen kreeg.

Want ja, stel je dat even voor zeg, een katholieke kardinaal die in een katholieke kerk een katholiek standpunt verdedigt – niet moeilijk dat heel links Vlaanderen storm liep om de kardinaal collectief te veroordelen. En nog steeds storm blijft lopen. In een ander land zou een katholieke bisschop die naam waardig het katholieke standpunt echter ook buiten de kerk durven uitdragen, maar als katholiek in Noorwegen word ik op dat vlak misschien wat iets te veel verwend. Zolang Godfried Danneels in het bisschoppelijke paleis in Mechelen blijft resideren is de kans echter eerder klein te noemen dat we vanuit die hoek een klaar en duidelijke katholieke stem zouden te horen krijgen in Vlaanderen. Wat daarna zal volgen weten we natuurlijk nog niet, maar als er al een krachtiger figuur zijn intrede zou doen in Mechelen, is het nog maar de vraag of hij ook in de Vlaamse media aan bod zou mogen komen zonder het daarop volgende obligate nummertje over… inderdaad… kneuterigheid. Wie was het ook al weer die volgens de Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging niet mocht spreken?

zondag, mei 06, 2007

Mentaal gehandicapten

Silvio BerlusconiHerman de Croo meent dat flaminganten mentaal gehandicapt zijn, Silvio Berlusconi is dezelfde mening toegedaan over al wie niet voor rechts stemt in Palermo. En beiden trekken hun woorden terug: Berlusconi zei dat het maar een grapje was, terwijl De Croo zich verontschuldigde tegenover de gehandicapten.

Het moet eigenlijk hard aankomen bij de zelfverklaarde intelligentsia die Noord-België rijk is: amper een paar dagen geleden nog monkelden ze binnensmonds met de uitschuiver van Herman de Croo, want, alles wel beschouwd, er lopen er onder hen maar weinig rond die niet vinden dat flaminganten niet in speciale instellingen thuis zouden horen. En als Herman de Croo over de schreef zou gegaan zijn, dan inderdaad tegenover mentaal gehandicapten. Die verdienen immers respect. Vandaag doet Silvio Berlusconi precies hetzelfde als Herman de Croo, alleen is het deze keer links dat het slachtoffer van de vergelijking moet zijn. En dat maakt dat de zaak deze keer natuurlijk helemaal anders is: deze keer zijn het niet de mentaal gehandicapten die geschoffeerd werden omdat ze met links vergeleken werden, maar wel links omdat ze met mentaal gehandicapten vergeleken werden. Stel je even voor!

Als deze twee zaken al één ding duidelijk maken, dan wel dat er een klare rangorde bestaat in de media: aan links mag niet geraakt worden, mentaal gehandicapten verdienen respect, maar flaminganten mag men uitmaken voor rotte vis zonder dat daar iemand over maalt. Tenzij om excuses tegenover de rotte vis te eisen. Het is echter wel merkwaardig dat men in de berichtgeving in Vlaanderen wel de link weet te leggen van de «mentaal gehandicapten» van Berlusconi naar zijn «klootzakken» van verleden jaar, maar niet naar de «mentaal gehandicapten» van Herman de Croo van amper een week of twee geleden. Zou dat iets te kies liggen, heren en dames journalisten – of moet ik schrijven typisten en vertalers van internationale persberichten zonder enig eigen reflectievermogen? Misschien kan één of andere hippe columnschrijvelaar er anders tegen maandag wel iets mee doen. Feit is dat Silvio Berlusconi, zonder het zelf te weten en vanop zo'n duizend kilometer afstand Herman de Croo en zijn heimelijke supporters eens ferm de broek heeft afgedaan omwille van hun gehuichel. Je zou warempel nog gaan denken dat Silvio Berlusconi een geheime lidkaart van Forza Flandria op zak heeft!

Wat me echter enorm ontgoochelt in Silvio Berlusconi is dat hij zijn woorden terugtrok. Hij had beter volhard in de boosheid, en geantwoord dat zijn rechtse kiezers al jaren moeten aanhoren dat er bij hen toch wel een vijs moet loszitten als ze voor rechts kiezen, en dan zeker voor een rechtse Berlusconi. Hoe dikwijls hebben al moeten aanhoren dat «linkse intellectuelen» een pleonasme zijn, en «rechtse intellectuelen» een contradictio in terminis? (Met excuses aan mijn rechtse lezers voor zulke moeilijk woorden, niet waar.) En als er dan al eens een intellectueel ontdekt zou worden tussen het rechtse gepeupel, is de ondertoon gezet: wat jammer toch van de verspilling van zulk intellect aan het rechtse gedachtengoed. Ondertussen mogen en mochten linkse intellectuelen hand- en spandiensten verlenen aan de meest moorddadige régimes, zonder ter verantwoording geroepen te worden of wat dan ook. Voor sommigen was het vaak zelfs het ultieme bewijs van hun hogere intellect!

En meer zelfs, links maakt er graag een sport van om over rechtse achterlijkheid ook een wetenschappelijk sausje te gieten. Hoeveel wetenschappelijke studies zijn er ondertussen al in Vlaanderen gepubliceerd die zwart op wit moeten aantonen dat de kiezers van het Vlaams Blok/Belang laag geschoold zijn, als ze al geschoold zijn? Dat de mandatarissen ervan in de verscheidene parlementen en raden niet bepaald grote lichten zijn? En wie herinnert zich nog het lijstje met de IQs van de Amerikaanse presidenten dat een paar jaar geleden plots opdook, en waaruit moest blijken dat George W. Bush de domste Amerikaanse president ooit was? De studie was een hoax natuurlijk, maar ging er anders wel in als zoete koek. Trouwens, over George W. Bush gesproken, bestaan zijn kiezers niet uitsluitend uit achterlijke idioten, religieuze fanatiekelingen en kapitalistische schurken, de twee laatste categorieën overigens niet meer dan subvarianten van de eerste? Ik kan me niet voorstellen dat een links politicus of commentator ooit voor zulke stellingen in de pers zijn excuses zou moeten aanbieden.