donderdag, juli 21, 2011

Nabeschouwingen over de eerste écht cruciale week sedert 13 juni 2010

Als we partijvoorzitter Bart de Wever mogen geloven, had zelfs hij zelf het op voorhand eigenlijk ook niet verwacht: de N-VA antwoordde uiteindelijk «Neen» op de formateursnota van Elio Di Rupo. Voor sommigen kwam het werkelijk als een donderslag bij heldere hemel, zoals pijnlijk duidelijk werd op de stoepen voor het hoofdkwartier van de CD&V. Anderen, waaronder sp.a-voorzitster Caroline Gennez, konden dan weer nauwelijks een brede grijns onderdrukken bij het uitdrukken van hun diepste bezorgdheid over zoveel nationalistische roekeloosheid.

Een aanrader voor eenieder die eens de dingen op een rijtje wil zetten: een week vakantie op een Deens eiland, met zeer beperkte toegang tot het internet, en verder alleen maar lokale TV aangevuld met af en toe eens een exemplaar van Die Welt. (Dat laatste dankzij de vele Duitse toeristen in de buurt die ervoor zorgen dat de buurtwinkel het de moeite vindt om die krant aan te bieden.) Het is de reden waarom de onderstaande beschouwingen over wat waarschijnlijk de eerste écht cruciale week was in de federale regeringingsonderhandelinen met enige vertraging komen, bovendien met het risico dat ze gedeeltelijk al achterhaald zijn door gebeurtenissen waar ik nog geen weet van heb. Een overzicht per partij.

Groen!. Partijvoorzitter Wouter van Besien was er als de kippen bij om zich uit te drukken in termen van een kans die nu aangegrepen moest worden om met de resterende partijen verder te onderhandelen. En het ging daarbij duidelijk niet over een verspreking of een slecht gekozen formulering, want de uitdrukking werd zelfs een aantal keer herhaald. Ik heb er weinig commentaren over gelezen in de zogenaamde kwaliteitspers, maar hiermee liet Wouter van Besien natuurlijk wel finaal zijn masker vallen: voor Groen! is N-VA alleen maar een storende factor, die zo snel mogelijk van de onderhandelingstafel moest verdwijnen.

Helemaal onbegrijpelijk is de houding van Wouter van Besien natuurlijk niet, want alleen zonder de N-VA maakt de partij een reële kans om terug in de federale regering te geraken. En vergeten we ook niet: ook de N-VA was niet zo tuk op de aanwezigheid van Groen! aan de federale onderhandelingstafel. Het verschil tussen Groen! en N-VA was wel dat N-VA dat ook openlijk durfde te verkondigen, terwijl Groen! er liever een dubbele agenda op na hield. De lezer die kan raden naar welke van de twee handelswijzen mijn sympathie het meeste uitgaat hoeft echter niet te rekenen op een hoofdprijs.

Sp.a. Nog een partij waar men het hypocriete masker liet vallen, was de sp.a – of schrijven we beter ps.a, met de a van aanhangsel? Inderdaad, je moest al blind zijn om de brede glimlach op het gezicht van sp.a-voorzitster Caroline Gennez niet op te merken toen ze vanuit de Kamer voor de camera's haar commentaar mocht komen leveren op de «Neen» van de N-VA. Ook deze partij houdt er reeds lang een dubbele agenda op na wat de aanwezigheid van de N-VA aan de federale onderhandelingstafel betreft.

Erger is dat deze partij, in tegenstelling tot Groen! dat daar numeriek gewoon te klein voor is, voor Vlaanderen het afgelopen een bijzonder nefaste rol heeft gespeeld, zonder dat de media haar daarop aanspreken. Het wordt met de dag duidelijker dat de sp.a moedwillig aanstuurt op een staatshervorming die zo nadelig mogelijk is voor Vlaanderen, en dit louter uit eigenbelang. Van Caroline Gennez kan immers nog aangenomen worden dat ze, door haar totale interesse voor het communautaire vraagstuk, ook totaal incompetent is om daarover welke uitspraak dan ook te doen. (Een eigenschap die ze overigens deelt met Wouter van Besien.) Maar dat bijvoorbeeld Johan vande Lanotte niet zou begrijpen wat de precieze gevolgen voor Vlaanderen zouden zijn indien België inderdaad omgevormd zou worden tot een unie met vier deelstaten, met daar nog een «grootstedelijke gemeenschap» bovenop, daar geloof ik werkelijk geen snars van. Zulke constructie zou de prijs voor de Vlaamse onafhankelijkheid immers beduidend de hoogte invoeren, met niet alleen het zekere verlies van wat nog rest aan Vlaamse invloed in Brussel maar potentieel ook grote delen van Vlaams-Brabant en een zwakke onderhandelingspositie (drie tegen één) wat betreft de federale overheidsschuld. En dat alleen maar in de hoop blijvend de plak te kunnen zwaaien in Vlaanderen, want zonder België, geen PS, en zonder PS, geen sp.a die federale postjes mag bezetten.

Open Vld. Als iemand nog snapt wat voor koers men bij de Open Vld echt nog wil varen, mag hij of zij het me dat altijd laten weten. En Alexander de Croo ook, want ik twijfel eraan dat de voorzitter eigenlijk zelf nog goed weet waar ie mee bezig is. Wie gedacht had dat we met Caroline Gennez op een absoluut dieptepunt aanbeland waren wat betreft het voorzitterschap van een politieke partij, houdt die knaap toch nog maar best even in het oog. Je moet het immers maar presteren om eerst de ondertussen al tot vervelens toe geciteerde en tegelijkertijd beruchte stekker uit de federale regering te trekken op een communautair onderwerp, om een jaar na de verkiezingen te vinden dat het nog veel en veel te vroeg is om een einde te maken aan de non-onderhandelingen over precies datzelfde onderwerp. Met daarbovenop nog eens een pak socio-economische toegevingen aan Franstalig links, om het de N-VA nog een beetje extra gemakkelijk te maken om bij een volgende stembusgang een dikke knauw te maken in wat nog rest aan eigen achterban. Heeft immers morgen iemand die zelf niet op een Open Vld-lijst staat, of al een mandaat voor die partij uitoefent, ook maar één reden om opnieuw voor die partij te stemmen?

Natuurlijk was het strategisch correct om relatief snel «Ja, maar» te antwoorden op de nota van Elio di Rupo, maar daar hoorde minstens de voorwaarde bij dat ook de N-VA nog verder zou deelnemen aan de federale regeringsonderhandelingen. Het heeft immers geen zin rond de tafel te gaan zitten met PS, cdH, Ecolo, Groen! en sp.a, en dan te hopen dat men samen met de MR een regeringsakkoord met een centrum-rechts akkoord op papier kan zetten. Zelfs niet als ook CD&V nog zou blijven deelnemen aan die gesprekken. En als Alexander de Croo het echt meent als hij zegt dat je met deze gesprekspartners aan de onderhandelingstafel moet en kan gaan zitten om communautaire doelpunten te kunnen scoren, dan kan dat alleen betekenen dat hij de afgelopen jaren geen kranten gelezen heeft of geen TV-journaals bekeken. Iemand als Joëlle Milquet legt 's morgens drie–vier van het kaliber van Alexander de Croo tussen haar boterham, en begint pas daarna echt aan haar ontbijt. Het wordt daarom uitkijken of de Open Vld in de volgende peiling de kiesdrempel nog haalt, voor zover de partij nog een meetbaar resultaat zal halen.

CD&V. Een andere partij die goed op weg is binnenkort onder de kiesdrempel te duiken, is de CD&V. Wat een kakofonie! Eerst wil de partij «Ja, maar» antwoorden, maar wanneer het duidelijk wordt dat de N-VA het op een «Neen» zal houden, is de chaos compleet. Eerst gingen de kiezen stevig op mekaar, wat Elio di Rupo toeliet te noteren dat de partij geen antwoord had gegeven, en dus ook geen «Neen». Vervolgens werd het dan toch maar een «Neen, tenzij» –waarbij van de N-VA zelfs geen sprake meer was–, wat Elio di Rupo opnieuw toeliet daar na enkele dagen toch opnieuw een «Ja» in te zien. En dat laatste misschien vooral ook omdat Yves Leterme op aangeven van de koning zich ondertussen al met dol enthousiasme op de opmaak van de begroting van 2012 gestort had. De CD&V blijft dus de CD&V: terwijl de rechterhand weigert toe te geven aan de Franstaligen, is de linkerhand al druk in de weer diezelfde Franstaligen op hun wenken te bedienen. En dat in de overtreffende trap en tot in de puntjes.

Want het moet gezegd, als er naar iemand gewezen dient te worden als schuldige voor de vaudeville die ondertussen al meer dan een jaar duurt, dan wel naar Yves Leterme. Natuurlijk zou de PS liever al een jaar geleden een centrum-linkse regering op de been gebracht hebben, als het even kon met Elio di Rupo aan het roer, maar met een lakei als Yves Leterme was het ook al lang goed geweest. Derde keus, waar de PS zich nog altijd goed in kan terugvinden, is de voortzetting van het huidige kwakkelbeleid van de regering–Leterme II½, al was het maar omdat het aan de huidige toestand niets verandert. Vergeet niet: elke week gewonnen is zo'n 200 miljoen euro los in het handje van de Franstaligen dankzij de vele mechanismen die voor solidariteit moeten doorgaan. Wat zou de PS zich dus haasten om met de N-VA over een staatshervorming te onderhandelen, of Wouter Beke van de CD&V, als Yves Leterme van diezelfde CD&V ervoor zorgt dat het geld ondertussen toch maar blijft binnenstromen?

Hét probleem van die land is immers niet de onwil van de Franstaligen om het land te hervormen, of de koppigheid van de N-VA om niet te willen toegeven aan de Franstalige eisen, maar wel de rancune van één man – de huidige bewoner van de Wetstraat 16. Rancune tegenover Bart de Wever uiteraard, maar ook Kris Peeters en Wouter Beke. Droomscenario voor hem is onetwijfeld dat hij verder ontslag zou mogen nemen, helemaal tot in 2014, met dan zo'n pandoering voor zijn partij dat Kris Peeters de portefeuille van Vlaams minister-president voorgoed vaarwel kan zeggen, terwijl hijzelf misschien zelfs wel nog een tijdje verder federaal ontslag zal mogen nemen. Dat daarvoor in 2012 een pak CD&V-burgemeesters zullen moeten sneuvelen, en dat hij de welvaart van de bevolking op de grofste manier op het spel zet, zal hem allemaal worst wezen.

Vlaams Belang. Voor het Vlaams Belang had dit eigenlijk een triomf moeten zijn. Inderdaad: de grootste en meest directe concurrent zag zich immers genoodzaakt om na een jaar toe te geven dat het Vlaams Belang ondertussen al meer dan twintig jaar gelijk heeft: met de Franstaligen valt geen land meer te bezeilen, en een voor de Vlamingen eerbaar communautair akkoord behoort niet meer tot de mogelijkheden. In de plaats daarvan vond een ex-voorzitter het nodig de partij te verlaten, uitgerekend op Vlaanderens nationale feestdag. Zou hij ooit al van het Gebed voor het Vaderland gehoord hebben? En als het dan nog om een ideologisch conflict ging: neen, beide zijden onderstrepen immers eensgezindheid dat dat absoluut niet het geval is.

N-VA. De partij die deze week ongetwijfeld op punten won, was de N-VA. Men kan aanvoeren dat de partij er al veel vroeger had moeten uitstappen, en dat we moeten vaststellen dat de nota–Beke blijkbaar wel aanvaardbaar was voor de partij, ook al bevatte ze enkele volstrekt onaanvaardbare punten, maar na een meesterlijk uitgevoerde persconferentie zal het bredere publiek zich daar over enkele weken amper nog iets van herinneren. Tegen die tijd zullen Open Vld en CD&V trouwens volledig vastzitten in Franstalig drijfzand, en zal het niet moeilijk zijn om zich verder te profileren als de enige Vlaamse standvastige partij van betekenis.

Dat neemt niet weg dat de partij op termijn met een zwaar probleem zit. De volgende verkiezingen zal ze nog kunnen winnen – en waarschijnlijk nog winnen ook – precies op basis van de getoonde Vlaamse standvastigheid. Maar wat daarna? De basisthese van de N-VA is immers dat er met de Franstaligen onderhandeld moet worden om iets te bereiken, het «participationisme». Die these blijkt echter op een valse premisse te berusten, namelijk dat de Franstaligen überhaupt geïnteresseerd zijn in eerlijke onderhandelingen. Wanneer de persoonlijke populariteit van Bart de Wever verdwenen zal zijn, zal dan ook bij een deel van de aanhang de vraag rijzen waarom ze ook al weer voor de N-VA stemden in plaats van voor het Vlaams Belang.

Laurette Onkelinx. Tot slot nog een opmerking over de uitspraak van Laurette Onkelinx, die liet weten dat Elio di Rypo «onrustig» was. Volgens de specialisten bedoelde ze «ongerust», maar ik blijf erbij dat «onrustig» wel degelijk de correcte omschrijving was van de gemoedstoestand van Elio di Rupo. Onrustig, omdat hij zag dat na meer dan een jaar wroeten, plan A eindelijk begon te werken. En we weten vandaag dat het inderdaad gewerkt heeft, want dankzij een ultiem goedgemikt kluitje in het riet wil CD&V verder onderhandelen, terwijl N-VA definitief aan de kant staat. Laat daar nog een week of twee overgaan, en de afstand tussen CD&V en N-VA zal zo groot geworden zijn, dat de kritiek van de N-VA op de CD&V zo scherp zal zijn dat die laatste nog liever een slecht akkoord aanvaardt, dan dit jaar nog opnieuw naar nieuwe federale verkiezingen te gaan. Concreet: ik denk niet dat CD&V er niet toe zal in staat zijn om op haar stappen terug te keren, en dat we nog voor het einde van de zomer naar een regering–Di Rupo I (of toch Leterme III, in ruil voor nog wat extra Vlaamse toegevingen?) afstevenen. Benieuwd wat het wordt, maar een goed oog hebben we er niet in.

zondag, juni 26, 2011

Waarom niemand De Croos Coalition of the Willing wil

Alexander de Croo stelde verleden week voor dat de «hervormingsgezinde» partijen N-VA, CD&V, Open Vld en MR overleg zouden plegen, als een soort Belgische variante van de Coalition of the Willing. Zijn doel was enige vooruitgang te brengen in de federale regeringsonderhandelingen, maar het is maar de vraag of zijn voorstel veel indruk maakte. Ligt overleg tussen deze vier partijen al moeilijk, dan lijkt een federale regering bestaande uit deze vier partijen al helemaal uitgesloten.

Aan de analyse van Open Vld-voorzitter Alexander de Croo dat de federale regeringsonderhandelingen ondertussen al meer dan een jaar aanslepen omdat er een Franstalig-links front bestaat dat elke hervorming in de weg staat kan eigenlijk weinig toegevoegd worden. Dat front blokkeert niet alleen elke mogelijke institutionele hervorming, maar ook de broodnoodzakelijke hervormingen zowel op het vlak van het sociaal-economische, het juridische of de migratie. En het kan niet ontkend worden dat alleen bij de partijen die hij opsomt, aangevuld met Vlaams Belang en LDD en met een (institutionele) nuance voor de MR, bereidheid bestaat om de verschillende pijnpunten daadwerkelijk aan te pakken.

Tegelijkertijd is het voor iedereen zonneklaar dat zo'n coalitie van N-VA, CD&V, Open Vld en MR er nooit zal komen, ook al heeft ze een flinterdunne meerderheid in de Kamer. Daar bestaan verscheidene redenen voor, en het is interessant die redenen even te overlopen. Ze zijn immers vaak veelzeggend, en helpen de huidige politieke impasse mee te verklaren. Bovendien verklaren ze ook waarom de hoop op een federale regering zonder N-VA aan Franstalige en Belgische zijde wel blijft bestaan, terwijl niemand een voorstel tot een regering zonder de PS – nochtans de échte prop in het systeem – serieus wil overwegen.

Laten we misschien beginnen bij Alexander de Croos eigen partij, de Open Vld. Want stel dat er morgen, op magische wijze, een regeringsakkoord op tafel zou verschijnen dat de partijprogramma's van de N-VA, CD&V, Open Vld en MR op voldoende wijze zou verzoenen, zou de Open Vld dan werkelijk als één man bereid zijn om in zo'n federale regering te stappen? Het valt natuurlijk niet uit te sluiten dat een partijcongres haar fiat zou geven voor zo'n deelname, maar zonder slag of stoot zal dat waarschijnlijk niet mogelijk zijn. Het is immers duidelijk dat een aantal kopstukken in de partij – Guy Verhofstadt, Karel de Gucht en Patrick Dewael om ze niet te noemen – zich veel liever als voetveeg van de PS laten gebruiken dan in een regering met de N-VA te stappen die grote delen van haar partijprogramma zou kunnen uitvoeren.

Voor wie het zich niet meer herinnert: het was dit trio dat in 1999 paars-groen op de rails zette om «eindelijk» de toenmalige CVP van de macht te kunnen verdrijven. Het was dit trio dat vervolgens wel graag een deal met de toenmalige PSC afsloot om nog wat extra Vlaams geld naar het Franstalig onderwijs te sluizen, zodat de Franstaligen enkele jaren laten hun rol van demandeurs de rien konden opnemen. En het was ook dit trio dat de kiesdrempel invoerde, in de hoop de N-VA vroegtijdig dood te kunnen knijpen. Wie vandaag met de vinger wijst naar Yves Leterme als vader van het beruchte Vlaams Kartel dat Bart de Wever en de N-VA de noodzakelijke legitimiteit verschafte om uit te kunnen groeien tot de grootste partij van Vlaanderen, kent zijn geschiedenis niet. Zonder het verraad van de PSC, zonder de kiesdrempel, en zonder de financiering van het Franstalige onderwijs waardoor de Franstaligen demandeurs de rien konden worden zou de N-VA vandaag nooit een derde van de Vlaamse kiezers achter zich hebben kunnen scharen.

Ook bij de CD&V zou zo'n coalitie behoorlijk moeilijk liggen. Dat wat ooit doorging voor de Franstalige zusterpartij van de Vlaamse christen-democraten, de cdH, afwezig zou zijn in zo'n coalitie is daarbij slechts van ondergeschikt belang. Sedert Joëlle Milquet de partij omvormde tot een «humaan-democratische» partij die zich vooral gedraagt als een onderafdeling van de PS is er van nauwe banden tussen de twee nauwelijks nog sprake. Erger is misschien dat zo'n coalitie aan Franstalige zijde geen meerderheid zou hebben, en voor zo'n avontuur lijkt de CD&V mij nog niet klaar. Het is immers één zaak zelf in de federale regering te blijven zitten zonder een meerderheid aan Vlaamse zijde, maar een federale regering zonder meerderheid aan Franstalige zijde, dat is natuurlijk nog een ander pak mouwen. Wanneer de Vlaamse onderdanen op zulke grove wijze bij de bok gezet worden, levert dat natuurlijk wel enig mondeling protest op, maar uiteindelijk toch ook niet veel meer dan dat. Met de Franstalige burgers daarentegen haal je best zo geen toeren uit, tenzij je bereid bent het spel hard te spelen. Lees: de splitsing van België te riskeren. En men kan de Vlaamse christen-democraten veel verwijten, maar niet dat zij het spel ooit hard hebben durven spelen – of zullen spelen – tegenover de Franstaligen.

Dat laatste is overigens geen verwijt dat de CD&V alleen treft. Het was tenslotte toch de N-VA die zich in 2008 terugtrok uit de federale regering, en daarmee ook de Vlaamse regering, maar in 2009 wel bereid was om opnieuw tot de Vlaamse regering toe te treden. Netto resultaat voor de CD&V? Dat zij over de hele regeerperiode misschien een minister extra mocht benoemen in de federale regering, en dat was het dan. Als de partij vandaag niet van plan is zonder de N-VA in een nieuwe federale regering te stappen, of misschien correcter gezegd, dat standpunt blijft volhouden tot het in het «belang van het land en de bevolking» een ander standpunt inneemt, dan is dat niet omdat die partij de rechtstreekse reactie van de N-VA vreest. Het enige wat de partij doet aarzelen om opnieuw elke vorm van democratische welvoeglijkheid te overtreden is de mogelijke reactie van de kiezer bij de volgende verkiezingen. En dat dan nog in de eerste plaats omdat een verlies aan kiezers ook een verlies aan mandaten en inkomsten inhoudt. De mogelijkheid om aan de macht te blijven deelnemen, zeg maar de postjes, zal immers op zich ongeschonden blijven zolang men maar bereid blijft zich te onderwerpen aan de Franstaligen. Eens men bereid is een meerderheid aan Vlaamse zijde te laten varen, is uiteindelijk alles mogelijk.

De partij die misschien nog de beste redenen heeft om weigerachtig te staan tegenover een Coalition of the Willing, is de MR. Op het sociaal-economische vlak zijn er misschien wel veel raakpunten met de Vlaamse partijen, maar men kan zich anderzijds niet opwerpen als de kampioenen van de Franstaligheid en vervolgens als enige Franstalige partij in een federale regering stappen met nog niet een kwart van de Franstalige stemmen. De kans is trouwens reëel dat de «beweging» MR zelf niet eens ongeschonden uit zo'n regeringsdeelname zou terugkomen. FDF-voorzitter Olivier Maingain heeft immers een bloedhekel, op het ziekelijke af, aan de N-VA en Bart de Wever, en liet dat de afgelopen week ook goed merken. Met de recente uitbouw van FDF-afdelingen in Wallonië is een splitsing trouwens snel doorgevoerd, eventueel zelfs al vóór een regeringsdeelname van de MR.

Belangrijker nog is misschien dat de Franstalige media geen spaander heel zouden laten van de MR als ze het inderdaad zou aandurven toe te treden tot zo'n federale regering. (Kan men het zich aan Vlaamse zijde voorstellen?) En men kan speculeren wat het effect daarvan zou zijn op de Franstalige kiezer, maar uiteindelijk zou het wel eens kunnen dat dat niet eens relevant zou zijn. Het lijdt immers geen twijfel dat noch PS, noch cdH, noch Ecolo zoiets zomaar zouden laten gebeuren, en binnen de kortste keren voor voldongen feiten zouden zorgen via hun Fédération Wallonie-Bruxelles. (En opnieuw: kan men het zich aan Vlaamse zijde voorstellen?) En je zal dan maar de Franstalige partij zijn die toch nog geprobeerd heeft te collaboreren met de Vlamingen op het ogenblik dat de anderen de Belgische constructie finaal onderuit halen.

Dat laatste is ook de reden waarom er voor zo'n coalitie nooit een formateur aangesteld zal worden, laat staan dat ze de eed zou mogen afleggen bij de koning. Koning Albert II heeft het laatste jaar overtuigend bewezen dat hij weet met wie hij wel en met wie hij niet rekening hoeft te houden – en houdt. De PS behoort tot de eerste categorie, de N-VA tot de tweede. En men kan het de koning ook niet kwalijk nemen dat hij niet zomaar bereid is zijn eigen job op het spel te zetten. Waarom zou hij dat immers moeten doen? In de naam van de democratie? Alsof de Belgische monarchie, en trouwens België zelf ook, niet precies de negatie van de democratie zouden zijn.

zaterdag, juni 11, 2011

Twee peilingen die mekaar relativeren

Gisteren werden de resultaten van twee nieuwe peilingen bekend gemaakt. In de namiddag publiceerden De Standaard en de VRT de resultaten van hun peiling, om enkele uren later gevolgd te worden door La Libre Belgique. Voor sommige partijen bevestigden de twee peilingen mekaar, zoals bijvoorbeeld voor de N-VA, terwijl ze voor andere partijen duidelijk in tegenspraak waren. Het gevolg liet zich dan ook raden: sommige commentatoren, en niet in het minst sp.a-voorzitster Caroline Gennez, werden grondig in hun blootje gezet.

Maandag is het precies een jaar geleden sedert voor het laatst naar de stembus trokken, en het liet zich dan ook raden dat de twee belangrijkste peilers van dit land die verjaardag wouden vieren met een nieuwe peiling. Het enige min of meer verrassende daaraan was misschien dat La Libre Belgique al op vrijdagavond de resultaten van haar peiling bekend maakte. Traditioneel maken De Standaard en de VRT de resultaten van hun peilingen 's vrijdag bekend, zodat zij een heel week-end lang het politieke nieuws kunnen overheersen. La Libre Belgique kiest er gewoonlijk voor de resultaten pas 's zondags bekend te maken, waardoor zij het begin van de werkweek kunnen domineren. Pinksteren doorkruiste ongetwijfeld de plannen van La Libre Belgique, waardoor de publicatie deze keer op vrijdag gebeurde.

Wat leren deze peilingen ons? Aan Vlaamse zijde werd vooral ingezoomd op het resultaat van de N-VA, dat sterk blijft scoren. De partij is ongeveer twee keer zo groot als haar eerste achtervolger, de CD&V, en krijgt de steun van meer dan een derde van de Vlamingen. Vergeleken met haar uitslag voor de Kamer is er een duidelijke vooruitgang, met een winst van maar liefst zeven procent volgens La Libre Belgique. Vergeleken met de resultaten voor de Senaat is de winst minder uitgesproken, maar nog steeds duidelijk een winst.

Deze winst staat eigenlijk in schril contrast met de wind die door de meeste media in Vlaanderen waait. Daar wijst men immers graag met de vinger naar de N-VA als de schuldige voor de huidige politieke impasse. De gretigheid waarmee men N-VA-lid Vic van Aelst aanvalt en blijft aanvallen valt op, en staat niet in verhouding tot de behandeling die bijvoorbeeld sp.a-brombeer Louis Tobback te beurt valt, zoals Peter de Roover eerder deze week ook terecht opmerkte in De Morgen. Het moet echter zijn dat de gemene Vlaming zich daar niet veel van aantrekt, en de partij van Bart de Wever blijft steunen in haar (relatieve) onverzettelijkheid.

Even opvallend is hoe de media zich vervolgens openbaar het hoofd breken om die sterkte van de N-VA te kunnen verklaren, als ging het over onkruid waarvan men dacht dat men het nu toch echt onder controle had gekregen. De troost die men even kon halen uit het «wetenschappelijke» onderzoek dat moest aantonen dat de N-VA-kiezer echt niet wakker lag van het communautaire was slechts van de korte duur. Voor wanneer een onderzoek dat nagaat of echt wel alle kiezers van Groen! tegen kernenergie zijn? En bij de sp.a zit men zelfs geplaagd met voormannen die het partijprogramma niet helemaal willen volgen!

De verklaring voor de goede score van N-VA is echter eenvoudig – misschien iets te eenvoudig voor onze hoogopgeleide journalisten die van alle markten thuis. Zolang de impasse blijft duren, met aan Vlaamse zijde alle aandacht op de N-VA gericht, tot zelfs op de hoogdag van een andere partij toe, zonder ook al te veel flaters van de zijde van de N-VA, hoeft het niet te verbazen dat nogal wat Vlamingen spontaan aan de N-VA denken als hen gevraagd wordt voor welke partij zij vandaag zouden stemmen. Voeg daar nog bij dat de N-VA voorlopig nog steeds van twee walletjes tegelijk kan eten, omdat ze met één been in de regering zit en compromissen zoekt en aanreikt, terwijl ze het andere stijf in de oppositie houdt. Net zoals de kat van Schrödinger, zowel springlevend als morsdood zolang de doos maar niet geopend wordt, zal pas blijken hoeveel aanhang die partij werkelijk nog heeft, wanneer ze de ultieme keuze moet maken, of de ultieme keuze in haar plaats genomen zal worden: een nieuwe regering met of zonder de N-VA, of eventueel verkiezingen. In het ene geval zouden een aantal kiezers terug kunnen vloeien naar het Vlaams Belang, in het andere naar CD&V en Open Vld.

Hoe zit het met de andere partijen? De CD&V blijft zweven rond het resultaat van verleden jaar. Voor de drie achtervolgers sp.a, Open Vld en Vlaams Belang is de tendens lichtjes negatief, maar voor geen één van de partijen is er een echt significant verschil. De enige die zich op negatieve wijze liet opmerken, was sp.a-voorzitster Caroline Gennez, die, zoals we reeds opmerkten, grondig in haar blootje werd gezet. Zoals Carl Devos het deze morgen ook opmerkte in zijn opiniestuk: de opdeling van partijen die zij in een reactie op de peiling van De Standaard en de VRT maakte, slaat werkelijk nergens op. Haar partij staat immers wiskundig gezien dichter bij de Open Vld dan bij CD&V, maar toch meende zij een gat van maar liefst vijf procent te kunnen zien tussen haar partij (rond de vijftien procent) en die van Alexander de Croo (rond de tien procent). Om het compleet te maken volgden enkele uren later dan de resultaten van de peiling van La Libre Belgique, die haar partij zelfs nipt áchter de Open Vld plaatste. Caroline Gennez is politiek nooit een groot licht geweest, maar wiskundig en statistisch doet zij vooral aan een groot zwart gat denken.

Het was trouwens niet de enige flater van Caroline Gennez. Zo zag zij een verdere versnippering van het Vlaamse partijlandschap, en dat op een ogenblik dat één partij een recordscore haalt, en een andere – de LDD – virtueel uit het terrein verdwijnt. In mijn woordenboek is dat eerder een consolidatie dan een versnippering, maar het valt natuurlijk niet uit te sluiten dat de blik van de sp.a-voorzitster enigszins vertroebeld wordt door de recente afscheuring van Rood!. En de positieve tendens van Groen!, al was dat laatste ook al maar in één van de twee peilingen. Wie echter de sp.a-voorzitster zoveel klinkklare nonsens hoort uitbraken op zo korte tijd, kan zich afvragen wat haar mening dan wel waard zou zijn over, ik zeg maar wat, de financieringswet, de indexatie, de pensioenleeftijd, of wat dan ook waar getalletjes met meer dan één cijfertje aan te pas komen.

De eerlijkheid gebiedt ons wel te vermelden dat Caroline Gennez de enige niet was die gisterenavond flaterde. De VRT pakte immers uit met de titel «N-VA geniet meer steun dan ooit in VRT-peiling», terwijl journalist Ivan de Vadder een gelijkaardige opmerking maakte op Twitter. Nochtans scoorde de partij zes maanden geleden even hoog, of voor wie er de details wil bijhalen, zelfs 0,1% hoger dan vandaag. Wie de grafiek van de VRT vergelijkt met het artikel van De Standaard zes maanden geleden, zal onmiddellijk dat ene, kleine verschilletje opmerken… Correctie: Het was De Standaard die er zes maanden geleden in slaagde de resultaten van haar eigen peiling fout weer te geven.

Het is echter goed even stil te staan bij de resultaten van de Open Vld. Wie de resultaten van deze twee peilingen vergelijkt met de resultaten van drie maanden geleden, ziet hoe de partij haasje-over speelt met zichzelf, zowel in de tijd als tussen de twee peilers door. Qua relativering van de waarde van beide peilingen kan dit wel tellen. Misschien kan Caroline Gennez er ook lering uit trekken dat het gevaarlijk is al te straffe uitspraken te doen over de resultaten van één enkele peiling.

Ook over de uitslag van Groen! kunnen enkele interessante opmerkingen gemaakt worden. In de ene peiling zet de partij een topscore neer, terwijl de andere haar opnieuw richting de kiesdrempel stuurt. De vraag is dan ook: waait er ook door Vlaanderen een groen briesje dankzij Fukushima, want van een superwinst is er voorlopig nog geen sprake? Of blijft de partij niet meer dan een drukkingsgroep aan de linkerzijde, met een harde maar stabiele kern van kiezers?

Ondergetekende voerde voor beide peilingen een simulatie voor de zetelverdeling in het Vlaams Parlement uit. (Waarom doen de peilers dat nooit zelf?) Echt veel verschillen de resultaten niet van mekaar, maar de peiling van La Libre Belgique levert misschien wel het interessantste resultaat op. Volgens die simulatie hebben nu niet alleen N-VA en CD&V en N-VA en sp.a virtueel een meerderheid in het Vlaams Parlement, maar ook N-VA en Open Vld. Bovendien komen N-VA en Vlaams Belang maar een zetel te kort om net de helft van de zeteltjes te kunnen bezetten. De dominantie van de N-VA in Vlaanderen wordt hiermee duidelijk geïllustreerd. Merk trouwens ook op dat LDD volledig uit het Vlaams Parlement zou verdwijnen, en dus ook in West-Vlaanderen geen zetel meer zou halen.

Over naar de Franstalige partijen, waar veel aandacht ging naar het resultaat van de PS. Die partij herstelt zich lichtjes vergeleken met de vorige peiling van La Libre Belgique, maar vergeleken met de vorige verkiezingen is er alleen maar sprake van een status quo. Het is daarmee duidelijk Elio di Rupo minder kan profiteren van de politieke stilstand dan zijn tegenhanger Bart de Wever. Benieuwd of dit ook gevolgen zal hebben voor de regeringsonderhandelingen.

Grote concurrent MR gaat in deze peiling lichtjes achteruit, zowel tegenover de vorige peiling als de vorige verkiezingen. Van enig Charles Michel-effect is er voorlopig dan ook geen sprake. De cdH herstelt zich tegenover de vorige peiling, maar blijft onder haar resultaat van verleden jaar, terwijl Ecolo nagenoeg status quo blijft.

Bij het resultaat van het Front National stonden we verleden keer al even stil, en de partij bevestigt haar uitslag van verleden keer. Het meest merkwaardige is misschien nog wel dat hierover in de media nog steeds geen woord te lezen viel – zelfs nog geen verontruste echo.

Bijlage: Overzicht van alle peilingen in Vlaanderen sedert 2004 en Wallonië sedert 2006 (PDF).

donderdag, mei 26, 2011

SNP, N-VA, sp.a en Labour

Het nieuws is al enkele weken oud, maar toch willen we nog even terugkomen op de enorme overwinning die de SNP van Alex Salmond boekte bij de regionale verkiezingen in Schotland. De partij slaagde er niet alleen in in de regering te blijven, ze haalde bovendien een absolute meerderheid in Holyrood, het Schotse parlement. Maar kan die overwinning ook iets leren over het Vlaamse partijlandschap?

Wanneer we op zoek gaan naar een Vlaamse zusterpartij voor de SNP, hoeven we op het eerste zicht niet verder te zoeken dan de N-VA. Beide partijen zijn immers lid van de EVA, de Europese Vrije Alliantie, en zetelen daardoor in het Europees Parlement in dezelfde fractie. Nochtans bestaan er wezenlijke verschillen tussen de twee partijen. Op sociaal-economisch vlak profileert de N-VA zich immers duidelijk als een conservatieve en rechtse partij, terwijl de SNP tot het centrum-linkse kamp behoort. Op dat vlak sluit de SNP dus nauwer aan bij de sp.a dan de N-VA.

Maar ook wat betreft hun kernthema zijn er enkele verschillen tussen de twee partijen. Officieel heeft de N-VA het in haar programma wel over een onafhankelijk Vlaanderen, maar in de praktijk zweert ze wel de «revolutie» af, en stapt ze zelfs mee in de logica van evolutie en onderhandelde staatshervormingen. Zelfs de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde wil de partij niet meer eenzijdig doorvoeren. Bij de SNP hoort men echter een ander verhaal, en schrikt men er niet van terug om een referendum over Schotse onafhankelijkheid in het vooruitzicht te stellen – nog vóór het einde van deze legislatuur! – zonder dat daarover blijkbaar veel onderhandeld hoeft te worden met Westminster. Het is duidelijk dat de SNP op dat punt veel meer gemeen heeft met het Vlaams Belang dan de N-VA.

Als de Schotse SNP ons dus één ding kan leren, dan wel dat nationalisme geen exclusief rechts of extreem-rechts thema hoeft te zijn. Echt nieuws is dat niet voor wie verder kan kijken dan zijn neus lang is, want in een Europese context gezien is het niet de SNP die de uitzondering op de nationalistische regel vormt, maar wel de N-VA en het Vlaams Belang. Dat het recente schotschrift van Paul Magnette tegen de N-VA in België überhaupt serieus genomen wordt zegt in dat verband trouwens meer aan over de bijziendheid en de wereldvreemdheid van onze journalisten dan de bekrompenheid van het Vlaams-nationalisme. Neen, het meest verwonderlijke aan de hele zaak is misschien wel dat links in Vlaanderen zweert en uitdrukkelijk blijft zweren bij een extreem belgicisme. De sp.a doet dat uit extreem eigenbelang (de greep op de macht via de PS en het geld van de ABVV), terwijl het bij Groen! eerder om extreem naïvisme lijkt te gaan.

Aan Groen! gaan we verder geen woorden vuil maken, maar bij de sp.a mag men zich wel gelukkig prijzen dat men nog niet te maken heeft gehad met een linkse concurrent die wél de Vlaamse kaart trekt. Zo is het voor de sp.a bijvoorbeeld nog een geluk bij een ongeluk dat Rood! zo verstrikt zit in de ABVV-netten dat men het daar nodig schijnt te vinden nog Belgischer dan de sp.a uit de hoek te moeten komen. Alsof die beweging/partij kans zou maken kiezers van de N-VA af te snoepen. Een links-regionalistische concurrent daarentegen zou zich meer kunnen concentreren op de intellectuele oneerlijkheid van de sp.a op het communautaire, en de criminele collaboratie van die partij met de PS bloot kunnen leggen zonder meteen de etiketten «populistisch» en «anti-sociaal» opgeplakt te krijgen. Alleen al daardoor zou ze meer kans op slagen maken dan Rood!, omdat ze als enige partij op links uit het petieterige roodgekleurde Belgische vierkantje in Vlaanderen zou treden.

In dat verband is het interessant te wijzen op een merkwaardige parallel tussen de sp.a en Labour. De eerste gaat er immers prat op dat er in België nog nooit een staatshervorming goedgekeurd werd zonder dat zij eraan deelnam, terwijl het precies de tweede is die de devolution doorvoerde in Groot-Brittannië. Laten we daar echter meteen ook aan toevoegen dat het in geen van de gevallen echt van harte was. En één van de redenen waarom Labour enkele weken geleden zo sterk verloor in Schotland is precies dat die partij de devolution nooit echt omarmde, dat het Schots parlement voor haar slechts van weinig tel was, en er daarom ook geen topkandidaten voor wou inzetten. Hoeft het dan te verbazen dat de partij er een pandoering kreeg? Bovendien wordt het Schots parlement volgens een naar Britse gewoonte toch wel heel proportioneel stelsel, waarbij het er vingerdik op lag dat dit moest verhinderen dat de SNP ooit een volstrekte meerderheid zou kunnen halen. Ook dat bleek dus een pijnlijke vergissing van Labour te zijn.

Het is dan ook de vraag hoe het Schotse partijlandschap er vandaag uit zou gezien hebben als het Labour wel menens zou geweest zijn met de devolution. De SNP zou dan misschien nog steeds een kleine partij geweest zijn, met misschien wel voldoende mandatarissen om niet in de marginaliteit te verdwijnen, maar zeker geen volstrekte meerderheid in een relatief proportioneel parlement. Een voor ons nog interessantere vraag is hoe het Vlaamse partijlandschap eruit zou zien als de sp.a-top liever eens wat solidair zou willen zijn met de Vlaamse werknemer dan een ingeweken Duitse familie in Laken, enkele stinkrijke Brusselse bankiers, de bonzen van het Waalse militair-industriële complex, en een corrupte vakbond annex partij die haar leden aan zich blijft binden door hen in de werkloosheid en de ellende te houden.

zondag, mei 15, 2011

N-VA liet broek andermaal zakken, maar voor PS moet ze helemaal uit

In het gekrakeel rond de brief van Elio di Rupo ging het een beetje verloren, maar de Vlaamse toegevingen waarvan gewag wordt gemaakt in de berichten over de nota–Beke zijn eigenlijk niets anders dan hallucinant te noemen. Het lijstje dat De Standaard publiceerde wijkt amper af van het lijstje dat Le Soir eerder al weergaf, en laat daarom het ergste vermoeden.

In zijn opiniestuk «A brief too far» haalde Carl Devos nog eens de precieze reden aan waarom Elio di Rupo eerder deze week Wouter Bekes voorstel tot hervorming van de financieringswet afschoot. Uit een tabel bleek dat het Waals en het Brussels Gewest volgens dat voorstel tegen 2025 zo'n 0,03% van het BBP zou verliezen, terwijl Vlaanderen ongeveer 0,18% zou winnen. Het lijkt een miniem verlies, maar aangezien Elio di Rupo erop staat dat «zijn» gewesten geen euro mogen verarmen, volgde er een onverbiddelijk njet. (En hij voegde er net niet aan toe dat dit alweer bewees dat de N-VA niet bereid is tot een compromis.)

Het is echter jammer dat Carl Devos, of enig ander commentator of medium dan ook, dat cijfer niet wat concreter heeft ingevuld. Om het even in euro's uit te drukken: ik vermoed dat 0,03% van het BBP betekent dat het Waals en het Brussels Gewest iets van een honderd miljoen euro zou verliezen. In 2025. Als we daar de jaarlijkse overdrachten van Vlaanderen naar Brussel en Wallonië tegenover plaatsen, en we nemen daar de meest recente cijfers van de studiegroep VIVES voor, dan zouden die – tegen 2025 dus – teruggeschroefd worden van 11 miljard euro naar… 10,9 miljard euro.

Voor een goed begrip: het zijn de Vlamingen die in de Belgische federatie de onverbeterlijke egoïsten zijn, en als bekrompen mensen de Franstaligen niet gunnen dat de zon ook bij hen eens in het water schijnt. Als we de overdrachten van Noord naar Zuid accumuleren van de laatste eeuwwisseling tot dat beruchte jaar 2025, dan zullen die egoïstische Vlamingen echter wel een KWART BILJOEN EURO uit hun portefeuille hebben zien verdwijnen, of om het in oude Belgische franken uit te drukken: TIEN BILJOEN FRANK. Niet moeilijk dat Elio di Rupo een vlammende brief schreef toen bleek dat met het voorstel dat Wouter Beke op tafel gelegd had dat bedrag gereduceerd zou worden tot misschien maar 249 miljard euro. Als het effect tenminste tien jaar zou gelden.

A propos, heeft iemand het adres van die superintellectuelen die beweren dat de Sociale Zekerheid toch maar best federaal blijft, in het belang van Vlaanderen? Zij beweren immers dat de vergrijzing er eerder vroeg dan laat er voor zal zorgen dat de geldstromen zullen omdraaien, en het zou daarom interessant zijn te weten wat zij van die brief van Elio di Rupo vinden. Doch dit terzijde.

De brief van Elio di Rupo mag dan wel ergerlijk zijn, en volgens sommigen een strategische blunder, mij verbaast het nog het meest dat Bart de Wever niet óók een brief geschreven heeft. Laten we immers een kat eens een kat noemen: een hervorming van de financieringswet die zo'n groot verschil oplevert dat ze over vijftien jaar nog steeds in de afronding na de komma verdwijnt, dat kan je toch bezwaarlijk een systemische staatshervorming noemen. Zoiets is zelfs geen kleine staatshervorming, maar niet meer of niet minder dan een status quo. Hoe was Bart de Wever van plan dit aan zijn achterban te verkopen? Want als de voorstellen in de nota–Beke maar een heel mager beestje – een dode mus? – blijken te zijn voor de financieringswet, dan is al het helemaal huilen met de pet op wat betreft de constitutionele hervormingen.

Ga het immers maar na: De Standaard noemt de voorgestelde splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde dan wel een «vrij ‘nette’ splitsing», maar zo «net» is die uiteindelijk niet. Met onder andere (dus meer dan alleen maar) inschrijvingsrechten voor de Franstaligen in de Zes is die splitsing niet meer dan een symbolische splitsing, en gaan er in de praktijk weinig Franstalige stemmen verloren. De rondzendbrief–Peeters wordt ingetrokken, en Franstaligen hoeven zich volgens De Standaard nog slechts om de zes jaar, daar waar Le Soir slechts durfde te hopen op vier, te registreren als Franstaligen in hun gemeente. Bovendien zou de benoeming van de burgemeesters in de Zes «versoepeld» worden, lees: de bevoegdheid van de Vlaamse regering wordt verder beknot. Op papier blijven de zes faciliteitengemeenten in de Vlaamse Rand dus nog steeds deel uitmaken van het Vlaamse Gewest, maar je moet stilaan al hard beginnen nadenken om nog een beleidsdomein te vinden waarin het Vlaamse Gewest (of de Vlaamse Gemeenschap) in die gemeenten haar bevoegdheid nog ten volle mag uitoefenen. Of zelfs nog maar voor de helft.

Want het houdt nog niet op. Brussel zou inspraak krijgen in het beleid rond de op- en de afritten van de Brusselse ring die op Vlaams grondgebied liggen. Het is eigenlijk maar een detail vergeleken met de «metropolitane gemeenschap» die opnieuw opduikt. Het feit alleen al dat het ding nog steeds alleen maar een Franstalige naam draagt, in plaats van het correcte Nederlandse «grootstedelijke gemeenschap» te gebruiken, bewijst dat het hier wel degelijk over een Brussels-Franstalig project gaat. Enige bedoeling van dat project: nog maar eens een pak extra Franstalige tentakels over Vlaams-Brabant spreiden om bij een eventuele splitsing van België zoveel mogelijk aanspraken te kunnen maken op delen van Vlaams-Brabant. Want ga het in het buitenland maar eens uitleggen dat Vlaams-Brabant integraal deel uitmaakt van Vlaanderen, als Brussel er overal zijn zegje mag hebben over trein- en busregelingen, inplanting van wegen en infrastructuur, en wat weet ik nog allemaal.

Als ik dit allemaal overloop, dan kan ik mij alleen maar afvragen welke zichzelf respecterende natie zoiets zou aanvaarden? Want vergeet het maar dat die grootstedelijke gemeenschap ook iets te zeggen zou krijgen in enkele Waals-Brabantse gemeenten. Of dat Vlaanderen via die grootstedelijke gemeenschap zelfs nog maar iets in Brussel te zeggen zou krijgen. Als er aan die staatshervorming uit de nota–Beke iets systemisch is, dan wel dat Vlaanderen in ruil voor een symbolische splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde en een symbolische hervorming van de financieringswet alweer een pak fundamentele toegevingen doet aan de Franstaligen. Bart de Wever mag me altijd komen vertellen dat het niet waar is, maar mijn indruk is dat de N-VA de broek deze keer ferm heeft laten zakken. Was het niet dat de PS vindt dat ze helemaal uit moet, en dat de N-VA ook voorover moet buigen, dan had ik graag gezien hoe N-VA-voorzitter deze voorstellen op een partijcongres en aan de rest van de Vlaamse Beweging verdedigd zou hebben, vooral dan in het licht van de gekende Baert-doctrine.

Tot slot nog dit: dat er in de Vlaamse media zo «sereen» bericht wordt over die nota–Beke, is geen toeval. Hoe meer heisa over die brief van Elio di Rupo, hoe meer de bevolking misschien de indruk zou kunnen krijgen dat die nota–Beke een stevig Vlaams eisenpakket zou inhouden, zo lijkt men wel te hopen. Over schuldig verzuim gaat het dus niet, maar opgezet spel. Bart Sturtewagen van De Standaard liet deze morgen wat dat betreft even in zijn zieltje kijken, en de volgende passage wil ik mijn lezers zeker niet onthouden:
Niet zoveel Vlamingen zijn in staat zelf te beoordelen wanneer een communautair vergelijk eerbaar is. Die afweging is complex en technisch. Daarom is het belang van symboliek zo groot. En daarom kan de symboliek van een knieval voor de PS niet met rationele argumenten worden gecounterd.
Het moet toch vreselijk zijn voor zo'n intelligent mens als hem om te leven in een land vol boerenkinkels die al bijna omver vallen als ze tot tien moeten tellen. Het is daarom goed dat een kwaliteitskrant als De Standaard niet te diep ingaat op het voorstel van Wouter Beke om de financieringswet te hervormen, en er bijvoorbeeld ook voor kiest om de pseudo-splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde snel en beknopt af te handelen als een «vrij ‘nette’ splitsing». Veel te complex en technische. Maar wel eerbaar. Bart de Wever zal dus alvast niet hoeven te vrezen voor al te veel flamingant weerwerk vanuit Groot-Bijgaarden als hij alsnog zou besluiten de broek helemaal te laten zakken.

zondag, mei 08, 2011

Waarom de leeuw geen vuist kan maken

De onderhandelingen slepen al bijna elf maanden aan. Dat het al zo lang duurt, en dat het nog een tijdje kan blijven voortduren, is het gevolg van twee factoren: de Franstaligen hebben er geen belang bij dat er snel een nieuwe federale regering wordt gevormd, en de Vlamingen slagen er niet in een vuist te maken om toch snel een nieuwe federale regering af te dwingen. De onmacht van Bart de Wever om zijn allernieuwst eis – de snelle benoeming van een formateur – af te dwingen, illustreert dit perfect.

Voor de lezer hoeft er waarschijnlijk geen tekeningetje bij: zolang de CD&V de N-VA niet durft los te laten, en zolang de N-VA niet in een federale regering durft te stappen zonder een fikse staatshervorming of met alleen maar een loze belofte daarover, hebben de Franstaligen er absoluut geen belang bij dat de federale regeringsonderhandelingen vooruitgang boeken. Waarom zouden de Franstaligen immers vrijwillig meewerken aan een inperking van de immense geldstromen van Noord naar Zuid, of dwarsbomen leggen voor hun territoriale eisen in Vlaams-Brabant, als daar toch geen ergere dreiging tegenover staat? Per slot van rekening is er ook geen enkele kalkoen in geïnteresseerd Kerstmis van 25 december naar 25 november te verplaatsen, tenzij anders de onmiddellijke hakbijl dreigt. En die onmiddellijke hakbijl, het is precies daar dat het probleem aan Vlaamse kant ligt.

Wanneer de Franstalige partijen nog eens gezamenlijk overleg plegen – gewoonlijk vooraf luid aangekondigd in de pers en vervolgens uiteraard van veel theater voorzien – komen zij versterkt uit die oefening terug. Hun geheim? Wanneer zij overleg plegen, tellen zij hun eisen bij mekaar op: zowel een uitbreiding van Brussel als een versterking van het gewest met gemeenschapsbevoegdheden en uiteraard ook extra financiële middelen, als een versterking van het federale niveau en ondertussen zeker geen afname van de geldstromen naar Wallonië, plus nog eens een afbouw van de Vlaamse bevoegdheden in Vlaams-Brabant. Soms zijn hun eisen zelfs onderling in tegenspraak, maar dat maakt natuurlijk niets uit zolang het eigenlijk doel alleen maar een volgehouden stilstand is. Men zou zelfs cynisch kunnen opmerken dat onderling tegenstrijdige eisen dan alleen maar een voordeel zijn, want zo kan er altijd wel iets gevonden worden dat imbuvable is voor de Franstaligen.

Hoe ziet dezelfde oefening er aan Vlaamse kant uit? Om te beginnen: die oefening wordt vrijwel nooit gemaakt. En als er dan toch eens een zeldzame keer wat overleg plaats vindt, proberen de Vlaamse partijen onderling uit te blinken door mekaars eisen van mekaar af te trekken, in plaats van ze net zoals de Franstaligen bij mekaar op te tellen. Daar komt dan nog bij dat de meest radicale Vlaamse partij, het Vlaams Belang, op voorhand al uitgesloten wordt van het overleg, omdat die partij ondemocratisch zou zijn. De meest radicale Belgische partij, Groen!, weigert dan weer zelf mee te doen. Dankzij niet weinig mediahulp slaagt die partij er dan bovendien nog eens in het akkoord te ondermijnen door de sp.a een zekere afstand van het akkoord te doen nemen, want de leiding van de sp.a wordt niet graag overklast in belgicisme door haar ergste concurrent.

Dit alles betekent dat Bart de Wever en de N-VA gelijk hebben wanneer zij geen gezamenlijk Vlaams overleg wensen. De geschiedenis leert immers dat zij daar, in tegenstelling tot de Franstaligen, alleen maar verzwakt van kunnen terugkomen. Veel geloofwaardige dreigementen kan Bart de Wever daarom niet maken tegenover de Franstaligen, en die gedragen er zich dan natuurlijk ook naar. Maar met hoeveel dreigementen kan Bart de Wever eigenlijk uitpakken? Het zijn er bitter weinig, en met sommige ervan wíl hij zelfs nog niet eens uitpakken.

Ten eerste kan Bart de Wever er natuurlijk mee dreigen dat hij de federale onderhandelingstafel zou verlaten. Voor de Franstaligen klinkt dit echter eerder als een beloning of zelfs een belofte dan een dreigement, omdat zij vermoeden dat de CD&V de N-VA uiteindelijk niet zal volgen. En dat daarmee de weg vrij zal liggen voor een federale regering zonder staatshervorming, of een die zeer voordelig voor de Franstaligen zou zijn. Zeker, de CD&V zegt al lang dat zij geen federale regering zonder N-VA wil, maar dat geldt alleen voor zover de N-VA niet zelf uit de aan de gang zijnde regeringsonderhandelingen stapt.

Ten tweede zou Bart de Wever er mee kunnen dreigen de instellingen van dit land zoveel mogelijk lam te leggen zolang er geen volwaardige federale regering gevormd is. Probleem is echter dat hij die kaart zelf niet ten volle durft te trekken – Vlamingen zijn daar veel te beleefd (of is het laf?) voor – en bovendien af te rekenen heeft met allerlei vormen van sabotage. Eén van de mooiste bewijzen daarvan werd gisteren nog geleverd, toen eerste minister Yves Leterme via Twitter zijn tevredenheid liet blijken over het bericht dat Standard & Poor's dan toch haar kredietrating van België niet zou verlagen. Deze vleesgeworden rancune uit Ieper heeft immers de laatste maanden zowat het vuur uit zijn sloffen gelopen om één van de weinige geloofwaardige drukkingsmiddelen waarover de Vlamingen beschikten zo snel en zo efficiënt mogelijk te neutraliseren. Gisteren kwam dan een maand vroeger dan verwacht het verlossende bericht dat een verlaging van die kredietrating, die België handenvol geld zou gekost hebben, er toch niet komt, en Yves Leterme was er dan ook – vanuit de Verenigde Staten! – als de kippen bij om zichzelf eens een duchtige beurt met het wierookvat te geven.

Wat zou het Franstalige equivalent van Yves Letermes gedrag eigenlijk zijn? Misschien een Laurette Onkelinx, die uit persoonlijke rancune tegenover Didier Reynders van sociale zaken zo'n acute puinhoop zou maken dat er toch snel een nieuwe federale regering zou gevormd moeten worden, ondanks het getalm van haar voorzitter Elio di Rupo. De manier waarop Yves Leterme zijn eigen, en alleen zijn eigen gang gaat, ten koste van zijn partij en tegen de belangen van Vlaanderen in, kan niet anders dan een nieuw moreel dieptepunt in de recente geschiedenis van het land genoemd worden. N-VA-voorzitter Bart de Wever staat er echter machteloos tegenover. Bovendien valt te vrezen dat Wouter Beke, na het neerleggen van zijn koninklijke bemiddelingsopdracht, feitelijk geneutraliseerd zal zijn aan de top van de CD&V, en Yves Leterme er samen met zijn ACW-kameraad Steven Vanackere Kris Peeters in de minderheid zal kunnen stellen.

Ten derde en ten slotte zou Bart de Wever er natuurlijk ook mee kunnen dreigen de Belgische constructie niet alleen lam te leggen, maar zelfs volledig op te blazen. Een eerste probleem is daarbij dat hij partijen als de CD&V en de Open Vld niet eens meekrijgt om federaal België lam te leggen, laat staan dat ze hem zouden willen volgen om die constructie op te blazen. Erger is echter dat hij ook zelf niet helemaal bereid lijkt te zijn om deze kaart te trekken, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Vlaams Belang, of… de PS. Het verklaart meteen ook waarom koning Albert II het aandurft de N-VA regelmatig voor het lapje te houden, waar hij er zich wel voor zou hoeden hetzelfde met de PS te doen. De klacht van Liesbeth Homans dat «de N-VA te weinig kansen heeft gekregen» houdt dan ook geen steek: een politieke partij die zichzelf een beetje respecteert hoeft geen kansen te krijgen, maar neemt die zélf, koning of geen koning.

Conclusie van dit alles? Renaat Landuyt had deze voormiddag in De Zevende Dag op een manier gelijk toen hij het merkwaardig vond dat een republikeinse partij als de N-VA op kansen van de koning zit te wachten. Het heeft natuurlijk geen zin om op een republikeinse manier aan regeringsvorming te willen doen als de rest van de gesprekspartners toch enkel rekening wenst te houden met koninklijke opdrachten, maar de N-VA zou in Laken rustig wat harder op de tafel mogen slaan. En sire bijvoorbeeld al eens meedelen dat hij met republikeins vuur speelt als hij met de N-VA blijft sollen in plaats die partij eindelijk eens met het nodige respect te behandelen. Wedden dat het de huidige federale regeringsonderhandeling snel een versnelling hoger zou doen schieten?

donderdag, april 28, 2011

Het ene breekpunt is het andere niet

Verleden week gebeurde er toch wel iets merkwaardigs: één van de negen politieke partijen die deelnemen aan het federale regeringsoverleg heeft een absoluut breekpunt op tafel gelegd, zonder dat daarover een mediastorm losbarstte. Zondag werd dat breekpunt overigens nog eens bevestigd in een betoging, alweer zonder dat de media daar storm over liepen. Nochtans worden we al maanden om de oren geslagen met het mantra dat partijen tot compromissen bereid moeten zijn, en dat partijen die breekpunten op tafel leggen zichzelf van de onderhandelingen uitsluiten. Hoe is dit mogelijk?

De partijvoorzitter die het breekpunt op tafel legde, luistert naar de naam Wouter van Besien. In een interview met De Morgen liet hij optekenen dat Groen! niet in een nieuwe federale regering stapt als niet alle Belgische kerncentrales gesloten worden. Dat het niet ging om een door de journalist verkeerd begrepen uitspraak, of een eendagsbreekpunt, bleek uit de betoging die een paar dagen later volgde. Daar werd immers nog eens herhaald dat de sluiting van de kerncentrales voor Groen! (en ook voor Ecolo) een breekpunt is. Of nog, dat er over die sluiting met Groen! en Ecolo geen enkel compromis mogelijk is. Merkwaardig genoeg concludeerde geen enkele van de andere partijen daarop dat de twee ecologische partijen zichzelf uitgesloten hadden van de federale regeringsonderhandelingen, om de gesprekken dan maar met zeven voort te zetten.

Ook in de media viel er opvallend weinig «duiding» te rapen over de houding van Groen! en Ecolo. Andere partijen – de N-VA om geen namen te noemen – hoeven zelfs nog geen concreet breekpunt te formuleren om al met alle zonden Israëls beladen te worden, zowel in de media als door politici van de andere onderhandelende partijen. Met telkens weer de gretige conclusie dat de N-VA zich overduidelijk zélf uit de onderhandelingen heeft teruggetrokken, en dat daarmee de weg vrij is om een federale regering te vormen zonder die vermaledijde partij. Vooral politici van sp.a en Groen! blinken uit in die oefening, al willen ook enkele krokodillen uit de CD&V-poel zich af en toe in die zin laten opmerken. De sp.a-politici en CD&V-krokodillen gaven echter op het punt van de kerncentrales niet thuis, terwijl politici van Groen! het breekpunkt glashelder formuleerden en vervolgens nog eens bevestigden.

Mogen we overigens opmerken dat Groen! met haar nieuwe standpunt grandioos woordbreuk pleegt tegenover haar eigen kiezers? We citeren even uit een interview met Knack, gedateerd 26 mei 2010, waarin Wouter van Besien de uitstap «wel prioritair, maar geen breekpunt» noemde: «Net als van deadlines houd ik ook niet van breekpunten: het zijn tekens van zwakte.» Die zit. De pientere lezer – heb ik er andere? – zal echter opmerken dat deze uitspraak van vóór de laatste verkiezingen dateert, en dus vandaag geen relevantie meer heeft.

Iemand met een slecht karakter zou ondertussen kunnen stellen dat er in de media blijkbaar onderwerpen bestaan waarover wél breekpunten geformuleerd mogen worden, en andere waarover men geen breekpunten mag formuleren, of zelfs nog maar verdacht mag worden eventuele breekpunten te hebben. De uitstap uit kernenergie behoort tot de eerste categorie, net zoals Franstalige communautaire eisen, terwijl Vlaamse communautaire eisen tot de tweede categorie horen. Maar waarom zouden we niet beter willen doen, en Wouter van Besien enkele tips geven om de N-VA eens een paar lessen in compromisbereidheid te leren? De uitstap uit kernenergie lijkt me daarover een bijzonder geschikt onderwerp.

Net zoals de Franstaligen voorstellen om het arbeidsmarktbeleid te splitsen zodanig dat de regio's wel de belastingen zouden heffen, maar het beleid nog steeds federaal bepaald wordt, kan ook Doel 1 gesloten worden door de centrale om te dopen tot Antwerpen 1. Moet aanvaardbaar zijn. Verder moet Groen! er mee leren leven dat er zowel in Doel als in Tihange nu nog een nucleaire centrale bijkomt (cfr. onmiddellijke blanco cheque voor Brussel én uitbreiding van het gewest), en dat de bouw ervan gefinancierd wordt met een taks op windmolens en zonnepanelen (splitsing van kinderbijslag volgens gewesten i.p.v. gemeenschappen). In ruil willen we over een jaar of twee–drie de sluiting van één of andere centrale overwegen, maar dan wel zonder enige garantie dat dat ook leidt tot een effectieve sluiting, of dat we het op dat ogenblik zelfs nog steeds zouden willen overwegen. Met andere woorden, het soort van compromis dat Groen! en sp.a anders graag willen voorstellen als een buitenkans en een enorme overwinning, maar waarvan zelfs de domste boer op zijn klompen aanvoelt dat hij van A tot Z in het ootje genomen wordt.

Wat leert dit alles? In de eerste plaats dat het gemakkelijk is om te eisen dat iemand anders een compromis aanvaardt over een onderwerp waar je zelf nauwelijks enige interesse voor hebt. Die oefening wordt echter al een pak moeilijker wanneer het gaat over een onderwerp dat je wel nauw aan het hart ligt, en wanneer je zelf de toegevingen moet doen. Het verschil tussen Groen! en N-VA is echter wel dat de N-VA niet de pretentie heeft te willen stellen dat ze over milieu een moreel hoger standpunt zou innemen omdat ze er zich niet voor interesseert, en er dus ook weinig of niets van kent. Een ander, en zeker niet onbelangrijk verschil is ook dat de media niet zouden willen meestappen in dat verhaal.

maandag, april 11, 2011

De loopgraven van Robaais

Kersvers N-VA-lid Vic van Aelst was verleden week kop van jut bij Noord-Belgisch links na zijn uitspraak dat Frans als tweede taal beter afgeschaft kon worden in het Vlaams onderwijs. De man heeft tegelijkertijd een punt én ongelijk, maar de krampachtige manier waarop De Morgen met zijn uitspraak de draak wou steken toont aan dat niet alleen de Franstaligen in Brussel zich thuis voelen in de loopgraven.

Laten we beginnen met de puntjes even op de i te zetten: Vic van Aelst heeft wel degelijk ongelijk wanneer hij ervoor pleit het Frans als tweede taal af te schaffen in het Vlaamse onderwijs. Hij heeft echter geen ongelijk omwille van de negentiende-eeuwse maar bij Noord-Belgisch links nog steeds springlevende houding dat een Vlaming in België nu eenmaal «zijn Frans» moet kennen. Met dit subtiele verschil misschien dat zij vinden dat Vlamingen vandaag Frans moeten leren om hun geschiedenis beter te begrijpen, en natuurlijk ook begrip te hebben voor de Franstalige houding. Het druipt er echter af dat de stelling dat ook de Franstaligen omwille van precies dezelfde redenen misschien eindelijk toch ook eens een mondje Nederlands zouden mogen leren theoretisch wel klopt, maar dat het in de praktijk natuurlijk niet echt hoeft. Wat Vic van Aelst zei was dan ook raak, trouwens ook op het punt dat een goed begrip van het Engels voor de gemiddelde Vlaming hoe dan ook veel belangrijker is dan een goed begrip van het Frans. Maar in belgicistische kringen heeft men het nu eenmaal niet graag dat de waarheid eens gezegd wordt, en dan zeker niet als die waarheid dan nog eens verkondigd wordt door een Vlaams-nationalist.

Tegelijkertijd wil ik daar toch ook aan toevoegen dat Vic van Aelst ook ongelijk had. Naast de vele kwakkelredenen die de Belgische partij naar boven haalde bestaat er immers ook één goede reden waarom men het Frans als tweede taal in het Vlaamse onderwijs dient te behouden. Voor een Nederlandstalige vergt het nu eenmaal veel minder tijd en energie om een basiskennis van het Engels te verwerven dan van het Frans. Bovendien worden alleen die bevolkingsgroepen die in hun huiskamer enkel naar Turkse of Arabische satellietkanalen zitten te turen niet elke dag urenlang bestookt met gesproken Engels. Zelfs wie op school helemaal geen Engels zou krijgen zou zich daarom alleen al op zijn achttiende waarschijnlijk toch nog behoorlijk verstaanbaar kunnen maken in de taal van Shakespeare. Het zegt echter veel over de ideologische verblinding van de meute journalisten en perscommentatoren die zich op Vic van Aelst stortten dat voor zover ik weet niemand van hen erin slaagde dit argument nog maar in een bijzin even aan te halen.

Het is waarschijnlijk dan ook omwille van hun gebrek aan goede argumenten voor het behoud van het Frans als tweede taal dat Vic van Aelst zo brutaal door de mangel gehaald werd – moest worden. Meer zelfs, wanneer het stuk onbenul dat moet doorgaan voor minister van Onderwijs in Vlaanderen alweer eens bevalt van een ideetje om het Vlaams hoger onderwijs toch nog wat meer te kunnen verengelsen, schiet datzelfde Noord-Belgische links onmiddellijk in een verkrampt applaus voor zoveel getoonde moed, ook al is het duidelijk dat zoiets ronduit desastreuze gevolgen zou hebben voor, ik zeg maar wat, de toegankelijkheid tot datzelfde hoger onderwijs. Om over de zogeheten democratisering ervan nog maar te zwijgen. In dat opzicht is het voorstel van Vic van Aelst al een stuk realistischer én intelligenter, maar nu de man definitief de foutieve partijkaart op zak heeft is enige intellectuele eerlijkheid niet meer nodig, en kan er dus rustig op de man gespeeld worden.

De krant De Morgen deed dat natuurlijk met veel overtuiging, en slaagde er vooral in zichzelf dit week-end hopeloos belachelijk te maken met haar Facebook van de Wetstraat. Eén zaak is dat de krant de man psychiatrisch gestoord verklaarde – wie deed dat nog, de tegenstander psychiatrisch gestoord verklaren? – maar nog straffer is hoe de krant Robaais (Roubaix) omdoopte tot Robeke (Robecq). Kan men zijn onkunde nog beter etaleren?

Want het is inderdaad straf dat men blijkbaar wel met een Nederlandse naam naar de Franse hoofdstad mag verwijzen, maar niet naar een van oorsprong Vlaamse stad. Het zou nochtans de normaalste zaak van de wereld moeten zijn. Maar alles heeft zijn redenen, en de voorkeur van kranten als De Morgen voor Roubaix in plaats van Robaais (of Robeke als men echt niet beter weet) dus ook.

Alle Nederlandse plaatsnamen in Frans-Vlaanderen, en dus ook Robaais, zijn er immers het levende bewijs van dat de Vlamingen helemaal geen agressieve taalimperialisten zijn die erop uit zijn zoveel mogelijk territorium in te palmen, en er om de zoveel jaar telkens weer voor pleiten de grens toch nog een klein beetje te mogen verleggen. Als er dus in het grensgebied tussen het Nederlandse en het Franse taalgebied ergens sprake zou zijn van een soort van culturele genocide, dan zeker niet in de Vlaamse Rand rond Brussel, zoals de Franstaligen soms wel eens proberen te beweren.

Het beeld van de loopgraven, zoals Philippe Moureaux dat onlangs schetste, is in dat verband trouwens zo gek nog niet. De volgehouden weigering van de N-VA en in haar kielzog de CD&V – voorlopig toch nog – om zich te onderwerpen aan de Franstalige eisen, heeft de Franstaligen inderdaad in de loopgraven gedwongen. Maar niet in de loopgraven waar de Belgische, Franse of Britse soldaten zich in 1914–18 bevonden, maar wel de Duitse. Het zijn immers de Vlamingen niet die de uitbreiding van het Vlaams Gewest met een paar Brusselse of Waalse gemeenten eisen. Het zijn ook de Vlamingen niet die vinden dat het hun mensenrecht is dat zij stemmen kunnen ronselen in het arrondissement Nijvel voor de federale en de Europese verkiezingen, en dat zij anders gecompenseerd dienen te worden met een corridor naar het hellend vlak van Ronquières.

Er gaat dus wel degelijk een lijn van Vic van Aelst naar Robaais naar de loopgraven van Philippe Moureaux. De Morgen, de krant die naar het schijnt durft, waagt het echter niet daar op een serieuze manier over te berichten, of haar lezers daarover interessante beschouwingen voor te schotelen. (Niet dat het bij De Standaard zoveel beter is.) Dan verklaart men liever Vic van Aelst van lotje getikt, en speelt men een gemakkelijk en lekker zelfbevredigend rondje ad hominem. En dat is misschien nog het meest tragische aspect aan de hele zaak: aan de andere kant van Philippe Moureaux' IJzer zitten er immers ook Vlamingen in de loopgraven. Zij worden echter niet alleen bestookt vanuit de Franstalige loopgraven, maar vaak nog meer in de rug, door landgenoten die er zich op beroemen van de communautaire vraagstukken absoluut geen kaas gegeten te hebben, en die net daarom van zichzelf vinden dat zij een moreel hoger standpunt innemen.

zondag, april 03, 2011

«Bart de Wever heeft nog niks verwezenlijkt»

Was hij niet zo slim geweest om via een interview in De Standaard de N-VA eens ferm op stang te jagen, ik zou waarschijnlijk nooit gehoord hebben van Jonathan Vandenbroeck, alias Milow. Dat de uitspraak een doelbewuste provocatie was, daar kan weinig twijfel over bestaan. Maar ik durf toch te betwijfelen dat de dader er zich ten volle bewust van was hoe gevoelig de snaar wel was die hij raakte.

Op het eerste zicht lijkt het niet meer te zijn dan een stoute uitspraak, goed om wat aandacht te trekken bij de lancering van zijn nieuwe album. Bart de Wever is misschien wel een getalenteerd politicus, en als eenoog in het land van de blinden koning, maar een «goed politicus» vindt Milow hem niet. Gevolgd door de retorisch vraag, om zijn stelling nog wat te onderstrepen: «Hij heeft toch nog niets verwezenlijkt?» Een one-liner die goed in het oog springt natuurlijk, en daarom meteen ook goed om als titel boven het artikel geplaatst te worden.

Het interview leidde meteen tot een klein ruzietje op Twitter. Of misschien iets correcter: de media probeerden enkele reacties op het interview op te kloppen tot een ruzie. Veel meer dan wat extra bladvulsel leverde het uiteindelijk niet op, maar dat neemt niet weg dat er toch wel enkele interessante aspecten aan de zaak zijn.

Zo is er bijvoorbeeld de gretigheid waarmee de Vlaamse media berichtten over de reacties uit N-VA-hoek, met als niet mis te verstane boodschap hoe kleinzielig men daar wel niet is. En dat men bij de N-VA kleinzielig is, staat als een paal boven water, want er werd zelfs een Vlaams parlementslid van de sp.a gevonden – Jan Roegiers – om dat te bevestigen, en dan moet het wel waar zijn natuurlijk. De vraag is echter of diezelfde media even gretig de zure reacties uit de hoek van de sp.a aan de kaak zouden stellen als een andere zanger zich eens openlijk zou afvragen hoe sociaal de sp.a eigenlijk wel is wanneer ze zo'n dure klaploper als een prins Laurent in bescherming neemt. Of hem zelfs looft, zoals de Gentse sp.a-burgemeester Daniël Termont een paar dagen geleden in het gezelschap van de bevallige Freya van den Bossche deed. Die laatste is overigens Vlaams minister van Energie, Wonen, Steden, en ook Sociale Economie, en dus bijzonder goed geplaatst om eens uit te rekenen hoeveel gemiddelde Vlaamse arbeiders dag in dag uit vroeg uit de veren moeten om voldoende belastingen op te brengen voor de dotatie van die prins.

Een ander aspect van de zaak is dat Siegfried Bracke in de grond natuurlijk gelijk heeft wanneer hij stelt dat Milow op een goedkope manier aandacht zocht. Milow bekent zich uitdrukkelijk tot de Belgische partij, en daar staat het tegenwoordig bijzonder chique om eens uit te halen naar de N-VA, een beetje als betrof het een mannelijkheidstest, maar dan eentje zonder risico's. Want inderdaad, wat heeft Milow nu precies geriskeerd met zijn uithaal naar de N-VA? In de kringen die ertoe doen voor een zangertje als hem is hij immers de held van de dag, want hij heeft de draak Siegfried eens uit zijn hol kunnen lokken en getrotseerd. Maar geen enkel festival, geen enkele concertorganisator, geen enkele zaaleigenaar die het in zijn hoofd zal halen hem omwille van zijn uitspraken te bedanken voor zijn diensten. Meer zelfs, geen enkele die het amper nog zal durven, zelfs niet om artistieke of zakelijke redenen. Sommige andere zangers, die zo naïef waren te denken dat ook zij het recht hadden hun politieke mening te mogen uiten, hebben daar heel andere ervaringen mee.

Over Siegfried Bracke gesproken, het valt op hoe hij zich opwerpt als de zwart-gele boswachter, die met zijn rood stropersverleden over de perfecte kwalificaties beschikt om iedereen die in de media een verkeerd woord over de N-VA zegt meteen van antwoord te dienen. Had hij de zaak gewoon laten passeren, men zou het een dag later niet meer over Milow gehad hebben. (Maar ook niet over Siegfried Bracke natuurlijk.) En men zou kunnen verwachten dat men op dit ogenblik aan de top van de N-VA andere katten te geselen heeft dan zangers die zich eens een beetje politiek-correct willen profileren. Siegfried Bracke zal de komende maanden nog veel werk hebben als hij de uitspraken van alle zangers in Vlaanderen wil opvolgen en controleren.

Dat laatste is misschien de indruk waar de Vlaamse krantenlezer nu mee zou kunnen zitten, maar daar hoort toch een sterke nuance bij. Of beter gezegd, de leugenachtigheid van de zelfverklaarde kwaliteitskranten in deze zaak mag ook wel eens belicht worden. Want het is niet zo dat Siegfried Bracke al vanaf de ontbijttafel zijn gal zat te spuwen over de uitspraak van Milow, maar gewoon reageerde op een tweet van Chris van den Abeele, de mediawatcher van de VRT. En die tweet haalde het merkwaardig genoeg niet in de kranten. Of correcter: was niet van die aard dat De Standaard erin geïnteresseerd was dat haar lezers die ook lazen. We geven ze daarom even integraal weer:
#destandaard voorpagina. Quote Milow 'Bart De Wever heeft nog niets verwezenlijkt'. ja, daarvoor koop ik een kwaliteitskrant. Relevant zeg
En of hij gelijk heeft. Maar het stelt de reactie van Siegfried Bracke wel in een heel ander daglicht. De lezer mag het trouwens nog eens zelf gaan controleren in het artikel van De Standaard: nergens komt men er te weten dat de tweet van Siegfried Bracke een reactie is op de vlijmscherpe en bijzonder rake mediakritiek van Chris van den Abeele. De tweet van Siegfried Bracke werd daarom zelfs onvolledig weergegeven. Ik laat het aan de lezer over om te oordelen of De Standaard zich niet eenmaal, maar zelfs tot tweemaal toe gedroeg als een Vlaamse kwaliteitskrant dan wel als een Belgisch propagandablad. Iemand met een slecht zou in ieder geval al snel kunnen denken dat dit gewoon opgezet spel was om de N-VA nogmaals in een slecht daglicht te stellen.

Dat alles neemt natuurlijk niet weg dat Milow bij de N-VA een bijzonder gevoelige snaar wist te raken, waarschijnlijk zelfs veel gevoeliger dan hij zelf vermoedde. De vraag naar de verwezenlijkingen van de N-VA is immers niet zomaar een onschuldige vraag, maar voor de N-VA een existentiële. Het bestaan van de partij is immers grotendeels opgebouwd rond de stelling dat een stem voor het Vlaams Belang omwille van het cordon sanitaire een weggegooide stem is, en dat een stem voor de N-VA dus veel beter en vooral nuttiger is. De boutade van Bart de Wever dat het Vlaams Belang een veertig jaar oude maagd is, is daar trouwens de perfecte illustratie van.

Wie dus stelt dat de N-VA nog niets verwezenlijkt heeft, zegt tegelijkertijd dat de kiezer bij een volgende gelegenheid net zo goed op het Vlaams Belang zou kunnen stemmen. Het is daarom ook geen toeval dat Milow met zijn stelling niet alleen in het gezelschap van sp.a, Groen! en CD&V verkeert, maar ook… het Vlaams Belang. Het is daarom ook dat de N-VA zich zo hardnekkig blijft vastklampen aan de federale regeringsonderhandelingen. En het is daarom ook dat de N-VA liever geen nieuwe federale verkiezingen ziet, want het argument van de nuttige stem vervalt natuurlijk wanneer blijkt dat de partij op federaal vlak toch niets weet binnen te halen. Dan komt een regering–Leterme III, zonder N-VA, de partij zelfs nog beter uit, omdat ze dan in 2014 haar verkiezingscampagne tenminste kan opbouwen rond het federale verraad van de CD&V.