Het is bekend dat N-VA-voorzitter Bart de Wever graag opkijkt naar Hugo Schiltz, en in hem een groot voorbeeld ziet. Daarbij hoort ook zijn uitspraak «Van ‘verraad’ naar ‘verraad’ gaan we naar de Vlaamse staat», waarmee hij wil aangeven dat Vlaamse toegevingen en Belgische compromissen op zich niet oneerbaar hoeven te zijn. Het probleem is echter dat het oordeel van de geschiedenis over Bart de Wever in een totaal andere context dan die over Hugo Schiltz gevormd en geschreven zal worden.Wat is het oordeel van de geschiedenis over Hugo Schiltz? Eigenlijk is het nog veel te vroeg om daar een eensluidend antwoord op te geven. Enerzijds waren er de Vlaamse toegevingen in de jaren zeventig en tachtig, die volgens sommigen ronduit rampzalig waren, volgens anderen dan weer met de ondergang van het Egmontpact een gemiste kans voor Vlaanderen. De keldering van het onzalige compromis over Brussel-Halle-Vilvoorde uit 2005 zal voor de eersten dan weer het oordeel over Hugo Schiltz wat milderen. Het is hoe dan ook duidelijk dat Hugo Schiltz een belangrijk figuur en een referentiepunt voor de Vlaamse Beweging is geweest – en nog steeds is: verrader voor de ene, visionair figuur voor de anderen.
Bart de Wever behoort uiteraard tot de laatste groep. Met zijn hierboven geciteerde uitspraak «Van ‘verraad’ naar ‘verraad’ gaan we naar de Vlaamse staat» zette hij zich in 2004 in de Kamer trouwens uitdrukkelijk af tegenover die andere «erfenis» van Hugo Schiltz: het Vlaams Blok/Belang. Het is meteen ook de bestaansreden van de N-VA: een Vlaams-nationalistische partij die wel bereid is deel te nemen aan de macht, in een Belgische context, en die het niet oneerbaar vindt om compromissen te sluiten en desnoods enkele Vlaamse toegevingen te doen, als het ons maar dichter bij een Vlaamse staat brengt. De zogenaamde Baert-doctrine moet daarbij een leidraad zijn voor de aanvaardbaarheid van eventuele toegevingen en compromissen.
Historisch gezien is het echter duidelijk dat het op dat laatste puntje wel eens ferm fout durft te gaan aan Vlaamse zijde, zeker wanneer er op het einde van de onderhandelingen met ministerportefeuilles – de borden linzensoep – gezwaaid wordt. Dat Vlaanderen op dit ogenblik geplaagd zit met een pers die voluit de Belgische kaart trekt, maakt het daarbij niet gemakkelijker om tussen de vele aangedragen Belgische bomen het Vlaamse bos nog te kunnen zien. Het heet dat men de Grieken maar beter wantrouwt, ook als ze geschenken brengen. Voor de Franstaligen geldt dit echter in het bijzonder wanneer ze met geschenkjes komen, en a fortiori wanneer daar nog eens lofprijzingen om zoveel staatsmanschap bijkomen. Hopelijk zal Bart de Wever op het einde van de onderhandelingen zich de gevleugelde uitspraak uit de Æneis nog herinneren, vóór hij eventueel zijn handtekening onder een federaal regeerakkoord zet.
De raad die ik Bart de Wever echter zou willen meegeven – voor zover hij dit stukje zou lezen en mijn raad nodig heeft – is dat hij die Baert-doctrine toch maar beter uiterst streng en strikt zou toepassen op mogelijke Vlaamse toegevingen en Belgische compromissen. Hugo Schiltz beschikte in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw namelijk over één «luxe», als je het een luxe kan noemen, waar Bart de Wever niet meer over beschikt: de luxe dat, alles wel overwogen, de Vlaamse onafhankelijkheid nog niet voor meteen was. En met die «luxe» volgde meteen ook het behoud van de Belgische context tijdens heel zijn politieke carrière (en leven, zo besliste het lot), waardoor hij er niet voor hoefde te vrezen vroeg of laat afgerekend te zullen worden voor toegevingen die de belangen van de Vlaamse natie duidelijk geschaad hebben.
Ondertussen is tóch al zwart op wit gebleken, nota bene vóór het einde van de België, dat de oprichting van het Brusselse Gewest een kapitale vergissing is geweest. Voor alle duidelijkheid: het verrassende aan die vaststelling is dus niet de vaststelling op zich – dat de oprichting van het Brusselse Gewest een kapitale vergissing is geweest – maar wel dat ze nu reeds, binnen de Belgische politieke context, zwart op wit aangetoond werd. Het behoud van de Belgische politieke context is dus geen garantie om inbreuken op de Baert-doctrine blijvend te kunnen verdoezelen. Anderzijds zal het verdwijnen van de Belgische politieke context, een proces dat zich ongetwijfeld in de loop van enkele luttele jaren na een Vlaamse onafhankelijkheid zal voltrekken, zulke inbreuken snel en onverbiddelijk aan het licht brengen. En je zal dan maar aangewezen worden als de hoofdverantwoordelijke ervan, zeker als die aanwijzing dan nog uit onverdachte bron afkomstig en ontegensprekelijk is. Een benoeming tot Minister van Staat is een prijs die Laken graag betaalt om het enkele jaren langer te kunnen rekken…
Hoe is dat trouwens in het verleden in andere landen gegaan? Want inderdaad, begin 1989, laat staan midden de jaren tachtig, dacht niemand dat de Berlijnse Muur ooit zou kunnen vallen. Maar niemand beoordeelt vandaag de daden van Duitse politici van begin 1989, dus vóór de val, nog in een context van twee Duitslanden. Met de Baltische of Tsjechische en Slovaakse actualiteit ben ik veel minder vertrouwd, maar het zou me sterk verbazen als de situatie er erg anders zou zijn. Het verschil tussen het Centraal-Europa van 1989 en het België van 2010 is dat niemand gelooft dat koning Albert II eeuwig zal blijven leven, of dat België de troonsbestijging van koning Filip I lang zal kunnen overleven. En dat het verdwijnen van België daarmee dan ook in de sterren geschreven staat. En zelfs de meest fervente aanhanger van de evolutieleer van de N-VA zal moeten erkennen dat het achteraf toch bijzonder pijnlijk zou zijn nog net voor de revolutie een speldje voor groot staatsmanschap opgeprikt gekregen te hebben door één of andere sire.
Na cdH-voorzitster Joëlle Milquet vraagt nu ook sp.a-voorzitster Caroline Gennez dat de groenen deel zouden uitmaken van de volgende federale regering. Op die manier zou de federale regering inderdaad over de noodzakelijke tweederdemeerderheid voor een eventuele staatshervorming beschikken, bovendien zou de sp.a op die manier zowel op haar linkse als haar belgicistische flank veilig zitten. Maar als Groen! inderdaad tot de federale regering zou toetreden, zou dat de sp.a meteen ook één van haar twee ministerportefeuilles kosten. De nadrukkelijke vraag van Caroline Gennez roept dus toch wel enkele vraagtekens op.Laten we beginnen met enkele cijfers. Verdelen we de zeven federale ministerportefeuilles waar de Vlaamse partijen recht op zullen hebben over N-VA, CD&V en sp.a op basis van de verkiezingsuitslag voor de Kamer, dan krijgt N-VA drie portefeuilles, terwijl CD&V en sp.a elk recht hebben op twee. In principe heeft Groen! geen recht op een ministerportefeuille indien het zou toetreden tot de federale regering – sp.a haalde immers meer dan dubbel zoveel stemmen als Groen! – maar als één van de drie andere partijen een portefeuille zou moeten afstaan, komt de sp.a wel degelijk als eerste in aanmerking. Het is immers de sp.a die de laatste portefeuille in de wacht sleepte. Als daar nog bijkomt dat vooral sp.a aandringt op een groene regeringsdeelname, kan ze ook moeilijk eisen dat de N-VA haar derde portefeuille zou afstaan, zeker als men weet N-VA net niet een vierde portefeuille zou kunnen opeisen vóór Groen! er eentje krijgt. Alle logica zegt dus dat de sp.a, en niet N-VA of CD&V, een ministerportefeuille zou moeten afstaan aan Groen!.
Merkwaardig genoeg schijnt Caroline Gennez daar niet al te veel problemen rond te maken. Het is nochtans niet niks voor een partij om de helft van haar aandeel op te geven om een politiek concurrent aan boord te hijsen van een coalitie. Het is misschien overdreven te stellen dat Caroline Gennez die tweede ministerportefeuille liever kwijt dan rijk is, maar ze klampt er zich ook niet bepaald aan vast. Ligt de verklaring misschien in de poppetjes waar Caroline Gennez vroeg of laat mee zal moeten spelen?
Ik heb natuurlijk geen inzicht in Caroline Gennez' Hotmail-account, maar laat we even speculeren over wie er bij de sp.a in aanmerking komt om binnenkort federaal minister te worden. Allereerst is er uiteraard Caroline Gennez zelf, die zo daarmee ook op een eerbare wijze de hondenstiel van partijvoorzitter vaarwel kan zeggen. Andere voor de hand liggende kandidaten zijn Johan vande Lanotte, Renaat Landuyt en… Frank Vandenbroucke. Om met de eerste te beginnen: politici zijn uiteraard zo ijdel als wat, maar Johan vande Lanotte geeft niet echt de indruk dat hij op dit ogenblik aast op een ministerportefeuille. Daarmee zal Caroline Gennez dus een keuze moeten maken tussen Renaat Landuyt en Frank Vandenbroucke, tenzij ze zelf aan een ministerportefeuille zou verzaken, of opnieuw een wit konijn uit haar hoed kan toveren. De vraag is dan: kan ze het zich veroorloven voor Renaat Landuyt te kiezen, en niet voor Frank Vandenbroucke?
Frank Vandenbroucke is misschien wel één van de intelligentste en meest competente figuren waarover de sp.a op dit ogenblik beschikt – zolang men hem tenminste niet vraagt wat te doen met zwart geld – maar hij gedraagt zich wel als een ongeleid projectiel. Vóór de verkiezingen trok hij opvallend de belgicistische kaart, maar ik kan me voorstellen dat er bij de PS nog altijd enige scepsis tegenover hem bestaat. En verder weet je dus maar nooit of hij niet op één of andere mooie dag plots weer bevalt van een open brief, of een beleidsdaad stelt die PS en cdH in de gordijnen jaagt. Het zou snel het prille herwonnen vertrouwen en de samenwerking tussen sp.a en PS op de helling kunnen zetten.
Natuurlijk wil ik Caroline Gennez niet van zoveel vooruitziendheid beschuldigen, maar het is duidelijk dat zij met een probleem zit. Eén van de gemakkelijkste uitwegen voor haar is precies een deelname van Groen! aan de komende federale regering: een ministerportefeuille waarover zij niet beschikt, hoeft zij immers ook niet toe te wijzen. Meteen hoeft ze dan ook aan haar achterban niet uit te leggen waarom de nog steeds populaire Frank Vandenbroucke alweer naast de prijzen zal moeten grijpen.
Er is gisteren ongetwijfeld een enorme zucht van verlichting door de salons van Brussel gegaan: de N-VA is dan toch bereid compromissen te sluiten. En wat voor compromissen! De Nederlandsonkundige en door en door corrupte Nijvelse PS-chef André Flahaut werd aangesteld tot Kamervoorzitter, de dag nadat Joëlle Milquet nog snel brugpensioen voor de werknemers van Opel vanaf vijftig jaar goedkeurde. Een kaakslag voor de N-VA-kiezers die kan tellen. Van de Vlaams-nationalistische maagdelijkheid van Bart de Wever blijft in ieder geval niets meer over.Veel andere PS-creaturen komen me eigenlijk niet voor de geest die nog grotesker zouden zijn dan André Flahaut als Kamervoorzitter, of er moet al teruggegrepen worden naar Michel Daerden. De vraag stelt zich dan ook of de N-VA de PS volledig carte blanche gegeven had voor de post van kamervoorzitter, als zij maar de Senaatsvoorzitter mochten leveren? Want ook al klinkt het nu dat de aanstelling van André Flahaut als Kamervoorzitter maar «voorlopig» zou zijn, het lijkt bijzonder onwaarschijnlijk dat deze PS-chef uit Nijvel over enkele weken weer gedefenestreerd zou worden. Tenzij hij in de volgende federale regering zou opduiken minister (van Defensie?) blijft André Flahaut immers mooi zitten in die zetel van de kamervoorzitter. Of gaan ze hem binnenkort misschien Europees Commissaris maken?
Terloops: is deze benoeming misschien al een kleine vereffening van de rekening die Jan Jambon een paar weken geleden nog opende, toen hij heel stout vanop het spreekgestoelte van diezelfde Kamer verklaarde dat een federale regering met de N-VA een regering zou zijn die Brussel-Halle-Vilvoorde zal splitsen? We moeten het nog zien gebeuren, dat zulk splitsingsvoorstel in de Kamer goedgekeurd zal worden, zonder dat de Franstaligen daarvoor dubbel en dik gecompenseerd zouden worden. Dan lijkt het me al pak meer waarschijnlijk dat André Flahaut persoonlijk en met de blote hand alle 90 mm-kanonnen van de Belgische pantsers gaat vijzen!
Ik wacht trouwens al in spanning op een analyse van Guido Fonteyn, waarin hij uitlegt dat ook André Flahaut diep vanbinnen een fervente bestrijder van elke vorm van corruptie is. Of dat zijn benoeming tot Kamervoorzitter een bijzonder scherp uitgekiend plan van Elio di Rupo is om voor eens en voor altijd de PS van dit kwaad te zuiveren. Of iets anders. Maar een bewijs dat de PS nog altijd is wat het altijd al geweest is, een door en door corrupte partij waar fatsoenlijke mensen zich eigenlijk niet mee zouden mogen of willen associëren, dat zal het uiteraard niet zijn. Nadrukkelijk niet zelfs.
Ik kan me in ieder geval levendig voorstellen dat een aantal N-VA-kiezers zich de laatste weken hebben afgevraagd hebben hoe ze zich op 13 juni toch zo rond de tuin hebben laten leiden door Bart de Wever. Eerst was er al de goedkeuring van de verkiezingen van 13 juni, pardon, de «onthouding», en nu dus André Flahaut. Bovendien is er het rijtje fiats en veto's dat Bart de Wever in de loop van de laatste weken heeft laten optekenen in verband met de informatie- en preformatiegesprekken. Vlaams Belang, Lijst Dedecker en de Parti Populaire kregen een zeer uitdrukkelijk veto toegespeeld van Bart de Wever, terwijl Groen! achter de schermen met een veto geconfronteerd werd. Geen veto echter voor André Flahaut dus, en nog minder voor Elio di Rupo of Joëlle Milquet. Zelfs tegenover de MR of het FDF werd geen veto uitgesproken door de N-VA, want wat er aan Franstalige kant gebeurde was louter een zaak voor de PS. Verder waren de fiats voor CD&V en spa, naast PS en cdH dus, terwijl Open Vld vooral met veel onverschilligheid af te rekenen had. (Dat laatste is voor politici en een politieke partij misschien zelfs erger dan een veto, doch dit terzijde.)
Hoe dan ook, ik heb er zo mijn twijfels over dat het zulk lijstje van veto's en fiats is, waar het gros van de N-VA-kiezers een paar weken geleden in het stemhokje aan gedacht heeft. In het bijzonder de kiezers die overliepen van CD&V naar N-VA, omdat ze het eeuwige geschipper beu waren, het blijven onderhandelen ook na de zoveelste Franstalige woordbreuk en vernedering, om het nog te hebben over de tsjevenuitleg achteraf dat het eigenlijk allemaal nog een Vlaamse overwinning zou geweest zijn. Zij vragen zich vandaag ongetwijfeld af of ze op 13 juni misschien wel voor «le nouveau CVP» hebben gestemd.
Welke vernedering trouwens ook voor Danny Pieters, die de Senaat zal mogen voorzitten. De man is zonder twijfel meer dan competent genoeg om die taak te vervullen. Bovendien is goed dat als er dan toch voorlopig nog zoiets als een Senaat blijft bestaan, er tenminste geen operettefiguur de plak zwaait zoals een Armand de Decker. Maar je zal maar aan die taak moeten beginnen als tegenhanger van een figuur als André Flahaut…
Met dit alles in het achterhoofd hoeft het echter niet te verbazen dat koning Albert II zich optimistisch toonde in zijn toespraak naar aanleiding van 21 juli. Het valt natuurlijk niet uit te sluiten dat Bart de Wever zowel de koning als Elio di Rupo al enkele weken op grandioze wijze voor het lapje houdt, maar nu een Vlaams-nationalistische partij de grootste fractie in de Kamer is geworden, zou je eigenlijk verwachten dat de Lakense troon zou beven. En dat de koning de laatste resten van het familiekapitaal in België met enige spoed naar veiliger oorden zou overbrengen. Er zijn echter weinig tekens in die zin, en dat belooft niet veel goeds voor Vlaanderen.
Op het ogenblik dat ik dit artikel schrijf, probeert informateur Bart de Wever een akkoord te smeden met Elio di Rupo van de PS over een nieuwe federale regering. Het wordt echter hoe langer hoe meer duidelijk dat Bart de Wever met zijn succes van 13 juni in een behoorlijk lastig parket verzeild is geraakt. Dat hij als anti-royalist informateur voor de koning moet spelen, is daarbij waarschijnlijk nog de minste van zijn zorgen.Wat voor akkoord Bart de Wever precies nastreeft is voorlopig voor de buitenwereld niet helemaal duidelijk. Eén of andere oplossing voor Brussel-Halle-Vilvoorde – van een splitsing is eigenlijk al lang geen sprake meer – is voor alle Vlaamse partijen op dit moment een conditio sine qua non om in een nieuwe federale regering te stappen. Dat het echter wel eens fout durft te lopen met de beginselvastheid in het Vlaamse kamp eens de contouren van een nieuwe federale regering zichtbaar worden, mochten we al eens ontdekken in 2007. Het zal dus afwachten worden hoe het deze keer zal aflopen, en vooral, als er een oplossing zou gevonden worden, hoe die oplossing er precies uit zal zien. In Sint-Genesius-Rode schijnt men er alvast niet bepaald gerust in te zijn…
Is het al koffiedik kijken wat Brussel-Halle-Vilvoorde betreft, dan is het een volledig mysterie voor de rest van België hoe Bart de Wever erin zal slagen de rest van het communautaire programma van de N-VA te verzoenen met dat van de PS, of eender welke andere Franstalige partij. Op dat punt heeft hij zichzelf in ieder geval behoorlijk vastgereden. Opgeven en zich aan de kant zetten is geen optie, want dan geeft hij Vlaams Belang impliciet gelijk, precies die partij die hij al jaren met grote gretigheid beschuldigt van eeuwige maagdelijkheid. Anderzijds was de enorme verkiezingsoverwinning van 13 juni voor hem geen cadeau. Op dat punt ben ik het alvast eens met wat Ivan de Vadder gisteren in zijn analyse ook al schreef. Want uiteraard had Bart de Wever wel degelijk zin om deel te nemen aan de federale paringsdans na 13 juni, maar was het nooit de bedoeling dat hij die zelf zou moeten leiden. Straks zal misschien wel blijken dat ook N-VA aan de kant van de verliezers van 13 juni zit!
Want als opgeven voor Bart de Wever geen optie is, is hij genoodzaakt om in iets te slagen. En aangezien de N-VA op dit ogenblik niet goed genoeg uitgerust is om aan de eigenlijke onderhandelingen voor een staatshervorming zelf te beginnen, zal men waarschijnlijk niet veel verder raken dan een akkoord over een staatshervorming tegen een termijn, ver genoeg in de toekomst om de N-VA de kans te geven voorbereid aan de onderhandelingstafel te verschijnen. Misschien is het voor de N-VA al voldoende als er in dat verband tegen volgende zomer iets op tafel gelegd kan worden?
Want inderdaad, men kan toch niet verwachten dat de voltallige federale regering al zijn energie zou gebruiken om te onderhandelen over een communautair akkoord op een ogenblik dat België verondersteld wordt de Europese Unie voor te zitten? Als de N-VA bovendien een ministerpost toegeworpen krijgt waarmee het zich tijdens dat voorzitterschap ook wat kan profileren, zowel nationaal als internationaal, dan zal men dat argument in de partijraad ongetwijfeld wel kunnen aanvaarden, zelfs zonder de dood in het hart. Na het Europese voorzitterschap moet men natuurlijk even de tijd nemen om terug op adem te komen – en uitgebreid Nieuwjaar te vieren! Daarna is het al snel weer Pasen, en sinds Jean-Luc Dehaene er een begrip maakte dat nog rekbaarder is dan Congolees rubber, kan men niet meer verwachten serieus genomen te worden wanneer men die datum voorstelt als deadline voor nieuwe communautaire onderhandelingen. Het zal dus de zomer van 2011 moeten worden.
De vraag die zich dan stelt, is of de Franstaligen ondertussen hun les geleerd hebben. En zo ja, welke les dat precies zou zijn. Enerzijds blijkt immers uit de enorme verkiezingsoverwinning van de N-VA dat men aan de overzijde van de taalgrens gevaarlijk met vuur speelt als men zijn (haar?) Non blijft volhouden. Anderzijds leert de geschiedenis van 2007 tot 2010 de Franstaligen dat de strategie van het aangehouden Non wel degelijk zijn vruchten heeft afgeworpen: geen staatshervorming, en geen splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde. Lezen de Franstaligen een principeakkoord om tegen de zomer van 2011 tot een staatshervorming te komen in de eerste plaats als een belofte dat er vóór de zomer van 2011 voor geen staatshervorming gevreesd hoeft te worden, dan kan men in 2011 net zo goed met het argument afkomen dat men van hen toch geen toegevingen in de faciliteitengemeenten kan verwachten, zo vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 2012. En dat de Vlamingen dus maar wat meer geduld zullen moeten oefenen als ze een staatshervorming willen.
Bovendien: zal de N-VA zelf zich op dat ogenblik dan wél communautaire toegevingen kunnen veroorloven? Want daar zit je dan met een heleboel lokale mandatarissen en hoopvollen – ze zullen de komende maanden ongetwijfeld in trosjes tegelijk toegestroomd komen – die dachten in 2012 de slag van hun leven te kunnen slaan in hun eigenste gemeente, zo een beetje naar het voorbeeld van 13 juni. En dan nog wel met mandaten die zes jaar lang kunnen meegaan als men er zelf de brui niet aan geeft!
Wat is dan het andere alternatief voor de zomer van 2011? De federale regering laten vallen als andermaal blijkt dat een Franstalig gegeven woord om in de toekomst tot een communautair akkoord te komen minder waard is dan Griekse overheidsstatistieken? Dankzij het systeem van de overheidsdotaties zal er voor de N-VA zoveel op het spel staan dat Bart de Wever al zeer zeker van zijn stuk zal moeten zijn om het recente voorbeeld van Alexander de Croo te mogen volgen. En we hebben het dan nog niet gehad over alle mandatarissen die ervoor zullen moeten vrezen niet herverkozen te raken. Helemaal uitsluiten kunnen we natuurlijk niet, maar het zou ons sterk verbazen als de N-VA van na 13 juni 2010 uit eigen beweging vervroegd uit een federale regering zou stappen.
Daarmee ligt de conclusie dan ook voor de hand: stapt de N-VA vandaag (of morgen) in een federale regering met een Franstalige belofte over een staatshervorming in een niet al te nabije toekomst, dan zal ze naar alle waarschijnlijkheid in die regering gevangen zitten tot 2014. Bovendien loopt ze het risico dat een op wraak beluste CD&V in die regering dezelfde rol op zich zal nemen als die van de Open Vld in de opeenvolgende regeringen-Leterme I, -Van Rompuy I en -Leterme II. Weigert de N-VA echter toe te treden tot een regering, riskeert ze nog voor het jaar om is een aanzienlijk deel van haar mandaten en overheidsgeld kwijt te spelen, en dat dan nog bovenop het feit dat het daarmee haar aartsvijand Vlaams Belang impliciet gelijk heeft moeten geven. Je zou al voor minder beginnen wensen dat de verkiezingsoverwinning een beetje minder groot was geweest.
Dat de CD&V op 13 juni in Vlaanderen een historisch slecht resultaat neerzette, daar twijfelt niemand aan. Maar onder de journalisten schijnt er wel een consensus te bestaan dat Yves Leterme in West-Vlaanderen een goed, ja zelfs een «schitterend» resultaat zou behaald hebben. Maar was dat resultaat dan werkelijk zo goed?Bart Brinckman schreef afgelopen zaterdag nog in De Standaard het volgende ter verdediging van Yves Leterme: «Zijn West-Vlaamse uitslag was schitterend. Mocht elke christendemocraat het even goed hebben gedaan, CD&V keek niet aan tegen de grootste nederlaag uit de geschiedenis.» Voor zichzelf had Yves Leterme de dag vóór de verkiezingen de lat nog op 23% gelegd, met een eerste plaats voor de partij. Die lat kwam er overigens als reactie op de verwachtingen voor de CD&V op Vlaams niveau – niet het West-Vlaamse niveau dus. Daarmee hielp hij zelf, al dan niet bewust, de verwarring over het resultaat van zijn partij in zijn eigen kieskring in de wereld.
Vandaag weten we dat de CD&V op 13 juni 2010 in West-Vlaanderen 23,01% van de stemmen haalde. Op een totaal van 785.221 stemmen spreken we daarmee over een overschot van welgeteld 102 stemmen boven het eerste deel van de zelfopgelegde lat van Yves Leterme. Wat het tweede deel betreft, moeten we vaststellen dat de N-VA ook in West-Vlaanderen de grootste partij werd, met bijna één procent stemmen meer dan de CD&V. Als we dus naar de zelfopgelegde lat kijken, moet Yves Leterme al heel mild voor zichzelf zijn – en dat is hij natuurlijk ook – om tevreden te kunnen zijn over zijn resultaat van 13 juni. Maar misschien past het toch even het resultaat in een locale en historische context te plaatsen, kwestie van na te gaan of Yves Leterme de lat voor zichzelf überhaupt wel bóven de grond had gelegd…
Vergelijken we de score van deze maand immers eens met de verkiezingen van verleden jaar voor het Vlaams Parlement, dan betekent 23% in West-Vlaanderen voor CD&V wel degelijk een stevige… achteruitgang. De partij haalde er in 2009 nog meer dan 28%, een vijfde meer dus. Bovendien was ze toen tweemaal zo groot als haar eerste achtervolger, de sp.a. Zich kunnen handhaven als de grootste partij had in West-Vlaanderen dus eigenlijk een makkie moeten zijn, maar toch lukte het niet. Vergeleken met 2009 kan het resultaat van Yves Leterme in West-Vlaanderen dus moeilijk als «schitterend» omschreven worden. De achteruitgang is er misschien minder groot dan in de rest van Vlaanderen, maar het is en blijft een stevige aderlating. Over de invloed van Yves Leterme op de uitslag van de partij buiten West-Vlaanderen hebben we het dan nog niet eens gehad.
Maar gaan we nog verder terug in de tijd, dan blijkt dat CD&V en N-VA in kartel in 2007 voor de Kamerverkiezingen nog 34,2% haalden in West-Vlaanderen. In 2004 waren ze voor de Vlaamse verkiezingen nog goed voor 33% van de stemmen. In 2003 stemde iets minder dan 27% van de West-Vlamingen voor CD&V. In 1999 haalde de CVP in West-Vlaanderen nog 28% van de stemmen; vier jaar eerder zat ze nog boven de 31%. Bij elk van die verkiezingen was CVP/CD&V, al dan niet in kartel met de N-VA, met afstand de grootste partij in de provincie. Kijken we dus meer dan één jaartje terug in de geschiedenis, blijkt alweer dat het resultaat van 13 juni 2010 in West-Vlaanderen helemaal geen goed resultaat was voor de CD&V. Ook historisch gezien kan het resultaat niet anders dan slecht genoemd worden.
Blijft nog de vraag waarom zoveel journalisten denken dat Yves Leterme eerder deze maand in West-Vlaanderen een goed resultaat zou behaald hebben. Vergeleken met de Vlaamse uitslag – 17,58% – lijkt 23,01% misschien een relatief goede resultaat. Maar het West-Vlaamse resultaat dient niet vergeleken te worden met het Vlaamse resultaat, wel met de locale historische uitslagen van de partij in West-Vlaanderen. Appelen en citroenen, het blijft duidelijk een moeilijke oefening is voor onze Vlaamse journalisten…
De N-VA van Bart de Wever won overtuigend de verkiezingen van verleden week. De vraag die de komende dagen en weken opgelost dient te worden is echter wat Bart de Wever voor die overwinning koopt: zal hij Vlaanderen na jarenlange stilstand vooruit kunnen helpen, of zal blijken dat zijn ergste vijand – het Vlaams Belang – toch gelijk heeft en dat met de Franstaligen in België eenvoudigweg niet meer samen te werken valt?Dat de overwinning van N-VA verleden week enorm was, staat buiten kijf. De partij werd de grootste in de federale Kamer, waardoor koning Albert II genoodzaakt was Bart de Wever uit te nodigen voor een gesprek over hoe het nu verder moest. Sindsdien werd Bart de Wever aangesteld tot informateur om een regering op te bouwen rond de as N-VA–PS, vermoedelijk onder leiding van huidig PS-voorzitter Elio di Rupo. Wie zou het enkele jaren geleden hebben durven voorspellen? Noch Bart de Wever, noch Elio di Rupo zouden zulke voorspelling ernstig hebben willen nemen.
Ondertussen wordt met de dag duidelijker hoezeer de N-VA met haar eigen succes worstelt. De problemen begonnen eigenlijk verleden jaar al, toen de partij onverhoopt goed scoorde in de regionale verkiezingen, en warempel op eigen kracht in de Vlaamse regering verzeild raakte. Vóór de verkiezingen klonk het nog dat de partij voorstander was van het toepassen van de Maddens-doctrine in de Vlaamse regering, maar eenmaal de partij deel uitmaakte van die regering, kwam er van die Maddens-doctrine niet veel meer in huis. Blijkbaar was de partij te groot geworden en had ze door haar toetreding tot de Vlaamse regering teveel verantwoordelijkheid op zich genomen om op die harde Vlaamse lijn te blijven staan. Van belangenconflicten was er bijvoorbeeld geen sprake meer – op die enkele dreiging na – ook al trad de federale regering naar slechte oude gewoonte meermaals buiten haar bevoegdheden. Merkwaardig genoeg werd dit kiezersbedrog tijdens de recente verkiezingscampagne de partij niet één keer voor de voeten geworpen, noch door haar politieke tegenstanders, noch door de pers. Men kan zich afvragen hoe dat toch zou komen…
Tijdens die verkiezingscampagne kwam de partij trouwens opnieuw in de problemen. Hoewel het partijprogramma van de N-VA weinig ruimte voor twijfel overlaat, ontkende boegbeeld en nieuwkomer Siegfried Bracke herhaaldelijk en nadrukkelijk dat de partij separatistisch zou zijn. Door de partijleiding werd hij daarover overigens niet één keer teruggefloten. Meer zelfs, hoe verder de peilingen de partij omhoog stuwden, hoe minder ze nog vandoen wou hebben met welk separatistisch discours dan ook, uit schrik middenkiezers af te stoten. Na de Maddens-doctrine moest door het succes van de partij ook het separatisme eraan geloven ten voordele van het confederalisme en de zelfverdamping van België in de Europese Unie.
Toen vervolgens op de verkiezingsavond zelf tot ieders verbazing bleek dat de peilingen het succes van de N-VA niet over- maar onderschat hadden, kwam de partij voor een derde keer met zichzelf in de problemen. Dat partijvoorzitter Bart de Wever inging op de uitnodiging van het Paleis hoefde niet te verbazen, maar dat hij zich als republikein hield aan het zogenaamde colloque singulier was toch wel opmerkelijk. Als er in België één ding in aanmerking komt voor wat verandering – «Nu durven veranderen», nietwaar? – dan toch wel de koninklijke poppenkast in Laken en de manier waarop de politici daarin meespelen. Dat Bart de Wever zich vervolgens laat benoemen tot informateur hoefde ook niet te verbazen, maar ik zal wel niet de enige zijn die toch wat gemengde gevoelens heeft rond het feit dat hij voor rekening van Elio di Rupo rijdt. En dus ook Joëlle Milquet, want de enige andere partij naast de N-VA en de PS die al zeker lijkt te zijn van een toegangsticketje tot de volgende federale regering is inderdaad… de cdH.
In dat verband is de reactie van de Franstalige pers op het eentalige «schoonheidsfoutje» van Bart de Wever best wel interessant. Niet alleen vergat hij op zijn eerste persconferentie als informateur een hele reeks Franstalige journalisten uit te nodigen, bovendien was er van zijn mededeling geen Franse tekst beschikbaar. Je zou verwachten dat de voltallige Franstalige pers moord en brand zouden schreeuwen, maar blijkbaar beseft men ten Zuiden van de taalgrens maar al te goed hoe de zaken in mekaar zitten, en was men bereid het zaakje door de vingers te zien. Want inderdaad, het is niet in Wallonië of Bruxelles dat Bart de Wever zijn taaiste klanten zal vinden om de regering-Di Rupo I aan te verkopen. En kan men dan Bart de Wever afkraken omwille van een taalformaliteit, op hetzelfde moment dat hij in Vlaanderen het bedje probeert te spreiden voor een zo goed als Nederlandsonkundig Franstalig politicus? Wanneer de Franstalige pers mild of vergevingsgezind is tegenover een Vlaams politicus, is het altijd opletten geblazen. Wanneer het over een Vlaams-nationalist gaat, kan dat alleen maar a fortiori gelden.
Want het lijkt er inderdaad sterk op dat na de Maddens-doctrine en het separatisme, nu ook het confederalisme en de verandering in de vuilnisbak van de N-VA zijn beland. De partij kende een te groot succes, en van zodra bleek dat meer dan een kwart van het Vlaamse kiezerskorps wel pap lustte van de verandering die de N-VA beloofd had, werd de verandering onmogelijk. Nederlandsonkundige Franstaligen in de federale regering – ziet iemand daar een grote verandering in? De enige verandering die daar te noteren valt, is dat men tot voor kort aan Franstalige zijde toch nog de schroom had om te willen begrijpen dat op z'n minst de eerste minister een woordje Nederlands zou moeten kennen, maar voor Bart de Wever hoeft dat dus blijkbaar niet. Vermoedelijk vraagt meer dan één N-VA-kiezer zich af of dat nu werkelijk de verandering was waar hij of zij voor gestemd heeft. Als de partij op die ingeslagen weg verder blijft rijden, zou het wel eens kunnen dat de volgende verkiezingscampagne voor het Vlaams Belang net iets gemakkelijker zal lopen dan de vorige.
Als de verkiezingswedstrijd van Politiek.Net maar één ding duidelijk aantoont, dan wel dat er onder de deelnemers een gezonde scepsis bestaat tegenover de peilingen. Zo blijkt dat minder dan de helft gelooft dat N-VA komende zondag meer dan twintig procent zal halen, terwijl de laatste peilingen die partij nog minstens vijf procent hoger plaatsen. Kijken we meer in detail naar de resultaten van de verkiezingswedstrijd, dan valt op dat voor sommige partijen de verwachtingen toch wel bijzonder ver uit mekaar liggen. De traditionele verkiezingswedstrijd van Politiek.Net peilt niet naar de partijpolitieke voorkeuren van de deelnemers, maar wel naar hun verwachtingen over de uitslag van de verkiezingen. Bijkomend wordt er ook gevraagd naar de verwachtingen rond de nieuwe coalitie, welke partij de eerste minister zal mogen leveren, en welke peiler het dichtst bij de uiteindelijke uitslag zal zitten.
Er zijn gevallen bekend waarbij zulke wedstrijden de uitslag van de verkiezingen nauwkeuriger konden voorspellen dan de peilingen. Dit is bijvoorbeeld mogelijk wanneer kiezers van een bepaalde partij om één of andere reden systematisch ondervertegenwoordigd zijn in de peilingen, en als het ware «onpeilbaar» worden. Een verkiezingswedstrijd kan zo'n probleem opvangen als – áls – de deelnemers erin slagen beter aan te voelen wat er werkelijk leeft in de bevolking. Onder meer het bekende boek The Wisdom of Crowds van James Surowiecki beschrijft dit fenomeen en de mechanismen erachter uitvoeriger. Of er veel wisdom te verzamelen valt onder de deelnemers van de verkiezingswedstrijd valt natuurlijk moeilijk in te schatten, en omwille van de voorgeschiedenis van Politiek.Net kan aangenomen worden dat de ene strekking al wat beter vertegenwoordigd is dan de andere. Met de meer dan zeshonderd deelnemers kan er anderzijds wel al gesproken worden van een aanzienlijke crowd.
Laten we die analyse beginnen met een blik op de prognoses voor de scores van de politieke partijen in Vlaanderen. Gemiddeld zien de deelnemers CD&V dalen tot net onder de twintig procent. Vrijwel niemand ziet de partij winst boeken tegenover verleden jaar, maar slechts enkelen durven zo diep te gaan dat ze partij onder de vijftien procent plaatsen. De meesten zien de partij eindigen tussen de 18% en 21%.
Slechts een kwart van de deelnemers meent dat Vlaams Belang zal stijgen tegenover verleden jaar. Sommigen geven de partij echter een winst van zes procent! De meesten houden het op een resultaat tussen 13% en 15%, maar sommigen zien de partij toch wegzakken tot onder de tien procent. Voor sp.a geldt nagenoeg hetzelfde, al denkt niemand dat die partij boven de 17% zal uitstijgen. Van Open Vld denkt de helft dat de partij winst zal maken, terwijl de andere helft denkt dat ze verlies zal lijden. Niemand denkt echter dat de partij een erg grote winst of een erg groot verlies zal opstrijken, want in beide richtingen gaat het over niet meer dan vier procent totaal.
Over de N-VA zijn de meningen duidelijk het meest verdeeld. Weliswaar ziet niemand de partij verlies lijden, maar op dé vraag van deze verkiezingscampagne – hoeveel winst zal de N-VA maken – is ook bij onze deelnemers de onzekerheid groot. Slechts een kwart denkt dat het minder dan vier procent zal worden. De meesten houden het bij een resultaat tussen 16% en 21%, met een gemiddelde van 19,3%. Sommigen zien de partij echter stijgen tot maar liefst 28%!
Vergelijken we de prognoses voor N-VA met die van CD&V, dan blijkt dat de meeste deelnemers nog steeds denken dat CD&V de grootste partij van Vlaanderen zal blijven. Opmerkelijk is wel dat het verschil tussen de gemiddelden voor de twee partijen veertien dagen geleden nog bijna twee procent bedroeg: bijna 20% voor CD&V tegen ongeveer 18% voor N-VA. Op een paar dagen van de verkiezingen staan de twee partijen echter virtueel gelijk, maar met een flinterdunne voorsprong voor CD&V.
De meeste deelnemers denken dat Lijst Dedecker terrein prijs zal moeten geven, en ergens tussen 5% en 7% zal uitkomen. Sommigen zien de partij stijgen tot bijna 10%; een fractie denkt dan weer dat de partij onder de kiesdrempel zal eindigen. Ook Groen! haalt volgens sommigen de kiesdrempel niet, maar drie kwart van de deelnemers denkt toch dat de partij meer dan 6% zal halen. Niemand denkt echter dat Groen! de psychologische drempel van 10% zal kunnen halen.
Welke partij zal de volgende eerste minister mogen leveren? Eerste opmerkelijke vaststelling: bijna de helft van de deelnemers denkt dat er vóór 1 september geen nieuwe coalitie met een nieuwe eerste minister op de been gebracht zal kunnen. Degenen die denken dat er vóór 1 september wel een nieuwe eerste minister zal zijn, lijken het dan weer eens te zijn met de bookmakers van Unibet: iets meer dan de helft van hen gokt op de PS – Elio di Rupo dus. Een vijfde denkt dat CD&V opnieuw de eerste minister zal mogen leveren, en iets minder dan een tiende kruiste N-VA aan. Elk van de andere partijen haalde minder dan 5%.
Wat de coalitie betreft, gokte ongeveer een kwart van diegenen die denken dat er vóór 1 september een nieuwe coalitie de eed zal kunnen afleggen, op een olijfboomcoalitie, al dan niet aangevuld met N-VA. Dat zovelen een olijfboomcoalitie zonder N-VA verwachten is echter opmerkelijk. Zo'n regering zou immers aan Vlaamse zijde hoogstwaarschijnlijk niet over een meerderheid kunnen beschikken. Slechts veel verderop volgen een tripartite met of zonder N-VA, een regering van Nationale Eenheid of rooms-rood met of zonder N-VA.
Kijken we hoe vaak de verschillende partijen aangekruist werden, dan zien we dat CD&V en PS duidelijk op kop liggen, op de voet gevolgd door cdH en sp.a. Daarna volgen Ecolo en Groen!, vervolgens N-VA, en dan pas Open Vld. Slechts een kwart denkt dat MR zitting zal hebben in de volgende regering. Voor de deelnemers lijkt het dus een uitgemaakte zaak dat de christen-democratische en de socialistische partijen deel zullen uitmaken van de volgende regering, en dat de ecologische partijen vervolgens de grootste kans maken om mee aan het roer van het land te mogen staan. Over de deelname van de N-VA heerst enige onzekerheid, en ook Open Vld lijkt een twijfelgeval. Het verschil tussen Open Vld en MR is wel opvallend, en blijkbaar vermoeden een aantal deelnemers dat de regeringsonderhandelingen wel eens zouden kunnen uitmonden in een nieuwe asymmetrische regering, namelijk met Open Vld maar zonder MR.
Hoe zit het tot slot met het vertrouwen in de peilers en de peilingen van de afgelopen weken? De deelnemers van de verkiezingswedstrijd schijnen als crowd duidelijk te geloven in hun eigen wisdom, want meer dan een derde denkt dat de gemiddelde prognose het dichtst de uiteindelijke verkiezingsuitslag zal benaderen. Minder dan een vijfde denken dat de laatste peilingen van De Standaard en VRT of La Libre Belgique er het dichtst bij zal zitten, op enige afstand gevolgd door de peiling van Vers l'Avenir. Slechts weinigen geloven in de peiling van Le Soir en RTBf, of de uitgelekte geheime peiling van TNS Dimarso. Zo goed als niemand denkt dat de verkiezingsuitslagen van 2009 de peilers zullen weten te verslaan.
Wie dat wil kan nog tot de dag vóór de verkiezingen meedoen aan de verkiezingswedstrijd van Politiek.Net en er zijn eigen prognoses registreren.
Vanavond maakte de krant La Libre Belgique de resultaten bekend van haar partijpolitieke barometer voor zowel Vlaanderen als Wallonië en Brussel. Ook deze peiling geeft N-VA ongeveer kwart van de stemmen, maar deze keer haalt de partij die winst op de kap van de CD&V, niet Vlaams Belang. Samen zouden de zogenaamde V-partijen trouwens meer dan 45% van de stemmen halen.
La Libre Belgique lijkt het dus eens te zijn met de peiling van De Standaard en VRT die eergisteren gepubliceerd werd, en de fameuze «geheime» peiling van TNS Dimarso van ondertussen al een maand geleden – toch wat het stemmenaandeel van de N-VA betreft. Voegen we daar nog de peiling van Vers l'Avenir aan toe, dan hebben we vier peilingen die de partij een stuk boven de twintig procent plaatsen, amper een jaar nadat de partij maar goed de helft van die score haalde in de regionale verkiezingen. De verwachtingen voor de N-VA zijn daarmee bijzonder hoog gespannen.
Hét grote verschil tussen deze peiling en de drie anderen is dat CD&V bij La Libre Belgique een enorme klap krijgt, terwijl Vlaams Belang redelijk stand weet te houden. Indien CD&V volgende zondag werkelijk niet meer dan 16 à 17 procent zal weten te houden, hoeft Marianne Thyssen niet bang te zijn dat ze – zucht – eerste minister zou moeten worden. Niet alleen Elio di Rupo en Bart de Wever steken haar dan voorbij in de rangorde, maar ook Caroline Gennez. Een oppositiekuur overwegen zou waarschijnlijk beter passen bij zo'n uitslag dan het opeisen van de 16.
Over de sp.a gesproken, die partij doet het eigenlijk opmerkelijk goed in de laatste peilingen, en de trend is duidelijk stijgend. Dat kan niet gezegd worden van de Open Vld, die nu in alle peilingen onder haar score van verleden jaar afklokt. Bij Vlaams Belang is onzekerheid troef: sommige peilingen plaatsen haar in de buurt van de tien procent, terwijl ze volgens de peiling van vanavond misschien wel stand zou houden. Groen! blijft stabiel rond de zeven à acht procent hangen, op een comfortabele afstand van de kiesdrempel.
Een partij waar het echt niet lekker loopt is Lijst Dedecker. Kopstuk (nou, ja) Anne de Baetzelier mag dan al terug van vakantie zijn, goed nieuws bracht deze peiling niet voor deze partij. Ze plaatst de lijst onder de kiesdrempel, maar zelfs al tel je er een ruime foutenmarge bij, dan nog staat de partij op verlies en riskeert ze alleen in West-Vlaanderen nog een zetel te kunnen halen. Misschien moet Jean-Marie Dedecker maar eens overwegen in kartel te gaan met de N-VA?
Over naar de Franstalige partijen, waar, vergeleken met Vlaanderen, eigenlijk weinig nieuws te rapen valt. Zowel PS, Ecolo als cdH lijken op een status quo af te stevenen, terwijl MR op licht verlies staat. Naar een reden voor dat verlies is het overigens niet lang zoeken: dat is ongetwijfeld te wijten aan de nieuwkomer PP. Die partij lijkt weinig kans te maken om boven de kiesdrempel uit te komen, maar snoep wel belangrijke procenten van de MR af.
Werpen we tot slot nog een blik op een extrapolatie van de uitslag van deze peiling naar een zetelverdeling in het Vlaams Parlement, dan blijkt opnieuw dat een olijfboomcoalitie aan Vlaamse zijde geen schijn van kans maakt om een meerderheid te halen. Het is dan ook duidelijk hoe de oproep van Bart de Wever aan alle («democratische») Vlaamse partijen om niet in een federale regering te stappen zonder een Vlaamse meerderheid begrepen moet worden: hij wil er bij zijn. Voeg daar nog aan toe dat ook een klassieke tripartite met sp.a, CD&V en Open Vld niet zeker is van een meerderheid aan Vlaamse zijde, en het is duidelijk dat hij hoopt op die manier op 14 juni incontournable te zullen zijn.
Vermoedelijk is dit de laatste peiling vóór de verkiezingen, tenzij Het Laatste Nieuws, Knack of Gazet van Antwerpen nog iets in petto zouden hebben. De verkiezingswedstrijd van Politiek.Net blijft echter lopen tot de avond van de verkiezingen, en de lezer heeft uiteraard nog een analyse van de resultaten ervan te goed. In de loop van de komende week, wanneer alle deelnemers de resultaten van de peiling van La Libre Belgique verwerkt hebben en eventueel ook hun prognose aangepast, zal die analyse dan ook nog volgen.
Bijlage: Overzicht alle peilingen in Vlaanderen en Wallonië sedert 2009 (PDF).
Gisteren maakten De Standaard en de VRT de resultaten van alweer een nieuwe peiling bekend. De resultaten ervan weken al bij al niet zoveel af van de «geheime» peiling van TNS Dimarso die onlangs uitlekte: ongeveer een kwart van de Vlamingen zou volgende zondag een stem voor de N-VA uitbrengen, terwijl Vlaams Belang en CD&V een stevig verlies zouden moeten incasseren.De klim van de N-VA in de peilingen begint stilaan fenomenaal te worden. Twee jaar geleden vocht de partij nog met de kiesdrempel, terwijl ze vandaag afgetekend aan de leiding staat met een kwart van de stemmen. En het is al zo vaak gezegd: met al deze peilingen loopt de partij het risico psychologisch een nederlaag aangesmeerd te krijgen, ook al boekt ze een stevige winst.
Voor zo ongeveer elke andere Vlaamse partij geldt ondertussen het omgekeerde. Noch CD&V, Vlaams Belang, sp.a of Open Vld doen het op dit ogenblik goed, en zullen een status quo al ervaren als een enorme overwinning. Voor CD&V lonkt ondertussen de psychologische grens van twintig procent, terwijl Vlaams Belang met de tien procent worstelt. Waar is de tijd dat Vlaams Belang volgens de peilingen een kwart van de kiezers achter zich had?
Een toch wel interessant resultaat in deze peiling is dat van Open Vld. De vorige peiling van De Standaard en VRT gaf de partij bijna achttien procent, terwijl ze nu bijna vier procent lager zou zitten. Het lijkt erop dat de eerste grote daad van partijvoorzitter Alexander de Croo door de kiezer maar matig gesmaakt kan worden, om het nog zacht uit te drukken. Leek het doel van Alexander de Croo oorspronkelijk de partij op «nul» te kunnen zetten zodat hij in 2014 zou kunnen uitpakken met een herstel, dan riskeert hij nu het verwijt toegeslingerd te krijgen dat hij de N-VA mee groot heeft helpen maken, ten koste van zijn eigen partij. Als de partij daar bovenop ook federaal uit de regering zou verdwijnen (in plaats van eventueel op Vlaams niveau in te breken), zou het wel eens een bijzonder stormachtige herfst voor hem kunnen worden.
Een andere partij waar er gevreesd moet worden voor een stormachtige herfst, is Lijst Dedecker. De partij blijft voorlopig in de buurt van de kiesdrempel zweven, en zal waarschijnlijk al dik tevreden moeten als meer dan alleen maar de West-Vlaamse zetel kan binnenrijven. Het is echter duidelijk dat partijvoorzitter Jean-Marie Dedecker de bui zelf al ziet hangen, en het feit dat de lijsttrekker voor de Senaat Anne de Baetzelier op vakantie is vertrokken is in het heetst van de verkiezingscampagne is toch wel bijzonder symptomatisch voor de sfeer die op dit ogenblik rond de partij hangt.
Groen! doet het eigenlijk noch slecht noch goed. De partij heeft zich de laatste tijd meer en meer van de kiesdrempel kunnen verwijderen, en mag dus verwachten dat ze in elke kieskring minstens een zetel in de wacht zal kunnen slepen. Van een grote winst is er eigenlijk lang geen sprake, en de kaap van de tien procent lijkt voorlopig veraf.
Een prognose voor de zetelverdeling in het Vlaams Parlement leert dat een olijfboomcoalitie aan Vlaamse zijde nog steeds ver verwijderd staat van een meerderheid. Een klassieke tripartite haalt ongeveer de helft van de zetels binnen, en zou dus tot de mogelijkheden kunnen behoren – voor zover het voor de federale regeringspartijen van belang zou zijn ook over een Vlaamse meerderheid te beschikken. Als men N-VA (samen met Vlaams Belang en Lijst Dedecker) federaal aan de kant wil houden, beschikt alleen een zogenaamde regering van nationale eenheid – of is eerder een regering van Franstalige eenheid? – aan Vlaamse zijde nog over een comfortabele meerderheid waarmee een staatshervorming goedgekeurd zou kunnen worden. De stelling van de partijvoorzitter van Groen!, Wouter van Besien, als zou Groen! een alternatief voor de N-VA zijn, gaat alvast niet op wanneer we ze zitjes in het parlement natellen. Meer zelfs, de partijen die in het Vlaams Parlement de regering-Peeters II vormen gaan er in deze peiling gezamenlijk sterk op vooruit!
Bijlage: Overzicht alle peilingen in Vlaanderen sedert 2004 (PDF).
Actua-TV maakte woensdag meer details bekend van een «geheime» peiling, nadat De Tijd er eerder al over bericht had. De peiling, uitgevoerd door TNS Dimarso, werd besteld door Open Vld, sp.a en N-VA, en was oorspronkelijk niet voor publicatie bestemd. De resultaten waren echter zo spectaculair dat ze uiteindelijk tóch naar de pers gelekt werden, wat dan weer op zich voor speculaties zorgde over wie gelekt zou hebben, en waarom.Behalve de scores van de verschillende partijen lekten ook de resultaten van een pop-poll uit, die Bart de Wever helemaal op kop plaatste. Verder beweert de VRT dat voor de peiling zo'n duizend Vlamingen ondervraagd werden en de foutenmarge 2,5% zou bedragen. Qua geloofwaardigheid betekent dit dat deze peiling waarschijnlijk één van de meest geloofwaardige is van de laatste jaren. Inderdaad, de opdrachtgevers hebben zulke tegengestelde belangen dat ervan uitgegaan mag worden dat de resultaten authentiek zijn, en niet gemanipuleerd of aangepast om bepaalde belangen te dienen of mediatiek goed te liggen. Bovendien is het aantal ondervraagden relatief groot vergeleken met wat we anders gewoon zijn. Ik denk daarom dat de resultaten van de peiling wel degelijk ernstig genomen dienen te worden.
Indien we de resultaten per partij overlopen, is het duidelijk dat voor een aantal van hen eigenlijk geen verrassende resultaten te noteren vallen. Voor CD&V, sp.a, Lijst Dedecker en Groen! liggen de resultaten in het verlengde van de trends van de andere peilingen van de laatste maanden. CD&V staat op een licht verlies, sp.a herstelt lichtjes, Groen! blijft stabiel, terwijl Lijst Dedecker gevaarlijk dicht in de buurt van de kiesdrempel komt. De verrassingen zitten bij N-VA, Vlaams Belang en Open Vld.
Het goede nieuws voor de N-VA is dat de partij over iets meer dan twee weken meer dan waarschijnlijk een stevige winst zal kunnen incasseren. Daar hoort echter ook slecht nieuws bij: de verwachtingen worden met 26% nu toch wel bijzonder hoog gelegd. Zoals Jan van de Casteele het uitdrukte: «Bart de Wever ‘verliest’ straks de verkiezingen als hij minder dan 100% haalt…», en ik kan me daar alleen maar bij aansluiten.
Net zoals de peiling goed en slecht nieuws bracht voor de N-VA, brengt ze slecht en goed nieuws voor Open Vld en Vlaams Belang. Het slechte nieuws is dat beide partijen het historisch slecht doen – of beter gezegd, het slecht blijven doen. Het mogelijk goede nieuws is dat er straks bij beide partijen een zucht van verlichting geslaakt zal worden als er alleen maar een licht verlies uit de stembus komt. Kwatongen beweren bovendien dat de voorzitter van de Open Vld, Alexander de Croo, niet eens rouwig zou zijn om een licht verlies.
Op basis van de resultaten van deze peiling werd ook een zetelverdeling voor het Vlaams Parlement berekend. Zo'n omrekening naar zetels laat het immers iets gemakkelijker toe uitspraken te doen over welke meerderheden nog realistisch zijn. Deze omrekening leverde in ieder geval één interessant resultaat op: een klassieke tripartite van christen-democraten, liberalen en socialisten zou in Vlaanderen ook in zetels niet meer op een meerderheid kunnen rekenen. Bovendien heeft een olijfboomcoalitie, waarover hardnekkige geruchten de ronde blijven doen, in Vlaanderen zelfs nog geen schijn van kans om een meerderheid te halen. De vraag moet dan ook gesteld worden of de schaamteloosheid waaraan Open Vld en vooral CD&V zich schuldig hebben gemaakt in de regering-Leterme II na 13 juni 2010 zal voortgezet worden. Het zou pijnlijk zijn indien zou blijken dat geen enkele van de partijen die zeggen de consensusdemocratie en het Belgische compromis zo hoog in het vaandel te voeren, er een probleem van maakt om als Vlaamse minderheid een Franstalige meerderheidsregering te ondersteunen en legitimiteit te verschaffen. Argumenten tegen het eenzijdig uitroepen van de onafhankelijkheid in het Vlaams Parlement door de Vlaams-nationalistische partijen bergen ze voortaan dan ook maar beter op.
Rest nog de vraag wie de resultaten van de peiling gelekt zou hebben – voor zover dat eigenlijk veel belang zou hebben. De beschuldiging van de N-VA aan het adres van de CD&V is alvast te gek voor woorden: zelfs al zou de CD&V de resultaten naar de pers gelekt hebben, dan nog moet iemand ze eerst naar de CD&V gelekt hebben. CD&V was namelijk niet één van de drie opdrachtgevers voor de peiling. Yves Desmet denkt dat de N-VA de peiling zélf gelekt zou hebben, maar zijn redenering lijkt me toch net iets te ver gezocht. Sp.a had weinig belang bij een publicatie van deze peiling, want ze vestigde de aandacht nog maar eens op de N-VA, en daarmee trouwens ook op een thema dat haar niet echt ligt. Blijven nog over: iemand bij TNS Dimarso zelf, of Open Vld, dat misschien kon hopen op deze manier enkele kiezers te recupereren. Wie het ook was: als het een tactische gok was, was het in ieder geval een bijzonder gewaagde gok. Vergeet ook niet: het kan natuurlijk ook gaan om iemand die gewoonweg zijn mond voorbij praatte. Eigenlijk is het al een wonder dat de peiling niet eerder gelekt werd, aangezien maar liefst drie politieke partijen de resultaten kenden. In Wallonië schijnt men er niet in te slagen een peiling geheim te houden zelfs als maar één partij over de resultaten beschikt…
Bijlage: Overzicht alle peilingen in Vlaanderen sedert 2004 (PDF).