Verleden week schoof de Braziliaanse president Luiz Inácio Lula da Silva tijdens een persconferentie de schuld voor de huidige financiële crisis in de schoenen van «blanke blauwogige» mensen. Merkwaardig genoeg heeft de wereldpers hem voor deze platte racistische opmerking nog niet aangevallen, en de Britse regering probeerde zelfs de opmerking te vergoelijken. Het contrast met wat de Italiaanse eerste minister Silvio Berlusconi een paar maanden geleden overkwam toen hij een slechte grap maakte over de pas verkozen Amerikaanse president Barack Obama is enorm. Vanwaar dit verschil in behandeling?Laten we even een paar maanden teruggaan in de tijd, meer bepaald naar de opmerking die Silvio Berlusconi dus gaf over Barack Obama: hij is «jong, knap, en zongebrand», aldus de Italiaanse eerste minister. De hele wereldpers viel natuurlijk over hem omwille van zo'n racistische uitlating, terwijl Silvio Berlusconi Barack Obama duidelijk alleen maar een compliment wou geven. En de zaak werd er niet bepaald beter op toen Silvio Berlusconi zich later liet ontvallen dat de journalisten die hem omwille van die opmerking van racisme beschuldigd hadden, «imbecielen» waren…
Vergelijk nu wat Silvio Berlusconi over Barack Obama zei met wat Lula zich liet ontvallen over die «blanke blauwogige» mensen die dus de schuld dragen voor de huidige financiële crisis, en niet Indianen, zwarten of armen. De Britse eerste minister Gordon Brown wist als reactie op Lulas uitval niets anders te zeggen dan dat de schuld voor de crisis niet aan individuen toegeschreven mag worden. De zaak is alleen dat Lula dat ook niet deed, maar uitdrukkelijk de schuld legde bij, tja, zullen we het maar een ras noemen? De Britse regering slaagde er vervolgens in de onzinnige opmerking van Gordon Brown te overtreffen door te verklaren dat de uitspraak van Lula waarschijnlijk niet voor het grote publiek bedoeld was, alsof ze daardoor minder racistisch zou zijn. Bovendien valt dat maar moeilijk te rijmen met het feit dat Lula maar al te graag verder uitwijdde over wat hij precies bedoelde met zijn uitspraak toen de journalisten hem daarom vroegen.
Stel je nu echter voor dat iemand als een Silvio Berlusconi iets gelijkaardigs zou gezegd hebben pakweg tien jaar geleden, vlak na de financiële crisis in Azië van 1997. Het kot zou waarschijnlijk veel te klein geweest zijn, en de mediastorm zou wekenlang aangehouden hebben om zoveel primair racisme aan te klagen. De uitlating van Lula daarentegen kreeg amper media-aandacht: De Morgen bracht ze enkel als financieel (!) nieuws, terwijl bij die andere kwaliteitskrant De Standaard van een artikel hierover voorlopig nog geen spoor te bekennen valt. Ook internationaal werd er amper over Lulas opmerking gerapporteerd.
Overigens zijn het de media alleen niet die massaal niet thuis geven. Waar is bijvoorbeeld Karel de Gucht om te verklaren dat hij niet begrijpt dat een verstandig man zoiets zou kunnen zeggen? Waar zijn de paars-groene partijen om in het parlement gezamenlijk een resolutie in te dienen om de Braziliaanse ambassadeur op het matje te roepen, bij hoogdringendheid wel te verstaan? En waar is André Flahaut om te eisen dat de Belgische ambassadeur uit Brazilië teruggeroepen zou worden? Blijkbaar zijn sommige mensen racist of schuldig aan misdaden tegen de menselijkheid, wat ze ook gezegd of bedoeld mogen hebben, en anderen nooit ofte nimmer…
De voorbije week was paars-groen even terug van weggeweest: gezamenlijk dienden de zes partijen immers een resolutie in om de pauselijke nuntius op het matje te roepen naar aanleiding van de recente uitspraken van de paus over AIDS in Afrika. Nadat eerst de journalisten een rondje paus-bashen hadden mogen trekken, konden de politici inderdaad niet achterblijven, en moesten ook zij hun nummertje opvoeren. De vraag is echter of de «condomieke» kerk deze week zoveel zieltjes heeft kunnen bijwinnen – voor epidemioloog Luc Bonneux bijvoorbeeld was de onzin die journalisten als politici gezamenlijk brachten zo stuitend dat hij in De Standaard een opiniestuk liet verschijnen om de paus «(gedeeltelijk)» gelijk te geven.Het was eigenlijk voorspelbaar: nadat de pers eens een rondje had mogen doen om met de sterkst mogelijk veroordelingen te komen van de uitspraken van de paus, moesten ook de politici eens de gelegenheid krijgen om zich op een goedkope manier te kunnen profileren tegen paus Benedictus XVI. En wat past er dan beter dan dat de anti-katholieke partijen eendrachtelijk een resolutie indien om hun afschuw uit te schruwelen over die conservatieve paus? Dat was natuurlijk zonder de onvermijdelijke Minister van Buitenlandse Zaken Karel de Gucht gerekend die op zijn eigen allerarrogantste manier nog een tandje moest bijsteken om zich nog eens extra te kunnen profileren. En wat Karel de Gucht mag, dat moet André Flahaut natuurlijk ook, en dus moest die nog iets straffer verzinnen. De ambassadeur bij de Heilige Stoel terugroepen! Het verbaast me eigenlijk dat hij niet meteen voorstelde om een C-130 met para's naar het Vaticaan te sturen om de Romeinse Curie in het Colloseum samen te drijven en ze daar voor de leeuwen te werpen, kwestie van zeker te zijn dat de paus in een volgende interview niet opnieuw een katholiek standpunt zou innemen.
Laat er echter geen twijfel over bestaan, zelfs al geeft Karel de Gucht de pauselijke nuntius de fermste bolwassing die hij al ooit gegeven heeft, veel zal men zich van die uitval in het Vaticaan niet aantrekken. België staat er immers bekend als het land van de vrije abortus, euthanasie en het homohuwelijk, met moreel eerder een negatief dan een positief soortelijk gewicht. In dezelfde week dat de Hoge Raad van Financiën een budgettaire horror voorspelt zou je in het parlement dus wel iets anders verwachten dan de behandeling van de hoogdringendheid van een resolutie om de nuntius aan te pakken over enkele pauselijke uitspraken waarin per slot van rekening ook niets nieuws verkondigd werd. En misschien leest die nuntius wel Belgische kranten, en weet hij wat soort vlees hij in de kuip heeft met onze Minister van Buitenlandse Zaken, zowel qua intellectuele als diplomatieke capaciteiten? Het zou dus kunnen dat die nuntius één en ander perfect in perspectief weet te zeggen.
Vormde overigens het voorstel van André Flahaut om de ambassadeur terug te roepen een paars-groen hoogtepunt van verdwazing, dan vormde de persmededeling die de CD&V liet verspreiden een nieuw dieptepunt voor de vis-noch-vlees-houding van die partij. Enerzijds wil ze immers niet gezegd hebben dat de paus misschien zelfs nog maar een klein beetje gelijk zou kunnen hebben –CD&V-senator Els Schelfhout lijkt warempel wel een dissident binnen haar eigen partij omdat ze het wél aandurft de paus gelijk te geven–, maar anderzijds wil de partij toch ook van geen openlijke kritiek op de paus weten. Het is duidelijk dat de partij met de verkiezingen in aantocht haar laatste restje gelovige kiezers nog niet aan de deur wou zetten en daarom probeerde voor te wenden dat de C in haar naam nog steeds iets zou betekenen, maar de manier waarop ze zowel de kerk als de loge probeerde te sparen had vooral tot gevolg dat ze zich hopeloos belachelijk maakte. Soms is zwijgen inderdaad goud.
En dan was er dus het opiniestuk van Luc Bonneux, die gedetailleerd aangaf waar het in Afrika wel fout loopt, en waar niet. Niet dat hij iets schrijft dat iemand die wil zien en niet vastgeroest zit in de dogma's van de condomieke kerk nog niet wist, maar dat hij zich de moeite neemt om daarvoor in zijn pen te kruipen, en een krant als De Standaard er zelfs plaats voor over heeft is toch een duidelijk teken aan de wand. Misschien kan iemand bij een volgende gelegenheid dat stuk van Luc Bonneux eens onder de neus van Karel de Gucht steken en hem naar een reactie daarop vragen? Ik wil in ieder geval niet uitsluiten dat er in Vlaanderen de laatste week een heel pak mensen tot het inzicht is gekomen dat de condomieke kerk misschien dan toch niet alle wijsheid in pacht heeft.
De laatste weken kwam de katholieke Kerk, en dan in het bijzonder paus Benedictus XVI, om verscheidene redenen zwaar onder vuur te liggen. Zo was er de commotie rond de opheffing van de excommunicatie van de bisschoppen van de Priesterbroederschap St. Pius X
, een geval van incest en abortus in Brazilië, en nu naar aanleiding van zijn eerste reis naar Afrika een nogal voorspelbare rel over het standpunt van de Kerk over de AIDS-problematiek op het zwarte continent. Opvallend: in geen van de drie gevallen blonken de meest uitgesproken tegenstanders bepaald veel uit door eerlijkheid, maar dat hield hen niet tegen zich moreel superieur op te stellen tegenover de paus.Laat ik misschien van start gaan met alvast één vaststelling: vooral zij die zich anders nog niet dood zouden willen laten betrappen in een kerk, tenzij een samenwonende homofiele priester die vooral de verdraagzaamheid predikt de mis staat op te dragen, klauteren als eersten de barricades op om hun afschuw uit te schruwelen. Zo komt het ook dat in België vooral kranten als De Morgen en Le Soir de strijd aanvoeren tegen al wat voor conservatief kan doorgaan in de katholieke Kerk, of de katholieke Kerk tout court, en de paus met veel ijver van misdaden tegen de menselijkheid beschuldigen zolang hij weigert het uitdelen van condooms in Afrika als een soort van elfde gebod te erkennen. Enige eerlijkheid –of kennis van zaken– aan de kant van deze bloedhonden, bijvoorbeeld onder de vorm van een correcte en genuanceerde berichtgeving over de standpunten van de Kerk en de feitelijke situaties ter plaatse, hoeft men bij hen echter niet te verwachten.
Zo was er dus de opheffing van de excommunicatie van de leden van het Priesterbroederschap St. Pius X. Om te beginnen was het niet meer dan dat: de opheffing van de excommunicatie van de leden van de priesterbroederschap, en bijvoorbeeld niet de erkenning ervan als een nieuw orgaan binnen de katholieke Kerk. Concreet betekent dit dat de bisschoppen van deze priesterbroederschap nog lang geen katholieke bisschoppen zijn. Meer zelfs, er valt nog een lange weg af te leggen vóór één van hen zelfs nog maar gewone priesterlijke taken zoals het opdragen van een eenvoudige mis zal mogen uitvoeren binnen de katholieke Kerk. Dat men in Rome echter een steek liet vallen door de achtergrond van de vier bisschoppen niet voldoende na te gaan kan moeilijk ontkend worden, en erkent de paus trouwens zelf ook, maar de reactie van het Vaticaan toen duidelijk werd welke negationistische meningen bisschop Richard Williamson erop na hield laat anderzijds toch ook weinig aan duidelijkheid te wensen over. Wie echter de verhalen in de pers las kon soms bijna de indruk krijgen dat de paus de excommunicatie van de Pius X-broederschap opgeheven had met als uitdrukkelijk doel bisschop Richard Williamson nog bij leven tot een katholieke heilige te laten uitroepen. Wat de opheffing van de excommunicatie precies inhield, of misschien beter gezegd, wat ze vooral niet inhield, wat de precieze achtergrond en het doel ervan was, en wat het echte standpunt van het Vaticaan over het negationisme was, viel in de pers nergens te lezen. Commentatoren als een Yves Desmet in De Morgen hadden het immers te druk het proces van de paus te maken om hun lezers daarover correct te informeren. «Gebeten om te weten» is dan de reclameslogan.
Vervolgens was er de controverse rond abortus van een negenjarig meisje in Brazilië, verkracht door haar 23 jaar oude stiefvader. Als gevolg van de abortus werd het meisje, haar moeder en het medisch personeel dat de ingreep uitvoerde automatisch uit de katholieke Kerk gezet. Nu is het niet moeilijk in te zien dat dit misschien wel iets te kort door de bocht was, zeker als men weet dat er ook medische complicaties rond de zwangerschap waren. Maar de manier waarop deze zaak in de pers voorgesteld werd, soms wel alsof de Kerk de stiefvader van het meisje in verdediging had genomen, liet duidelijk zien dat de pers zich al bij al ook niet al te veel aantrok van het lot van het verkrachte meisje. Meer dan een stok om een katholieke hond te slaan was dit voorval voor hen immers niet. Overigens: noem het meisje Aïsja, de stiefvader Mohammed, en verplaats het hele voorval naar het Arabische schiereiland van de zevende eeuw, en de voltallige persmeute springt onmiddellijk in de politieke-correcte houding en pleit vooral voor een «sereen» debat en het ontzien van allerlei gevoeligheden. De ene pedofiel is immers de andere niet.
En dan was er dus de eerste Afrikareis van paus Benedictus XVI. Afrika kent veel problemen, en zal nog lange tijd veel problemen kennen, maar van zodra de paus in beeld komt wordt dit alles in de hoofden van het weldenkende gedeelte van de journalisten herleid tot het in grote schaal uitdelen van condooms als enige oplossing om de verspreiding van AIDS te kunnen tegengaan. Het viel dan ook te verwachten dat naar aanleiding van de reis hierover één of andere vraag gesteld moest worden, en dat wat het antwoord van de paus ook zou zijn, de controverse hierover nog maar eens stevig op gang zou getrokken worden. Een achterlijk standpunt van een conservatieve engerd die niet weet waarover hij het heeft, een medische leugen, ja, van zelfs niets minder dan een misdaad tegen de menselijkheid was er sprake! De grote woorden waren weer eens bijzonder goedkoop en gemakkelijk uit het klavier getokkeld, om over de lichtjes belachelijke –niet hetzelfde als humoristische– cartoons nog maar te zwijgen. (A propos, hoeveel doodsbedreigingen hebben die cartoonisten al ontvangen, en hoeveel ambassades werden hiervoor al in brand gestoken?) Maar wat de paus nu écht geantwoord had kwam je in de gewone pers niet te weten. En dat was waarschijnlijk ook helemaal de bedoeling niet van de vraagsteller van France 2.
Zo wil men er bijvoorbeeld uitdrukkelijk niet bij stilstaan dat de Afrikaanse vrouw er ondanks alles misschien toch niet zo mee gediend is dat enkele Westerse beterweters op grote schaal condooms komen verspreiden in hun dorpen, daarmee impliciet aangevend dat het inderdaad niet zo nauw steekt met de huwelijkstrouw als je maar een condoom gebruikt. Dat het toch paradoxaal is dat mannelijke zwart Afrika weigert een condoom te gebruiken omwille van het standpunt van de katholieke Kerk, maar doof blijft voor dat deeltje over de huwelijkstrouw. Dat het precies in die landen is waar de kerken, en dan in het bijzonder de katholieke Kerk, zwak staan, AIDS het hards toeslaat. Je moet het trouwens maar kunnen, zoals de BBC, om in voornamelijk evangelische en anglicaanse landen op het Afrikaanse continent documentaires te gaan draaien over de ravage die de katholieke Kerk daar met haar standpunt zou aanrichten. Dat onze kwaliteitskranten De Morgen of De Standaard daar nog nooit eens een dossier aan geweid hebben! En wat houdt een Rik Torfs tegen om dat allemaal eens op een progressieve wijze uit te leggen? Blijkbaar houdt men liever de lezers dom, zodat men op tijd en stond zich nog eens goed kan laten gaan.
Het tijdschrift Joods Actueel reageert verbolgen op de uitzending van een misviering op 1 maart omwille van een passage die voorgelezen werd tijdens het evangelie, en vraagt hierover een «sereen» debat. De vraag is alleen of een sereen debat wel mogelijk is wanneer het duidelijk is dat Joods Actueel dat debat met een grove leugen wil starten. Op haar webstek schrikt het tijdschrift er immers niet voor terug op een essentieel punt te knippen in het beeldmateriaal dat als bewijsmateriaal moet dienen.De passage waarover Joods Actueel valt is Matt 6:2 («Dus wanneer je aalmoezen geeft, bazuin dat dan niet rond, zoals de huichelaars doen in de synagoge en op straat om door de mensen geprezen te worden. Ik verzeker jullie: zij hebben hun loon al ontvangen.») Aan duidelijkheid laat die passage eigenlijk weinig te wensen over, en indien Joods Actueel meent dat ze «gevoelig» is, kan ik niet anders dan vermoeden dat Joods Actueel in het beste geval overgevoelig is, in het slechtste geval gewoon van slechte wil. Het is immers duidelijk dat niet iedereen in de synagoge schijnheilig is, maar wel dat schijnheilige mensen hun ding in het openbaar doen, onder meer in de synagogen. En op de hoeken van de straten dus. (Of moeten ook straathoekwerkers zich aangesproken voelen door de passage?) Wat Joods Actueel graag in de plaats had gezien van die synagogen is me trouwens volkomen een raadsel, want voor kerken of moskeeën was het toen nog veel te vroeg, en een verwijzing naar Romeinse of Griekse tempels zou wel heel merkwaardig geweest zijn. Bovendien worden dus in één adem met de synagogen ook de hoeken van de straten genoemd, waarmee duidelijk is dat vooral naar openbare plaatsen verwezen worden.
Erger is echter dat de zaken nog slechter zijn dan het hierboven vermelde slechtste geval, want Joods Actueel biedt op haar webstek een videoclip aan dat als bewijsmateriaal moet dienen, maar… na ongeveer 32 seconden is duidelijk te zien en te horen dat er geknipt werd. Daarmee «censureert» het blad het doorstreepte in de volgende passage weg: «Dus wanneer je aalmoezen geeft, bazuin dat dan niet rond, zoals de huichelaars doen in de synagoge en op straat om door de mensen geprezen te worden. Ik verzeker jullie: zij hebben hun loon al ontvangen.» Onschuldig kan men dat niet bepaald noemen. Dat er in de videoclip geknipt werd is trouwens goed te horen wanneer de videoclip vergeleken wordt met het fragment dat afgespeeld wordt in het Radio 1-programma Feyten of Fillet als inleiding voor een interview met Michael Freilich, hoofdredacteur van Joods Actueel. Nog ironischer is dat vlak boven de videoclip Dirk Verhofstadt geciteerd wordt terwijl hij zich afvraagt of «die man dat goed gelezen heeft». Het antwoord is eenvoudig: ja, die man heeft dat goed gelezen, maar Joods Actueel toont de waarheid niet. Het zou trouwens interessant zijn te weten of Dirk Verhofstadt deze valse praktijken van Joods Actueel even schokkend vindt als een priester die in zijn homilie geen duiding geeft bij wat Joods Actueel twee weken later bij mekaar knipt uit het evangelie dat hij net voorgelezen heeft, om over opgeroepen vraagtekens bij Dirk Verhoftstadt nog maar te zwijgen. Het is in ieder geval duidelijk dat hij graag veel kritiek levert op de katholieke Kerk, maar zijn bijbel helemaal niet kent. Ik wil niet uitsluiten dat hij er zelfs prat op zou gaan.
Persoonlijk heb ik nog het meest te doen met de joodse gemeenschap, die op deze manier door Joods Actueel nog maar eens stevig te kijk wordt gezet. Als de redactie van het blad al iets aantoont, dan wel dat er wel degelijk joden bestaan die over heel lange tenen bezitten die ze met veel ijver en op valse wijze onder de schoenen van nietsvermoedende slachtoffers stoppen, om het vervolgens heel hard uit te schreeuwen. Hoeveel media-aandacht heeft zielepoot Michael Freilich zich trouwens op deze wijze toegeëigend, zonder dat ook maar één journalist de moeite nam eens te controler hoeveel er eigenlijk van zijn verhaal werkelijk klopte? Over opgeroepen vraagtekens gesproken!
Verder heb ik ook problemen met het relaas dat het blad brengt over hoe ze op de hoogte werd gebracht van dit «voorval». Moet ik nu echt denken dat er in Vlaanderen (of Nederland) mensen rondlopen –overigens noch christelijk noch joods volgens Michael Freilich– die op zondagochtend niets beters te doen hebben dan naar de misviering te kijken of te luisteren, om bij de eerste de beste vermelding van het woord synagoge verontwaardigd naar Joods Actueel te bellen? Nu ja, wie één leugen in artikelt stopt, kan er ook twee in gestopt hebben, maar als dat deel van het verhaal toch zou kloppen, zou de enige passende reactie van de redactie geweest zijn die mensen een andere hobby aan te raden in plaats van zich met zulke onzin bezig te houden. De redactie van het blad zou in ieder geval kunnen beginnen met zich in het vervolg een beetje meer aan de waarheid te houden.
De Conferentie van Burgemeesters van Halle-Vilvoorde verspreidde verleden vrijdag een persmededeling waarin zij stelden zich niet neer te leggen bij de niet-splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde. Tot een boycot van de aanstaande Europese verkiezingen willen ze echter niet overgaan, omdat de provincie dan toch maar de verkiezingen in hun plaats zou organiseren. Wapenverkopers kennen het argument maar al te goed.Het is weer eens aandoenlijk te moeten lezen hoe een groep Vlaamse burgemeesters denkt de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde te kunnen afdwingen door zich als de braafste leerlingen van de klas te gedragen, met dan nog de uitdrukkelijke verwijzing naar die drie Franstalige stouteriken uit de Rand waar zij absoluut niet mee willen geassocieerd worden. Inderdaad, de voltallige Franstalige politieke klasse is er niet te beroerd voor allerlei rapporteurs en inspecties naar Vlaams-Brabant te commanderen om «schendingen van mensenrechten» te moeten vaststellen, en schuwt daarbij de staalharde leugen en het vuil spel niet – niet omdat mensen letterlijk sterven omdat zij in hun eigen streek nog geen beroep kunnen doen op ambulancepersoneel dat de streektaal spreekt, maar omdat enkele arrogante inwijkelingen die de lokale taal weigeren te leren hun kiesbrieven niet onmiddellijk in hun eigen taal toegestuurd krijgen! Onze Vlaams-Brabantse burgemeesters echter vragen eens te mogen spreken met hun gouverneur om hun hart eens kunnen te luchten, de toelating hun standpunt eens te mogen komen toelichten in één of andere Europese raad, en een onderhoud met de Duitstalige Gemeenschap om hen te doen afzien van het inroepen van een nieuw belangenconflict.
Ja, een gesprek met de Vlaams-Brabantse gouverneur, ik kan me voorstellen dat ze bij het FDF al zitten te bibberen en beven uit schrik voor wat daar wel eens bedisseld zou kunnen worden! Misschien wel dat er deze keer in de buurt van de stemlokalen niet één maar wel twee spandoeken zullen opgehangen worden? Verder is die Europese raad niet meer dan een kalf dat al lang geleden vakkundig verdronken werd door een «Bretoense» burgemeester die zich opmerkelijk welkom voelde in de Belgische Franstalige media. Veel meer dan zich daar eens hopeloos belachelijk te maken kan men daar dus niet gaan doen. Hetzelfde geldt trouwens voor de Duitstalige Gemeenschap, of moet ik nu werkelijk denken dat ze daar ook maar één seconde zullen aarzelen om een belangenconflict in te roepen als de Franstalige partijen eens ernstig met hun vingers knippen? Ik hoop werkelijk dat deze burgemeesters zichzelf niet geloven, want anders zit de bevolking van Halle-Vilvoorde met een enorm probleem.
Wat is er dan werkelijk aan de hand in Halle-Vilvoorde? De verklaring is eenvoudig: waar bij de vorige verkiezingen CD&V federaal nog in de oppositie zat, zit die partij nu zowel regionaal als federaal mee aan de vetpotten. Inderdaad, in 2004 werd de kiezer verzocht op de CD&V te stemmen opdat ze door een weigering om in de Vlaamse regering te stappen haar paarse coalitiepartners in spe ertoe zou kunnen dwingen de kieskring te splitsen. De verlokking van de macht was te groot, de CD&V stapte onder leiding van Yves Leterme toch maar in de Vlaamse regering, en de kieskring bleef ongesplitst. In 2007 werd de kiezer dan opnieuw verzocht op de CD&V te stemmen, opdat ze door een weigering om in de federale regering te stappen haar Franstalige coalitiepartners in spe ertoe zou kunnen dwingen een splitsing van de kieskring te aanvaarden. Helaas, opnieuw was de verlokking van de macht te groot, stapte de CD&V onder leiding van –raad eens– Yves Leterme toch maar in de federale regering, en de kieskring is nog steeds ongesplitst. Meer zelfs, de huidige Eerste Minister, Herman van Rompuy, helpt actief mee om die splitsing zo lang mogelijk uit te stellen! Misschien kan de CD&V dit jaar de kiezer vragen om Yves Leterme naar het Europese Parlement te sturen, zodat hij daar de kieskring kan splitsen door te weigeren zitting te nemen in één of andere obscure Europese commissie? Ze zouden het nog durven ook.
Laten we het daarom maar zeggen zoals het is: indien de CD&V dat zou willen, zou ze zonder veel problemen de komende Europese verkiezingen danig in de war kunnen sturen, met gegarandeerde Europese media-aandacht voor het probleem. Burgemeesters die weigeren mee te werken aan de organisatie van Europese verkiezingen zijn geen alledaags fenomeen. De burgemeesters hebben echter schrik van hun eigen schaduw, en bovendien was de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde voor de partij nooit een doel, doch hoogstens alleen maar een middel om campagne te kunnen voeren en aan de macht te komen. Vandaag is de partij aan de macht, en is de splitsing van de kieskring alleen nog maar een belofte van gisteren en eergisteren waar de partij liefst niet meer aan herinnerd wordt. Het probleem is dat die oude verkiezingsbelofte een eigen dynamiek heeft gecreëerd, en nu de partij als een nachtmerrie achtervolgt, ofwel tot de kieskring eindelijk gesplitst zal zijn, ofwel tot de CD&V voor het oog van iedereen openlijk verraad zal gepleegd hebben. De partij probeert koortsachtig dat verraad uit te stellen tot na de verkiezingen van juni – de vraag is echter of de kiezer ook deze keer naïef genoeg zal zijn om nog maar eens te geloven dat de partij woord zal houden.
Vrijdagavond publiceerden VRT en De Standaard de resultaten van hun eerste peiling in 2009. Voor de meeste partijen betekende deze peiling een status quo vergeleken met de vorige peiling van oktober verleden jaar, uitgezonderd de achteruitgang van Lijst Dedecker ten voordele van de N-VA. Het resultaat van Bart de Wevers optreden in De Slimste Mens?«Kartelbreuk zegen voor CD&V en N-VA», kopte De Standaard. Een zeer misleidende titel, want niettegenstaande N-VA in deze peiling op een bijzonder hoog niveau scoorde noteert CD&V historisch laag. Het valt dan ook sterk te betwijfelen of men zich binnen die laatste partij veel zal kunnen verheugen over de puur hypothetische oefening dat de twee partijen samen vandaag meer zouden scoren dan ooit tevoren. Ik ken weinig gescheiden mensen die er oprecht plezier aan zouden beleven als hun voormalige partner nieuw fortuin zou maken…
Kijken we verder naar de andere partijen, dan merken we op dat Open Vld opnieuw net onder de twintig procent scoort. Vergeleken met de laatste verkiezingen is er voor die partij dus nauwelijks een verschil merkbaar. Vlaams Belang gaat in deze peiling lichtjes vooruit, maar blijft het slecht doen tegenover de laatste verkiezingsuitslag. Hopen op een betere uitslag op 7 juni dan het resultaat van deze peiling is waarschijnlijk het enige realistische voor deze partij op dit ogenblik. Een andere partij die het de laatste tijd niet bijster goed doet is de sp.a, zelfs nu de financiële crisis –Elio di Rupo noemt ze aan de andere kant van de taalgrens consequent de «liberale» crisis– stilaan begint door te dringen tot de bevolking.
Lijst Dedecker is één van de twee partijen met een significant verschil tegenover de vorige opiniepeiling: een duik van 4,4%. De partij die daar het meest van profiteert lijkt de N-VA te zijn, die er 3,0% op vooruit gaat. Is dit het gevolg van het optreden van partijvoorzitter Bart de Wever in De Slimste Mens, gekoppeld aan het sputteren van de PR-machine van LDD? Het is een feit dat het de laatste tijd niet zo lekker meer loopt bij Lijst Dedecker, met onder meer verhalen van interne ruzies en postjesjagerij. Zelfs de toetreding van Derk Jan Eppink tot de partij verliep niet helemaal rimpelloos omdat ze samenviel met de toetreding van Anne de Baetzelier. Die laatste liet enkele steken vallen door te bekennen dat ze politieke raad had gevraagd aan één van haar kinderen, terwijl de eerste dan weer geconfronteerd werd met enkele van zijn eigen uitspraken over BV's en politiek. De volgende peilingen zullen moeten aangeven of deze mindere peiling voor LDD slechts een alleenstaand geval was, dan wel het begin van een neerwaartse trend.
Om dezelfde reden wordt het ook uitkijken naar de resultaten van de N-VA in de komende opiniepeilingen. Kan de partij dit niveau aanhouden, of is het enkel een tijdelijke opflakkering? Waar de laatste weken eerder nadelig waren voor Lijst Dedecker, waren de goden de N-VA de laatste tijd wel bijzonder gunstig gezind. Zo was er naast «slimste mens» Bart de Wever ook Vlaams Minister-President Kris Peeters die door het begraven van de communautaire dialoog de N-VA impliciet gelijk gaf, met als kers op de taart een drie CD&V-burgemeesters die dat in een open brief nog eens expliciet nadeden. Het is maar de vraag of dit voordeel voor de N-VA zal blijven bestaan eens de kiesstrijd voluit losbreekt.
Zowat de meest stabiele partij qua aanhang in de opiniepeilingen is Groen!, dat nog steeds rond de zeven procent blijft schommelen. De partij blijft daarmee weliswaar op een veilige afstand van de kiesdrempel, maar de ambitie zou voor een ecologische partij in deze tijden van globale opwarming toch een beetje hoger mogen liggen. Voor het mini-partijtje SLP laat deze peiling dan weer weinig hoop.
Wat de zetelverdelingen betreft klopt het dat de resultaten van deze peiling ook een coalitie van CD&V, Open Vld en N-VA in de Vlaamse regering toelaat, maar een simulatie toont aan dat die coalitie waarschijnlijk over een wel heel nipte meerderheid zou beschikken, als ze al een meerderheid zou kunnen halen. Erg realistisch is dat scenario voorlopig dus nog niet, tenzij de N-VA dit niveau werkelijk zou kunnen aanhouden.
De laatste dagen is er nogal wat te doen geweest rond de «kwetsende» spreekkoren op de voetbaltribunes. De spreekwoordelijke bal ging aan het rollen na de wedstrijd Genk–Tubeke, toen «Les Wallons, c'est du caca» geroepen werd. Racistisch, roepen de Franstalige politici in spreekkoor. Op steun van het CGKR hoeven ze echter niet te rekenen, want dat stelde naar aanleiding van de rel tussen Pierre Bouillon en Bart de Wever verleden jaar onomstotelijk vast niet bevoegd te zijn voor eventueel racisme tussen Vlamingen en Franstaligen.Het valt niet vaak voor dat ik het eens ben met Tom Naegels, maar zijn commentaar over de hele heisa rond de spreekkoren vandaag kan ik alleen maar bijtreden. (En zijn terloopse opmerking dat de Vlaamse spreekkoren polyglot zijn is eigenlijk zeer pijnlijk: ik zie het nog niet onmiddellijk gebeuren dat de aanhangers van een Waalse voetbalploeg Nederlands zouden uitbraken.) Ik kan me trouwens niet voorstellen dat politici of de media evenveel aandacht aan de zaak zouden geschonken hebben als één of andere groep Waalse voetbalaanhangers sales flamins had gescandeerd, laat staan dat er pleidooien zouden gevallen zijn om desnoods de wet te wijzigen moest blijken dat dit nog niet strafbaar was. De kers op de taart van de doortrappers werd echter afgeleverd door Groen!-kamerlid Wouter de Vriendt, die de Belgische voetbalbond «wereldvreemdheid» verweet. De mandatarissen en leden van Groen! staan er inderdaad alom voor bekend met beide voeten steeds op de grond te staan en zich tussen de mensen te bevinden, en zich nooit te bezondigen aan wereldvreemdheid, naïviteit of het in stand houden van illusies. Toch niet als het over Vlaams racisme gaat. En zo kennen we ze trouwens ook: als het erom gaat Vlaanderen nog eens te schande te maken staan sp.a en Groen! altijd gewillig op de eerste rij om de Franstaligen een helpende hand toe te steken. Niet dat Open Vld of CD&V te beroerd zouden zijn om zich ook aan zoiets schuldig te maken, maar daar is men tenminste nog zo slim in ruil minstens een bord linzensoep te vragen.
Laten we immers wel wezen: scanderen dat Walen caca of pédo zijn is natuurlijk niet bepaald netjes, maar er bestaan ergere zaken. De supporters hadden hen bijvoorbeeld luiheid of corruptie kunnen aanwrijven. Wat er echter beledigend of racistisch is aan de slogan «Walen buiten!» ontgaat mij volledig. Wil iemand Vietnamezen racisme aanwrijven als ze «Yankee, go home!» zouden roepen, of denk men in Franstalig België nog steeds dat de splitsing van de universiteit van Leuven een zwaar onrecht was dat hen door de Vlamingen werd aangedaan? Maar ten gronde: in de gemiddelde lezerscommentaar onder de on-line artikelen van Le Soir staan vaak veel ergere dingen te lezen, om over de pamfletten van het FDF nog maar te zwijgen. En vooral, laten we niet vergeten dat verleden jaar, toen Pierre Bouillon voorstelde om alle N-VA-leden, kiezers en sympathisanten op een boot te zetten en die in het midden van de oceaan tot zinken te brengen, de Franstalige media… de rangen sloten. Van enig racisme was toen geen sprake, en het CGKR haastte zich dan ook om zichzelf in de zaak totaal onbevoegd te verklaren.
Toppunt van hypocrisie is dat de heisa piekte in dezelfde week dat Rudy Aernoudt door Olivier Maingain van het FDF nog sneller uit de MR geknikkerd werd dan Jean-Marie Dedecker destijds door het ACW uit de N-VA. Wat dat met de zaak te maken heeft? Guido Fonteyn lijkt alvast de mening toegedaan dat het feit dat Rudy Aernoudt een Vlaming is één van de redenen was waarom Olivier Maingain hem niet op de Europese lijst van de MR wou zien staan. Wallonien flamenfrei dus? Geldt trouwens in zulke zaken niet de omgekeerde bewijslast, d.w.z. dat de werkgever, in casu de MR en Didier Reynders, moet aantonen dat racisme geen rol speelde bij het ontslag van werknemer Rudy Aernoudt? Of hoeft dat niet, omdat in België nu eenmaal alleen Vlamingen racist kunnen zijn, maar Franstaligen (en immigranten) niet?
Feit is in ieder geval dat het gekrakeel bij het FDF verleden week zo groot was dat er meer dan ruimte genoeg was om te vermoeden dat er meer aan de hand was dan het partijlidmaatschap van Rudy Aernoudt of zijn «beledigende» uitspraken tegenover Waalse werklozen alleen. De suggestie alleen al dat het FDF zich ook maar één moer zou aantrekken van beledigingen aan het adres van Waalse werklozen is zo grotesk dat er amper woorden voor zijn. Neen, het echte probleem dat het FDF met Rudy Aernoudt had was dat hij niet alleen de mythe dat 90% van de Brusselaars Franstalig zou zijn doorprikte, maar bovendien, en eigenlijk nog veel erger, zijn minderwaardige Vlaamse achtergrond niet verloochende om zich aan te sluiten bij de Francofone Verlichting. Dát is immers de kern van de FDF-ideologie, het francofonisme, met zijn Franstalige uitbreidingsdrang, dáár ligt ook het racisme van het FDF, en dát is meteen ook de reden waarom het FDF niet op één lijst kon staan met Rudy Aernoudt. De kans is echter groter dat de spionkop van een Vlaamse voetbalploeg bij een volgende bezoek van een Waalse ploeg «Walen zijn tof» zingen, dan dat de Franstaligen in België ooit zullen willen toegeven dat zij met een kanjer van een racistische balk in hun oog zitten.
161 «Moeilijke» buurten ontdekte de vervoersmaatschappij De Lijn via haar zogenaamde veiligheidsmonitor. Over welke buurten het precies gaat wil De Lijn echter niet kwijt, en ook de Vlaamse media dringen niet te hard aan om toch maar een kaartje of een overzicht vrij te geven. Zou het kunnen dat het eigenlijk ook niet nodig is, en De Lijn niet wil bevestigen wat iedereen al lang weet maar het regime niet graag zwart wit op papier ziet staan?Oorspronkelijk was het wel de bedoeling een overzicht van de risicobuurten te geven, maar na de samenstelling van het veiligheidsrapport komt De Lijn op dat voornemen terug. Reden? Ingrid Lieten, directeur-generaal van de maatschappij, zegt in een gesprek met de krant De Standaard dat veiligheid een «delicate evenwichtsoefening» is, en dat men geen buurten wil «stigmatiseren». Voor wie het zich moest afvragen: Ingrid Lieten heeft een duidelijk rode achtergrond, en dat het publiek misschien ook het recht heeft om te weten uit welke buurten men beter weg blijft als men heelhuids thuis wil aankomen zal haar dus, zoals het een socialiste betaamt, worst wezen. Hier dienen immers andere belangen gediend te worden.
Zo past het misschien eens na te gaan wat het woordje «stigmatiseren» eigenlijk wil zeggen. Volgens Van Dale is het een synoniem voor brandmerken, wat op zijn beurt verklaard wordt als te schande maken. Ik heb er problemen mee om te begrijpen in welke mate of op welke manier een buurt te schande gemaakt wordt als de veiligheidsmonitor van De Lijn aangeeft dat in die buurt niet alleen een permanente verhoogde inzet nodig is, maar op sommige momenten bovendien ook bijstand van de lokale overheid en politie. En zeker als die veiligheidsmonitor dan nog een «wetenschappelijk onderbouwd instrument» is, ja zelfs «internationaal zonder voorgaande». Ik zie dan ook echt niet in waarom een kat geen kat genoemd zou mogen worden, want de kans dat een buurt verkeerdelijk te kijk gezet zou worden als een moeilijke buurt zou toch wel heel miniem moeten zijn, nochtans zowat de enige goede reden die ik zou kunnen bedenken om de resultaten niet zomaar te grabbel te gooien.
Waar het dan wel om gaat? Ingrid Lieten laat lelijk in haar kaarten kijken wanneer zij verklaart dat De Lijn «het subjectieve onveiligheidsgevoel niet nog wil aanwakkeren» (mijn accentuering). Subjectief onveiligheidsgevoel, of objectief onveiligheidsgevoel? Nogmaals: het gaat over buurten waar niet alleen een permanente verhoogde inzet nodig is, maar op sommige momenten ook bijstand van de lokale overheid en politie, en mevrouw de directeur-generaal van De Lijn vreest dan dat de passagiers in die buurten met een subjectief onveiligheidsgevoel op de bus zouden zitten. Als dat onveiligheidsgevoel dan toch louter subjectief zou zijn, waarom zouden in die buurten dan bijstand van de lokale overheid en politie nodig zijn? Toch niet om de overvloed aan te knippen kaartjes of te controleren abonnementen de baas te kunnen, vermoed ik zo. Ingrid Lieten zal er wel haar uitleg voor hebben.
Wie echter denkt dat alleen het publiek het recht ontzegd wordt te weten in welke buurten het wel en niet veilig is om met De Lijn te reizen, heeft buiten de directeur-generaal gerekend, want ook het personeel krijgt de resultaten niet te zien. Alleen de vakbonden in zogeheten comités sociale veiligheid van de provinciale entiteiten zullen te horen krijgen over welke buurten het precies gaat, en wel alleen te horen, want om de verspreiding tegen te gaan wil men niets op papier zetten. Zullen de vakbondsverantwoordelijken pen en potlood moeten afgeven wanneer zij de vergadering binnen gaan, en GSM afzetten om geen heimelijke opnames te maken? Je zou warempel denken dat het om een groot staatsgeheim gaat! En misschien is het dat ook wel, in de aanloop naar alweer een nieuwe verkiezing die wel eens catastrofaal zou kunnen zijn voor de rode kameraden. Ingrid Lieten houden er daarom rekening mee dat de informatie vroeg of laat toch verspreid zal worden, maar roept iedereen op zijn verantwoordelijkheid te nemen. Misschien een tip voor Ingrid Lieten: denk eraan op elke vergadering telkens een andere veilige buurt tussen de onveilige te zetten, zodat achteraf gemakkelijk achterhaald kan worden op welke vergadering de rotte appel aanwezig was. Voor meer tips verwijs ik naar het CGKR, waar ze ongetwijfeld nog een aantal DDR-technieken klaar hebben om gevoelige informatie te controleren en onderdanen in de ganzenpas te laten lopen.
En dan hebben we het nog niet over de houding van de pers gehad. In ieder ander land zou men toch op z'n minst even aangedrongen hebben om de informatie toch maar vrij te geven, en vraagtekens geplaatst hebben bij de draconische maatregelen die De Lijn aanwendt om de informatie binnenskamers te houden. Wanneer ik echter de betreffende artikels lees, kan ik me echt niet van de indruk ontdoen dat er op de redacties een zucht van verlichting geslaakt werd toen De Lijn besliste het kaartje toch maar niet vrij te geven. Daarmee was men op de redacties van een zwaar dilemma verlost, en kon men zich concentreren op het duiden van de vooral non-informatie, met tussen de lijnen zelfs enige bewondering voor zoveel verantwoordelijkheidszin van ons aller vervoersmaatschappij. Het zijn per slot van rekening de journalisten niet die 's avonds met de bus door die 161 moeilijke buurten moeten.
«Was will das Weib?» zou Sigmund Freud in een brief aan Marie Bonaparte geschreven. Na meer dan dertig jaar studie had hij tot zijn vertwijfeling nog steeds niet kunnen doorgronden wat vrouwen nu eigenlijk willen. Wanneer men echter de huidige klimaathysterie aanschouwt zou men precies dezelfde vraag kunnen stellen, maar dan over de mens in het algemeen. De onheilsprofeten willen ons immers doen geloven dat de globale opwarming een ramp voor de mensheid zou betekenen, maar als het in de winter eens eventjes doorvriest, snakt men midden februari in België al naar lentetemperaturen van 15°C!Deze nacht vroor het in Elsenborn achttien graden, reden genoeg voor De Standaard om weerman Eddy de Mey te laten opdraven om met een meteorologische arendsblik uit te kijken naar zacht lenteweer. Zacht lenteweer? We schrijven midden februari, normaal de koudste periode van het hele jaar, maar voor kwaliteitskrant De Standaard mocht het kwik buiten best al 15°C aanwijzen. Je moet het trouwens maar kunnen, amper twee dagen na het summum van de georganiseerde collectieve opwarmingsverdwazing: de dikke-truiendag. Nog goed dat de uitstoot van CO2 leidt tot opwarming en niet tot afkoeling, of de Vlaamse Regering zou ons misschien wel aanmoedigen om in het putje van de zomer de airco één dagje een graadje hoger te zetten voor de met-z'n-allen-in-ons-blootjedag!
Dit is natuurlijk de enige ongerijmdheid niet in het opwarmingsdebat. Willen we in theorie de globale opwarming wel een halt toeroepen, in de praktijk klagen we al steen en been over het koude weer ook al is de winter nog niet streng genoeg om zelfs nog maar ternauwernood een Elfstedentocht te kunnen organiseren. Iets gelijkaardigs gebeurt trouwens zowat elk jaar in de zomer: slaat een hittegolf toe zijn de artikels en de beschouwingen over hoe rampzalig de globale opwarming wel niet is niet te tellen, maar regent het twee dagen na mekaar en zakt het kwik eventjes onder de 20°C, dan is de zomer al verpest. Houdt het weer een weekje aan, boekt de helft van de bevolking die nog niet lag te bakken op stranden aan de Middellandse Zee last minute nog een vakantie naar oorden waar het minstens 30°C moet zijn, maar 35°C mag ook. En ondertussen maar CO2-quota kopen, want we zijn toch milieubewust!
Bart Somers, zinnebeeld van de overloperij, en Rik Daems die het bestond als fractieleider een parlementslid van een andere fractie te bezwangeren nog voor hij van zijn vrouw gescheiden was, allebei lid van de partij die de laatste twee jaren vooral uitblonk in het spelen van platte politieke spelletjes, pleitten verleden week voor meer transparantie en ethiek in de economie. Zij maakten zich daarmee al even geloofwaardig als een Bernard Madoff die voor voor meer transparantie en ethiek in de politiek zou pleiten, maar erger is nog dat de inhoud van hun voorstel helemaal bol stond van het platte populisme.Een Bart Somers die pleit voor meer ethiek en moraal in de economie, wat moeten we ons daarbij voorstellen? Wil hij bedrijven die instrumenten maken om abortus uit te voeren of middelen om euthanasie te plegen van de beurs halen? Waarschijnlijk niet, want nog niet zo lang geleden hield hij een pleidooi om euthanasie ook voor minderjarigen toegankelijk te maken. Vermoedelijk zullen we het dus in een andere richting moeten zoeken.
En inderdaad, op een wat hoger niveau klaagt Bart Somers vooral het teveel aan hebzucht en het gebrek aan ethiek aan, als dé oorzaak van de huidige financiële crisis. En hij heeft warempel nog gelijk ook, alleen om een totaal andere reden dan hij zelf vermoedt. Het is immers niet moeilijk aan te duiden wat de échte oorzaak van de problemen van vandaag is: de uitschakeling van het geweten zowel aan de basis als aan de top van enkele Amerikaanse banken om leningen te kunnen verkopen aan mensen waarvan men op voorhand wist dat ze die nooit zouden kunnen afbetalen, waarbij die leningen dan nog zo geconstrueerd werden dat er van niets anders sprake kan zijn dan bedrog en oplichterij. Een paar christelijke waarden zouden de financiële crisis van vandaag dan ook zonder veel problemen hebben kunnen tegengehouden – een lastige vaststelling, zeg maar een inconvenient truth, die in de kwaliteitsmedia die anders toch zo gebeten zijn om te weten en vooral ook te duiden vrijwel totaal ontbreekt. Ik vrees echter dat de Open Vld, overigens net als die kwaliteitsmedia, in die zin met haar ideologie van individualisme en nihilisme eerder een deel van het probleem is dan van de oplossing.
Gaan we echter in op de concrete voorstellen waar Bart Somers en Rik Daems mee op de proppen komen, wordt het al helemaal huilen met de pet op. Blijkbaar heeft het Liberaal Kenniscentrum Prometheus in haar studie vooral onderzocht welke argumenten het plebs het best in de oren zou klinken, niet wat economisch zin zou hebben of vandaag enig soelaas zou kunnen bieden. Kop van jut is natuurlijk het zogenaamde short selling, en Bart Somers, Rik Daems en Prometheus tonen op bijzonder overtuigende manier aan dat zij van short selling niets, maar dan ook werkelijk niets begrepen hebben.
Het begint eigenlijk bij de voorstelling van de term short selling al: «Short selling is wellicht de meeste bekende speculatieve praktijk.» O ja? Ik durf nochtans wedden dat 99% van de bevolking tot voor kort nog nooit de term gehoord had, inclusief Bart Somers en Rik Daems, en het simpele feit dat het rapport vervolgens een halve paragraaf nodig heeft om de term uit te leggen kan dat alleen maar bevestigen. Aandelenfondsen, indexfondsen en klikfondsen zullen al een pak beter bekend zijn bij het grote publiek, en de meest bekende speculatieve praktijk is gewoonweg de volgende: vandaag een aandeel of vreemde munt kopen en hopen dat het morgen meer waard is. Bart Somers, Rik Daems en het Liberaal Kenniscentrum Prometheus (let op het woordje kennis!) zijn echter een totaal andere mening toegedaan. Misschien kenden ze die laatste techniek zelf helemaal niet, of vermoedden ze dat ze net iets te ingewikkeld is voor gewone stervelingen om ze te snappen? Jammer dat ze verzuimden op een transparante wijze aan te tonen hoe ze tot hun bevindingen kwamen.
Vervolgens stapelt de studie de enormiteiten op. Ik citeer: «Niet enkel gaan shorters dus om met aandelen die niet de hunne zijn, zij hebben enkel baat bij een waardedaling van de activa.» Wat het eerste deel betreft: of speculanten nu speculeren met aandelen die de hunne zijn of niet doet niets ter zake, zo lang zij op het einde van de beursdag hun eventuele schulden maar kunnen aflossen. Wat het tweede deel betreft: wie aan long selling doet heeft alleen maar baat bij een waardevermeerdering van de activa, zelfs als het bedrijf in feite al op de rand van het failliet staat. Theoretisch valt er over de moraliteit van short en long selling weinig of niets te zeggen, en in het concrete voorbeeld is het duidelijk dat long selling ethisch al even «fout» kan zijn als short selling.
Tussendoor zaagt Prometheus ook al eens planken van dik hout. «Wanneer dit type speculanten grote volumes geleende aandelen ter beschikking hebben, kunnen ze hevige koersschommelingen veroorzaken,» schrijven ze, alsof long sellers geen hevige koersschommelingen zouden kunnen veroorzaken. «Bovendien zal een shorter bij dalende koersen als gevolg van een reële economische neergang die neerwaartse spiraal enkel versterken door extra te drukken op de vallende prijzen,» maar dat is natuurlijk uiteindelijk niets anders dan wanneer een long seller bij stijgende koersen als gevolg van een reële economische expansie de zeepbel enkel vergroot door de stijgende prijzen op te jagen. Dat een short seller niet altijd wint en een reëel risico neemt komt bij de heren blijkbaar niet op, en dat short sellers op voldoende lange termijn tot nu toe altijd al aan het kortste eind hebben getrokken zal hen ook wel totaal vreemd zijn.
En dan komt de aap uit de mouw: «Vandaar dat landen zoals het Verenigd Koninkrijk en ook ons land short selling aanvankelijk tijdelijk hebben verboden bij de financiële crisis in de tweede helft van 2008,» maar gelukkig zijn zij ondertussen tot beter inzicht gekomen. Niet zo Bart Somers, Rik Daems en Prometheus, want zij eisen dat «pensioenfondsen, banken en andere instellingen die houder zijn van aandelen van derden moet men verbieden deze uit te lenen in het kader van beursspeculatie, zonder voorafgaandelijk akkoord van de houder, en te verbieden wanneer het kadert in short selling of speculatie op waardedaling.» Wie even doordenkt begrijpt natuurlijk dat dit verbod ronduit rampzalig zou zijn voor de economie: wanneer beursspeculanten zich alleen maar afzijdig kunnen houden wanneer zij vermoeden dat een bedrijf minder waard is dan wat haar aandeel vandaag aangeeft, zou in tijden van economische neergang de liquiditeit vrijwel volledig verdwijnen uit de markten, waardoor ze niet meer geleidelijk zouden kunnen dalen, doch alleen maar catastrofaal. Gaan Bart Somers en Rik Daems later dit jaar bij het vallen van de bladeren ook de zwaartekracht verbieden? Ik wens hen veel geluk bij het opruimen van de rotte bladeren die dan in de lucht zullen blijven rondzweven, maar persoonlijk verkies ik dat ze in mijn tuintje toch maar op de grond blijven vallen.
De vraag is dan natuurlijk de volgende: weet men bij de Open Vld en Prometheus werkelijk niet beter dan dit? Ik zou zulke simplistische voorstellen immers eerder van een Mieke Vogels, Caroline Gennez of een Olivier Besancenot verwachten. De Open Vld zou wat betreft economische dossiers toch het groene hout moeten zijn in het politieke spectrum, en ik kan me dan ook de wanhoop van Philippe de Backer, voorzitter van de Jong Vld, voorstellen. Zijn verwijt dat de Open Vld zich gewoon aansluit bij het populistisch non-debat in plaats van het te overstijgen is terecht. Speculatie in het algemeen –was het kopen van KBC-aandelen, weliswaar als «goede huisvader» tien jaar geleden in tempore non suspecto dan geen speculatie op de waarde ervan?– en short selling in het bijzonder zijn vandaag de geslagen hond, net zoals die onzalige Tobintaks aan het begin van deze eeuw het uitverkoren speeltje was van een reeks vermaarde doch vooral ideologisch verdwaasde economici en andere onbevoegden. De Tobintaks stierf een stille dood – gelukkig maar. Hopelijk zal het met het verbod op short selling ook zo gaan.