maandag, juni 03, 2013

De partijpolitieke posities in het onderwijsdebat

Er worden in het onderwijsdebat politieke spelletjes gespeeld, zo heet het hier en daar in de media. Maar is dat wel zo? Speelt bijvoorbeeld de sp.a enkel een spelletje als ze mordicus een onderwijshervorming wil doorvoeren? En verzet de N-VA zich werkelijk alleen maar om de sp.a eens goed op haar plaats te zetten?

Gisterochtend las ik de analyse van Peter de Roover bij Doorbraak.be, maar hoewel ze nog één van de beste analyses van de afgelopen dagen is, kreeg ik er toch niet bepaald een bevredigd gevoel van. Enerzijds is de analyse te eenvoudig, want het standpunt van de CD&V zit heus wel dieper dan simpel ACW-revanchisme tegenover de N-VA. Maar anderzijds was de analyse ook te vergezocht, want geen enkele partij laat haar standpunten bepalen door een specialist in een commissie–zeker in zo'n zwaar dossier niet. We proberen daarom zelf de zaken eens op een rijtje te zetten.

Allereerst over het dossier zelf. Het is duidelijk dat de voorstanders van de Grote Hervorming het lastig hebben om veel argumenten aan te dragen tegenover de huidige organisatie van het Vlaams onderwijs. Neem bijvoorbeeld de PISA-cijfers van de OESO, die vergeleken met nog maar het Franstalige of het Nederlandse onderwijs het Vlaams onderwijs niet bepaald in een slecht daglicht stellen. Ook de argumentatie van de «schotten» tussen de onderwijsrichting zit niet helemaal snor. Wat stellen die schotten eigenlijk voor als er anderzijds wel sprake is van «watervallen»? Dat zijn in het beste/slechtste geval dus maar éénrichtingsschotten.

Maar ook: zolang iemand die ASO volgt er later in het leven gemiddeld beter voorstaat dan iemand die TSO of BSO heeft gevolgd –onder meer qua loon– zolang zullen ouders hun kinderen liever toch maar eerst ASO willen laten proberen voor ze afzakken naar TSO. Is er dan geen nood aan technisch geschoolden, of technisch onderwijs van de bovenste plank? Natuurlijk wel, maar zolang de industrie –terecht, voor wie iets van economie kent– weigert technisch geschoolden evenveel loon uit te betalen als een ingenieur of een econoom, kan men zich een breuk sleutelen aan het TSO zonder dat het ook maar iets zal uithalen. De etiketten ASO, TSO en BSO op z'n Gents begraven zal daar al zeker niets aan veranderen. Je kan immers van ouders veel vragen, zelfs dat ze dagenlang voor een school gaan kamperen om hun kinderen toch maar ingeschreven te krijgen, maar niet dat ze niet meer het beste voor hun kinderen zouden wensen. Het zou me in dat verband trouwens niets verbazen als al die hervormingsadepten van sp.a, Groen en Open Vld hun kinderen netjes in een ASO-richting hebben gestopt, of dat toch tenminste geprobeerd hebben.

Er zullen dus altijd richtingen blijven bestaan die meer prestige hebben dan anderen, om de eenvoudige reden dat sommige richtingen nu eenmaal een beter uitzicht zullen geven op goede jobs–typisch het beter betaalde hersenarbeid en niet het slechter betaalde handenarbeid. Wie zich daar niet bij wil neerleggen zit met een ideologisch probleem, of heeft gewoonweg niet het beste voor met de jeugd. Maar dat neemt niet weg dat er ongetwijfeld nog ruimte voor verbetering is in het Vlaams onderwijs, en zowel de «waterval» als de vele diplomalozen zijn een reëel probleem. En telkens weer een levensgroot drama voor de betrokkenen.

Wat nu met de partijpolitieke posities? Om te beginnen de regeringspartijen, met sp.a op kop. Uiteraard wil de sp.a hervorming, al was het maar omdat ze in die partij van zichzelf vinden dat ze progressief zijn. Ongetwijfeld zijn zij daarbij oprecht bekommerd om de kansarme kinderen, en dan in het bijzonder de watervallers en de diplomalozen. Het zou er immers nog maar aan ontbreken. Maar we weten ook uit het verleden dat de linkse pleidooien voor gelijke kansen nogal vaak uitmonden in een beleid naar gelijke resultaten. Als we Pascal Smet er bijvoorbeeld horen voor pleiten dat iedereen een diploma moet halen, roept dat al snel een beeld op van een totaal waardeloos diploma dat uit een automaat gehaald kan worden. Het verklaart meteen ook de tegenstand van de N-VA tegen de hervormingsplannen, omdat die partij zich net profileert als een conservatieve partij. (Wat ironisch genoeg niet helemaal consistent is met hun slogan van de laatste verkiezingen.) En je kan van een partijvoorzitter die graag al eens uitpakt met een Latijnse spreuk niet verwachten dat hij zomaar de Latijnse gaat laten afschaffen.

Maar het zit ook wat dieper. De sp.a profileert zich al sedert het begin van de regering–Peeters II op een onderwijshervorming, en minister Pascal Smet heeft eigenlijk ook niets anders om mee te kunnen uitpakken bij de komende verkiezingen. Dat een overwinning in dit dossier met zich mee zou brengen dat de N-VA eens in het zand moet bijten is natuurlijk niet echt een nadeel, maar waarschijnlijk toch ook niet de grootste drijfveer om toch te willen doorzetten.

Omgekeerd: de N-VA heeft zich al enkele keren geprofileerd als een tegenstander van die onderwijshervormingen –en lang niet zo onschuldig en discreet als Peter de Roover het wil doen uitschijnen–, en kan dus ook moeilijk terug. Het is dan ook logisch dat de N-VA op minder dan een jaar van de verkiezingen de sp.a geen gemakkelijk puntje wil laten scoren, zeker zolang het ernaar uitziet dat de N-VA na die verkiezingen dubbel tot driedubbel zoveel zitjes zal kunnen bezetten in het Vlaams Parlement. Dit dossier gaat bovendien recht naar het hart van de kerngroep van de N-VA-kiezers, en de partij zou dus wel gek zijn zich zomaar te laten doen. En opnieuw dus: de sp.a eens goed op haar plaats zetten zou niet ongelegen komen, maar is niet de grootste reden om het spel hard te spelen.

Bij de CD&V is de zaak redelijk eenvoudig: zij zoeken zoals altijd gewoon de weg van de minste weerstand om tot een akkoord te komen. De inhoud is daarbij van ondergeschikt belang, zolang zij zich maar kunnen profileren als de Staatsmannen, de Verzoeners, de Verantwoordelijkheidnemers, de Compromismakers. Vermoedelijk besloot de CD&V-top op een gegeven moment dat een onderwijshervorming de snelste en veiligste manier was om tot een akkoord te komen, ook al omdat de top van het katholiek onderwijs bij monde van Mieke van Hecke positief stond tegenover die hervorming. Opnieuw: dat de N-VA daardoor in het zand zou moeten bijten was voor die CD&V-top waarschijnlijk een welgekomen bonus, maar ook niet meer dan dat. En niets doet op dit ogenblik vermoeden dat een verwerping van de hervorming door de CD&V de zaken zoveel eenvoudiger zou gemaakt hebben dan vandaag het geval is.

Bij oppositiepartij Groen valt er geen verrassing te noteren. Natuurlijk zijn zij voorstander van een hervorming, net zoals de sp.a. Als er binnen de Vlaamse regering een akkoord gevonden wordt, zal je er gif op kunnen innemen dat Groen het akkoord zal verwerpen omdat het niet ver genoeg zal gaan. En anders zal zij graag stemmen voor een wisselmeerderheid leveren, als er maar hervormd kan worden. Bij hen speelt het waarschijnlijk al een veel grotere rol om zich daarbij te profileren tegenover de N-VA.

Hetzelfde geldt voor de Open Vld. We weten trouwens uit de tijd van Marleen Vanderpoorten dat ook die partij niet vies is van een onderwijshervorminkje omwille van het hervorminkje, zoals de Gelijke Onderwijskansen (GOK) en de bachelor-masterstructuur in het hoger onderwijs aantonen. Dat de achterban van die partij misschien een andere mening toegedaan is, doet, zoals wel vaker bij die partij, niets ter zake. Dan zet men nog liever de N-VA eens een ferme hak. We verwonderen er ons dan ook over dat Peter de Roover zich verwonderde over het standpunt van de Open Vld.

De mening van Vlaams Belang is in dit dossier van weinig of geen belang. De partij heeft altijd gezworen bij het traditionele onderwijs, maar kan door het cordon sanitaire niet wegen in dit dossier. Maar de partij zit daarmee wel op dezelfde lijn als de N-VA, en zal daarom met veel plezier in het Vlaams Parlement het «originele» standpunt van de N-VA uitgebreid willen verdedigen.

Zoals de lezer merkt: echt vies zijn de politieke partijen niet van een politiek spelletje, maar de hoofdmotivaties van de verschillende partijen voor hun standpunten in het onderwijsdebat zijn en blijven ideologisch. Op zich kan men zich daar trouwens alleen maar over verheugen. Maar dat journalisten de blokkering van de hand doen als een politiek spelletje baart meer zorgen. Het zegt in ieder geval meer over die journalisten dan het huidige politieke klimaat in Vlaanderen.

zondag, mei 26, 2013

«Peilingen hebben nooit voorspellende waarde»

«Peilingen hebben nooit voorspellende waarde», zo verkondigde VRT-journalist Ivan de Vadder nog eens voor alle zekerheid verleden week op Twitter. Het is waarschijnlijk daarom dat niet alleen De StandaardVRT maar ook La Libre Belgique 24 mei uitkozen om nog eens de resultaten van een peiling te publiceren, precies één jaar en één dag voor de volgende Europese verkiezingen.

Het begint stilaan een gewoonte te worden dat aan Vlaamse zijde vooral ingezoomd wordt op het resultaat van de N-VA. Dat heeft natuurlijk zijn verklaring: de partij domineert op dit ogenblik het politieke landschap. Naargelang de eigen politieke voorkeur hoopt/vreest men dan ook in 2014 een verderzetting van de gele vloedgolf van 2010 in Vlaanderen.

Wat die vloedgolf betreft lijkt het erop dat de N-VA-motor op dit ogenblik een beetje sputtert, of toch in de peilingen. De partij blijft afgetekend de grootste –ongeveer tweemaal zo groot als eerste achtervolger CD&V– maar de neergang tegenover eerdere peilingen valt niet meer te ontkennen. Partijvoorzitter Bart de Wever heeft dan ook gelijk dat de resultaten van deze peilingen de partij eindelijk terug met de voeten op de grond zet, want we herinneren ons nog de beruchte veertig procent van Geert Bourgeois. Maar we kunnen anderzijds een vergelijking met LDD moeilijk van ons afslaan. Die partij piekte ook in de peilingen tussen twee verkiezingen door, om vervolgens in mekaar te zakken en vandaag op sterven na dood verklaard te zijn. De komende maanden is het voor de partij dan ook van cruciaal belang te stabiliseren op een voldoende hoog niveau. Anders dreigt het gevaar de stempel van verliezer opgedrukt te krijgen, en dat is zelden een goed uitgangspunt om de verkiezingen tegemoet te gaan.

Doen de concurrenten het dan zoveel beter? Bij CD&V vindt men van zichzelf dat men goed bezig is dankzij Operatie Innesto. Het is echter twijfelachtig of die operatie ook echt aanslaat bij het bredere publiek. Neem nu het beruchte voorstel over de inkorting van de zomervakantie: die ging eerst gereduceerd worden van negen naar zes weken, maar anderzijds gecompenseerd door meer vakantiedagen tijdens het schooljaar, om uiteindelijk misschien alleen maar te gelden voor de lagere school. We willen niet zeggen dat men hier vliegen probeert te vangen met azijn, maar met wat flauw suikerwater dat dan nog eens homeopathisch verdund werd zal men er niet geraken. De partij blijft dan ook hangen op haar resultaat van 2010, rond de 16%. Dat is een pak onder het resultaat van de provincieraadsverkiezingen van verleden jaar, een resultaat waar ze zelf zo graag naar verwijst om haar «heropstanding» te bewijzen.

Ook bij de sp.a loopt het niet lekker. De partij blijft op een historisch laag resultaat, wat dus een verdere verzwakking ten opzichte van 2010 inhoudt. De nieuwe beginselverklaring, nochtans in de media druk besproken (en bewierookt), helpt daar ook al niet veel. Of is het misschien net dat: druk besproken in de media, maar voor de modale Vlaming eigenlijk niet eens half relevant? En het is maar de vraag of bijvoorbeeld de hardnekkige verdediging van de garantie van spaarboekjes boven de 100.000 euro door partijvoorzitter Bruno Tobback al veel relevanter is voor diezelfde modale Vlaming…

Nog een partij op de sukkel: de Open Vld, al veert de partij deze keer gemiddeld gezien een beetje op tegenover de desastreuze resultaten van pakweg een jaar geleden. Maar de partij blijft flirten met de psychologische drempel van de tien procent, en vooral: de partij eindigde ex æquo met Vlaams Belang bij La Libre Belgique en virtueel ex æquo bij De StandaardVRT. Je vraagt je af hoe partijvoorzitster Gwendolyn Rutten vervolgens zo zelfzeker kan komen verklaren dat de Vlaming duidelijk nog niet met de verkiezingen bezig is, terwijl haar resultaat aantoont dat zij eigenlijk geen flauw vermoeden heeft van wat er zich werkelijk in het hoofd van diezelfde Vlaming afspeelt. Ik voorzie hoe dan ook niet veel verbetering voor de Open Vld zolang Gwendolyn Rutten daar de dienst blijft uitmaken.

Ook Vlaams Belang blijft zwalpen rond of nu net boven de tien procent. Net zoals Open Vld is de partij bezig aan een voorzichtige remonte. De partij kan zich vooral optrekken aan de 12,9% bij La Libre Belgique, het beste resultaat in meer dan twee jaar en zelfs een lichte verbetering tegenover 2010. Maar ook bij het Vlaams Belang maakt één goede peiling de heropstanding nog niet, net zoals één zwaluw de lente niet maakt.

Bij Groen werd enthousiast gereageerd op het resultaat in de peiling van De StandaardVRT: 9,5% en dus virtueel op dezelfde hoogte als Open Vld en Vlaams Belang. Dat was echter vóór La Libre Belgique haar resultaten publiceerde en de partij met 6,5% opnieuw richting kiesdrempel duwde. Of zou men eigenlijk wel Franstalige kranten lezen bij het belgicistische Groen? Op zondag had men het op de ledendag in Kessel-Lo immers nog steeds over «schitterende peilingen». Ik vraag me trouwens af hoeveel mensen het verhaaltje van partijvoorzitter Wouter van Besien geloven dat de gure lente een gevolg zou zijn van de globale opwarming. Amper vijf jaar geleden klonk het nog dat diezelfde globale opwarming de oorzaak was van terrasjesweer in februari.

LDD zou op sterven na dood zijn. Of misschien toch niet. De ene peiling geeft de partij nog slechts een halve procent, de andere 3,3%. PVDA zou dan weer springlevend zijn, hoewel ze toch ook niet meer dan 2,5% haalt. Het is me dan ook niet helemaal duidelijk wat precies de journalistieke criteria zijn om een partij steendood of springlevend te verklaren. Vlaams Belang wordt trouwens ook al jarenlang zo goed als dood verklaard, ook al haalt de partij nog steeds een hogere score dan het «frisse» Groen. Ik zou onze kwaliteitsjournalisten er echter niet van willen verdenken dat ze hun persoonlijk partijpolitieke voorkeuren en afkeren hierbij een rol laten spelen.

Kijken we eens naar de zetelverdelingen op basis van deze twee peilingen, en dan misschien in het bijzonder naar de vraag of er in 2014 een regering zónder de N-VA gevormd zal kunnen worden. Uit beide peilingen blijkt dan dat er van een V-meerderheid voorlopig geen sprake meer is, maar een Vlaamse regering zonder de N-VA blijft toch erg krap. Het is dan ook helemaal niet zeker of de discussie of men eerst een federale dan wel een regionale regering dient te vormen eigenlijk wel zo relevant is. Relevanter is de vraag hoe ver de anti-V-partijen het willen drijven met hun collaboratie aan een Franstalige regering, en of ze daarbij desnoods zelfs bereid zijn op cruciale ogenblikken te rekenen op gedoogsteun van de UF in het Vlaamse Parlement. Eén ding is wel zeker: noch de federale noch de regionale regeringsvorming kondigt zich op dit ogenblik aan als een lachertje. Was ik koning Albert II, ik gaf er voor alle zekerheid nog liever vandaag dan morgen de brui aan, met als motto après nous, le déluge.

Aan Franstalige kant was er nogal wat te doen rond het slechte resultaat van de PS. Met «amper» 28,6% van de kiesintenties –zou de sp.a niet tekenen voor zo'n resultaat?– zakt de partij onder de psychologische drempel van de dertig procent. We moeten al terug naar 2009 voor zo'n slecht resultaat in de peilingen, en de partij zit daarmee terug aan het niveau van de verkiezingen van 2007. Grote concurrent MR doet het ondertussen met 24,0% niet zo heel goed, maar komt door de achteruitgang van de PS natuurlijk wel stilaan in de buurt.

Zoals reeds hier en daar opgemerkt kan de achteruitgang van de PS slecht nieuws betekenen voor de Vlaamse partijen in de federale regering. Terwijl de pijlen voor de PS in negatieve richting gaan, staan ze voor Ecolo, en verderop ook een aantal klein-linkse partijen, in positieve richting. PTB blijft globaal dan wel onder de kiesdrempel zitten, dat ze in één of andere kieskring toch boven die kiesdrempel zou raken en daardoor in het parlement zou geraken is geen onwaarschijnlijk scenario. Ik wens in dat geval Open Vld en CD&V veel goede moed toe in een rood-oranje-blauw-groene regering–Di Rupo II met amper een paar zetels op overschot in het Vlaams Parlement. Maar zoals Ivan de Vadder terecht opmerkte, «peilingen hebben nooit voorspellende waarde»…

Bijlage: Overzicht van alle peilingen in Vlaanderen sedert 2004 en Wallonië sedert 2006 (PDF).

zondag, mei 05, 2013

Journalisten twitteren zoals ze gebekt zijn

Een tweet die iets te snel en ondoordacht de wereld wordt ingestuurd, het kan de besten overkomen. Zo bijvoorbeeld ook journalist en toneelauteur Luc van Balberghe, die op de avond van de aanslag op de marathon in Boston «Is het misschien geen tijd om een (atoom)bommetje te gooien op Mekka?» schreef. Meteen kreeg hij heel weldenkend Vlaanderen over zich heen. Maar hij was lang de enige niet die deze week nogal kort door de bocht ging.

Fijnzinnig kunnen we de tweet van Luc van Balberghe natuurlijk niet noemen. Bovendien was ze heel kort door de bocht, want pas enkele dagen later zou blijken dat de aanslag gepleegd werd door de gebroeders Tsarnajev. Dat Luc van Balberghe uiteindelijk toch gelijk zou krijgen over de achtergrond van de daders, bewijst nog niet meteen zijn doorzicht of scherpzinnigheid, maar wel dat het bij een spectaculaire aanslag in het Westen nog steeds veiliger is te gokken op een moslim-radicaal motief dan de schuld bij extreem-rechts te leggen.

Luc van Balberghe kreeg echter wel in een mum van tijd heel weldenkend Vlaanderen over zich heen, zowel op Twitter als in de «kwaliteitspers». Zelfs een paar dagen later vond een Joël de Ceulaer het nodig om in De Standaard nogmaals een boompje op te zetten over die naar zijn mening toch wel bijzonder onwelvoeglijke tweet. Hij had wel het geluk dat hij geen dag langer met zijn stukje gewacht had, want toen was het plots gedaan met de zelfgenoegzame pret bij links.

Gebroeders Tsarnajevs verpesten links feestje

Luc van Balberghe was immers de enige niet iets vlugger tweette dan goed was voor hem. Zo ook Ivan de Vadder, die op Twitter «Waco en Oklahoma, inderdaad allebei op 19 april. Nu ook #bostonexplosions» observeerde. Op 15 april. Heeft de zelfuitgeroepen «fact checker» van De Zevende Dag het op z'n 48ste nog steeds een beetje moeilijk met het lezen van de kalender, of was de wens de vader van de gedachte? Erg lang duurde die gedachte echter niet, want een minuut later was de tweet weer gewist. Dan toch maar liever Luc van Balberghe, die zijn tweet gewoon liet staan.

Enkele dagen later was Ivan de Vadder al een pak eerlijker, toen hij op Twitter toegaf «die had ik niet zien komen @AP RBEAKING: AP sources: Boston bomb suspects from Russia region near Chechnya, lived in US at least 1 year». Dat zegt natuurlijk veel, maar verbaast anderzijds niet echt. Collega Björn Soenens, op de VRT gewoonlijk voorgesteld als VS-kenner maar in feite vooral VS-hater, analyseerde er immers dagenlang rustig op los hoe het Amerikaanse platteland tjokvol Obama-haters zit die de hele dag gekluisterd naar extreem-rechtse haatradio's zitten te luisteren. Waarbij het er natuurlijk vingerdik op lag dat «extreem-rechtse haatradio» een pleonasme is, want zijn niet alle haatradio's extreem-rechts, en alle extreem-rechtse radio's haatradio's? Toen bleek dat de daders van de aanslag dan toch geen lidkaart van de Tea Party op zak hadden, en geen levensgrote posters van Sarah Palin op hun slaapkamer, viel de media-aandacht voor de aanslag in Boston meteen enkele grootteordes terug. Van Björn Soenens hebben we de laatste dagen trouwens niet veel meer gehoord. (We hebben hem trouwens gemist als kiespijn.)

Cui interest?

De eerlijke bekentenis van Ivan de Vadder toont echter ook aan dat de ideologische verblinding bij onze kwaliteitsjournalisten vrijwel compleet moet zijn. Blijkbaar spuien ze niet alleen massaal rood-groene propaganda, ze lijken er nog zelf in te geloven ook. En dan gebeurt het natuurlijk dat men bij gebeurtenissen zoals de aanslag in Boston geen nuchter antwoord meer kan geven op de eerste vraag die gesteld moet worden op zoek naar een motief voor deze verschrikkelijke daad: cui interest? Want wie heeft er werkelijk belang bij dat mensen niet meer op straat durven te komen, en al zeker niet bij massamanifestaties zoals een marathon?

Op 19 april 1995 liet Timothy McVeigh een vrachtwagen vol met explosieven inrijden op een gebouw van de federale overheid in Oklahoma City. 168 mensen kwamen om, en meer dan 680 mensen raakten gewond. Het bleef de meest dodelijke aanslag op Amerikaans grondgebied tot 11 september 2001. Maar doel en motief lagen wel in mekaars verlengde: Timothy McVeigh haatte de overheid, en dan in het bijzonder alles wat met wapencontrole te maken had en de manier waarop de belegering van Waco uitgevoerd werd. Als reactie op die belegering besloot hij een aanslag te plegen een gebouw van de federale overheid, en dat deed hij ook. Die belegering van Waco, met de bloedige ontknoping op 19 april 1993 toen de FBI de gebouwen waar de Branch Davidians zich verschanst hadden bestormden, was zelfs geen aanslag. Van die twee gebeurtenissen naar twee gesynchroniseerde bommen tegen een massamanifestatie, zowat hét handelsmerk van Al Qaida, is dan ook een grote stap. Zeker als je bedenkt dat als 11 september 2001 al voor iets gezorgd heeft, dan wel voor net een pak meer staat en een hele reeks nieuwe commissies, wetgevingen en contoles. Met andere woorden, niet echt dat waarop mensen van het slag van Timothy McVeigh op zitten te wachten.

Wat met de Obama-haters van Björn Soenens? Ook zij hebben weinig belang bij een aanslag op een massamanifestatie als in Boston. Zulke gebeurtenissen zijn trouwens meestal in het voordeel van de zittende president, omdat ze hem de gelegenheid geven op te treden als een troostende en verzamelende steunpilaar voor de natie. En dat moet toch zowat het laatste zijn waar een Obama-hater op uit is. Een actie die dan ook veel beter past bij het profiel van de typische Obama-hater is dat van de gifbrief. Toevallig werden er deze week enkelen onderschept, maar voorlopig lijkt het erop dat de verzender van de brieven ze gewoon niet helemaal op een rij heeft, en niet meteen als Obama-hater geklasseerd kan worden.

Slachtoffers van de maatschappij

Greet de Keyser, tot voor kort correspondent voor de VRT in de VS en vooral bekend om haar smachtende Obama-reportages, was er ook snel bij om één en ander te relativeren toen meer bekend raakte over de achtergrond van de gebroeders Tsarnajev. Zo wist zij in bovenstebeste Rik Coolsaet-stijl te melden dat «2 broers hadden waarschijnlijk weinig back-up. Gisteren overvielen ze een supermarktje voor geld Lijkt niet op groots gecoördineerd complot». Alleenstaande gevallen dus. En merk ook op hoe de argumenten al in stelling worden gebracht om van de twee daders slachtoffers van de maatschappij te maken, en dus ook de échte slachtoffers van het hele verhaal. Dat de jongere broer Dzjochar bijvoorbeeld twee jaar geleden nog een beurs van 2 500 dollar had gekregen om verder te studeren had ze niet opgemerkt. En dat uit de carrière van Tamerlan en Dzjochar Tsarnajev vooral blijkt dat Amerika vooral gul was met kansen voor de twee broers ook. Greet Dekeyser is dan misschien geen VRT-correspondente meer, het motto horen, zien, en verzwijgen wat niet verdraaid kan worden voert ze nog steeds hoog in haar vaandel. We zijn dan ook niets anders gewoon van ons progressief journalistenclubje.

Dit artikel verscheen op 24 april 2013 in 't Pallieterke.

zondag, april 14, 2013

Wie richt een V-bank op?

«Nieuwe bank “New B” al over helft beoogde coöperanten» schrijft De Standaard op 25 maart. Een dag later: «Nieuwe bank New B haalt 10 000 coöperanten», met bij de collega's van De Morgen een iets sensationelere «New B bereikt doelstelling van 10.000 coöperanten op 48 uur» . Op 28 maart luidt het bij De Standaard «“We gaan de teller [99.999] kraken”», terwijl men in De Morgen «Bescheidenheid is niet het enige wat New B siert» kan lezen. Op zaterdagochtend kreeg coördinator Marc Bontemps vervolgens een reclamevak van een klein uur als partner bij het Radio 1-programma Peeters & Partners. Twee dagen later blijkt dan dat er «Al 26 000 coöperanten voor New B» zijn. Conclusie: als ze over iets alvast niet te klagen hebben bij New B, dan wel de aandacht/steun van de media. Zou een V-bank ook op zoveel steun kunnen rekenen?

Wie is die Marc Bontemps eigenlijk? De professionele website LinkedIn leert ons dat de huidige «Executive» bij New B zijn diploma aan de VUB haalde, en dat hij eerder al bij Vigeo Group, Global Action Plan en Ecolife aan het werk was. Vermoedelijk kan de lezer alleen al uit de namen «Global Action Plan» en «Ecolife» afleiden wat voor vlees we met die twee organisaties in de kuip hebben. Voor Vigeo Group hebben we het eens moeten opzoeken, en het blijkt een in 2002 opgericht bedrijf te zijn dat zichzelf omschrijft als de «toonaangevende Europese expert in de beoordeling van bedrijven en organisaties met betrekking tot hun praktijken en prestaties op gebied van milieu-, sociale en governancevraagstukken». Daar hoeft dus verder ook geen tekeningetje meer bij. Voegen we er tot slot nog aan toe dat de man ooit enkele artikeltjes pleegde bij DeWereldMorgen.be, en het is duidelijk dat het met zijn achtergrond compleet snor zit om het in onze «kwaliteitsmedia» even te maken als de held van de dag, en dat zonder al te veel lastige vragen.

In hemdsmouwen aan de keukentafel

Het sfeertje dat opgehangen wordt rond deze coöperatieve bank is trouwens navenant. Het is allemaal toch zo eenvoudig, ongecompliceerd en laagdrempelig, met een stevige portie basisdemocratie. Je ziet de bedenkers van het initiatief daar al zitten: geëngageerde jongens in hun hemdsmouwen aan de keukentafel, om dan met de blote vuist een nieuwe bank uit de grond stampen. Zo een beetje zoals op de klassieke foto bij vrijwel elk interview met PVDA-goeroe Peter Mertens. (Ik heb me al afgevraagd of die keuken met een goedkoperig geruit tafelkleed echt zijn eigen keuken is, of een speciaal voor die gelegenheden ingericht lokaaltje op het partijhoofdkwartier. En zouden ze daar dan ook een hele voorraad koekjes van de witte producten hebben liggen die dan in hun plastic bakje opgediend kunnen worden om alles het juiste proletarische cachet te geven?)

Wat voor een onmens moet je trouwens niet zijn om geen 20 euro te willen afstaan voor een ethische en duurzame bank die vooral lief voor de mensen wil zijn, en zich zeker en vast niet zal bezondigen aan stoute grotemensenspeculatie? Nu ja, eigenlijk staat het staat nog niet vast of er ooit wel een bank van zal komen, want «dat moeten de coöperanten zelf maar beslissen» in een algemene vergadering. Alsof men zal toelaten dat die dan beslissen dat het allemaal maar om te lachen was, en dat iedereen zijn geld terugkrijgt.

Duurzaam bankieren

Het is echter maar de vraag of die bank wel een lang leven beschoren zal zijn. Zoals dat dan hoort heeft de nieuwe twaalf hoogdravende waarden. Eén van die twaalf is veiligheid: «de bank zal enkel investeren in financiële middelen van de reële economie; winst is geen doel op zich». Dat laatste wordt zelfs nog een keertje herhaald onder de waarde eerlijkheid: «winst is geen doel op zich, maar het gevolg van goed management». Verlieslatende projecten zijn dus geen probleem, als het allemaal maar proper en eerlijk gebeurt, en goed beheerd wordt. Gelukkig is er nog de onvermijdelijke duurzaamheid: «de bank zal enkel investeren in sociaal verantwoorde projecten». Lees: misschien zijn er wel enkele mogelijkheden in sectoren die via één-tweetjes met groenen of socialisten in de regering platgesubsidieerd worden, zoals windmolenparken.

De nieuwe bank wil trouwens ook transparant zijn, d.w.z. «eerlijk en volledig informeren», en die transparantie ook laten controleren. Alleen, bij die eerlijkheid en volledigheid kunnen nu al vragen gesteld worden. Er zit immers een serieuze adder onder het gras. Eén van de waarden van New B is inclusie («de bank zal een universele financiële dienstverlening aanbieden en toegang tot aangepast krediet voor iedereen»), een andere diversiteit («producten en diensten aanbieden die beantwoorden aan de behoeften van al haar klanten»), en nog een andere innovatie («de bank ontwikkelt samen met haar coöperanten nieuwe producten en creatieve oplossingen»). De lezer mag eventjes nadenken welke richting die creativiteit uiteindelijk zal uitgaan. En voor wie niet helemaal mee is: één van de ondersteunende NGO's is de Association belge des professionnels musulmans. Ik hoop maar dat al die 26 000 coöperanten hiervan op de hoogte zijn.

Hand- en spandiensten

Over ondersteunende NGO's gesproken, TAK, VVB, KVHV en NSV schijnen voorlopig nog te ontbreken. Zijn wel al present: onder meer 11.11.11, ABVV, ABVV-Metaal, ACV Brussel-Halle-Vilvoorde (tiens, hebben die al niet een bank?), Bond Beter Leefmilieu, Greenpeace, Oxfam, Vredeseilanden, en nog een reeks goepen en groupuscules van hetzelfde slag. 75 zijn het er in totaal, al staan ze niet allemaal opgelijst en vraag ik me af in hoeverre ABVV verschilt van FGTB, of ACV Brussel-Halle-Vilvoorde van CSC Bruxelles-Hal-Vilvorde. Ik kan me trouwens voorstellen dat de gemiddelde lezer van dit blad van minstens een dozijn onder hen lid is.

Knoop je alles bij mekaar, dan verbaast het allang niet meer dat New B zoveel aandacht, om niet te zeggen uitgesproken steun kreeg in de vele media. Het sfeertje zit juist, de initiatiefnemers hebben de juiste achtergronden, en de juiste NGO's ondersteunen de nieuwe bank. Ik ben er dan ook nogal gerust in dat we op tijd te weten zullen komen waar en wanneer die algemene vergadering plaats zal vinden, wat de agenda zal zijn, en hoe het enthousiasme er uit de zaal zal stróóómen. Iets zegt me dat als iemand het in zijn hoofd zou halen een V-bank op te richten, het er allemaal net iets anders aantoe zou gaan…

V-bank

Maar is dat een reden om het niet eens te proberen? Waar blijft de Vlaamse Beweging om de koppen eens bij mekaar te steken, en een nieuwe Vlaamse bank op te richten? Ik heb namelijk ook wel een paar waarden klaar voor een nieuwe Vlaamse bank. Transparantie bijvoorbeeld, waarbij beslissingen genomen worden in het belang van de bank en haar klanten, en niet in één of ander Brussels salon tot meerdere eer en glorie van vorst en «vaderland». Als het al niet een hoofdkwartier in Parijs is. Een bank die niet investeert in hopeloos ouderwetse industrieën of allerlei progressieve hobby's, maar lokale bedrijven in toekomstgerichte sectoren ondersteunt. Een bank ook die niet bang is van een Vlaams imago, en het Vlaamse cultuurleven wil sponsoren. Als zieltogend links, in Vlaanderen nog niet goed voor een kwart van de kiezers, in een mum van tijd 26 000 coöperanten weet te verzamelen, waarom zou hetzelfde dan niet kunnen voor een Vlaamse bank? Ik heb mijn 20 euro al klaar.

Dit artikel verscheen op 3 april 2013 in 't Pallieterke.

maandag, april 08, 2013

Pleiten Tobback en De Grauwe voor oneindige staatsgarantie?

Enkele dagen geleden stelde eurocommissaris Olli Rehn in een interview met de Finse openbare omroep Yle voor dat ook grote spaarders voortaan een deel van hun geld zouden verliezen wanneer een bank in de problemen raakt. Met andere woorden: het «unieke» Cyprus zal voortaan als voorbeeld dienen voor andere probleembanken en -landen. Hoewel het voorstel niet meer dan de logica zelve is en bovendien een noodzakelijke voorwaarde om tot een gezonde banksector te komen, werd het onmiddellijk afgekraakt door sp.a-voorzitter Bruno Tobback en «econoom» Paul de Grauwe.

Wat heeft eurocommissaris Olli Rehn precies voorgesteld? Wanneer een bank in de problemen raakt, zouden voortaan, zoals bij elke andere onderneming, eerst de aandeelhouders aangesproken worden, en vervolgens al degenen die onbeschermde beleggingen en spaartegoeden bij de banken hebben uitstaan. Dat betekent dus dat als een bank over kop gaat, in de eerste plaats de aandeelhouders riskeren hun geld te verliezen, en als zij het verlies niet helemaal kunnen dekken, vervolgens ook de spaarders. Hij stelt wel uitdrukkelijk dat de staatsgarantie van 100.000 euro zou blijven gelden, en inderdaad, zijn voorstel is eigenlijk niet meer dan een gevolg van die staatsgarantie. Immers, als de staatsgarantie geldt tot 100.000 euro, dan moet daar ook uit volgen dat die staatsgarantie voor bedragen boven de 100.000 euro niet geldt, of toch niet volledig.

Zowel sp.a-voorzitter Bruno Tobback als «econoom» Paul de Grauwe waren er als de kippen bij om dit voorstel af te kraken, en bestempelden het als gevaarlijk en dom. Het zal de lezer waarschijnlijk niet verbazen dat ik eerder de reactie en het gedrag van Bruno Tobback en Paul de Grauwe als gevaarlijk en dom zou willen omschrijven. Want de consequentie van hun pleidooi, namelijk dat de spaarders nooit aangesproken zouden mogen worden, is niets anders dan dat de staatsgarantie tot in het oneindige door zou moeten lopen. Een staat heeft daardoor geen enkele bescherming meer tegenover spaarders, waardoor het failliet van een bank veel sneller zal leiden tot het failliet van een staat. Bovendien zorgt zulke oneindige staatsgarantie voor een moral hazard, want het moedigt spaarders ertoe aan hun geld bij roekeloze banken te plaatsen.

Een voorbeeld van dit effect zou nochtans nog redelijk vers het geheugen van Bruno Tobback en Paul de Grauwe moeten liggen. Of zouden zij werkelijk al vergeten zijn hoe IJslandse banken niet zo heel lang geleden de markten binnendrongen met lage tarieven en hoge renten, om vervolgens bij de eerste de beste tegenslag volledig over kop te gaan? Degenen die eerst tegenover hun buren en in hun familie snoefden hoe slim ze toch niet waren om hun geld bij zo'n goedkope IJslandse bank te plaatsen, waren meteen ook de eersten die hard riepen hoe vreselijk het wel niet was dat hun geld plots geblokkeerd stond. Tja. Dat er niet zoiets bestaat als een gratis lunch, en dat een hoger rendement gewoonlijk ook een hoger risico inhoudt was een les die ze toen pas geleerd hebben. Wanneer ik echter Bruno Tobback op de radio hoor verklaren dat het toch niet de taak van de spaarder kan zijn om na te gaan of zijn bank wel solide genoeg is, is mijn conclusie dat hij die les blijkbaar nog steeds niet geleerd heeft.

Het effect van zo'n oneindige staatsgarantie is immers dat spaarders bij zulke roekeloze banken eerst een lager tarief betalen, vervolgens systematisch hogere renten opstrijken, en dan wanneer het fout gaat de rekening doorschuiven naar de voorzichtige spaarder/belastingbetaler die zo idioot was zijn geld bij een «dure» bank te plaatsen. Of hoe Bruno Tobback en Paul de Grauwe de voorzichtige spaarder/belastingbetaler twee keer willen laten betalen. Wie genoeg verdient om belastingen te betalen maar niet genoeg om elke maand wat geld opzij te zetten is trouwens helemaal de klos.

Meer zelfs, als sp.a-coryfee Johan vande Lanotte zich de laatste tijd op één vlak geprofileerd heeft, dan wel dat van de shoppende verbruiker. Onder meer met een spaarsimulator, die de spaarders precies van conservatieve naar roekeloze banken drijft. Of moeten we nu echt denken dat die spaarsimulator in september 2008 de verbruiker voor de problemen bij Icesave zou gewaarschuwd hebben, dan wel hem er precies in groten getale heen zou gestuurd hebben? (A propos, geen enkele kwaliteitsjournalist die ook maar één kritische vraag plaatste bij die spaarsimulator van de leerling-tovenaar uit Oostende, maar misschien hadden die het al moeilijk genoeg met het procentrekenen dat al snel om de hoek komt kijken als we het over spaartegoeden en renten hebben…)

Er is nochtans één puntje waarop Bruno Tobback wel een klein beetje gelijk heeft, namelijk dat 100.000 euro niet bepaald een fenomenaal groot bedrag is. En je bank zal maar net failliet gaan de dag voor je een huis koopt. Het zou dan ook best kunnen dat de staatsgarantie iets hoger mag, al stellen we dan ook weer vragen bij het bedrag van 500.000 euro dat hij op de radio vermeldde – en dan nog als een bedrag dat toch ook nog zeker gedekt diende te worden door de staat. Blijkbaar verdient het niet slecht om voorzitter van de sp.a te mogen spelen. Bovendien stel ik me de vraag wie vandaag de dag nog 100.000 euro op zijn spaarrekening heeft staan, zonder enige andere vorm van belegging. Mag ik er enig darwinisme in zien als iemand op die manier bijna zijn hele fortuin verliest?

Overigens stel ik mij bij het gedrag van Bruno Tobback verder weinig vragen. De man is socialist, en wat mij betreft volstaat dat al ruimschoots als brevet van onkunde in de economie. Bovendien is een discours waarbij de staat maar garant moet staan voor al het spaargeld lekker gemakkelijk (populistisch?), ook al gaat het regelrecht in tegen de belangen van de kleine spaarder die moet gaan werken voor zijn kostje, en dus ook belastingen moet betalen. Dat segment van de bevolking dus waar men ooit de kernkiezers van de SP aantrof, vóór het vervangen werd door de combinatie loftsocialisten en allochtonen.

Wat me wel verbaast is de reactie van Paul de Grauwe, die toch beter zou moeten weten. Hij wordt nog steeds omschreven als «econoom», maar het is maar de vraag hoe lang dat nog ethisch verantwoord kan worden. De man heeft niet alleen een cursus basiseconomie gekregen, hij heeft ze zelfs zélf gehouden. (Onder meer aan ondergetekende, die overigens niet bepaald zwaar onder de indruk was van de manier waarop hij aan studenten burgerlijk ingenieurs het begrip «afgeleide» trachtte bij te brengen, en dat nota bene vlak na een uurtje differentiaalvergelijkingen.) Heeft de man last van vroegtijdige dementie, en wordt het stilaan tijd dat enkele heren in witte jassen zijn bovenkamer eens grondig komen nakijken? Of is hij gewoonweg onlangs opgekocht door de PS, zoals men ook zou kunnen vermoeden wanneer men zijn waarschuwingen tegen besparingen leest? Het begint in ieder geval erg op te vallen dat over zo ongeveer elk economisch vraagstuk zijn betoog naadloos gelijkloopt met de agenda van de sp.a en de PS. Het meest problematisch daarbij is vooral dat sp.a en PS vervolgens Paul de Grauwe gebruiken als gezagsargument, want zelfs «liberale economen» geven hen zogezegd gelijk. En op enige nuance daarover hoeft men dan uiteraard niet te rekenen in onze kwaliteitsmedia.

woensdag, april 03, 2013

Wanneer is de N-VA incontournable?

In zijn ondertussen al beruchte interview met De Standaard liet N-VA-kopstuk Geert Bourgeois zich verleden week ontvallen dat als de N-VA in 2014 veertig procent haalt, de partij de Franstaligen haar wil zal kunnen opleggen. Strategisch was het natuurlijk een blunder van formaat om de lat meer dan een jaar op voorhand al op zo'n hoog niveau te leggen. Maar los daarvan is het natuurlijk wel een interessante vraag hoe groot de N-VA moet zijn om incontournable te worden.

Is de N-VA met veertig procent van de stemmen incontournable? Carl Devos, naar het schijnt nochtans politicoloog, vond van niet, want volgens hem moet je daarvoor minstens vijftig procent van de stemmen halen. In zijn haast om Geert Bourgeois neer te sabelen vergat hij wellicht dat als het Vlaams Belang de andere tien procent levert, veertig procent voor de N-VA al ruimschoots volstaat om wel degelijk de Vlaamse lakens te kunnen uitdelen. Maar daar komt nog bij dat het enige wat eigenlijk echt telt om ergens je politieke wil te kunnen opleggen een meerderheid in het parlement is. En om vijftig procent van de zetels te halen heb je gewoonlijk nog geen vijftig procent van de stemmen nodig. Er kunnen dus gemakkelijk nog een paar procenten af, dankzij partijtjes zoals de PVDA en LDD die al snel enkele procenten onder de kiesdrempel weten vast te houden.

We kunnen het zelfs nog een beetje verder doordrijven. Neem nu de peiling van Het Laatste Nieuws van verleden week, waarin N-VA «slechts» 33,8% haalde, en Vlaams Belang 11,3%. Een simulatie geeft N-VA dan 45 zetels in het Vlaams Parlement, en Vlaams Belang 14 zetels. Dat maakt samen 59 zetels op de 124, weliswaar vier te kort voor een absolute meerderheid, maar CD&V, sp.a, Open Vld en Groen komen in die simulatie samen ook maar aan 64 zetels. En amper twee zetels overschot voor zo'n bonte regering is niet bepaald comfortabel. Zelfs als de traditionele partijen de Franstalige(n) van UF mee in de Vlaamse Regering zouden opnemen –Christian van Eyken als Vlaams Minister van Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur en Vlaamse Rand, iemand?– wens ik hen veel geluk toe om de legislatuur van vijf jaar vol te maken zonder al te veel brokken. Eén personeelsprobleem dat uitdraait op een onafhankelijk parlementslid in het Vlaams Parlement volstaat dan om de poppen aan het dansen te krijgen.

Incontournable en incontournable

Overigens is deze hele discussie over het aantal procenten dat de N-VA dient te halen om haar wil aan de Franstaligen te kunnen opdringen bijzonder surrealistisch. De PS haalde immers bij de federale verkiezingen van 2010 niet meer dan 36,8% van de stemmen in het kleinere landsdeel van België, en kan vandaag toch over heel België almachtig de plak zwaaien via de federale regering. Waarom zou dan een partij die in 2014 veertig procent van de stemmen haalt in het grotere landsdeel van België dan haar wil niet kunnen opleggen aan de Franstaligen? Of dat zelfs niet mogen proberen te doen?

Recept voor een overwinningsnederlaag

Maar over peilingen gesproken: Geert Bourgeois had al meteen het ongeluk dat zijn interview gepubliceerd werd op precies dezelfde dag als een peiling in Het Laatste Nieuws. En met 33,8% bleef de N-VA natuurlijk ver onder de veertig procent steken, ook al betekent het nog steeds een forse vooruitgang van een dikke vijf procent vergeleken met de laatste federale verkiezingen van 2010. En dit weekend was het alweer prijs, deze keer met een peiling van Le Soir waarin de partij «slechts» 33,6% haalde. Je kan je trouwens afvragen waar Geert Bourgeois het cijfer van veertig procent vandaan haalde, want tot nu toe bedraagt de absolute maximumscore van zijn partij in de peilingen zeggen en schrijven… 40,1% (La Libre Belgique in septeber 2012). Zelfs voor iemand die nog in opiniepeilingen gelooft –en wie doet dat nog?– en er dan nog een dikke schep optimisme bovenop doet klinkt veertig procent nog steeds bijzonder overmoedig.

Laat ons daarom hopen dat Geert Bourgeois verleden week door Bart de Wever eens goed de levieten gelezen werd, en dan niet omwille van zijn standpunt over Vlaamse onafhankelijkheid. Een overwinning verandert immers snel in een overwinningsnederlaag als de lat op voorhand te hoog gelegd wordt. En daarbij is het natuurlijk één ding als «de peilingen», de media en je tegenstanders je lat zo hoog duwen dat je er onmogelijk nog over kan. Maar als je eigen kopstukken in interviews hun hoofd verliezen en de lat op astronomische hoogte leggen, dan moet je op de verkiezingsavond geen calimeroschelp meer op je hoofd trachten te plaatsen.

Pijlen eindelijk op de juiste vijand gericht?

Maar het is niet allemaal kommer en kwel in het V-kamp. De laatste weken lijkt het er immers op dat de N-VA met haar aanval op het ACW (en dus ook de CD&V) eindelijk de juiste vijand gevonden heeft. Het is trouwens ook al weer een tijdje geleden dat Bart de Wever in een interview nog eens erkenning opeiste voor de manier waarop hij het Vlaams Belang heeft teruggedrongen. Zou het kunnen dat men bij de N-VA eindelijk begrepen heeft dat het voor haar veel belangrijker is kiezers weg te halen bij CD&V en Open Vld dan Vlaams Belang? Dat is immers de enige manier om in Vlaanderen echt incontournable te worden, want een uitwisseling van kiezers tussen N-VA en Vlaams Belang zet wat dat betreft echt geen zoden aan de dijk.

Meer zelfs, als de N-VA het Vlaams Belang zozeer uitzuigt dat voor die laatste partij de kiesdrempel in zicht begint te komen, dan kan ze een V-meerderheid in het Vlaams Parlement meteen vergeten. Een overdonderende veertig procent zal daar dan niet veel aan helpen. Zolang de traditionele partijen, al dan niet aangevuld met de nuttige idioten van Groen, in het Vlaams Parlement aan een voldoende comfortabele meerderheid geraken kan je er immers gif op innemen dat zowel Di Rupo II als Peeters III in een mum van tijd op de rails gezet zullen worden. Het is dan maar de vraag wat er in 2019 nog over zal schieten van die N-VA.

Dit artikel verscheen op 27 maart 2013 in 't Pallieterke.

zaterdag, maart 30, 2013

De gele terugval en de groene luchtbel

Verleden weekend publiceerde de krant Le Soir de resultaten van haar driemaandelijkse «Grand baromètre». Daarbij werd vooral ingezoomd op het verlies van de N-VA, ook al blijft de partij nog steeds twee keer groter dan haar eerste achtervolger, de CD&V. Maar misschien nog het meest verrassend was dat de resultaten van deze peiling quasi identiek waren aan die van Het Laatste Nieuws een week eerder.

Vergelijken we inderdaad de resultaten van de peiling van Le Soir even met die van Het Laatste Nieuws. Het valt dan op dat de verschillen minder dan één procent bedragen, behalve voor de CD&V. En zelfs voor de CD&V bedraagt het verschil amper 1,6%, nog steeds een pak minder dan de foutenmarge voor de respectievelijke peilingen. De manier waarop onder meer VTM de resultaten van deze peiling aankondigde als «verrassend» is dan ook… behoorlijk verrassend, tenzij de nieuwsredactie van de televisiezender geen kranten leest en dus absoluut geen weet had van die peiling van Het Laatste Nieuws. Het is in ieder geval symptomatisch voor de manier waarop de Vlaamse media omgaan met peilingen. In dat verband onderschrijven we trouwens graag de commentaar en kritiek die Frank Thevissen bij Doorbraak publiceerde. Ook de populariteitspoll, waaruit moest blijken dat Maggie de Block de nieuwe rijzende ster aan het Vlaamse politieke firmament is moet er bij hem aan geloven. Om eerlijk te zijn heb ik nooit veel aandacht besteed aan populariteitspolls omdat ze meestal zo goed als onbegrijpelijk qua vraagstelling zijn, onduidbaar qua resultaat en totaal onvergelijkbaar van de ene tot de andere peiler.

Er is echter één puntje in de kritiek van Frank Thevissen waar we toch een beetje dieper op zouden willen ingaan. De titel van zijn commentaar «Wie trapt er in “de (terug)val” van de N-VA?» schijnt te suggereren dat hij niet bepaald gelooft in een terugval voor de N-VA, zoals uitvoerig en bijzonder gretig bericht door de Vlaamse media. Vermoedelijk zet hij daarmee menig lezer op het verkeerde been, en dan misschien nog het meest van al hoopvolle aanhangers van de N-VA die de steile opgang van de partij in de peilingen wel willen geloven, zij het dan toch met een bang hartje. Uit zijn betoog in het artikel leidt ik af dat hij waarschijnlijk noch in het ene noch in het andere gelooft. Zo gaat dat nu eenmaal als je iets te veel de achterkant van de opiniepeilingen hebt gezien, en daardoor ook weet hoe ze gemaakt worden. Er zit inderdaad nogal vaak een stevige portie paardenvlees in de peilingslasagne die de media ons voorschotelen.

Dat neemt echter niet weg dat we ook in de reële wereld moeten staan, en dan blijkt dat er deze keer voor de N-VA wel degelijk een fameuze knik in de curve van het vlottende gemiddelde zit. Of dat ook betekent dat de werkelijke aanhang voor de partij in een dalende lijn zit laten we in het midden, en is trouwens niet controleerbaar. In de media zal echter het beeld dat de partij in de peilingen stagneert of zelfs over haar toppunt heen is de komende maanden domineren. Dat is niet eens fout, maar anderzijds staat de partij met meer dan een derde van de kiesintenties nog steeds op plus vergeleken met de laatste verkiezingen, en blijft ze bovendien dubbel zo groot als haar eerste achtervolger.

Als de N-VA al achteruit zou gaan, dan is het onduidelijk welke concurrent daarvan zou profiteren. Zowel CD&V als sp.a peilen al bijna twee jaar rond hun huidige niveau. Bij de Open Vld zijn de schommelingen iets groter, en die partij lijkt aan een licht herstel begonnen te zijn. Bij Vlaams Belang was men al zeer tevreden over de vooruitgang met twee procent tegenover de vorige peiling, maar belangrijkst voor hen was misschien dat ze opnieuw boven de psychologische grens van de tien procent uitkwamen.

Ook bij Groen was men zeer tevreden over het resultaat in deze peiling. Daar vond men immers van zichzelf dat men de enige partij was die erop vooruitging zowel tegenover de vorige peiling als tegenover de laatste verkiezingen. Alleen, die vooruitgang was in beide gevallen zo klein dat ze niet alleen binnen de statistische foutenmarge valt, maar ook binnen de technische. Wie een duizendtal mensen ondervraagt moet er nu eenmaal rekening mee houden dat er hier en daar al eens een antwoord verkeerd geregistreerd wordt, en dan is een foutje van 0,2% al snel gemaakt. Maar ook: vergeleken met de laatste provincieraadsverkiezingen gaat de partij er zelfs op achteruit. Ook hier weer slechts in minieme mate, maar -0,4% blijft een achteruitgang, en geen vooruitgang.

Men kan zich trouwens afvragen in wat voor groene luchtbel de partij zich tegenwoordig bevindt. In een interview met De Standaard droomt haar partijvoorzitter Wouter van Besien al van regeringsdeelname in 2014, maar wil zich tegelijkertijd niet laten vastpinnen op een verkiezingsresultaat van –hou je vast, we hebben het over een regeringspartij in spe!– tien –10– procent! Even de puntjes op de i zetten: Groen peilt al jaren ergens tussen de zeven en de acht procent, haalt al jarenlang verkiezingsresultaten van dezelfde grootteorde, en is tot nader order de zesde partij in Vlaanderen. De fameuze «boost» waarvan sprake in het interview bracht de partij trouwens van 7,1% in 2010 naar 8,1% in 2012. Ik zou dat niet meteen een reuzensprong voorwaarts durven noemen, laat staan «boost», maar misschien betekent dat woord in Groot-Bijgaarden en Borgerhout gewoon iets anders dan in de rest van het Nederlandse taalgebied. Alleen als het Vlaams Belang in 2014 een bar slecht resultaat zou halen kan Groen hopen de vijfde plaats in het Vlaamse partijpolitieke landschap te bezetten – als ROSSEM dan maar geen roet in het eten komt gooien. En dan dromen van regeringsdeelname!

Heeft Wouter van Besien het echter hoog op met zichzelf, helemaal gek is hij nu ook weer niet, want tien procent voor zijn links-ecologische partij in tijden van economische crisis en globale opwarming zal inderdaad een maatje te hoog gegrepen zijn voor Groen. Maar wat misschien nog het meest verrassend –en stuitend– is, is dat regeringsdeelname in 2014 voor dit mini-partijtje dan nog niet eens onrealistisch is. Dat zal echter, in tegenstelling tot wat Wouter van Besien probeert te laten uitschijnen en misschien zelfs zelf denkt ook, niet de verdienste van Groen of haar voorzitter zijn. Want inderdaad, als Groen in 2014 in een regering zal kunnen stappen, dan zal dat zo zijn omdat N-VA en Vlaams Belang samen zo groot zullen geworden zijn dat Groen onmisbaar wordt voor een anti-V-coalitie, maar tegelijkertijd niet groot genoeg zullen zijn om zo'n monsterverbond tegen te houden.

En daarmee zijn we meteen ook aanbeland bij de simulatie voor de zetelverdeling in het Vlaams Parlement. Opnieuw blijkt dat een V-meerderheid niet mogelijk is, maar ook een B-meerderheid van CD&V, sp.a, Open Vld en Groen wordt zeer krap. Het valt dus nog af te wachten of Stefaan van Hecke in 2014 werkelijk minister zal kunnen worden. Maar als dat werkelijk zijn ambitie zou zijn, en die van Groen, dan zal het waarschijnlijk toch in de Vlaamse regering moeten zijn. De kans is immers groot dat Groen niet groot genoeg zal zijn om in de federale regering aanspraak te kunnen maken op een ministerpost.

Werpen we tot slot nog snel een blik over de taalgrens. Daar gaat de PS er lichtjes op vooruit, terwijl de MR lichtjes achteruitgaat. Beiden gaan daarmee eigenlijk tegen hun trend van de laatste maanden in. CdH en Ecolo blijven dan weer stabiel, met cdH als grootste van de twee. Verderop blijven FDF en PTB ver onder de kiesdrempel, net als een hele reeks andere partijtjes zowel op uiterst rechts als uiterst links. Tenzij één van die mini-partijtjes in één of andere kieskring kan stunten, is het dus best mogelijk dat een federale afspiegelingsregering betekent dat een regering–Di Rupo II geen Franstalige oppositie zou hebben. Zoiets zou wel eens interessante gevolgen kunnen hebben voor de verkiezingen van 2019. En dat zowel aan de Vlaamse als de Franstalige kant…

Bijlage: Overzicht van alle peilingen in Vlaanderen sedert 2004 en Wallonië sedert 2006 (PDF).

zondag, maart 17, 2013

Een slechte peiling met een nog slechtere berichtgeving

Zaterdag publiceerde de krant Het Laatste Nieuws voor het eerst sedert lang nog eens de resultaten van een eigen peiling. Met een foutenmarge van meer dan drie procent kan je je afvragen waarom die resultaten nog met cijfers na de komma weergegeven worden, maar ook de teneur van de berichtgeving was opmerkelijk. Wie zou immers zelfs nog maar drie jaar geleden 15% voor de CD&V een goed resultaat genoemd hebben, en 33% voor de N-VA slecht?

«CD&V beperkt de schade,» aldus Het Laatste Nieuws, want met nog steeds 15% van de stemmen zou de partij relatief weinig stemmen verliezen ondanks alle perikelen rond het ACW. De krant gaat daarmee wel voorbij aan het feit dat met een foutenmarge van meer dan drie procent de partij net zo goed op nog maar 12% zou kunnen staan, of anderzijds tegenover 2010 zelfs vooruit zou kunnen gaan tot ruim 18%. Of nog: is de peiling op zich weinig betrouwbaar omwille van zowel de kleinschaligheid als de eenmaligheid ervan, dan is de berichtgeving erover zo mogelijk nog bedroevender.

Dat neemt natuurlijk niet weg dat we toch graag een vlieg zouden geweest zijn op de muur van een bepaald huis in Leopoldsburg. Wouter Beke verkondigt immers sedert de verkiezingen van verleden jaar dat het ultieme bewijs geleverd werd dat hij niet meer in peilingen hoeft te geloven, want zijn partij deed het toch zoveel beter bij de enige peiling die echt telt, namelijk de verkiezingen. We zouden ons in zijn plaats toch een pak meer zorgen maken, of toch alleszins binnenskamers, want de tijd dat de CD&V nog eens boven de twintig procent afklokte in een peiling ligt ondertussen alweer een paar jaren achter ons.

Een partij die het naar het schijnt nogal slecht deed in deze peiling is de N-VA. Ook hier willen we de zaken toch even in perspectief plaatsen. Om maar iets te zeggen: bij de vorige peiling van Het Laatste Nieuws –op 3 juni 2009 om precies te zijn– behaalde die partij slechts een schamele 8,3%. Met een score van 33,8% minder dan vier jaar later valt dus best te leven. Maar ook vergeleken met de laatste verkiezingen staat de partij op winst, zelfs als er van de score een foutenmarge af zou moeten. Er zijn niet veel Vlaamse partijen die hetzelfde kunnen zeggen.

Wat van deze peiling toch een slechte peiling voor de N-VA maakt is het interview van De Standaard en Het Nieuwsblad met N-VA-kopstuk Geert Bourgeois, toevallig op dezelfde dag gepubliceerd, en waarin hij zelf nogal weinig strategisch het getal 40% laat vallen. We kunnen deze blunder alleen maar aan overmoed toeschrijven, want tot nu toe overschreed de N-VA slechts éénmaal de kaap van de veertig procent in een peiling. Dat gebeurde in de peiling van La Libre Belgique van 5 september 2012, toen de N-VA zeggen en schrijven… 40,1% haalde. Het laat zich raden dat vanaf nu elk peilingsresultaat voor de N-VA met dit getal vergeleken zal worden, en dat de N-VA bijna zeker in 2014 een zogenaamde «overwinningsnederlaag» tegemoet gaat.

Nu ja, Geert Bourgeois was de enige niet die dit weekend een steek liet vallen. Ook Carl Devos flaterde in zijn reactie op de uitspraken van Geert Bourgeois. De N-VA hoeft immers geen vijftig procent te halen om volledig incontournable te worden: veertig procent kan volstaan, op voorwaarde dat het Vlaams Belang die andere tien procent haalt. En dat dan alleen nog maar in zetels, wat dus ruimte laat voor nog enkele procenten minder. Soms vraag je je toch af of het diploma van politicoloog gewoon uitgedeeld wordt aan iedereen die de moeite doet zich ooit eens bij de juiste faculteit in te schrijven…

Maar over het Vlaams Belang gesproken, die partij doet het in deze peiling wat beter dan in de andere peilingen de laatste tijd. Ook de Open Vld doet het wat beter, terwijl de uitslag voor de sp.a tegenvalt. Over erg grote verschillen gaat het echter niet, en dus valt daar verder eigenlijk niet veel meer over te zeggen. Groen doet het trouwens niet beter of slechter dan in de andere peilingen, en LDD en PVDA worden voor zover we konden zien zelfs niet eens vermeld.

Voor de volledigheid hebben we ook deze keer een simulatie voor de zetelverdeling in het Vlaams Parlement opgesteld. Opnieuw kleurt het halfrond opvallend veel geel-zwart, maar niet voldoende voor een zogenaamde V-meerderheid. Anderzijds blijft een B-meerderheid bijzonder krap, zeker als men dan ook nog eens rekening houdt met het feit dat UF naar alle waarschijnlijkheid ook in 2014 nog één zetel zal weten binnen te halen.

Bijlage: Overzicht van alle peilingen in Vlaanderen sedert 2004 (PDF).

zondag, maart 03, 2013

In 2030 heeft het ACW al het geld van zijn «perpetual» al terug

Minister van Financiën Steven Vanackere haalde deze middag in het debatprogramma De Zevende Dag hard uit naar de volgens hem onjuiste voorstellingen over de eeuwigdurende lening van het ACW aan de bank Belfius. «Het ACW ziet het geld van die perpetual nóóit terug,» benadrukte hij als rechtvaardiging voor de rentevoet van 7,75%. Maar klopt dit wel?

Eerst even de puntjes op de i zetten. Steven Vanackere schijnt te willen volharden in de boosheid dat het ACW op haar eeuwigdurende lening –de perpetual voor wie graag wil laten uitschijnen dat hij iets van bankzaken kent– slechts 6,25% rente opstrijkt. De resterende 1,50% is slechts een getrouwheidspremie, en telt dus niet echt mee. Dit is natuurlijk nonsens, want ook die 1,50% vertegenwoordigen geld dat bij het ACW eeuwigdurend zal blijven binnenrollen, en net zo goed bij Belfius zal blijven buitenrollen. In de berekening die we hierna gaan uitvoeren zullen we die getrouwheidspremie dus wél inrekenen, net zoals we de getrouwheidspremie op een particuliere spaarrekening ook zullen inrekenen.

Maar wat is er dus aan van de bewering van Steven Vanackere dat het ACW het geld van die eeuwigdurende rekening nooit meer zal terugzien? Hij schijnt hiermee de indruk te willen wekken dat het ACW een enorme daad van barmhartigheid ten voordele van de bank Belfius heeft gesteld, zeg maar ten belope van 72 miljoen euro. Dat is uiteraard larie en apekool, en een eenvoudige simulatie toont aan dat van zijn bewering weinig of niets klopt.

Gaan we inderdaad eens na wat een gewone spaarrekening opbrengt vergeleken met die eeuwigdurende lening van het ACW. Vandaag moet je al van goeden huize zijn om op je spaarrekening een rente van 2% te kunnen krijgen, want een gewone sterveling krijgt dat niet bij Belfius, zelfs niet met een getrouwheidspremie erbij. We leven echter in uitzonderlijke tijden, en aangezien een eeuwigdurende lening een iets langer perspectief heeft dan de huidige financiële crisis, is het correcter ze te vergelijken met een rentevoet van 4% (de te verwachten rentevoet op spaarrekeningen in een normale economie), of met ons goed karakter desnoods zelfs 5%. Dan blijkt al snel (zie figuur hierboven) dat als het ACW de uitgekeerde intresten gewoon oppot op zo'n doodgewone spaarrekening, het al in de loop van een kleine twintig jaar al zijn kapitaal teruggewonnen zal hebben. Wat daarna volgt is alleen maar winst.

Voor alle eerlijkheid moeten we hierbij opmerken dat zo'n eeuwigdurende lening niet zonder risico's is, en dat is meteen ook de verklaring voor de hogere rentevoet. Ten eerste heeft men zijn kapitaal niet meer onmiddellijk ter beschikking, maar dient men een aantal jaren te wachten –in het geval van het ACW zo'n twintig jaar dus– vóór men al zijn kapitaal terugverdiend heeft. Bovendien loopt men het risico dat in tussentijd de rentevoeten boven het niveau van de eeuwigdurende lening stijgen, waardoor men tijdelijk een verlies kan opbouwen. En tot slot, zeker niet louter hypothetisch in het geval van Belfius, loopt men natuurlijk ook het gevaar dat op een gegeven ogenblik de schuldenaar failliet gaat, en het gedaan is met de uitbetalingen.

Hoe ziet het plaatje er dan uit aan de zijde van de lener, in dit geval Belfius? Die krijgt natuurlijk nú vers kapitaal binnen, maar dat wel in ruil voor verplichtingen die tot ver in de toekomst strekken. In de praktijk valt het met die eeuwigheden echter nogal mee, en wordt zo'n lening vaak vroeg of laat omgerekend in een geactualiseerd kapitaal en toch afgelost. Verder loopt Belfius natuurlijk het risico dat de rentevoeten de komende jaren ver beneden die van de eeuwigdurende lening blijven, waardoor het basiskapitaal sneller verdwijnt dan misschien gepland.

Zo'n eeuwigdurende lening is dus geen goede zaak voor degene die de lening aangaat –marktconform of niet–, tenzij in twee gevallen: ofwel verwacht men een sterke stijging van de rente, ofwel heeft men dringend vers kapitaal nodig en zijn toekomstige verplichtingen van ondergeschikt belang. En het zou me daarbij verbazen dat de eerste reden voor Belfius de echte drijfveer voor het aangaan van deze lening was. Het is trouwens merkwaardig dat een bank zo'n lening aangaat tegenover een organisatie, en niet omgekeerd. Maar één bepaald zinnetje van Karin Temmerman tijdens diezelfde De Zevende Dag van vandaag was in dat opzicht toch wel veelzeggend: deze transactie zou absoluut nodig geweest zijn om van Belfius een gezonde Belgische bank te maken. Met andere woorden: Belfius zat inderdaad in slechte papieren, en had dringend vers kapitaal nodig. Overigens: dat Karin Temmerman dit zei en niet Luk van Biesen toont aan dat de sp.a waarschijnlijk net iets beter weet hoe de ACW-vork precies in de Belfius-steel zit dan de Open Vld. Maar iedereen die de Open Vld (en de MR) de laatste dagen «aan het werk» zag had dit ongetwijfeld al lang begrepen.

In Noorwegen, waar het in de winter al eens koud kan zijn, gebruikt men om de situatie van Belfius te omschrijven vaak de uitdrukking «in zijn broek plassen om zich warm te houden». Dat is een strategie die misschien een korte tijd helpt, maar daarna staat men er wel slechter voor dan in het begin. Zo ook dus met Belfius: vandaag krijgt de bank weliswaar vers kapitaal binnen, maar dat wel in ruil voor zware, langdurige verplichtingen. Maar ook: net zoals het ACW van Dexia een Toxia heeft gemaakt, met de helpende hand van Yves Leterme, is het ACW nu goed op weg om van Belfius een Toxius te maken, deze keer met de helpende hand van Steven Vanackere. Merk daarbij op dat het het ACW eigenlijk best nog goed uitkomt dat het na deze transactie zogezegd geen kapitaal meer in kas zal hebben. Dan kan immers geen van de vele ARCO-aandeelhouders, pardon «-spaarders», of de belastingbetaler, het in zijn hoofd halen het kapitaal bij hem weg te komen halen. Het is immers allemaal uitgeleend aan een goed doel: Belfius! We kunnen daarom alleen maar hopen dat diezelfde belastingbetaler in 2014, als kiezer, toch nog de rekening aan de schuldigen –de CD&V dus– zal weten te presenteren. Maar dan wel met een ontrouwheidspremie.

maandag, februari 25, 2013

Nieuwe topnotering voor N-VA, bodemnotering voor Vlaams Belang

Vrijdag publiceerde de krant La Libre Belgique, in samenwerking met de RTBf, de resultaten van haar driemaandelijkse politieke barometer. Aan Vlaamse zijde kreeg vooral de nieuwe topnotering van de N-VA veel aandacht. De aanhang van die partij zou (in procenten) even groot zijn als die van de drie Vlaamse federale regeringspartijen samen. In het kamp van de verliezers vinden we CD&V, en vooral Vlaams Belang met een nieuwe bodemnotering.

Wie herinnert zich nog de vorige peiling van La Libre Belgique? «Premier avertissement pour la N-VA» kopte de krant toen, want de partij ging markant achteruit tegenover de vorige peiling. (De oplettende lezer zal in het figuurtje hiernaast ongetwijfeld opmerken dat het wel al de tweede keer was dat de N-VA een relatieve duik nam in de peilingen van La Libre Belgique, maar soit…) De krant had echter meteen ook een verklaring voor de achteruitgang van de N-VA klaar, al hield ze natuurlijk wel nog een slag om de arm («La tendance se doit d'être confirmée […]»):
Faut-il y voir un élément de déception de certains électeurs de Bart De Wever? La tendance se doit d'être confirmée mais l'homme fort de la N-VA n'a toujours pas bouclé sa majorité communale à Anvers et sa marche “triomphante” vers l'hôtel de ville a marqué les esprits. Peut-être négativement dans le chef de certains de ses supporters…
Te vroeg victorie gekraaid? Zoals de krant zelf opmerkt, deze peiling werd afgenomen vlak voor de laatste rel in Antwerpen, dat wil zeggen, die met Liesbeth Homans in de hoofdrol omdat ze besloten had dat seropositieve «sans-papiers» voortaan niet meer zomaar automatisch elke maand 800 euro uitgekeerd krijgen om AIDS-remmers te kopen. Waarbij opgemerkt moet worden dat het in het huidige politiek-mediatieke klimaat noodzakelijk is precies te vermelden over welke N-VA-rel het gaat, want de stormlopen van verontwaardiging door de vele zelfverklaarde gewetens van Vlaanderen, niet zelden woonachtig te Gent, volgen mekaar in sneltempo op.

Hiermee hebben meteen ook al de verklaring gegeven voor waarom de N-VA opnieuw zo'n hoge toppen scheert: de partij blijft nadrukkelijk in het midden van de aandacht staan. Het migratiedebat, waar bovenstaande rel een deel van uitmaakte, speelt zich vooral af op de as N-VAsp.a. Het communautaire op de as N-VACD&V. En het socio-economische op de as N-VAPS. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat wanneer de kiezer gevraagd wordt op welke partij hij vandaag zou stemmen moesten er verkiezingen zijn, de naam van de N-VA hem als eerste te binnen schiet, zeker als hij niet bepaald een hoge pet op heeft van wat tegenwoordig nog moet doorgaan voor een «federale regering». En dat in die mate zelfs dat ook een niet onbelangrijk aandeel Walen en Franstaligen gevraagd naar hun partijvoorkeur het bestaan op automatische piloot «N-VA» te antwoorden.

Zo bekeken lijkt de peiling van La Libre Belgique dan ook te suggereren dat de N-VA voorlopig de veldslagen blijft winnen, vermoedelijk zelfs op alle drie de assen samen. Wat migratie betreft valt bijvoorbeeld op dat sp.a en Groen hun kiezers weliswaar behouden, maar dat Vlaams Belang verder leeggezogen wordt ten voordele van de N-VA. Die laatste partij werpt zich de laatste tijd op Antwerps-gemeentelijk niveau immers op als dé migratiesceptische partij. Zolang het Vlaams Belang door de media consequent uit beeld gehouden wordt zal aan die situatie weinig veranderen. En daarom ook dat we hierboven schreven dat het migratiedebat zich op de as N-VA–sp.a afspeelt, en dus niet Vlaams Belang–sp.a. Op de communautaire as kondigde partijvoorzitter Wouter Beke van de CD&V op zijn nieuwjaarsreceptie aan dat wat hem betreft er in 2014 geen nieuwe staatshervorming zal komen, terwijl de N-VA net zwaar inzet op confederalisme. Op deze as kan de partij van twee walletjes eten, en vermoedelijk zowel kiezers vanuit de CD&V als het Vlaams Belang aantrekken. Wat het socio-economische tot slot betreft houden sp.a en Groen hun kiezers vast, maar maakt de CD&V de laatste weken een slechte beurt omwille van wat we kort als «ACW-gate» zouden willen omschrijven.

Hiermee hebben we de zaken natuurlijk sterk vereenvoudigd, maar zolang peilers zelf niet onderzoeken waarom respondenten hun partijvoorkeur wijzigen – zoals bijvoorbeeld De Stemmenkampioen wél deed – blijft het gissen naar wat er werkelijk onder de oppervlakte beweegt bij het Vlaamse electoraat. En met als gevolg dat een krant als La Libre Belgique in haar analyse al eens pijnlijke flaters slaat, zoals bijvoorbeeld laatst in november.

Maar kijken we even verder naar de individuele resultaten van de andere Vlaamse partijen. Zo bijvoorbeeld de CD&V, die dus een duik naar beneden maakt. In De Zevende Dag liet partijvoorzitter Wouter Beke wel optekenen dat hij niet gelooft in peilingen, maar de vraag is toch maar of hij buiten het zicht van de camera's even zeker is van zijn stuk. Een partij die een beetje in hetzelfde schuitje zit is de Open Vld, met dit verschil dat de partij nog steeds in een neerwaartse trend zit, ondanks de wissel aan de top. Dan staat de sp.a er beter voor, want die partij lijkt aan een voorzichtig herstel begonnen.

Een partij die het absoluut niet goed doet in deze peiling is het Vlaams Belang. Met amper nog 6,8% zakt de partij dieper weg dan ooit, en komt in de gevarenzone van de kiesdrempel. Drie maanden geleden scoorde de partij bij dezelfde peiler nog boven de tien procent. Groen zet niet bepaald een spetterend resultaat neer in deze peiling, maar springt wel voorbij Vlaams Belang. Dat is bij die partij misschien al reden genoeg om tevreden te zijn, maar feit is dat het de partij maar niet schijnt te lukken kiezers van buiten haar eigen, stabiele kerngroep aan te spreken. LDD en PVDA tot slot raken ook in deze peilingen niet verder dan ergens halverwege de kiesdrempel.

Over naar een simulatie voor de zetelverdeling in het Vlaams Parlement. Dit levert opnieuw het gekende beeld op van een door de N-VA sterk gedomineerd parlement, met deze keer 53 van de 124 zetels. (Merk overigens op dat de simulatie die prof. Herman Matthijs ondertussen uitvoerde in opdracht van Actua-TV ongeveer dezelfde cijfers oplevert.) Het meest interessante beeld dat deze simulatie oplevert is misschien nog wel dat van een Vlaams Parlement waar de zogenaamde V- en B-partijen mekaar in evenwicht houden (61 zetels tegenover 62 om precies te zijn), met de UF op de wip. Zonder de N-VA een meerderheidsregering op de been brengen wordt dus een onmogelijke opgave, of het zou één moeten zijn die noch stabiel noch Vlaams zal kunnen zijn.

Werpen we tot slot nog een blik op de resultaten van de Franstalige partijen. De PS blijft verder achteruitgaan, deze keer slechts op een haar verwijderd van de psychologische grens van de dertig procent. De MR zit dan weer in een duidelijk stijgende trend, en evenaart opnieuw de resultaten van de laatste federale verkiezingen. CdH en Ecolo spelen voor het eerst in meer dan een jaar nog eens haasje-over, zodat Ecolo in deze peiling net vóór cdH eindigde. Statistisch gezien zijn de partijen echter even groot. Bij de kleinere Franstalige partijen merken we op dat de PTB opnieuw net onder de kiesdrempel duikt.

Bijlage: Overzicht van alle peilingen in Vlaanderen sedert 2004 en Wallonië sedert 2006 (PDF).