donderdag, maart 31, 2011

Peiling La Libre Belgique: Zwaar verlies voor PS

Zondagavond raakten de eerste resultaten bekend van een nieuwe peiling van La Libre Belgique. Het meest opvallende en meteen ook meest besproken resultaat was dat voor de PS: een achteruitgang van bijna vijf procent vergeleken met de laatste verkiezingsuitslag. Ook cdH deelt in de klappen, en scoorde het laagste resultaat sedert 2006. Aan Vlaamse zijde bevestigde de N-VA opnieuw haar score van 13 juni 2010, met nog een lichte vooruitgang erbovenop. Dé winnaar van de peiling is echter het Front National, maar daar hadden de «serieuze» media het blijkbaar liever niet over.

In deze peiling valt er aan Vlaamse zijde eigenlijk niet zo heel veel beweging te noteren. Vergeleken met de laatste federale verkiezingen gaat alleen de N-VA er significant op vooruit, terwijl de andere partijen binnen de foutenmarge lichtjes op of neer gaan. Vergeleken met de vorige peiling van La Libre Belgique is er zelfs nergens sprake van enige significante beweging. Als Eric van Rompuy stelt dat de nationale politiek zich een coma bevindt, dan lijkt dit op basis van deze peiling een stelling die ook van de Wetstraat naar de Vlaamse kiezers overgeplant kan worden.

Bij die stelling hoort echter wel een kleine nuance. Een vergelijking met de peiling van De Standaard en de VRT van amper een week eerder toont immers aan dat niet alles even stabiel is. Zo scoort het Vlaams Belang bijna drie procent hoger bij La Libre Belgique dan bij De Standaard en de VRT, terwijl CD&V en Open Vld iets meer dan twee procent lager scoren. Voor het Vlaams Belang is dit trouwens de eerste peiling die een resultaat boven dat van 13 juni 2010 geeft. Omdat het over amper een halve procent gaat is de winst statistisch gezien helemaal niet significant, maar psychologisch gezien natuurlijk wel.

Een simulatie voor de zetelverdeling in het Vlaams Parlement leert dat de zogenaamde V-partijen nog steeds over geen meerderheid beschikken. Die V-partijen zijn samen wel groter dan een klassieke tripartite met CD&V, sp.a en Open Vld. Een federale regering-Leterme III die aan Vlaamse zijde alleen maar uit die drie partijen zou bestaan beschikt dus al van voor de start over weinig of geen legitimiteit in Vlaanderen.

In verband met de existentiële problemen van LDD, die alleen in West-Vlaanderen nog uitzicht op een zetel heeft, is het interessant eens na te gaan wat het effect zou zijn als die partij zou aansluiten bij N-VA of Vlaams Belang. In de veronderstelling dat de kiezers van LDD de partij blindelings zouden volgen in een kartel met de N-VA, of zelfs een opslorping, kan LDD in deze simulatie bovenop die ene West-Vlaamse zetel nog een extra zetel in Antwerpen (Jurgen Verstrepen?) aanleveren. Het effect van zo'n aansluiting is dus al bij al beperkt. Een aansluiting bij het Vlaams Belang zou een groter effect hebben, en maar liefst drie extra zetels opleveren. Dit kan toeval zijn omwille van de grillen van zetelverdelingen, maar anderzijds moet toch ook gezegd worden dat voor een relatief kleine partij – en dat is het Vlaams Belang op dit moment – enkele procentpunten extra meteen een grote winst in zetels kunnen opleveren. Overigens zouden die drie extra zetels voor een politiek zeer onwaarschijnlijk kartel Vlaams Belang–LDD resulteren in een nipte V-meerderheid.

Niet alleen in Wallonië maar ook in Vlaanderen ontstond er naar aanleiding van deze peiling nogal wat opschudding omwille van het zware verlies van de PS. Eigenlijk is dit de eerste peiling sedert de verkiezingen van 13 juni 2010 die de PS op verlies zetten. Het verlies wordt bovendien nog dramatischer wanneer vergeleken wordt met de peilingen van ongeveer een half jaar geleden, toen de partij vlot boven de veertig procent uitkwam. Van die virtuele aanhang van een half jaar geleden is dus ongeveer een vijfde alweer naar andere partijen verdwenen. De vraag is dan natuurlijk: waar zijn die kiezers naartoe, en waarom?

Wat we met redelijk veel zekerheid kunnen stellen, is dat die PS-kiezers niet naar de cdH vertrokken zijn, want ook die partij deelt in de klappen. De strategie van Joëlle Milquet om het cdH-wagentje consequent aan dat van de PS te hangen lijkt voorlopig niet de juiste te zijn om bij de volgende verkiezingen een monsterscore te behalen. Het resultaat van de cdH in deze peiling is trouwens historisch slecht. En ter vergelijking: toen het Vlaams Belang enkele maanden geleden de psychologische drempel van de tien procent naderde, werd de partij al virtueel dood en opgedoekt verklaard.

Twee partijen die het relatief goed doen, zijn Ecolo en MR, omdat zij stilaan uit een «peilingdal» kruipen. Vergelijken we hun resultaten in deze peiling met die van de laatste verkiezingen, dan is er immers van winst helemaal nog geen sprake. Blijkbaar is Wallonië Baden-Württemberg niet, waar Die Grünen vermoedelijk dankzij Fukushima bij de laatste deelstaatverkiezingen vleugels kregen.

Daarmee blijft natuurlijk de vraag: als de PS op zwaar verlies staat, cdH op licht verlies, en Ecolo en MR geen noemenswaardige winst maken, waar zijn die PS-kiezers dan naartoe?

Inderdaad, waar er enorm veel te doen was over het verlies van de PS, is het toch merkwaardig dat een andere verschuiving, die zelfs die van de PS overtreft, veel minder weerklank kreeg in de media. Vergeleken met de verkiezingen van 13 juni 2010 gaat het Front National er immers een goede vijf procent op vooruit, en komt daarmee voor het eerst sinds lang weer boven de kiesdrempel uit. Daar hoort natuurlijk de kleine nuance bij dat het Front National bij de laatste verkiezingen niet in alle kieskringen lijsten indiende, en het percentage voor 13 juni 2010 dus een vertekend beeld geeft. Anderzijds moet toch ook opgemerkt worden dat de partij bij de vorige peiling van La Libre Belgique reeds net onder de kiesdrempel uitkwam, en er dus niet noodzakelijk sprake is van een opflakkering in één enkele peiling. En bij dat laatste hoort dan weer de nuancering dat de peiling van Vers l'Avenir géén winst voor het Front National aangaf.

Betekent dit dat het Front Nationaal aan een heropleving toe is? Daarvoor zijn waarschijnlijk eerst nog enkele peilingen nodig die de trend kunnen bevestigen, en ook op organisatorisch vlak is er voor de partij nog veel werk aan de winkel. Spreken van een Marine Le Pen-effect is waarschijnlijk iets te gemakkelijk, al valt het natuurlijk niet helemaal uit te sluiten. Maar het is toch wel merkwaardig hoeveel aandacht er aan het verlies van de PS geschonken werd, terwijl de winst van het Front National amper een zin waard was. Daar komt nog bij dat men zich dagenlang het hoofd brak over de oorzaak van het verlies van de PS – niet bepaald een gemakkelijke opgave als men tegelijkertijd de extreem-rechtse olifant in de kamer wil negeren.

Het is dus lang niet zeker dat het verlies van de PS te wijten is aan haar positie in de federale regeringsonderhandelingen, of dat het iets met Fukushima te maken zou hebben. En zolang men peilingen organiseert die alleen maar vragen naar de partijvoorkeur, maar bij een gewijzigd stemgedrag niet doorvragen naar de reden ervan, blijft het gissen wat er werkelijk omgaat in het hoofd van de kiezers. Zo zou het theoretisch bijvoorbeeld ook kunnen dat de PS wel degelijk kiezers verliest omwille van haar communautair standpunt, maar dat de helft van het verlies naar het radicalere MR gaat, en de andere helft naar het minder radicale Ecolo. Geen kwaliteitsjournalist echter die op dat idee zelf kon komen, laat staan bereid was het ook aan zijn lezers mee te geven.

Bijlage: Overzicht van alle peilingen in Vlaanderen sedert 2004 en Wallonië sedert 2006 (PDF).

zondag, maart 20, 2011

Peiling De Standaard/VRT: Verlies voor sp.a

Vrijdagavond publiceerden De Standaard en de VRT de resultaten van een nieuwe peiling naar de politieke voorkeuren van de Vlamingen. De enige beweging van betekenis sedert de vorige peiling van De Standaard en de VRT – ondertussen alweer meer dan vijf maanden geleden – is de achteruitgang van de sp.a. Ander interessant feit: de slechte uitslag van de CD&V in de peiling van Vers l'Avenir van een maand geleden wordt niet bevestigd, en daarmee hebben N-VA en CD&V opnieuw virtueel een meerderheid in het Vlaams Parlement.

De grootste vraag op voorhand was, om begrijpelijke redenen, hoe de N-VA het er vanaf zou brengen in deze peiling. Dat die partij na zoveel maanden regeringsonderhandelingen nog steeds het been stijf houdt, wekt niet alleen bij de politici van de andere partijen of binnen een bepaald deel de culturele sector veel irritatie op, maar ook binnen de media. Het spreekt voor zich dat men zich dan afvraagt of die irritatie ook al doorgedrongen is tot de bevolking.

Het antwoord op die vraag blijkt voorlopig nog neen te zijn. De N-VA blijft boven de dertig procent scoren, ongeveer evenveel als de partij voor de Senaat haalde bij de laatste verkiezingen. Tegenover de laatste peiling van De Standaard en de VRT is er een lichte achteruitgang, op het randje van het significante af. We houden het daarom op een stabilisatie van de N-VA rond de 32%, een comfortabel hoog niveau dat de partij in Vlaanderen afgetekend op de eerste plaats zet. Voor de N-VA is de ambitie bij de volgende verkiezingen – wanneer die ook zouden komen – de score van verleden keer te bevestigen, en met afstand de grootste partij van Vlaanderen te blijven. Het is wel duidelijk dat deze week een bijzonder goede week voor Bart de Wever was: een bezoekje bij de Britse eerste minister David Cameron, een goede peiling, en een herverkiezing als partijvoorzitter met een monsterscore om u tegen te zeggen. Het moet niet altijd een hebdomas horribilis zijn, zoals verleden week.

Na de N-VA volgen vier Vlaamse partijen die het laatste jaar weinig reden tot vieren hebben gehad. De CD&V kan zich met deze peiling optrekken aan het feit dat ze het barslechte resultaat van de peiling van Vers l'Avenir (amper 12,9%) een beetje kan doen vergeten. Dat neemt niet weg dat een resultaat van minder dan twintig procent bezwaarlijk schitterend genoemd kan worden. De partij weet overigens geen nieuwe kiezers aan te trekken door zich in de federale regering te profileren als de partij die «haar verantwoordelijkheid opneemt», iets waar niet alleen Inge Vervotte zich over irriteert. De CD&V zit zelfs met het probleem dat een heel pak van haar kiezers zich best zou kunnen voorstellen voor de N-VA van Bart de Wever te stemmen, en dat betekent dat de bodem dus nog niet noodzakelijk bereikt is.

Na de CD&V volgen sp.a en Open Vld. In deze peiling komt de Open Vld net voor de sp.a, maar het verschil tussen de twee partijen is minimaal. Voor de Open Vld is er sprake van een lichte stijging na de desastreuze peiling van Vers l'Avenir, terwijl het voor de sp.a net omgekeerd is. Het is echter duidelijk dat geen van de twee partijen het op dit ogenblik schitterend doet. Ook voor het Vlaams Belang bevat deze peiling weinig goed nieuws, ook al haalt de partij opnieuw een score boven de tien procent.

Bij Groen! reageerde men eerder euforisch op de resultaten van deze peiling. Nochtans gaat de partij er niet meer dan één procent op vooruit vergeleken met de vorige peiling, en is ook het verschil met het resultaat van de laatste verkiezingen nog niet significant te noemen. Maar voor een partij die zo dicht bij de kiesdrempel zit, is het psychologisch belangrijk dat er opnieuw een goed resultaat wordt neergezet. Het lopende gemiddelde stijgt trouwens ook verder boven de acht procent uit, en in de simulatie voor de zetelverdeling voor het Vlaams Parlement haalt de partij minstens één zetel in elke provinciale kieskring.

Tot slot is er nog de LDD, dat alweer ver onder de kiesdrempel scoort. Zoals het er nu naar uitziet, maakt de partij enkel in West-Vlaanderen kans nog een zetel binnen te halen voor het Vlaams Parlement. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat de partij overweegt niet overal lijsten in te dienen voor de gemeenteraadsverkiezingen.

Kijken we tot slot nog even naar het resultaat van een simulatie voor de zetelverdeling in het Vlaams Parlement. Zoals reeds gezegd: N-VA en CD&V halen volgens deze peiling opnieuw virtueel een meerderheid in het Vlaams Parlement, maar een coalitie N-VA–Open Vld of N-VA–sp.a komt nog enkele zetels te kort voor een meerderheid. Door de slechte resultaten van zowel Vlaams Belang als LDD is ook een zogenaamde V-meerderheid voorlopig nog een verre droom.

Zoals steeds is een peiling maar een peiling, maar door de schaarsheid hebben ze in Vlaanderen en België vaak wel een relatief grote impact op het politieke gebeuren. De resultaten van deze peiling zullen de N-VA er waarschijnlijk niet toe aanzetten bepaald veel toegeeflijker te worden in de communautaire onderhandelingen. Voor de CD&V houdt ze dan weer een waarschuwing in dat het risico bestaat dat haar kiezers vroeg of laat overlopen naar de N-VA, en dat de partij dus op haar tellen moet letten. Het wordt daarom uitkijken naar de resultaten van de peiling van La Libre Belgique, die waarschijnlijk volgend week-end gepubliceerd zullen worden, om te zien welke resultaten bevestigd worden, en welke niet.

Bijlage: Overzicht van alle peilingen in Vlaanderen sedert 2004 (PDF).

maandag, maart 14, 2011

Weldra ook dhimmi-kassa's bij HEMA?

In Genk werd deze week de wereld nog maar eens op z'n kop gezet. Een werkneemster die ontslagen was bij HEMA omdat zij weigerde haar hoofddoek af te zetten, dicteerde niet alleen dat zij terug aangenomen moest worden, maar ook de modaliteiten van haar contract en haar werkomstandigheden. Bij HEMA houden ze zich daarom best klaar om straks speciale kassa's in te richten waar alleen nog moslimvrouwen met halalproducten zullen mogen aanschuiven. Of beter nog: dhimmi-kassa's, voor wie zich nog niet in de nieuwe maatschappij geïntegreerd heeft. Of gaat deze door en door racistische werkgever haar moslimkassiersters werkelijk verplichten christenhonden te bedienen die een reepje spek willen kopen?

Joyce van op den Bosch heet het wicht dat erin slaagde uitgerekend op de Internationale Vrouwendag alle media in rep en roer te zetten. Stel je immers voor: de winkelketen HEMA was zo dom geweest te denken dat de klant nog steeds koning was in haar winkels, niet beseffend dat het eigenlijk deze tot de islam bekeerde Vlaamse was die zich de rol van keizerin toemat. Met in haar zog natuurlijk alle usual suspects, gaande van de nog steeds actief gehypete Groen!-politica Eva Brems over de minister van Arbeid en Gelijke Kansen Joëlle Milquet tot het onvermijdelijke CGKR, dat voor één keer wel eens snel op de bal kon spelen. Het werd een ongelijke strijd, waarbij het op voorhand al vaststond dat HEMA in de media aan het kortste eind zou trekken. Enige kritische vragen over waarom Joyce van op den Bosch zo nodig en zo nadrukkelijk met een hoofddoek aan de kassa moest zitten werden natuurlijk nergens gesteld. Of wat dacht u?

Bij al dat mediageweld viel het op dat de ivoren torens waarin het islamofiele gedeelte van Vlaanderen nog steeds huist volledig intact zijn. En door de media ook stevig verdedigd worden. De hoofddoek voorgesteld als het toppunt van vrije meningsuiting en vooral ook vrijgevochtenheid van de moslima, het is zo grotesk dat je je soms afvraagt of het misschien niet net de verdedigers van de multicultuur zijn die zich nog nooit buiten de schaduw van de eigen kerktoren hebben gewaagd. De argumentatie waarmee men de hoofddoek van Joyce van op den Bosch wil verdedigen én tegelijkertijd HEMA veroordelen wegens discriminatie op basis van godsdienst, is echter overduidelijk met zichzelf in tegenspraak.

Want inderdaad, als de keuze van Joyce van op den Bosch om een hoofddoek te dragen werkelijk een vrije keuze is, en dus niet opgelegd door haar godsdienst, dan kan er van religieuze discriminatie toch geen sprake zijn, om de eenvoudige reden dat het dan met godsdienst dus niets te maken heeft. Of het zou moeten zijn dat HEMA alleen moslimvrouwen verbiedt een hoofddoek te dragen wanneer ze aan de kassa zitten, terwijl christenen dat dan wel zouden mogen. Als dat echter niet het geval is, en er toch sprake zou zijn van religieuze discriminatie, dan impliceert dit dat Joyce van op den Bosch binnen haar godsdienst blijkbaar geen baas is over haar eigen hoofd, en dat hoofddoeken helemaal niet symbool kunnen staan voor de vrije keuze of de vrije meningsuiting van de moslima. En dan kan het alleen maar verbazen dat uitgerekend het vroeger zo papenvretende deel van het politieke spectrum vandaag de hoofddoek zo fervent verdedigt.

Ik zou trouwens van de verdedigsters van de hoofddoek eens willen vernemen waar precies in de Koran geschreven staat dat vrouwen een hoofddoek moéten aandoen. Want van twee dingen één: ofwel staat het erin, ofwel niet. Als het erin staat, dan weten we meteen welke vrouwen wel goede moslims zijn, en welke niet, en waar we aan toe zijn met de islam. En als het er niet in staat, dan kunnen we de discussie meteen helemaal sluiten. Dan is het immers inderdaad de vrije keuze van Joyce van op den Bosch, en niet iets dat met godsdienst te maken heeft, om een hoofddoek te dagen, en is het ook haar vrije keuze om liever thuis te blijven en er een uitkering op te strijken dan de hoofddoek af te leggen en te gaan werken. De vrijheid van een werkneemster om voor zichzelf regeltjes te verzinnen – want dat is het dan – kan toch moeilijk boven het recht van een werkgever staan om te bepalen hoe de werkomgeving ingericht wordt, en hoe de klanten ontvangen worden? Of mag ik morgen misschien ook op de verdediging van Joëlle Milquet, Eva Brems en het CGKR rekenen als ik vind dat ik als katholiek op mijn werk moét verschijnen met een opzichtelijke groene krullenpruik? Het staat wel niet in het Nieuwe Testament of de catechismus, maar kijk, net zoals Joyce van op de Bosch vindt dat ze een hoofddoek moet dragen om een goede moslim te zijn, kan ik dan net zo goed vinden dat ik zo'n groene krullenpruik moet dragen om een goede katholiek te zijn.

Of beter nog: misschien kan ik dan wel vinden dat niet ik, maar mijn vrouw, zo'n groene krullenpruik moet dragen. Om haar te beschermen tegen de blikken van andere mannen, ik zeg maar wat.

Want laten we het maar zeggen zoals het is: die hoofddoek dient om het terrein van de islam af te bakenen, en vooral om vrouwen, zussen en dochters onder de knoet te houden. Anders liepen de moslimmannen immers ook met een hoofddoekje rond. Of zou de bekeerlinge Joyce van op den Bosch er zo geen behoefte aan hebben om met haar hoofddoek aan de kassa te gaan zitten pronken. Dat laatste voorlopig nog om iedereen te bedienen, maar het is maar de vraag wanneer de eis zal opduiken geen mannen meer te hoeven bedienen. Of liever geen haramproducten meer te moeten aanraken. Of nog met christenhonden in de contact te moeten komen tout court. Want als Joyce van op den Bosch volgens haar godsdienst volledig vrijwillig overal een hoofddoek moet aandoen, laat haar godsdienst haar dan ook toe contact te hebben – ook al is het maar zeer vluchtig, en amper de naam contact waardig – met mannen die geen directe familie zijn? Je weet immers maar nooit of er eentje tussenzit die hoofddoekjes net sexy vindt.

Ze kunnen daarom bij HEMA misschien best al eens beginnen nadenken hoe ze hun winkels binnenkort in België zullen herinrichten. Nu kan het nog vrijwillig; anders zal de minister van Arbeid en vooral Gelijke Kansen Joëlle Milquet het CGKR nieuwe instructies moeten geven om uit te vissen hoe één en ander best geregeld kan worden. Kwestie van duidelijk te maken wie er echt de baas is in de winkels van HEMA

woensdag, maart 09, 2011

Gbagbo, Ben Ali, Moebarak, Qadhafi en de Castro's

Wat hebben Laurent Gbagbo, Zine El Abidine Ben Ali, Hosni Moebarak, Moammar al-Qadhafi en de broers Fidel en Raúl Castro met mekaar gemeen? Alle zes zijn ze dictators, alle zes zijn ze aanhangers van het socialisme, en alle zes konden ze tot voor kort in het Westen op een milde behandeling rekenen.

Laurent Gbagbo vertegenwoordigt een nogal klassieke categorie van Afrikaanse dictators. Begonnen als opposant tegen president Félix Houphouët-Boigny, moest hij zelf enkele maanden in de gevangenis doorbrengen. Een garantie op enige democratische ingesteldheid blijkt zoiets echter niet te zijn, want eens zelf de macht verworven deed hij er alles aan om die te kunnen vasthouden. Verkiezingsfraude, uitstel van nieuwe presidentsverkiezingen tot in het oneindige, intimidatie van politieke tegenstanders, alles was goed. Eind verleden jaar liep het echter behoorlijk fout, nadat er uiteindelijk dan toch presidentsverkiezingen gehouden waren. Alleen de aanhangers van Laurent Gbagbo – en waarschijnlijk zelfs zij allemaal nog niet – zullen nog willen beweren dat hij die verkiezingen gewonnen heeft, maar het geloven doet niemand meer. Resultaat van dit alles: demonstraties, chaos, en een (nog meer) verscheurd land.

Wat echter opvalt, is dat Laurent Gbagbo in het buitenland steeds op een milde behandeling kon rekenen, ook al was het al lang duidelijk dat hij het in zijn eigen land niet altijd even nauw nam met de democratische spelregels. Men deed wel wat lastig omdat hij de presidentsverkiezingen telkens weer uitstelde, maar dat was het dan. Ja, zelfs nadat het duidelijk werd dat hij de verkiezingen van verleden jaar wel degelijk verloren had, kon hij nog steeds op stilzwijgende steun rekenen. In het bijzonder binnen de Franse PS hadden sommigen het er erg lastig mee om afscheid te nemen van Laurent Gbagbo als president. Ik vermoed dat mijn lezers dan ook geen tekening nodig zullen hebben om te begrijpen waarom de problemen in Ivoorkust in de pers niet echt op de spits gedreven werden of worden. En waarom dat wel eens helemaal anders had kunnen zijn, als Laurent Gbagbo in het Westen andere geallieerden had gekozen.

Over naar Tunesië, waar Zine El Abidine Ben Ali enkele weken geleden het veld moest ruimen na de zogenaamde Jasmijnrevolutie. Blijkt immers nu dat Ben Ali dan toch niet het soort verlicht dictator was, zoals hij jarenlang werd voorgesteld. Blijkt ook dat hij lang een factor van stabiliteit in Noord-Afrika vormde, maar ondertussen in zijn val minstens één andere dictator heeft meegesleurd. En er kunnen er nog volgen. En opnieuw ook die vraag: hoe komt het toch dat wij in de pers nooit te weten kwamen wat er écht in Tunesië gebeurde? Alles was er immers zo rustig en stabiel, en de zon scheen er toch zo nadrukkelijk in de vakantiehotels…

Het antwoord op de vraag kon al in de inleiding gelezen worden: ook Ben Ali en zijn partij waren lid van de Socialistische Internationale, de koepelorganisatie waartoe ook de Belgische sp.a en de Waalse PS behoren. Pas toen duidelijk werd dat de positie van Ben Ali als Tunesisch president onhoudbaar was, werden hij en zijn partij uit die Socialistische Internationale gezet. Rijkelijk laat, en toch is er niemand in de «serieuze» pers die de vraag stelt hoe het komt dat hij al die tijd lid mocht zijn van een clubje dat anders zo graag moraalridder speelt. Dat ook de Franse conservatieve politica Michèle Alliot-Marie zich serieus wist te verbranden aan Ben Ali en zich uiteindelijk gedwongen zag ontslag te nemen als minister, pleit de Socialistische Internationale niet vrij.

Ook de volgende dictator in het rijtje was jarenlang een voornaam lid van de Socialistische Internationale: Hosni Moebarak. Het moet echter gezegd: de socialisten waren lang de enigen niet om de beste maatjes met Moebarak te willen zijn, en dat heeft zo zijn redenen. Egypte is nu eenmaal een land dat men, uit geo-politieke overwegingen, liefst te vriend houdt. Het is één van de grootste en invloedrijkste landen in het Midden-Oosten, en beschikt bovendien over een troeven zoals het Suez-kanaal en de adembenemende toeristische attracties. En dan zijn er nog de Koptische christenen en de Moslimbroederschap, die ertoe bijdragen dat een militaire dictator die het op binnenlands vlak niet al te bont maakt, de Koptische christenen het leven niet te lastig maakt en tegelijkertijd de Moslimbroederschap onder controle, op heel wat krediet mag rekenen.

Daar stond en staat echter tegenover dat het leven van de Koptische christenen ook onder Hosni Moebarak niet bepaald een dans op rozen was, en dat hij de Moslimbroederschap mee groot hielp maken door elke andere oppositie in de kiem te smoren. Als er binnenkort verkiezingen gehouden zullen worden, is de kans groot dat de Moslimbroederschap een verpletterende overwinning zullen halen gewoon al door het feit dat zij de enige partij zullen zijn die beschikt over een organisatie die naam waardig. Het is dan ook nog iets te vroeg om Samuel Huntington voor een tweede maal dood te verklaren, zoals Paul Goossens dit week-end in De Standaard deed. Terloops: de meeste mensen schrijven zinnigere dingen over internationale politiek op hun dagelijkse boodschappenlijstje dan Paul Goossens over een heel jaar in zijn tweewekelijkse column. Het volstaat al de krant van vandaag te lezen – «Rellen tussen christenen en moslims in Caïro» (met dertien doden tot gevolg) – om te snappen dat deze «Europa-journalist» er absoluut niets van bakt, en je vraagt je dan ook af waarom die zelfverklaarde kwaliteitskrant die man blijft engageren.

Iemand die veel zinnigere dingen wist te vertellen, was John Major verleden week in een interview op BBC Radio 4. Hij liet optekenen dat als je eerste minister of minister van Buitenlandse Zaken bent, je af en toe al eens de hand moet schudden van mensen die je diep veracht, in het belang van het land. (Maar daar weegt dan weer tegen op dat men ook af en toe de hand mag schudden van personen die men enorm bewondert.) Maar er is nog een verschil tussen handjes schudden in functie, en handjes blijven schudden, ook als men niet in functie is. Of nog: Hosni Moebarak is het soort kennis dat je misschien wel uitnodigt voor je trouwfeest, maar liever niet ziet opduiken in je lokale biljartclub. Laat staan dat je hem zelf meeneemt naar je biljartclub. En het is op dat punt dat de Socialistische Internationale lelijk in de fout is gegaan, en chronisch in de fout blijft gaan.

Nu moet gezegd worden dat Michèle Alliot-Marie lang de enige niet was om te bewijzen dat de Socialistische Internationale, ondanks de absolute meerderheidspositie, lang geen monopolie had op relaties met een geurtje aan in Noord-Afrika. Jörg Haider bijvoorbeeld bestond het zoetje broodjes te gaan bakken met de socialistische moslim Moammar al-Qadhafi in Tripoli. Was Jörg Haider in 2008 niet omgekomen in een auto-ongeluk, zou hij vandaag in een bijzonder lastig parket gezeten hebben. Een stuk lastiger zelfs dan waar minister van Buitenlandse Zaken Steven Vanackere plots terecht in kwam omdat hij namens België vóór het lidmaatschap van Libië in de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties had gestemd. Berouw na de zonde? Zelfs dat niet, want de zonde moest eerst zwart op wit in alle kranten staan voor er enig berouw getoond werd, en Steven Vanackere wist als minister van Buitenlandse Zaken bijzonder goed wat voor vlees hij in de kuip had met Libië.

Laat er vooral geen misverstand over bestaan: ter linkerzijde werd er nogal wat afgegniffeld over dat lidmaatschap. Het lag er vingerdik op dat de ergernis die het in de Verenigde Staten opwekte eerder als een bonus gezien werd, en zeker niet als een malus. Het Libië van Moammar al-Qadhafi was al lang aan een remonte bezig, en niet alleen omwille van het vele geld dat er te verdienen valt met olie en gas. Zijn hartelijke relaties met Hugo Chávez bijvoorbeeld konden op ruime instemming rekenen. Over de aanwezigheid van ettelijke duizenden Chinezen in Libië doet men in de pers opvallend sereen. En het verhaaltje dat schuilgaat achter de huurlingen die zo lelijk huishielden valt ook al nergens te vernemen (behalve bij STRATFOR e.d. natuurlijk). Het gaat hier nochtans over meer dan alleen maar huurlingen uit omliggende landen of Zuidelijk Afrika, maar ook over… Cubanen. En geen Cubaanse vluchtelingen of dissidenten dus.

En daarmee zijn we aanbeland bij de laatste twee dictators in het socialistische rijtje. De manier waarop links Europa flirt met twee bloedige dictators als een Fidel en Raúl Castro, is eigenlijk te gek voor woorden. In het bijzonder de sp.a, met Steve Stevaert als voortrekker, lijkt er al enkele jaren een punt van te willen maken het Cubaanse regime te ondersteunen op alle mogelijke manieren. Dat de persoonlijke levenswijze van Steve Stevaert, die graag in allerlei raden van bestuur zetelt en daar ongetwijfeld één en ander aan vergoedingen opstrijkt, in sterk contrast staat met de rampzalige theorie die hij de gewone Cubaan mee helpt op te leggen, is voor hem absoluut geen hinder. Misschien moet het ene wel als aflaat voor het andere dienen?

Iemand die de linkse waanzin graag nog een beetje verder doordrijft, is sp.a-politicus Kurt de Loor, die zich geroepen voelt met de regelmaat van de klok actie te voeren voor de zogenaamde Cuban Five. Deze vijf Cubaanse spionnen – en niemand ontkent dat zij alle vijf lid waren van de Cubaanse inlichtingendienst en infiltreerden in het Cubaanse vluchtelingenmilieu in Florida – ondergaan in hun Amerikaanse gevangenissen immers een bijna ondraaglijke behandeling, vermoedelijk omdat ze niet elke dag champagne en kaviaar krijgen voorgeschoteld, of regelmatig een dikke Cubaanse sigaar. Maar van de Zwarte Lente van 2003 heeft Kurt de Loor man natuurlijk nog nooit gehoord. En het relaas van bijvoorbeeld Normando Hernández González zal hij ook wel niet gelezen hebben. Wie het verhaal kent, kan de actie op de laatste Gentse Feesten dan ook alleen maar grotesk noemen.

Europees links staat altijd graag op de eerste rij klaar om met het vingertje in de lucht conservatieve politici de levieten te lezen als iets niet helemaal zuiver op de graat is. Ondertussen houden ze zelf graag en veel contact met bloedige dictators over de hele wereld, als ze zich maar tot het socialisme bekennen. Persoonlijke verrijking, ten koste van de eigen bevolking, is daarbij absoluut geen bezwaar, want zo doet Europees links het graag zelf ook. Maar aan elk bloedig regime komt een eind, en dan vallen de lijken natuurlijk uit de kast. Letterlijk zelfs. Dat de Socialistische Internationale mee bloed aan de handen heeft, wil men dan niet geweten hebben. En houden de bevriende journalisten ook angstvallig uit de pers. Zouden zij echt denken dat hun lezers niet al lang door hebben dat er enkele breed uitgesmeerde achtergrondverhalen ontbreken?

zondag, februari 27, 2011

Tricolore blinde vlek: wapenexportvergunningen

De afgelopen week was er nogal wat te doen rond FN-wapens in Libië. Er kwam zelfs een Waalse minister-president aan te pas, die met de tranen in de ogen kwam vertellen hoe geschokt hij toch was dat een Arabisch dictator zomaar zijn voeten geveegd had aan een waterdicht contract. Meest verbazingwekkend is ondertussen dat nog niemand de herfederalisering van de wapenexportvergunningen op de communautaire onderhandelingstafel heeft gelegd: noch de sp.a, noch Groen!, noch één van de Franstalige partijen.

Of de Waalse minister-president Rudy Demotte in Vlaanderen veel punten gescoord heeft met eerst een naïvistische en vervolgens een gespeeld geschokte uitleg, durf ik toch sterk te betwijfelen. Denkt die man soms echt dat wij zulke aartsdomme uilskuikens zijn, dat wij inderdaad verwachten dat Arabische (of andere) dictators hun beste wapens netjes in de kazerne zouden laten staan wanneer ze het vege lijf moeten redden? En dat we vervolgens zouden willen geloven dat de Waalse minister-president ook echt geschokt is wanneer hij met ontegensprekelijke bewijzen geconfronteerd wordt, en ontkennen niet meer kan?

Voor Marc Reynebeau was het dan ook een koud kunstje om een stukje te schrijven dat ferm de draak stak met de hypocrisie van de verenigde Waalse politici. Hij is zelfs zo flink tussendoor te vermelden dat FN Herstal eigendom is van het Waalse gewest – voor een goed begrip: geen meerderheidsparticipatie, maar de volle honderd procent – al was het wel om in één moeite door ook een sneer te geven naar de Vlaamse wapenproductie. Die Vlaamse wapenproductie is overigens niet voor de volle honderd procent in handen van het Vlaamse gewest, verre van, maar een ietwat onoplettende lezer zou al snel met een andere indruk kunnen achterblijven. Ik neem aan dat het een klein schoonheidsfoutje van Marc Reynebeau was – het beste paard kan al eens struikelen –, want hem ervan verdenken opzettelijk een addertje onder zijn gras te steken durf ik niet.

Op één punt heb ik het echter behoorlijk lastig met het stukje van Marc Reynebeau. Waar hij er anders altijd als de kippen bij is om elk Vlaams splitsingsdiscours neer te sabelen als achterhaald, achterlijk of stompzinnig, lees ik nergens een pleidooi of zelfs nog maar een suggestie om de geregionaliseerde bevoegdheid voor wapenexportvergunningen terug naar het federale niveau te brengen. Of dat eventueel toch maar eens te overwegen. En wat historicus Marc Reynebeau ook al verzuimt te doen, is nog eens oprakelen hoe en door wie die bevoegdheid ook al weer geregionaliseerd werd.

Voor de lezers die het zich misschien niet meer zo goed herinneren: de bevoegdheid om wapenexportvergunningen af te leveren werd in 1991 in zeven haasten naar de gewesten overgeheveld, nadat vice-premier Philippe Moureaux van de PS met de institutionele atoombom had gedreigd. Daar waren, zoals voor de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde, dus geen zeven jaren voor nodig, ook geen zeven maanden of zeven weken. Enkele dagen, eigenlijk zelfs maar een paar uurtjes, volstonden ruimschoots om de hele zaak te regionaliseren. Een splitsing «pur et dur» trouwens, met als enige compensatie voor de Vlamingen… dat de Volksunie de eer aan zichzelf mocht houden, met het einde van de regering-Martens VIII tot gevolg. Dat was nog eens andere koek dan de «vijf minuten politieke moed» of het «onverwijld» waarmee de Vlamingen al zo lang aan het lijntje worden gehouden. Over werkgroepen, synoptische tabellen, of kettingbelangenconflicten willen we het nog niet eens hebben.

Laat er echter geen twijfel over bestaan: als er één bevoegdheid in aanmerking komt om opnieuw naar het federale niveau gehaald te worden, dan wel die voor het afleveren van wapenexportvergunningen. Ook al ondervindt ze sterke concurrentie van de wet op de geluidsnormen, die in Brussel door de Franstaligen gebruikt worden om de luchthaven van Zaventem te nekken, en tegelijkertijd door het Waalse gewest soepel toegepast worden in Bierset. Maar dat die wapenexportvergunningen ooit al geregionaliseerd werden is te gek voor woorden, helemaal krankzinnig wordt het als men dan nog eens beseft dat de Waalse regering wat FN Herstal betreft zowel rechter als partij is. Voor de volle honderd procent. Het moet al een order uit Noord-Korea zijn, met daarin de expliciete vraag of de FN-wapens ook efficiënt ingezet kunnen worden om zoveel mogelijk uitgemergelde betogers neer te kunnen schieten in een betoging op het platteland, wil ze door de Waalse PS-regering niet goedgekeurd worden. En zelfs dan nog durf ik er mijn hand niet voor in het vuur steken dat de Waalse jobs en de Waalse belangen uiteindelijk toch niet zwaarder zouden doorwegen. «Anders zal iemand anders toch de wapens leveren,» weet je wel.

De vraag is dan ook: waar zijn nu die principieel pacifistische en communautair zo moedige partijen sp.a en Groen! om de herfederalisering van deze bevoegdheid op de federale onderhandelingstafel te leggen? Misschien kan Groen! er wel een punt van maken om die eis samen met Ecolo op tafel te leggen? Wat houdt de door Marc Reynebeau geviseerde cdH-voorzitster Joëlle Milquet tegen om dit communautaire taboe te doorbreken, en het zelf op tafel leggen? Kan ze meteen aantonen wat een onmens N-VA-voorzitter Bart de Wever wel is, die desnoods over lijken wil gaan om toch maar alles in België gesplitst te houden. Makkelijk zat dus, en het verschaft de CD&V meteen hét excuus om vast te stellen dat de N-VA echt niet in een federale regering wil stappen, waardoor de partij de handen vrij krijgt om een regering-Leterme III op de been te brengen.

Het zijn echter de politici alleen niet die hier massaal in de fout gaan. Waar zijn bijvoorbeeld de revolutionaire volkshelden – in het diepst van hun gedachten toch – van de KVS om nog eens een avond «Niet in mijn naam» te organiseren? Deze keer misschien wel samen met nog meer Franstalige collega's! Of moet het initiatief ook deze keer eerst van de Facebook-generatie komen? Naar een naam voor een nieuwe betoging zullen ze alvast niet langen hoeven zoeken. Kan die immers een betere naam meekrijgen dan SHAME, of het zou HONTE moeten zijn?

maandag, februari 21, 2011

Blauw mistgordijn

De kans dat informateur Didier Reynders in zijn opdracht slaagt, is vrijwel nihil. Dat betekent echter niet dat zijn opdracht maar schijn zou zijn, om te bewijzen dat de liberalen het ook niet zouden kunnen. Zijn opdracht lijkt immers in de eerste plaats een mistgordijn te zijn, dat het échte spel moet verbergen. En dat échte spel, dat speelt zich af in de Wetstraat 16.

Naar verluidt zou zelfs Didier Reynders ondertussen al ingezien hebben dat hij eigenlijk geen kans maakt om zijn informatieopdracht tot een goed einde te brengen. Inderdaad, PS-voorzitter Elio di Rupo bestrijdt waarschijnlijk nog liever zelf de twee pijlers waarop zijn partij in Wallonië rust – de corruptie en de werkloosheid – dan Didier Reynders de eer te gunnen te mogen slagen waar hij zelf zo pijnlijk mislukte. Dat betekent echter niet dat er voor Didier Reynders niets uit de brand te slepen valt. Misschien slaagt hij er wel in de N-VA eraf te rijden, zonder dat ook de CD&V afvalt? In dat geval zou het kunnen dat Elio di Rupo hem een derde ambtstermijn als minister van Financiën zou willen gunnen, als ook MR-voorzitter Charles Michel mee wil. Was ik Didier Reynders, dan zou ik eerder daar mijn energie insteken, in plaats van de sp.a of de groenen op de zenuwen te werken.

Als de informatieopdracht van Didier Reynders slechts een mistgordijn is, waar speelt zich dan het échte spel af, dat dat mistgordijn moet proberen te verbergen? Het antwoord is de Wetstraat 16 natuurlijk, waar een ontslagnemende eerste minister zit die de tijd van zijn leven beleeft. Kreeg Yves Leterme niet, nog voor Didier Reynders zijn informatieopdracht kreeg, ook een opdracht toegespeeld van koning Albert II? Hem werd inderdaad gevraagd een begroting voor 2011 op te stellen, en bovendien maatregelen te nemen om te beantwoorden aan alle eisen van de Europese Unie wat betreft het begrotingsbeleid en de structurele hervormingen. Een waar kolfje naar zijn hand dus. Enkele dagen later kwam daar nog eens het Interprofessioneel Akkoord (IPA) bovenop, om over zijn «ruzie» met Angela Merkel over het indexeringsmechanisme nog maar te zwijgen.

Had Yves Leterme zijn eigen droomjob mogen schetsen, hij had het waarschijnlijk nooit beter kunnen doen dan de job die hij nu heeft. Stel je voor zeg, al die cijfertjes bij mekaar optellen, en daarna op TV of internationaal de grote jan mogen uithangen, terwijl hij in het Parlement lastige vragen altijd kan pareren met een zwijgen «in het belang van het land en de bevolking». Ondertussen dient hij zijn ware heren, niet zijn kiezers of zijn eigen partij, maar wel de PS, in de hoop dat hij er straks nog enkele jaartjes bij zou mogen doen. Of zou het echt toeval geweest zijn dat hij in verband met het IPA tegen zijn eigen partij en een meerderheid in de Kamer in aan het onderhandelen sloeg met de PS, zogezegd omdat er binnen de federale regering toch eensgezindheid moest zijn? In een ontslagnemende regering is dat nergens voor nodig, tenzij er andere belangen op het spel staan natuurlijk.

Aan de geruchten over een samenwerking tussen Yves Leterme en Elio di Rupo hecht ik ondertussen weinig geloof. Zo'n samenwerking achter de schermen valt natuurlijk niet uit te sluiten, maar lijkt me toch onwaarschijnlijk. En bovendien, van de kant van Elio di Rupo bekeken totaal onnodig. Yves Leterme heeft hij immers al lang in zijn zak – waarom zou hij dan met hem moeten samenwerking? Bovendien valt zo'n samenwerking niet helemaal consistent te noemen met de uitvallen van Elio di Rupo naar de CD&V, al kan de samenwerking natuurlijk van recentere datum zijn. Maar dan nog blijft het merkwaardig dat bijvoorbeeld ook Laurette Onkelinx zich onlangs nog liet opmerken met een bitsige aanval op de CD&V. Of zou de samenwerking zo geheim zijn dat ze achter haar rug om zou gebeuren?

Wat er ook van zij, de informatie-opdracht van Didier Reynders heeft voor de PS vooral één functie: de tijd verder laten werken, tot de CD&V bereid is de N-VA te laten vallen. Tegelijkertijd kreeg Yves Leterme van de PS een extra injectie van zijn favoriete drug toegediend: macht. Of misschien correcter, en nog gevaarlijker: schijn van macht. De signalen die de PS ondertussen teruggestuurd krijgt van de CD&V geven in ieder geval aan dat deze tactiek op termijn misschien dan toch zijn vruchten zou kunnen afwerpen. Was daar niet Yves Leterme, die al eens liet verstaan verkiezingen «tegen elke prijs» te willen vermijden? Ik hoef daar voor de lezer waarschijnlijk verder geen cynische opmerking bij te maken. Maar belangrijker was het nieuwe signaal van CD&V-voorzitter Wouter Beke, dat ondertussen al gretig opgepikt werd door Rik Torfs: de CD&V stapt niet zonder de N-VA in een nieuwe federale regering, tenzij de N-VA zelf niet meer zou willen. En daarmee werd de onvoorwaardelijke onverzettelijkheid van de CD&V meteen omgebogen in een voorwaardelijke onverzettelijkheid. Als N-VA-voorzitter Bart de Wever morgen het verlossende woord laat vallen, zal de CD&V de handen vrij hebben om toch in een federale regering te stappen zonder de N-VA. En desnoods – liefst? – ook zonder staatshervorming. De CD&V-bocht is dus ingezet.

En er zal nog bochtenwerk aan te pas komen. Misschien hoopt men nu binnen de CD&V wel in stilte dat de N-VA er eerder vroeg dan laat er toch zelf zou uittrekken, maar ik acht die kans eerder klein. De N-VA definieert zich immers als partij in functie van haar grootste concurrent, het Vlaams Belang, met als groot verschil dat de N-VA in tegenstelling tot het Vlaams Belang wél bereid is compromissen te sluiten en deel te nemen aan de macht. Het is niet meer of niet minder dan de bestaansreden van de N-VA. Sommige waarnemers verbazen er zich al maanden over dat de N-VA de onderhandelingstafel niet wil verlaten, en verklaren dat als een angst om de zwart piet toegespeeld te krijgen, maar het probleem van de N-VA is dus groter dan dat. Als de partij de federale regeringsonderhandelingen verlaat, toont zij immers impliciet aan dat niet zij, maar wel het Vlaams Belang al de hele tijd gelijk heeft gehad over de Belgische constructie. Federaal in de oppositie belanden is voor de N-VA op zich geen probleem, als zij aan haar kiezers maar kan vertellen dat zij in die oppositie geduwd werd, en er niet zelf voor gekozen heeft. Het verlossende woord van Bart de Wever voor de CD&V (en sp.a, Groen! en Open Vld) zal daarom ongetwijfeld nog enige tijd op zich laten wachten.

Zijn de Franstaligen gefrustreerd over de houding van de CD&V, die de N-VA maar niet wil laten vallen, dan is men bij de CD&V weer gefrustreerd over de houding van de N-VA, die de onderhandelingstafel maar niet uit eigen beweging wil verlaten. De scherpe uitval van Rik Torfs aan het adres van Bart de Wever moet wellicht ook in dat licht gezien worden, en niet alleen in dat van de recente peiling die de CD&V naar een historisch dieptepunt zond.

Welke mogelijkheden heeft de CD&V dan nog om alsnog een regering-Leterme III op de benen te brengen? Áls Bart de Wever bereid is de onderhandelingstafel zelf te verlaten, heeft de CD&V meteen de handen vrij, en kan ze bovendien de staatshervorming zonder veel problemen in één of andere werkgroep stoppen. Als Bart de Wever niet zo vriendelijk wil zijn voor de CD&V, vermoed ik dat de CD&V op een gegeven ogenblik zal willen vaststellen dat de N-VA de facto niet meer in een federale regering wil stappen, ook al zegt die partij iets anders. Dat de CD&V, naar het schijnt met de C van christelijk, niet te beroerd is om platte leugens te gebruiken, weten we reeds langer. De regering-Leterme II had volgens haar wel degelijk een meerderheid aan Vlaamse zijde, omdat haar regeerakkoord ooit mee goedgekeurd werd door de N-VA. En als die regering misschien dan toch geen meerderheid aan Vlaamse zijde had, en de N-VA daar problemen rond maakte, dan lag de schuld daarvoor natuurlijk volledig bij de N-VA zelf, die de regering-Leterme II dan maar moest steunen. Met nu bovendien ook Rik Torfs in huis, kan het voor de CD&V dan toch geen probleem zijn op een bepaald ogenblik vaststellingen te doen, die weliswaar kant noch wal raken, maar die haar wel toelaten om eindelijk weer de benoemingsmachines in gang te zetten. Zou bijvoorbeeld Steven Vanackere die klus niet kunnen klaren in een informatieopdracht, zodat Yves Leterme eindelijk aan zijn formatieopdracht zou kunnen beginnen? Laat de boel ondertussen rustig nog een paar weekjes sudderen, misschien is er dan wel iets mogelijk…

zaterdag, februari 12, 2011

Peiling Vers l'Avenir: Zwaar verlies voor CD&V

Gisterenavond publiceerde de krant Vers l'Avenir de resultaten van een nieuwe internetpeiling. Het meest opvallende resultaat aan Vlaamse zijde is ongetwijfeld de sterke achteruitgang voor CD&V, terwijl N-VA stabiel boven de dertig procent blijft scoren. Aan Franstalige kant blijft de PS afgetekend de marktleider, maar ze lijkt wel een beetje over een hoogtepunt heen..

Oppervlakkig bekeken komen de resultaten van deze peiling bijzonder goed overeen met de resultaten van een ander onderzoek dat eerder deze week gepubliceerd werd. Een telefonisch onderzoek, uitgevoerd door het marktonderzoeksbureau Profacts, had uitgewezen dat een derde van de CD&V-kiezers vandaag ontevreden was over zijn keuze van acht maanden geleden. De kiezers van de N-VA daarentegen waren wel nog tevreden, en het hoeft dan ook niet te verbazen dat die partij haar aanhang van 13 juni 2010 weet te behouden, ja zelfs een beetje kan uitbreiden. Want inderdaad, vergeleken met de verkiezingen gaat de N-VA erop vooruit (al moet die uitspraak enigszins gematigd worden wanneer we vergelijken met de verkiezingsuitslag voor de Senaat), terwijl CD&V zo ongeveer een kwart van haar aanhang verliest.

De achteruitgang van de CD&V kan men overigens ronduit dramatisch noemen. Het was verleden jaar al een sensatie dat de partij onder de psychologische drempel van de twintig procent uitkwam, maar vandaag zou de partij dus zelfs onder de vijftien procent zakken. Vergelijken we met de verkiezingen van daarvoor, die voor het Vlaams Parlement van 2009, dan spreken we stilaan al van een halvering op minder dan twee jaar tijd. Of de kiezers die CD&V verliest overlopen naar N-VA, is echter een open vraag waar de peiling van Vers l'Avenir jammer genoeg geen antwoord op geeft. Het is immers best mogelijk dat de ex-CD&V-kiezers eerder hun toevlucht bij partijen als sp.a en Groen! zoeken. Daarom is het ook de vraag of deze zwakke uitslag voor de CD&V eerder het kamp van Kris Peeters en Wouter Beke verzwakt, dan wel dat van Yves Leterme van Steven Vanackere.

Bij de drie andere middelgrote partijen valt eigenlijk weinig beweging te noteren. Bij sp.a blijft alles stabiel rond de laatste verkiezingsuitslag hangen, net zoals bij het Vlaams Belang, ook al lijkt de tendens daar eerder negatief dan neutraal of positief. Ook bij Open Vld is de trend eerder negatief, al kan het verschil met de laatste verkiezingen voorlopig nog niet significant genoemd worden. In verband met de Open Vld is het misschien wel het vermelden waard dat de partij dus wel nog altijd boven de tien procent blijft scoren, dit in tegenstelling tot de geruchten over een geheim peiling enkele weken geleden, waarin het tegendeel het geval zou geweest zijn.

Bij Groen! is de trend voorlopig eerder positief, maar ook voor deze partij is het verschil met de laatste verkiezingen voorlopig nog niet significant te noemen. Voor die partij is het echter wel belangrijk dat het lopende gemiddelde van de peilingsresultaten stilaan de acht procent nadert, een absoluut hoogtepunt voor de laatste zeven jaren. Het betekent immers dat de lichtjes positieve trend in alle peilingen aanwezig is. Acht procent plaatst de partij bovendien op een niveau dat comfortabel hoog boven de kiesdrempel ligt. De simulatie voor de zetelverdeling in het Vlaams Parlement geeft de partij in alle kieskringen zonder veel problemen minstens een zetel.

Een partij waar het niet zo goed mee gaat, is LDD. Noteer dat de internetpeiling uitgevoerd werd na de naamswijziging (en de bekendmaking van de «nieuwe» voorzitter). Het lijkt erop dat die naamswijziging voorlopig nog niet veel effect heeft gehad op het Vlaamse kiespubliek, want de partij blijft ver onder de kiesdrempel zweven. Vermoedelijk zou de partij alleen in West-Vlaanderen nog steeds een zetel kunnen wegkapen.

Een simulatie voor de zetelverdeling in het Vlaams Parlement leert dat N-VA en CD&V er niet langer zouden kunnen beschikken over een absolute meerderheid. De enige coalitie met twee partij die nog mogelijk zou zijn, is er één van N-VA en… sp.a. Ik laat het aan de lezer over om te oordelen of dit ook politiek realistisch zou zijn.

Over coalities gesproken: daar waar de regering–Peeters II nog steeds over een ruime meerderheid zou beschikken, zit de steun voor de regering–Leterme II aan Vlaamse zijde op een historisch dieptepunt. Samen vertegenwoordigen CD&V en Open Vld immers geen kwart van de Vlaamse kiezers meer.

Aan Franstalige zijde valt de blijvende dominantie van de PS op, al moet daar ook aan toegevoegd worden dat die partij over een hoogtepunt heen lijkt te zijn. Het was de peiling van Vers l'Avenir van 17 september 2010 die de partij voor het eerst weer boven de veertig procent tilde, maar nu staat de partij weer op het niveau van de verkiezingsuitslag van 13 juni 2010.

De andere Franstalige partijen blijven min of meer ter plaatse trappelen. De MR stabiliseert zich een fractie onder het laatste verkiezingsresultaat, net zoals de cdH. Ecolo blijft dan weer zweven rond haar laatste verkiezingsresultaat. Voor de PP en het Front National is het armoe troef, want beide partijen zitten nog steeds ver onder de kiesdrempel, en lijken daarom geen kans te maken om bij de volgende verkiezingen een zetel te kunnen binnenhalen.

Bijlage: Overzicht van alle peilingen in Vlaanderen sedert 2004 en alle peilingen in Wallonië sedert 2006 (PDF).

dinsdag, januari 18, 2011

Belgisch-industriële woorden en daden

Vorige week dook er plots een brief op van een aantal topindustriëlen (of captains of industry zoals dat tegenwoordig heet) die de federale regering aanmaanden een begroting voor 2011 op te stellen. Tussen de lijnen kon men bovendien lezen dat zij dat gedoe rond een staatshervorming maar niets vinden, of meer concreet: vooral dat Vlaamse gedoe daarrond. Ik zou echter wel eens willen weten hoeveel Belgische staatsobligaties deze «captains of industry» met hun recentste vette bonussen hebben aangekocht, om de Belgische staat te ondersteunen.

Wanneer ik het rijtje ondertekenaars van de brief overloop, vallen er mij toch enkele namen op. Zo bijvoorbeeld die van Jean-Luc Dehaene. Sinds wanneer is deze ACW-vertegenwoordiger bij uitstek, ondertussen omgeschoold tot poenpakker waar hij maar kan, maar verder wel nog steeds EU-parlementslid, een «captain of industry»? Dat zijn lef geen grenzen kent, wisten we natuurlijk al een tijdje. Als er immers iemand politiek verantwoordelijk is voor de chaos waarin België vandaag verkeert, dan is het Jean-Luc Dehaene wel, en hij is dan ook bijzonder slecht geplaatst om de huidige generatie politici de levieten te willen lezen. Dat hij zich daarbij dan nog eens wil vermommen als een soort industrieel kan de ergernis alleen maar vergroten.

Een andere naam die opvalt, is die van Étienne Davignon. Samen met zijn kompaan Maurice Lippens is deze man niet moreel noch politiek, maar wel persoonlijk en rechtstreeks verantwoordelijk voor het verlies van het spaargeld van duizenden kleine, weliswaar goedgelovige beleggers. Het is de reden waarom we die twee ooit nog kans zagen maken om in uiterste nood in een Belgisch zakenkabinet op te treden, maar vandaag niet meer. Maar je moet het dan toch maar durven om een brief te ondertekenen met daarin zinnen zoals «Deze maatregel is, naar ons oordeel, het enige middel om het noodzakelijke vertrouwen van onze beleggers te herstellen en aldus een verdere negatieve spiraalbeweging te voorkomen.» Ja, over het vertrouwen van beleggers heeft die man veel kennis, en over negatieve spiraalbewegingen nog veel meer, zeker als het over andermans geld gaat.

Maar ten gronde, waar zit het echte gehuichel van dit zootje Belgicanen? Er is de laatste tijd veel te doen geweest over de zogenaamde spread, het verschil tussen de Belgische en de Duitse langetermijnrente. Eenvoudig uitgelegd wordt de Duitse langetermijnrente in de Eurozone beschouwd als de basisrente die staten op hun leningen moeten betalen, en is de extra rente die daar bovenop komt een maat voor het risico verbonden aan de leningen van een bepaalde, concrete staat. Indien de markt meent dat dat risico groot is, zal de spread oplopen. Meent de markt dat het risico klein is, dan zal de langetermijnrente voor een bepaald land quasi gelijk aan de Duitse zijn. Het probleem is echter dat die spread een zelfversterkend effect kent: naarmate de markt meent dat het risico oploopt, neemt de spread toe, waardoor het voor een staat moeilijker wordt om vers kapitaal op te halen, met als gevolg dat de kans dat die staat effectief in de problemen komt groter wordt. En dus de spread weer wat groter wordt. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat de regering–Leterme II (of misschien correcter: de regering–Leterme II½?) er alles aan doet om de spread binnen de perken te houden, en dat niet alleen omwille van de perceptie.

De stelling van eerste minister Yves Leterme en zijn regering is nu dat er niet meer risico verbonden is aan de Belgische leningen dan aan de van Duitse. Op de persconferentie van verleden week werd daarom ook met cijfers gegoocheld om aan te tonen dat België de beste leerling van de EU-klas zou zijn, in de hoop dat de markten iets van hun verhaal zouden willen geloven. Dat zij daarbij hun cijfertjes zorgvuldig uitkozen om aan te tonen hoe goed het wel niet ging met België – cherry picking heet zoiets – is normaal, al moet gezegd dat men in het Belgische geval stilaan van platte leugens gewag kan maken. Zwaaien met «de kleinste toename van de openbare schuld in de EU» als hét argument om aan te tonen hoe flink België wel niet is, als men al van tevoren met een torenhoge schuld opgezadeld zit, zal de markten niet echt onder de indruk gebracht hebben.

Mogen we echter het verhaal van de spread eens koppelen aan de brief van onze captains of industry? Om eens alles op een rijtje te zetten: aan de ene kant meent Yves Leterme dat de markten het fundamenteel fout voorhebben wanneer zij België in het rijtje van de risicolanden plaatsen. Zijn probleem is echter wat John Keynes zo mooi verwoordde, en wat Ierland niet zo lang geleden de das omdeed: markets can remain irrational a lot longer than you and I can remain solvent. Maar dit probleem geldt niet voor de koper van Belgische staatsobligaties: áls Yves Leterme gelijk heeft, dan strijkt elke koper van Belgische staatsobligaties vandaag een risicoloze winstpremie op van maar liefst één procent, of meer. En verder: wie massaal Belgische staatsobligaties koopt, reduceert de spread, aangezien hij de vraag opdrijft. Vandaar ook mijn vraag: als die captains of industry met hun woorden het plebs willen doen geloven dat zij toch zo bezorgd zijn om de financiële toestand van het land, hoe zou het dan zitten met hun daden? Zeker als die daden zo voor de hand liggen, bijzonder vaderlandslievend zijn en bovendien nog winstgevend ook.

Hadden ze het dus allemaal echt gemeend, stonden onderaan de brief tussen haakjes niet hun vette bestuursmandaten, maar wel hoeveel Belgische staatsobligaties zij recent – of bijvoorbeeld vandaag nog – aan hun portefeuille toegevoegd hebben. Ik vrees echter dat het uitdrukkelijk niet hun bedoeling is hun eigen hachje te moeten riskeren, maar dat het alweer de modale belastingbetaler is, en dan in het bijzonder de Vlaamse belastingbetaler, die voor hun rekening zal moeten opdraaien. Zoals sire voor zijn verjaardag een bank geschonken kreeg, en sire de schande bespaard moest worden met vliegtuigen zonder de eigen nationale kleuren te moeten vliegen, zo moet nu de baan zelf van sire veilig gesteld worden. En in één moeite door, de eigen, industriële belangen. Of wat dacht u?

Toevallig was liepen verleden week ook de vakbonden schuimbekkend storm tegen het ideetje van de N-VA om de RVA te splitsen. (En wie betaalt in België ook al weer die unitaire werkloosheidsvergoedingen uit?) Toch wel een merkwaardige alliantie die zich aftekent als le dernier carré om la Belgique une et indivisible te verdedigen: captains of industry, de vakbonden, linkse en Franstalige politieke partijen, hippe reclamebureaus, PvdA-onderzeeërs verkleed als kunstenaars, en verder het voltallige ons-kent-ons-milieutje in de media. Je zou al voor minder bij een volgende gelegenheid voor een V-partij stemmen.

zondag, januari 09, 2011

Sp.a grootste bedreiging voor Vlaamse belangen

Niet de PS van Elio di Rupo, noch de cdH van Joëlle Milquet of de MR van Didier Reynders en Olivier Maingain vormen het grootste gevaar voor de Vlaamse belangen. Zij wenden immers niet voor het beste voor te hebben met Vlaanderen en haar bevolking, en niemand die het hoe dan ook zou willen geloven. Anders is het met sp.a en de splinterpartij Groen!, die dat wel proberen voor te wenden, en daarvoor in de overwegend rood-groene media geen tegenwind krijgen. Integendeel zelfs. Of de schade die zij aanrichten uitsluitend te wijden is aan incompetentie, dan wel oneerlijke bedoelingen, is een open vraag.

Telkens ik sp.a-voorzitster Caroline Gennez haar uitleg zie doen over de aan de gang zijnde – of op sterven na dood zijnde – federale regeringsonderhandelingen, slaat de schrik me om het hart. Heeft zij werkelijk geen verstand van zelfs maar de meest essentiële communautaire problemen, of stuurt zij doelbewust aan op een catastrofe voor Vlaanderen? Dat echter zij, samen met Groen!-voorzitter Wouter van Besien, mee aan de onderhandelingstafel zit, en dat de twee daar samen maar liefst de helft van de Vlaamse delegatie uitmaken – in aantal, niet in grootte van de achterban – is absoluut geen goed nieuws voor ieder die het goed voorheeft met Vlaanderen.

Misschien nog het meest storende element daarbij is dat dit duo zijn onzin in de media kan spuien zonder ook maar de minste tegenwind, kritische vraag of opmerking. Meer zelfs, hún mening wordt voorgesteld als de redelijke mainstream, ook al vertegenwoordigen zij samen nog niet eens twintig procent van de Vlaamse kiezers. Durft iemand echter een kritische opmerking te maken over de inhoud van de nota–Vande Lanotte, dan wordt hij of zij prompt door de journalist van dienst in het CD&V- en N-VA-verdomhoekje geplaatst. En hoewel N-VA alleen al bij de laatste verkiezingen meer stemmen wist te verzamelen dan sp.a en Groen! samen, wordt die partij nog steeds voorgesteld als die van de extremistische hard-liners en caractériels. Nochtans mag men gerust aannemen dat de kiezers van Open Vld, Vlaams Belang en LDD een pak dichter bij het standpunt van CD&V en N-VA staan dan dat van sp.a en Groen!, en dat Bart de Wever er dus niet ver naast zit wanneer hij zegt dat hij zo'n tachtig procent van het Vlaamse electoraat vertegenwoordigt.

De paradox in Vlaanderen is echter, dat ook binnen de media een 80/20-verhouding bestaat, maar dan wel één die precies het spiegelbeeld is van de politieke mening van de bevolking. Uit onderzoek blijkt immers keer op keer dan zo'n tachtig procent van de journalisten het bolletje van sp.a of Groen! inkleurt bij de verkiezingen. Ligt daar misschien de verklaring waarom de mening van slechts twintig procent van de bevolking stelselmatig voorgesteld wordt als die van de overgrote meerderheid? En dat men zelfs met graagte de leugens van rood en groen overneemt en dagenlang laat echoën, ook al heeft de rest van de bevolking al lang door dat er geen snars van klopt?

Kijk bijvoorbeeld naar het stukje mediatheater dat de afgelopen week opgevoerd werd naar aanleiding van de nota–Vande Lanotte. Wie een beetje intellectueel eerlijk wil blijven, moet toegeven dat slechts drie partijen, namelijk sp.a – het zou er eigenlijk nog aan ontbroken hebben –, Groen! en Ecolo Ja antwoordden op die nota. Aan Vlaamse kant stonden CD&V en N-VA weigerachtig tegenover die nota, net zoals cdH en PS er feitelijk niet veel pap van lustten. Sp.a-voorzitster Caroline Gennez was er echter, met in haar kielzog Groen!-voorzitter Wouter van Besien, als de kippen bij om in de VRT-studio's rond te toeteren dat maar liefst vijf van de zeven partijen de nota aanvaard hadden. En die boodschap bleef maar weergalmen, zowel op TV als op radio, zonder enige kritische opmerking. Men bestond het zelfs een (waarschijnlijk goed gekozen) «stem uit het volk» aan het woord te laten die het toch wel straf vond dat die twee partijen – CD&V en N-VA dus – nu een akkoord blokkeerden, want, zo vertelde het wicht vanop één of andere markt, «vijf van de zeven is toch een meerderheid». Of hoe tegenwoordig een meerderheid binnen een meerderheid al genoeg is om een Belgisch compromis door te drukken. Een kwart plus één stem is dus al genoeg, tenminste als het maar het juiste kwart is.

Straffer dat, in tegenstelling tot de harde aanpak die enkele CD&V'ers moesten gaan, Caroline Gennez niet aangesproken werd op de inconsistenties in haar verhaal. Of schrijven we misschien liever: leugens. Want enkele dagen later, toen het over de mogelijkheid ging de liberalen bij de onderhandelingen te betrekken, poneerde zij dat zoiets absoluut geen soelaas zou brengen, want de MR was nog wel de eerste Franstalige partij geweest die de nota–Vande Lanotte had verworpen. Pardon, eerste? Moest dat niet «de enige» zijn? En men zou nog kunnen denken dat het een verspreking was, ware het niet dat Caroline Gennez naliet dat punt eens goed in de verf te zetten om het liberale ballonnetje eens goed en definitief te kunnen doorprikken. De journalist van dienst wou er in ieder geval ook niet dieper op ingaan.

Dat de sp.a wel degelijk van een dikke en warme mantel der liefde kan genieten in de media, staat ondertussen als een paal boven water. De adoratie voor Johan vande Lanotte bijvoorbeeld (vergeleken met hem zou koning Salomo maar een achterlijke pummel geweest zijn), in combinatie met de recente hype rond Eva Brems (en reken maar dat we haar vanaf nu gaan tegenkomen in elke mogelijke en onmogelijke shows, spelletjes en praatprogramma's), is gewoonweg om misselijk van te worden. De nota die hij produceerde wordt in de media voorgesteld als een werkstuk van ongekende kwaliteit. De opmerking dat ze onvoldragen zou zijn, zoals de CD&V het formuleerde, zette dan ook bijzonder veel kwaad bloed bij enkele journalisten en politicologen. Ik kan me nochtans niet van de indruk ontdoen dat alvast sommige delen ervan met haken en ogen aan mekaar hangen, en een professor grondwettelijk recht onwaardig zijn. Het is een analyse waar ik overigens geen 48 uur voor nodig had zoals de PS van Elio di Rupo, maar eentje die op vijf minuten gemaakt kon worden. A propos de PS – merkwaardig toch dat zij voor de nota–Vande Lanotte bijna 48 uur nodig had, terwijl dat toen voor de nota–De Wever een pak sneller kon. Waren de specialisten die de nota–De Wever in recordtempo konden analyseren deze keer verhinderd? Ik zou daar wel eens wat meer over willen lezen in onze kwaliteitsmedia.

Hoe dan ook, één van de zaken in de nota–Vande Lanotte die volgens mij meer getuigen van amateurisme dan staatsmanschap, is het hoofdstuk over de samenvallende verkiezingen. Johan vande Lanotte stelt voor dat de federale verkiezingen aan de regionale gekoppeld zouden worden, en dus nog slechts om de vijf jaar gehouden zouden worden (zoals in Cuba). Er zouden in België te veel verkiezingen zijn, heet het, wat de regeringsvorming bemoeilijkt. Het is een stelling waar men in 2007 eventueel nog had in kunnen geloven, maar in 2010, met de volgende nationale, regionale en Europese verkiezingen vier jaar verwijderd in de toekomst, kan die vlieger toch niet meer opgaan als men nog een klein beetje eerlijk wil blijven.

Maar, zo stelt Johan vande Lanotte, als er toch een bijzondere meerderheid in de Kamer gevonden kan worden, zouden er tóch vervroegd federale verkiezingen georganiseerd kunnen worden. En dan komt de vraag: leidt dit dan ook tot vervroegde regionale verkiezingen, die dan losgekoppeld worden van de Europese verkiezingen? Of hebben die tussentijdse verkiezingen geen effect op de datum van de volgende federale verkiezingen, zodat het nieuwgekozen parlement automatisch een kortere termijn krijgt? Of had Johan vande Lanotte gedacht in één moeite niet alleen de regionale parlementen, maar ook het Europees Parlement te ontbinden? Onvoldragen is eigenlijk nog een redelijk milde beoordeling; ondoordacht zou al iets beter passen. Trouwens, de dag dat er wel een meerderheid gevonden wordt om het parlement te ontbinden, maar geen bijzondere, wordt het lachen geblazen, zeker als dat een Vlaamse meerderheid tegen een Franstalige minderheid zou zijn.

Een ander punt waarop Johan vande Lanotte overduidelijk kon profiteren van de sympathie van de bevriende media – en welke media in Vlaanderen zijn eigenlijk niet bevriend met de sp.a? – was het verhaal van zijn zieke moeder. Nu wil ik de ziekte van moeder Vande Lanotte absoluut niet bagatelliseren, en het is nooit een pretje wanneer één van je ouders ziek is, maar toch is er iets merkwaardigs aan de hand met het hele verhaal. Schampere opmerkingen dat de plotselinge ziekte een vertragingsmanœuvre was – na maandenlang doelbewust surplacen toch wel voorspelbaar, zou ik zo denken – werden snel van de hand gewezen als onwelvoeglijk. Maar is het werkelijk zo dat die ziekte nooit gebruikt werd om de eigen agenda vooruit te helpen? Het is toch merkwaardig hoe die ziekte plots acuut werd in de week van de zogenaamde Frankyleaks, waardoor de onderhandelingen even stilgelegd moesten worden, maar dat Johan vande Lanotte wel nog de tijd vond om een wedstrijdje basketbal mee te pikken. Anderzijds lijkt het er sterk op dat de publicatie van het interview van Bart de Wever in Der Spiegel een merkbaar gunstig effect had op de gezondheidstoestand van moeder Vande Lanotte, zij het van eerder korte termijn. Strafst van al vind ik dat koning Albert II het donderdag nodig vond het ontslag van Johan vande Lanotte enkele dagen in beraad te houden, in plaats van het onmiddellijk omwille van humanitaire redenen te aanvaarden. Ik laat het aan de lezer over te oordelen wie de grootste cynicus in het spel is.

Over cynisme gesproken: wat zou eigenlijk het doel van die beruchte Brusselse Metropolitane Zone (BMZ) zijn, die plots in de nota opduikt (en waarover de Vlaamse media liever zwijgen)? Deze zone, eigenlijk de oude Franstalige droom van Le Très Grand Bruxelles herverparkt in de iets meer blitse want Engelse naam Brussels Metropolitan Region, strekt zich aan Vlaamse zijde uit over heel Halle-Vilvoorde, maar wordt aan Franstalige zijde netjes uitgebalanceerd door Waals-Brabant. Op die manier zal de constructie vrijwel zeker nooit door Nederlandstalige meerderheden geplaagd worden, maar kan de Francité wel haar tentakels tot diep in het Vlaamse binnenland uitspreiden. Het is immers de bedoeling dat die Brusselse Metropolitane Zone allerlei bevoegdheden zou krijgen – in het belang van de bevolking, of wat dacht u? –, waardoor de bevoegdheid van de Vlaamse Regering in haar eigen hartland onderuit gehaald wordt. Voeg dit bij de de facto aanhechting van de faciliteitengemeenten bij Brussel, en je vraagt je af waar Johan vande Lanotte zoveel schaamteloosheid vandaan haalt om zijn werk voor te stellen als een evenwichtige nota. De bewering van Caroline Gennez dat Vande Lanottes nota overduidelijk voordelig voor de Vlamingen is, aangezien de Franstaligen er zoveel bezwaren tegen hebben – tiens, werd die nota dan toch niet onvoorwaardelijk aanvaard door PS en cdH? – beschouw ik als de rode sp.a-kers op deze giftige taart van landverraad.

Zou ik echter spoken zien, als ik stel dat het voorstel voor zo'n Brusselse Metropolitane Zone een bewust opgezet spel van de sp.a en Groen! is? Vandaag reeds luidt het dat een splitsing van België niet alleen onwenselijk maar ook onmogelijk is omwille van Brussel, maar wat wordt dat niet met zo'n Brusselse Metropolitane Zone die de Franstaligen dikke vingers in de pap bezorgt tot aan de poorten van Aalst, Dendermonde en Mechelen? En dus ook territoriale claims indien het ooit dan toch tot een scheiding mocht komen? Ik zie hierin een slinkse poging om de prijs voor Vlaamse onafhankelijkheid gevoelig op te drijven, in de hoop dat ze er nooit zou komen. Waarom niet? Om de eenvoudige reden dat men zowel bij sp.a als Groen! goed beseft dat men in een onafhankelijk Vlaanderen niet meer zou zijn dan twee marginale partijen die nog slechts sporadisch aan de macht zouden kunnen komen. Democratisch zijn ze wel, maar alleen als er in België een linkse meerderheid gevormd kan worden om de rechtse meerderheid in Vlaanderen onder de knoet te houden. Is het echt allemaal te ver gezocht, en gaat het alleen maar om totale incompetentie? Het is maar de vraag wat het ergste kwaad van de twee is.

maandag, december 20, 2010

Peiling La Libre Belgique: Status quo

Deze ochtend publiceerde de krant La Libre Belgique de resultaten van een nieuwe peiling. Aan Vlaamse zijde overheerst vooral het status quo, terwijl aan de andere zijde van de taalgrens de lichte vooruitgang van de PS ten koste van Ecolo opnieuw bevestigd wordt.

Aan Vlaamse zijde kan de analyse van deze peilingen eigenlijk zeer kort zijn: vergeleken met zowel de vorige peiling van La Libre Belgique als de verkiezingsuitslagen van 13 juni valt er eigenlijk voor geen enkele partij veel beweging te noteren. N-VA blijft hoge toppen scheren, nog steeds boven de dertig procent, en blijft daarmee afgetekend de eerste partij in Vlaanderen. Verderop volgen CD&V, sp.a, Open Vld en Vlaams Belang, in die volgorde, als middelgrote partijen. Daarna komt Groen!, dat nog steeds stabiel tussen de zeven en de acht procent scoort, terwijl Lijst Dedecker ver onder de kiesdrempel blijft.

Voor de aan de gang zijnde onderhandelingen betekent dit dat geen enkele van de Vlaamse partijen op dit ogenblik veel reden heeft om van strategie te veranderen. Dé hoofdvraag voor deze peiling was of de N-VA nog steeds meer dan dertig procent zou halen, en dat doet ze ook. Het probleem voor die partij is echter wel dat ze op dit ogenblik van een Schrödinger-effect profiteert: net zoals Schrödingers kat zijn de regeringsonderhandelingen zowel levend als dood, en kan de partij dus van twee walletjes blijven eten. Of in N-VA-jargon: zowel de Noord- als de Zuid-flank bedienen. Of dit ook zo blijft als de partij in een federale regering stapt, of zich terugtrekt uit de onderhandelingen, is een open vraag. Het risico dat de partij onmiddellijk zo'n vijf procent van haar kiezers verliest, welke keuze ze ook maakt, is uiterst reëel.

Aan Franstalige zijde valt er iets meer beweging te noteren, al blijven ook daar de verschuivingen uiterst beperkt. De PS gaat lichtjes vooruit vergeleken met de laatste verkiezingen, maar lichtjes achteruit vergeleken met de vorige peiling van La Libre Belgique. Die vooruitgang lijkt in de eerste plaats ten koste van Ecolo te gaan, want zowel MR als cdH blijven nagenoeg stabiel. De PP blijft opnieuw ver onder de kiesdrempel, terwijl FN een kleine opflakkering kent.

De vorige peilingen zorgden voor enige nervositeit aan Franstalige zijde, omdat zowel cdH als Ecolo het gevoel hadden opgeslokt te worden door de PS. Aan die situatie verandert weinig of niets, en daarom hoeft men aan Franstalige zijde geen nieuwe strubbelingen te verwachten. Dat neemt niet weg dat zowel bij PS als cdH de vrees zal blijven dat Ecolo opnieuw zou kunnen groeien als die partij federaal in de oppositie belandt, en dat verklaart de herhaalde Franstalige vraag om Ecolo toch maar in de regering te kunnen opnemen.

Bijlage: Overzicht van alle peilingen in Vlaanderen sedert 2004 en alle peilingen in Wallonië sedert 2006 (PDF).