Posts tonen met het label Segers | Jan. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Segers | Jan. Alle posts tonen

vrijdag, november 16, 2007

Elio di Rupos respect voor Vlaanderen

Elio di RupoElio di Rupo schreeuwt, na de niet-benoeming van enkele Franstalige burgemeesters-recidivisten door Marino Keulen, moord en brand, en gaat zelfs een lijstje opstellen van eden die de Vlamingen aan hem en zijn volksgenoten zullen moeten betuigen om het «respect tegenover de Franstaligen» te herstellen. Maar hoe zit het eigenlijk met zijn respect voor de grenzen van de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest?

Elio di Rupo was donderdagochtend te gast bij RTBf om commentaar te geven bij de actualiteit. Tijdens het persoverzicht (La Revue de la Presse Belge) kwam uiteraard de zaak van de burgemeesters uit de Rand ter sprake, en liet hij diep in zijn kaarten kijken wat betreft zijn respect voor de territoriale integriteit van het Vlaamse Gewest en de Vlaamse Gemeenschap. Kort samengevat: Elio di Rupo beschouwt zowel de Rand als Voeren nog steeds als een onderdeel van Wallonië, zoals duidelijk op te maken valt uit zijn emotionele uitval (te horen [MP3] na ongeveer 4 m 40 s):
Et quand on parle des francophones en général, qu'ils soient de Bruxelles, de Wallonie, de la Périphérie, des Fourons, ce sont des belges, des gens qui parlent leur langue dans leur pays, dans notre pays, et donc ils ont des droits, des droits démocratiques. Ce qui est terrible avec les bourgemestres, c'est que, ils ont été élus, élus par les citoyens dans notre propre pays et ils parlent notre langue, ils n'ont rien, ils ne font mal à de personne et ils ne peuvent pas exercer leur fonction avec la nomination, c'est quelque chose inimaginable, et ça, ont doit pouvoir l'expliquer aux démocrates flamands, parce que je reste convaincu que de l'autre côté de la frontière il y a encore quelques personnes raisonables, il faut discuter avec ces personnes raisonables.
Is het aan deze man, die nog niet eens de taalgrenzen wenst te respecteren («notre propre pays»), dat wij ons respect zullen moeten betuigen in de hoop dat we zijn Sociale Zekerheid verder zullen mogen blijven betalen? (Zal dat ook op zijn lijstje staan?) Het valt trouwens op hoe taalnationalistisch («notre langue») Elio di Rupo is: het volstaat blijkbaar Franstalig te zijn om waar dan ook in de wereld speciale «democratische» rechten te verwerven, namelijk het recht om overal en steeds Frans te mogen spreken. Of de Vlamingen die zich de laatste jaren in Waals-Brabant zijn gaan vestigen evenveel democratische rechten hebben om Nederlands te spreken is waarschijnlijk een domme vraag – het democratische recht om verfranst te worden en nooit nog een woord Nederlands te spreken zullen zij in ieder geval wel hebben. Dat een ambtenaar aan het gemeenteloket ergens in Wallonië plots zijn Nederlands zou moeten bovenhalen voor zo een boerke dat niet gesnapt heeft dat hij in «notre propre pays» is komen wonen, is waarschijnlijk een krenking van de mensenrechten van… die ambtenaar, of wat had je soms gedacht?

Elio di Rupo schijnt echter de hoop nog niet opgegeven te hebben dat er in Vlaanderen nog idioten te vinden zouden zijn die met plezier de rode loper uitrollen voor Franstalige kolonisten wanneer zij ergens komen neerstrijken in een Vlaamse gemeente. Hij heeft natuurlijk gelijk: zowel Brigitte Raskin als Jan Segers zijn zelfs bereid een paar Vlaamse gemeenten te verkopen, pardon, gratis weg te geven aan de Franstaligen, maar waarom of wat hij met deze collaboristen zou willen discussiëren ontgaat mij volledig: die zitten immers al volledig in zijn zak. Erger voor Elio di Rupo is echter dat er van dit soort collaboristen steeds minder exemplaren rondlopen. Zelfs Mia barones Doornaert is hem spuugzat, in die mate zelfs dat ook zij stilaan begint in te zien dat er met de Franstaligen geen land meer te bezeilen valt. De volgende passage van haar hand zou eigenlijk ingekaderd moeten worden om naar Laken te sturen, al vrees ik dat men daar de boodschap niet zal willen begrijpen ook al komt ze van een barones:
En wat ik spuugzat ben –ras-le-bol– zijn de voortdurende Franstalige beschuldigingen, die overigens niet beperkt blijven tot de PS, over het zogenaamde imperialisme van de Vlamingen. Bij mijn weten zijn het niet de Vlamingen die de taalgrens voortdurend negeren en aanvechten.

Ik ben het spuugzat dat vele Franstaligen zich wetens en willens in Vlaanderen blijven vestigen,maar dan niet het elementaire respect voor afspraken en hun omgeving opbrengen door Nederlands te leren. Neem bijvoorbeeld Dilbeek, waar steeds meer Franstaligen zich vestigen. Het stoort me telkens weer hoe ze, als in veroverd terrein, winkels binnenkomen en in het Frans beginnen, zonder zelfs de elementaire beleefdheid om ten minste te vragen «spreekt u Frans»? En voor we het weten, is er een beduidende Franstalige «minderheid» die faciliteiten en later aansluiting bij Brussel gaat eisen. En die dan de Vlamingen voor imperialisten of fascisten zal uitmaken als zij respect voor de taalgrens vragen.

maandag, september 24, 2007

Pavia-onzin over separatisme in de Rand

Wat als: de Rand sluit zich aan bij Wallo-BruxDe «Vlamingen» die vinden dat Vlaanderen grootmoedig moet zijn en voor nog één keer, deze keer de allerlaatste keer, grondgebied moet afstaan aan de Franstaligen, moeten het kaartje hiernaast eens goed bekijken, want dat is de consequentie van hun voorstel: een grote hap uit Vlaanderen die nooit nog hersteld zal kunnen worden. De Franstaligen weten immers verduiveld goed waarom ze Brussel-Halle-Vilvoorde niet willen splitsen zonder compensaties die internationaal gebruikt zullen kunnen worden om nog zoveel mogelijk grondgebied van Vlaanderen af te snoepen bij een eventuele onafhankelijkheidsverklaring. Philippe van Parijs toonde dat vandaag duidelijk aan in De Standaard.

Als Brigitte Raskin verleden week al iets bewees, dan wel dat zij absoluut geen kaas gegeten heeft van geo-politiek in het algemeen en de Belgische communautaire zaken in het bijzonder. Ofwel is zij volkomen naïef, ofwel crimineel naïvistisch, maar hoe dan ook zou zij zich in de toekomst beter onthouden van welke commentaar dan ook over dingen die niet rechtstreeks iets te maken hebben met haar schrijfmachine of vulpen. Dat laatste geldt ook voor Jan Segers, die eerder in Het Laatste Nieuws al een even crimineel voorstel lanceerde om Linkebeek over te leveren aan het «tweetalige» Brussel.

Aan de andere zijde treffen we dan weer Philippe van Parijs aan die vandaag in De Standaard de Vlamingen probeert wijs te maken dat ze een groot deel van Vlaams-Brabant zullen verliezen bij een eventuele onafhankelijkheid. (De krant vergat overigens toevallig te vermelden dat hij één van de twee woordvoerders van de beruchte Paviagroep is.) Hij probeert het bovendien zo voor te stellen dat er «geen enkel geloofwaardig geweldloos scenario voor de opsplitsing van België bestaat waarin Vlaanderen met Brussel zou vertrekken». Misschien begrijp ik hem wel helemaal verkeerd, maar zou hij werkelijk menen dat hij verwacht dat als Brussel voor Vlaanderen zou kiezen, de Franstaligen desnoods geweld zullen gebruiken om dat tegen te houden? Of wat probeert hij eigenlijk te suggereren?

Hoe dan ook, de twee scenario's die hij uitwerkt zijn, in een internationale context gezien, klinkklare onzin, die geen ander doel kunnen hebben dan de Vlamingen de daver op het lijf te jagen en te doen plooien voor de huidige Franstalige eisen, namelijk een status quo. Het eerste scenario is er één waarbij zo'n zestig procent van de inwoners van België zich zou afscheuren van de overige veertig procent, en daarvoor door de Europese Unie verplicht zouden worden om zware financiële compensaties te betalen. Het getuigt in ieder geval van weinig respect voor het zelfbeschikkingsrecht der volkeren wanneer volkeren dat recht moeten afkopen met miljarden euro's, a fortiori wanneer het gaat over een meerderheid die zich «afscheurt» van een minderheid. Maar het wordt nog gekker: aangezien Vlaanderen in dat geval het zelfbeschikkingsrecht der volkeren heeft gebruikt, zou de Europese Unie Vlaanderen verplichten in de grensgemeenten referenda te organiseren, zeg maar het zelfbeschikkingsrecht der dorpen en gemeenten in de praktijk te brengen. Philippe van Parijs werkt dit deel van zijn scenario echter niet verder uit, maar het ware interessant geweest te weten of dorpen en gemeenten die er zouden voor kiezen bij «België» te blijven ook recht zouden geven op een korting op de financiële compensaties die Vlaanderen verplicht zou worden te betalen aan dat «België». En waarom stopt Philippe van Parijs bij dorpen en gemeenten, daarbij het zelfbeschikkingsrecht der wijken, gehuchten, straten, steegjes en woningblokken zomaar naast zich neer leggend? Ik ben geen zeventalige professor in Louvain-la-Neuve én Harvard, en moet het er dus wel met de paplepel ingegeven krijgen.

Hoe dan ook, stel dat we de fusie van 1977 dan toch als een fait accompli zouden beschouwen, en de referenda dus wel degelijk per gemeente worden georganiseerd, dan is het zeer de vraag of de Europese Unie daar wel zo opgezet mee zou zijn. Dat de regeringen van meerdere lidstaten uit vrees voor de eigen minderheden niet bepaald een gat in de lucht zullen springen wanneer Vlaanderen dan toch eindelijk zijn onafhankelijkheid uitroept staat buiten kijf, maar onaanvaardbaar zal die onafhankelijkheid geenszins zijn. Integendeel: die onafhankelijkheid erkennen en zo snel mogelijk tot de orde van de dag weerkeren is al een veel realistischer scenario. Referenda in grensgemeenten daarentegen, vergeet dat maar. Als er één ding is waar de Europese Unie zich zal voor willen hoeden, dan wel dat het een precedent zou scheppen dat door een Hongaarse burgemeester in een Roemeense grensgemeente (om maar iets te noemen) aangegrepen zou kunnen worden om ook een referendum te organiseren. Als Vlaanderen onafhankelijk wordt, dan zal het wel degelijk volgens de huidige gewestgrenzen zijn, en niet anders, tenzij enkele idioten (en ik druk me dan werkelijk heel vriendelijk uit) van het slag van een Brigitte Raskin of een Jan Segers eer het zover is die gewestgrenzen nog zouden weten te veranderen.

Is het eerste scenario met referenda in de grensgemeenten weinig realistisch, ook al zullen de Franstaligen wel degelijk een poging wagen en weten ze wat ze doen als ze de randgemeenten op één of andere manier aan Brussel willen binden, het tweede scenario dat Philippe van Parijs voorstelt is echt helemaal te gek om los te lopen: gemeenten die kunnen kiezen tussen een aanhechting bij Brussel, Vlaanderen of Wallonië, en waarbij na een eventuele overgang de nieuwe grensgemeenten op hun beurt een referendum kunnen organiseren. En, «als we niet opletten, zou het domino-effect de grenzen van Brussel wel eens verder dan Leuven of Louvain-la-Neuve kunnen verleggen,» droomt hij lustig verder. Welke paddestoelen hij dit week-end gegeten heeft weet ik niet, maar ik kan me voorstellen dat een paar Europese regeringen hem bijzonder graag zullen zien afkomen met zulk scenario. Tjonge toch. Ik krijg de laatste dagen mails van Franstaligen die mij aanraden een nieuwe atlas te kopen en klagen dat mijn kaartjes niet realistisch zijn aangezien ze de randgemeenten consequent bij Vlaanderen houden, maar dit scenario van Philippe van Parijs slaat werkelijk alles met meerdere lengtes voorsprong.

Helemaal gênant wordt het trouwens op het einde, wanneer de Pavia-kat op de koord komt en Philippe van Parijs een derde scenario voorstelt, iets beters dan dat verderfelijke separatisme: «het scenario van een federaal België met drie gewesten die van een grote autonomie genieten, trots zijn op zichzelf en respect hebben voor elkaar, en met een slanke maar krachtige federale overheid die electoraal verantwoordelijk is voor het hele land». En welke autoriteit heeft daar eerder ook al op gewezen? Collega-professor Marc Hooghe. Heeft hij waarschijnlijk Philippe van Parijs in het oor gefluisterd tijdens één van de Pavia-vergaderingen, want ook Marc Hooghe is natuurlijk lid van die «denktank». Het zal alleen niet de bedoeling zijn dat de lezer dat verband tussen Marc Hooghe en Philippe van Parijs kent, want het verraad meteen de échte agenda van de twee heren, en dat is er geen van het brengen en objectief verkennen van realistische scenario's voor de toekomst van België.

zaterdag, september 01, 2007

Vlaamse en Franstalige «redelijkheid»

Brussel-Halle-VilvoordeMCC-voorzitter Gérard Deprez wil zich voordoen als de redelijkheid zelve, en zet zich af tegen het discours van FDF-tegenhanger Olivier Mangain. En inderdaad, wat kan een zinnig mens nu hebben tegen een splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde op een manier zodat de Vlamingen zo weinig mogelijk zetels zouden halen, zoals hij voorstelt? Nog een collega van hem, Joëlle Milquet van de cdH, vindt dan weer dat de staatshervorming slechts een bijkomstigheid is, en blokkeert daarom de vorming van een oranje-blauwe coalitie zodat België op zijn grondvesten davert. Jan Segers van zijn kant laat dan weer in Het Laatste Nieuws zien wat Vlaams-intellectuele redelijkheid is: hij is bereid zevenhonderd Vlamingen te slachtofferen in ruil voor de toepassing van de Grondwet. In welk ander land kan een journalist zoiets schrijven zonder zijn job te verliezen?

In een interview met La Libre Belgique zet Gérard Deprez zich in krasse bewoordingen af tegenover Olivier Maingain over de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde, maar wat stelt hij eigenlijk precies voor? Een nauwkeurige lezing toont aan dat Gérard Deprez zich in het interview in het beste geval voordoet als een wolf in schaapsvacht, maar nog steeds een wolf dus:
Des conditions minimales doivent être rencontrées : que tous les francophones de l'actuel arrondissement de Hal-Vilvorde puissent continuer à voter pour des francophones et que toutes les voix francophones soient comptabilisées pour permettre d'avoir un maximum d'élus francophones. Pour Olivier Maingain, il faut en plus une extension de Bruxelles.
In tegenstelling tot Olivier Maingain eist hij dus geen uitbreiding van het Brusselse Gewest, maar zijn «minimale voorwaarden» om Brussel-Halle-Vilvoorde te splitsen zijn toch ook niet van de poes. Ten eerste eist hij dat alle Franstaligen zouden kunnen blijven stemmen voor Franstalige partijen. Dat is op zich geen probleem: voor het Vlaamse Parlement en de provincie Vlaams-Brabant kunnen de Franstaligen zonder probleem op het UF stemmen, maar vermoedelijk is het dat niet wat hij bedoelt, maar wel een soort inschrijvingsrecht dus. De tweede eis is echter ronduit grotesk: de stemmen voor de Franstalige partijen moeten op zo'n manier geteld worden dat er een maximaal aantal Franstalige zetels uit de bus komen. Combineer dit met het feit dat verkiezingen een zero sum game zijn –het totale aantal zetels ligt immers op voorhand vast– en de keerzijde van zijn eis wordt onmiddellijk duidelijk: hij wil dat de stemmen zo geteld worden dat er zo weinig mogelijk Vlaamse zetels gevormd worden. Eerste bedenking: kan zo'n voorstel werkelijk binnen het democratische kader gerekend worden? Tweede bedenking: wat gaat het Arbitragehof hier van vinden? Derde bedenking: het zou er nog aan ontbreken dat Gérard Deprez daar bovenop nog een uitbreiding van het Brusselse Gewest zou eisen. Ik weet eerlijk gezegd niet of de eis van Olivier Maingain dan werkelijk zoveel onredelijker is dan de voorwaarden van Gérard Deprez.

Nog iemand die er iets van afweet om schijnbaar één ding te zeggen maar in feite precies het omgekeerde vertelt is Joëlle Milquet. Op een partijdag van de cdH wist zij te vertellen dat het institutionele slechts bijkomstig is, en dat het dringend tijd wordt om over de essentiële dingen te spreken. Merkwaardige stelling is dat uit de mond van precies die onderhandelaar die de formatiepoging van Yves Leterme kelderde met haar weigering toe te geven op… ja, een bijkomstigheid dus. Als Joëlle Milquet werkelijk meent dat het institutionele slechts een bijkomstigheid is, zou zij zo snel mogelijk één of andere cursus onderhandelingstechnieken moeten volgen: bijkomstigheden zijn immers geen breekpunten in een onderhandeling, maar die punten waarop je toegeeft om andere, voor jou essentiële punten uit de brand te slepen. Als Joëlle Milquet het werkelijk meent, zou zij dus moeten toegeven op àl het institutionele om zoveel mogelijk sociaal-economische punten in het regeringsakkoord te kunnen krijgen waarmee zij in 2009 zou kunnen uitpakken en glansrijk de regionale verkiezingen kan winnen. Of zou het kunnen dat zij met haar uitspraak nogmaals bevestigt dat het institutionele wel degelijk essentieel is voor haar en haar partij? Ik zou trouwens graag zien dat één van de Vlaamse onderhandelaars haar eens op haar woord neemt over wat nu werkelijk essentieel en bijkomstig is.

Tot slot Jan Segers in Het Laatste Nieuws dan. Wat bezielt die man eigenlijk te schrijven wat hij schrijft?
Het pad van de verkenner is dus smal, zijn onderhandelingsmarge miniem. Elke zwaar symbolische toegift is onbespreekbaar voor de Vlamingen, hoe miniem de impact daarvan op het dagelijkse leven ook mag zijn. Stel de flaminganten mogen nu even huiveren dat je in ruil voor de splitsing van de kieskring onder meer een kleine faciliteitengemeente als Linkebeek toch toevoegt aan het tweetalige Brussel en dus raakt aan het heilige Vlaamse grondgebied, wat betekent dat dan? Dat zowat 700 Vlamingen want alle andere inwoners van Linkebeek spreken Frans voortaan officieel in een tweetalige gemeente wonen. Is dat de ultieme definitie van onleefbaarheid?
Het is precies dit soort volksverraad –want kan men het eigenlijk iets anders noemen?– waar de Franstaligen op gokken met hun onverzettelijke houding: dat de Vlaamse «elite» uiteindelijk tot dit soort van «redelijkheid» zou komen waarbij men ocharme amper zevenhonderd Vlamingen overlevert aan de Brusselse tweetaligheid voor de lieve vrede. Waar legt Jan Segers trouwens de grens? Van zevenhonderd Vlamingen maakt hij geen probleem, maar wat met duizend Vlamingen? Of zevenduizend? Als er één faciliteitengemeente vanaf kan, waarom dan ook geen tweede? Of een derde? De ultieme definitie van de onleefbaarheid is dat inderdaad niet, en vergeleken met misdaden tegen de menselijkheid zoals het vragen aan Franstaligen om toch maar een mondje Nederlands te leren en de territoriale integriteit van het Vlaamse Gewest te erkennen valt dat inderdaad in het niets. Ik weet echter één ding: de meest extremistische Franstalige expansionist heeft oneindig keer meer respect voor Bart de Wever van de N-VA en de aanhangers van Vlaams Belang en Lijst Dedecker dan het soort intellectuele pantoffeldiertjes als een Jan Segers die vrijwillig faciliteitengemeenten in het uitstalraam legt omdat hij niet het minste greintje zelfrespect bezit en daardoor niet beseft wat voor onzin hij op papier zet. Dat grondgebied overal en per definitie heilig is schijnt hij niet te beseffen; de Franstaligen beseffen het des te beter. Misschien zal hij het beseffen wanneer de Franstaligen de gemeente waar hij woont «tweetalig» willen maken, maar ik hoop voor hem dat het nooit zover zal moeten komen.