Drie maanden nadat Alexander Basha de toelating kreeg overgeplaatst te worden zodat hij de Israëlische ambassade niet hoefde te bewaken, is er in Groot-Brittannië een nieuwe politierel in de maak: een moslim-agente weigerde tijdens een ceremonie de hand van Sir Ian Blair, hoofd van de politie, te schudden omdat dat strijdig was met haar geloof. Sir Ian Blair was naar verluidt not amused. Voor de agente is de zaak nochtans eenvoudig: zij is een vrouw, en Sir Ian Blair is een man die geen naaste familie is en waarmee ze ook niet getrouwd is, en dus weigert ze hem aan te raken. Om de sfeer voor de anderen op de ceremonie niet te verpesten werd aan haar verzoek om de politiebaas niet de hand te moeten schudden gehoor gegeven, maar Sir Ian Blair vroeg zich wel af of haar verzoek eigenlijk wel ernstig te nemen valt. Hoe zij haar functie naar behoren kan uitvoeren als zij geen fysiek contact mag hebben met mannen is ook maar de vraag.
Een vertegenwoordiger van de politie heeft ondertussen al laten weten dat indien de vrouw, omschreven als een «niet-Aziatische moslim» en op de ceremonie aanwezig in hijab-uniform, haar job niet correct uitvoert ontslagen zal worden. Dat zou er inderdaad nog aan ontbroken hebben. Verder heeft de Metropolitan Police Service al een onderzoek ingesteld om na te gaan wat er precies gebeurd is en wat de gevolgen ervan zijn. Eén zaak is alvast duidelijk: men heeft hier alweer een precedent geschapen, maar misschien zal men de volgende keer toch iets beter voorbereid zijn wanneer men tijdens een politieceremonie plots geconfronteerd wordt met de multiculturele samenleving.
Ondertussen hebben verscheidene moslimleiders de agente reeds in verdediging genomen. Massoud Shadjareh, voorzitter van de Islamic Human Rights Commission is één van hen. Hij bevestigd dat vrouwen, wanneer ze mogelijkheid hebben, zoveel mogelijk fysiek contact met mannen moeten vermijden. In de context van hun beroep zou dat echter geen problemen mogen opleveren. Volgens hem is het probleem dus eerder één van culturele en religieuze onwetendheid en berust de zaak dus op een misverstand. De vrouw bevestigde trouwens zelf ook dat zij haar politiefunctie vóór haar geloof zal plaatsen, maar hoe dit allemaal praktisch zal verlopen wanneer zij bijvoorbeeld een man in de boeien moet slaan is toch maar één grote vraag. Massoud Shadjareh voegde trouwens aan zijn betoog nog toe dat het geven van een hand niet iets is dat een relatie maakt of breekt. Waarom er dan voor een vrouw zoveel kwaad zou kunnen schuilen in het schudden van de hand van een vreemde man vertelde hij er echter niet bij.
Het Litouwse Parlement, de Seimas, nam op 16 januari een resolutie aan waarin het compensaties eist voor de Sovjet-Russische inval van 1991. Op 13 januari van dat jaar bestormden troepen de TV-toren in de hoofdstad Vilnius, terwijl duizenden ongewapende Litouwers hand-in-hand het gebouw probeerden te verdedigen. Dertien mensen kwamen om, honderden raakten gewond. Voor alle duidelijkheid: op 13 januari 1991 was het niet de vandaag in het Westen zo verguisde president Vladimir Poetin die de dienst uitmaakte in het Kremlin, en het was ook Boris Jeltsin niet die in benevelde toestand een inval in Litouwen beval. De Sovjet-Unie bestond toen nog, ook al liep die unie stilaan op haar laatste benen, en aan het hoofd ervan zat, inderdaad, nog steeds Michail Gorbatsjov. Amper een maand eerder had hij in Oslo nog de Nobelprijs voor de Vrede in ontvangst genomen! Veel rekenschap voor de inval in Litouwen en de doden die daarbij vielen heeft hij in het Westen dus nooit moeten geven. De inval kwam trouwens slechts enkele dagen na een ultimatum van Gorbatsjov aan het adres van Litouwen om de Grondwet van de Sovjet-Unie te respecteren en de onafhankelijkheidsverklaring van 11 maart 1990 in te trekken. Een maand later, op 9 februari 1991, zou 90,47% van de Litouwers in een referendum voor de onafhankelijkheid stemmen, en later die maand was de de facto onafhankelijkheid van Litouwen al erkend door een hele reeks landen. Estland en Letland volgden snel het voorbeeld van Litouwen, en vandaag maken de drie landen deel uit van de Europese Unie.
Zestien jaar later zijn er echter nog altijd geen compensaties betaald voor de slachtoffers van de inval, en blijven de gebeurtenissen voor conflicten zorgen tussen Litouwen en Rusland. Internationaal wordt de Russische Federatie immers erkend als de rechtmatige erfgenaam van de Sovjet-Unie, en daarom stuurt Litouwen zijn schadeclaim ook richting Moskou. In 2000 schatte een speciale regeringscommissie de schade die door de Sovjet-Unie werd berokkend aan Litouwen op meer dan 28 miljard dollar voor de hele vijftigjarige bezetting. De rekening die het Litouwse parlement deze maand naar Moskou stuurde spreekt dan weer van een bedrag van 24 miljard euro. Reeds in 1992 stemde Litouwen in een referendum over het vorderen van compensaties, maar tot nu toe kwam van terugbetalingen nog niets terecht.
Integendeel zelfs: aan Russische kant is men hoegenaamd niet opgezet met het nieuwe initiatief vanuit Litouwen. De liberaal-democraat Vladimir K. Goesev (LDPR), ondervoorzitter van het comité voor economische zaken in de Russische Federatieraad
zei in een reactie dat «de politici, voor ze de resolutie hadden gestemd, eerst eens hadden moeten berekenen hoeveel de voormalige Sovjet-Unie in de ontwikkeling van Litouwen geïnvesteerd heeft». Volgens hem is Litouwen een veelvoud van de schadeclaim aan Rusland verschuldigd voor de opbouw van twee derde van de industrie in Litouwen, daaronder de petrochemische industrie, de zeehaven van Klaipėda en verscheidene wapenfabrieken.
Valeri T. Kadochov, ondervoorzitter van het comité voor buitenlandse zaken en regionaal beleid in dezelfde Federatieraad, deelt Goesevs mening. «Als we Seimas' redenering helemaal doortrekken, zou de schade berekend moeten worden vanaf het Litouwse Grootvorstendom dat regelmatig rooftochten organiseerde in Rusland.» Ook het Russische Ministerie van Buitenlandse Zaken was niet onder indruk van de Litouwse resolutie, en noemde haar in strijd met de wettelijke, historische en politieke realiteit.
Deze morgen was het voorpaginanieuws: «een» Gentse allochtoon daagt Eerste Minister Guy Verhofstadt en Minister van Maatschappelijke Integratie Christian Dupont voor de rechter omdat hij praktijktests eist. Van die allochtoon krijgen we wel een naam, een leeftijd en een foto voorgeschoteld, en dat hij dus een autochtone vriendin heeft, maar enige verdere achtergrond was blijkbaar niet nodig. Of niet gewenst. Kort zoekwerk op het internet levert nochtans een interessant feitje op. Volgens De Standaard heet de man dus Abdelani Sarrokh. Voor de verkiezingen van 2004 voor de Vlaamse Raad prijkte er echter een zekere Abdel Ani Sarrokh (let op het kleine verschil in schrijfwijze dus) op de vijfde plaats van de lijst van de MDP voor Oost-Vlaanderen, en haalde er wel 92 voorkeurstemmen. MDP staat voor «Moslim Democratische Partij», de opvolger van de AEL van Dyab Abou Jahjah nadat zijn haring niet echt braadde met de lijst RESIST in samenwerking met de PvdA in 2003. Volgens La Libre Belgique werd de genaamde Abdel Ani Sarrokh geboren op 8 juni 1979, wat hem vandaag 27 jaar oud maakt, mooi in overeenstemming met de leeftijd die De Standaard ook opgeeft.
Volgens de VRT zou de klacht van Abdel Ani Sarrokh door de Gentse politie geseponeerd zijn, en is het parket er formeel over dat er van racisme geen sprake was. Zou het kunnen dat het lidmaatschap van de MDP een hint geeft over in welke richting men dan eventueel wel zou moeten zoeken? Ik weet het niet, maar het feit dat hij de toegang geweigerd werd, niet door een autochtone maar een allochtone portier die bovendien afkomstig is uit zijn eigen buurt doet toch ook zeer de wenkbrauwen fronsen. Zou het kunnen dat die portier hem weigerde niet omwille van zijn afkomst, maar omdat hij Abdel Ani Sarrokh kende en wist wat voor vlees hij met hem in de kuip had? Best mogelijk dat Sarrokh volkomen onschuldig is, maar op een manier passen de puzzelstukjes toch wel mooi in mekaar. En als men wel militanten van het Vlaams Belang massaal uit de vakbond mag smijten, waarom zou een dancing dan geen AEL- of MDP-militanten de toegang mogen weigeren?
En zo zit ik nog met twee vragen. Abdel Ani Sarrokh werd tot tweemaal toe de toegang tot de dancing geweigerd, terwijl zijn vriendin wel binnen mocht. Waarom heeft die vriendin niet haar hoofd eens binnen in die dancing gestoken om te kijken hoeveel allochtonen daar rondliepen? Een eenvoudige foto van een dancing met een 100% autochtoon publiek zou in een latere eventuele rechtszaak toch wel wonderen kunnen doen, zou ik denken. En mijn tweede vraag is waarom het koppel niet zelf een privé-praktijktest organiseerde door bijvoorbeeld een broer, een zus of een allochtone kameraad op te trommelen om te controleren dat allochtonen wel degelijk consequent de toegang geweigerd werden. Het had zelfs niet eens dezelfde dag moeten zijn: een week-endje later zou aan de zaak niets veranderd hebben, integendeel zelfs. Makkelijk zat met andere woorden, misschien zelfs iets te gemakkelijk. Of zou Sarrokh geen zussen of broers, neven of nichten hebben, en al helemaal geen allochtone kameraden? (En die van de MDP dan?)
En nog eentje, om het af te leren. De portier was zelf een allochtoon. Aan wat voor racisme lijdt de eigenaar van die dancing eigenlijk, als hij geen allochtone klanten in zijn zaak wil zien, maar wel allochtonen tewerk stelt, ja zelfs als portier? Het is immers zowat de meest zichtbare positie die je je in een dancing kan inbeelden, en na de beheerder van de kas misschien wel die personen waar je het meeste vertrouwen in dient te hebben als je wil dat je zaak een beetje draait. Immers, als de portiers het laten afweten of je een loer willen draaien ben je volkomen gezien en kan je alleen nog maar wensen dat je nooit met een dancing begonnen was. Misschien een overweging die ze bij de politie en het parket ook gemaakt hebben.
Ik krijg met andere woorden kop noch staart aan het racismeverhaal dat Abdel Ani Sarrokh, zijn advocaat en Divers & Actief hier proberen te verkopen. Meer zelfs, ik heb zwaar de indruk dat men heel Vlaanderen om de tuin probeert te leiden om op amper een paar maanden van de federale verkiezingen de praktijktests er doorgedrukt te krijgen, vóór de paarse regering voorgoed verdwenen zal zijn. De gretigheid van SPIRIT spreekt in ieder geval boekdelen.
Onder de titel «Kiezers nog laten genieten van paars», beviel Didier Reynders voor de microfoon van de VRT van volgende uitspraak: We hebben een zeer goede ploeg en met zo'n ploeg moeten we minstens tot in juni kunnen doorgaan.
De vraag van één miljoen is dan natuurlijk: waarom dan toch niet helemaal tot 24 juni?
Hoogmoed komt voor de val, zegt een Vlaams spreekwoord. Of Didier Reynders en met hem de Franstaligen over enkele maanden een pijnlijke val zullen meemaken is zeer de vraag; de hoogmoed is er in ieder geval vandaag al. En mensen met hoogmoed willen wel eens diep in hun kaarten laten kijken, zoals Didier Reynders dit week-end deed in een interview met De Standaard. Gaan we eerst eens een paar weken terug, naar eind november, toen Johan vande Lanotte, voorzitter van de sp.a, als een donderslag bij heldere hemel van de vaststelling beviel dat de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde geen Vlaams probleem meer was, maar een Franstalig. Het is maar hoe je je waar verkoopt natuurlijk, maar de professor grondwettelijk recht vergat in zijn betoog te vertellen op welke manier Brussel-Halle-Vilvoorde een probleem voor de Franstaligen zou kunnen vormen. Omdat ze daardoor ook tot aan de poorten van Aalst en Mechelen stemmen moeten gaan ronselen, of erger nog, door die stemmen extra zetels in de Kamer moeten opvullen? Ze liggen er ongetwijfeld nu al wakker van. Of omdat verkiezingen met een ongesplitst Brussel-Halle-Vilvoorde onwettig zouden zijn? Alsof de Franstaligen zich van dat laatste ook maar ene moer zouden aantrekken: als puntje bij paaltje komt is het immers de Kamer die de verkiezingen voor geldig verklaart, en ik durf er gif op innemen dat de partij van Vande Lanotte er zich niet op zal laten betrappen de komende onwettige verkiezingen ongeldig te laten verklaren.
Het is daarom ook dat Didier Reynders er behoorlijk gerust in is en languit in zijn zetel kan uitzakken tijdens het interview met De Standaard. Van enige commotie rond Brussel-Halle-Vilvoorde heeft hij het afgelopen jaar niets gemerkt, stelt hij vast, en gelijk heeft hij. Hij vergist zich echter wel op een ietwat opmerkelijke manier wanneer hij denkt dat de provincie- en gemeenteraadsverkiezingen het juiste forum zouden geweest zijn voor verdere acties van de burgemeesters – helemaal thuis in de materie schijnt hij dus toch niet te zijn.
Zijn analyse is echter wel pijnlijk scherp waar het over de CD&V en haar communautair gedrag gaat. Partijvoorzitter Frank Vanhecke van het Vlaams Belang zou het niet beter kunnen zeggen (maar dan zou het ook niet in De Standaard hebben gestaan, denk ik): […] agressieve voorstellen […] soms –niet alle dagen– van Yves Leterme. De communautaire standpunten die bijvoorbeeld CD&V op de VRT vertolkt, verschillen nogal van wat die partij op de RTBf vertelt.
En nog: […] ik zal wel wachten op de communautaire standpunten van CD&V tot ná de verkiezingen. Dat is altijd zo geweest met de CVP: je moet niet te veel luisteren naar wat ze zeggen voor de verkiezingen, van belang is wat erna komt.
Het gebeurt niet vaak dat ik het eens ben met Didier Reynders, maar deze keer slaat hij toch wel spijkers met koppen. En als ik overweeg dat hij met dit discours eigenlijk niet veel te winnen heeft, tenzij hij bewust stemmen die de paarse partijen in Vlaanderen verliezen niet naar het Vlaamse Kartel maar naar het Vlaams Belang wil jagen, kan ik niet anders dan tot het besluit komen dat er enige hoogmoed in het spel is en hij verder niets anders dan de waarheid vertelt, toch gezien vanuit zijn Franstalig perspectief. Toch eens iets waar de Vlaamse kiezer over zou moeten nadenken de komende maanden.
Eén van de Lakense blauwbloedigen is er weer eens in geslaagd zich danig in de nesten te werken, en prompt duikt het Loch Ness van het Belgische monarchiedebat weer op: het «Zweedse model» waarin de koning slechts een ceremoniële functie heeft. Niemand vertelt er echter bij dat het Zweedse model in wezen in België reeds bestaat, en de laatste weken weer feilloos gewerkt heeft. Hoe ziet het befaamde Zweedse model er eigenlijk uit? Koning Carl XVI Gustaf
heeft geen politieke macht, en zijn taak bestaat bijgevolg vooral uit het ontvangen van ambassadeurs en het knippen van lintjes. Dat verloopt echter niet altijd even vlekkeloos, en in 2004 ontstond er nog een rel toen hij tijdens een staatsbezoek aan Brunei sultan Hassanal Bolkiah prees om zijn openheid. De officiële lijn van de Zweedse regering is echter dat het sultanaat van Brunei niet minder dan een dictatuur is, en de reacties in Zweden logen er dan ook niet om. Sommigen eisten zelfs dat hij troonsafstand zou doen, maar uiteindelijk ging de storm toch liggen.
De zaken zijn echter ingewikkelder dan ze in het Belgische debat voorgesteld worden. De Linkse Partij (Vänsterpartiet, v) dient bijvoorbeeld elk jaar in de Zweedse Rijksdag
een motie in om de monarchie af te schaffen. Even trouw als die motie ingediend wordt, wordt ze ook weggestemd. Maar de Sociaal-democraten (Socialdemokraterna, s), die de afgelopen 75 jaar slechts 9 jaar in de oppositie zaten, hebben de republiek al sedert 1911 in hun partijprogramma staan. Hoe heeft het Zweedse koningshuis dit kunnen overleven?
Het antwoord is dat de sociaal-democraten en het koningshuis een stilzwijgend bestand hebben afgesloten: het koningshuis houdt zich ver van elke politieke uitspraak of inmenging, en in ruil daarvoor raken de sociaal-democraten niet aan het koningshuis. Dat laatste willen ze ook liever niet doen, uit vrees een aantal marginale kiezers te verliezen ter rechterzijde. Het Zweedse koningshuis is immers ondanks alles behoorlijk populair in Zweden, en met een kroonprinses als Victoria
slaagt het erin ook de jongere generaties aan te spreken. Het voordeel voor het koningshuis is dan weer dat koning Carl XVI Gustaf zich hierdoor beter kan concentreren op zijn hobby's (snelle raceboten en jachten, en in vroegere tijden ook mooie vrouwen), en bovendien de schijn niet hoeft op te houden dat hij zich zou interesseren voor politiek. En hij hoeft niet als voorlezer op te treden met middelmatige speeches die toch door de regering of de Eerste Minister geschreven werden.
De zaak is nu echter dat in het monarchiedebat het wezenlijke onderscheiden moet worden van het uiterlijke. Dat de koning in Zweden slechts een ceremoniële functie heeft is niet het wezenlijke, doch slechts de manifestatie van de kern van de zaak: dat het koningshuis en de belangrijkste politieke strekking in het land een stilzwijgend pact hebben gesloten waar beiden zich zo goed als mogelijk aan proberen te houden. Een uitschuiver hier en daar, zoals in Brunei, moet men daarbij soms al eens door de vingers kunnen zien. Projecteren we dit op België, dan blijkt dat het Zweedse model er al tientallen jaren van toepassing is. Laken leerde immers zijn lesje tijdens de Koningskwestie, en is sindsdien een alliantie aangegaan met de belangrijkste politieke strekking in België: de Franstalige socialisten van de PS. De abortuskwestie was wel degelijk een crisismoment, maar werd uiteindelijk opgelost op een manier waar beide partijen vrede mee konden nemen. Dat een derde-rangsprins als prins Laurent een scheve schaats rijdt is verder misschien wel vervelend voor de PR van Laken, maar in feite helemaal geen bedreiging voor de PS, en dus ook niet voor de monarchie. Meer zelfs, die scheve schaats komt deze keer zelfs zeer gelegen voor die partij als bliksemafleider voor wat er in Charleroi allemaal aan de hand is.
Ik ben er daarom dus van overtuigd dat, ondanks al het gekakel aan vooral Vlaamse zijde, de marine-affaire van prins Laurent geen bedreiging vormt voor de monarchie in België. Links Vlaanderen, van Jos Geysels tot Mathias de Clercq, geeft vandaag wel voor één keer te kennen dat het enerzijds wel principieel republikeins is, maar anderzijds ook pragmatisch monarchistisch, onderstrepend dat de monarchie nodig is om België in stand te houden. En daarmee ook de linkse machtsgreep op Vlaanderen, zwijgen ze erbij. En ze vergeten vooral niet te vertellen dat ze de koning persoonlijk ook een toffe peevinden, kwestie van hun kansen op een koninklijk lintje te vrijwaren en ooit nog een benoeming tot Minister van Staat niet mis te lopen (of in het geval van Jos Geysels: die benoeming niet te verliezen). Veel bedreiging voor de monarchie gaat van die bende onderkruipers, want wat kan je hen anders noemen, dus niet echt uit. Rechts Vlaanderen heeft in het debat evenveel te zeggen als in de politiek in België in het algemeen: zo goed als niets, wat hun argumenten ook mogen zijn. Komen we dus uit bij de Franstaligen, waar uiteindelijk enkel het woord van één man echt van belang is, namelijk dat van Elio di Rupo. Ik citeer: Deze gebeurtenissen hebben zo'n belang gehad dat we in alle sereniteit moeten lessen trekken. We zullen moeten spreken over de evolutie van de monarchie, de dotaties… Dat moet gebeuren met de koning, de regering, het parlement en de partijvoorzitters. Maar daarvoor moeten we ook de nodige afstand nemen. De zaak is te belangrijk om overhaast af te handelen.
Hoeft daar verder nog een tekening bij? Het zou ten andere ook straf zijn: als corruptie werkelijk zo een zware zonde zou zijn, is er immers oneindig veel meer reden om de overheidsdotatie van de PS af te pakken dan die van prins Laurent. Om over terugbetalingen nog maar te zwijgen.
De conclusie is daarom klaar: zolang Laken alleen maar Vlamingen schoffeert of zich openlijk of omfloerst zorgen maakt over separatistische tendensen of «onverdraagzaamheid», is er geen vuiltje aan de lucht. Zelfs niet met een corruptieschandaal, zolang ze het maar niet zo bont maken dat zelfs de PShen zou moeten laten vallen. De beruchte passage in de kersttoespraak van enkele weken geleden was daarom ook niet meer dan een schuchtere poging om het eigen vel op eigen houtje te redden. De fundamentele redding en beslissing over hoe deze affaire zal aflopen kwam er daarom deze week pas met de bovenstaande uitspraak van Elio di Rupo: voorlopig verandert er niets, en het pact wordt in stand gehouden. Of hoe het Zweedse model de laatste weken wel degelijk gewerkt heeft. Al de rest was leuk om dagenlang de kranten te vullen, maar dan ook niet meer dan dat.
Eind verleden maand werd de Universiteit van Uppsala door het Hooggerechtshof (Högsta domstolen) van Zweden veroordeeld wegens anti-Zweedse discriminatie. Drie jaar geleden weigerde namelijk de universiteit Cecilia Lönn en Josefine Milander in te schrijven voor de studies rechten, niettegenstaande ze betere cijfers hadden dan dertig studenten met buitenlandse achtergrond die wel toegelaten werden. In 2003 waren dertig van de beschikbare plaatsen voor de studies rechten gereserveerd voor studenten met een buitenlandse achtergrond. Cecilia Lönn en Josefine Milander, die beide betere cijfers hadden dan elk van die dertig andere studenten die via de quota aan de studies mochten beginnen, werden daarentegen niet toegelaten. De twee jongedames bleven echter niet bij de pakken zitten, en daagden de universiteit voor de rechtbank. Al twee keer kregen ze gelijk in lagere rechtbanken, maar nu gaf ook het Hooggerechtshof hen gelijk en kende hen een vergoeding van SEK 75.000 (ongeveer €8.200) toe. De gerechtskosten die ze gemaakt hebben, zo'n SEK 41.000 (ongeveer €4.500), zullen ook door de staat vergoed worden.
Noch het Hooggerechtshof, noch de twee jongedames argumenteren tegen positieve discriminatie, tenminste zolang het om gelijkwaardige kandidaten gaat waarbij de ene bevoordeeld wordt op de andere omwille van etnische achtergrond. Wordt echter iemand met een buitenlandse achtergrond bevoordeeld op een Zweed die beter geschikt is, is er echter geen sprake meer van positieve discriminatie, maar discriminatie zonder meer, en dus een strafbaar feit. Het Hooggerechtshof stelt dus met haar besluit een duidelijk voorbeeld vast van wat geen positieve discriminatie meer is.
De twee studenten hebben natuurlijk drie zware jaren achter de rug, maar de ironie van het lot wil dat deze rechtszaak voor hen netto waarschijnlijk eerder een voordeel is. Immers, zij hebben nu als rechtenstudenten praktische ervaring opgedaan over hoe een rechtszaak gevoerd dient te worden, tot in het Hooggerechtshof. Bovendien hebben zij zich kunnen profileren in een belangrijke rechtszaak, wat ongetwijfeld geen nadeel zal zijn wanneer zij op zoek gaan naar een baan.
Stel je voor dat het Vlaams Belang in Antwerpen aan de macht was gekomen, dan was de internationale reputatie van België nu ongetwijfeld om zeep geweest…
Morgen opent de Noorse sociaal-democratische Minister van Werk en Integratie Bjarne Håkon Hanssen officieel de «Samische Wegwijzers» die moeten helpen bij het onderricht van het Samisch alfabet
, en hij doet dat door zelf samen met enkele twaalfjarigen het Noord-Samische alfabet te gaan leren op de schoolbanken van Slemdal skole. In de zomer van verleden jaar raakte bekend dat het Samisch alfabet in het Noorse leerprogramma voor de zevende klas van de basisschool terechtgekomen was. Dit leidde toen tot nogal wat discussies. Partijvoorzitter Siv Jensen
van de Vooruitgangspartij (Fremskrittspartiet) schoot daarbij de hoofdvogel af door te verklaren dat ze niet eens wist dat Samisch een officiële taal was in Noorwegen, en dat ze niet wist of ze moest lachen of huilen met deze maatregel. Nogal wat mensen wisten op hun beurt niet of ze moesten lachen of huilen met de reactie van Siv Jensen.
Erger was de reactie van een aantal pedagogen, die in zuivere mei '68-stijl kwamen verkondigen dat het aanleren van het Samische alfabet een totaal nutteloze zaak was. Aanleren van informatie is immers zo goed als taboe verklaard in de Noorse scholen – de leerlingen komen niet naar school om iets te leren, maar om sociale vaardigheden te verwerven en het leuk te hebben. Het zal misschien niet verbazen dat Noorwegen het in internationale tests erbarmelijk doet, zeker vergeleken met buurland Finland waar oubollige begrippen als vlijt en discipline nog de dienst mogen uitmaken in de scholen. Men is er zelfs niet vies van Latijn. Ter vergelijking: als ik mijn collega's eens echt de daver op het lijf wil jaren, vertel ik hen dat ik zes jaar Latijn heb gehad. Dat neemt echter niet weg dat die Noorse pedagogen zich voor geen gat laten vangen: telkens het Noorse schoolwezen nog maar eens met een slecht rapport uit een internationaal vergelijkend onderzoek komt, wijzen zij er met grote ijver op dat de sociale kant van de Noorse school in zo'n onderzoeken nauwelijks aan bod komt. Of hoe ze het ook nooit zullen leren.
Ander probleem is natuurlijk dat de duizenden leraars die het Samische alfabet zullen moeten aanleren aan hun leerlingen zélf dat alfabet nauwelijks kennen, laat staan onder de knie hebben. Maar het Samisch alfabet, wat is dat voor iets? Gaat het over duizenden tekens, zoals het Chinees? Of enkele tientallen rare kronkels, zoals het Cyrillisch of het Georgisch? Helemaal niet, het Samisch alfabet kent weliswaar drie varianten, maar is gebaseerd op het Latijns alfabet, net zoals het Noorse, en het gros van de letters is gewoonweg identiek aan het Noorse alfabet. Je kan je afvragen wat een leraar die dat op een avondje niet geleerd kan krijgen vooraan in de klas staat te doen, en of het werkelijk zo'n probleem is dat elke Noorse twaalfjarige hiermee gedurende een paar uurtjes geconfronteerd zal worden. Mij verbaast het meer, met mijn oer-Vlaamse reflex, dat hen niet veel meer aangeleerd wordt, zoals wat spraakkunst en een kleine woordenschat om tenminste toch goedendag te kunnen zeggen tegen zijn landgenoot wanneer men toevallig eens in het Noorden verzeild geraakt. Misschien een sociale vaardigheid die niet helemaal past in het wereldbeeld van de pedagogen, want dan moeten de leerlingen iets leren…
Een vraag waar Belgen die in het buitenland wonen op dit ogenblik een antwoord op moeten verzinnen: in welke gemeente willen zij zich laten registreren voor de federale verkiezingen van 2007. Men is immers volledig vrij, en kan dus strategisch kiezen om een zo groot mogelijk effect te bekomen met zijn ene stem. Eigenlijk zijn er twee dimensies aan deze vraag: de eerste dimensie is die van de politieke strekking (kleur), de tweede die van de taal (Franstalig of Nederlandstalig). Men kan dus door de juiste kieskring te kiezen ervoor proberen zorgen dat een bepaalde partij nog net aan een bijkomende zetel raakt, of net niet meer, men kan proberen de taalverhouding in een kieskring te verschuiven, of een combinatie. En men kan het spel heel sluw spelen…
Beginnen we met de eenvoudigste vraag: als men in een kieskring de taalverhouding wil beïnvloeden, moet men voor Brussel-Halle-Vilvoorde kiezen. Ik acht de kans dat die kieskring nog gesplitst zou worden vóór de volgende federale verkiezingen infinitesimaal klein, maar wil men echt op zeker spelen kiest men natuurlijk best een gemeente uit het Brusselse Gewest. Een ander alternatief is voor één van de Zes te kiezen, omdat elke verkiezing toch ook een beetje een talentelling is, zeker in de faciliteitengemeenten.
De andere vraag is moeilijker te beantwoorden, maar de prognoses van enkele maanden geleden voor de zetelverdeling in de Kamer kunnen toch enkele tips geven. Beginnen we met Groen!, dan is het duidelijk dat de eerste kamerzetels in Antwerpen en Oost-Vlaanderen voor die partij vrij zeker zijn, maar dat de tweede kamerzetel in Antwerpen en de eerste kamerzetel in West-Vlaanderen strijdplaatsen zijn. Voor sp.a-SPIRIT zijn de tweede zetel in Leuven en de vierde in Oost-Vlaanderen strijdplaatsen, terwijl voor VLD-Vivant de vierde kamerzetel in Antwerpen en de tweede in Limburg onder vuur liggen. Voor CD&V-N-VA gaat het dan weer om Antwerpen en Leuven, terwijl Vlaams Belang in bijna elke kieskring een strijdplaats heeft. Brussel-Halle-Vilvoorde is een speciaal geval: omdat de kieskring zo groot is en er zoveel partijen meedingen, moet bijna elke Vlaamse partij er vechten voor de laatste zetel of een eventueel bijkomende zetel.
Een andere factor is Jean-Marie Dedecker. Als hij werkelijk alleen met een eigen partij mee zal doen aan de verkiezingen, zal hij in elke kieskring moeten vechten voor een eerste zetel. Vermoedelijk zijn zijn kansen echter het grootst in West-Vlaanderen, zijn thuisbasis, en Antwerpen. Hetzelfde geldt trouwens voor de N-VA als die partij opnieuw uit het Vlaams Kartel gestoten zou worden.
Tot slot: men kan het allemaal ook sluwer spelen. Indien men bijvoorbeeld vooral geïnteresseerd is in het breken van paars kan men kiezen voor de Naamse kieskring, waar de PS, MR en cdH voor de laatste zetel strijden. Of misschien zelfs nog beter: Henegouwen, waar men met een stem voor het Front National een PS-zetel naar de Franstalige oppositie kan verschuiven. Daarmee wordt het aantal Franstalige kamerzetels binnen de toekomstige federale meerderheid gereduceerd, welke coalitie er ook na de verkiezingen op poten gezet zal worden, en bovendien kan je dan achteraf de Franstaligen aanwrijven dat ook zij een extreem-rechts probleem hebben! Geen twee maar drie vliegen in één klap dus.