zondag, december 19, 2004

Onderwijs: sommigen leren het nooit

De resultaten van het laatste PISA-onderzoek zijn veel besproken in de landen die getest werden. Vlaanderen deed het beduidend beter dan België, en de mythe dat Vlaanderen meer gemeenschappelijk heeft met Wallonië dan met Nederland kreeg nog maar eens een knauw. Erger is dat er weer onderwijsprofeten opstaan die denken verbeteringen te moeten aanbrengen die regelrecht ingaan tegen de resultaten van PISA. Sommigen leren het werkelijk nooit.

Vandaag brengt Bert Anciaux het schrijnende verhaal van zijn dochtertje Lien dat last heeft van examenstress. Een gelegenheid voor hem om met een aantal voorstellen te komen om het onderwijs te verbeteren: een stevig leerlingenstatuut, participatiemogelijkheden, het uitbouwen van een brede school, het betrekken van de kunst- en cultuurwereld, de sportwereld en het jeugdwerk, enfin, je voelt van waar de wind komt. Het is misschien eens interessant om te kijken naar landen waar men zulke «verbeteringen» heeft aangebracht, en hoe zij scoren in het PISA-onderzoek.

Noorwegen heeft zijn Reform 97 gehad, een pracht van een hervorming volledig geschoeid op de denkbeelden en idealen van Mei 68. Kinderen moesten nu weliswaar al vanaf hun 6 jaar naar school (vroeger was het 7 jaar), maar hen al iets bijbrengen was volledig taboe. Kinderen moeten immers kunnen spelen, het recht op zorgeloosheid zoals Bert Anciaux het zou uitdrukken. De Noorse kinderen leren dan ook later lezen, schrijven en rekenen dan in andere landen, en dat laat zich natuurlijk voelen in internationale onderzoeken.

Verder kregen de Noorse leerlingen een statuut waardoor ze bijzonder veel inspraak hebben. Menig leraar heeft amper of geen controle over zijn leerlingen, en wie al eens een Noors klaslokaal gezien heeft na de lesuren kan zich levendig inbeelden wat er zich daar overdag moet afspelen. En wat zich daar overdag vooral niét afspeelt. Erg bevorderlijk voor het onderwijs is het allemaal niet, en de leerlingen zelf klagen dat er in de lokalen eigenlijk veel te veel lawaai en rumoer is om er iets nuttig te kunnen uitrichten.

In sommige scholen mogen de leerlingen trouwens zélf kiezen of ze de gemakkelijke, de gemiddelde of de moeilijke sporen van de leerstof willen volgen. Gevolg is dat nogal wat leerlingen het gemakkelijke spoor volgen. Enkel de slimste leerlingen beseffen echter dat het beter is het moeilijkere spoor te volgen als je later een interessante job te pakken wil krijgen. Het laat zich ook raden uit welke sociale klasse de leerlingen komen die het moeilijke spoor proberen volgen, met als gevolg dat het Noorse onderwijs het verschil in achtergrond van de leerlingen niet alleen bestendigt, maar zelfs versterkt. Wie kansrijk is, profiteert ook zoveel mogelijk van alle kansen — wie al als kansarme leerling vertrekt, verspilt de weinige kansen die aangeboden worden, want waarom zou je je moe maken?

Schoolactiviteiten en -uitstappen, daar is zeker geen gebrek aan in het Noorse onderwijs. De weinige uren die de leerlingen op school doorbrengen worden dus nog verder gereduceerd. Ik heb nooit begrepen wat precies het pedagogische nut ervan is als de leerlingen een dag besteden aan het verkopen van koeken op de metro, of als ze een dag lang in een bedrijf werk verrichten (typisch: een en ander in orde brengen in de archiefkamer of een werkje doen waar niemand anders toe komt). De opbrengst gaat uiteraard naar een goed doel, maar je blijft toch met de indruk zitten dat het enthousiasme vooral te wijten is aan het feit dat men een dagje niet op de schoolbanken hoeft door te brengen.

Over schoolbanken gesproken, blokken is hier absoluut taboe — alles kunnen begrijpen is hier het ordewoord. Ik heb echter nooit een duidelijk antwoord gekregen op mijn vraag hoe je iets kan begrijpen zonder het te weten, maar misschien ben ik gewoon niet slim genoeg om dat dan weer te begrijpen. Feit is dat de Noorse leerlingen denken dat ze goed zijn in wiskunde, maar vervolgens een abominabel slechte test doen. En je kan in ieder geval een Noor gemakkelijk shockeren door gewoon te vertellen dat je in het middelbaar zes jaar lang Latijn hebt geleerd. Het moet zo ongeveer de ultieme verschrikking zijn, en men is er hier perfect op geconditioneerd om onmiddellijk uit te roepen dat men blij is dat men dát niet heeft moeten ondergaan. Maar vraag hen dan ook niet wie of wat Cicero is, om over Titus Livius of Ovidius nog maar te zwijgen. Stel je voor...

Het resultaat van dat alles? Noorwegen zit in het PISA-onderzoek ongeveer op het niveau van Franstalig België. Een weinig benijdenswaardige rangschikking dus. Er waren echter snel een aantal pedagogen die zich geroepen voelden uit te schruwelen dat het PISA-onderzoek alleen maar de schoolse kennis peilt, en «dat is toch niet het belangrijkste aan een school». Het moet gezegd dat ze alvast consequent met zichzelf zijn, want voor hen is school altijd al een sociale activiteit geweest waar men best niet teveel nadruk legt op het verwerven van kennis. Ook Sandal, de sociaal-democratische minister die verantwoordelijk was voor Reform 97, vond dat de Noorse school een aantal sterktes heeft die niet gemeten werden door PISA, zoals sociale vaardigheden, communicatie en samenwerking. Dat is nog wat anders dan goed zijn in wiskunde en natuurwetenschappen, of goed kunnen lezen.

Is het dan overal zo gesteld in Scandinavië? In Zweden en Denemarken is de situatie in ieder geval zeer vergelijkbaar, maar buurland Finland eindigde aan de top. Het verschil? Volgens Matti Klinge heeft de geschiedenis en de situatie van Finland er veel mee te maken, maar enkele puntjes van zijn betoog zijn toch het onthouden waard:
  • Ongeveer alle leerlingen in de Finse scholen hebben ofwel Fins ofwel Zweeds als moedertaal, en er zijn dus weinig leerlingen die problemen hebben om de onderwijstaal te volgen
  • Men heeft er de discipline in de scholen niet afgezwakt zoals in zoveel andere landen
  • De sterke positie van het onderwijs in geschiedenis en litteratuur
  • Geen geflirt met ideeën rond de grenzeloze of multiculturele maatschappij
Er valt dus te vrezen dat niet alleen in Vlaanderen maar ook in Finlanden nogal wat leerlingen met examenstress af te rekenen hebben. Of dat zo een ramp is valt echter sterk te betwijfelen.

Geen opmerkingen: