dinsdag, juli 15, 2014

Naar een Schots No en een Catalaans Sí?

Deze herfst is het zover: op 18 september mogen de Schotten naar de stembus om te stemmen over onafhankelijkheid, en op 9 november doen de Catalanen hoogstwaarschijnlijk hetzelfde. Als we de peilingen mogen geloven zal er in Schotland geen meerderheid voor onafhankelijkheid uit de stembus komen, maar in Catalonië wel. Dat verklaart meteen voor een groot deel waarom Londen ervoor gekozen heeft het Schotse referendum te dulden, terwijl Madrid het Catalaanse referendum met alle mogelijke middelen probeert te verhinderen. Maar wat zou een Schots No en een Catalaans Sí voor Vlaanderen kunnen betekenen?

Als we de laatste peilingen mogen geloven, ziet het er niet goed uit voor de voorstanders van Schotse onafhankelijkheid. Voor wie het lijstje met peilingsresultaten op Wikipedia overloopt is het duidelijk dat we het zelfs niet over steekproefgrootte, foutenmarges of representativiteit hoeven te hebben. Dit jaar werd er niet één peiling gehouden die een meerderheid voor het Yes-kamp opleverde. De laatste peiling die een nipte voorsprong voor Yes opleverde dateert ondertussen al van augustus verleden jaar. Die peiling werd dan nog gehouden in opdracht van de SNP zelf, en kwam niet verder dan een 44%/43% verdeling tussen Yes en No. De enige andere peiling met een Yes-voorsprong in het Wikipedia-lijstje is er eentje van augustus 2011, ondertussen al drie jaar geleden. De 71(!) andere peilingen geven No een voorsprong, en op het ogenblik dat we dit schrijven geven de twee meest recente peilingen No zelfs een volstrekte meerderheid van 53% en 54%. Dat is een voorsprong van respectievelijk 17% en 19% op het Yes-kamp. Er zal de komende tien weken dus nog heel wat moeten bewegen in Schotland om uit te komen op een Yes-resultaat.

Dubbele vraag

Dan liggen de zaken in Catalonië anders. Zoals de lezer wellicht weet zullen de kiezers zich daar over een dubbele vraag mogen uitspreken: «Wilt u dat Catalonië een Staat wordt?» en «In geval van een bevestigend antwoord, wilt u dat die Staat onafhankelijk wordt?». Veel peilingen zijn er niet voorhanden die concreet deze twee vragen gebruikt hebben, maar van de vijf peilingen waarvan Wikipedia de resultaten weergeeft geven er vier een voorsprong voor het Sí/Sí-kamp aan. De laatste peiling, uitgevoerd in maart van dit jaar door El Periódico de Catalunya geeft Sí/Sí 46,1%, een voorsprong van bijna vijftien procent op het No-kamp. Andere peilingen en onderzoeken die in het algemeen naar steun voor Catalaanse onafhankelijkheid peilden geven al jaren een kleine absolute meerderheid voor onafhankelijkheid weer, terwijl het aantal tegenstanders beperkt blijft tot ongeveer een kwart van de Catalanen.

Londens flegma

Het lijdt weinig twijfel dat als de resultaten er omgekeerd zouden uitzien, Londen iets minder flegmatisch zou reageren op het Schotse referendum, en Madrid een heel pak welwillender zou staan tegenover het Catalaanse referendum. Dat neemt niet weg dat men in Londen allesbehalve zeker is van zijn stuk. Het is duidelijk dat eerste minister David Cameron liefst van al helemaal geen Schots referendum had gezien, en dat niet alleen omdat zo'n referendum aandacht en energie opslorpt. Niemand wil de geschiedenis ingaan als de Britse eerste minister die Schotland verloor. Anderzijds kan moeilijk beweerd worden dat Londen al alles uit de kast gehaald heeft om de Schotten ervan te overtuigen toch maar No te stemmen. Als het Yes-kamp in de peilingen voorop zou liggen, zou de Britse regering het zich waarschijnlijk niet veroorloven dat Schotse referendum in de eerste plaats als een Schotse aangelegenheid te beschouwen, en zich dus relatief afzijdig te houden. Dan zou David Cameron, en met hem de voltallige Britse regering, al lang geleden de boer opgegaan zijn in Schotland, en het ene horrorscenario na het andere uit zijn hoed getoverd hebben.

Het zou echter geen kwaad kunnen als de Vlaamse Beweging zich een beetje zou verdiepen in het Schotse debat, in plaats van zich te beperken tot enkele vrijblijvende sympathiebetuigingen voor Schotse onafhankelijkheid. Dat Londen Schotland ervoor waarschuwt dat het bij een eventuele onafhankelijkheid zal moeten heronderhandelen over EU-lidmaatschap maakt niet erg veel indruk in Edinburgh, al was het maar omdat Londen zelf ook wil heronderhandelen. Maar dat Schotland ofwel de toegang tot de interne markt van de EU zal verliezen tenzij het er duur voor betaalt, ofwel de euro zal moeten invoeren, dat steekt toch al een pak harder. Het helpt dan weinig dat de SNP van Alex Salmond theoretisch-juridisch gelijk heeft wanneer het stelt dat een onafhankelijk Schotland gewoon EU-lid zou blijven onder precies dezelfde voorwaarden als waaronder Groot-Brittannië op het ogenblik van de afscheiding lid is, als het uiteindelijk zal moeten onderhandelen met een EU-Brussel dat in zulke zaken een patent op intellectuele oneerlijkheid lijkt te willen claimen. Meer zelfs, volkenrechtelijk meent Edinburgh dat Londen verplicht is in Brussel zo gunstig mogelijke voorwaarden te onderhandelen voor Schotland zolang de afscheiding nog niet voltrokken is. Geef hen maar eens ongelijk. En projecteer zoiets maar eens op een Belgische situatie.

Madrileense woede

Lijkt Londen het Schotse referendum (voorlopig) nog goed aan te pakken, in die mate zelfs dat het Yes-kamp maar niet van de grond kan komen, dan kan hetzelfde niet gezegd worden van Madrid. Daar doet men zo ongeveer alles verkeerd om Catalonië binnen Spanje te houden. Want inderdaad, bestaat er een effectievere manier om een afscheidingsbeweging te doen verzamelen en radicaliseren dan een volkomen legitiem en democratische referendum botweg te weigeren? Een charme-offensief kan men dat alvast niet noemen. Was er op voorhand al geen meerderheid voor Catalaanse onafhankelijkheid geweest, dan zou het er nu zeker geweest zijn.

Bovendien snijdt Madrid zichzelf op die manier volledig van het debat in Catalonië af. De lokale afdelingen van de nationale partijen PP en PSOE stonden sowieso al niet bepaald sterk in Catalonië, maar als ze dan nog eens moederziel alleen tegen Catalaanse onafhankelijkheid moeten argumenteren, versmalt hun bandbreedte nog meer. Alles spitst zich toe op de onredelijkheid van Madrid, waardoor een debat ten gronde eigenlijk amper nog mogelijk is.

Vlaamse gelatenheid

De reactie van Vlaanderen op het Schotse en Catalaanse referendum kan niet anders dan bedroevend genoemd worden. Het radicalere gedeelte van de Vlaamse Beweging kijkt hoopvol uit naar beide referenda, terwijl de Noord-Belgische media nadrukkelijk niet present tekenen in Schotland of Catalonië. Of het zou moeten zijn om te onderstrepen dat er in Schotland geen meerderheid inzit, en Catalonië zich Spaans-ongrondwettelijk gedraagt en alleen maar problemen en chaos te wachten staat.

Iedereen vindt ondertussen vooral van zichzelf dat hij gelijk heeft. Voor het radicale gedeelte van de Vlaamse Beweging en kringen rond Vlaams Belang zou een Catalaans Sí bevestigen dat onafhankelijkheid wel degelijk kan, en een Schots No dat men zulke zaken beter niet overlaat aan een referendum waarvan de uitslag op voorhang hoogst onzeker is. Binnen N-VA-kringen en bij andere draagvlaknationalisten klinkt het dan weer dat de potentiële chaos als gevolg van een Catalaans Sí bewijst dat revolutionaire toestanden koste wat het kost vermeden dienen te worden, en een Schots No dat onafhankelijkheid democratische moeilijk te legitimeren valt. Daarmee zitten ze trouwens op één lijn met het Belgische kamp, met dit verschil dat het Belgische kamp haar best zal doen om de chaos in de nasleep van een Catalaans Sí zoveel mogelijk te vergroten. Om er daarna een vette quod erat demonstrandum aan toe te voegen.

Op de vooravond van alweer een 11 juli–viering zonder Vlaamse onafhankelijkheid kan dit alleen maar tot droefenis stemmen. Alleen een Yes–Sí-scenario zou een ferme streep door de rekening van België betekenen, en hopelijk de ogen kunnen (her)openen in N-VA-kringen zodat ze misschien zelfs op redelijk korte termijn die Belgische loyauteit durven af te zweren. Een No–No-scenario zou dan weer een ramp buiten formaat zijn voor alle nationalistische bewegingen in West-Europa. We hebben er echter goede hoop op dat Madrid, ook al is het onbedoeld, ons voor zo'n scenario zal weten te behoeden.

Dit artikel verscheen op 9 juli 2014 in 't Pallieterke.

Labels: , , ,

Lees meer…

zaterdag, juli 05, 2014

Sp.a op een historisch dieptepunt

Zondag 25 mei was voor de sp.a zonder meer een zwarte dag. Voor de Europese verkiezingen zakte de partij tot amper nog 13,2%, een absoluut dieptepunt. Voor de Kamer en het Vlaams Parlement deed de socialistische partij het al niet veel beter met 14,1% en 14,0%. Sindsdien rommelt het in de partij, ook al doet partijvoorzitter Bruno Tobback aan de oppervlakte zijn best om dat te verdoezelen.

Om even te schetsen hoe diep de partij eigenlijk gezakt is: tot 1987 behaalde de socialistische partij steevast een score van minstens twintig procent. Pas in 1991, op «Zwarte Zondag», zakte de partij voor het eerst onder die symbolische grens, met een score van «amper» 19,4%. Nog één keer zouden de socialisten in Vlaanderen nog eens boven de drempel van de twintig procent uitkomen, op 18 mei 2003, onder leiding van Steve Stevaert, met 24,3%. Sindsdien is het armoe troef bij de proletariërs, en durft men zelfs een ambitie om nog eens meer dan vijftien procent te halen niet eens meer uit te spreken. Groter blijven dan concurrent op links Groen, en PVDA onder de kiesdrempel houden, dat is zowat het beste waar men op dit ogenblik nog op durft te hopen.

Ideologisch vacuüm

Hét probleem van de sp.a is natuurlijk dat de partij geen ideologie meer heeft. Dat is niet nieuw: de partij kwam na de val van de Muur in Berlijn in ademnood, maar dat is ondertussen toch al vijfentwintig jaar geleden. Hoeveel decennia kan men zich politiek heroriënteren zonder dat de conclusie zich opdringt dat men eigenlijk toch niet veel meer te bieden heeft? Kan men echt een partij opbouwen enkel en alleen rond wat goedkoop anti-racisme (zie «Over de banaliteit van het anti-racisme» van Mark Grammens van verleden week), een extreem conservatisme in de Sociale Zekerheid, koste wat het kost, de algemene stelling dat al wat rechts en Vlaams is gevaarlijk is, en de boodschap dat de PS en Elio di Rupo het beste voorhebben met de Vlamingen? Wie er de verkiezingsuitslag eens bijneemt kan niet anders dan vaststellen dat de Vlamingen op 25 mei vonden van niet. Partijvoorzitter Bruno Tobback ziet dat echter anders.

Toekomstig ex-voorzitter

Wat op 21 mei in dit blad al te lezen stond in een briefje gewijd aan Bruno Tobback («Zo goed als ex-voorzitter»), heeft nog steeds niets aan waarde ingeboet. De partijvoorzitter kon weliswaar vermijden dat hij op de avond van 25 mei zelf al zijn conclusies diende te trekken dankzij zijn opgeklopte euforie over de «goede» uitslag van zijn partij. Stel je voor: de partij had zowel voor de Kamer als voor het Vlaams Parlement stand gehouden. Tot de partij een paar uur later in het Vlaams Parlement dan toch nog een zetel aan Christian van Eyken van de UF verloor natuurlijk.

Ondertussen stelden de twee mindere goden Hans Bonte en Peter Vanvelthoven de positie van Bruno Tobback al openlijk in vraag in een dubbelinterview in Knack. Johan vande Lanotte betreurde dat in het VRT-programma Villa Politica, maar voegde er wel aan toe dat er dringend nood was aan een interne analyse. Een voorbeeld van zo'n interne analyse kregen we verleden week in De Standaard geserveerd, waar de conclusies van de evaluatie van de verkiezingen in West-Vlaanderen te lezen stonden («Vande Lanotte geeft zijn partij campagnelessen»). De lezer leest het goed: die interne analyse was van de hand van diezelfde Johan vande Lanotte, en de conclusies lazen toch vooral als een positionering van Johan vande Lanotte zelf en zijn pion John Crombez om zodra de kans zich voordoet de macht te grijpen in de partij. Of is dat laatste alleen maar ons slecht karakter dat een beetje opspeelt?

West-Vlaamse winst

Zo zou Johan vande Lanotte er in zijn analyse op wijzen dat West-Vlaanderen de enige provincie is waar de sp.a erop vooruitgaat, voor alle verkiezingen, en dat zelfs kanton per kanton. Dat klopt, maar het neemt niet weg dat ook het West-Vlaamse resultaat met 17,6% voor de Kamer en 16,3% voor het Vlaams Parlement niet bepaald als een monsterscore voor de socialisten omschreven kan worden. Voor het Europees Parlement blijft de partij er zelfs steken op een schamele 15,2%. Onze conclusie: Johan vande Lanotte is een meester in het snoeven, ook daar waar er eigenlijk niet veel te snoeven valt.

Meer zelfs: Johan vande Lanotte wijst er in zijn analyse op dat de sp.a in zijn kieskring tegen de nationale trend in een zetel winst maakt voor het Vlaams Parlement, van drie naar vier. In procenten is de vooruitgang minder groot: van 14,1% naar 16,3%. Een correctere lezing van de cijfers is natuurlijk dat de sp.a in 2009 net naast een vierde zetel greep, en dit jaar die vierde zetel net wel binnenhaalde. Men moet daar natuurlijk nog altijd extra stemmen voor halen, maar de pluim die Johan vande Lanotte op zijn hoed probeert te steken is groter dan ze in werkelijkheid zou mogen zijn.

Huisbezoeken

Johan vande Lanotte heeft natuurlijk ook zijn verklaring voor die winst in West-Vlaanderen klaar. En dat is zíjn manier van campagne voeren natuurlijk, of wat dacht je? Essentieel onderdeel daarvan: de huisbezoekjes. Laten we echter eerlijk zijn: we wensen zelfs onze ergste vijanden geen huisbezoek door Johan vande Lanotte toe. Iets doet ons namelijk vermoeden dat die huisbezoeken vooral dienen om nietsvermoedende mensen danig de daver op het lijf te jagen. Dat ze hun pensioen gaan verliezen als ze voor de N-VA stemmen, bijvoorbeeld. Of dat door de afschaffing van de index hun loon op een paar jaar tijd niets meer waard zal zijn.

Johan vande Lanotte is immers niet bepaald het toonbeeld van het gezellige cafésocialisme waarmee Steve Stevaert ooit successen boekte. Successen die er, in de beste cafétraditie, vooral uit bestonden anderen de rekening te laten betalen voor de tournées generales die hij uitdeelde.

Neen, als we al een etiket zouden moeten plakken op het socialisme van Johan vande Lanotte, dan eerder een soort van rancuneus machtssocialisme. Sponsor zijn Oostendse basketbalclub, of je gaat eraan. En die volkomen lege Thalys-treinen vanuit Oostende blijven rijden, enkel en alleen omdat Johan vande Lanotte dat kan. Het is echt geen toeval dat Groen die geld- en milieuverspilling niet aan de kaak durft te stellen, want anders zouden ze het de komende tien jaar kunnen schudden overal waar Johan vande Lanotte ook maar iets te zeggen heeft.

Electrawinds

Wij zouden dan ook een alternatieve theorie voor het West-Vlaamse rode golfje willen voorstellen: Electrawinds. Zouden er in West-Vlaanderen niet genoeg kiezers wonen die puur uit economisch zelfbehoud voor de sp.a hebben gestemd? Geen Johan vande Lanotte die in Brussel zijn economische «zaakjes» kan regelen betekent al snel grote gevolgen voor het persoonlijke fortuin van een aanzienlijk aantal West-Vlamingen. Zou het trouwens datzelfde Electrawinds ook niet zijn dat in de rest van Vlaanderen linkse kiezers richting Groen en PVDA dreef?

In dat opzicht is de positionering van John Crombez interessant en belangrijk om te volgen. Niettegenstaande hij staatssecretaris voor fraudebestrijding is –en of dat geen meesterzet van Johan vande Lanotte was!–, zit hij tot over zijn oren mee in de Oostendse beerputten. De ideale man dus om ervoor te zorgen dat er nergens in West-Vlaanderen dekseltjes gelicht worden. Wees er maar zeker van dat Johan vande Lanotte hem op het juiste ogenblik op de juiste positie zal willen katapulteren.

In combinatie met het reeds hierboven vermelde ideologisch vacuüm is dat uiteraard geen goed nieuws voor de sp.a, maar dat raakt natuurlijk de koude kleren van Johan vande Lanotte niet. De onze eigenlijk ook niet. Maar we hebben wel te doen met de militanten van de partij. Neen, niet het soort hopscheutsocialisten zoals een Yves Desmet, maar wel de klein man die denkt dat het bij de sp.a nog zou gaan om zijn welvaart en welzijn. En voor zover die kleine man natuurlijk niet allang uitgeweken is naar een andere partij. Als daar in 2018 of 2019 maar geen nieuw laagterecord van komt…

Dit artikel verscheen op 25 juni 2014 in 't Pallieterke.

Labels: , , , , , , , , ,

Lees meer…

zaterdag, juni 07, 2014

De impact van de PS–cdH-bom

Nadat de PS samen met de cdH voor de Waalse en de Brusselse regeringen het zekere voor het onzekere nam, gaat het plots heel snel in de verscheidene regeringsonderhandelingen. Door deze zet van de PS moest de CD&V haar eis om samenvallende regeringsonderhandelingen noodgedwongen laten vallen, maar anderzijds kan de partij hierdoor haar onderhandelingspositie tegenover de N-VA versterken. Een overzicht.

Nogal wat commentatoren lijken er op dit ogenblik vanuit te gaan dat de kansen op een centrum-rechtse federale regering de jongste dagen sterk gestegen zijn. Zij denken dat de PS een Pyrrusoverwinning heeft geboekt door zowel in Wallonië als Brussel onderhandelingen met de cdH (en het FDF) op te starten. Zeker, dat heeft veel kwaad bloed gezet bij de MR, die zich opnieuw uitgesloten ziet van regeringsdeelname op regionaal vlak. Bovendien beweren zowel PS als cdH dat de cdH nog steeds de handen vrij heeft om zonder de PS in een federale regering te stappen. Tot slot wordt erop gewezen dat de PS de hete adem van de PTB in de nek voelt, en dus wel eens liever niet in een federale regering zou willen stappen die moeilijke en pijnlijke besparingsmaatregelen zal moeten opleggen. Uitlatingen in PS-kringen dat het voor hen niet echt hoeft zouden dat bevestigen. Los nog van het feit dat het hier toch nog altijd over een brutale machtspartij gaat die er niet voor terugdeinst desnoods de land aan de afgrond te brengen als haar belangen in het gedrang komen, wil ik daar toch nog enkele andere kanttekeningen bij plaatsen.

Wil MR electorale harakiri plegen?

Zo kan het best zijn dat men op dit ogenblik bij de MR buiten zijn zinnen is omwille van het «verraad» van de PS en de cdH, en daarom desnoods zelfs bereid zou zijn om als enige Franstalige partij in een federale regering te stappen. Alleen, de onderhandelingen voor zo'n regering zijn niet op één-twee-drie afgerond. Dat betekent dat wanneer de woede binnen enkele dagen weer wat gekoeld is, niet uitgesloten is dat bij de MR het besef zal intreden dat zoiets electoraal toch wel een enorm grote gok is. Er moet voor de MR immers ook na 2019 nog leven zijn, en toetreden tot un gouvernement belgo-flamand die aan Franstalige zijde zelfs niet bij benadering een meerderheid kan voorleggen lijkt meer op harakiri dan iets anders.

Hete herfst

Zal de cdH in een federale regering willen stappen zonder de PS? Dankzij de regering–Di Rupo I is een meerderheid in elke taalgroep geen strikte voorwaarde meer, en MR en cdH hebben samen voldoende zetels in de federale Kamer om de ergste kritiek op dit gebied te kunnen smoren. Maar een groter probleem is natuurlijk de aanwezigheid van de N-VA in zo'n regering. Wat waarschijnlijk volkomen onverteerbaar voor de cdH zou zijn, is een N-VA-premier. Gelukkig bestaat daar een eenvoudige oplossing voor: een CD&V-premier (wat overigens als voordeel heeft dat hier een gemakkelijke uitweg voor Kris Peeters geschapen kan worden).

Maar het grootste obstakel is en blijft dat er voor de cdH in een centrum-rechtse regering weinig eer te rapen zal vallen. Als er op federaal vlak nog cadeaus en snoepjes uit te delen vielen voor Brussel en Wallonië zouden de zaken er helemaal anders voorgestaan hebben. Voor het –tot het tegendeel bewezen is– centrum-linkse cdH is het echter weinig aanlokkelijk enkele minder belangrijke ministerposten te leveren in een centrum-rechtse regering waartegen de PS misschien deze herfst al al haar syndicale duivels zal willen ontbinden om het PTB-gevaar enigszins te kunnen bezweren. Dan kan men net zo goed nu al de CSC, de Waalse vleugel van het ACV, opdoeken, en hoeft de cdH in 2018 en 2019 buiten Luxemburg zelfs geen kieslijsten meer in te dienen.

Praatjes

Bovendien, zou om diezelfde reden het Paleis eigenlijk wel zin hebben in een federale regering zonder de PS? Koning Filip zal het spel ongetwijfeld wat subtieler willen spelen dan zijn vader in 2010, al was het maar om dat contrast na de recente strubbelingen binnen het koningshuis in de verf te kunnen zetten. Het is bekend dat het Paleis traditioneel goede relaties met de cdH heeft, al waren die in de tijd toen die partij nog PSC heette stukken intenser. Het is dus best mogelijk dat informateur Bart de Wever komende dinsdag een formatieopdracht krijgt, maar die hoeft daarom nog niet te lukken.

Het is trouwens merkwaardig dat er vandaag in de kranten allerlei verhaaltjes opduiken waaruit zou moeten blijken dat reeds begin deze week een regering met N-VA, CD&V, Open Vld, MR en cdH zo goed als in de steigers stond, en dat de PS daarom op donderdag een forcing doorvoerde. Nochtans beweerden die kranten woensdag nog met evenveel stelligheid dat informateur Bart de Wever geen schijn van kans maakte om een centrum-rechtse regering te vormen, en dat het komende dinsdag dus finaal over and out zou zijn voor zijn informatieopdracht. Of moeten we soms geloven dat die Wetstraatjournalisten een centrum-rechtse regering zozeer genegen zijn, dat zij drie dagen lang collectief de kiezen stevig op elkaar hielden om Bart de Wever toch maar alle kansen te geven?

Naar een N-VAACW-regering?

Wat betekent dit voor de Vlaamse partijen? In eerste instantie leek de N-VA de grote verliezer te zijn van het brute manœuvre van de PS van donderdag, maar in tweede instantie zat er voor de N-VA toch ook winst in. De Vlaamse regeringsonderhandelingen konden nu immers toch van start gaan, zonder nog verder te hoeven wachten op de federale regeringsonderhandelingen. Het probleem van de N-VA is echter dat een federale centrum-rechtse regering zeer onwaarschijnlijk blijft, terwijl een tripartite op Vlaams niveau nog altijd als alternatief blijft bestaan. Het volstaat te tellen hoeveel ACW'ers er aanwezig zijn in de CD&V-delegatie die gaat onderhandelen met de N-VA om te weten hoe laat het is. Een garantie op succes is er dus zeker nog niet. En zelfs als het tot een Vlaamse N-VAACW-, pardon, N-VACD&V-regering komt, bestaat nog altijd het gevaar op een constructieve motie van wantrouwen in het Vlaams Parlement als de federale regeringsonderhandelingen eindelijk in hun plooi zijn gevallen. Je weet maar nooit of de CD&V nog maar eens van mening verandert over de noodzaak van afspiegelingsregeringen tussen de verschillende niveaus.

CD&V in het midden van het bed

De CD&V blijft comfortabel in het midden van het bed liggen, ook al was er dat kortstondige gezichtsverlies van donderdag. De partij heeft echter snel gekozen voor de enig mogelijk optie die nog overbleef: alsnog de Vlaamse regeringsonderhandelingen in gang zetten, zonder te wachten op de federale. Op die manier kan ze niet meer verweten worden de Vlaamse regeringsvorming te blokkeren in afwachting van de federale. Anderzijds staat de partij in een zeer sterke onderhandelingspositie tegenover de N-VA. Zoals reeds gezegd blijft de tripartite bestaan als alternatief, en daardoor kan de CD&V hoge eisen stellen. De post van minister-president voor Kris Peeters bijvoorbeeld, als die federaal niet aan de bak zou kunnen komen met een nog betere portefeuille.

Het is trouwens op het Vlaamse vlak dat de N-VA volstrekt ongevaarlijk is. Dat heeft die partij tijdens de vorige regeerperiode ook afdoende bewezen: federaal liep ze dan wel storm tegen de zesde staatshervorming, op Vlaams niveau voerde ze die loyaal uit. Bovendien, en zoals de Waalse werkgevers deze ochtend ook terecht opmerkten, worden de echt belangrijke beslissingen in België nog steeds op het federale niveau genomen. Het is dan ook daar dat de CD&V de pottenkijkers van de N-VA liever niet mee aan tafel ziet zitten (sleutelwoord: ARCO). Eerder deze week nog was partijvoorzitter Wouter Beke er trouwens niet te beroerd voor om nog gelijkheidstekens te plaatsen tussen de aanslag op het Joods museum in Brussel en de N-VA-plannen om de werkloosheid aan te pakken.

Rutten praat haar mond voorbij

Voor de Open Vld was dit een slechte week. De partij verliest (voorlopig) een Vlaamse regeringsdeelname, maar federaal zal ze ongetwijfeld nog wel bijdraaien. Partijvoorzitter Gwendolyn Rutten heeft immers de geloofwaardigheid van een vos in een hoenderhok die uitroept dat hij ofwel àlle kippen, ofwel helemaal geen wil. Meer dan een wanhopige poging om die andere helft kippen opnieuw in het hoenderhok te jagen is dat uiteindelijk niet. De Open Vld zal immers de postjes pakken die ze kan krijgen. De partij kan het bovendien niet maken federaal een centrum-linkse regering in het zadel te helpen enkel en alleen omdat ze regionaal niet mee aan de bak kon komen.

A propos, zou die alles-of-niets-tactiek van Gwendolyn Rutten wel op voorhand doorgepraat geweest zijn met Europees Commissaris Karel de Gucht?

Overigens, wat Gwendolyn Rutten beweert is een hoogst interessante stelling, namelijk dat het niet meer mogelijk is om een goed economisch beleid uit te zetten zonder zowel in de Vlaamse als de federale regering aanwezig te zijn. En vooral dan dat dat een gevolg zou zijn van de zesde staatshervorming. Kan dat eigenlijk iets anders betekenen dan dat de critici van die zesde staatshervorming over de volle lijn gelijk hadden, namelijk dat ze een miskleun van formaat is, en dat ze Vlaanderen helemaal geen grotere economische autonomie schonk? Jammer dat tot nog toe geen enkele journalist daar eens over doorgevraagd heeft.

Een linkser Vlaanderen is daarom nog niet links

Links is voorlopig niet aan zet in Vlaanderen. Conform de verkiezingsuitslagen overigens. Partijvoorzitter Wouter van Besien van Groen heeft gelijk wanneer hij stelt dat Vlaanderen op 25 mei linkser gestemd heeft, want er is inderdaad een verschuiving van ongeveer twee–drie procent naar links tegenover 13 juni 2010. Maar dat betekent nog lang niet dat Vlaanderen vandaag links zou stemmen.

De ontkoppeling van de Vlaamse en de federale regeringsonderhandelingen betekent concreet dat de sp.a voorlopig weinig kans meer maakt om in de Vlaamse regering te raken. De lezer mag drie keer raden wat dat betekent voor Oosterweel of de onderwijshervorming van Pascal Smet. De signalen uit het kamp van de sp.a tonen trouwens duidelijk aan dat zure druiven daar nog steeds het hoofdbestanddeel van het dagelijkse menu uitmaken. Federaal blijven de kansen van sp.a echter fundamenteel ongewijzigd zolang een tripartite de meeste kans maakt.

Groen heeft nooit veel kans gemaakt om in de Vlaamse of federale regering binnen te breken. Aan Franstalige zijde heeft Ecolo een veel te grote pandoering gekregen om nog veel zin te hebben in welke regeringsdeelname dan ook, en in Vlaanderen staat Groen veel te zwak om zichzelf op eigen kracht in een Vlaamse regering te hijsen. Daar raakt ze immers alleen maar in als aanhangwagen van ofwel de sp.a ofwel via een federaal ommetje Ecolo.

Rampscenario voor Vlaams Belang

Voor het Vlaams Belang lijkt zich het slechts mogelijke scenario te zullen voltrekken. Als de N-VA in de Vlaamse regering raakt maar tegelijkertijd federaal in de oppositie blijft, zit het Vlaams Belang opnieuw met hetzelfde probleem als tijdens de afgelopen regeerperiode. Op het niveau dat er werkelijk toe doet zal de N-VA het oppositielaken naar zich toe kunnen trekken, en daardoor opnieuw het Vlaams Belang in de schaduw stellen. Ondertussen kan de N-VA via de Vlaamse regering wel haar stempel drukken op het beleid en zich verder consolideren. Het Vlaams Belang zal dan de komende vijf jaar veel creatiever uit de hoek moeten komen om het verschil te kunnen maken tegenover de oppositie/regeringspartij N-VA wil het er weer opnieuw staan na de verkiezingen van 2019.

Labels: , , , , , ,

Lees meer…

vrijdag, maart 14, 2014

Faciliteiten en Wallo-Brux aan de Zwarte Zee

Overmorgen wordt er op de Krim een referendum gehouden over de (weder)aansluiting van het schiereiland bij Rusland. Volgens de wereldgemeenschap is de situatie nochtans zonneklaar: de Krim is een deel van de Oekraïne, en de staatsgrenzen van de Oekraïne dienen gerespecteerd te worden. Aan Russische zijde klinkt het dan weer dat als de Krim zich wil afscheiden van de Oekraïne en aansluiten bij Rusland, zij die vraag toch moeilijk kunnen negeren, zeker als die vraag gesteund wordt door de lokale bevolking. De Krim-Tataren wachten ondertussen met een bang hartje af of zij uiteindelijk niet het kind van de rekening zullen worden.

De Krim is al een twistappel tussen verschillende volkeren en naties sedert het schiereiland voor het eerst bevolkt werd. De eerste bewoners die historisch vermeld worden zijn de Scythen, maar sindsdien hebben onder meer Grieken, Byzantijnen, Chazaren, Ottomanen, Russen en Oekraïners de Krim bevolkt of er minstens toch aanspraak op gemaakt. Vandaag wonen er voornamelijk Russen en Russischtaligen, en een minderheid aan Krim-Tataren, een Turkse bevolkingsgroep.

Krimse ASSR

Kort na de Eerste Wereldoorlog werd de Krim een deel van de Sovjet-Unie. Officieel was het een Krimse Autonome Socialistische Sovjetrepubliek, die deel uitmaakte van de Russische SFSR. Jozef Stalin liet de Krim-Tataren naar Centraal-Azië deporteren (de «sürgün»), en de laatsten verdwenen van het schiereiland in 1944. Pas in 1989 konden zij weerkeren.

In 1954 kreeg Jozef Stalins opvolger Nikita Chroesjtsjov het lumineuze idee om de Krim van de Russische SFSR over te dragen naar de Oekraïense SSR, als gebaar van vriendschap tussen het Oekraïense en het Russische volk. Vermoedelijk kon de man zich zelfs in zijn wildste verbeelding niet voorstellen dat de Sovjet-Unie ooit uit mekaar zou vallen, en Oekraïne onafhankelijk van Rusland zou worden. Anders zou hij zonder twijfel zo'n strategisch belangrijk schiereiland nooit weggeschonken hebben aan de Oekraïne. Vandaag is het aan Vladimir Poetin om die historische Russische vergissing ongedaan te maken.

Faciliteiten

Het zit in ons Vlamingen ingebakken: wij hebben sympathie voor de underdogs, de kneusjes van de geschiedenis, de verliezers van de geopolitiek. Daarom hebben we het voor de Oekraïners, die vanonder de russificatie en de Russische invloedssfeer vandaan proberen te komen. We verbazen er ons wel enigszins over dat ze zo'n grote haast hebben om zich aan te sluiten bij de «EUSSR», maar begrijpen het anderzijds wel. Geostrategisch is dat de beste garantie tegen al te grote Russische inmenging, en over het financiële luik van EU-lidmaatschap hebben we het dan nog niet gehad. Op de Krim hebben we het dan weer voor de Krim-Tataren, ook al kan bezwaarlijk beweerd worden dat zij er de «oorspronkelijke» bevolking zouden zijn.

Wat wel duidelijk is, is dat veel van de huidige problemen hun oorsprong vinden in het Russische staatsnationalisme van de vorige eeuw. De russificatie van de Oekraïne bijvoorbeeld, met als gevolg dat er vandaag nog steeds faciliteiten voor Russen zijn over grote delen van het Oekraïense grondgebied. Het beeld dat we onlangs zagen van een Russische vrouw die stond te krijsen dat ze niet gedwongen wou worden om Oekraïens te spreken kwam ons dan ook zeer bekend voor. Of Vladimir Poetin die oproept om een escalatie te vermijden, maar tegelijkertijd wel troepen op de Krim laat landen. Hij leek Elio di Rupo wel die voor communautaire vrede pleitte en ondertussen de werklastmeting van het gerechtelijk arrondissement BHV stevig in de schuif liet liggen. Geen Oekraïner zou er trouwens ooit aan moeten denken of gedacht hebben om ergens binnen de Russische federatie Oekraïense faciliteiten aan te vragen. Zo werkt dat immers niet. Ook de Russen weten perfect wanneer het droit du sol en het droit du sang van toepassing dient te zijn.

Interne grenzen ⇒ staatsgrenzen?

We vragen ons dan ook af naar welke zijde de Franstalige sympathie eigenlijk zou uitgaan. Dat zou toch de Russische moeten zijn, zou je dan denken. Eerste minister Elio di Rupo liet echter via Twitter weten zeer bezorgd te zijn over de situatie op de Krim. Met als uitdrukkelijke vermaning, en we citeren: «België vraagt het strikte respect van het internationaal recht door iedereen». Een merkwaardig standpunt voor een Franstalige, want blijkbaar stapt Elio di Rupo daarmee zomaar mee in de Oekraïense logica, overigens inderdaad conform het internationaal recht, en die zegt dat interne grenzen na onafhankelijkheid staatsgrenzen dienen te worden. Er zijn plaatsen waar de Belgische Franstaligen een heel andere mening toegedaan zijn, «in geval van geval»…

Wallo-Brux aan de Zwarte Zee

Anderzijds zullen de Franstaligen toch ook wel enige appreciatie kunnen opbrengen voor het Oekraïense standpunt. «Gegeven is gegeven,» zeggen zij, ook al is de Krim historisch nooit van hen geweest. Een beetje zoals Moeskroen en Brussel nu ook van de Franstaligen zijn. De Oekraïne heeft dan ook veel weg van de Wallo-Brux: een constructie die vooral omwille van geostrategische redenen twee landsdelen aan mekaar moet binden, ook al hebben ze noch historisch, noch etnisch, noch socio-economisch veel met mekaar gemeen.

De parallel met Wallo-Brux gaat overigens veel verder op dan men op het eerste zicht zou zeggen. Niet dat de Krim de hoofdstad van de Oekraïne is, of als uitvalsbasis moet dienen om nog meer Russisch gebied in te pikken. De parallel gaat verder op een heel ander vlak, en daarmee zijn we weer bij de Krim-Tataren aanbeland. De andere media proberen het zoveel mogelijk stil te houden, maar Die Welt berichtte er enkele weken geleden wel al over: die Krim-Tataren zijn absoluut geen doetjes. De laatste maanden vonden er regelmatig betogingen plaats, waarbij de invoering van de sharia werd geëist, en waarbij de lange baarden en de boerka's bepaald niet van de lucht waren. Als het aan hen lag, zou de Krim liever nog vandaag dan morgen omgevormd worden tot een kalifaat. Oppassen dus wie het Krim-probleem volksnationalistisch wil bekijken, en de Krim-Tataren hun eigen staat zou gunnen. Je ziet trouwens van hier dat Vladimir Poetin in zulk scenario geïnteresseerd zou zijn, en misschien maar goed ook.

Labels: , , , ,

Lees meer…

maandag, februari 17, 2014

N-VA op «tram 3», de anderen op het perron?

Donderdag, op honderd dagen van de verkiezingen, publiceerden Le Soir, RTL, De Morgen en VTM de resultaten van de eerste peiling van 2014. De peiling plaatste de N-VA weer stevig op «tram 3», zoals partijvoorzitter Bart de Wever het onlangs nog verwoordde. Voor de andere Vlaamse partijen waren de resultaten minder opbeurend. Waarschijnlijk zullen ze op 25 mei al tevreden mogen zijn als ze de resultaten van de vorige federale verkiezingen zullen kunnen evenaren.

Beginnen we met de grootste partij van Vlaanderen. Met 32,3% staat de partij weer stevig boven de dertig procent (de «tram 3»). Als we naar de betrouwbaarheidsintervallen kijken, is het volgens deze peiling inderdaad vrijwel zeker dat de partij boven die psychologische drempel zal blijven. Bovendien tempert deze nieuwe uitslag de val in het vlottende gemiddelde, maar het blijft duidelijk dat de partij in de peilingen over een piek heen is. In combinatie met een geslaagd congres plaatst deze peiling de partij echter opnieuw in een winning mood, dat wil zeggen: minstens tot een eventuele andere peiling een tegenvallend resultaat zou tonen.

Zou men bij de CD&V tevreden zijn met deze peiling? Enerzijds bevestigt deze peiling de stijgende trend waarin de partij het laatste jaar zit. Het ziet er dan ook naar uit dat de partij het resultaat van 2010 wel degelijk zal kunnen evenaren. Anderzijds heeft de partij bij monde van partijvoorzitter Wouter Beke voor zichzelf de lat op twintig procent gelegd, en dat lijkt voorlopig toch nog een trapje te hoog. Helemaal onmogelijk zou zo'n score niet zijn volgens deze peiling, maar wel onwaarschijnlijk. Het blijft een raadsel waarom de partijvoorzitter de lat op een onrealistisch hoog niveau heeft gelegd, want zo creëert men natuurlijk zelf zijn eigen verkiezingsnederlaag.

Bij achtervolger Open Vld zal men ongetwijfeld tevreden geweest zijn over de populariteit van Maggie de Block, die bovenaan de pop-poll die bij deze peiling hoort prijkt. Maar kijken we naar de uitslag van de partij zelf, dan is het resultaat toch eerder een afknapper na de stijgende trend van het laatste jaar. Net zoals de CD&V zit de partij vast op het niveau van de federale verkiezingen van 2010. Populaire figuren in eigen rangen hebben is blijkbaar geen voldoende voorwaarde om het ook goed te doen in de peilingen–en straks misschien ook in de verkiezingen?

Die andere federale regeringspartij, de sp.a, zal volgens deze peiling al heel tevreden mogen zijn als ze nog maar in de buurt van het resultaat van 2010 kan uitkomen. De partij blijft het in de peilingen slecht doen, deze keer trouwens exact ex æquo met de Open Vld. Het resultaat kan nochtans niet verklaard worden door goede resultaten voor extreem-links, want PVDA doet het in deze peiling ook niet bijster goed met slechts 2,7%. Mogen we trouwens even kwijt dat commentaren als zou de partij het beste programma in jaren hebben, veel meer zegt over de politieke sympathieën van de commentator in kwestie dan de échte kwaliteit van dat partijprogramma? We hebben immers zo'n vermoeden dat N-VA-sympathisanten het N-VA-programma het beste in jaren vinden, CD&V-sympathisanten dat van de CD&V, enz…

Voor het Vlaams Belang kan deze peiling niets anders dan barslecht genoemd worden. Blijkbaar had de partij in de peilingen dan toch nog geen bodemkoers bereikt, hoewel ze de laatste tijd haar zelfvertrouwen weer wat hervonden had. Met een score van 7,6% kan de partij absoluut niet tevreden zijn, niet alleen omdat ze daarmee diep onder de psychologisch grens van de tien procent zit, maar ook omdat ze daarmee achter Groen belandt. Zakt de partij nog verder komt zelfs de kiesdrempel stilaan in zicht.

Groen blijft zwalpen tussen de 6 à 9%, maar kan zich deze keer dus verheugen over het feit dat het groter wordt dan Vlaams Belang. Of misschien correcter: dat Vlaams Belang kleiner dan Groen wordt. Zoals reeds vermeld doet de PVDA het deze keer niet zo goed, en ook voor LDD is deze peiling met een resultaat van slechts 1,7% geen reden om de champagnekurken te laten knallen.

Een projectie van de resultaten van deze peiling op de Vlaamse kieskringen levert voor het Vlaams Parlement een zetelverdeling op die een comfortabele meerderheid voor een N-VACD&V-regering toont. Ook N-VA–Open Vld en N-VA–sp.a zijn in principe mogelijk, maar met slechts één zetel op overschot toch wel heel krap. Een V-meerderheid is nog slechts een verre droom. Merken we trouwens op dat de PVDA in deze simulatie geen zetel haalt: in de Antwerpse kieskring zou ze in principe genoeg stemmen halen voor één zetel, was er niet de kiesdrempel van vijf procent.

CD&V, Open Vld en sp.a komen samen niet aan een meerderheid, en dat is toch wel een belangrijke nuance bij het artikel in Knack waarin gesteld wordt dat «[k]iezers CD&V, Open Vld en sp.a […] coalitie met N-VA niet [zien] zitten». Alvast in het Vlaams Parlement zal men immers hoe dan ook een meerderheid aan Vlaamse zijde moeten vinden om een Vlaamse regering te kunnen vormen. Dat betekent dat er dan met de N-VA gesproken zal moeten worden, tenzij men zijn toevlucht wil nemen tot een monstercoalitie van CD&V, Open Vld, sp.a en Groen.

Voor het Europees Parlement kan de N-VA volgens deze peiling op vier zetels rekenen. CD&V, Open Vld en spa. halen ieder twee zetels, terwijl Vlaams Belang en Groen tevreden moeten zijn met slechts één zetel. Merk op dat Steven Vanackere, derde op de CD&V-lijst, daarmee niet verkozen raakt. Meer zelfs, volgens deze peiling haalt de N-VA eerst nog een vijfde zetel binnen vóór de CD&V een derde Europees zitje krijgt. De CD&V zal het dus beduidend beter moeten doen, en de N-VA beduidend slechter, wil Steven Vanackere verkozen raken. Een echte strijdplaats kan men de derde plaats op de CD&V-lijst dan ook niet bepaald noemen. Over de persoonlijke score van Steven Vanackere hebben we het dan nog niet gehad.

Aan de andere zijde van de taalgrens is het duidelijk dat de PS tegenwoordig in slechte doen is in de peilingen. De partij behaalt haar slechtste resultaat in jaren, en zakt verder onder de grens van de dertig procent. Wie naar de betrouwbaarheidsintervallen voor deze peiling kijkt merkt trouwens op dat de MR stilaan in het vaarwater van de PS begint te komen, ook al gaat de MR zelf er niet bepaald op vooruit. Achtervolgers cdH en Ecolo doen het goed noch slecht, en blijven rond hun resultaten van de laatste drie jaren schommelen.

Bij de kleinere partijtjes vielen er twee opvallende resultaten te noteren. Het extreem-linkse PTB noteerde met een stevige score van 6,7% opnieuw boven de kiesdrempel. De partij is daarmee quasi zeker van een zetel of misschien zelfs meer in de Kamer. Maar ook de PP kwam met 5,6% voor het eerst sedert we de peilingsresultaten van die partij bijhouden boven de kiesdrempel uit. Ligt het aan het Europees lijsttrekkerschap van Luc Trullemans? Het is duidelijk dat er zich niet alleen aan de uiterst linkse kant van het Waalse politieke spectrum interessante bewegingen voordoen…

Bijlage: Overzicht van alle peilingen in Vlaanderen sedert 2004 en Wallonië sedert 2006

Labels: , , , , , , , , ,

Lees meer…

woensdag, december 25, 2013

Politiek kerstboomoverzicht

Hoe zien de kerstbomen eruit bij onze politici? Hadden we voor een kwaliteitskrant geschreven hadden we natuurlijk eender wat uit onze duim kunnen zuigen, maar blogger zijnde trokken we op onderzoek uit. Een overzicht.

Bij Elio di Rupo hangt de kerstboom volle dikke slingers en enorme ballen. Veel glinster, rood en roze. En verder, alles versierd volgens de laatste Parijse voorschriften. Even was er sprake van enkele Afghanen onder de kerstboom, maar die werden snel afgevoerd zonder al te veel aandacht in de media. Bergen is immers Antwerpen niet. Maar belangrijkst van al: de sfeer rond de kerstboom is koed.

De kerstboom van Bart de Wever is een tikkeltje magerder dan verleden jaar, maar er hangen wel enkele opvallende blauwe ballen in. De kerstboom staat ook lichtjes scheef, naar het schijnt wegens ontbrekend draagvlak. De boom is een Belgisch merk, omdat de rest van de familie De Wever dit jaar nog niet rijp was voor een onafhankelijke Vlaamse kerstboom. Misschien beter over 25 jaar.

Bij Wouter Beke is de kerstboom voor slechts 20% versierd, maar de partijvoorzitter van de CD&V vindt dat al ruim voldoende. Geen slingers of ballen, alleen maar oranje handschoenen dit jaar. Komt een beetje krampachtig over, maar dat was het enthousiasme over de zesde staatshervorming ook, en nergens in de media werd daar ook maar één probleem rond gemaakt.

De kerstboom van Gwendolyn Rutten is inwendig verdord en bestaat uitsluitend uit gehakketak, daarom ook dat hij vol opzichtige slingers en ballen hangt. Inhoud is nooit haar sterkste kant geweest, oppervlakkigheid en schone schijn daarentegen wel. Om één of andere reden ontbreken er wel enkele blauwe ballen, maar ze wil niet geweten hebben waar die naartoe zijn. Bovenop de kerstboom geen ster, maar wel het punt dat ze wilde maken toen ze de benoeming van Jan Briers wekenlang blokkeerde.

Bij Gerolf Annemans is de kerstboom dit jaar wat kleiner uitgevallen dan de laatste jaren. Het is wel een authentieke Vlaamse kerstboom, misschien niet de mooiste, maar hij staat wel zelfstandig. Aangezien dat laatste volgens de media volkomen onmogelijk is, en al zeker niet wenselijk, werd zijn kerstboom zoals elk jaar volkomen doodgezwegen.

Ook bij Bruno Tobback is de kerstboom kleiner dan de laatste jaren, maar dat deert hem niet. Zoveel plaats is er nu ook weer niet op zijn zeilbootje. De versiering komt vooral uit Bergen, want zelf weet hij niet wat hij er anders zou moeten inhangen. Er hingen wel enkele windmolentjes in de kerstboom, maar daar wil de partijvoorzitter het even niet over hebben. Dan heeft hij het liever over de strikte scheiding van slingers en ballen die hij de anderen wil opleggen.

Wouter van Besien koos dit jaar voor een bonsai-kerstboom. Die heeft een kleinere ecologische voetafdruk, en staat ook beter in verhouding tot de werkelijke grootte van zijn partij. Ter compensatie staat er een bevriende medialens naast de kerstboom, zodat die van hem bijna even groot lijkt als die van Bart de Wever, zonder ooit op lastige vragen te hoeven antwoorden.

De kerstboom van Jean-Marie Dedecker ziet er wat verwaaid uit, alsof hij door een windmolen werd meegepakt. Geen slingers of ballen als versiering, maar naar lokale traditie opgeknoopte jogannetjes, hier en daar afgewisseld met een crombeetje en een guchtje.

Bij Peter Mertens komt er geen kapitalistische kerstboom in huis. Kerst viert men immers niet in Noord-Korea, temeer daar de uitgehongerde bevolking al jaren geleden al de naalden van de bomen heeft gegeten. Nou ja, dat laatste is maar een imperialistisch fabeltje, en het gaat hier trouwens niet over het verleden, maar over de toekomst. Hoe durven ze ook!

De kerstboom van Herman van Rompuy hangt vol foto's van zichzelf, met op de achterkant de vlag van de EU en het onderschrift «L'UE, c'est moi». Verder ook haiku's waar niemand ooit een touw aan kon vastknopen, hier en daar afgewisseld met dreigementen aan Catalonië en Schotland. Bovenop de kerstboom geen ster, maar de Turkse wassende maan en ster, kwestie van hen al welkom te heten. Als ze daar enig bezwaar tegen zouden hebben, wil hij als christen-democraat volgend jaar zelfs de kerstboom eronder weglaten.

Bij Guy Verhofstadt hangt de kerstboom overvol Europese vlaggetjes, in die mate zelfs dat het ding dreigt in te storten. Geen nood echter, want hij weet de oplossing: een dubbele lading Europese vlaggetjes. Bovenop de kerstboom geen ster bij hem, maar zijn eigen intellect. Zeg nu zelf, is er iets in de hele Europese Unie dat harder schittert dan het intellect van Guy Verhofstadt?

Karel de Gucht ontkent ten stelligste dat hij in Toscane een kerstboom zou hebben, en noemt het een grove inbreuk op zijn privacy dat we zelfs nog maar vragen hoe die eruit ziet. Pas als we een perfecte beschrijving van zijn kerstboom kunnen geven is hij bereid te vertellen hoe die eruitziet.

Bij zoon Jean-Jacques de Gucht geen kerstboom. Degene die hij kocht zag eruit alsof hij last had van een ondraaglijk leed, en kreeg dan ook meteen een spuitje toegediend. Laat nooit een goede kans om euthanasie toe te passen zomaar voorbij gaan!
Lees meer…

zondag, december 15, 2013

Op de foto met Barack Obama

Verleden week ontstond er nogal wat heisa in de internationale media naar aanleiding van een «selfie» van de Deense eerste minister Helle Thorning-Schmidt. Die selfie werd tijdens de herdenkingsceremonie voor Nelson Mandela vereeuwigd door een fotograaf van AFP, en liet duidelijk zien hoe Helle Thorning-Schmidt als een overjaarse bakvis zat te flirten met de Amerikaanse president Barack Obama. First Lady Michele Obama leek ondertussen iets minder opgezet met wat zich aan haar rechterzijde voltrok.

Het voorval deed zich voor tijdens de urenlange herdenkingsplechtigheid van de pas overleden Nelson Mandela. In een onbewaakt ogenblik kwam bij de Deense eerste minister Helle Thorning-Schmidt plots het idee op om een selfie te nemen van haarzelf en haar buur Barack Obama. De Britse eerste minister David Cameron beweert dat ook hij mee op de foto mocht, maar wie de beelden bekijkt blijft toch eerder met de indruk achter dat hij zichzelf mee op de selfie opdrong dan dat Helle Thorning-Schmidt hem er mee op wou.

Mandela 2.0

De foto's van het kwartet –een duidelijk kirrende Helle Thorning-Schmidt, een lachende Barack Obama, een zich opdringende David Cameron en een nogal sip kijkende Michele Obama– gingen via Twitter in sneltempo de wereld rond. De media pikten het uiteraard op als een grappige gimmick in de marge van de plechtigheden in Zuid-Afrika, maar bij hen sloeg de toon nogal snel om. Zo flatterend was de scène immers niet, noch voor Barack Obama, noch voor Michele Obama, noch voor Helle Thorning-Schmidt. Voor David Cameron was de hele affaire reeds van in het begin ronduit gênant, maar om een conservatief die zich belachelijk maakt malen de media nu eenmaal niet. Of liever: daar zouden ze zelfs met veel plezier aan meewerken. Dat ligt natuurlijk iets anders voor Barack «Mandela 2.0» Obama, Michele Obama, en de sociaaldemocrate Helle Thorning-Schmidt.

Borgen

Wie is overigens Helle Thorning-Schmidt? De 47-jarige Deense politica is sedert 2005 leider van de Deense sociaaldemocratische partij, en sinds 2011 de eerste vrouwelijke premier van Denemarken. De Deense TV-serie Borgen, die het verhaal vertelt van een fictieve politica Birgitte Nyborg die eveneens de eerste vrouwelijke premier van Denemarken wordt, is minstens gedeeltelijk geïnspireerd op de figuur van Helle Thorning-Schmidt, maar er zijn ook duidelijke verschillen. Zo hoort Birgitte Nyborg bijvoorbeeld duidelijk tot het centrum, terwijl Helle Thorning-Schmidt wel degelijk volbloed links is.

Business Lounges

Met haar blitse verschijning was ze aan het begin van haar mandaat trouwens dé grote hoop van Europees links om de sociaaldemocratie eindelijk weer uit het slop te halen, samen met de Franse president François Hollande en onze eigenste nationale Elio di Rupo. Ondertussen weten we dat François Hollande één grote miskleun is die in de peilingen qua populariteit het ene nieuwe laagterecord na het andere voor een zittend Frans president neerzet. Elio di Rupo werd en wordt alleen door onze nationale pers ernstig genomen. En Helle Thorning-Schmidt heeft al evenveel met een gewone arbeider gemeen als pakweg een Freya van den Bossche: afkomstig uit een beschermd milieu, vaker in de business lounges op de luchthavens te vinden dan de lokale supermarkt, en nooit een andere job gehad dan de politiek. Bouw daar maar eens een socialistische campagne mee op.

Klein detail: Helle Thorning-Schmidt is getrouwd met Stephen Kinnock, zoon van de beruchte oud-leider van het Britse Labour Neil Kinnock. Dat is ook de reden waarom David Cameron in het Britse Lagerhuis het grapje kon vertellen dat Nelson Mandela zelfs na zijn dood nog mensen bij mekaar brengt. Want inderdaad, dat een leider van de Britse Conservatieven zomaar op de foto gaat met een (aangetrouwd) lid van de Kinnock-familie is niet bepaald een dagdagelijkse gebeurtenis. Een jaar of twintig–dertig geleden zou niemand het durven vermoeden hebben.

Selfie

Maar terug naar de gebeurtenissen in Zuid-Afrika. Volgens de media heette het dat we achter de selfie van Helle Thorning-Schmidt vooral niet teveel mochten zoeken. De ceremonie bleef uren duren, en dan is het niet verwonderlijk dat zelfs wereldleiders al eens hun maskers laten zakken en zich even als gewone mensen gedragen. Tijdens een rouwceremonie even flirten met je buur en een selfie maken hoort daar volgens ons kwaliteitspersdom blijkbaar bij.

Dat het precies zulke ogenblikken zijn die veel zeggen over de werkelijke politieke meningen en voorkeuren van de betrokkenen, dat wil men in de «serieuze» media natuurlijk niet geweten hebben. Maar het is echt geen toeval dat Helle Thorning-Schmidt van zichzelf vond dat ze werkelijk met haar achterste in de boter gevallen was aan de zijde van Barack Obama. Probeer gewoon even dezelfde scène in te beelden met George W. Bush in plaats van Barack Obama, en het is duidelijk dat dit geen neutraal tafereel was. Helle Thorning-Schmidt zou het in geen honderd jaar in haar hoofd gehaald hebben om zich met George W. Bush op een selfie te vereeuwigen. Meer zelfs, we vermoeden dat als ze naast hem had moeten zitten, ze daar urenlang met een zuur gezicht zou gezeten hebben omwille van zoveel onrecht aangedaan aan haar progressief persoontje.

Hip

De Deense premier is overigens niet de enige die in het Obama-idolatriebedje ziek is. De manier waarop bijvoorbeeld de VRT-journaliste Greet de Keyser vanuit de VS over Barack Obama rapporteerde was vaak ronduit gênant. En ook Gwendolyn Rutten liet zich tijdens de presidentsverkiezingen van 2008 opmerken als onvoorwaardelijke aanbidster van Zijne Hippe en Goddelijke Gekleurdheid Barack Obama, ook al leunt de Open Vld traditioneel dichter bij de Republikeinen aan dan de Democraten. Toen reeds was voor Gwendolyn Rutten schijn en show oneindig veel belangrijker dan inhoud en sérieux. De manier waarop ze zich kandidaat stelde voor het voorzitterschap van de Open Vld, of waarop de Toekomstverklaring onlangs nog aan de pers voorgesteld werd, ligt in dezelfde lijn.

Nobelprijs

Maar ook politici waarvan men zou verwachten dat ze zich wat bedaarder en serieuzer zouden gedragen laten zich graag vangen door de show van Barack Obama. Voor de sociaaldemocraat en voorzitter van het Noorse Nobelcomité Thorbjørn Jagland was het in 2009 al ruim voldoende dat Barack Obama verkozen was geraakt en beloofd had dat hij de wereld zou verbeteren om hem meteen al de Nobelprijs voor de Vrede toe te kennen. Aan zijn uiterst afgemeten reactie viel duidelijk te merken dat Barack Obama de hele zaak maar een pijnlijke miskleun vond. Zijn desinteresse voor die Nobelprijs (en Europa in het algemeen) kon trouwens niet passender geïllustreerd worden dan door het bliksembezoek in december om de prijs te komen afhalen. Geen minuut langer dan het absolute minimum bleef hij in Noorwegen. Dan gebruikt hij liever zijn tijd in het Midden-Oosten om er zoete broodjes met moslims te gaan bakken. Thorbjørn Jagland kon het echter niet deren, want hij had op de foto met Barack Obama gestaan, en hem zelfs de hand mogen schudden. Het zou ons niet verwonderen moest hij die sindsdien niet meer gewassen hebben.

Labels: , , , , , , , , ,

Lees meer…

zaterdag, oktober 12, 2013

Te vroeg gepiekt?

Vrijdagavond publiceerden De Standaard en de VRT de resultaten van een nieuwe opiniepeiling. In de bijhorende analyses werd vooral ingezoomd op het resultaat van de N-VA, dat voor het eerst sedert de federale verkiezingen van 2010 netto op verlies staat. Dat verlies is weliswaar uiterst miniem, maar tegelijkertijd wel de ultieme bevestiging dat de piek voor de Vlaams-nationalistische partij met scores tot veertig procent voorbij is.

Voor de N-VA voltrekt zich stilaan een waar horrorscenario. Amper enkele maanden geleden was het niet geheel onrealistisch om nog te dromen van scores tegen de veertig procent aan. De partij was virtueel incontournable op Vlaams niveau, en daarmee leek een heruitgave van de regering–Di Rupo na 25 mei 2014 een moeilijke klus te worden.

Vandaag staan de zaken er anders voor. Voor het eerst sedert de federale verkiezingen van 2010 haalt de partij in een peiling een score lager dan haar uitslag van toen voor de Kamer. Toch zou het verkeerd zijn de partij nu al bij de verliezers te plaatsen. Een maand geleden haalde de partij in een peiling van La Libre Belgique nog 35,5%, terwijl Le Soir de partij 30,7% gaf. Dat is een belangrijke nuance bij de vele kranten- en andere commentaren die dit week-end het minieme verlies van de N-VA dik in de verf wilden zetten. Meer zelfs, als we alleen maar naar de wiskunde van de drie laatste peilingen kijken, is de N-VA vandaag de enige partij in Vlaanderen die statistisch gezien 99,9% zeker is van winst tegenover de laatste verkiezingen. Maar psychologisch ziet het plaatje er natuurlijk helemaal anders uit.

Ook over de oorzaken van de «achteruitgang» van de N-VA –voor zover die er dus zou zijn– werd dit week-end wat afgeanalyseerd. Dat een partij tussen twee verkiezingen door fenomenaal piekt is zeker geen unicum in de Vlaamse geschiedenis. Vraag het maar aan Jean-Marie Dedecker, die het vijf jaar geleden aan den lijve mocht ondervinden. Maar voor wat het waard is: persoonlijk denk ik dat het probleem in de eerste plaats aan de overvolle agenda van Bart de Wever ligt. De partijvoorzitter/burgemeester van Antwerpen geeft de laatste maanden een nogal afgematte indruk. Zijn afstandelijke houding bij de Blijde Intrede van koning Filip in Antwerpen leek wel deels geïnspireerd door slaapgebrek, en dus niet alleen republikeinse gevoelens. Maar ook: als hij nog eens met een woordje Latijn uitpakt, dan voelt het flets, krampachtig en vooral ook erg vergane–glorie aan. Misschien zou een beetje meer vrije tijd voor de partijvoorzitter om wat te herbronnen al meteen een positief effect kunnen hebben op de uitslag van de N-VA in de volgende peilingen, om over de verkiezingen nog maar te zwijgen?

Een partij die het alvast in de analyses van de opiniepeilingen goed doet, is de CD&V. In de peilingen zelf blijft de partij immers kwakkelen rond haar verkiezingsuitslag van 2010, en is ze op dit ogenblik helemaal niet zeker van enige winst. Meer zelfs, partijvoorzitter Wouter Beke legde verleden week de lat voor de partij op 20 procent, en daar blijft de partij voorlopig nog een eindje onder.

Eenzelfde fenomeen doet zich voor bij de Open Vld. De partij klimt in de peilingen inderdaad uit een diep dal, maar staat tegenover de laatste verkiezingen nog steeds op licht verlies. De populariteit van Maggie de Block kan daar voorlopig nog maar weinig aan verhelpen. De populariteit van die laatste contrasteert overigens fel met de mediasteun die Navid Sharifi kreeg. Sommige commentatoren gebruiken in dat verband dan ook het woordje «ondanks», maar het zou best wel eens kunnen dat Maggie de Blocks populariteit er net gekomen is dánkzij haar consequente houding bij de uitwijzing van deze charlatan. Vraag is alleen maar hoe lang zij dat beleid verder zal mogen zetten.

Want inderdaad, waar er psychologische winnaars zijn, zijn er ook psychologische verliezers. Meer zelfs: op dit ogenblik is de sp.a de enige Vlaamse partij die volgens de peilingen zelfs nog geen schijn van kans maakt om haar laatste verkiezingsresultaat te benaderen. Combineer dat met de slechte peilingsresultaten van de PS in het zuiden van het land, en het laat zich raden dat de komende maanden best nog wel eens «interessant» zouden kunnen worden in de federale regering. Het valt in ieder geval wel op dat het populisme van Johan vande Lanotte –in sommige media aan de lopende band net niet uitgeroepen tot Redder des Vaderlands, of toch zeker de Behoeder van de Portemonnee van «de Mensen»– niet aanslaat. Men kan dan wel analyseren dat het «recept B» van Elio di Rupo begint te werken, het «recept S» van Johan vande Lanotte doet dat voorlopig toch nog niet.

Vlaams Belang blijft worstelen met de psychologische drempel van de 10 procent. De laatste peilingen plaatsen die partij net boven die grens, en vrijwel zeker boven haar abominabel resultaat van de provincieraadsverkiezingen van een jaar geleden. Een evenaring van de verkiezingsresultaten van 2010 zit er echter voorlopig toch nog niet in.

Opmerkelijk is het resultaat van Groen: die partij haalt in deze peiling immers haar beste resultaat van de laatste tien jaar. Daar hoort echter de nuance bij dat de partij in de peiling van Le Soir verleden maand zo slecht scoorde dat zelfs de kiesdrempel weer in zicht kwam. Statistisch gezien staat de partij vrijwel zeker op winst tegenover de laatste federale verkiezingen, maar anderzijds niet bepaald veel hoger dan wat ze verleden jaar reeds voor de provincieraden behaalde.

Bij LDD blijft de ellende aanhouden: de partij blijft ver onder de kiesdrempel. Vermoedelijk zal alleen een eventueel persoonlijk sterk resultaat van Jean-Marie Dedecker in West-Vlaanderen de partij in de verscheidene parlementen kunnen houden.

Dan staat de PVDA er veel beter voor. De partij haalt in deze peiling haar beste resultaat van de laatste twee jaar, maar de kiesdrempel is alvast op Vlaams niveau nog steeds veraf. Lokaal ziet de situatie er echter heel anders uit. Volgens een simulatie op basis van de peiling van dit week-end haalt de partij in de kieskring Antwerpen niet één, maar zelfs twee zetels in het Vlaams Parlement. En wat meer is: zonder kiesdrempel zou daar zelfs nog een derde zetel bijkomen uit de kieskring Oost-Vlaanderen.

Wat die zetelverdeling betreft kan opgemerkt worden dat de twee grootste partijen, N-VA en CD&V, deze keer samen net niet meer aan een meerderheid geraken. Dat betekent dat er na 25 mei 2014 vermoedelijk opnieuw minstens drie partijen in de Vlaamse regering zullen moeten zitten. Eén voorbeeld van zo'n drie-partijencoalitie is de huidige, die nog steeds over een ruime meerderheid zou beschikken. Maar ook de «Antwerpse coalitie» van N-VA, CD&V en Open Vld kan rekenen op een stevige meerderheid. De federale regeringspartijen CD&V, Open Vld en sp.a komen samen nog steeds niet aan een meerderheid in het Vlaams Parlement, maar de afstand tot het benodigde aantal zitjes is vandaag opmerkelijk kleiner dan enkele maanden geleden. Van een V-meerderheid is ondertussen geen sprake meer.

Bijlage: Overzicht van alle peilingen in Vlaanderen sedert 2004

Labels: , , , , , , , ,

Lees meer…

zondag, oktober 06, 2013

Wouter Beke legt de lat op 20 procent

Naar aanleiding van zijn herverkiezing als partijvoorzitter was Wouter Beke zo boud om de lat voor de CD&V in 2014 op 20 procent te leggen. Als je kijkt naar de historische trend van de laatste zestig jaar, de peilingen van de laatste jaren, of de uitslag van de laatste federale verkiezingen, dan is het duidelijk dat dit een bijzonder ambitieus doel is voor de CD&V. Wouter Beke zelf trekt zich echter op aan het resultaat van de provincieraadsverkiezingen in 2012. Of legt hij gewoon de lat zo hoog dat het ongevaarlijk wordt eronderdoor te gaan?

Beginnen we met de historische trend. In 1946 startte de partij met een score van 56,2% in Vlaanderen, en steeg in 1960 met 60,4% zelfs even boven de kaap van de zestig procent uit. Sindsdien gaat het gestaag bergaf met de christen-democratie in Vlaanderen, met als voorlopig dieptepunt de verkiezingen van 2010. De partij haalde toen voor de Kamer 17,6% van de stemmen, en zakte voor de Senaat zelfs verder door tot 16,1%. Al naargelang je op de verkiezingsresultaten van de CVP/CD&V een lineaire of een logaritmische regressie toepast kom je uit op een achteruitgang van gemiddeld 0,63% per jaar of een halvering eens om de veertig jaar.

Wat betekent dit, in mensentaal, voor de verkiezingen van 2014? Dat, tenzij er zich een trendbreuk zou voordoen, de CD&V op 25 mei 2014 ergens tussen de 10 en de 22 procent zal scoren, met als meest waarschijnlijke uitslag 15–16 procent. Een score van 20 procent of meer is dus zeker niet uitgesloten, maar niet erg waarschijnlijk. En een trend die al meer dan zestig jaar stand houdt ombuigen is geen sinecure, zeker niet als men ze in positieve zin wil ombuigen. De laatste jaren hebben slechts twee politici een historische trend weten om te buigen: Guy Verhofstadt in negatieve zin voor het liberalisme, en Bart de Wever in positieve zin voor het Vlaams-nationalisme.

Over naar de peilingen. Daar moeten we al terug naar de peiling van De Standaard en VRT van 2 april 2010 voor een score van 20 procent of meer. Sindsdien kwam de partij zelfs niet meer boven de 19 procent uit, behalve dan in die ene peiling van 7 oktober 2011 bij diezelfde peiler. De laatste maanden zien we echter een lichtjes positieve trend voor de CD&V in de peilingen. In de twee peilingen van verleden maand scoorde de CD&V bij Le Soir 17,2%, en bij La Libre Belgique 17,3%. Zonder rekening te houden met eventuele systematische scheeftrekkingen of andere methodologische problemen levert dat een kans op van ongeveer 0,2% om boven de 20 procent uit te komen. Of nog, op basis van deze twee peilingen is het een veiligere gok om op 25 mei 2014 met drie dobbelstenen in één keer drie zessen te smijten dan erop te wedden dat de CD&V boven de lat van Wouter Beke springt.

Wat dan met die provincieraadsverkiezingen? De CD&V haalde op 14 oktober 2012 inderdaad 21,4% van de stemmen voor de provincieraden. Sommigen menen dat dit in verband staat met de gemeenteraadsverkiezingen: lokaal populaire CD&V-burgemeesters zouden voor CD&V-stemmen in de provincieraden zorgen. Ik betwijfel echter of kiezers die in 2010 nog voor de N-VA stemden in 2012 «per ongeluk» opnieuw voor de CD&V zouden stemmen. Mijn vermoeden is dat enkele N-VA-kiezers uit 2010 teruggevloeid zijn naar de CD&V, omdat zij niet helemaal tevreden waren met de gang van zaken rond de regeringsvorming. Maar meer nog, dat voor een aantal kiezers de provincieraden zo onbekend en zo onbelangrijk zijn, dat zij vinden dat daar geen «kracht van verandering» nodig was. Het is dan maar de vraag of Wouter Beke volgend jaar opnieuw op die groep kiezers zal kunnen rekenen, wanneer het over de federale en de regionale verkiezingen gaat – met bijhorende verkiezingscampagne.

Op dit punt moeten we toch zeggen dat 20 procent al bij al een beetje een merkwaardig doel is. Als Wouter Beke echt de provincieraadsverkiezingen als referentiepunt wil gebruiken, waarom legt hij de lat dan niet op die uitslag – 21,4%? Zo zeker is hij blijkbaar dan toch niet van zijn stuk, want hij stelt zich in 2014 al tevreden als de achteruitgang voor zijn partij niet meer dan 1,4% bedraagt. Ter vergelijking: zoals het er nu naar uitziet zal de N-VA de verkiezingen van 2014 in de media verliezen als ze er niet minstens een procent of drie–vier bij doet.

Zoals altijd, en dan zeker bij de CD&V, geldt ook hier dat er een «voor» en een «na» de verkiezingen is. De 20 procent zijn immers niet meer dan een pose vóór de verkiezingen, die moeten dienen om de partij te onderscheiden van de sp.a en de Open Vld. Van zodra echter op 25 mei 2014 de eerste resultaten zullen binnenkomen, zullen de provincieraadsverkiezingen van 2012 geruisloos uit de CD&V-communicatie verdwijnen. Haalt de partij bijvoorbeeld 19,8% van de stemmen, dan zal er alle nadruk op gelegd worden dat de partij erop vooruitgaat tegenover 2010, niet dat ze erop achteruitgaat tegenover 2012. Of hoe «christen»-democraat Wouter Beke vandaag al de leugen van 25 mei 2014 voorbereidt…

Labels: , , ,

Lees meer…

donderdag, oktober 03, 2013

Aan wie de 16?

Rik van Cauwelaert noemde het in De Tijd «politieke gezelschapsspelletjes»: met nog meer dan negen maanden te gaan tot de verkiezingen schrijven de journalisten zich krom over wie kandidaat is om Elio di Rupo op te volgen. Waarna hij zelf het gerucht lanceert dat zowel Elio di Rupo als Paul Magnette zouden azen op… een Europees commissariaat!

Regering–De Wever-Reynders

Het scenario duikt af en toe op, en het klinkt goed, zo'n herstelregering–De Wever-Reynders als tegenbeeld van een regering–Di Rupo II. Maar welke partijen zouden aan zo'n regering kunnen deelnemen? N-VA en MR om te beginnen natuurlijk, en in het zog van de MR ook de Open Vld. Maar wie regeert er dan nog mee? De CD&V en cdH? Dat wordt aan Vlaamse zijde dan een zogenaamde Antwerpse coalitie, maar aan Franstalige zijde vooral een minderheidscoalitie. Benieuwd of de Franstaligen volgend jaar al even principeloos zullen willen zijn als de Vlamingen in 2011. Met een centrum-rechtse overwegend Vlaamse federale regering, en als reactie daarop misschien wel een links-linkse Waalse regering van PS en Ecolo staan we dan misschien wel voor zeer interessante tijden in het zuiden van het land.

Persoonlijk houden we het dus op een voortzetting van de huidige regering. Grootste argument voor zo'n scenario is dat alle ervaring leert dat Vlaamse politici veel gemakkelijker buigen dan Franstalige. Enige mogelijke spelbreker voor dit scenario: de Vlaamse kiezer, als die de N-VA en het Vlaams Belang in het Vlaams Parlement zo groot maakt dat een Vlaamse afspiegelingsregering zonder N-VA niet meer mogelijk is.

V-meerderheid

Maar wat dan nog? Ons vermoeden: dan verandert er op federaal vlak niets, en krijgen we op Vlaams niveau een Antwerpse coalitie. Als je ziet hoe de federale begroting vandaag mismeesterd wordt, zou je gaan vermoeden dat men zelfs doelbewust aanstuurt op een economisch rampenscenario, waarbij er na 26 mei 2014 in alle haast een federale regering gevormd zal móeten worden omwille van de «financiële markten». Met andere woorden, een voortzetting van de huidige regering–Di Rupo, omdat er geen tijd zal zijn om te neuten over confederalisme. En al zeker niet als de Rode Duivels op hetzelfde ogenblik wereldkampioen spelen in Brazilië.

Wouter Beke zal de N-VA dan met plezier voor de keuze plaatsen: Vlaanderen maandenlang in een bestuurlijke chaos storten terwijl de CD&V in de federale regering haar «verantwoordelijkheid opneemt», of braafjes met hen (eventueel aangevuld met de Open Vld) een Vlaamse regering vormen en de kracht van verandering uitstellen tot 2019. Zolang de N-VA bij voorbaat revolutionaire toestanden afzweert heeft Wouter Beke geen reden om met de N-VA veel rekening te houden bij de vorming van een federale regering.

IJdeltuit Di Rupo

In ons lijstje staat Elio di Rupo dan ook nog steeds met stip op nummer één om zichzelf op te volgen na 25 mei 2014. En zoals de zaken er op dit ogenblik voorstaan –rebus sic stantibus, zou Bart de Wever zeggen– zal dat zelfs nadrukkelijk zonder de N-VA moeten zijn. Sedert 13 mei 2010 is er, buiten de provincieraadsverkiezingen, nog geen enkele peiling verschenen die de N-VA onder de dertig procent plaatst. Zelfs die dertig procent zou nog een winst van 1,8% zijn tegenover de laatste federale verkiezingen, en dus mogen we er gerust van uitgaan dat de N-VA na de volgende verkiezingen in de federale Kamer nog groter zal zijn dan ze nu al is. Bij de PS is het dan weer van eind 2011 geleden dat de partij nog gepeild werd op een niveau dat vergelijkbaar is met de laatste federale verkiezingsuitslag, want sindsdien staat de partij op verlies. Conclusie: in de volgende federale Kamer zal de N-VA niet alleen groter dan de PS zijn, ze zal afgetekend groter dan de PS zijn.

Je ziet dan ook van hier dat Elio di Rupo premier zal willen spelen in een regering waarin de N-VA een kop groter is dan zijn eigen PS. Wie denkt dat dit betekent dat de N-VA dan de premier zal moeten leveren is echter van een goed jaar. Koning Philippe die de eed afneemt van eerste minister Bart de Wever? Neen, de enige mogelijke oplossing is dat de N-VA opnieuw uit de federale regering gehouden wordt. Onze kakelverse koning-met-een-missie zal over zo'n hyperdemocratisch manœuvre zeker geen problemen maken.

Drama queen zkt camara's

Dat Elio di Rupo zou azen op een Europees commissariaat lijkt ons dan ook een lachertje. Hoe vaak komt zo'n Europees Commissaris in de pers? Alleen als hij blundert, of als hij als zwarte piet kan dienen in één of ander nationaal debat. Zelfs de «hoge vertegenwoordiger» voor buitenlandse zaken en veiligheid Catherine Ashton –wie kent haar?– komt amper in het nieuws. Karel de Gucht zou zich trouwens met geen Menense pictogrammen bezighouden als hij daar in de Europese Commissie niet totaal zat te verwelken (of de vloer aangeveegd werd door Chinezen).

Nog eentje: als de uitslag van de PS tegenvalt, en Waals klein-links enkele zetels haalt, zou Elio di Rupo liever naar de oppositie trekken om zijn partij te laten herbronnen. Alsof dat enige garantie zou geven dat hij er in 2019 dan wel bij zal zijn. Detail: in 2019 wordt hij trouwens 68 jaar.

Neen, ze gaan een heel straf postje moeten uitvinden om Elio di Rupo vrijwillig uit «de 16» weg te krijgen. En na de passage van Herman van Rompuy als Europees «president» is het eerder twijfelachtig of er in 2014 veel vette postjes voor Belgen beschikbaar zullen zijn.

Bart de Wever

Hij mag zeggen wat hij wil, maar Bart de Wever is op dit ogenblik de enige natuurlijke kandidaat-premier van de N-VA. Elke andere N-VA-kopman of -vrouw is slechts tweede keus. En we zijn het niet persoonlijk gaan rondvragen onder de N-VA-leden, maar we hebben een sterk vermoeden dat ze er zo ongeveer allemaal hetzelfde over denken, op twee na. De ene zit in Antwerpen, en zegt dat hij niet beschikbaar is. De andere zit in Gent, en dacht dat hij eind augustus zijn federaal regeringsakkoord al uit de doeken mocht doen in een interview met De Standaard. Dat laatste was, zoals ondertussen bekend, «voor zijn beurt gesproken».

Bart de Wever zit natuurlijk wel met hetzelfde probleem waar Jannie Haek mee geplaagd zat: zoals die laatste zijn opzegpremie thuis niet uitgelegd kreeg, zo krijgt Bart de Wever een federaal premierschap thuis niet uitgelegd. Net zoals het ook niet snor zit met het confederalisme van de N-VA. Ironisch, dat op dit ogenblik net het communautaire het zwakke punt is van wat ooit als een communautaire one-issue-partij vertrokken is…

Didier Reynders

Didier Reynders zou natuurlijk maar wat graag eerste minister van België worden. Maar iets zegt ons dat de man intelligent genoeg is om te weten dat dat weinig waarschijnlijk is, tenzij zich één of andere bijzonder opportuniteit zou voordoen. Enerzijds maakt hij geen kans mét de PS in de federale regering, en anderzijds maakt een federale regering zonder PS geen of weinig kans. Maar je weet natuurlijk nooit. In 2010 zag het er immers lang naar uit dat de MR en de Open Vld zelfs de regeringsbanken niet zouden halen.

Kris Peeters of Wouter Beke

Kris Peeters die liever niet premier zou willen worden, het klinkt een beetje als een Yves Leterme die de huwelijkstrouw predikt. Weinig geloofwaardig dus. Al was het maar omwille van de dure eden die ook die laatste zwoer toen híj Vlaamse minister-president was. Het scenario, waarbij Kris Peeters Wouter Beke federaal zou laten voorgaan, is zo mogelijk nog gekker. Welke paddenstoelen moet je al gegeten hebben om in alle ernst te kunnen beweren dat een CD&V'er geen Belgisch postje zou ambiëren, of woord zal houden?

Er zijn echter twee dingen die ervoor zorgen dat CD&V vandaag geen openlijke kandidaat naar voren schuift. Ten eerste: het is een gemakkelijke manier om het zwakke punt van de N-VA in de schijnwerpers te plaatsen. En ten tweede: het pijnlijke besef dat Kris Peeters niet alleen geen kandidaat van rang 1 is, maar ook niet van rang 2 (Didier Reynders of Bart de Wever), doch slechts rang 3. Zeg maar de categorie waar ook Johan vande Lanotte en Alexander de Croo spelen dus. Pijnlijk, voor een partij die ooit volstrekte meerderheden haalde in Vlaanderen.

Dit artikel verscheen op 18 september 2013 in 't Pallieterke.

Labels: , , , , , , , , , ,

Lees meer…