Posts tonen met het label De Gucht | Karel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label De Gucht | Karel. Alle posts tonen

zondag, augustus 17, 2014

Euforie bij Open Vld nog steeds misplaatst

Op 16 juli schreven we dat de huidige euforie bij de Open Vld misplaatst was. De verkiezingsuitslag was immers slechter dan de Open Vld-top doet voorkomen, en bovendien wenkte het zwarte gat als de één-en-ondeelbaar-strategie van partijvoorzitster Gwendolyn Rutten zou mislukken. Sindsdien is er echter veel veranderd: de Open Vld is in de Vlaamse regering binnengebroken, en federaal werden Kris Peeters en Charles Michel aangesteld om een Zweedse coalitie te vormen. Mét Open Vld. De euforie bij de Open Vld werd er niet minder om. Terecht of onterecht?

Dezelfde dag nog dat bekend raakte dat de Open Vld in de Vlaamse regering was binnengebroken, noemde Vincent van Quickenborne Gwendolyn Rutten een «mirakelvoorzitter». Het nieuws van de inbraak in de Vlaamse regering kwam voor de meesten dan ook als een donderslag bij heldere hemel, en ook wij hadden het niet zien aankomen. Voornaamste reden hiervoor was dat we de plooibaarheid van de CD&V nog maar eens onderschat hadden. Te onzer verdediging: die plooibaarheid valt nu eenmaal niet te overschatten. Blijkbaar staat het ARCO-water al zo hoog aan de ACW-, pardon, beweging.net-lippen, dat eender wat kan als de CD&V maar zo snel mogelijk opnieuw de federale minister van Financiën mag leveren. Hou dat in het achterhoofd voor later, want we komen er nog op terug.

Laag soortelijk gewicht

De vaststelling dat de Open Vld slecht scoorde bij de verkiezingen van 25 mei blijft natuurlijk onveranderd staan. De twee peilingsresultaten die sindsdien gepubliceerd werden veranderen daar trouwens niets aan. We hebben voorlopig nog wel zo onze bedenkingen bij de betrouwbaarheid van de peilingen die Het Laatste Nieuws laat uitvoeren door AQ Rate. Zo sprong de N-VA van 25 mei naar 28 juni zes procentpunten omhoog, om vervolgens op 26 juli opnieuw zes procentpunten te zakken, en dus weer uit te komen op de oorspronkelijke verkiezingsuitslag. De Open Vld deed echter de omgekeerde beweging, zij het minder uitgesproken. Op 28 juni zakte de Open Vld met twee procentpunten naar 13,8% van de Vlaamse stemmen, om op 26 juli terug te stijgen naar 15,4%. Met een foutenmarge van maar liefst 3,3% betekent dit eigenlijk weinig of niets, maar van een miraculeuze sprong vooruit qua aanhang is voorlopig dus nog geen sprake.

Bovendien toont de vaudeville rond de twee postjes in de Vlaamse regering aan dat het niet alleen kwantitatief maar ook kwalitatief niet helemaal snor zit met het soortelijk gewicht van de Open Vld. Voor Annemie Turtelboom werd een mooie exit uit de federale regering gevonden, maar wat een klucht was dat om ook een Brusselse minister te vinden? Dat uiteindelijk iemand uit de politieke dood opgewekt diende te worden is pijnlijk, maar bovendien ook duur voor een partij die eigenlijk te klein is geworden om nog veel postjes te kunnen claimen.

Poppetjes

In een Zweedse coalitie raakt Open Vld naast N-VA en CD&V bij een normale verdeling van de postjes niet verder meer dan een vicepremier en een minister, plus heel eventueel een staatssecretaris of Senaatsvoorzitter. Met drie ministeriabelen (Annemie Turtelboom, Alexander de Croo en Maggie de Block) zat de Open Vld dus met één poppetje te veel voor slechts twee postjes. Door haar populariteit is Maggie de Block vandaag immers te groot geworden om in de volgende regering «maar» staatssecretaris te spelen, en dat werd nu handig opgelost door de overplaatsing van Annemie Turtelboom naar de Vlaamse regering.

Maar aangezien er aan deze federale formatie niets meer normaal is, kan niet uitgesloten worden dat er voor de Open Vld toch wat extra inzit. Zo is er bijvoorbeeld nog die Europese Commissaris die eigenlijk zo snel mogelijk benoemd dient worden. Aan welke partij komt dat postje toe? Iedereen heeft zijn kandidaat klaar: bij CD&V Marianne Thyssen, bij Open Vld Karel de Gucht, bij MR Didier Reynders, en bij N-VA vermoedelijk Johan van Overtveldt. Aangezien de andere postjes nog niet verdeeld zijn, dient hierover een onderhandelde en berekende gok genomen te worden.

Met Kris Peeters in pole position om premier te worden zijn de kansen klein dat de CD&V ook nog een Europees Commissaris zal kunnen binnenhalen. Die partij wordt dan wel heel rijkelijk bedeeld in de federale regering, zeker vergeleken met de bijna twee keer zo grote N-VA die dan met minder tevreden zou moeten zijn, maar ook vergeleken met de bijna even grote Open Vld die dan met de helft tevreden zou moeten zijn. Voeg daarbij de zwakke onderhandelingspositie van de CD&V (Kris Peeters is al uit de Vlaamse regering vertrokken, en het hierboven reeds vermelde ARCO-probleem), en het is duidelijk dat Marianne Thyssen zich best niet teveel illusies meer maakt over haar kansen om in de volgende Europese Commissie te mogen zetelen.

Karel de Gucht dan toch opnieuw Europees Commissaris?

En dus komt Karel de Gucht toch weer in beeld om zichzelf op te volgen als Europees Commissaris. Zeker, de post aan de MR geven is ook een optie en lost het personeelsprobleem rond Didier Reynders op. Maar naast zeven ministers ook nog eens de Europese Commissaris mogen leveren is toch wat veel voor een partij die in de Kamer uiteindelijk toch ook maar amper iets groter is dan de CD&V.

En Johan van Overtveldt als Europees Commissaris? Dat zou zeker een voordeel zijn in het licht van de komende Schotse en Catalaanse referenda, en bovendien de meest logische verdeling qua postjes. Maar wat dan als de Zweedse coalitie dan toch niet doorgaat? Stel je voor, een regering–Di Rupo II (of wat het ook wordt als de tripartite weer in beeld komt) met Johan van Overtveldt als Europees Commissaris, dat risico zullen noch CD&V noch Open Vld noch MR willen lopen.

Gehakketak

Het ziet er op dit moment dus een pak beter uit voor de Open Vld dan enkele weken geleden. Maar is euforie daarover dan gepast? Partijvoorzitter Gwendolyn Rutten kan haar vel vooral dankzij de zwakke positie van de CD&V redden, maar dan nog vergt dat natuurlijk enig tactisch inzicht en goed getimed gemanœuvreer. (Zelf zou zij dat bij haar tegenstanders met afschuw op het gezicht «gehakketak» noemen.) Mirakels hebben we voorlopig echter nog niet gezien. Zelfs de politieke heropstanding van Sven Gatz kan immers bezwaarlijk een wonder genoemd worden als je weet hoeveel een ministerpostje in de Vlaamse regering trekt.

Dit artikel verscheen op 6 augustus 2014 in 't Pallieterke.

zaterdag, augustus 02, 2014

Misplaatste euforie bij Open Vld

Sedert de verkiezingen van 25 mei heerst er een zekere vorm van euforie bij de Open Vld. Aan de top schijnt men immers te denken de verkiezingen gewonnen te hebben, zelfs in die mate dat men zich incontournable waant voor de vorming van een federale regering. Bovendien wist de partij door een handigheidje het postje van Kamervoorzitter binnen te halen voor ouwe rot Patrick Dewael. Onder de oppervlakte dreigt echter een zwart gat van vijf jaar als de blufpoker van voorzitster Gwendolyn Rutten op niets uitdraait.

Halen we er even de jongste verkiezingsresultaten bij. Voor de Kamer haalde de Open Vld een dikke maand geleden 15,6% van de stemmen, een vooruitgang van 1,6% vergeleken met 13 juni 2010. Voor het Vlaams Parlement strandde de partij echter op een score van 14,1%, een achteruitgang van 0,9% tegenover 7 juni 2009. Voor het Europees Parlement haalde de partij 20,4%, maar ook dat was een achteruitgang vergeleken met 2009. Toen haalde de partij voor het Europees Parlement immers nog 20,7%. Het ego van Guy Verhofstadt is er de laatste vijf jaren ontegensprekelijk een pak groter op geworden, zijn aanhang daarentegen niet.

Deze resultaten dienen meteen al in negatieve zin genuanceerd te worden. In 2010 haalde concurrent LDD nog 3,7% van de stemmen voor de Kamer, en in 2009 zat die zelfs nog aan 7,6%. Op 25 mei diende LDD alleen in West-Vlaanderen nog een lijst in, en dan nog alleen voor de Kamerverkiezingen. De partij schrompelde in mekaar tot amper nog 0,7% van de kiezers, een achteruitgang van 3,0%. Plaatst men dat tegenover de winst van 1,6% van de Open Vld, dan kan de conclusie toch niets anders zijn dan dat de Open Vld op 25 mei een barslecht verkiezingsresultaat behaalde? Tegenover 2009 gaat de partij er zelfs nominaal op achteruit, en dat terwijl LDD er sedertdien ook met een kleine zeven –7!– procent op achteruit ging.

Terug naar de jaren '60

Ook bekeken over een langer perspectief gaat het duidelijk niet goed met de Open Vld. De verkiezingen van 2010 voor de Senaat waren met een score van 13,3% het absolute dieptepunt van de laatste veertig jaar. Maar ook voor een score lager dan 14,1% moeten we terug naar de jaren '60 van de vorige eeuw, met uitzondering van de tegenvallende verkiezingen van 17 april 1977, toen de partij een dip had van 14,5%. En zelfs dat is nog beter dan 14,1%. Bij alle andere verkiezingen sedert 23 mei 1965 haalde de partij steeds 16% of meer, met als absoluut toppunt de 24,4% van 18 mei 2003.

Men kan dus gerust stellen dat de Open Vld de liberale aanhang van de PVV, die over een periode van ongeveer dertig jaar stelselmatig opgebouwd werd, op amper één decennium volledig verkwanselde. Tekenen daarvoor verantwoordelijk: een Europees fractieleider, een Europees commissaris, en een Belgisch Kamervoorzitter die nog steeds de dienst uitmaken op het partijhoofdkwartier. Geef ze nog een decennium de tijd, en misschien verdwijnt dan ook de rest van de Open Vld.

Eén en ondeelbaar

Het triomfalisme dat vandaag heerst bij de Open Vld is dus hoogst ongepast, en staat in schril contrast met de (terechte) crisissfeer bij de socialistische tegenpool sp.a. Meer zelfs, bij de Open Vld waant men zich incontournable voor de vorming van een federale regering. Een andere rationele verklaring voor de eis dat men niet in een federale regering zal stappen als men ook niet in de Vlaamse regering opgenomen wordt valt er niet te verzinnen.

Want wat moeten we nu denken van dat één en ondeelbare partijprogramma van de Open Vld? Zo één en ondeelbaar was dat programma in Brussel blijkbaar niet, want daar stapt de Open Vld gezwind in een regionale regering. Nu ja, de partij bevindt zich daar in goed gezelschap, met naast CD&V ook sp.a, cdH, PS en zelfs FDF, maar dus geen N-VA of MR. Een betere garantie op een liberaal beleid kan men zich amper inbeelden, of het zou moeten zijn met Groen en Ecolo er nog bij. Maar ook: als dat programma van de Open Vld zo één en ondeelbaar is, is er dan wel ruimte voor compromissen? De vermeende onwil van de N-VA om compromissen te sluiten was zowat hét kroonargument van de Open Vld om in 2011 in een tripartite met de PS te stappen. Of kunnen compromissen er voor de Open Vld alleen maar komen als de partij zowel op federaal als regionaal vlak toegevingen kan doen?

Dewael eerste minister?

Intellectueel valt er dus geen touw vast te knopen aan de argumentatie van de Open Vld, maar ook strategisch zit het goed fout. Of zou het er werkelijk alleen maar om te doen zijn de prijs zo hoog mogelijk op te drijven? Op het ogenblik dat we dit schrijven doet bijvoorbeeld het gerucht de ronde dat de N-VA de 16 aan Patrick Dewael aangeboden zou hebben om de Open Vld toch maar over de streep te trekken. Bij Open Vld zou men er echter goed aan doen het oude Vlaamse spreekwoord «de kruik gaat zolang te water tot ze barst» in gedachte te houden. Als Charles Michel één keer teveel met lege handen naar Laken moet trekken is het immers gedaan met de centrum-rechtse coalitie, en is de PS aan zet.

Want inderdaad, als de Open Vld blijft volharden in haar één en ondeelbare boosheid, fungeert ze in de praktijk, samen met de cdH, als een kruiwagen voor de PS. En het is maar de vraag hoeveel Open Vld-kiezers daarop zaten te wachten. Bovendien: als de Open Vld de jarenoude droom van de MR om eindelijk eens zonder de PS te kunnen regeren finaal dwarsboomt, vragen we ons af of Gwendolyn Rutten volgend jaar op 1 mei nog wel welkom zal zijn in Geldenaken. Vroeg of laat zal de Open Vld de rekening gepresenteerd krijgen voor haar onbetrouwbaar gedrag.

Zwart gat wenkt

Postjes zijn voorlopig nog geen probleem voor de Open Vld. Naast de aftredende ministers in de federale regering beschikt de partij met Karel de Gucht nog een tijdje over een Europees commissaris, en wist ze zoals reeds vermeld het postje van Kamervoorzitter uit de brand te slepen. Tijdens de laatste aflevering van De Zevende Dag bleek dat Philippe de Backer zelfs de illusie koestert dat Karel de Gucht enige kans maakt om opnieuw voorgedragen te worden als Europees commissaris. Probleem is echter dat men niet, zoals Patrick Dewael Kamervoorzitter werd, een soort van «voorlopig» Europees commissaris kan worden in afwachting van een definitieve verdeling van al de Belgische federale postjes.

Het lijkt dan ook weinig waarschijnlijk dat zoals de zaken er nu voorstaan, er uitgerekend een Open Vld'er zal voordragen worden terwijl precies de Open Vld halsstarrig dwars blijft liggen om in een federale regering te stappen. En Patrick Dewael zal in de Kamer snel zijn biezen moeten pakken eens een federale regering gevormd is zonder de Open Vld. De stemming binnen de partij zou dan wel eens heel snel kunnen omslaan zodra ook Alexander de Croo, Annemie Turtelboom en Maggie de Block hun respectievelijke portefeuilles hebben ingeleverd. Met als prangende vraag: zou het echt allemaal de schuld van die dekselse N-VA en CD&V zijn, of zou het ook een beetje aan de kaduke strategie van de partijtop kunnen gelegen hebben?

Tripartite zonder Open Vld

Want inderdaad, wat als de cdH de komende weken toch door de knieën gaat, onder druk van de ARCO-zaak? Bij CD&V is men nu al bereid om tot eender welke federale regering toe te treden, als ze maar de minister van Financiën kunnen leveren en zaakjes kunnen regelen voor het ACW, pardon, beweging.net. De blufpoker van Gwendolyn Rutten werkt immers maar zolang ook cdH niet in een federale regering wil.

En wat dan met een tripartite? Vergeet niet dat PS, sp.a, CD&V, cdH en MR samen ook al aan een federale meerderheid komen, zonder de Open Vld. Als de Open Vld vandaag een centrum-rechtse coalitie waarin ze noodzakelijk is dwarsboomt, hoe gaat ze dan uitleggen dat haar programma dan toch niet één en ondeelbaar is als sp.a en PS mee in de federale regering zitten? Of denkt ze op die manier wel in de Vlaamse regering te kunnen binnenbreken? En hoe gaat ze oppositie voeren tegen een te links federaal beleid, maar mét MR in de coalitie, en dat nadat ze zelf een centrum-rechts beleid onmogelijk maakte? De Open Vld is de laatste tien jaar veel kiezers kwijtgespeeld, en lijkt vandaag goed op weg om eindelijk ook haar postjes kwijt te spelen.

Dit artikel verscheen op 16 juli 2014 in 't Pallieterke.

zaterdag, juni 07, 2014

De impact van de PS–cdH-bom

Nadat de PS samen met de cdH voor de Waalse en de Brusselse regeringen het zekere voor het onzekere nam, gaat het plots heel snel in de verscheidene regeringsonderhandelingen. Door deze zet van de PS moest de CD&V haar eis om samenvallende regeringsonderhandelingen noodgedwongen laten vallen, maar anderzijds kan de partij hierdoor haar onderhandelingspositie tegenover de N-VA versterken. Een overzicht.

Nogal wat commentatoren lijken er op dit ogenblik vanuit te gaan dat de kansen op een centrum-rechtse federale regering de jongste dagen sterk gestegen zijn. Zij denken dat de PS een Pyrrusoverwinning heeft geboekt door zowel in Wallonië als Brussel onderhandelingen met de cdH (en het FDF) op te starten. Zeker, dat heeft veel kwaad bloed gezet bij de MR, die zich opnieuw uitgesloten ziet van regeringsdeelname op regionaal vlak. Bovendien beweren zowel PS als cdH dat de cdH nog steeds de handen vrij heeft om zonder de PS in een federale regering te stappen. Tot slot wordt erop gewezen dat de PS de hete adem van de PTB in de nek voelt, en dus wel eens liever niet in een federale regering zou willen stappen die moeilijke en pijnlijke besparingsmaatregelen zal moeten opleggen. Uitlatingen in PS-kringen dat het voor hen niet echt hoeft zouden dat bevestigen. Los nog van het feit dat het hier toch nog altijd over een brutale machtspartij gaat die er niet voor terugdeinst desnoods de land aan de afgrond te brengen als haar belangen in het gedrang komen, wil ik daar toch nog enkele andere kanttekeningen bij plaatsen.

Wil MR electorale harakiri plegen?

Zo kan het best zijn dat men op dit ogenblik bij de MR buiten zijn zinnen is omwille van het «verraad» van de PS en de cdH, en daarom desnoods zelfs bereid zou zijn om als enige Franstalige partij in een federale regering te stappen. Alleen, de onderhandelingen voor zo'n regering zijn niet op één-twee-drie afgerond. Dat betekent dat wanneer de woede binnen enkele dagen weer wat gekoeld is, niet uitgesloten is dat bij de MR het besef zal intreden dat zoiets electoraal toch wel een enorm grote gok is. Er moet voor de MR immers ook na 2019 nog leven zijn, en toetreden tot un gouvernement belgo-flamand die aan Franstalige zijde zelfs niet bij benadering een meerderheid kan voorleggen lijkt meer op harakiri dan iets anders.

Hete herfst

Zal de cdH in een federale regering willen stappen zonder de PS? Dankzij de regering–Di Rupo I is een meerderheid in elke taalgroep geen strikte voorwaarde meer, en MR en cdH hebben samen voldoende zetels in de federale Kamer om de ergste kritiek op dit gebied te kunnen smoren. Maar een groter probleem is natuurlijk de aanwezigheid van de N-VA in zo'n regering. Wat waarschijnlijk volkomen onverteerbaar voor de cdH zou zijn, is een N-VA-premier. Gelukkig bestaat daar een eenvoudige oplossing voor: een CD&V-premier (wat overigens als voordeel heeft dat hier een gemakkelijke uitweg voor Kris Peeters geschapen kan worden).

Maar het grootste obstakel is en blijft dat er voor de cdH in een centrum-rechtse regering weinig eer te rapen zal vallen. Als er op federaal vlak nog cadeaus en snoepjes uit te delen vielen voor Brussel en Wallonië zouden de zaken er helemaal anders voorgestaan hebben. Voor het –tot het tegendeel bewezen is– centrum-linkse cdH is het echter weinig aanlokkelijk enkele minder belangrijke ministerposten te leveren in een centrum-rechtse regering waartegen de PS misschien deze herfst al al haar syndicale duivels zal willen ontbinden om het PTB-gevaar enigszins te kunnen bezweren. Dan kan men net zo goed nu al de CSC, de Waalse vleugel van het ACV, opdoeken, en hoeft de cdH in 2018 en 2019 buiten Luxemburg zelfs geen kieslijsten meer in te dienen.

Praatjes

Bovendien, zou om diezelfde reden het Paleis eigenlijk wel zin hebben in een federale regering zonder de PS? Koning Filip zal het spel ongetwijfeld wat subtieler willen spelen dan zijn vader in 2010, al was het maar om dat contrast na de recente strubbelingen binnen het koningshuis in de verf te kunnen zetten. Het is bekend dat het Paleis traditioneel goede relaties met de cdH heeft, al waren die in de tijd toen die partij nog PSC heette stukken intenser. Het is dus best mogelijk dat informateur Bart de Wever komende dinsdag een formatieopdracht krijgt, maar die hoeft daarom nog niet te lukken.

Het is trouwens merkwaardig dat er vandaag in de kranten allerlei verhaaltjes opduiken waaruit zou moeten blijken dat reeds begin deze week een regering met N-VA, CD&V, Open Vld, MR en cdH zo goed als in de steigers stond, en dat de PS daarom op donderdag een forcing doorvoerde. Nochtans beweerden die kranten woensdag nog met evenveel stelligheid dat informateur Bart de Wever geen schijn van kans maakte om een centrum-rechtse regering te vormen, en dat het komende dinsdag dus finaal over and out zou zijn voor zijn informatieopdracht. Of moeten we soms geloven dat die Wetstraatjournalisten een centrum-rechtse regering zozeer genegen zijn, dat zij drie dagen lang collectief de kiezen stevig op elkaar hielden om Bart de Wever toch maar alle kansen te geven?

Naar een N-VAACW-regering?

Wat betekent dit voor de Vlaamse partijen? In eerste instantie leek de N-VA de grote verliezer te zijn van het brute manœuvre van de PS van donderdag, maar in tweede instantie zat er voor de N-VA toch ook winst in. De Vlaamse regeringsonderhandelingen konden nu immers toch van start gaan, zonder nog verder te hoeven wachten op de federale regeringsonderhandelingen. Het probleem van de N-VA is echter dat een federale centrum-rechtse regering zeer onwaarschijnlijk blijft, terwijl een tripartite op Vlaams niveau nog altijd als alternatief blijft bestaan. Het volstaat te tellen hoeveel ACW'ers er aanwezig zijn in de CD&V-delegatie die gaat onderhandelen met de N-VA om te weten hoe laat het is. Een garantie op succes is er dus zeker nog niet. En zelfs als het tot een Vlaamse N-VAACW-, pardon, N-VACD&V-regering komt, bestaat nog altijd het gevaar op een constructieve motie van wantrouwen in het Vlaams Parlement als de federale regeringsonderhandelingen eindelijk in hun plooi zijn gevallen. Je weet maar nooit of de CD&V nog maar eens van mening verandert over de noodzaak van afspiegelingsregeringen tussen de verschillende niveaus.

CD&V in het midden van het bed

De CD&V blijft comfortabel in het midden van het bed liggen, ook al was er dat kortstondige gezichtsverlies van donderdag. De partij heeft echter snel gekozen voor de enig mogelijk optie die nog overbleef: alsnog de Vlaamse regeringsonderhandelingen in gang zetten, zonder te wachten op de federale. Op die manier kan ze niet meer verweten worden de Vlaamse regeringsvorming te blokkeren in afwachting van de federale. Anderzijds staat de partij in een zeer sterke onderhandelingspositie tegenover de N-VA. Zoals reeds gezegd blijft de tripartite bestaan als alternatief, en daardoor kan de CD&V hoge eisen stellen. De post van minister-president voor Kris Peeters bijvoorbeeld, als die federaal niet aan de bak zou kunnen komen met een nog betere portefeuille.

Het is trouwens op het Vlaamse vlak dat de N-VA volstrekt ongevaarlijk is. Dat heeft die partij tijdens de vorige regeerperiode ook afdoende bewezen: federaal liep ze dan wel storm tegen de zesde staatshervorming, op Vlaams niveau voerde ze die loyaal uit. Bovendien, en zoals de Waalse werkgevers deze ochtend ook terecht opmerkten, worden de echt belangrijke beslissingen in België nog steeds op het federale niveau genomen. Het is dan ook daar dat de CD&V de pottenkijkers van de N-VA liever niet mee aan tafel ziet zitten (sleutelwoord: ARCO). Eerder deze week nog was partijvoorzitter Wouter Beke er trouwens niet te beroerd voor om nog gelijkheidstekens te plaatsen tussen de aanslag op het Joods museum in Brussel en de N-VA-plannen om de werkloosheid aan te pakken.

Rutten praat haar mond voorbij

Voor de Open Vld was dit een slechte week. De partij verliest (voorlopig) een Vlaamse regeringsdeelname, maar federaal zal ze ongetwijfeld nog wel bijdraaien. Partijvoorzitter Gwendolyn Rutten heeft immers de geloofwaardigheid van een vos in een hoenderhok die uitroept dat hij ofwel àlle kippen, ofwel helemaal geen wil. Meer dan een wanhopige poging om die andere helft kippen opnieuw in het hoenderhok te jagen is dat uiteindelijk niet. De Open Vld zal immers de postjes pakken die ze kan krijgen. De partij kan het bovendien niet maken federaal een centrum-linkse regering in het zadel te helpen enkel en alleen omdat ze regionaal niet mee aan de bak kon komen.

A propos, zou die alles-of-niets-tactiek van Gwendolyn Rutten wel op voorhand doorgepraat geweest zijn met Europees Commissaris Karel de Gucht?

Overigens, wat Gwendolyn Rutten beweert is een hoogst interessante stelling, namelijk dat het niet meer mogelijk is om een goed economisch beleid uit te zetten zonder zowel in de Vlaamse als de federale regering aanwezig te zijn. En vooral dan dat dat een gevolg zou zijn van de zesde staatshervorming. Kan dat eigenlijk iets anders betekenen dan dat de critici van die zesde staatshervorming over de volle lijn gelijk hadden, namelijk dat ze een miskleun van formaat is, en dat ze Vlaanderen helemaal geen grotere economische autonomie schonk? Jammer dat tot nog toe geen enkele journalist daar eens over doorgevraagd heeft.

Een linkser Vlaanderen is daarom nog niet links

Links is voorlopig niet aan zet in Vlaanderen. Conform de verkiezingsuitslagen overigens. Partijvoorzitter Wouter van Besien van Groen heeft gelijk wanneer hij stelt dat Vlaanderen op 25 mei linkser gestemd heeft, want er is inderdaad een verschuiving van ongeveer twee–drie procent naar links tegenover 13 juni 2010. Maar dat betekent nog lang niet dat Vlaanderen vandaag links zou stemmen.

De ontkoppeling van de Vlaamse en de federale regeringsonderhandelingen betekent concreet dat de sp.a voorlopig weinig kans meer maakt om in de Vlaamse regering te raken. De lezer mag drie keer raden wat dat betekent voor Oosterweel of de onderwijshervorming van Pascal Smet. De signalen uit het kamp van de sp.a tonen trouwens duidelijk aan dat zure druiven daar nog steeds het hoofdbestanddeel van het dagelijkse menu uitmaken. Federaal blijven de kansen van sp.a echter fundamenteel ongewijzigd zolang een tripartite de meeste kans maakt.

Groen heeft nooit veel kans gemaakt om in de Vlaamse of federale regering binnen te breken. Aan Franstalige zijde heeft Ecolo een veel te grote pandoering gekregen om nog veel zin te hebben in welke regeringsdeelname dan ook, en in Vlaanderen staat Groen veel te zwak om zichzelf op eigen kracht in een Vlaamse regering te hijsen. Daar raakt ze immers alleen maar in als aanhangwagen van ofwel de sp.a ofwel via een federaal ommetje Ecolo.

Rampscenario voor Vlaams Belang

Voor het Vlaams Belang lijkt zich het slechts mogelijke scenario te zullen voltrekken. Als de N-VA in de Vlaamse regering raakt maar tegelijkertijd federaal in de oppositie blijft, zit het Vlaams Belang opnieuw met hetzelfde probleem als tijdens de afgelopen regeerperiode. Op het niveau dat er werkelijk toe doet zal de N-VA het oppositielaken naar zich toe kunnen trekken, en daardoor opnieuw het Vlaams Belang in de schaduw stellen. Ondertussen kan de N-VA via de Vlaamse regering wel haar stempel drukken op het beleid en zich verder consolideren. Het Vlaams Belang zal dan de komende vijf jaar veel creatiever uit de hoek moeten komen om het verschil te kunnen maken tegenover de oppositie/regeringspartij N-VA wil het er weer opnieuw staan na de verkiezingen van 2019.

donderdag, oktober 03, 2013

Aan wie de 16?

Rik van Cauwelaert noemde het in De Tijd «politieke gezelschapsspelletjes»: met nog meer dan negen maanden te gaan tot de verkiezingen schrijven de journalisten zich krom over wie kandidaat is om Elio di Rupo op te volgen. Waarna hij zelf het gerucht lanceert dat zowel Elio di Rupo als Paul Magnette zouden azen op… een Europees commissariaat!

Regering–De Wever-Reynders

Het scenario duikt af en toe op, en het klinkt goed, zo'n herstelregering–De Wever-Reynders als tegenbeeld van een regering–Di Rupo II. Maar welke partijen zouden aan zo'n regering kunnen deelnemen? N-VA en MR om te beginnen natuurlijk, en in het zog van de MR ook de Open Vld. Maar wie regeert er dan nog mee? De CD&V en cdH? Dat wordt aan Vlaamse zijde dan een zogenaamde Antwerpse coalitie, maar aan Franstalige zijde vooral een minderheidscoalitie. Benieuwd of de Franstaligen volgend jaar al even principeloos zullen willen zijn als de Vlamingen in 2011. Met een centrum-rechtse overwegend Vlaamse federale regering, en als reactie daarop misschien wel een links-linkse Waalse regering van PS en Ecolo staan we dan misschien wel voor zeer interessante tijden in het zuiden van het land.

Persoonlijk houden we het dus op een voortzetting van de huidige regering. Grootste argument voor zo'n scenario is dat alle ervaring leert dat Vlaamse politici veel gemakkelijker buigen dan Franstalige. Enige mogelijke spelbreker voor dit scenario: de Vlaamse kiezer, als die de N-VA en het Vlaams Belang in het Vlaams Parlement zo groot maakt dat een Vlaamse afspiegelingsregering zonder N-VA niet meer mogelijk is.

V-meerderheid

Maar wat dan nog? Ons vermoeden: dan verandert er op federaal vlak niets, en krijgen we op Vlaams niveau een Antwerpse coalitie. Als je ziet hoe de federale begroting vandaag mismeesterd wordt, zou je gaan vermoeden dat men zelfs doelbewust aanstuurt op een economisch rampenscenario, waarbij er na 26 mei 2014 in alle haast een federale regering gevormd zal móeten worden omwille van de «financiële markten». Met andere woorden, een voortzetting van de huidige regering–Di Rupo, omdat er geen tijd zal zijn om te neuten over confederalisme. En al zeker niet als de Rode Duivels op hetzelfde ogenblik wereldkampioen spelen in Brazilië.

Wouter Beke zal de N-VA dan met plezier voor de keuze plaatsen: Vlaanderen maandenlang in een bestuurlijke chaos storten terwijl de CD&V in de federale regering haar «verantwoordelijkheid opneemt», of braafjes met hen (eventueel aangevuld met de Open Vld) een Vlaamse regering vormen en de kracht van verandering uitstellen tot 2019. Zolang de N-VA bij voorbaat revolutionaire toestanden afzweert heeft Wouter Beke geen reden om met de N-VA veel rekening te houden bij de vorming van een federale regering.

IJdeltuit Di Rupo

In ons lijstje staat Elio di Rupo dan ook nog steeds met stip op nummer één om zichzelf op te volgen na 25 mei 2014. En zoals de zaken er op dit ogenblik voorstaan –rebus sic stantibus, zou Bart de Wever zeggen– zal dat zelfs nadrukkelijk zonder de N-VA moeten zijn. Sedert 13 mei 2010 is er, buiten de provincieraadsverkiezingen, nog geen enkele peiling verschenen die de N-VA onder de dertig procent plaatst. Zelfs die dertig procent zou nog een winst van 1,8% zijn tegenover de laatste federale verkiezingen, en dus mogen we er gerust van uitgaan dat de N-VA na de volgende verkiezingen in de federale Kamer nog groter zal zijn dan ze nu al is. Bij de PS is het dan weer van eind 2011 geleden dat de partij nog gepeild werd op een niveau dat vergelijkbaar is met de laatste federale verkiezingsuitslag, want sindsdien staat de partij op verlies. Conclusie: in de volgende federale Kamer zal de N-VA niet alleen groter dan de PS zijn, ze zal afgetekend groter dan de PS zijn.

Je ziet dan ook van hier dat Elio di Rupo premier zal willen spelen in een regering waarin de N-VA een kop groter is dan zijn eigen PS. Wie denkt dat dit betekent dat de N-VA dan de premier zal moeten leveren is echter van een goed jaar. Koning Philippe die de eed afneemt van eerste minister Bart de Wever? Neen, de enige mogelijke oplossing is dat de N-VA opnieuw uit de federale regering gehouden wordt. Onze kakelverse koning-met-een-missie zal over zo'n hyperdemocratisch manœuvre zeker geen problemen maken.

Drama queen zkt camara's

Dat Elio di Rupo zou azen op een Europees commissariaat lijkt ons dan ook een lachertje. Hoe vaak komt zo'n Europees Commissaris in de pers? Alleen als hij blundert, of als hij als zwarte piet kan dienen in één of ander nationaal debat. Zelfs de «hoge vertegenwoordiger» voor buitenlandse zaken en veiligheid Catherine Ashton –wie kent haar?– komt amper in het nieuws. Karel de Gucht zou zich trouwens met geen Menense pictogrammen bezighouden als hij daar in de Europese Commissie niet totaal zat te verwelken (of de vloer aangeveegd werd door Chinezen).

Nog eentje: als de uitslag van de PS tegenvalt, en Waals klein-links enkele zetels haalt, zou Elio di Rupo liever naar de oppositie trekken om zijn partij te laten herbronnen. Alsof dat enige garantie zou geven dat hij er in 2019 dan wel bij zal zijn. Detail: in 2019 wordt hij trouwens 68 jaar.

Neen, ze gaan een heel straf postje moeten uitvinden om Elio di Rupo vrijwillig uit «de 16» weg te krijgen. En na de passage van Herman van Rompuy als Europees «president» is het eerder twijfelachtig of er in 2014 veel vette postjes voor Belgen beschikbaar zullen zijn.

Bart de Wever

Hij mag zeggen wat hij wil, maar Bart de Wever is op dit ogenblik de enige natuurlijke kandidaat-premier van de N-VA. Elke andere N-VA-kopman of -vrouw is slechts tweede keus. En we zijn het niet persoonlijk gaan rondvragen onder de N-VA-leden, maar we hebben een sterk vermoeden dat ze er zo ongeveer allemaal hetzelfde over denken, op twee na. De ene zit in Antwerpen, en zegt dat hij niet beschikbaar is. De andere zit in Gent, en dacht dat hij eind augustus zijn federaal regeringsakkoord al uit de doeken mocht doen in een interview met De Standaard. Dat laatste was, zoals ondertussen bekend, «voor zijn beurt gesproken».

Bart de Wever zit natuurlijk wel met hetzelfde probleem waar Jannie Haek mee geplaagd zat: zoals die laatste zijn opzegpremie thuis niet uitgelegd kreeg, zo krijgt Bart de Wever een federaal premierschap thuis niet uitgelegd. Net zoals het ook niet snor zit met het confederalisme van de N-VA. Ironisch, dat op dit ogenblik net het communautaire het zwakke punt is van wat ooit als een communautaire one-issue-partij vertrokken is…

Didier Reynders

Didier Reynders zou natuurlijk maar wat graag eerste minister van België worden. Maar iets zegt ons dat de man intelligent genoeg is om te weten dat dat weinig waarschijnlijk is, tenzij zich één of andere bijzonder opportuniteit zou voordoen. Enerzijds maakt hij geen kans mét de PS in de federale regering, en anderzijds maakt een federale regering zonder PS geen of weinig kans. Maar je weet natuurlijk nooit. In 2010 zag het er immers lang naar uit dat de MR en de Open Vld zelfs de regeringsbanken niet zouden halen.

Kris Peeters of Wouter Beke

Kris Peeters die liever niet premier zou willen worden, het klinkt een beetje als een Yves Leterme die de huwelijkstrouw predikt. Weinig geloofwaardig dus. Al was het maar omwille van de dure eden die ook die laatste zwoer toen híj Vlaamse minister-president was. Het scenario, waarbij Kris Peeters Wouter Beke federaal zou laten voorgaan, is zo mogelijk nog gekker. Welke paddenstoelen moet je al gegeten hebben om in alle ernst te kunnen beweren dat een CD&V'er geen Belgisch postje zou ambiëren, of woord zal houden?

Er zijn echter twee dingen die ervoor zorgen dat CD&V vandaag geen openlijke kandidaat naar voren schuift. Ten eerste: het is een gemakkelijke manier om het zwakke punt van de N-VA in de schijnwerpers te plaatsen. En ten tweede: het pijnlijke besef dat Kris Peeters niet alleen geen kandidaat van rang 1 is, maar ook niet van rang 2 (Didier Reynders of Bart de Wever), doch slechts rang 3. Zeg maar de categorie waar ook Johan vande Lanotte en Alexander de Croo spelen dus. Pijnlijk, voor een partij die ooit volstrekte meerderheden haalde in Vlaanderen.

Dit artikel verscheen op 18 september 2013 in 't Pallieterke.

dinsdag, augustus 27, 2013

BHV: De Vlaming betaalt

Verleden week bracht de krant De Tijd de resultaten van de werklastmeting in het gerechtelijk arrondissement Halle-Vilvoorde. Niet echt een primeur, want de resultaten waren eind juni ook al eens uitgelekt. Uit het KPMG-rapport blijkt echter wat iedereen eigenlijk al lang wist, namelijk dat de gehanteerde 80F/20N-verdeling voor de benoeming van de rechters langs geen kanten klopt. Iedereen, behalve de institutionele partijen natuurlijk. Die gaven deze keer eerst niet thuis, om vervolgens doodleuk te verklaren dat er eigenlijk geen probleem is. Wel een beetje merkwaardig dat diezelfde institutionele partijen de Franstaligen echter niet met de cijfers van het bewuste rapport willen confronteren, om hen niet te «bruuskeren». Als er echter één ding zeker is, dan wel dat de Vlaming alweer zal mogen betalen. Bij het kabinet van staatssecretaris Servais Verherstraeten was men er in ieder geval als de kippen bij om onmiddellijk al tegemoetkomingen… voor de Franstaligen klaar te stomen.

Bij de «splitsing» (eigenlijk een ontdubbeling zoals de Franstaligen eisten, en geen splitsing zoals de Vlamingen vroegen) van het gerechtelijke arrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde werd overeengekomen dat de rechters in Brussel voortaan in een verhouding 80F/20N benoemd zouden worden. Het zou de voormalige minister van Justitie Stefaan de Clerck geweest zijn die verantwoordelijk is voor de foute verdeelsleutel, maar het feit alleen al dat aan Vlaamse zijde niemand openlijk verantwoordelijk wil tekenen voor die verdeelsleutel zegt genoeg. Veel verder dan «dit is nu eenmaal het resultaat» en «meer zat er niet in» geraakt men daar niet, en dus berust men maar in de feiten. Voldongen feiten kan men zelfs stilaan zeggen, want de Nederlandstalige uitloop bij de Brusselse rechtbanken kwam onmiddellijk na het akkoord al meteen op gang.

In het akkoord werd wel een klein veiligheidsventieltje ingebouwd: de cijfers zouden later aangepast worden aan de resultaten van een werklastmeting, en dus was er voor de Vlaamse partijen geen vuiltje aan de lucht. De Franstalige partijen noteerden vooral dat de verdeelsleutel 80F/20N binnen was, en dat het daar dan ook wel zou bij blijven.

Methode van de schuif

Het zal de lezer wel niet verwondering dat de bestelling van de werklastmeting nogal wat voeten in de aarde had. Maar wonder boven wonder, ze kwam er uiteindelijk toch, en wat misschien wel een unicum in de Belgische geschiedenis moet zijn: de Vlamingen hoefden er niet eens extra voor te betalen. Meer zelfs, eens de studie bij KPMG besteld, werd ze nog uitgevoerd ook, en de resultaten samengevat in een rapport. Om vervolgens in de schuif van staatssecretaris Servais Verherstraeten te belanden, en daar ook te blijven liggen.

Waarom bleef dat beruchte KPMG-rapport zo lang in de schuif van Servais Verherstraeten liggen? Volgens de geruchten omdat men de Franstalige partijen dus niet wou «bruuskeren» met de resultaten. En dat is op z'n minst toch een merkwaardige gang van zaken. Als er immers één zijde is die zich door de cijfers in dat rapport gebruuskeerd zou moeten voelen, dan toch wel de Vlaamse. Het is nu immers voor iedereen duidelijk dat de oorspronkelijke 80F/20N-verdeelsleutel niets anders dan een geval van platte oplichterij was. In een normale wereld zouden het dan de Vlamingen moeten zijn die verontwaardigd reageren, en de Franstaligen vervolgens met tegemoetkomingen op de proppen moeten komen. Morele schadevergoeding heet zoiets in juridisch jargon.

Belgische meerwaarde

Niet zo in België anno 2013, dat volgens de institutionele partijen nog steeds een meerwaarde betekent voor Vlaanderen. Daar zijn het immers de Franstaligen die verontwaardigd reageren op de resultaten van het rapport, en de Vlamingen die al onmiddellijk de portefeuille bovenhalen om nog eens te mogen betalen. Vooral straf is dat de Franstaligen niet alleen de resultaten van het rapport van de hand wijzen, maar ook de gebruikte methode, en bovendien uitschreeuwen dat de vertaling van het rapport een belediging voor de Franse taal zou zijn. Nog goed dat de Belgische staat nooit een rapport, wettekst of mededeling heeft afgeleverd die als een belediging aan het adres van de Nederlandse taal opgevat kon worden!

Ik vraag mij trouwens af wat dat precies wil zeggen: een te Vlaamse methode om de werklast te meten. Is het soms zo dat Vlaamse dossiers in Franstalige ogen fundamenteel minder wegen? Of hebben Franstalige rechters voor hetzelfde werk een beetje meer denkwerk nodig, kwestie van hun nobele Franstalige hersenen niet te zeer te pijnigen? Dat geen enkele Vlaamse krant bij die Franstalige politici wilde informeren hoe dat precies in mekaar zat!

«Trotse» Wouter Beke niet thuis

De reactie van de Vlaamse institutionele partijen was bijzonder treffend: men gaf gewoonweg niet thuis. Ik kan de lezer overigens aanraden eens in het archief van DeRedactie.be te duiken en er de zoekterm «BHV» in te tikken. De lijst met hoera-interviews, en dan in het bijzonder van de «trotse» Wouter Beke, zijn om van te smullen. En ook de titel van de 11 juli-boodschap van Wouter Beke in 2012, vlak voor de goedkeuring van het akkoord, kon tellen: «Voortaan moeten de speeches niet meer gaan over BHV».

Mij viel vooral op hoe de media op hun beurt reageerden op de afwezigheid van enige reactie bij de institutionele partijen: niet. Het illustreerde nog maar eens het probleem met de «Vlaamse» media: op cruciale momenten, wanneer blijkt dat een communautair akkoord op een ronduit criminele manier nadelig is voor de Vlamingen en de institutionele partijen met de broek op hun enkels gesnapt worden, pleegt wat de vierde macht zou moeten zijn weer eens schuldig verzuim. Geen enkel medium met een beetje plichtsbesef tegenover de eigen gemeenschap zou toelaten dat één van die vier institutionele partijen de ene dag niet thuis zou kunnen geven, om vervolgens een dag later al doodleuk over een ander thema geïnterviewd te worden zonder ook maar één lastige vraag. Zo láát men die vier institutionele partijen met hun crimineel bedrog wegkomen, en die institutionele partijen weten dat maar al te goed.

Franstalig geheugenverlies

Ook het opmerkelijke feit dat men de eerste dag niet wou te reageren, om zich vervolgens de tweede dag dan toch plots te herinneren dat er helemaal niet opnieuw onderhandeld dient te worden, werd nergens in de media wat meer belicht. Zou de stelling dat de resultaten van de werklastmeting automatisch de 80F/20N-verdeelsleutel teniet doen werkelijk kloppen? Merkwaardig dat de Franstaligen zich zoiets uitdrukkelijk niet kunnen herinneren. De lezer zal wel weten wat dat betekent: de Vlamingen zal betalen. Het is immers best mogelijk dat zowel de letter als de geest van de wet de Vlaamse partijen gelijk geeft, het zal uiteindelijk toch de Franstalige interpretatie zijn die uitgevoerd wordt. Vraag het maar eens na in de faciliteitengemeenten…

Maar ook minister van Justitie Annemie Turtelboom schijnt zich geen automatisch mechanisme in het akkoord te kunnen herinneren. Zoals we ['t Pallieterke] op 10 juli al schreven, stelde Vlaams Belanger Bart Laeremans haar immers op 4 juli al een kritische vraag over de eerste lekken van het KPMG-rapport. Haar antwoord, en let op de voorwaardelijke wijs wat de beslissing betreft, luidde als volgt: «Het monitoringcomité, dat is samengesteld uit de premier, de twee staatssecretarissen bevoegd voor institutionele hervormingen en de acht partijvoorzitters, zal op basis van die definitieve en gevalideerde resultaten beslissen of de kaders moeten worden aangepast.» Eén Franstalige partijvoorzitter die dwars ligt, en de kaders worden dus helemaal niet aangepast.

Zijn Vlamingen mensen?

Maar ten gronde: wat voor onzinnig akkoord was dat eigenlijk? Hoe is het mogelijk dat het aantal benoemingen van rechters afhankelijk is van één of andere onderhandelde verdeelsleutel, en niet van de reële werklast zonder meer? Dat daarvoor een werklastmeting in het akkoord ingeschreven diende te worden is op zich al een straf verhaal, maar het strafst van al is toch wel dat de Franstaligen dit blijkbaar als een punt zagen waarop zij zoveel mogelijk buit moesten binnenhalen. Dat zegt veel over hun fundamenteel gebrek aan respect voor de Vlamingen, die zij nog steeds niet voor volle mensen aanzien.

Want het is toch van twee dingen één: ofwel ziet men België als een soort betalingswerktuig waarmee men Franstaligen aan een goedbetaalde baan als rechter kan helpen, behoefte of geen behoefte. Het enige wat dan telt is dat men in Brussel vier keer meer Franstalige dan Nederlandstalige rechters heeft, desnoods om tijdens de uren maar een potje te kaarten als alle dossiers afgehandeld zijn. Ofwel vindt men gewoon niet dat de Vlamingen in Brussel recht hebben op voldoende rechtsbedeling, en is het enige wat telt dat men in Brussel vier keer minder Nederlandstalige dan Franstalige rechters heeft. De Vlamingen moeten, zo een beetje als koeien en ander huisvee, voldoende opbrengen, en voor de rest niet te veel last verkopen. Een paar rechtertjes kunnen er dus wel af, maar niet zoveel dat ze zouden beginnen denken gelijkwaardig aan de Franstaligen te zijn. En laten we eerlijk zijn: met 20% Nederlandstalige rechters waren de Franstaligen dan al zeer breeddenkend, of moeten we soms ook koeienrechters gaan benoemen, quoi?

Franstalige eisen – Vlaamse beden

Zou er trouwens ook maar ergens één enkele Vlaamse politicus gevonden kunnen worden die in Brussel iets anders zou durven eisen dan dat de rechters er benoemd zouden worden in verhouding tot de reële werklast? Was daar verleden week bijvoorbeeld Karel de Gucht niet die bij de N-VA allerlei vreselijk bloedlijnen wist te ontwaren, die nog net niet rechtstreeks naar Auschwitz leidden? Het moet voor hem toch een koud kunstje zijn om met zijn arendsblik ergens een N-VA'er (of, horresco referens, een Vlaams Belanger!) op te dissen die in Brussel een verdeelsleutel zou willen eisen om er zelfs nog maar een half procentje teveel Vlaamse rechters te benoemen? Ter vergelijking: zelfs de meest welwillende Belgischgezinde Franstalige politicus zou het nog niet invallen de Vlamingen in Brussel toe te staan wat eigenlijk de normaalste zaak van de wereld zou moeten zijn: een eerlijke verdeling. Misschien moet mensenrechtenspecialiste Eva Brems zich daar maar eens op toeleggen, in plaats van zich te gedragen als een moslima- en holebirechtenactiviste.

Dit artikel verscheen op 14 augustus 2013 in 't Pallieterke.

donderdag, september 20, 2012

Nieuwe peilingen bevestigen gekende trends

Vorige week werden we –naar Belgische normen– overspoeld door een reeks peilingen. Na de peiling van La Libre Belgique van drie weken geleden volgde die van Le Soir een week later, en die van De StandaardVRT verleden vrijdag. Vielen op: het slechte resultaat van de Open Vld, en de hoge scores van de N-VA. In beide gevallen gaat het echter over niets meer dan een bevestiging van de reeks gekende trends.

Carl Devos bekloeg zich verleden zaterdag in zijn wekelijkse opiniebijdrage bij DeRedactie.be onder de titel «“Overpeilingen”» over de peilingen die «gretig over ons heen spoelen», en prijst zich tegelijkertijd gelukkig dat we in Vlaanderen gespaard blijven van een «peilinginflatie» zoals in Nederland. De politicoloog is blijkbaar niet veel gewoon, want zeggen en schrijven drie peilingen in de loop van twee weken is niet bepaald veel om over naar huis te schrijven. In ieder normaal land wordt dat tempo al tijdens de komkommertijd gehaald, wanneer alles op een lager pitje draait. Misschien moet de professor maar eens een stage in het buitenland overwegen, of af en toe op internet eens buiten het .be-domein surfen?

Ander opmerkelijk fenomeen: zelfs na dit kleine golfje aan peilingen blijven de media doen alsof hun eigen peiling de enige echte is. Zo bestaan bijvoorbeeld De StandaardVRT het de score van de Open Vld in hún peiling af te doen als een absoluut dieptepunt voor die partij, ook al plaatste de peiling van Le Soir een week eerder de partij nog een procentje lager. O ja, wie goed oplet zal zeker het obligate «in onze peiling» telkens terugvinden. Handwerkers hebben ook de gewoonte om je telkens weer op het verkeerde been te zetten met hun nettoprijzen, ook al zal het «plus BTW» natuurlijk nooit ontbreken.

Nu goed, laten we eens naar de resultaten van de peilingen kijken, en de drie peilingen met mekaar vergelijken. N-VA blijft duidelijk verder groeien, ook af te lezen uit de stijgende trend van het vlottend gemiddelde over alle peilingen. Voorlopige topnotering is 40,1% bij Le Soir. Het moet dan ook al heel gek lopen wil de N-VA niet opnieuw veruit als grootste partij van Vlaanderen uit de provincieraadsverkiezingen van 14 oktober komen, maar anderzijds moet toch ook opgemerkt worden dat er een gat van ongeveer vier procent tussen de hoogste en de laagste peiler.

Bij De Standaard klinkt het deze keer in ieder geval dat «N-VA blijft stijgen», ja zelfs «fors». Of neen, zelfs «opnieuw fors». O ja? Spoelen we even zes maanden terug –inderdaad, beste Carl Devos, we schrijven zes maanden sedert de vorige peiling!–, en citeren we voor één keer onszelf, toen we weliswaar gretig citeerden uit de vorige analyses en commentaren bij zowel De Standaard als de VRT:
Citeren we even Peter de Lobel in De Standaard:
Voor het eerst sinds lange tijd zakt de N-VA in een politieke peiling. Van de 35 procent die de partij in oktober scoorde bij de peiling van De Standaard en de VRT, schiet nu nog 33,5 procent over. Een daling van anderhalf procent.
Of Bart Brinckman in dezelfde krant:
Daarbij consolideert de N-VA haar positie op een hoog niveau, de regeringspartijen handhaven zich op een laag peil. Toch lijkt bij de N-VA de rek uit de (overigens spectaculaire) groei.
Over naar de commentator van de VRT:
De N-VA torent met 33,5 procent boven de andere partijen uit. De partij boekt daarmee een winst van 5,3 procent tegenover de verkiezingsuitslag van 2010. Tegenover de vorige peiling, in september 2011, is er wel een verlies van 1,5 procent. De grote opmars van de partij lijkt dus wel op een grens te zijn gestoten.
Het weze voor de lezer duidelijk: bij de N-VA zit de klad er dus fameus in. Of zou het?
Tja. Met de billen bloot zullen we maar zeggen? «Verwacht het onverwachte» is de nieuwe slagzin, pardon, baseline, van «kwaliteitskrant» De Standaard, maar dat de analyses van hun eigen peilingen voor geen millimeter kloppen is niet bepaald onverwacht. Op één punt hebben ze alvast groot gelijk: míj hebben ze nooit om zo'n nieuwe beeslaain gevraagd. Ik zou het waarschijnlijk dan ook eerder in de richting van «huilen met de pet op» gezocht hebben…

Mogen we overigens vermelden dat de reactie van partijvoorzitter Bart de Wever op de peiling van De StandaardVRT waarschijnlijk één van de meest zinnige is die we de laatste jaren gehoord hebben? Voorzichtig sceptisch, uiteraard, maar de positieve tendens kan je inderdaad niet blijven ontkennen.

De onenigheid tussen de drie peilers kan echter nog groter dan de vier procent voor de N-VA, want voor CD&V bedraagt ze ruim vijf procent. Inderdaad, Le Soir plaatst de partij op 13,4%, een duidelijk verlies tegenover de laatste verkiezingen, terwijl De StandaardVRT menen dat de partij op winst zit met 18,5%. Dat laatste is echter nog steeds geen goede uitslag voor een partij die ooit absolute meerderheden in Vlaanderen haalde. Maar partijvoorzitter Wouter Beke liet onlangs optekenen dat, in tegenstelling tot zijn collega's Alexander de Croo en Bruno Tobback, hij zich niet van de wijs wil laten brengen door slechte opiniepeilingen. Historisch weten we echter dat zijn partij zich zelfs van slechte verkiezingen weinig of niets aantrekt, en toch vrolijk aan de macht blijft. Vraag is hoeveel jaren dit nog vol te houden valt.

Over de sp.a bestaat veel meer eensgezindheid tussen de drie peilers. De partij blijft al maandenlang onder het resultaat van de laatste verkiezingen, maar het verlies blijft wel beperkt tot minder dan een foutenmarge. Vergeleken met wat andere partijen moeten ondergaan valt dit misschien nog mee, maar anderzijds is het toch merkwaardig dat een socialistische partij in volle financiële crisis niet beter weet te scoren dan een magere dertien–veertien procent. Voeg daar dan bovendien nog eens aan toe dat bijvoorbeeld Johan vande Lanotte de laatste maanden vaak genoeg in de media mocht verschijnen als een soort Redder des Vaderlands die in zijn dooie eentje de gas- en elektriciteitsprijzen tot een lachertje weet te reduceren. Of zou het kunnen dat de modale Vlaming snapt dat hij uiteindelijk niet meer is dan een charlatan en praatjesmaker die op termijn de belastingbetaler nog veel geld zal kosten?

Ook over de Open Vld zijn de drie peilers het redelijk eens. De partij staat op een historisch dieptepunt, en zakt bij Le Soir zelfs onder de psychologische grens van de tien procent. We moeten al terug naar 1946 voor een verkiezingsresultaat dat de liberale partij in Vlaanderen op een nog lager niveau plaatst. De ironie van het lot wil echter dat de verantwoordelijken voor deze puinhoop –het triumviraat Verhofstadt-Dewael-De Gucht– hiervoor vrijuit zal kunnen (blijven) gaan. Karel de Gucht drijft het zelfs zover voor deze slechte resultaten de skalp van partijvoorzitter Alexander de Croo te willen opeisen in bovenstebeste «houdt de dief!»-stijl.

Dat neemt natuurlijk niet weg dat de analyse van Alexander de Croo er ook mijlenver naast zit. Het probleem van de Open Vld is niet dat ze de wind tegen heeft, en harder trappen zal dus ook geen oplossing brengen. De Open Vld is immers vrijwillig in de gracht gaan rijden toen ze al haar principes opgaf om in een regering met de PS te stappen, en dat zelfs bij herhaling. Karel de Gucht weet als ex-voorzitter van de Open Vld trouwens heel precies wat dat allemaal kan betekenen. Wil de Open Vld terug vooruit komen, dan zal ze ook beter moeten doen dan zich afzetten tegenover de N-VA, zoals diezelfde Karel de Gucht nu voorstelt. Dat de N-VA op dit ogenblik bij de modale kiezer als liberaler dan de Open Vld geboekstaafd staat zou toch al een belletje moeten doen rinkelen. En dan zijn er die menen dat Karel de Gucht de intelligentste politicus is van het noordelijke halfrond!

Ook Vlaams Belang blijft slecht scoren, al zijn de huidige resultaten beter dan die van een jaar geleden. De partij wedijvert ondertussen met de Open Vld om de vierde plaats in het Vlaamse politieke landschap, een magere troost aangezien dat vooral aan de slechte resultaten van de Open Vld ligt. De partij blijft in ieder geval consequent onder het niveau van de verkiezingen van 2010 scoren.

Opvallend in de peiling van De StandaardVRT is de terugval van Groen. Bij die peiler scoort de partij al een tijdje boven de negen procent, maar deze keer zakt de partij terug naar haar niveau van 2010. Op een ogenblik dat de media bol staan van de scheurtjes in de reactorvaten van enkele nucleaire centrales zou je van een ecologistische partij een betere score verwachten.

Over LDD kunnen we kort zijn met de gevatte opmerking die bij De Standaard te lezen viel: «Lijst Dedecker […] wordt stilaan te klein om nog met het blote oog waar te nemen». Pijnlijk.

Een simulatie voor de zetelverdeling levert zowel voor de peiling van Le Soir als De StandaardVRT een Vlaams Parlement op waarbij de N-VA als dé dominante partij naar voren komt. Opmerkelijk is wel dat de peiling van De StandaardVRT, in tegenstelling tot die van Le Soir, géén zogenaamde V-meerderheid oplevert. Zo'n meerderheid is dus helemaal nog geen uitgemaakte zaak. Maar zelfs bij De StandaardVRT lijkt een anti-V-meerderheid van CD&V, sp.a, Open Vld en Groen niet erg werkbaar, zelfs niet met de steun van UF.

Kijken we tot slot nog eens over de taalgrens, dan lijkt het erop dat de MR opnieuw uit een dal lijkt te klimmen. De afsplitsing van het FDF, dat in Wallonië voorlopig nog niet van de grond lijkt te komen, valt dus blijkbaar nog redelijk mee. Combineer dit met een PS die nog steeds op verlies staat, en het is meteen duidelijk waarom de verkiezingsstrijd ten zuiden van de taalgrens iets scherper en ideologischer gevoerd wordt dan in Vlaanderen.

Deze peilingen waren (hoogstwaarschijnlijk) de laatste regionale peilingen vóór de provincieraadsverkiezingen van 14 oktober. De volgende afspraak is dus voor 15 oktober, met een vergelijking van de resultaten voor die provincieraadsverkiezingen met de laatste peilingen, en simulaties voor de zetelverdelingen voor de regionale parlementen.

Bijlage: Overzicht van alle peilingen in Vlaanderen sedert 2004 en Wallonië sedert 2006 (PDF).

zondag, juni 26, 2011

Waarom niemand De Croos Coalition of the Willing wil

Alexander de Croo stelde verleden week voor dat de «hervormingsgezinde» partijen N-VA, CD&V, Open Vld en MR overleg zouden plegen, als een soort Belgische variante van de Coalition of the Willing. Zijn doel was enige vooruitgang te brengen in de federale regeringsonderhandelingen, maar het is maar de vraag of zijn voorstel veel indruk maakte. Ligt overleg tussen deze vier partijen al moeilijk, dan lijkt een federale regering bestaande uit deze vier partijen al helemaal uitgesloten.

Aan de analyse van Open Vld-voorzitter Alexander de Croo dat de federale regeringsonderhandelingen ondertussen al meer dan een jaar aanslepen omdat er een Franstalig-links front bestaat dat elke hervorming in de weg staat kan eigenlijk weinig toegevoegd worden. Dat front blokkeert niet alleen elke mogelijke institutionele hervorming, maar ook de broodnoodzakelijke hervormingen zowel op het vlak van het sociaal-economische, het juridische of de migratie. En het kan niet ontkend worden dat alleen bij de partijen die hij opsomt, aangevuld met Vlaams Belang en LDD en met een (institutionele) nuance voor de MR, bereidheid bestaat om de verschillende pijnpunten daadwerkelijk aan te pakken.

Tegelijkertijd is het voor iedereen zonneklaar dat zo'n coalitie van N-VA, CD&V, Open Vld en MR er nooit zal komen, ook al heeft ze een flinterdunne meerderheid in de Kamer. Daar bestaan verscheidene redenen voor, en het is interessant die redenen even te overlopen. Ze zijn immers vaak veelzeggend, en helpen de huidige politieke impasse mee te verklaren. Bovendien verklaren ze ook waarom de hoop op een federale regering zonder N-VA aan Franstalige en Belgische zijde wel blijft bestaan, terwijl niemand een voorstel tot een regering zonder de PS – nochtans de échte prop in het systeem – serieus wil overwegen.

Laten we misschien beginnen bij Alexander de Croos eigen partij, de Open Vld. Want stel dat er morgen, op magische wijze, een regeringsakkoord op tafel zou verschijnen dat de partijprogramma's van de N-VA, CD&V, Open Vld en MR op voldoende wijze zou verzoenen, zou de Open Vld dan werkelijk als één man bereid zijn om in zo'n federale regering te stappen? Het valt natuurlijk niet uit te sluiten dat een partijcongres haar fiat zou geven voor zo'n deelname, maar zonder slag of stoot zal dat waarschijnlijk niet mogelijk zijn. Het is immers duidelijk dat een aantal kopstukken in de partij – Guy Verhofstadt, Karel de Gucht en Patrick Dewael om ze niet te noemen – zich veel liever als voetveeg van de PS laten gebruiken dan in een regering met de N-VA te stappen die grote delen van haar partijprogramma zou kunnen uitvoeren.

Voor wie het zich niet meer herinnert: het was dit trio dat in 1999 paars-groen op de rails zette om «eindelijk» de toenmalige CVP van de macht te kunnen verdrijven. Het was dit trio dat vervolgens wel graag een deal met de toenmalige PSC afsloot om nog wat extra Vlaams geld naar het Franstalig onderwijs te sluizen, zodat de Franstaligen enkele jaren laten hun rol van demandeurs de rien konden opnemen. En het was ook dit trio dat de kiesdrempel invoerde, in de hoop de N-VA vroegtijdig dood te kunnen knijpen. Wie vandaag met de vinger wijst naar Yves Leterme als vader van het beruchte Vlaams Kartel dat Bart de Wever en de N-VA de noodzakelijke legitimiteit verschafte om uit te kunnen groeien tot de grootste partij van Vlaanderen, kent zijn geschiedenis niet. Zonder het verraad van de PSC, zonder de kiesdrempel, en zonder de financiering van het Franstalige onderwijs waardoor de Franstaligen demandeurs de rien konden worden zou de N-VA vandaag nooit een derde van de Vlaamse kiezers achter zich hebben kunnen scharen.

Ook bij de CD&V zou zo'n coalitie behoorlijk moeilijk liggen. Dat wat ooit doorging voor de Franstalige zusterpartij van de Vlaamse christen-democraten, de cdH, afwezig zou zijn in zo'n coalitie is daarbij slechts van ondergeschikt belang. Sedert Joëlle Milquet de partij omvormde tot een «humaan-democratische» partij die zich vooral gedraagt als een onderafdeling van de PS is er van nauwe banden tussen de twee nauwelijks nog sprake. Erger is misschien dat zo'n coalitie aan Franstalige zijde geen meerderheid zou hebben, en voor zo'n avontuur lijkt de CD&V mij nog niet klaar. Het is immers één zaak zelf in de federale regering te blijven zitten zonder een meerderheid aan Vlaamse zijde, maar een federale regering zonder meerderheid aan Franstalige zijde, dat is natuurlijk nog een ander pak mouwen. Wanneer de Vlaamse onderdanen op zulke grove wijze bij de bok gezet worden, levert dat natuurlijk wel enig mondeling protest op, maar uiteindelijk toch ook niet veel meer dan dat. Met de Franstalige burgers daarentegen haal je best zo geen toeren uit, tenzij je bereid bent het spel hard te spelen. Lees: de splitsing van België te riskeren. En men kan de Vlaamse christen-democraten veel verwijten, maar niet dat zij het spel ooit hard hebben durven spelen – of zullen spelen – tegenover de Franstaligen.

Dat laatste is overigens geen verwijt dat de CD&V alleen treft. Het was tenslotte toch de N-VA die zich in 2008 terugtrok uit de federale regering, en daarmee ook de Vlaamse regering, maar in 2009 wel bereid was om opnieuw tot de Vlaamse regering toe te treden. Netto resultaat voor de CD&V? Dat zij over de hele regeerperiode misschien een minister extra mocht benoemen in de federale regering, en dat was het dan. Als de partij vandaag niet van plan is zonder de N-VA in een nieuwe federale regering te stappen, of misschien correcter gezegd, dat standpunt blijft volhouden tot het in het «belang van het land en de bevolking» een ander standpunt inneemt, dan is dat niet omdat die partij de rechtstreekse reactie van de N-VA vreest. Het enige wat de partij doet aarzelen om opnieuw elke vorm van democratische welvoeglijkheid te overtreden is de mogelijke reactie van de kiezer bij de volgende verkiezingen. En dat dan nog in de eerste plaats omdat een verlies aan kiezers ook een verlies aan mandaten en inkomsten inhoudt. De mogelijkheid om aan de macht te blijven deelnemen, zeg maar de postjes, zal immers op zich ongeschonden blijven zolang men maar bereid blijft zich te onderwerpen aan de Franstaligen. Eens men bereid is een meerderheid aan Vlaamse zijde te laten varen, is uiteindelijk alles mogelijk.

De partij die misschien nog de beste redenen heeft om weigerachtig te staan tegenover een Coalition of the Willing, is de MR. Op het sociaal-economische vlak zijn er misschien wel veel raakpunten met de Vlaamse partijen, maar men kan zich anderzijds niet opwerpen als de kampioenen van de Franstaligheid en vervolgens als enige Franstalige partij in een federale regering stappen met nog niet een kwart van de Franstalige stemmen. De kans is trouwens reëel dat de «beweging» MR zelf niet eens ongeschonden uit zo'n regeringsdeelname zou terugkomen. FDF-voorzitter Olivier Maingain heeft immers een bloedhekel, op het ziekelijke af, aan de N-VA en Bart de Wever, en liet dat de afgelopen week ook goed merken. Met de recente uitbouw van FDF-afdelingen in Wallonië is een splitsing trouwens snel doorgevoerd, eventueel zelfs al vóór een regeringsdeelname van de MR.

Belangrijker nog is misschien dat de Franstalige media geen spaander heel zouden laten van de MR als ze het inderdaad zou aandurven toe te treden tot zo'n federale regering. (Kan men het zich aan Vlaamse zijde voorstellen?) En men kan speculeren wat het effect daarvan zou zijn op de Franstalige kiezer, maar uiteindelijk zou het wel eens kunnen dat dat niet eens relevant zou zijn. Het lijdt immers geen twijfel dat noch PS, noch cdH, noch Ecolo zoiets zomaar zouden laten gebeuren, en binnen de kortste keren voor voldongen feiten zouden zorgen via hun Fédération Wallonie-Bruxelles. (En opnieuw: kan men het zich aan Vlaamse zijde voorstellen?) En je zal dan maar de Franstalige partij zijn die toch nog geprobeerd heeft te collaboreren met de Vlamingen op het ogenblik dat de anderen de Belgische constructie finaal onderuit halen.

Dat laatste is ook de reden waarom er voor zo'n coalitie nooit een formateur aangesteld zal worden, laat staan dat ze de eed zou mogen afleggen bij de koning. Koning Albert II heeft het laatste jaar overtuigend bewezen dat hij weet met wie hij wel en met wie hij niet rekening hoeft te houden – en houdt. De PS behoort tot de eerste categorie, de N-VA tot de tweede. En men kan het de koning ook niet kwalijk nemen dat hij niet zomaar bereid is zijn eigen job op het spel te zetten. Waarom zou hij dat immers moeten doen? In de naam van de democratie? Alsof de Belgische monarchie, en trouwens België zelf ook, niet precies de negatie van de democratie zouden zijn.

zondag, januari 24, 2010

Noch De Gucht noch Vanackere moreel superieur

De arrogantie en hypocrisie van nu Europees commissaris van Ontwikkelingshulp en Humanitaire Hulp Karel de Gucht blijft stuitend. Gevraagd naar zijn mening over het optreden van minister van Buitenlandse Zaken Steven Vanackere in Congo de afgelopen week, antwoordde hij dat hij het «als mens» nooit gedaan zou krijgen om zomaar een biertje met president Joseph Kabila te heffen. Het wordt uitkijken of hij straks, als Europees commissaris van Handel, en «als mens», ook in Beijing biertjes zal afwijzen.

Men kan een lange boom opzetten over wat nu de juiste Belgische strategie en politiek tegenover Congo en de andere landen in Centraal-Afrika zou moeten zijn, maar de morele superioriteit die Karel de Gucht zich deze voormiddag aanmat in het VRT-programma De Zevende Dag staat hem absoluut niet. Dat Steven Vanackere daar in Congo zomaar een biertje stond te heffen met Joseph Kabila, dat ging er bij hem echt niet in. Had Steven Vanackere zélf een paar Congolese meisjes mee helpen verkrachten, de verontwaardiging van Karel de Gucht zou amper groter kunnen geweest zijn. De vraag is echter of het beleid dat Karel de Gucht als Belgisch minister van Buitenlandse Zaken tegenover Congo voerde dan werkelijk zo effectief was om er de humanitaire catastrofe te verlichten. Blijkbaar niet, want zoals hij zelf met veel misbaar aangaf: het is er vandaag even erg – noch beter noch slechter dus als ik hem goed begrepen heb – als toen hij zelf nog minister was. Eigenlijk een bekentenis van formaat, maar de journalist van dienst ging er jammer genoeg niet op in.

Waar de journalist van dienst ook niet op in ging, was hoe het beleid van Karel de Gucht er zal uitzien wanneer hij binnenkort Europees commissaris van Handel wordt. En in het bijzonder, wat er zal gebeuren als Karel de Gucht in, ik zeg maar wat, Beijing een biertje aangeboden krijgt van de plaatselijke regeringsleiders. Zal hij dat biertje dan ook weigeren, «als mens»? Of zal hij het met veel smaak achteroverkappen, kwestie van de vette, net ondertekende contracten niet in gevaar te brengen? Karel de Gucht heeft in het verleden al afdoende bewezen dat hij zijn principes snel weet op te bergen als dat nodig is. De Dalai Lama mocht het al eens ondervinden in 2005. En nog eens in 2007.

Maar is China Congo wel? Uiteraard niet. En uit die vaststelling volgt meteen ook dat de strategische en politieke benadering van China niet dezelfde hoeft te zijn, en hoogstwaarschijnlijk niet dezelfde zou mogen zijn, als de strategische en politieke benadering van Congo. Maar wanneer Karel de Gucht er morele principes bijsleurt, dan is het zeer de vraag of hij met zijn Chinees palmares wel het recht heeft zo hoog van de toren te blazen. De realiteit in Afrika is vandaag immers dat China ervoor zorgt dat nogal wat leiders er rustig hun gangen kunnen gaan, zonder te hoeven vrezen voor economische sancties. China stilt immers in Afrika zijn grondstoffenhonger door middel van economische verbindingen die het best kunnen omschreven worden als een beleid van no questions asked – niet alleen in Congo, maar ook in landen zoals bijvoorbeeld Soedan. Heeft Joseph Kabila bloed aan zijn handen, dan heeft men dat in China ook, en wel een grootteorde meer. (En over Tibet of de behandeling van de Oeigoeren hebben we het dan nog niets gehad.) Wil men dus iets aan de situatie in Afrika doen, gaat de weg feitelijk via Beijing. Probleem is echter dat dat niet meer zo vrijblijvend is als een goedkoop nummertje over de Congolese president in een televieprogramma op een zondagvoormiddag. Het is echter wel pas dan dat men werkelijk te weten komt hoeveel die morele principes van Karel de Gucht nu werkelijk waard zijn.

Heeft Steven Vanackere dan gelijk als hij in Congo zoete broodjes gaat bakken bij Joseph Kabila? Zelf noemde hij het een «hoffelijke» ontvangst, maar iets zegt me dat hij er als CD&V'er vooral uitgezonden was om er de Belgische – lees: Brussels-Franstalige – banden met Congo een beetje aan te halen («ontguchten»). Je weet maar nooit dat er binnenkort misschien weer enkele «zaakjes» te regelen zouden vallen. Franstalig Brussel en Beijing hebben in ieder geval gemeen dat ze, wat dat betreft, zich niet veel aantrekken van humanitaire toestanden, maar in Franstalig Brussel zijn ze het wel aan zichzelf verplicht daar hypocriet over te doen. Maar zelfs als het erom zou gaan op die manier de humanitaire toestand in Congo wat te verbeteren, dan nog vergist Steven Vanackere zich al even fataal als Karel de Gucht. Voor heerschappen als een Joseph Kabila is België nuttig als het bereid is hogere grondstofprijzen te betalen dan China, of als het nog eens gechanteerd kan worden met het koloniale verleden om wat geld in de zakken van de machthebbers te storten. Maar als puntje bij paaltje komt, maakt het allemaal uiteindelijk niet veel uit zolang «men» China in Afrika zijn gangen laat gaan. Al de rest zijn alleen maar praatjes.