Posts tonen met het label Vandenbroucke | Frank. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Vandenbroucke | Frank. Alle posts tonen

donderdag, oktober 21, 2010

De regering-Filip I, een familiekabinet

Op dit ogenblik circuleren er in de media enkele verhalen over een hervorming van de monarchie in België. In het bijzonder zou er een wens bestaan om te evolueren naar een meer protocollaire monarchie, om te verhinderen dat prins Filip, wanneer hij koning zal zijn, zich ooit politiek in de nesten zou werken. Die wens wordt bovendien gekoppeld aan een wens van huidig koning Albert II om op relatief korte termijn te kunnen aftreden. Uit doorgaans slecht ingelichte bronnen werd echter vernomen dat er in Laken aan een heel ander plan gewerkt wordt om het land uit de huidige politieke impasse te krijgen: een plan F met de F van familie en Filip.

Wie zijn eigenlijk de politici dat ze van prins Filip durven te stellen dat hij het niet zou kunnen? Ze leveren immers zelf elke dag het bewijs dat zij het in ieder geval niet kunnen. De politieke toestand van het land is vandaag zelfs zo ernstig, dat de koning de laatste vier maanden niet één keer de kans heeft gezien meer dan een week door te brengen op zijn buitenverblijf. De koning en zijn entourage zijn daarom tot het besluit gekomen dat het stilaan tijd wordt om het over een andere boeg te gooien. Het plan zou inhouden dat prins Filip over enkele weken al aan de macht zou kunnen komen, maar niet, zoals menigeen vermoedt, door het aftreden van koning Albert II.

Concreet zou het plan, in de omgang gewoonlijk omschreven als «plan F», eruit bestaan dat de politici nog tot 15 november, de dag van de dynastie, zouden krijgen om een oplossing voor de politieke impasse te vinden. Is er tegen dan geen oplossing, dan zou koning Albert II van zijn jaarlijkse toespraak gebruik maken om een familiekabinet aan te kondigen, met aan het hoofd ervan prins Filip. Hij zou de post van eerste minister waarnemen, en als straaljagerpiloot en ervaren helicopterbestuurder ook het departement Defensie voor zijn rekening kunnen nemen. Van geschut heeft hij wel niet zoveel verstand, maar kamervoorzitter André Flahaut zou al toegezegd hebben om hem met raad bij te staan wanneer er nog eens munitie aangekocht moet worden. Prinses Mathilde neemt Sociale Zaken en Volksgezondheid over, en toonde ook grote interesse voor Ontwikkelingssamenwerking. Tot deze morgen was zij nog in het door AIDS geteisterde Liberia, en een beter bewijs van haar engagement voor deze verantwoordelijkheden is nauwelijks denkbaar.

Het departement van Justitie zou naar prinses Astrid gaan. Als jarenlange voorzitster van het Rode Kruis heeft zij een groot gevoel voor rechtvaardigheid ontwikkeld, en is zij dus de geknipte vrouw voor de baan. Aangezien zij getrouwd is met een buitenlander, zou zij ook Buitenlandse Zaken overnemen. Dat zij naast Frans ook een paar woorden Duits en zelfs wat Engels spreekt versterkt alleen maar haar kandidatuur. Financiën zou overigens naar haar man, prins Lorenz, gaan. Zelfs Didier Reynders was het met de koning eens dat het eindelijk tijd werd voor een competent persoon op die post. De prins heeft zich ook bereid verklaard de portefeuille van Werk en Gelijke Kansen over te nemen. Hij is immers de enige in de familie die ooit nog echt gewerkt heeft, en als buitenlander is hij ervaringsdeskundige wat Gelijke Kansen betreft. Ook Migratie- en Asielbeleid zullen daarom onder zijn bevoegdheid vallen.

Het spreekt voor zich dat prins Laurent minister van Klimaat en Energie wordt. Ook Binnenlandse Zaken is voor hem, want met zijn moto kan hij zich snel en behendig in het binnenland bewegen. Als rebel van de familie is ook de post van KMO, Zelfstandigen, Landbouw en Wetenschapsbeleid een kolfje naar zijn hand. Zijn vrouw prinses Claire zou Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven overnemen – als Inge Vervotte dat kan, dan kan zij dat zeker. Dé verrassing is de post Ondernemen en Vereenvoudigen: prins Amadeo zou hiermee zijn kans krijgen te laten zien wat hij kan, en met zijn jeugdig enthousiasme is hij de geknipte man om te ondernemen, en de dingen te vereenvoudigen.

Zoals reeds geschreven is het de bedoeling dit familiekabinet aan te kondigen tijdens de traditionele toespraak aan de vooravond van de dag van de dynastie. Nadien zou de regering dan in de besloten huiskring de eed kunnen afleggen.

Uiteraard is dit plan F omstreden, en in het bijzonder Bart de Wever zou het helemaal niet genegen zijn. Kwatongen beweren dat hij precies omwille van dit plan en de deadline zijn nota geschreven heeft, in de hoop het nog te kunnen afwenden. De andere politieke partijen kijken veel positiever tegen het plan aan. De PS bijvoorbeeld had dan wel haar zinnen gezet op de post van eerste minister, maar nog belangrijker is het voor haar dat er een oplossing voor de huidige crisis komt, België één blijft, een staatshervorming voor minstens vier jaar in de koelkast wordt gestopt, en ondertussen de geldstromen van Noord naar Zuid intact blijven. Om diezelfde redenen sloten ook Ecolo en cdH zich aan bij het voorstel van koning Albert II, en zelfs MR was te vinden voor het voorstel.

Aan Vlaamse kant was er vooral bij Groen! enthousiasme voor het «plan F» van de koning. Toen partijvoorzitter Wouter van Besien het voorstelde op de partijraad, werd zelfs spontaan de Brabançonne gezongen. Bij de sp.a kwam veel kritiek uit de hoek van Frank Vandenbroucke, en de geruchten willen dat hij zou werken aan een scriptie die de nefasten effecten van een familiekabinet op de Sociale Zekerheid zou uitdiepen. In sommige formules zouden zelfs Griekse symbolen voorkomen! Open Vld zou het familiekabinet steunen omdat via prins Laurent ook de vrijzinnigheid vertegenwoordigd zou zijn in de regering. Bovendien heeft men het aan de top van de Open Vld moeilijk om erfopvolging principieel af te wijzen.

Bij CD&V was men eerder sceptisch omdat men vermoedde dat N-VA tegen zou zijn, en bovendien zelf geen ministers zou kunnen leveren. Een vurig pleidooi uit de hoek van Mark Eyskens zou echter de laatste twijfelaars er toch van overtuigd hebben toe te stemmen. Het besef dat de regering hoe dan ook al een parlementaire meerderheid – om over de populaire meerderheid nog maar te zwijgen! – achter zich zou hebben, speelde daarbij ook een rol.

vrijdag, juli 23, 2010

De poppetjes, of waarom Gennez Groen! een ministerportefeuille gunt

Na cdH-voorzitster Joëlle Milquet vraagt nu ook sp.a-voorzitster Caroline Gennez dat de groenen deel zouden uitmaken van de volgende federale regering. Op die manier zou de federale regering inderdaad over de noodzakelijke tweederdemeerderheid voor een eventuele staatshervorming beschikken, bovendien zou de sp.a op die manier zowel op haar linkse als haar belgicistische flank veilig zitten. Maar als Groen! inderdaad tot de federale regering zou toetreden, zou dat de sp.a meteen ook één van haar twee ministerportefeuilles kosten. De nadrukkelijke vraag van Caroline Gennez roept dus toch wel enkele vraagtekens op.

Laten we beginnen met enkele cijfers. Verdelen we de zeven federale ministerportefeuilles waar de Vlaamse partijen recht op zullen hebben over N-VA, CD&V en sp.a op basis van de verkiezingsuitslag voor de Kamer, dan krijgt N-VA drie portefeuilles, terwijl CD&V en sp.a elk recht hebben op twee. In principe heeft Groen! geen recht op een ministerportefeuille indien het zou toetreden tot de federale regering – sp.a haalde immers meer dan dubbel zoveel stemmen als Groen! – maar als één van de drie andere partijen een portefeuille zou moeten afstaan, komt de sp.a wel degelijk als eerste in aanmerking. Het is immers de sp.a die de laatste portefeuille in de wacht sleepte. Als daar nog bijkomt dat vooral sp.a aandringt op een groene regeringsdeelname, kan ze ook moeilijk eisen dat de N-VA haar derde portefeuille zou afstaan, zeker als men weet N-VA net niet een vierde portefeuille zou kunnen opeisen vóór Groen! er eentje krijgt. Alle logica zegt dus dat de sp.a, en niet N-VA of CD&V, een ministerportefeuille zou moeten afstaan aan Groen!.

Merkwaardig genoeg schijnt Caroline Gennez daar niet al te veel problemen rond te maken. Het is nochtans niet niks voor een partij om de helft van haar aandeel op te geven om een politiek concurrent aan boord te hijsen van een coalitie. Het is misschien overdreven te stellen dat Caroline Gennez die tweede ministerportefeuille liever kwijt dan rijk is, maar ze klampt er zich ook niet bepaald aan vast. Ligt de verklaring misschien in de poppetjes waar Caroline Gennez vroeg of laat mee zal moeten spelen?

Ik heb natuurlijk geen inzicht in Caroline Gennez' Hotmail-account, maar laat we even speculeren over wie er bij de sp.a in aanmerking komt om binnenkort federaal minister te worden. Allereerst is er uiteraard Caroline Gennez zelf, die zo daarmee ook op een eerbare wijze de hondenstiel van partijvoorzitter vaarwel kan zeggen. Andere voor de hand liggende kandidaten zijn Johan vande Lanotte, Renaat Landuyt en… Frank Vandenbroucke. Om met de eerste te beginnen: politici zijn uiteraard zo ijdel als wat, maar Johan vande Lanotte geeft niet echt de indruk dat hij op dit ogenblik aast op een ministerportefeuille. Daarmee zal Caroline Gennez dus een keuze moeten maken tussen Renaat Landuyt en Frank Vandenbroucke, tenzij ze zelf aan een ministerportefeuille zou verzaken, of opnieuw een wit konijn uit haar hoed kan toveren. De vraag is dan: kan ze het zich veroorloven voor Renaat Landuyt te kiezen, en niet voor Frank Vandenbroucke?

Frank Vandenbroucke is misschien wel één van de intelligentste en meest competente figuren waarover de sp.a op dit ogenblik beschikt – zolang men hem tenminste niet vraagt wat te doen met zwart geld – maar hij gedraagt zich wel als een ongeleid projectiel. Vóór de verkiezingen trok hij opvallend de belgicistische kaart, maar ik kan me voorstellen dat er bij de PS nog altijd enige scepsis tegenover hem bestaat. En verder weet je dus maar nooit of hij niet op één of andere mooie dag plots weer bevalt van een open brief, of een beleidsdaad stelt die PS en cdH in de gordijnen jaagt. Het zou snel het prille herwonnen vertrouwen en de samenwerking tussen sp.a en PS op de helling kunnen zetten.

Natuurlijk wil ik Caroline Gennez niet van zoveel vooruitziendheid beschuldigen, maar het is duidelijk dat zij met een probleem zit. Eén van de gemakkelijkste uitwegen voor haar is precies een deelname van Groen! aan de komende federale regering: een ministerportefeuille waarover zij niet beschikt, hoeft zij immers ook niet toe te wijzen. Meteen hoeft ze dan ook aan haar achterban niet uit te leggen waarom de nog steeds populaire Frank Vandenbroucke alweer naast de prijzen zal moeten grijpen.

woensdag, maart 31, 2010

En waarom geen veerpont over de Schelde?

Vóór 1 april moest de kogel door de kerk, aldus Kris Peeters een aantal weken geleden. De Vlaamse regering zou landen in verband met de Oosterweelverbinding, waardoor de discussie eindelijk – eindelijk! – afgesloten zou kunnen worden. Wie echter dacht dat Kris Peeters in tegenstelling tot die andere CD&V-regeringsleider wél zijn woord zou houden, kwam ferm bedrogen uit.

Vlaams minister-president Kris Peeters liet gisterenochtend verstaan dat er in dit dossier alleen maar winnaars waren. Sta me toe daar een andere mening op na te houden. Duidelijke winnaar is in de eerste plaats het studiebureau dat nog maar eens een studie zal mogen leveren over een tunnel onder de Schelde – naar het schijnt de derde al – om na te gaan of zo'n tunnel technisch haalbaar is, en bovendien zowel sneller als goedkoper dan een brug zou kunnen. Het lijkt me nogal wiedes dat de Vlaamse regering in dat geval voor een tunnel zou kiezen, maar de vraag zou zich dan wel stellen waar die twee voorgaande studies dan wel voor gediend hebben, en door welke prutsers ze feitelijk uitgevoerd werden. In afwachting van de resultaten van die derde studie kan de Vlaamse belastingbetaler zich dan afvragen welke spectaculaire technologische doorbraken er zich de afgelopen maanden zouden voorgedaan hebben op het gebied van de tunnelbouw, dat de Vlaamse regering verwacht dat er binnen drie maanden wel eens een radicaal andere aanbeveling uit de bus zou kunnen komen dan, inderdaad, dat een viaduct de beste oplossing zou zijn.

Hiermee hebben we al meteen één van de duidelijke verliezers van de «beslissing» van gisterennacht – kwatongen beweren dat het een beslissing was om nog niet te beslissen – vermeld: de Vlaamse belastingbetaler. Maar de Vlaamse belastingbetaler is de enige verliezer niet. Ook N-VA en sp.a behoren tot het kamp der verliezers: de ene omdat de viaduct er voorlopig nog niet komt, de andere omdat de viaduct nog steeds niet definitief afgevoerd is. Geen van de twee vechtende partijen kan nog geloofwaardig overkomen na deze niet-beslissing. En zoals zo vaak: wanneer twee honden vechten om een been, loopt een derde er mee heen. Vermoedelijk vindt Kris Peeters van zichzelf dat hij die derde hond is, maar de vraag is toch maar hoe geloofwaardig híj uit deze veldslag gekomen is.

Want inderdaad, als Kris Peeters vandaag ondanks zijn CD&V-partijkaart door het Vlaamse publiek nog niet op één hoopje met de rest van het tsjevendom werd gevaagd, dan is dat in grote mate te danken aan de relatief positieve perceptie die er rond de Vlaamse regering heerst. En die perceptie wou tot nu toe dat die regeringsploeg af en toe toch nog eens een beslissing zou nemen, in tegenstelling tot de federale regering waar werkelijk niets, maar dan ook niets nog beweegt. (Tenzij de Franstaligen beweging eisen natuurlijk, want dan kan plots alles, zoals het asieldossier elke dag duidelijk bewijst.) Nu blijkt dat ook bij de Vlaamse regering stilaan zowat alles dreigt vast te lopen.

Ook de vaudeville rond de drie Franstalige burgemeesters uit de Vlaamse Rand rond Brussel toont aan dat het in de Vlaamse regering niet helemaal snor zit. Twee weken geleden werd de beslissing rond de niet-benoeming nog doorgepraat met minister-president Kris Peeters, maar wanneer minister van Binnenlands Bestuur en de Vlaamse Rand Geert Bourgeois de beslissing bekend maakte in het Vlaams Parlement, reageert de CD&V kregelig. Wat had hij moeten doen – ook een studie bestellen? Viceminister-president voor de sp.a Ingrid Lieten bestond het bovendien de beslissing vrijwel onmiddellijk al volledig te ondergraven door de faciliteitengemeenten op een zilveren schoteltje aan de Franstaligen aan te bieden. Ja, waarom niet meteen heel Vlaams-Brabant aanbieden? Dan is de sp.a immers in één moeite door ook van Frank Vandenbroucke af! Let op, het gaat hier wel degelijk over zo ongeveer de enige beslissing die naam waard die de afgelopen maanden door de Vlaams regering genomen werd.

Bovendien vergist N-VA-voorzitter Bart de Wever zich zwaar als hij denkt dat er nu een definitieve beslissing rond de Oosterweelverbinding zou genomen zijn. Zoals andere commentatoren reeds opmerkten: drie maanden geeft de tegenstanders van het viaduct ruim de tijd om opnieuw te mobiliseren tegen de Lange Wapper. Zijn uitleg «dat het op die drie maanden toch niet aan zal komen» hebben we trouwens al eens eerder gehoord, namelijk in 2007 en 2008. Toen was er ook geen haast bij de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde, maar vandaag weten we dat elke dag, ja zelfs elk uur zal tellen om de kieskring nog gesplitst te krijgen voor de volgende federale verkiezingen. Ik vrees dan ook dat Bart de Wever een veel groter risico loopt in juli bruusk uit zijn zoete droom gewekt te worden dan de Patrick Janssens.

Het volstaat trouwens het opiniestuk van Manu Claeys en Peter Verhaeghe te lezen om het uiteindelijke doel van bijvoorbeeld de stRaten-generaal te begrijpen. En een veerpont, liefst maar eentje en dan nog op mankracht opdat het allemaal vooral niet te snel zou gaan, is dan niet eens zo ver gezocht. Een tunnel of een brug zijn voor hen immers niet het eigenlijke probleem, wel al die auto's die allemaal zo dringend Antwerpen willen binnenrijden. Ja, stel je voor zeg. Een terugkeer naar paard en kar, zoals het past voor plattelandsbewoners die de Grote Stad met een bezoek zouden willen vereren, zou inderdaad al veel passender zijn. Het is me al een raadsel waarom nog niet voorgesteld werd om naar Chinees en Sovjet-voorbeeld – ach, de goede oude USSR, waar ís de tijd? – meteen maar pasjes in te voeren om het aantal bezoekers nóg meer te kunnen begrenzen, voor zover ze al gedoogd zouden moeten worden.

Rest me daarom nog de heren Kris Peeters, Bart de Wever en Patrick Janssens de komende maanden van harte een interessante tijd toe te wensen. Voor de miljoenen Vlamingen die niet kunnen snappen waarom het land telkens weer op stelten moet gezet worden voor amper een paar kilometer brug of tunnel is het een magere troost dat dit dossier de heren politici vermoedelijk al veel langer veel meer de strot uitkomt dan henzelf.

donderdag, januari 14, 2010

Marie-Rose Morel straks ook in De Slimste Mens?

Mijn artikel van gisteren over de nieuwjaarsbrief van Marie-Rose Morel bij de VRT was nog niet goed gepubliceerd, of het bleek al dat zij morgen al haar opwachting zal mogen maken bij het nieuwe praatprogramma van Siegfried Bracke. Zullen de twee daar een boompje opzetten over het orangisme, of het vakbondswerk van Marie-Rose Morel eens onder loupe nemen? Aangezien ik de Tom Cochezs van deze wereld het monopolie over de Vlaams Belang-ologie niet wil gunnen – Quizvraag: hoeveel fracties kent het Vlaams Belang? Antwoord: hangt van het artikel af –, waag ik me aan een korte beschouwing over de opties voor de nabije toekomst van de drie nauwst betrokken partijen: de VRT, Marie-Rose Morel en de partij Vlaams Belang.

Johan Sanctorum vatte in een commentaar op mijn artikel eigenlijk goed samen wat er hier precies aan de hand is: twee verborgen agenda's ontmoeten elkaar, namelijk die van Marie-Rose Morel en de VRT. Nu ja, zo verborgen is die agenda van de VRT nu ook weer niet. Dat kan trouwens voor zowat alle media in Vlaanderen gezegd worden. Het adagium is er altijd geweest dat kopstukken van het Vlaams Belang in het beste geval nietsnutten en klaplopers zijn, in het slechtste geval geborneerde racisten en fascisten. Tenzij ze natuurlijk, zoals het geval was met Geert van Cleemput of Luc Sevenhans, op een bepaald ogenblik de eerste tekenen van dissidentie beginnen te vertonen. Dan blijkt plots dat het Vlaams Belang dan toch eerlijke, goedmenende en hardwerkende mandatarissen telt, en hoe kunnen zij dat beter illustreren dan door met een luide knal uit de partij te stappen? Of de media op die nogal doorzichtige manier ook echt veel zieltjes weten te winnen voor hun zaak is nog wat anders.

Voor Marie-Rose Morel betekent dit dat als ze besluit in 2010 het ingeslagen pad verder te blijven bewandelen, zij in de nabije toekomst best nog aan haar trekken zal kunnen komen in de media. Jurgen Verstrepen en Jean-Marie Dedecker hebben al een tijdje afgedaan, en op Bart de Wever begint men stilaan ook uitgekeken te raken. Als bovendien het gerucht van de dag waar is dat we binnenkort misschien wel iemand uit de N-VA-stal aan het hoofd van de VRT mogen verwachten, zal het trouwens niet meer passen Bart de Wever nog vaak de kans te geven de toffe peer uit te hangen terwijl men in de nieuwsredacties een guerrilla aan het uitvechten is. Zoiets doet men niet. Nog eens, als ze het wil, ligt er voor Marie-Rose Morel in de nabije toekomst een mooie mediacarrière weggelegd bij de VRT. Als het nog snel kan, waarom haar niet eens uitnodigen voor De Slimste Mens? Kan men aan de Reyerslaan meteen ook zeggen dat het niet meer waar is dat Vlaams Belangers nooit uitgenodigd worden voor shows en spelprogramma's.

Maar quid Morel? Politiek kan zij eigenlijk geen kant meer op. Bij het Vlaams Belang lijkt haar rol voorlopig uitgespeeld te zijn. Terugkeren naar de N-VA is geen optie. Om het lelijk te zeggen: ze is niet aan haar eerste vechtscheiding toe. Een overstap naar Lijst Dedecker lijkt zo mogelijk nog minder waarschijnlijk, want daar zit dan weer boezemvijand Jurgen Verstrepen. En wat voor zin heeft het om zelf uit de partij te stappen? Tenzij ze de politiek voor een tijdje vaarwel zou willen zeggen, rest haar alleen nog de hoop dat de partij bij een volgende verkiezing niet helemaal om haar heen zal kunnen, en dat zij op die manier ergens een mandaat in de wacht kan slepen. Verder kan zij zich bezighouden met haar vakbondswerk – overigens helemaal niet onverdienstelijk – maar riskeert ze uiteindelijk wel te verworden tot een soort Frank Vandenbroucke uit Schoten. Ik neem aan dat de lezer daar geen tekeningetje bij hoeft.

Waarom grijpt Bruno Valkeniers niet in, vroeg iemand zich af. De vraag kan met een nieuwe vraag beantwoord worden: hoe, en zou het veel zin hebben? Of er nog veel communicatielijnen open zijn tussen Bruno Valkeniers en de leiding van het Vlaams Belang enerzijds, en Marie-Rose Morel anderzijds, kan op dit ogenblik eigenlijk alleen maar sterk betwijfeld worden. Haar tot de orde roepen of zelfs uit de partij zetten zou trouwens alleen maar een averechts effect hebben, en nog meer media-aandacht uitlokken. Veel meer keus dan haar laten betijen, en hopen dat het snel over gaat, heeft Bruno Valkeniers dus niet. Probleem daarbij is dat Marie-Rose Morel, in tegenstelling tot de reeds genoemde Geert van Cleemput en Luc Sevenhans, wel mediageniek is. De leiding van het Vlaams Belang zal dus rekening moeten houden met een stoorzender in Schoten die op regelmatige tijdstippen van zich laat horen, en in de media ook gehoor zal vinden.

zondag, maart 11, 2007

Als de PS-vos de tweetalige passie preekt…

Tweetalig onderwijs in de «grensstreek»Elio di Rupo pleit voor tweetalig onderwijs in Vlaanderen, Wallonië en Brussel, en in het bijzonder in de grensstreken. Wat belet hem echter om dat eenzijdig in Wallonië te organiseren zonder zich in te laten met het Vlaamse onderwijs? En meer zelfs, betekent dit voorstel dat de PS eindelijk van plan is in Komen de wet na te leven en er het Nederlandstalige onderwijs te financieren?

Het pleidooi van de PS-voorzitter is eigenlijk een straf staaltje van Franstalige arrogantie: in Komen weigert de Franstalige Gemeenschap nog altijd de wet toe te passen en het Nederlandstalige onderwijs te financieren, maar Elio di Rupo wil wel tot op dertig kilometer van de taalgrens tweetalig onderwijs organiseren. Ja, in Wallonië en Brussel, maar uit het discours blijkt heel duidelijk dat dat tweetalig onderwijs vooral in Vlaanderen georganiseerd zal moeten worden. Hij vertelt er immers snel bij dat hij de taalgrens niet tot in Bergen wil verleggen, maar dertig kilometer past wel mooi om tot in Mechelen (lees heel Halle-Vilvoorde dus) Franstalig onderwijs te kunnen organiseren. Een tekeningetje zegt daarbij meer dan duizend woorden, zelfs al is het een heel braaf tekeningetje dat doet alsof Brussel als tweetalig gewest niet bestaat. Verder zal het wel aan mijn slecht karakter liggen zeker dat ik zo een zwak vermoeden heb dat als dit voorstel ooit in de praktijk omgezet zou worden, aan Vlaamse zijde de tweetaligheid tot in de punten en de komma's uitgevoerd zal worden, maar dat het aan Waalse zijde een heel ander verhaal zou zijn.

Verbazend, of misschien net niet, is dat Elio di Rupo zich überhaupt uitlaat over wat het Vlaamse onderwijs al dan niet zou moeten laten of doen. Als hij zo bezorgd is over de tweetaligheid van Vlamingen en Franstaligen, wat belet hem dan ervoor te zorgen dat in de eerste plaats het Franstalige onderwijs het onderricht van de Nederlandse taal zou opschroeven? Als meertaligheid binnen Europa werkelijk zo een grote troefkaart zou zijn (wat ik overigens niet betwist), zou het dan echt zijn probleem zijn als die Vlaamse steenezels dat niet zouden willen snappen en een erbarmelijk taalonderricht zouden aanbieden in hun onderwijs? Dat zou immers alleen maar een concurrentievoordeel voor Wallonië ten opzichte van Vlaanderen opleveren, wat misschien een beetje de torenhoge werkloosheid in Wallonië zou kunnen helpen afbouwen.

De zaak is echter dat dat het probleem helemaal niet is: over het taalonderricht in het Vlaamse onderwijs kan men veel zeggen, maar vergeleken met wat het Franstalige onderwijs presteert is in het bijzonder een voorzitter van de PS zeer slecht geplaatst om wat dan ook voor te stellen qua verbeteringen die aan Vlaamse zijde zouden moeten doorgevoerd worden. Integendeel zelfs: eens braaf komen vragen hoe het toch komt dat het Vlaamse onderwijs mijlenver boven het Franstalige staat, overigens niet alleen wat het taalonderricht betreft, zou hem veel beter gestaan hebben. Mijn vermoeden is dan ook dat het helemaal niet om de tweetaligheid van de Waalse kindjes gaat, maar dat dit niet meer dan een poging is om Vlaanderen ervan te overtuigen een verfransing van het eigen «grensgebied» zelf te laten betalen. Zoals Vlaanderen dat overigens al decennialang doet in de eigen faciliteitengemeenten. En grensgebied tussen aanhalingstekens dus, want het gaat letterlijk om meer dan de helft van Vlaanderen!

In een eerste reactie houdt Minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke eerder de boot af, terwijl CD&V zegt «niet overtuigd» te zijn en de N-VA het voorstel verwerpt. Wat ik echter mis in die reacties is precies een referentie naar de schandalige toestand van het Nederlandstalige onderwijs in de faciliteitengemeenten aan Waalse zijde, en de verpletterende verantwoordelijkheid die de PS dus draagt voor die onwettelijke toestand. Of hoe men Elio di Rupo met zijn voorstel toch wel heel gemakkelijk in zijn hemd had kunnen zetten, maar dat niet deed. Van Frank Vandenbroucke en de CD&V kan ik een totaal gebrek aan zelfs de minste Vlaamse reflex nog min of meer begrijpen, maar dat een independentistische partij als de N-VA die niet bezat ontgoochelt mij.