Posts tonen met het label Van Eyken | Christian. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Van Eyken | Christian. Alle posts tonen

zaterdag, juli 05, 2014

Sp.a op een historisch dieptepunt

Zondag 25 mei was voor de sp.a zonder meer een zwarte dag. Voor de Europese verkiezingen zakte de partij tot amper nog 13,2%, een absoluut dieptepunt. Voor de Kamer en het Vlaams Parlement deed de socialistische partij het al niet veel beter met 14,1% en 14,0%. Sindsdien rommelt het in de partij, ook al doet partijvoorzitter Bruno Tobback aan de oppervlakte zijn best om dat te verdoezelen.

Om even te schetsen hoe diep de partij eigenlijk gezakt is: tot 1987 behaalde de socialistische partij steevast een score van minstens twintig procent. Pas in 1991, op «Zwarte Zondag», zakte de partij voor het eerst onder die symbolische grens, met een score van «amper» 19,4%. Nog één keer zouden de socialisten in Vlaanderen nog eens boven de drempel van de twintig procent uitkomen, op 18 mei 2003, onder leiding van Steve Stevaert, met 24,3%. Sindsdien is het armoe troef bij de proletariërs, en durft men zelfs een ambitie om nog eens meer dan vijftien procent te halen niet eens meer uit te spreken. Groter blijven dan concurrent op links Groen, en PVDA onder de kiesdrempel houden, dat is zowat het beste waar men op dit ogenblik nog op durft te hopen.

Ideologisch vacuüm

Hét probleem van de sp.a is natuurlijk dat de partij geen ideologie meer heeft. Dat is niet nieuw: de partij kwam na de val van de Muur in Berlijn in ademnood, maar dat is ondertussen toch al vijfentwintig jaar geleden. Hoeveel decennia kan men zich politiek heroriënteren zonder dat de conclusie zich opdringt dat men eigenlijk toch niet veel meer te bieden heeft? Kan men echt een partij opbouwen enkel en alleen rond wat goedkoop anti-racisme (zie «Over de banaliteit van het anti-racisme» van Mark Grammens van verleden week), een extreem conservatisme in de Sociale Zekerheid, koste wat het kost, de algemene stelling dat al wat rechts en Vlaams is gevaarlijk is, en de boodschap dat de PS en Elio di Rupo het beste voorhebben met de Vlamingen? Wie er de verkiezingsuitslag eens bijneemt kan niet anders dan vaststellen dat de Vlamingen op 25 mei vonden van niet. Partijvoorzitter Bruno Tobback ziet dat echter anders.

Toekomstig ex-voorzitter

Wat op 21 mei in dit blad al te lezen stond in een briefje gewijd aan Bruno Tobback («Zo goed als ex-voorzitter»), heeft nog steeds niets aan waarde ingeboet. De partijvoorzitter kon weliswaar vermijden dat hij op de avond van 25 mei zelf al zijn conclusies diende te trekken dankzij zijn opgeklopte euforie over de «goede» uitslag van zijn partij. Stel je voor: de partij had zowel voor de Kamer als voor het Vlaams Parlement stand gehouden. Tot de partij een paar uur later in het Vlaams Parlement dan toch nog een zetel aan Christian van Eyken van de UF verloor natuurlijk.

Ondertussen stelden de twee mindere goden Hans Bonte en Peter Vanvelthoven de positie van Bruno Tobback al openlijk in vraag in een dubbelinterview in Knack. Johan vande Lanotte betreurde dat in het VRT-programma Villa Politica, maar voegde er wel aan toe dat er dringend nood was aan een interne analyse. Een voorbeeld van zo'n interne analyse kregen we verleden week in De Standaard geserveerd, waar de conclusies van de evaluatie van de verkiezingen in West-Vlaanderen te lezen stonden («Vande Lanotte geeft zijn partij campagnelessen»). De lezer leest het goed: die interne analyse was van de hand van diezelfde Johan vande Lanotte, en de conclusies lazen toch vooral als een positionering van Johan vande Lanotte zelf en zijn pion John Crombez om zodra de kans zich voordoet de macht te grijpen in de partij. Of is dat laatste alleen maar ons slecht karakter dat een beetje opspeelt?

West-Vlaamse winst

Zo zou Johan vande Lanotte er in zijn analyse op wijzen dat West-Vlaanderen de enige provincie is waar de sp.a erop vooruitgaat, voor alle verkiezingen, en dat zelfs kanton per kanton. Dat klopt, maar het neemt niet weg dat ook het West-Vlaamse resultaat met 17,6% voor de Kamer en 16,3% voor het Vlaams Parlement niet bepaald als een monsterscore voor de socialisten omschreven kan worden. Voor het Europees Parlement blijft de partij er zelfs steken op een schamele 15,2%. Onze conclusie: Johan vande Lanotte is een meester in het snoeven, ook daar waar er eigenlijk niet veel te snoeven valt.

Meer zelfs: Johan vande Lanotte wijst er in zijn analyse op dat de sp.a in zijn kieskring tegen de nationale trend in een zetel winst maakt voor het Vlaams Parlement, van drie naar vier. In procenten is de vooruitgang minder groot: van 14,1% naar 16,3%. Een correctere lezing van de cijfers is natuurlijk dat de sp.a in 2009 net naast een vierde zetel greep, en dit jaar die vierde zetel net wel binnenhaalde. Men moet daar natuurlijk nog altijd extra stemmen voor halen, maar de pluim die Johan vande Lanotte op zijn hoed probeert te steken is groter dan ze in werkelijkheid zou mogen zijn.

Huisbezoeken

Johan vande Lanotte heeft natuurlijk ook zijn verklaring voor die winst in West-Vlaanderen klaar. En dat is zíjn manier van campagne voeren natuurlijk, of wat dacht je? Essentieel onderdeel daarvan: de huisbezoekjes. Laten we echter eerlijk zijn: we wensen zelfs onze ergste vijanden geen huisbezoek door Johan vande Lanotte toe. Iets doet ons namelijk vermoeden dat die huisbezoeken vooral dienen om nietsvermoedende mensen danig de daver op het lijf te jagen. Dat ze hun pensioen gaan verliezen als ze voor de N-VA stemmen, bijvoorbeeld. Of dat door de afschaffing van de index hun loon op een paar jaar tijd niets meer waard zal zijn.

Johan vande Lanotte is immers niet bepaald het toonbeeld van het gezellige cafésocialisme waarmee Steve Stevaert ooit successen boekte. Successen die er, in de beste cafétraditie, vooral uit bestonden anderen de rekening te laten betalen voor de tournées generales die hij uitdeelde.

Neen, als we al een etiket zouden moeten plakken op het socialisme van Johan vande Lanotte, dan eerder een soort van rancuneus machtssocialisme. Sponsor zijn Oostendse basketbalclub, of je gaat eraan. En die volkomen lege Thalys-treinen vanuit Oostende blijven rijden, enkel en alleen omdat Johan vande Lanotte dat kan. Het is echt geen toeval dat Groen die geld- en milieuverspilling niet aan de kaak durft te stellen, want anders zouden ze het de komende tien jaar kunnen schudden overal waar Johan vande Lanotte ook maar iets te zeggen heeft.

Electrawinds

Wij zouden dan ook een alternatieve theorie voor het West-Vlaamse rode golfje willen voorstellen: Electrawinds. Zouden er in West-Vlaanderen niet genoeg kiezers wonen die puur uit economisch zelfbehoud voor de sp.a hebben gestemd? Geen Johan vande Lanotte die in Brussel zijn economische «zaakjes» kan regelen betekent al snel grote gevolgen voor het persoonlijke fortuin van een aanzienlijk aantal West-Vlamingen. Zou het trouwens datzelfde Electrawinds ook niet zijn dat in de rest van Vlaanderen linkse kiezers richting Groen en PVDA dreef?

In dat opzicht is de positionering van John Crombez interessant en belangrijk om te volgen. Niettegenstaande hij staatssecretaris voor fraudebestrijding is –en of dat geen meesterzet van Johan vande Lanotte was!–, zit hij tot over zijn oren mee in de Oostendse beerputten. De ideale man dus om ervoor te zorgen dat er nergens in West-Vlaanderen dekseltjes gelicht worden. Wees er maar zeker van dat Johan vande Lanotte hem op het juiste ogenblik op de juiste positie zal willen katapulteren.

In combinatie met het reeds hierboven vermelde ideologisch vacuüm is dat uiteraard geen goed nieuws voor de sp.a, maar dat raakt natuurlijk de koude kleren van Johan vande Lanotte niet. De onze eigenlijk ook niet. Maar we hebben wel te doen met de militanten van de partij. Neen, niet het soort hopscheutsocialisten zoals een Yves Desmet, maar wel de klein man die denkt dat het bij de sp.a nog zou gaan om zijn welvaart en welzijn. En voor zover die kleine man natuurlijk niet allang uitgeweken is naar een andere partij. Als daar in 2018 of 2019 maar geen nieuw laagterecord van komt…

Dit artikel verscheen op 25 juni 2014 in 't Pallieterke.

woensdag, april 03, 2013

Wanneer is de N-VA incontournable?

In zijn ondertussen al beruchte interview met De Standaard liet N-VA-kopstuk Geert Bourgeois zich verleden week ontvallen dat als de N-VA in 2014 veertig procent haalt, de partij de Franstaligen haar wil zal kunnen opleggen. Strategisch was het natuurlijk een blunder van formaat om de lat meer dan een jaar op voorhand al op zo'n hoog niveau te leggen. Maar los daarvan is het natuurlijk wel een interessante vraag hoe groot de N-VA moet zijn om incontournable te worden.

Is de N-VA met veertig procent van de stemmen incontournable? Carl Devos, naar het schijnt nochtans politicoloog, vond van niet, want volgens hem moet je daarvoor minstens vijftig procent van de stemmen halen. In zijn haast om Geert Bourgeois neer te sabelen vergat hij wellicht dat als het Vlaams Belang de andere tien procent levert, veertig procent voor de N-VA al ruimschoots volstaat om wel degelijk de Vlaamse lakens te kunnen uitdelen. Maar daar komt nog bij dat het enige wat eigenlijk echt telt om ergens je politieke wil te kunnen opleggen een meerderheid in het parlement is. En om vijftig procent van de zetels te halen heb je gewoonlijk nog geen vijftig procent van de stemmen nodig. Er kunnen dus gemakkelijk nog een paar procenten af, dankzij partijtjes zoals de PVDA en LDD die al snel enkele procenten onder de kiesdrempel weten vast te houden.

We kunnen het zelfs nog een beetje verder doordrijven. Neem nu de peiling van Het Laatste Nieuws van verleden week, waarin N-VA «slechts» 33,8% haalde, en Vlaams Belang 11,3%. Een simulatie geeft N-VA dan 45 zetels in het Vlaams Parlement, en Vlaams Belang 14 zetels. Dat maakt samen 59 zetels op de 124, weliswaar vier te kort voor een absolute meerderheid, maar CD&V, sp.a, Open Vld en Groen komen in die simulatie samen ook maar aan 64 zetels. En amper twee zetels overschot voor zo'n bonte regering is niet bepaald comfortabel. Zelfs als de traditionele partijen de Franstalige(n) van UF mee in de Vlaamse Regering zouden opnemen –Christian van Eyken als Vlaams Minister van Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur en Vlaamse Rand, iemand?– wens ik hen veel geluk toe om de legislatuur van vijf jaar vol te maken zonder al te veel brokken. Eén personeelsprobleem dat uitdraait op een onafhankelijk parlementslid in het Vlaams Parlement volstaat dan om de poppen aan het dansen te krijgen.

Incontournable en incontournable

Overigens is deze hele discussie over het aantal procenten dat de N-VA dient te halen om haar wil aan de Franstaligen te kunnen opdringen bijzonder surrealistisch. De PS haalde immers bij de federale verkiezingen van 2010 niet meer dan 36,8% van de stemmen in het kleinere landsdeel van België, en kan vandaag toch over heel België almachtig de plak zwaaien via de federale regering. Waarom zou dan een partij die in 2014 veertig procent van de stemmen haalt in het grotere landsdeel van België dan haar wil niet kunnen opleggen aan de Franstaligen? Of dat zelfs niet mogen proberen te doen?

Recept voor een overwinningsnederlaag

Maar over peilingen gesproken: Geert Bourgeois had al meteen het ongeluk dat zijn interview gepubliceerd werd op precies dezelfde dag als een peiling in Het Laatste Nieuws. En met 33,8% bleef de N-VA natuurlijk ver onder de veertig procent steken, ook al betekent het nog steeds een forse vooruitgang van een dikke vijf procent vergeleken met de laatste federale verkiezingen van 2010. En dit weekend was het alweer prijs, deze keer met een peiling van Le Soir waarin de partij «slechts» 33,6% haalde. Je kan je trouwens afvragen waar Geert Bourgeois het cijfer van veertig procent vandaan haalde, want tot nu toe bedraagt de absolute maximumscore van zijn partij in de peilingen zeggen en schrijven… 40,1% (La Libre Belgique in septeber 2012). Zelfs voor iemand die nog in opiniepeilingen gelooft –en wie doet dat nog?– en er dan nog een dikke schep optimisme bovenop doet klinkt veertig procent nog steeds bijzonder overmoedig.

Laat ons daarom hopen dat Geert Bourgeois verleden week door Bart de Wever eens goed de levieten gelezen werd, en dan niet omwille van zijn standpunt over Vlaamse onafhankelijkheid. Een overwinning verandert immers snel in een overwinningsnederlaag als de lat op voorhand te hoog gelegd wordt. En daarbij is het natuurlijk één ding als «de peilingen», de media en je tegenstanders je lat zo hoog duwen dat je er onmogelijk nog over kan. Maar als je eigen kopstukken in interviews hun hoofd verliezen en de lat op astronomische hoogte leggen, dan moet je op de verkiezingsavond geen calimeroschelp meer op je hoofd trachten te plaatsen.

Pijlen eindelijk op de juiste vijand gericht?

Maar het is niet allemaal kommer en kwel in het V-kamp. De laatste weken lijkt het er immers op dat de N-VA met haar aanval op het ACW (en dus ook de CD&V) eindelijk de juiste vijand gevonden heeft. Het is trouwens ook al weer een tijdje geleden dat Bart de Wever in een interview nog eens erkenning opeiste voor de manier waarop hij het Vlaams Belang heeft teruggedrongen. Zou het kunnen dat men bij de N-VA eindelijk begrepen heeft dat het voor haar veel belangrijker is kiezers weg te halen bij CD&V en Open Vld dan Vlaams Belang? Dat is immers de enige manier om in Vlaanderen echt incontournable te worden, want een uitwisseling van kiezers tussen N-VA en Vlaams Belang zet wat dat betreft echt geen zoden aan de dijk.

Meer zelfs, als de N-VA het Vlaams Belang zozeer uitzuigt dat voor die laatste partij de kiesdrempel in zicht begint te komen, dan kan ze een V-meerderheid in het Vlaams Parlement meteen vergeten. Een overdonderende veertig procent zal daar dan niet veel aan helpen. Zolang de traditionele partijen, al dan niet aangevuld met de nuttige idioten van Groen, in het Vlaams Parlement aan een voldoende comfortabele meerderheid geraken kan je er immers gif op innemen dat zowel Di Rupo II als Peeters III in een mum van tijd op de rails gezet zullen worden. Het is dan maar de vraag wat er in 2019 nog over zal schieten van die N-VA.

Dit artikel verscheen op 27 maart 2013 in 't Pallieterke.